- Programma
- Eerste dag in Luxor
- #628: het Oude Thebe
- Langzaam over de Nijl
- El Kab en Edfu
- Ontmoeting met de grote cruiseschepen
- Kamelen en een markt
- #629: Abu Simbel
- Terugblik Egypte 2017
Programma
Vanaf aanstaande vrijdag maak ik een rustige trip van 10 dagen door het zuiden van Egypte. Iedereen is verbaasd dat ik nog nooit in Egypte ben geweest – het is er nooit van gekomen, altijd was er wel iets: teveel toeristen, niet het meest handige land om alleen te bereizen, grote delen van het jaar veel te warm, opstanden en aanslagen. Ik geloof nu echter het juiste moment tussen relatieve stabiliteit en terugkeer van het massatoerisme te pakken te hebben.
En ik vond een perfecte privé-tour die me comfortabel langs de grote hoogtepunten van deze streek voert. De route telt met het Oude Thebe (nu Luxor) en de Nubische Monumenten tussen Aswan en Abu Simbel twee absolute top-werelderfgoederen, dus ik kijk er erg naar uit. Ook hoop ik hier in het zuiden een vleugje Soedan terug te vinden, als herinnering aan een prachtige reis naar dat land 2,5 jaar geleden. Abu Simbel ligt hemelsbreed maar 40km van de grens met Soedan.
Zelfs in april is het in deze streek al goed warm: ik verwacht temperaturen tussen de 30 en 35 graden. Het dagprogramma is ongeveer als volgt:
| Datum | Programma | Verblijf |
| 14 april | Vlucht Amsterdam – Cairo met EgyptAir MS758 (16.10 – 20.35). Daar visum kopen en overstappen voor de vlucht naar Luxor (23.00-23.59). Er is geen tijdsverschil met Egypte. | Luxor, Iberotel |
| 15 april | Bezoek met gids aan de Westoever van Luxor (WE1), met onder andere Vallei der Koningen (graftomben van enkele farao’s), de Memnon-kolossen, de Vallei der Edelen en de tempel van Ramses III in Medinet Habu. | Luxor, Iberotel |
| 16 april | De tweede dag in Luxor is gewijd aan de oostelijke Nijloever. Daar bezoeken we het tempelcomplex van Karnak. In Luxor zelf is ook nog het een en ander te zien, zoals de Luxor tempel en het Luxor museum. | Luxor, Iberotel |
| 17 april | Start van mijn Nijlcruise op het slechts 6 kamers tellende zeilschip Dahabiya Zekrayaat. Opstappen gebeurt 55km buiten Luxor in Esna. Later op de dag bezoeken we de oude stad El Kab met zijn rotsgraven. De overnachting is bij het Nijleiland El Qusseia. | Nijl Dahabiya Zekrayaat |
| 18 april | De cruise gaat deze dag langs de tempel van Horus in Edfu (een mogelijk toekomstig werelderfgoed). Ook maken we een wandeling langs de Nijloever bij Wadi el Shat. | Nijl Dahabiya Zekrayaat |
| 19 april | Vandaag varen we langs de rotstempel van Horemheb en de dubbeltempel van Kom-Ombo. | Nijl Dahabiya Zekrayaat |
| 20 april | De Nijlcruise vervolgt met bezoeken aan de kamelenmarkt in Daraw en het Nubische dorp Koubania. | Nijl Dahabiya Zekrayaat |
| 21 april | Het schip meert deze ochtend af in Aswan. Daar word ik opgepikt voor de rit van 280km zuidwaarts naar Abu Simbel. In dit dorpje staan twee enorme stenen Egyptische tempels (WE2). | Abu Simbel, Eskaleh Nubian Lodge |
| 22 april | Vroeg in de ochtend nogmaals een bezoek aan Abu Simbel, bij zonsopgang. Daarna 3 uur per auto terug naar Aswan. Daar zijn ook nog diverse hoogtepunten te bekijken, zoals de Philae tempels, het St. Simeon-klooster en het Nubisch museum. | Aswan, Pyramisa Isis Island Resort |
| 23 april | Terugvlucht naar Nederland vanuit Aswan: 5.55 – 15.10 uur, met overstap in Cairo. | Thuis |
Eerste dag in Luxor
Luxor anno 2017 is een stille, stoffige stad. Zand waait door de straten. Langs de kant van de weg staan taxi’s en koetsjes te wachten op klandizie. Die is er weinig. Westerse toeristen komen er nog maar in beperkte mate. De stad is wel populair onder Chinezen, sinds de Chinese president enkele jaren geleden zijn Egyptische ambtsgenoot ontmoette op het binnenterrein van de Tempel van Luxor.
