#633: L’viv
Wat is het?
Het Historisch Centrum van L’viv is een stad van middeleeuwse origine in het westen van Oekraïne. Het verenigt de artistieke tradities vanuit Oost-Europa met die van Duitsland en Italië. L’viv is van oudsher een handelsstad, die lang deel uitmaakte van het koninkrijk Polen (tot 1772) en Oostenrijk-Hongarije (tot 1918). Het trok verschillende bevolkingsgroepen aan die ieder in hun eigen gemeenschappen leefden – van Armeniërs tot joden, en van Oekraïners tot Duitsers en Hongaren.
Cijfer: 7,5 (L’viv is inderdaad nogal een mix van verschillende bouwstijlen en religieuze tradities. Veel van wat je nu ziet dateert van rond 1900, er is ook veel Art Nouveau. Echt uitzonderlijke hoogtepunten zijn er niet, maar er is veel bezienswaardigs voor een kort bezoek.).
Toegang: L’viv is een bijzonder goedkope stad. Rondlopen door de stad kost sowieso niets, maar daar waar je geacht wordt iets te betalen is dat erg weinig voor Westeuropese begrippen. In de Armeense kathedraal betaalde ik 5 grivna (0,15 EUR) om foto’s te mogen maken. De entree tot het Oekraiens museum kost 90 grivna (2,70 EUR).
Hoeveel tijd: Ik ben er anderhalve dag geweest. Het is ook een gezellige stad om te overnachten en wat te eten en drinken op één van de vele terrassen.
Opvallend: Mijn eerste rondje door het centrum deed ik zaterdagmiddag, direct na aankomst per vliegtuig uit Wenen. De Boim Kapel is net als het Zwarte Huis opvallend zwart. Het is een grafkapel uit de 17e eeuw, met decoraties van zwart marmer en ook het effect van rook en vuil door de eeuwen heen heeft zijn werk gedaan.
Op zondag werkte ik gestructureerd de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad af. Ik startte in de voormalige Armeense wijk, net iets ten noorden van het centrale plein. Van de buurt is niet veel meer over, maar de Armeense kathedraal staat er nog in volle glorie. Hij is tegenwoordig van de Armeens-Apostolische Kerk, nadat onder het Sovjet-regime de Armeense kerk decennia lang verboden was.
Het meeste van wat je nu ziet is vrij nieuw, uit het begin van de 20e eeuw. De felgekleurde muurschilderingen zijn het opvallendst. Door de lichtinval heeft het interieur een mysterieuze sfeer.
Wat verder naar het noorden ligt de Opera, een neo-renaissancistisch bouwwerk uit 1901 dat ook in Parijs niet zou misstaan. Vlakbij ligt het Andrey Sheptytsky Nationaal Museum. Daar zijn ze het communistische handboek voor musea nog niet vergeten. In iedere zaal zit een streng kijkend oud vrouwtje op een stoel. Het grootste deel van de collectie bestaat uit iconen die vanuit kerken uit de regio L’viv naar hier zijn verplaatst. Er zijn zelfs enkele volledige iconostasen (volledige wanden samengesteld uit iconen, die het allerheiligste afschermen van het gewone volk).
Vervolgens loop ik verder langs de koopmanshuizen van het centrale plein. Op de binnenplaats van één daarvan ligt “de Italiaanse binnenplaats”. Ook hier moet je een klein beetje entree betalen. Maar het is dan wel het meest romantische plekje van de stad, waar fotografen druk bezig zijn bruidspaartjes te vereeuwigen.
In het zuidoosten van het centrum ligt de voormalige synagoge (alleen wat ruïnes zijn over) en de Grieks-katholieke Bernardijnenkerk met zijn vestingwerken. Hier stop ik ook voor lunch: forel met brood is de specialiteit.
Na een siësta in het hotel liep ik naar het tweede deel van het werelderfgoed: de Sint-Joris Kathedraal, een kilometer of twee buiten het centrum. Het is de hoofdkerk van de Oekraïens-katholieke kerk. Het gele gebouw in barok- en rococostijl ligt op een heuvel. Het is er druk als ik aankom: er is net een trouwerij aan de gang. Blijkbaar is zondag een populaire dag om te trouwen in Oekraïne, want het volgende bruidspaar staat al voor de deur te wachten.
Via een zijingang kan ik toch even binnen kijken. Net als in de andere kerken die ik bezocht in L’viv vallen de vele vaandels op. En altijd maar weer de afbeeldingen van de Heilige Joris die een draak doodt – hij lijkt de meest populaire heilige hier in de stad.
