World Heritage Traveller

Ecuador 2017

Written by:

  1. Route
  2. #643: Cuenca
  3. Ingapirca
  4. De bus naar Riobamba
  5. #644: Sangay
  6. Markt in Guamote
  7. #645: Quito
  8. Zondag in Quito
  9. Naar de Galapagos
  10. Noord-Seymour
  11. Overstekende reuzenschildpadden
  12. Isabela
  13. #646: Galapagos
  14. Terugblik Ecuador 2017
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Eten
    4. Kosten

Route

Toen zo eind jaren ’80, begin jaren ’90 de verre groepsreizen in opkomst kwamen, ging “iedereen” naar Ecuador. Net als met Egypte, dat ik eerder dit jaar pas voor het eerst bezocht, is deze hype destijds aan mij voorbij gegaan. Maar zeker met Quito en de Galapagoseilanden heeft het Zuid-Amerikaanse land twee grote werelderfgoed-troeven in handen (het eerste en tweede werelderfgoed ooit op de Lijst nog wel). Verder is het compact genoeg voor een rustige reis van twee weken.

Voor het vasteland lijkt september een goede reisperiode: weinig regen en een gemiddelde dagtemperatuur van 14 graden (in het hooggelegen Quito) tot 21 graden (in Cuenca in het zuiden). De Galapagoseilanden beloven voor deze periode “bewolkt, droog weer, met een ruwe zee en soms mist”. Gelukkig heb ik nog zeeziekte-tabletjes over van de Azoren…

Het dagprogramma is ongeveer als volgt:

DatumProgrammaVerblijf
16 septemberVlucht Amsterdam – Quito met KL0751 (10.10 – 14.45). Daar overstappen voor de binnenlandse vlucht naar Cuenca met TAME (18.45-19.35). Het is 7 uur vroeger in Ecuador dan in Nederland.Cuenca, Hostal Macondo
17 septemberHistorisch centrum van Cuenca (werelderfgoed #1), een Spaans-koloniale stad in het binnenland omgeven door het Andesgebergte.Cuenca, Hostal Macondo
18 septemberMet openbaar vervoer naar de ruïnes van de oude Incastad Ingapirca.Cuenca, Hostal Macondo
19 septemberMet de bus doorreizen naar Riobamba (4-5 uur).Riobamba, Casa 1881
20 septemberTocht naar het Sangay Nationaal Park (werelderfgoed #2).  Het ligt in de noordelijke Andes, en heeft twee actieve vulkanen en een grote variatie aan planten binnen zijn grenzen.Riobamba, Casa 1881
21 septemberOmgeving van Riobamba, bezoek aan een locale markt of een fietstour.Riobamba, Casa 1881
22 septemberDoorreis naar de hoofdstad Quito met de bus (3 uur).Quito, Casa Gardenia
23 septemberOude centrum van Quito (werelderfgoed #3).Quito, Casa Gardenia
24 septemberNog een dag in Quito, met o.a. diverse musea.Quito, Casa Gardenia
25 septemberVlucht naar de Galapagoseilanden (werelderfgoed #4) met TAME (9.00-11.30). Met openbaar vervoer door naar de havenstad Puerto Ayora.Puerto Ayora, La K-leta Guesthouse
26 septemberDagtocht per boot vanuit Puerto Ayora, bijvoorbeeld naar North Seymour (met fregatvogels en blauwvoetgenten).Puerto Ayora, La K-leta Guesthouse
27 septemberOp eigen gelegenheid het eiland Santa Cruz verkennen, o.a. met reuzenschildpadden.Puerto Ayora, La K-leta Guesthouse
28 septemberDagtocht per boot vanuit Puerto Ayora, bijvoorbeeld naar Bartolomé (met rotsformaties en pinguins).Puerto Ayora, La K-leta Guesthouse
29 septemberTerugvlucht naar Quito, TAME 12.10 – 16.50 uur.Quito, nog te bepalen
30 septemberOchtend nog in Quito.
Terugvlucht met KL0751 om 16.05 uur.
Vliegtuig
1 oktoberAankomst 13.15 uur.Thuis

#643: Cuenca

Wat is het?
Het historisch centrum van Santa Ana de los Ríos de Cuenca (kortweg: Cuenca) is een voorbeeld van een geplande inlandse koloniale stad. Het werd gesticht in 1557 door de Spanjaarden, met als doel er een centrum voor de landbouw van te maken en om de Indianen uit de omgeving te besturen. De stad werd gebouwd op een strategische positie in het hoogland van de Andes tussen Quito en Lima. Aan het eind van de 19e eeuw maakte het een economische bloeiperiode door vanwege de productie van quinine en strooien hoeden.

Deur Nieuwe Kathedraal

Cijfer: 6,5 (Misschien was het sombere weer er debet aan, of dat het zondag was – maar Cuenca kon mij niet echt bekoren. In vergelijking met andere Spaans-koloniale steden is hier veel relatief nieuw, en erg kitsch).

Toegang: Vrijwel alles is gratis te bezoeken.

Hoeveel tijd: Ik heb er zo’n 6 uur rondgelopen, inclusief lunch.

Opvallend: De koloniale Spanjaarden konden wel goed een strak stratenplan neerleggen. De wandeling van mijn hotel naar het centrale plein is dan ook een peulenschil: derde blok links, en dan derde blok rechts. Aan het plein liggen de oude en de nieuwe kathedraal. De laatste is met zijn drie blauw geglazuurde koepels hét kenmerk van de stad. Toen ik gisteravond met het vliegtuig boven de stad vloog, stak deze kathedraal ook al boven alles uit.

Nieuwe Kathedraal, Cuenca

Ik ga de kathedraal ook even binnen, maar daar is net een dienst begonnen en dan mag je geen foto’s maken. Ook de toegang tot het dak is gesloten. Ik houd het dus maar bij een paar foto’s van de buitenkant, waaronder de prachtige hoofdpoort. De kathedraal is trouwens enorm van binnen, en staat vol met tamelijk lelijke beelden van heiligen en pausen. Ook zijn er op de pilaren videoschermen aangebracht zodat de bezoekers de preek goed kunnen volgen. Deze kathedraal stamt uit 1885, maar er is nog 100 jaar nodig geweest om hem af te bouwen.

Gelukkig is het aan de overkant beter: daar staat de oude kathedraal. Nadat de nieuwe kathedraal in gebruik was genomen, werd de oude niet meer gebruikt. Het is nu een museum voor religieuze kunst. Het is veel knusser (alhoewel ook hier de kitsch niet ver weg is). Hier is hout het hoofdmateriaal, waar dat marmer is in de nieuwe kathedraal.

IMG_0013

Preekgestoelte in de oude kathedraal

Vervolgens loop ik verder naar het oosten, over de Calle Larga. Aan deze straat liggen nog een paar historische gebouwen. De mooiste is het Museo Remigio Crespo Toral. Dit was het huis van een bekende dichter, dat pas recent is gerenoveerd. Het laat zien hoe de welgestelden van Cuenca aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw leefden. Ze gingen ook nogal graag naar Parijs, en namen van daar de laatste mode over in kleding en meubilair.

Nog een heel stuk verder naar het oosten, als je verder loopt over het fietspad langs de Tomebamba-rivier, liggen de ruïnes van Pumapongo. Alhoewel Cuenca door de Spanjaarden op een “leeg” stuk land werd gebouwd, waren er twee kilometer verderop de overblijfselen van een oude Inca-stad. Deze stad was al verlaten voordat de Spanjaarden kwamen. Opgravingen hebben het nu weer aardig aan de oppervlakte gebracht. Zo is er een kanaal (met “Inca-bad”), zijn er landbouwterrassen en een heiligdom gevonden.

Ruines van Pumapongo

Ruïnes van Pumapongo, dit gedeelte was een soort klooster

Het is de hele ochtend al bewolkt en af en toe miezert het. Rond lunchtijd valt de regen echter met bakken uit de hemel. Telkens schuilend onder afdakjes loop ik snel terug van de ruïnes naar het stadscentrum. Ik blijf nog een tijdje in de nieuwe kathedraal, waar inmiddels weer een nieuwe dienst begonnen is (er zijn er op zondag een stuk of 5). Na afloop worden we met z’n allen de kerk uitgejaagd, hij gaat blijkbaar een tijdje dicht voor de lunch.