Lusteloos nageroepen door koetsiers en schippers die me naar de andere kant van de Nijl willen brengen loop ik op mijn eerste ochtend in deze stad over de Corniche. Deze boulevard langs de Nijl brengt me van mijn hotel langs de Tempel van Luxor naar het Luxor-museum.
Ondanks mijn late aankomst in de stad gisteravond (eigenlijk vannacht) ben ik al bijtijds onderweg. Voor de openingstijd van het museum (9 uur) ben ik al present. Gelukkig zijn er bankjes om nog wat van het uitzicht te genieten. Er zitten nog twee andere toeristen te wachten. Met hen ben ik vervolgens de enige in het museum. Het is ruim en modern opgezet, en staat vol met topstukken (vooral beelden) die in Luxor gevonden zijn. Wat ik bijzonder vind is dat ze van veel verschillende soorten steen gemaakt zijn, en dus ook verschillende kleuren hebben. Er is zelfs een ebbenhouten beeld dat de tand des tijds heeft doorstaan.
Op mijn wandeling kwam ik nog langs een ander museum, dat ook wordt aangeprezen in mijn reisgids. Het is het mummificatiemuseum. Het gaat dus over het populaire onderwerp “mummies”. Ik stel me er niet teveel van voor, en het is ook niet bijzonder. Alleen leuk als je een keer een gemummificeerde ram en kat wilt zien.
Als ik wat verder door de plaats loop valt op hoeveel zaken er gesloten zijn. Veel reisburootjes zijn dichtgespijkerd. Er zijn ook nog nauwelijks plekken open om wat te eten of te drinken. Ergens in het oude gedeelte van de stad vind ik Sofra, het populairste restaurant van de stad dat nog wel het hoofd boven water lijkt te kunnen houden. Ik eet er gegrild vlees en auberginedip. Met een colaatje en fooi erbij ben ik 6 EUR kwijt.
Na een siësta op mijn frisse kamer komt om 3 uur de gids me halen voor de tour langs de tempels van Luxor en Karnak. De gids is een jonge vrouw, Egyptologe. We gaan met auto met chauffeur eerst naar de tempel van Karnak. Deze ligt een paar kilometer ten noorden van het centrum van Luxor. Voor we het parkeerterrein op mogen rijden wordt de auto door de bewaking eerst gecontroleerd: achterbak open, en met een spiegel wordt er onder de auto gekeken of we geen explosieven bij ons hebben. Het parkeerterrein is verder nagenoeg leeg, dus veel eer valt er voor terroristen niet te behalen.
Karnak is de grootste tempel van Egypte. Niet minder dan 30 farao’s hebben er door de eeuwen heen aan gebouwd. Het was het belangrijkste heiligdom van de oude Egyptenaren. Door de tijd (en vooral de overstromende Nijl) is er nogal wat kapot gegaan uiteraard, en heeft het complex ook zijn kleuren verloren. Toch zijn er nog altijd interessante dingen te zien, met als hoogtepunt de Grote zuilenhal – een bos van dikke zuilen (als bamboeriet), bewerkt met hiëroglyfen. Ook staan er nog twee obelisken overeind. Oorspronkelijk stonden er hier veel meer, maar die zijn in Europa beland (Parijs, Rome).
Onafgemaakte obelisk, Karnak
Grote delen van het complex liggen nog steeds onder de grond, of zijn niet toegankelijk voor het publiek. Dus na anderhalf uur heb ik het wel gezien en trekken we verder naar de Tempel van Luxor. Deze ligt in het centrum van de moderne stad. Eeuwenlang was er overheen gebouwd, zowel de christenen als de moslims die na de oude Egyptenaren hier de macht overnamen hadden niet zoveel met de oude tempels. Midden op het terrein prijkt nog steeds een middeleeuwse moskee.
De toegang tot de Tempel van Luxor gaat via een pad met twee rijen sfinxen langszij. Het tempelcomplex zelf lijkt wel wat op dat van Karnak, maar dan wat kleinschaliger en in betere staat. Vooral de grote beelden van de farao’s hebben ze hier weer op hun plek weten te krijgen. Er wordt nog steeds aan gewerkt om het geheel meer in de oorspronkelijke staat terug te brengen. De wandtekeningen hebben hier ook al een deel van hun kleur terug.