Zhovkva
Omdat ik nog een halve dag over heb voordat mijn vlucht terug naar Amsterdam (via Wenen) vertrekt, besluit ik die in de omgeving van L’viv door te brengen. Er staat nog een houten kerkje op de Werelderfgoedlijst in Zhovkva: één uit een serie van zestien, waarvan ik er vorig jaar al zes heb gezien in het nabijgelegen deel van Polen. Niet echt nodig voor een ‘vinkje’, maar ik ben wel de eerste van ons gezelschap die één van de Oekraïense kerkjes gaat bezoeken. En het is een mooi excuus om wat meer van het Oekraïense platteland te zien.
Via mijn hotel heb ik de avond van tevoren een auto met chauffeur geboekt. Keurig op tijd staat de volgende ochtend een oudere man met een redelijk moderne personenwagen voor de deur. Hij spreekt een beetje Duits. We rijden direct naar Zhovkva, een plaats met 13.000 inwoners. Het ligt zo’n 30 kilometer ten zuiden van L’viv. De straten in L’viv zijn erg slecht, en met de provinciale wegen is het al niet beter gesteld. Volgens de chauffeur is alleen de weg naar Kiev en de weg naar Polen goed. Toen ik zaterdagochtend aankwam per vliegtuig in L’viv viel me ook al op hoeveel onverharde wegen er nog zijn rondom de stad. Het asfalt dat plaatsen verbindt houdt al snel op bij zijstraten waaraan de huizen liggen.
Veel te zien is er onderweg niet. Wat oude fabrieken en wat landbouwgrond. Binnen een half uur zijn we al in Zhovkva. Het werelderfgoed is niet moeilijk te vinden. Ik had voor de zekerheid een printje meegenomen met de naam van de kerk in Oekraïens schrift én een afbeelding waarop de kerk goed herkenbaar is. De chauffeur weet het echter prima te vinden: de houten kerk ligt pal aan de weg vanaf L’viv naar het centrum van Zhovkva. Net als in L’viv zijn er hier ook tweetalige bordjes (in het Oekraïens en Engels) die de bezienswaardigheden aangeven.
Van mijn eerdere bezoeken aan de Poolse soortgenoten van deze houten kerken weet ik dat het twijfelachtig is of je er ook naar binnen kunt. Soms is er een telefoonnummer geprikt op de voordeur, het nummer van de koster die je kunt bellen met de vraag of hij langskomt met de sleutel. Maar hier in Zhovkva heb ik geluk: er gaat net een man naar binnen, en ik kan zo achter hem aan.
De kerk dateert uit 1720. De goudkleurige iconostase heeft nog een stuk of 50 iconen uit diezelfde beginperiode. Erg indrukwekkend. Verder is het net een kleine Scandinavische blokhut, waar niet heel veel kerkgangers in passen. De muren hangen vol met religieuze schilderijen. Daar tussen hangt ook de oorkonde voor de inscriptie op de Werelderfgoedlijst. De pastoor komt ook nog even gedag zeggen. Net als vele anderen die ik de afgelopen dagen heb ontmoet denkt hij dat ik Pools ben – daar komen de meeste buitenlandse toeristen vandaan. Een andere taal spreekt hij niet, alleen het Oostenrijkse “Grüss Gott” kent hij.
Ik loop nog een rondje om de kerk heen. Het bestaat uit drie houten koepels, met dakpannen van hout. Alleen een origineel bijgebouw is van steen. Met 20 minuten heb ik het allemaal wel gezien.
In Zhovkva hebben ze ook nog een oud kasteel, en de chauffeur stelt voor daar ook nog even langs te rijden. Het kasteel stamt uit de 17e eeuw. Veel meer dan één lange façade lijkt er niet van over te zijn. Het is ook gesloten: misschien omdat het maandag is, of omdat ze bezig zijn het te restaureren.
Het kasteel ligt aan het grote marktplein, net als de overige belangrijke gebouwen van de stad. Natuurlijk zijn er weer een paar kerken (heel populair in Oekraïne sinds de val van het communisme), maar ook een winkelgalerij en het stadhuis. Een man (een gemeenteambtenaar?) stapt op me af als hij me ziet kijken en nodigt me uit de toren van het stadhuis te beklimmen. En er is zelfs een gemeentemuseum! Veel zin heb ik daar niet in, dus ik keer terug naar het parkeerterrein voor het kasteel waar mijn privé-chauffeur van de dag alweer staat te wachten.









Leave a comment