Aan de zijkant van de kathedraal ligt een Carmelitessenklooster. De nonnen hier leven volledig van de buitenwereld afgesloten. Tegen hun klooster aan ligt een intrigerend kapelletje, waar velen na een bezoek aan de kathedraal ook nog even naar binnen gaan.

IMG_0103

Ingapirca

In Ingapirca, wat “Muur van de Inca’s” betekent, liggen de grootste Inca-ruïnes van Ecuador. Vanaf mijn standplaats Cuenca is het ongeveer 75 kilometer rijden naar Ingapirca. Ik ga met de lokale bus, die om 9 uur ’s ochtends helemaal doorrijdt naar de ruïnes. Er zitten dan ook een stuk of 8 andere Europese toeristen in de bus. En nog heel veel “gewone” mensen, die onderweg in- of uitstappen. Een groot deel van de rit moeten mensen zelfs staan in het gangpad.

De busrit neemt 2 uur in beslag. Onderweg is het weer zachtjes gaan regenen, net als gisteren. Het weer bij Ingapirca schijnt sowieso heel veranderlijk te zijn, dus ik had al een regendicht jack meegenomen. De ruïnes liggen op een soort plateau, waar de bus via diverse haarspeldbochten naar toe moet rijden.

Ze zijn op heel wat bezoekers berekend bij Ingapirca. Er is een groot parkeerterrein en een bezoekerscentrum. Bij de entreeprijs inbegrepen is een rondleiding door een gids. Vooraf had ik gelezen dat de toegang 6 dollar kost, maar om de een of andere reden hoef ik maar 2 dollar te betalen. Misschien omdat het museum gesloten is?

Ingapirca - Rode Engelentrompet

Rode Engelentrompet, met hallucinerende werking

Om 11.20 uur gaan we met de Engelstalige gids het terrein op. Er zijn inmiddels zeker 20 toeristen gearriveerd en het gaat steeds harder regenen. De gids laat zich niet uit het veld slaan en vertelt overal rustig zijn verhaaltje. Het terrein heeft naast de oude stenen ook bijzondere planten en struiken. En er loopt een stel lama’s.

Deze omgeving werd al lang voor de komst van de Inca’s bewoond, en wel door de inheemse Cañari. De Inca’s kwamen uit Peru en probeerden de Cañari te overwinnen. Toen dat niet lukte, leefden ze verder vreedzaam samen. Ingapirca is dan ook een gecombineerde Inca-Cañari vindplaats. De Cañari vereerden de maan, de Inca’s de zon. Resten van de tempel van de maan zijn nog zichtbaar. Net als een Cañari-graf, waarin een hooggeplaatste vrouw was begraven samen met 10 andere mannen en vrouwen. Deze laatsten zouden levend zijn begraven, maar door vooraf verdoofd te zijn via hallucinerende planten was dat volgens onze gids helemaal niet zo erg.

Ingapirca - Cañari begraafplaats

Graf van de Cañari

Van de Inca’s zien we een stukje van hun wegennetwerk. Dit maakt deel uit van het werelderfgoed Qhapaq Nan, dat ik eerder al in Peru heb afgevinkt. Het wegennetwerk van de Inca’s maakte communicatie, handel en transport mogelijk tussen de belangrijkste plaatsen van het Inca-rijk, en het was vooral ook een vertoon van hun macht. Hier bij Ingapirca is het niet al te bijzonder, alhoewel er een wandelroute is van 3 dagen die het oude Inca-pad volgt.

Ingapirca - Inca wegennetwerk

Het indrukwekkendste overblijfsel van Ingapirca is de Tempel van de Zon. Het is een ellipsvormig bouwwerk, gebouwd om een rots heen. Hier zie je de kenmerkende bouwstijl van de Inca’s terug, met de opeengestapelde stenen in verschillende vormen die zonder metselwerk op elkaar blijven liggen (ook tijdens aardbevingen). Je kunt het door de regen niet zo goed zien, maar de meeste stenen hebben een groenige glans door het hoge kopergehalte in het lokale gesteente.

Ingapirca

Na 40 minuten is de rondleiding klaar. Het regent nog steeds, en ik ben inmiddels zo koud en nat dat ik geen zin meer heb om buiten rond te lopen. Gelukkig zijn er bij de ingang een paar eettentjes, waar zelfs de open haard aan is gegaan. Ik bestel er een verwarmende kippensoep. De bus die ons vanochtend weg bracht vertrekt om 13.15 uur weer terug naar Cuenca, en ik ben de eerste die weer aan boord zit.

De bus naar Riobamba

De bus naar Riobamba vertrekt van het grote busstation van Cuenca, daar waar ik gisteren ook al was voor de bus naar Ingapirca. Toen had ik ook al een kaartje voor vandaag gekocht: voor 8 dollar heb ik een zitplaats in de bus van 9.40 uur met de busmaatschappij Patria. Er gaan gedurende de dag nog veel meer bussen van verschillende maatschappijen. Op het busstation zijn de nodige snacks te koop, en ik sla 2 verse broodjes in voor het geval de bus niet stopt voor de lunch. Om bij de bus te komen moet je voor 0,10 dollar een soort perronkaartje kopen. Dat kan bij de blauwe automaat hiernaast, en daarna mag je door het draaihek lopen.

IMG_0179

Ik had toen ik het buskaartje kocht geen idee van de verschillen tussen de busmaatschappijen. Aan de bussen die geparkeerd staan lijkt er niet veel onderscheid in comfort te zijn. De ene bus stopt waarschijnlijk wel vaker dan de andere. ‘Mijn’ bus is bij vertrek nagenoeg leeg, en dat noopt de keurig in pak met stropdas gestoken chauffeur en bijrijder tot langzaam rijden langs allerlei op- en afritten, in de hoop dat er nog iemand mee wil naar Riobamba of Quito (de eindbestemming). Als we bij het busstationnetje van Azogues stoppen, waar ik gisteren ook al was onderweg naar Ingapirca, weet ik al genoeg: dit wordt een lange zit!

IMG_0184

Al binnen het uur krijgen we twee verkopers in de bus. De eerste heeft naast een zielig verhaal ook nootjes in de aanbieding. Maar deze vrouw pakt helemaal uit, ze geeft een ‘show’ weg van minstens 20 minuten. Ik kan het maar half verstaan, maar ze heeft een artiestennaam en doet allerlei goocheltrucs met een touw. Er is zelfs sprake van publieksparticipatie als ze een mannelijke passagier naar voren haalt om haar te assisteren. Verder geeft ze tips over gezond eten (broccoli is goed geloof ik). En natuurlijk gaat het ook bij haar over gezondheid: haar baby is ziek, zij en de baby hebben beiden diabetes en ze hebben veel te danken aan Duitse artsen die het land komen bezoeken. Maar ziek zijn is zo duur! Ook elders in Zuid-Amerika kom je dit soort bus-bedelaars tegen, en het verbaast me altijd dat de lokale bevolking geïnteresseerd toehoort en ook geld geeft als aan het eind met de pet wordt rond gegaan.

De eerste drie uur van de rit zijn uitgesproken saai, en dat niet alleen omdat ik het meeste gisteren al gezien heb. Gelukkig is het vandaag trouwens wel stralend zonnig weer. Pas als we in de provincie Chimborazo komen wordt het echt de moeite waard om naar buiten te kijken. Het landschap is groen, met steeds steiler wordende bergen. Er zijn nauwelijks plaatsjes meer om te stoppen, dus de buschauffeur geeft ook eindelijk eens goed gas. We rijden o.a. langs de rand van het Sangay Nationaal Park, een werelderfgoed waar ik morgen naar toe ga.

De bus doet uiteindelijk 6 uur over de 254 kilometer over de Panamericana tussen Cuenca en Riobamba. Gestopt voor lunch of toiletbezoek wordt er niet, dus je moet je zelf maar redden. Als we bij een benzinestation stoppen om te tanken zien een medereiziger en ik de kans schoon om in de winkel te kijken of er iets te eten valt te kopen. Helaas hebben ze alleen maar chips en koekjes. De buschauffeur claxonneert ook al snel dat we weer naar binnen moeten komen. Ik kan nog net deze slapende hond op de foto zetten, één van de vele langs de weg in Ecuador (je ziet ook veel doodgereden honden).