Rij van sfinxen, Luxor-tempel
Beide tempels waren vroeger via een ceremonieel pad met elkaar verbonden (zodat de goden elkaar eens konden bezoeken). Er wordt hard aan gewerkt om ook dat weer in ere te herstellen, zodat je de 3 kilometer tussen Karnak en Luxor te voet af kunt leggen. Volgens mijn gids is het enige dat ontbreekt nog een viaduct.
De zon begint inmiddels onder te gaan, en dat zet de Tempel van Luxor in mooi licht. Het is er wat drukker, ook met lokaal uitziende toeristen (het is immers zaterdag).
Pad van Luxor naar Karnak
#628: het Oude Thebe
Wat is het?
Het Oude Thebe was lange tijd de hoofdstad van het Egyptische Rijk. Thebe was gedurende een nog langere periode ook het religieuze centrum: de god Amon-Ra werd er geëerd. De ene na de andere farao liet hier tempels en graven bouwen, en verfraaide de reeds bestaande bouwwerken door zijn voorgangers te overtreffen in pracht, praal en verering van zichzelf. Het werelderfgoed van Thebe bestaat uit 3 elementen: de tempel van Karnak, de tempel van Luxor en de “dodenstad” aan de overkant van de Nijl.
Cijfer: 8 (Thebe is een soort openluchtmuseum voor het antieke Egypte. Er staat en ligt van alles, deels opgegraven en weer op z’n plaats gezet. De oude Egyptenaren hielden vooral van groot, dus je ziet enorme zuilen, metershoge beelden en schier eindeloze façades. De mooist bewaard gebleven (of gerestaureerde) decoraties met veel kleur en eindeloze reeksen afbeeldingen zijn te vinden in de graven van de Vallei der Koningen.).
Toegang: Voor elke tempel of graf moet je apart betalen. De kosten waren inbegrepen in mijn tour dus ik weet niet precies hoeveel het totaal was. Over het algemeen kostten de kaartjes tussen de 50 en 100 Egyptische pond (2,50 – 5 EUR).
Hoeveel tijd: Ik was 2 volle dagen in Luxor (de hedendaagse naam voor Thebe), en dat was precies goed. Er zijn nog wel meer tempels en graven te zien dan waar ik ben geweest, maar op een gegeven moment wordt het wel meer van hetzelfde. Met een gids maakte ik twee halve dagtochten, en de rest van de tijd keek ik zelf wat rond.
Opvallend: Gisteren ‘deed’ ik al het eerste deel van dit werelderfgoed, de tempels van Luxor en Karnak op de oostelijke Nijloever. Tijdens mijn tweede dag in Luxor ging ik naar de necropolis op de westelijke oever van de Nijl. Ik was onderweg met een chauffeur en een gids, en we moesten eerst de brug oversteken die 20 minuten of zo ten zuiden van Luxor ligt. Het leven aan de “andere” kant van de Nijl bleek meer landelijk. Vooral suikerriet wordt er geoogst.
We maakten de eerste stop bij de Kolossen van Memnon – twee enorme standbeelden die ooit de toegang bewaakten tot weer een groots tempelcomplex. Duitse archeologen zijn hier nog steeds hier aan het graven, en de omtrek van het complex en andere beelden zijn al te zien.
Daarna gingen we naar de Tempel van Habu. Dit was de favoriet van mijn gids, en ik kan gemakkelijk begrijpen waarom want het is de meest intacte exemplaar rondom Luxor. De farao Ramses die dit liet bouwen was vooral trots op zijn overwinningen op vijanden, zoals onder andere blijkt uit afbeeldingen met trossen afgehakte handen (met een schrijver ernaast voor het tellen van de aantallen). De plafonds zijn hier ook goed bewaard gebleven, inclusief hun kleuren. Het enige probleem is dat de vogels veel van de holtes hebben overgenomen die zijn ontstaan door de inkepingen in de zachte zandsteen van de tempel.
Tot slot heb ik nog een aantal graven te gaan. Eerst dat van ene Ramose, een ambtenaar. Hier was ik de enige bezoeker. De graven van de Koningen zijn echter de ware meesterwerken in deze vallei. En dat is waar ze alle toeristen die nog over zijn in Egypte mee naar toe nemen! Er stonden zeker meer dan 100 bussen en auto’s op de parkeerplaats. Ze worden vooral gebruikt om dagjesmensen uit de badplaats Hurghada aan te voeren – zoveel mensen waren er zeker niet in Luxor.