IMG_0208

#644: Sangay

Wat is het?
Het Nationaal Park Sangay omvat twee actieve vulkanen en één gedoofde. Het omliggende natuurgebied, dat zich uitstrekt van 900 tot 5319 meter hoogte, kent 327 meren. Verder zijn er gletsjers en heeft het tropisch regenwoud. Het park ligt in het Andesgebergte en heeft relatief weinig menselijke invloed gekend. Door zijn geïsoleerde ligging leeft er een rijkdom aan beschermde diersoorten zoals de bergtapir, de brilbeer en de jaguar.

IMG_0240

Cijfer: 7 (Het is een erg mooie en rustige omgeving, met een verscheidenheid aan landschappen. Helaas heb ik maar een fractie van het park kunnen zien, en bleven de vulkanen meestentijds verstopt achter de wolken).

Toegang: Omdat we het park via de openbare weg bezochten, hoefden we geen toegang tot het nationaal park te betalen.

Hoeveel tijd: De dagtocht duurde van half 9 tot 4 uur.

Opvallend: Dit park is lastig te bezoeken, en al helemaal op eigen gelegenheid. De schatten (zoals de bijzondere zoogdieren) liggen diep verborgen in het strengst beschermde deel van het park, waar je zelfs via meerdaagse wandeltochten alleen maar in de buurt kunt komen. Maar sinds de jaren ’90 is een hoekje van het park afgesneden door een fel betwiste asfaltweg. Via die weg kom je dus door het park. Ik heb voor vandaag een auto met chauffeur annex Engelstalige gids gehuurd om juist die weg af te rijden.

IMG_0230

Vanaf Riobamba is het zo’n 1,5 uur rijden tot de grens van het park. Gelukkig is het prachtig weer, en ook tot aan het park is er voldoende te zien. Het is een vruchtbaar gebied, en ze verbouwen hier van alles: van aardbeien tot tomaten. Ook zien we met regelmaat een boer met z’n waarschijnlijk enige koe op pad naar de velden.

Sangay staat bekend om zijn vele meren, en een aantal daarvan zijn ons hoofddoel voor vandaag.  We komen eerst bij de meren nabij het dorpje Atillo. Dit zijn een aantal meren die met elkaar verbonden zijn. Er is veel riet langs de kanten. Het water schijnt erg koud te zijn, en ik tel één eend. Deze meren liggen op 3466 meter hoogte.

IMG_0267

Het Zwarte Meer

Een paar kilometer verderop ligt het Zwarte Meer. Zoals de naam al zegt is dit donkerder van kleur, en dieper. Er is een parkeerterrein bij, met een grote afbeelding van Maria. Lokale mensen komen hier om kaarsjes te branden en te offeren. Voor de toeristen is er een kort wandelpad de heuvel op, vanaf waar je een nog mooier zicht hebt op het meer. Ook kun je langs het pad de planten die hier groeien beter bekijken.

Het grootste deel van de dag hebben we de weg voor ons alleen. We komen een enkele keer een regionale bus of een vrachtwagen tegen, maar verder komt hier niemand. De gids zegt dat ook mensen uit de dichtstbijzijnde grote stad Riobamba hier niet vaak komen: die zoeken in hun vrije tijd liever de warmte op in plaats van de gure wind in de bergen.

IMG_0304

Twee gieren onderweg

Na de meren rijden we door tot het gehucht 9 de Octubre. Dit stuk valt nog wel binnen het nationaal park, maar eigenlijk buiten het werelderfgoed. Je daalt hier snel af, en ziet het landschap snel veranderen. Het gras en het riet maakt plaats voor tropisch regenwoud. Dieren zien we niet, behalve een stel gieren dat zich aan de kant van de weg te goed doet aan een dood iets. Ondanks dat we er met de auto pal naast stoppen, laten ze zich niet afleiden. Volgens de gids worden de bergtapirs, één van de kenmerkende soorten van Sangay, wel eens langs deze weg waargenomen. Er staan zelfs borden langs de kant “let op: overstekende bergtapirs”.

Iets verderop eten we onze picknicklunch bij een uitkijkpunt. Je zou hier de vulkanen moeten kunnen zien, maar zo midden op de dag is het veel te heiig. Na de lunch moeten we dezelfde weg terugrijden. Pas buiten het park, niet al te ver van Riobamba, laat één van de met sneeuw bedekte vulkanen zich even zien.

IMG_0330

Markt in Guamote

Elke donderdagochtend is er een grote markt in het dorpje Guamote, zo’n 50 kilometer ten zuiden van Riobamba. Alle bussen in het centrum van Riobamba lijken dan naar Guamote te gaan, en het kost mij dan ook maar een paar minuten een zitplaats te bemachtigen. Na een uurtje rijden worden we er langs de kant van de weg uitgezet; dit is Guamote, maar nog geen zicht op een markt. Ik volg een aantal inheems geklede vrouwtjes uit de bus verder het plaatsje in, in de verwachting dat zij ook naar de markt gaan.

IMG_0340

De markt blijkt bovenaan het dorp te zijn. Op 3400 meter hoogte betekent dat nog een hele klim. Ik had de afgelopen dagen zelfs al licht problemen met de hoogte in Riobamba (2700 meter) – je moet er niet in hetzelfde tempo lopen als in Nederland, anders ben je zo buiten adem…

Het eerste deel van de markt dat ik zie is in een grote markthal. Hier worden vooral groenten verhandeld. Maar er is ook een sectie met kippen en zelfs vis.

IMG_0346

Ook in de straten zijn veel kraampjes. Het hele dorp is eigenlijk een markt. Er wordt veel traditionele kleding verkocht. Eén van de dingen die ik tot nu toe in Ecuador het meest opvallend vind, is dat er nog zo veel mensen in niet-westerse kleding rondlopen. Volgens de statistieken is ‘maar’ 7% van de bevolking van Ecuador van volledig inheemse herkomst (zonder Spaans bloed dus), maar zeker in het zuidoostelijke deel van het land kleden zich veel meer mensen traditioneel. Bij de mannen blijft het meestal beperkt tot een poncho, maar de vrouwen zijn vaak in vol ornaat van kleurrijke rok tot vilten hoed.

IMG_0371

Karakteristieke hoeden te koop

Na een uurtje heb ik de meeste waar wel gezien, en ga ik op zoek naar de dierenmarkt. Deze moet iets aan de rand van het dorp liggen. Ik vraag het twee keer, en beide mannen wijzen me naar een weg vanaf waar “kleine vrachtwagens naar het plein van de dieren rijden”. Het is me niet duidelijk welke voertuigen mensen meenemen, maar ik zie wel veel mensen met dieren lopen en pick-up trucks met dieren in de achterbak. Ik loop de kant op waar ze vandaan komen. Een grootschalige veemarkt is het niet: de mensen kopen hier vaak maar één koe of één biggetje. Of maximaal drie schapen.

IMG_0392

De dierenmarkt die ik uiteindelijk vind ligt pal voor de begraafplaats. Hier worden bossen alfalfa verkocht, veevoer. En veel kleine dieren: weer kippen, maar ook cavia’s (populair voedsel hier), eenden, duiven en wat lammetjes. Aan de kant staan eetkraampjes waar je de dieren ook in gefrituurde vorm kunt krijgen.

IMG_0419

#645: Quito

Wat is het?
De Ecuadoraanse hoofdstad Quito kent het best bewaard gebleven historisch centrum van Latijns-Amerika. De stad werd in 1534 door de Spanjaarden gesticht op de ruïnes van een oude Incastad. Het stadsplan uit 1734 is nog onveranderd te herkennen. Haar kunst en architectuur worden gedomineerd door voorbeelden van de Barokschool van Quito, een mix van Europese (Spaanse, Italiaanse, Vlaamse), Moorse en inheemse invloeden.

IMG_0571

Cijfer: 7,5 (Het oude centrum van Quito is een gezellig en compact gebied waar je te voet vele kleine musea en vooral grote kerken kunt bezoeken. De religieuze kunst wordt op een bepaald moment wel een beetje veel, en ik kan ook niet zeggen dat ik al die goudverf net zo mooi vind als de Ecuadoranen.).

Toegang: Voor de meest monumentale kerken betaal je een paar dollar toegang per keer, net als voor de musea. Op sommige plaatsen hebben ze zelfs speciale prijzen voor buitenlanders, die betalen dan het dubbele van Ecuadoranen. Je krijgt er trouwens wel schitterende entreekaartjes voor, dat zie je tegenwoordig niet meer zoveel. Enkele kerken worden als museum gezien – daar moet je entree betalen en mag je niet fotograferen. Bij de andere kerken is dat beide niet het geval.

Hoeveel tijd: Een volle dag heb je hier wel nodig. Door de grote hoogteverschillen in de stad is het ook vermoeiend lopen.

Opvallend: Ik ‘doe’ het oude centrum van Quito aan de hand van een stadswandeling uit de Lonely Planet reisgids, die ik heb uitgeprint. Het is weer stralend weer, en om de feestvreugde te verhogen stuit ik op de hoek van de straat van mijn hotel meteen op een processie. Er loopt een man voorop die op iedere straathoek een vuurpijl afsteekt….

IMG_0522

De wandeling begint op het Plaza Grande, het centrale plein van Quito waaraan de kathedraal en het presidentieel paleis liggen. Gistermiddag toen ik aankwam in Quito ben ik hier ook al geweest, en heb toen de kathedraal van binnen bezocht. Nu loop ik meteen door de hoek om. Nummer 2 op de route is de Jezuïetenkerk. Naar verluidt is dat de mooiste kerk van Quito, en ook hier was ik gisteren al. Je mag er binnen geen foto’s maken, net als in de kathedraal. Waarschijnlijk vanwege de vele originele schilderijen die in beide kerken nog aanwezig zijn. De Jezuïetenkerk is van binnen volledig bedekt met in goud kleur beschilderd houtsnijwerk, geen stukje is onbewerkt gebleven.

Aan de overkant van de straat ligt de Sagrario-kapel: dit is meer een gewone parochiekerk die nog volop in gebruik is. Je hoeft hier dan ook geen entree te betalen. Er zitten wat mensen stil te bidden. Hoewel het niet de mooiste kerk is, zie je hier toch ook goede voorbeelden van het goudkleurige houtsnijwerk, hét handelsmerk van de kunstenaars die hier in de 17de en 18de eeuw actief waren.

IMG_0559

De wandeling gaat verder naar het zuiden. Volgende stop is het Franciscanenklooster. Dit beslaat een gehele zijde van een groot plein. Alleen is dat plein nu voor 80% opgebroken omdat ze in Quito een metro aan het aanleggen zijn. Het moet in 2019 af zijn. Het verpest de aanblik nogal. Maar gelukkig zijn het klooster en de bijbehorende kerk en kapellen van binnen ook erg mooi – wat mij betreft is dit de mooiste complex van Quito. De kerk is wat lichter dan de andere, het goudkleurige houtsnijwerk overheerst niet zo.

Naast de kerk ligt in het voormalige klooster een religieus museum. Religie en kunst waren volledig met elkaar verbonden in het koloniale Quito. Er ontstond hier een eigen stijl – de ‘Quito-school’ – die Europese en inheemse elementen met elkaar verenigde. Ook werden personen meer naturel afgebeeld, met huidkleurige huid, rode wangetjes en blauwe kneuzingen en wonden. Dit is één van de belangrijkste redenen dat de stad een werelderfgoed is geworden. Van die kunst zijn goede voorbeelden te zien in het museum bij het Franciscanenklooster. Ik loop er als enige rond – hoewel er in Quito redelijk veel toeristen rondlopen gaan die de musea blijkbaar niet in.

IMG_0579

Eén van vier altaarstukken uit de 17de eeuw, tentoongesteld in de gangen van het Franciscanenklooster

Op het zuidelijkste punt van de wandelroute ligt het Stadsmuseum. Dit is gehuisvest in een oud ziekenhuis, maar behalve een kapelletje en de kerk is er van dat laatste niets meer over. Het museum laat uiteraard de geschiedenis van de stad Quito zien, maar doet dat vooral door replica’s en informatieborden. Aan de achterkant van het museum kom je uit bij La Ronda, een historische straat met koloniale huizen.

IMG_0592

Ik heb nog niet alle kerken gehad van de grote kloosterordes: de Dominicaner kerk staat nog te wachten. Ook dit is weer een enorm kerkgebouw, en er is net een mis bezig. Deze kerk is niet zo bijzonder van binnen, behalve dan de houten plafonds die beschilderd zijn met Moors-aandoende symbolen en motieven.

De laatste kerk van mijn wandeltocht ligt in het noorden van het oude centrum, niet ver van mijn hotel. Hij is van overal in de stad goed te zien omdat hij én op een heuvel staan én hoge puntige torens heeft. Het is een neogotische kerk, een 20ste-eeuwse toevoeging aan het kerklandschap van Quito. Ook deze is van binnen nogal kaal (in vergelijking met de echt oude kerken dan). Buiten heeft hij waterspuwers in de vorm van inheemse dieren: leguanen, buideldieren en schildpadden.

IMG_0615

Zondag in Quito

Quito is groot genoeg om je nog een dag te vermaken. Niet dat er heel veel bezienswaardigheden zijn buiten de oude stad, maar ik heb toch nog wat gevonden. Op zondag zijn de straten in het centrum autovrij, dus ik moet eerst een eindje lopen voordat ik een taxi kan aanhouden. Mijn eerste doel voor vandaag is de Capilla del Hombre (Kapel van de Mens) en het er naast gelegen Museum Guayasamin. Dit ligt in Bellavista, een redelijk welvarende wijk in het noorden van de stad.

Oswaldo Guayasamin was een Ecuadoraans schilder, en naar verluidt één van de belangrijkste Zuid-Amerikaanse kunstenaars van de 20ste eeuw. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van hem gehoord, maar veel van zijn werk hangt ook in de grote musea in Europa. Toen hij ouder werd speet het hem dat zijn werk niet meer in Ecuador te zien was. Hij bouwde daarom bij zijn huis de “Kapel van de Mens”, om een aantal van zijn grootste werken ten toon te kunnen stellen. De kapel is een strak, grijs gebouw in de vorm van een vulkaan. Vanaf het terras heb je een prachtig uitzicht over de stad.

Ook zijn huis is nu in bezit van een stichting. Het is een prachtig landhuis, zo ingericht alsof hij het gisteren heeft achter gelaten (Guayasamin stierf in 1999). Naast enkele van zijn eigen werken is er een verzameling precolumbiaanse voorwerpen en koloniale kunst te zien. Ook zijn atelier is te bezoeken. Daar kun je aan de hand van een video zien hoe hij te werk ging. Hij maakte veel heel grote schilderijen, dus hij had ook heel grote kwasten!

In de tuin van het huis van Guayasamin

Na het museum loop ik de steile heuvel af naar de grote straat. Hier hoop ik te kunnen lunchen én de volgende stap op mijn dagtocht te nemen: de Hop-on Hop-off bus. Dit is duidelijk een meer moderne buurt dan het centrum van de stad. Ik lunch dan ook bij een heel hippe tent met alleen maar keuze uit gezonde gerechten. Na de lunch ga ik op zoek naar de juiste bushalte – ik moet bij de botanische tuin zijn. Het blijkt vlakbij te zijn en ik vind het meteen. Ik moet nog 3 kwartier wachten op de volgende bus, dus ik maak maar een rondje door het er naast gelegen park. Dit is op zondag het terrein van relaxende inwoners van Quito. Je kunt er fietsen, hardlopen, maar ook een beetje op het gras liggen. Ook zijn er allerlei eettentjes.

IMG_0648

Als de dubbeldekker bus van Tour Quito arriveert kan ik makkelijk nog een plekje op het bovenste, open dek bemachtigen. Er zijn maar heel weinig passagiers – voor Ecuadorse begrippen is het met een dagkaart van 15 dollar best duur. In het museum vanochtend waren de bezoekers wel meest Ecuadoranen. Op zondag is het museum voor hen gratis, buitenlanders moeten gewoon de standaardprijs van 8 dollar betalen!