Een toegangsticket hier geeft toegang tot 3 van de graven van de 12 of zo die geopend zijn. Sommige “speciale” graven (zoals die van Toetankhamon) kunnen alleen worden bezocht tegen een extra vergoeding. Op aanbeveling van mijn gids ging ik naar graven nummer 6, 8 en 2. Eén met de langste gang diep in de berg, de andere twee met fantastisch heldere schilderingen. De verlichting binnen is erg goed, dus je kunt echt genieten van alle plaatjes die de oude Egyptenaren op het pleister hebben aangebracht. Fotografie is er verboden dus je moet het zelf gaan zien.
Langzaam over de Nijl
De komende vier dagen zit ik op een schip, een dahabiya om precies te zijn. Dit zijn luxe houten privéschepen die al vanaf de 19e eeuw Europese reizigers in stijl over de Nijl vervoeren. ‘Mijn’ dahabiya heeft zes kamers, waarvan er slechts 4 gevuld zijn. Ik deel het schip met 3 Zuidafrikanen en een Australisch stel. We hebben 10 man personeel, zowel om ons te verzorgen als om het schip varende te houden.
We varen vanaf de sluizen van Esna naar het zuiden, stroomopwaarts. Het schip heeft twee grote zeilen die worden ingezet om ons vooruit te krijgen. Regelmatig echter hebben we hulp nodig van een gemotoriseerd trekbootje dat ons aan een touw voorttrekt.
Ons schip wordt van de kade van Esna getrokken
Vanaf het moment van vertrek om half 11 in de ochtend valt een totale rust over de passagiers. Er is niks anders meer te doen dan ergens op het dek gaan zitten of liggen, in een hangmat of een strandstoel. En af en toe eten wat je voorgeschoteld krijgt. We zijn verreweg het langzaamste schip op de rivier. Het is ook in Egypte vandaag een feestdag, dus er zijn veel mensen aan het zwemmen langs de kant of aan het vissen.
Vrachtvervoer zien we nauwelijks. De Nijl is hier ook niet heel breed. Aan weerskanten glijdt het karakteristieke Egyptische landschap voorbij, met een dunne strook groen langs de rivier en daar direct achter al de woestijn. We varen soms dicht langs het riet, waarin veel vogels een thuis hebben gevonden.
Tegen vijf uur leggen we aan bij onze overnachtingsplaats. Het blijkt een populaire aanlegplek voor dahabiya’s en andere plezierschepen die over de Nijl varen. Met twee ferme ijzers wordt ons schip vastgelegd door de bemanning.
Gelukkig mogen we zelf nog even van de boot af om de benen te strekken. Met de gids van boord maken we een wandeling over het platteland en langs een dorpje. De mensen zijn aan het eind van de middag nog druk aan het werk. Er wordt vooral suikerriet geoogst. Ezeltjes zijn nog volop in gebruik als lastdier, maar er zijn ook tractoren en Indiaas aandoende gemotoriseerde riksja’s. De mensen rijden af en aan om nog voor zonsondergang hun werk op het land af te krijgen.
Hoewel ze hier waarschijnlijk dagelijks toeristen zien worden we toch enthousiast begroet, vooral door de kinderen. Verder dan zwaaien en “Hello” roepen gaat hun toenadering niet. De oudere mensen vinden het ook wel interessant, zo’n voorbijwandelend groepje westerlingen. Je ziet hier in het dorp goed hoe ze via irrigatiekanalen het land vruchtbaar weten te houden. Er groeit van alles, van bananen tot mango’s en van graan tot alfalfa voor de ezeltjes.
Koel water in het dorp
El Kab en Edfu
We zijn een beetje achterop geraakt gisteren, dus deze ochtend vertrekt de dahabiya al om half 6 van zijn ligplaats. Ik ben al een tijdje wakker, en kan vanaf mijn bed via het raam de vissers aan het werk zien. Een fijn begin van de dag.
Vóór het ontbijt gaan we eerst de tombes van El Kab bekijken. We lopen een kwartiertje door een dorp dat al ontwaakt is. Kinderen staan te wachten om ons gevlochten mandjes te verkopen. Wij lopen echter door, het dorp uit, de spoorlijn en de grote weg over naar een heuvel met rotsgraven. Ondanks het vroege tijdstip zijn de kaartjesverkoper en de bewaker met de sleutels al paraat. De vele antieke overblijfselen in Egypte zorgen voor werk voor heel veel mensen.