De bus rijdt weer richting het oude centrum, terug naar waar ik deze ochtend vandaan kwam. Er staat een bandje aan met uitleg in het Engels en Spaans, zo leer je nog wat over de stad. Er wonen 2,2 miljoen inwoners – daarmee is het de tweede stad van Ecuador (na Guayaquil). We zien nog wat meer parken en standbeelden, maar pas in het centrum wordt het weer echt mooi. Het is wel fijn om dit keer de steile straten niet te voet te hoeven doen. Vanaf het bovendek vallen ook de balkons met bloemen meer op dan als je op straat loopt.

IMG_0664

De steile straten van de binnenstad

De belangrijkste reden dat ik deze bustour wilde doen was omdat hij naar El Panecillo gaat, een heuvel iets boven de stad. Daar is een goed uitkijkpunt. De bus stopt er dan ook een half uur om iedereen foto’s te laten maken. Het is toeristische plek, met weer allemaal kraampjes en verkopers. En een enorm beeld van aluminium…

IMG_0710

Het uitzicht over Quito is hier inderdaad erg goed. Vooraan ligt het oude centrum, met het strakke Spaans-koloniale stratenplan. En de vele witte kerken en kloosters. De kerktorens zijn nog de hoogste punten. Verderop, diep de vallei in en tegen de heuvels aan, liggen de andere wijken. Het moderne deel waar ik vanochtend was, met veel flats. En de armere wijken met felgekleurde huisjes.

IMG_0760

Naar de Galapagos

Ik ben ’s ochtends om half 7 al helemaal zenuwachtig, hoop dat alles goed gaat en ik aan het einde van de ochtend voet aan de grond zet op de Galapagos-eilanden. De taxi naar het vliegveld had ik gisteren al een half uur vervroegd, en ik kijk elk uur in mijn mail om te zien of de luchtvaartmaatschappij TAME geen schemawijziging of annulering aankondigt (dat deden ze wel aan het begin van mijn trip, voor de vlucht van Quito naar Cuenca). Je krijgt niet zomaar weer de kans naar de Galapagos te gaan.

Eenmaal aangekomen op het overzichtelijke vliegveld van Quito blijkt er natuurlijk niks aan de hand te zijn. De reizigers naar de Galapagos moeten wel een aantal speciale handelingen verrichten: zo moet er een soort entreebewijs gekocht worden voor 20 dollar, en worden de tassen onderzocht op etenswaren en andere resten die de unieke flora en fauna van de Galapagos kunnen bedreigen. Ook zie ik nu pas dat mijn vlucht nog een tussenstop maakt in de havenstad Guayaquil – ik vond drie uur vliegen voor 1000 kilometer ook al wat lang.

IMG_0767

Het vliegtuig landt op het eiland Baltra. Dit is een Amerikaanse luchtmachtbasis geweest, en ik denk dat ze het daarna maar opgegeven hebben met het natuurbehoud. Nu is het één van de twee grotere luchthavens op de Galapagos. Verder is er niets.

Bij aankomst moet je nog eens 100 dollar betalen, dat is een bijdrage aan het behoud van de eilanden. Hier bij de uitgang worden de cruisepassagiers van de zelfstandig reizenden gescheiden. Ik stap in de lokale bus die me eerst in een minuut of 10 naar de veerboot brengt die vaart tussen de eilanden Baltra en Santa Cruz.

IMG_0771

Ook aan de andere kant van het “kanaal” staan de bussen al klaar

Aan de andere kant staat ook al weer netjes een bus te wachten. Die brengt mij, een groot aantal lokale mensen en wat andere toeristen naar de plaats Puerto Ayora. Hier ga ik 4 nachten verblijven. Het is een havenstadje van waaruit je dagtochten per boot kunt maken naar andere, vaak onbewoonde eilanden. En verder is het een toeristenoord, ik heb lang niet meer zoveel souvenirwinkels en restaurants bij elkaar gezien. Ik ga me er eerst maar eens te goed doen aan een lunch van gegrilde garnalen.

Na mijn spullen in het geboekte appartement te hebben achtergelaten ga ik meteen wat van de omgeving bekijken. Op loopafstand van het plaatsje ligt het Charles Darwin onderzoekscentrum. Daar hebben ze een broedprogramma voor reuzenschildpadden. De weg er naar toe is al interessant genoeg, ik zie mijn eerste grote vogels. Zoals het de dieren op de Galapagoseilanden betuigt laten ze zich niet afschrikken door mensen. Ik heb nog wel mijn nieuwe camera mee met grote zoomlens, maar je kunt je camera rustig voor de snavel van de vogels houden – het maakt ze niks uit.

IMG_0789

Albatros

Bij het onderzoekscentrum is een wandeling uitgezet van ongeveer een uur die je langs de schildpadden brengt. Het is een woestijnachtig gebied, met veel grote cactussen. Tussen de struiken zie en hoor je veel kleine vogels. Vanochtend in het vliegtuig heb ik een boek gelezen over de dieren van de Galapagos. Het bijzondere is dat er geen grote verscheidenheid is, maar dat wel een groot deel van de soorten alleen hier voor komt.

Reuzenschildpadden komen op een aantal eilanden nog in het wild voor, maar ze waren bijna uitgestorven. In dit broedcentrum ‘kweken’ ze vele schildpadjes die uitgroeien tot reuzen. Je ziet ze in groepen van dezelfde leeftijd bij elkaar. De echte reuzen zijn natuurlijk het meest interessant.

IMG_0809

Er lopen deze middag zeker wel 100 mensen het rondje over het terrein van het onderzoekscentrum. Je ziet veel toeristen in groepen, vast als opwarmertje hier aan het begin van hun cruise.

Er is ook een cafetaria op het terrein. Terwijl ik geniet van een fruitijsje probeer ik nog wat meer foto’s van vogels te maken. Voor iemand met een lichte vogelfobie zoals ik valt dat nog niet mee. De kleine vogels eten gezellig mee bij de cafetaria, komen aan tafel zitten en vliegen soms recht op je af. Vooral de zwarte vogeltjes zijn bijna niet weg te slaan.

IMG_0875

Op de terugweg naar de stad loop ik eerst langs het strand, waar ik meteen een felrode krab en een grote lavagrijze hagedis (een dier met een hele goede schutkleur) op de foto kan zetten. Bij de vismarkt even verderop staat een groep toeristen niet alleen de visverkoopsters te fotograferen, maar vooral ook de zeeleeuw die achter hen rustig afwacht of er voor hem nog iets over blijft. Zo heb ik in één middag al heel wat van de diersoorten die voorkomen op de Galapagos kunnen afvinken.

IMG_0910

Aandachtige bezoeker van de vismarkt

Noord-Seymour

Noord-Seymour is één van de onbewoonde eilanden in de Galapagos-archipel die je met een dagtour vanuit Puerto Ayora kunt bezoeken. Het ligt iets ten noorden van het vliegveldeiland Baltra. Het is het eerste van twee dagtours die ik gepland heb om de eilanden beter te leren kennen. Dus om kwart over 8 stap ik deze ochtend in het busje dat me komt halen. Er is een internationaal gezelschap verzameld, samen in totaal 16 reizigers, dat mee gaat vandaag. We moeten eerst weer het hele eiland Santa Cruz doorkruisen met de bus, voordat we bij de pont naar Baltra aan boord kunnen.

IMG_0919

Onze boot valt zeker niet tegen: hij heeft voldoende zitplaatsen binnen en een toilet. Het leukste is natuurlijk om buiten op het dek te zitten. Dat doe ik ook, maar de zon schijnt al weer fel gecombineerd met een frisse wind. De boottocht naar Seymour duurt slechts 45 minuten. Onderweg zien we nog wat andere van de Galapagos-eilanden, die niet meer dan een piek zijn die boven het water uitsteekt.

Omdat het voor de kust te ondiep is, gooit de boot het anker wat verderop uit. Met rubberbootjes worden we dan op Noord-Seymour afgezet. Bij de eerste stappen weet je het al: er zijn hier enorm veel vogels. Vooral de fregatvogels, die een spanwijdte hebben van 2 meter, scheren over de hoofden van de bezoekers. Op dit droge eiland met lage begroeiing nestelen de bekendste van de vogels van de Galapagos: de blauwvoetgent en de fregatvogel.