In de rotswand uitgehouwen liggen hier vier tombes op een rij. De graven zijn leeg en ook de beelden staan niet meer in hun nissen. Wat over is zijn de muurtekeningen, nog aardig goed van kleur.
Op de terugweg naar de boot beklimmen we de muur die de antieke stad van El Kab omringd. De muur zelf is nog helemaal intact, alleen het binnenterrein is op een zwaar vervallen ruïne na helemaal leeg. Het huidige dorp dat naast de muur ligt bestaat uit drie kleurrijke huizen en verder een hoop zand en afval waarin kinderen aan het spelen zijn (ze hebben het mandjesverkopen inmiddels opgegeven).
Eenmaal terug aan boord staat het ontbijt te wachten en gaan de trossen los. De volgende bestemming is Edfu, een stad twee uur stroomopwaarts.
Edfu is met 50.000 inwoners een behoorlijk grote stad. Voor toeristen is het vooral bekend vanwege zijn Horus-tempel, één van de mooiste van het land. Als we aankomen liggen er dan ook al twee grote cruiseschepen aan de kade. Soortgelijke zien we overdag regelmatig voorbijtuffen op het water. Gelukkig staan ze hier in Edfu net op punt van vertrekken, dus we hoeven de plaats niet te delen met tientallen anderen.
Net als in Luxor zijn paardenkoetsjes hier dé vorm van taxi-vervoer. Na wat overleg staan er vier gereed om ons zo’n drie kilometer verderop naar de tempel te brengen. We rijden door het centrum van de stad, dat er niet al te florissant uitziet. Alleen bij de bakker is er bedrijvigheid, een kleine massa verdringt zich om vers bood te bemachtigen. Er is zelfs politie bij aanwezig.
Op het parkeerterrein bij de tempel van Edfu hebben ze speciale overdekte plaatsen voor de paardenkoetsen. Er staan er al een paar, maar verder is het terrein leeg. De souvenirwinkels zijn wel open maar die weten we handig te passeren.
De Horus-tempel dateert van een latere periode dan de tempels die ik de afgelopen dagen heb bezocht. Hij stamt uit de tijd van de Ptolemaërs, Macedonische Grieken die over Egypte heersten. De bouw werd gestart in de derde eeuw voor Christus – hij is daarmee vrij jong voor Egyptische begrippen. Deze tempel is gewijd aan de god Horus, die de kop van een valk heeft. Dat beeld zie je dan ook overal terugkomen op het terrein, onder andere in de granieten beelden van de god die het handelsmerk van de tempel zijn.
Het tempelcomplex zelf is behoorlijk intact. Het is volledig ommuurd, en ook in deze muren zijn tientallen afbeeldingen uitgesneden. Ook het dak is er nog, zodat je meer het gevoel hebt een gebouw binnen te lopen dan een ruïne. Er zijn tientallen ruimtes binnen, die onder andere werden gebruikt als opslagplaatsen voor de erediensten die hier werden gehouden. Er is vrijwel geen centimeter onbedekt gelaten zonder hiëroglyfen, afbeeldingen of schilderingen. De meeste kleur is er echter wel vanaf. Verder zijn de plafonds zwart van de rook van vorige bewoners, en zien duiven het nu als taak de stenen te bevuilen. Er zaten zelfs vleermuizen, daarom hebben ze de toegang tot het dak moeten afsluiten.
Samen met de Australiërs blijf ik twee uur rondkijken bij deze interessante tempel. De Zuidafrikaanse medepassagiers, die reizen met een eigen gids, zijn al eerder terug gegaan naar de boot. Maar de tempel is het waard om op je gemak te bekijken, er zijn zoveel kamers en gangetjes. Ik zie hier ook mijn eerste ‘Nijlometer’, een soort meetlat waarmee ze de waterstand van de rivier de Nijl konden meten.
Ontmoeting met de grote cruiseschepen
We hebben overnacht aan de voet van de steengroeve bij Silsila, die eeuwenlang de hofleverancier van zandstenen blokken voor de grote tempels langs de Nijl was. Hier ligt ook de rotstempel van Horemheb, en die gaan we na het ontbijt het eerst bezoeken. De tempel bestaat uit enkele ruimtes uitgehouwen in de rotsen. Het duizelt je hier van de namen, soms zijn de tempels vernoemd naar de farao die ze gesticht heeft en in andere gevallen naar de god die er vereerd werd. Horemheb was een verder niet al te opvallende farao, het is voor het eerst deze reis dat zijn naam valt.
Hier op de muren is het hiëratische schrift te lezen, een soort verkort hiëroglyphenschrift dat al wat meer weg heeft van letters. Door het nu al hete zand lopen we langs de waterkant verder, want er zijn hier nog meer graven te vinden. Het zijn kleine tombes, vaak alleen voor man en vrouw. Ze hebben allen Nijlzicht.
Aan het eind van het pad komen we aan bij de steengroeve. Je kunt zien dat er hier nette rechthoekige stukken zijn uitgehakt om te verschepen.
De rest van de ochtend worden we weer over de Nijl verder gesleept. De schipper durft het niet meer aan het zeil te hijsen, zo lijkt het. Er is nauwelijks wind en we moeten stroomopwaarts. Het landschap onderweg verandert nauwelijks. Steeds dezelfde strook groen, de vissers, de watervogels. Alleen zie je hier meer naar het zuiden meer rieten hutten voor vissers om in te schuilen.
Na de lunch arriveren we in Kom Ombo. Dit is een wat grotere plaats, waar net als in Edfu gisteren een Ptolemeïsche tempel staat. We leggen aan bij de kade aan de boulevard, en zien direct al twee grote cruiseschepen liggen. Op het tempelterrein zijn we desondanks de eersten. De tempel van Kom Ombo is speciaal omdat het een dubbeltempel is: hij is gewijd aan twee goden, Horus (net als in Edfu) en Sobek.
Horus (links) en Sobek (rechts) naast elkaar
Sobek wordt meestal afgebeeld met de kop van een krokodil als hoofd. In het verleden waren er in dit deel van de Nijl veel krokodillen, en dit is dan ook één van de twee belangrijkste tempels die aan de krokodillengod gewijd zijn. Ze hielden hier zelfs een heilige krokodil in de tempel, en als die stierf werd hij gemummificeerd. In een klein museum naast de ruïnes zijn nog van die krokodillenmummies te zien.
De tempel zelf vind ik er op de één of andere manier nogal Grieks uitzien. Het vermengen van Egyptische en Griekse tradities is ook typisch voor de Ptolemeërs. Hier is geen dak meer over zoals in Edfu (een meer complete tempel), maar de inscripties in Kom Ombo zijn van betere kwaliteit. We zien meerdere gave afbeeldingen van de krokodillengod Sobek uiteraard, maar bijvoorbeeld ook van de leeuwengod Sekhmet. Aan de achterzijde is daarnaast de beroemde set afbeeldingen te vinden van een barende vrouw en chirurgische instrumenten.
Bij de tempel ligt ook een goed bewaard gebleven Nijlometer, waarmee de waterstanden van de Nijl werden gemeten. De tempel van Kom Ombo ligt overigens pal aan het water.
Tussen drie uur en half vier, als wij op het punt staan weg te gaan, wordt het drukker op het terrein. Er zijn dan al meer dan 100 toeristen gearriveerd, waaronder veel Fransen. Als we weer bij de kade komen zien we wat de tempel vanmiddag nog te wachten staat: er liggen zeker 12 enorme cruiseschepen aangemeerd. Die varen allemaal volgens hetzelfde snelle en strakke schema over de Nijl tussen Luxor en Aswan.
Wij zijn blij met de rust en de ruimte op onze dahabiya. En met onze kok, die driemaal daags minstens vijf verschillende heerlijke gerechten bereid. Deze avond worden we zelfs verrast met kalkoen!
Kamelen en een markt
Deze ochtend hoeven we alleen maar de Nijl over te steken om bij eerste ‘attractie’ van de dag aan te komen. We gaan naar Daraw, bekend van de kamelenmarkt. Het plaatsje ligt nog een minuut of 10 landinwaarts, dus er staan auto’s klaar aan de kade om ons er heen te brengen.
De kamelenmarkt zelf is een beetje een raadsel: volgens sommige reisgidsen vindt hij op dinsdag plaats, volgens andere op donderdag en weer anderen menen op zaterdag en zondag. Onze gids van de boot houdt het bij dat laatste. Vandaag (donderdag) is er dus geen markt. De kamelen zijn er echter al wel. Ze worden per vrachtwagen uit het verdere zuiden van Egypte en Soedan aangevoerd. Op binnenplaatsen in Daraw worden ze vastgehouden tot ze verhandeld kunnen worden.