IMG_0962

Verzameling fregatvogels

Er is een wandelroute uitgezet over het minder dan 2 vierkante kilometer kleine eiland. De gids waarschuwt dat we op het pad moeten blijven, anders sta je zo ergens op een vogelei. Je moet ‘officieel’ ook 2 meter afstand houden van de vogels, maar daar trekken de beesten zich zelf niets van aan. Regelmatig zit er één midden op het pad of hipt naar ons toe om de bezoekers wat nader te bekijken.

De mannelijke fregatvogels staan bekend om hun rode keelzak onder hun kin, die ze kunnen opblazen om de aandacht van de vrouwtjes te trekken. Ze broeden hier het hele jaar door. We zien er heel veel, maar slechts weinigen blazen hun keelzak echt mooi op.

IMG_0980

Het leukste onderweg zijn wel de vele jonkies, zowel van de fregatvogel als de blauwvoetgent. Ze zitten in hun eentje op het nest te wachten tot er eten worden gebracht. Ze zijn nog donzig, maar al best groot. Ook zij schrikken niet van de menselijke bezoekers en hun camera’s.

IMG_0963

De blauwvoetgent is het volgende slachtoffer dat op de foto moet. Zij gebruiken hun felblauwe voeten om de vrouwelijke aandacht te trekken. Dit zijn misschien wel de tamste vogels hier, regelmatig gaan ze fotogeniek op een steen naast het pad zitten.

IMG_1022

Naast de vogels zitten ook hier reptielen. De landleguaan heb ik gisteren ook al in het Darwin onderzoekscentrum gezien, maar hier zijn ze ‘in het wild’. De mannetjes hebben een gele kop, maar tegen het beige gesteente zie je ze bijna niet.

We komen langs het pad nog een paar parkwachters tegen die bezig zijn met een onderzoek of op het eiland ook ratten voorkomen. Tot nu toe is dat niet het geval, maar op buureilanden zitten ze wel. Ze zouden het hele evenwicht verstoren.

IMG_1013

Na een kleine 2 uur gaan we terug naar de boot. Daar wacht een niet al te geslaagde vislunch. Ik eet alleen de rijst en de salade.

We varen door naar een strandje in de buurt, waar we kunnen snorkelen of zonnen. Er zijn hier vele mooie zandstranden, en er is natuurlijk niemand. Onderweg komen we telkens een paar andere dagtochtboten tegen. De gids legt uit dat het zo geregeld is dat de cruiseschepen (met groepen die 4-8 daagse reizen maken per boot) ’s middags aan mogen leggen bij Noord-Seymour, en de dagtochten alleen ’s ochtends.

IMG_1063

Het water is mij te koud om te zwemmen. Een paar tourgenoten gaat toch het water in om te snorkelen, en komen onder andere een schildpad tegen. We kijken nog even bij een paar spelende jonge zeeleeuwen (zeehonden hebben ze hier niet).

Ik lig een tijdje op het zand te zonnen (of te luieren), totdat het na een uur weer tijd is om terug te gaan naar de boot en daarna naar de bus. Om 4 uur word ik keurig weer bij mijn hotel afgeleverd.

Overstekende reuzenschildpadden

Eergisteren heb ik in het Charles Darwin onderzoekscentrum al reuzenschildpadden van alle leeftijden gezien. Maar het is toch leuker om er ook een paar in het wild te gaan zien. Dat kan ook op het eiland Santa Cruz. Ik ga daarvoor naar het schildpadreservaat El Chato. Met de taxi vanuit Puerto Ayora is dat een half uurtje rijden. Langs de grote weg, waar ik al eerder schildpadden in de weilanden heb gezien terwijl ik onderweg was naar de boot, zien we opeens twee schildpadden aan de kant staan. Ik denk nog – ze mogen wel uitkijken. Nou, dat ze dat niet doen blijkt even later als er een reuzenschildpad midden op de hoofdrijbaan aan het kuieren is. En dit is zeker geen rustige weg, veel auto’s, bussen en vrachtverkeer komt langs.

Chato1

Reuzenschildpad steekt de drukste weg van het eiland Santa Cruz over

Een paar minuten later komen we bij een controlepost van het nationaal park, en de taxichauffeur vertelt dat hen er een schildpad op de weg loopt. Ze zullen hem weg gaan halen en ergens anders weer uitzetten.

De rit naar El Chato gaat ondertussen verder over een onverharde weg. In de weilanden er omheen stikt het bijna van de schildpadden. Ik denk dat ze gek zijn op al dat lekkere gras. En hier lopen ze ook op de weg.

Chato2

Mannetje en vrouwtje aan de wandel over een zandweg

El Chato is een deel van het nationaal park waar 5 dollar wordt gevraagd aan bezoekers om op hun terrein reuzenschildpadden te komen bekijken. Ze hebben er een speciaal wandelpad voor uitgezet, dat je zelfstandig mag belopen. Naast de schildpadden zijn er 3 lavatunnels te bezichtigen: ondergrondse holtes gecreëerd door lavastromen. Het landschap is hier veel groener dan aan de kust of op de onbewoonde eilanden van de Galapagos. De man van de kaartjes kijkt eens naar mijn sandalen en vindt dat ik maar een stel rubber laarzen moet pakken – tegen de mieren. De laarzen staan in alle maten klaar.

Op de wandeling kom je ook twee poeltjes tegen. Het mogen dan wel landschildpadden zijn, maar een beetje afkoelen in het water vinden ze ook wel lekker. Verder zit er om de 10 meter of zo wel een schildpad te eten. Als je er aankomt gaan ze niet aan de kant, maar stoppen vaak wel even met gras kauwen om je aan te kijken. Sommige exemplaren blazen ook wat bozig.

Isabela

Mijn geplande dagtour naar het eiland Bartolome is helaas geannuleerd: te weinig deelnemers. Zo tegen eind september loopt het toeristenseizoen hier op z’n eind, hoewel ik het er nog best druk vind. De eigenaar van mijn pension raadt als alternatief aan om naar Isabela te gaan, een eiland dat je zelfstandig via de veerboot kunt bezoeken. Om kwart voor 7 brengt hij me weg naar de haven. Daar blijkt zich op de pier een heel circus voor de vertrekkende veerboten te voltrekken. Het zijn boten van verschillende maatschappijen, en voor het gemak vertrekken ze allemaal op hetzelfde moment.

IMG_1140

Watertaxi’s liggen te wachten in de haven van Puerto Ayora

Om in de verwarring de toeristen op de juiste boot te laten landen, krijgt iedereen een kaartje om zijn nek met daarop de naam van de boot waar hij of zij naar toe moet. Vanaf de pier moet je namelijk eerst een stukje met de watertaxi, omdat de haven te ondiep is voor de veerboten. Niet dat die ‘veerboten’ veel voorstellen – een paar weken geleden zat ik nog op de veerboot van Algeciras naar Ceuta in Spanje, compleet met restaurant en souvenirwinkels. Deze bootjes hebben maar plek voor een man of 20, en zijn gewoon half overdekte speedboten. Je kunt aan de rand zitten op een bankje met een kussen en er is een toilet. Dat is het.

‘Mijn’ boot Mi Sol is volledig gevuld met toeristen. De man van de kaartjes heeft ook een rol plastic zakken bij zich. Hij scheurt er al bij de start vast vier af, zo heeft hij een zakje binnen handbereik mocht iemand misselijk worden. De kans daarop is vrij groot: het bootje stuitert zich twee uur lang een weg over de golven naar het andere eiland. Je zit beneden in een half-afgesloten ruimte, waardoor je niet vooruit kunt kijken en het allemaal maar moet ondergaan. Ik heb vooraf een pilletje tegen zeeziekte genomen en doorsta het prima. De man hoeft uiteindelijk maar 2 zakjes uit te delen aan medepassagiers.

IMG_1151

Zeleeuw slaapt uit in de haven van Isabela

Eenmaal op het eiland Isabela aangekomen moet je eerst een havenbelasting van 10 dollar betalen. Dan ben je vrij zelfstandig het eiland te verkennen. Ik laat me met een taxi een paar kilometer verderop brengen, naar weer een schildpaddenreservaat. Daar ga ik echter niet naar binnen: het is het startpunt van een wandeling langs een aantal meertjes waar je flamingo’s kunt zien.