We zien eerst een zestal jonge kamelen, die hun schuilplaats delen met geiten. Bij de buren staan de grote kamelen ‘in de tuin’. De beesten draaien zich en masse om als we het terrein oplopen, zodat we alleen hun achterste zien. Ze lijken – niet geheel onterecht – bang voor bezoekers. Voor 500 EUR heb je trouwens al een redelijke kameel.
In het hart van Daraw is het terrein waar de kamelen verhandeld worden. Vandaag is het helemaal leeg, maar er is niet veel voorstellingsvermogen voor nodig om de kamelen hier verzameld te zien. Heel handig is er zelfs al een slager op het terrein: de kamelen worden in Egypte meestal gekocht voor hun vlees. Bij één van de restaurants waar ik in Luxor at stond ook een kamelenburger en een kamelensteak op het menu.
Veel te zien is er niet, dus we verleggen de aandacht naar de straten in het centrum van Daraw waar een ‘gewone’ markt wordt gehouden. Snel spot ik ook hier samen met mijn Australische reisgenoot al een slagerij die kamelenvlees verkoopt. Ze laten de staart er aan zitten, zodat je kunt zien dat het geen koe is. Het zou ook wel een heel grote koe geweest zijn.
Op de markt is verder vooral groente en fruit te koop, niet veel anders dan in Nederland. Het leukst is om mensen te kijken, veel van het Egyptische stadsleven heb ik nog niet gezien. Veel van de mensen zijn al Nubiërs, donkere mensen uit het zuiden van Egypte (en Soedan).
Ze laten ons rustig rondlopen en foto’s maken. We worden bij een school naar binnen gevraagd. Daar zijn ze net bezig met een sportdag. De kinderen vinden het echter interessant genoeg om naar ons te zwaaien met hun Egyptische vlaggetjes.
De rest van de dag verloopt verder heel loom. Het wordt steeds warmer, dus het is lastig om op de boot nog verkoeling te vinden. Gelukkig lukt dat wel op mijn kamer, die aan de goede (oostelijke) kant ligt. Ik lees mijn tweede boek uit, eet nog een copieuze lunch en schuif natuurlijk aan om 4 uur voor de dagelijkse thee met koekjes.
Rond kwart over 5 bereiken we onze finale ligplaats, 10 kilometer van de stad Aswan. We maken nog een wandeling langs de kade en door de naastgelegen landbouwvelden. Er ligt een Nubisch dorpje, met de karakteristieke witte lemen huizen die ik in Soedan zoveel zag. Hier zijn de huizen wat eenvoudiger. De gids kent het hier ook niet, maar een vriendelijke dorpsbewoner begeleidt ons door het dorp en de velden terug naar de boot.
#629: Abu Simbel
Wat is het?
De Nubische monumenten van Abu Simbel tot Philae omvatten een reeks archeologische schatten in het zuiden van Egypte. Ze werden door de Egyptische farao’s gebouwd om controle te krijgen of te houden over Nubië. Het Nubische koninkrijk fungeerde als een soort kolonie voor het oude Egypte, en zorgde voor aanvoer van goud, koper en ivoor. De tempels van Abu Simbel en Philae zijn verder beroemd omdat ze aan het eind van de jaren zestig een paar honderd meter verplaatst zijn, toen ze door de aanleg van de Aswan Dam en het Nasser-meer onder water dreigden te verdwijnen.
Cijfer: 8 (De oude Egyptenaren waren vooral goed in hele grote dingen bouwen. De hoofdtempel van Abu Simbel, het belangrijkste monument van dit werelderfgoed, is daar naast de piramides het beste voorbeeld van. Als je het vergelijkt met de absolute wereldtop onder de bouwwerken van oude beschavingen, zoals Machu Picchu in Peru, Angkor in Cambodja en Petra in Jordanië, is het allemaal wat minder verfijnd. Maar het is ook veel ouder.).
Toegang: De toegang tot Abu Simbel kost 115 Egyptische pond (5,75 EUR). De tempels liggen net buiten het plaatsje, maar het is goed te voet te bereiken. Binnen mogen geen foto’s gemaakt worden.
Hoeveel tijd: Bij de tempels van Abu Simbel ben ik twee keer een uur geweest. Om alle monumenten te zien die bij dit werelderfgoed horen heb je nog wel twee dagen extra nodig in en om Aswan.