Het is een leuk vlonderpad, en zoals altijd hier op de Galapagos kun je er wel zeker van zijn dat de benoemde dieren daadwerkelijk aanwezig zijn. In de meertjes zitten in totaal een stuk of 20 flamingo’s. Ze staan een beetje te staan, en wassen vooral hun veren.

IMG_1167

De meren hebben verder nog wat watervogels, en ik zie er mijn eerste zwemmende leguanen. Deze zeeleguanen lijken een hele route te hebben ontwikkeld vanaf het meer, daarna omhoog via het pad en dan de weg oversteken om op het strand te komen. Een stuk of 10 zijn onderweg als ik langsloop, en je moet nog oppassen om op ze te gaan staan.

De zeeleguaan komt alleen voor op de Galapagos: hij haalt als enige hagedissoort zijn voedsel uit de zee. Daarvoor moet hij wel eerst zijn lichaam opwarmen, en dat doet hij door uren te zonnen op het strand en de rotsen. Hier op het strand van Isabela zie je er echt tientallen bij elkaar, een fascinerend gezicht.

IMG_1265

Over het strand loop ik terug naar de haven, het is een prettige wandeling en de stranden zijn hier zo wit en leeg. Bij een tentje neem ik een vers vruchtensap en een plakje cake als alternatieve lunch.

Op de rotsen rond Isabela leven ook pinguïns, ze zwemmen soms zelfs in de haven. Maar waar ik ook kijk, geen spoor van deze beestjes. Waarschijnlijk moet je toch met een bootje wat verder varen om ze goed te kunnen zien. Tot het tijd is om met de veerboot terug te gaan luier ik nog wat op het strand, waar ik een plekje vindt tussen de zeeleeuwen. Er liggen trouwens nog steeds 3  zeeleeuwen op de bankjes in de haven van Isabela. De toeristen liggen op het zand.

IMG_1315

Baai om te zwemmen en te snorkelen in de buurt van de haven

IMG_1327

Zeeleeuwtje komt aan op het strand

Om 3 uur vertrekt de veerboot terug naar het eiland Santa Cruz. Het is weer hetzelfde spektakel als in de ochtend. Op de boot vraagt de kapitein vrijwilligers om boven te zitten, en die kans neem ik aan. Je zit hier achter de rug van de kapitein, maar wel buiten en je kunt goed om je heen kijken om onderweg nog wat te zien. Het gehobbel is natuurlijk net zo erg als in de ochtend, en het is ook kouder en natter. Het zal toch maar je werk zijn om deze route elke dag af te leggen, je bent helemaal kapot van het gestuiter.

#646: Galapagos

Wat is het?
De Galapagoseilanden en het omliggende zeereservaat kennen een hoge diversiteit aan unieke en inheemse flora en fauna. De archipel van 127 eilanden ligt in de Stille Oceaan, zo’n 1000 kilometer van de kust van Ecuador. De geïsoleerde ligging, vulkanische activiteit en het samenkomen van drie oceaanstromen hebben bijgedragen aan het bijzondere karakter. Het is hier dat in 1835 Charles Darwin de evolutietheorie ontwikkelde.

IMG_1001

Cijfer: 8 (Er zijn eigenlijk 2 dingen die de Galapagoseilanden heel bijzonder maken: de aanwezigheid van dieren die je nergens anders ter wereld vindt (of bijna niet), en het feit dat de dieren heel benaderbaar zijn. Voor mij heeft het echter toch niet de betovering van de jungle, zoals ik die bijvoorbeeld in Guyana, Oeganda, Congo en Peru leerde kennen. Het is meer een bestemming voor waterratten, je kunt overal zwemmen en snorkelen en er zijn de prachtigste witte zandstranden die je alleen hoeft te delen met wat zeeleeuwen of leguanen).

Toegang: De “entree” tot de eilanden kost minimaal 120 dollar. 20 dollar betaal je voordat je op de vlucht naar de Galapagos stapt, en de resterende 100 direct na aankomst. Daarnaast zijn er nog allerlei bijkomende kosten, zo heft het eiland Isabela 10 dollar haventaks, worden de prijzen van de vliegtickets kunstmatig hoog gehouden (ik betaalde 440 dollar voor Quito – Baltra – Quito) en zijn de taxi’s zo aan de prijs dat de eigenaar van mijn pension in Puerto Ayora vertelde dat de chauffeurs soms uit schaamte lagere prijzen vragen dan de vastgestelde. Een dagtour zoals ik die naar Noord-Seymour maakte kost gemiddeld 150 dollar per persoon.

Hoeveel tijd: Ik was er 4 nachten. Dat betekende 3 volle en 2 halve dagen om de eilanden te bekijken. Dat was eigenlijk net iets te weinig, een dag of 2-3 langer geeft je de mogelijkheid om ook als zelfstandig reiziger wat meer variatie aan eilanden te zien. En dan kun je bijvoorbeeld overnachten op Isabela, en hoef je niet twee keer op een dag de zware tocht met de veerboot te doorstaan.

Opvallend: Ik had vooraf de kleurrijke gids Galapagos Wildlife gekocht, waarin de natuur van de eilanden staat beschreven. Het is een boekje met 156 bladzijden, en ook bij het lezen ervan valt al op hoe weinig diversiteit er in het dierenleven op de Galapagoseilanden is. Zelfs als je alleen maar in de buurt van het toeristische kustplaatsje Puerto Ayora zou blijven, zou je al een flinke dwarsdoorsnede kunnen zien.

IMG_0905

Van de in het boek beschreven diersoorten heb ik de volgende kunnen afvinken:

  • Reuzenschildpad (in het wild in El Chato natuurreservaat op Santa Cruz eiland, en “gekweekt” in het Charles Darwin onderzoeksstation op datzelfde eiland)
  • Galapagoslandleguaan (alleen in het onderzoeksstation op Santa Cruz)
  • Zeeleguaan (vooral veel op Isabela, maar ook op Santa Cruz)
  • Lavahagedis (bij bosjes, zowel op Santa Cruz als Isabela)
  • Galapagos zeeleeuw (liggen graag in de havens te zonnen op Santa Cruz en Isabela)
  • Haaien en reuzenmanta’s (iedere avond gratis te zien in het licht van de pier van Puerto Ayora)
  • Blauwvoetgenten (massa’s op Noord-Seymour)
  • Fregatvogels (ook veel op Noord-Seymour, en een paar overvliegende op Isabela)
  • Vele andere, meer ‘gewone’, zeevogels.
  • Flamingo’s (op Isabela)
IMG_0786

En deze krabben zie je ook overal aan de kust…

De belangrijkste gemiste soorten waren:

  • Groene zeeschildpad (wel door anderen gezien tijdens het snorkelen bij Noord-Seymour)
  • Pinguins (helaas werd de tour naar Bartolomé geannuleerd, waar je ze gegarandeerd kunt zien; op Isabela zouden ze ook moeten zitten maar heb ik ze niet gevonden)
  • Galapagos-havik

Terugblik Ecuador 2017

Ecuador is één van de kleinste landen van Zuid-Amerika, en het heeft van alles een beetje: Amazonewoud, Andesgebergte, koloniale steden en zeekust. Ik maakte een rondje van twee weken door de Andes via de hoofdstad Quito naar de Galapagos-eilanden. Het voelt als een iets rijker en beter georganiseerd land dan bekende buur Peru, maar economisch ontlopen de twee elkaar niet zoveel.

Ik vond de Andesregio, met name in de buurt van Riobamba, en de enorme vulkanen erg mooi. Ook bijzonder is het grote aantal inheemse mensen (vooral vrouwen) dat er nog in traditionele kleding rondloopt. Quito is een interessante stad voor een dag of twee, en de Galapagos is vooral vanwege zijn grote vogels en reuzenschildpadden niet te missen.

Wat minder aan Ecuador is het gebrek aan grote precolumbiaanse opgravingen (echt maar een fractie van wat je in Peru ziet), het eten, en het ontbreken van echt bijzondere bezienswaardigheden afgezien van de Galapagos.

Voorbereiding

Voor Ecuador is geen speciale voorbereiding nodig. Ik kocht mijn vliegticket naar de Galapagos zo’n half jaar van tevoren, maar dat is niet echt nodig.

Vervoer

Internationale vluchten
Ik vloog rechtstreeks van Amsterdam naar Quito met KLM, heen in Economy Comfort klasse en terug Business Class. De vlucht gaat op de terugweg via Guayaquil, wat het tot een tocht van 14 uur maakt (anders is het 11 uur). Ik had vooraf 6 afleveringen van Suits gedownload vanaf Netflix, dat maakte het vertier onderweg zeer aangenaam.

Het vliegveld van Quito is relatief klein. De vlucht uit Amsterdam was de enige die landde op dat moment van de dag. Dat betekende ook: snel door de grenscontrole en douane. Voor mijn terugvlucht verbleef ik er nog een paar uurtjes in de Business Class lounge en snackte daar een gratis lunch bij elkaar.

De lounge op het vliegveld van Quito: lunch met cappuccino en belegde broodjes

Binnenlandse vluchten
Mijn eerste ervaring met een binnenlandse vlucht in Ecuador was direct geen beste: bij aankomst vanuit Amsterdam in Quito bleek dat TAME de avondvlucht naar Cuenca had geannuleerd. Ik zou van hen een hotelovernachting in Quito krijgen en dan de volgende ochtend vliegen. Gelukkig zag ik op het bord met vertrekkende vluchten nog een vlucht naar Cuenca staan, met een andere maatschappij. Die zou 2 uur eerder vertrekken dan mijn oorspronkelijke vlucht. Bij het loket van LATAM bleek al snel dat ze ondanks dat het nog maar 1,5 uur tot vertrek was gemakkelijk nog een extra ticket wilden verkopen. 63 USD betalen en het was geregeld.

Uiteindelijk bleek ook deze vlucht maar voor zo’n 30% bezet. De tocht naar Cuenca duurt 45 minuten, maar geeft een mooi uitzicht over het Andeslandschap en scheert onder andere net langs de Cotopaxi-vulkaan (met sneeuwtop). Landen op het vliegveld van Cuenca is ook interessant: dit ligt middenin de dichtbevolkte stad, zodat je bij het aanvliegen zo ongeveer tussen de kerktorens doorvliegt.

Een vergelijkbaar verhaal met TAME had ik bij het vertrek vanaf de Galapagos naar Quito: bij aankomst op het vliegveld bleek de vlucht 4 uur vertraging te hebben. De maatschappij zorgde er dit keer voor dat een selecte groep passagiers werd overgeboekt naar een eerdere vlucht van een andere maatschappij (opnieuw: LATAM).

Bussen
Alle verplaatsingen over land heb ik met de bus gedaan. Hoe dat in Ecuador in zijn werk gaat beschreef ik al hierboven.

In de steden stikt het van de taxi’s. In middelgrote plaatsen zoals Cuenca en Riobamba betaal je slechts 1 dollar voor een ritje, in de grotere 2 á 3 vanwege de langere afstanden.

Cuenca
Hostal Macondo is een rustig pension in een voormalig koloniaal huis. Het is behoorlijk groot, er zijn twee binnenplaatsen waar de kamers omheen liggen. Het ligt op loopafstand van het centrum en het busstation. Goed internet op de kamer. Het ontbijt is net als de kamers: eenvoudig maar keurig verzorgd. Naast brood met toebehoren kun je kiezen uit ei, fruitsalade of yoghurt. Je hebt er geen wekker nodig, want elke ochtend stipt om half 7 belt de ontbijtmedewerkster aan bij de voordeur om binnengelaten te worden – en die bel hoor je door het hele pension.


Website: Hostal Macondo
Kosten: 24 EUR per nacht inclusief ontbijt

Riobamba
Casa 1881 is een opgeknapt herenhuis in het wat meer historische gedeelte van de stad Riobamba. Ik had er een kamer met Frans balkon, vanwaar je in de ochtend mooi de vulkaan Chimborazzo kon zien. Het heeft veel meer pretentie dan het vorige hotel, in Cuenca. Zo is er iedere ochtend een uitgebreid gekookt ontbijt van twee gangen. Ze hebben ook een luxe koffiemachine, waar de eigenaar soms goede cappuccino uit kon toveren. Goed internet ook hier. Minpunt is dat het nogal een eind lopen is naar een behoorlijk restaurant (die liggen allemaal in het nieuwere deel van de stad).

Website: Casa 1881
Kosten: 29 EUR per nacht inclusief ontbijt

Quito
Casa Gardenia is een moderne bed&breakfast met 7 kamers in het oude centrum van Quito. De kamer had geen kast, en de wastafel was op de slaapkamer. Opvallend slecht en instabiel internet hier. Ontbijt is een simpel buffetje. Kortom: voor deze prijs had het beter gekund.

Website: Casa Gardenia
Kosten: 92 EUR per nacht inclusief ontbijt

Puerto Ayora
Het K-Leta Guesthouse is een complex met een aantal appartementen in het centrum van Puerto Ayora. Mijn appartement bestond uit een keuken met eettafel, een bank met tafel en een bed (dit alles in één open ruimte) en een aparte badkamer. De eigenaar is een leuke jongen die goed Engels spreekt, en je met van alles kan en wil helpen. ’s Ochtends brengt hij ontbijt op de kamer. Verder staat er altijd koffie en een watertank met drinkwater.

Website: La K-leta Guest House
Kosten: 80 EUR per nacht inclusief ontbijt

Quito
Het Wyndham Garden Quito is een luxe hotel in het moderne deel van Quito. Het ligt op zo’n 20 minuten lopen van grote winkelcentra. Ik had er een extra luxe kamer, met jacuzzi en een bed om in te verdwalen. Hier voor het eerst Engelstalige zenders op TV. En supersnel internet. ’s Ochtends is er een groot ontbijtbuffet.

Website: Wyndham Garden Quito
Kosten: 115 EUR per nacht inclusief ontbijt

Eten

In sommige landen kijk je er elke dag weer naar uit om iets nieuws te proberen bij een leuk restaurantje, in andere is het een zoektocht naar iets acceptabels omdat je toch wat moet eten. Ecuador valt duidelijk in de laatste categorie. Er zijn niet veel ‘echte’ restaurants, de Ecuadoranen gaan zelf het liefst bij een soort snackbars eten waar ze gegrilde kip met friet hebben.

Ontbijt
Bij het ontbijt kreeg ik bijna overal hetzelfde: toast, iets met ei, fruitsalade, koffie en vruchtensap. Ik verlangde op het laatst wel naar een ontbijtbuffet waarbij je zelf mag kiezen.

Lunch
Iets waar ze wel goed in zijn in Ecuador is vruchtensappen creëren. Je kunt ze overal makkelijk in een tiental smaken krijgen, en dan vooral met “bijzondere” fruitsoorten uit de Andes als naranjilla (een grote rode bes), mora (zwarte bessen met water en suiker) en de boomtomaat.

Diner
Voor het avondeten zocht ik regelmatig een Mexicaans restaurant op, of een Argentijns-geïnspireerd grillrestaurant. Zo at ik een overheerlijke biefstuk in Quito (30 dollar), en ook echte Ecuadoraanse ceviche in dezelfde stad.

Ecuadoraanse variant van ceviche: in citroen gemarineerde vis, met tomatensaus

Op de andere dagen was het wat worstelen met de Ecuadoraanse of internationale keuken. Zoals met motepillo, een gerecht van gedroogde maïs vermengd met roerei.

Kosten

In Ecuador hebben ze sinds 2000 de Amerikaanse dollar als officieel betaalmiddel ingevoerd. Alleen het kleine muntgeld is Ecuadoraans. Dat heeft positieve gevolgen voor de economie gehad, maar zorgt er ook voor dat het er niet echt goedkoop is. Op de Galapagos en in Quito kom je al snel voor bijna-Europese prijzen te staan. Voor het avondeten plus drankje was ik daar eigenlijk altijd wel meer dan 20 dollar kwijt. In “het binnenland” (Riobamba, Cuenca) was het wel een stuk goedkoper.

In totaal gaf ik (exclusief de internationale vlucht) 148 EUR per dag uit. Zonder de Galapagos zou dat 111 EUR per dag zijn geweest.

Leave a comment