Opvallend: Mijn tijd in Egypte was helaas beperkt tot 10 dagen, dus ik moest keuzes maken. Voor dit werelderfgoed, dat eigenlijk uit 10 verschillende locaties bestaat, besloot ik me vooral te richten op Abu Simbel. Drie uur rijden door de woestijn vanaf Aswan, en je bent er. Sinds eind vorig jaar is deze weg weer gewoon te berijden – tot die tijd moesten auto’s en bussen zich aansluiten bij een konvooi onder politiebegeleiding, dat twee keer per dag op een vast tijdstip de rit van Aswan naar Abu Simbel maakte (naar verluidt om niemand in de woestijn kwijt te raken). Nu is er alleen aan het begin en aan het eind van de weg een checkpoint. Chauffeur en gids moesten hun identificatie laten zien, voor mij voldeed de vermelding dat ze “een Hollander” aan boord hebben.
Abu Simbel is een rustig plaatsje. Het ligt slechts iets ten noorden van de grens met Soedan. De Soedanese invloed is goed merkbaar in de Eskaleh Lodge, waar ik overnacht. De hele dag klinkt er lome Soedanese muziek en de hartelijkheid is groot.
Muurschildering van een Nubische vrouw in Abu Simbel
Om 3 uur in de middag breng ik mijn eerste bezoek aan de tempels van Abu Simbel. De gids die de reisorganisatie meegestuurd heeft is eigenlijk overbodig – gidsen mogen de tempels niet in en moeten buiten hun verhaal doen aan de hand van foto’s. Echt ingewikkeld is het verhaal hier ook niet: farao Ramses II (“de Grote”) liet de twee tempels van Abu Simbel bouwen in de 13e eeuw voor Christus ter meerdere eer en glorie van zichzelf en om de Nubiërs te laten zien hoe machtig hij wel was. De façade van de grootste van de twee tempels is dan ook opgesierd met maar liefst vier metershoge beelden van hemzelf.
De tempels liggen tegenwoordig met hun rug tegen een heuvel aan de oever van het Nasser-meer. Behalve de enorme grootte van de beelden is het meest bijzondere aan Abu Simbel toch wel het verhaal van hun verplaatsing. Bij de entree is in een fototentoonstelling te zien hoe ze de enorme rotstempel in grote brokken gezaagd hebben en op hun nieuwe locatie weer opgebouwd. Als je goed kijkt kun je in de huidige structuur de naden nog zien (ze zijn dichtgemaakt met een soort cement), maar opvallend is het niet.
De twee tempels van Abu Simbel zijn qua architectuur heel anders dan de grote tempels in Luxor en langs de Nijl. Ze werden uit een rots gehakt in plaats van gebouwd. Ze zijn dan ook niet zo diep van binnen en simpeler van opzet. Doordat er binnen naast wat oorlogsscènes en meer grote beelden niet zoveel te zien is, ben ik in een uurtje klaar met mijn eerste rondgang.
Beide tempels naast elkaar
De volgende ochtend sta ik om kwart over 5 op om nog een keer naar de tempels te gaan. In de ochtend worden ze door de zon verlicht, en dat is dan ook het beste moment om foto’s te maken. Ik ga er alleen te voet naar toe, het is nog redelijk koel en er zijn alleen wat honden op straat. Bij de tempels zelf is er net als gisteren ook bijna niemand: ik kom alleen de 3 Zuidafrikanen tegen die samen met mij de afgelopen dagen over de Nijl voeren.
Terugblik Egypte 2017
105 landen zijn Egypte voorgegaan op mijn reizen door de wereld. En dat terwijl het zo dichtbij ligt. Maar ja, er was altijd wel wat aan de hand. Het is me echter prima bevallen, en ik ga dan ook nog graag een keer terug. Dan naar het noorden, naar Caïro en Alexandrië en de werelderfgoederen die daar in de buurt liggen.
De toeristenindustrie is in Egypte vaak op de massa gericht en oppervlakkig, dus de volgende keer moet ik zelf de voorbereiding ook wat meer ter hand nemen om meer bijzondere dingen te kunnen zien.
Voorbereiding
De voorbereiding bleef dit keer beperkt tot het boeken van een privé-tour bij Djed Reizen. Ik koos een route van Luxor naar Aswan, en plakte daar nog een tweedaagse verlenging voor Abu Simbel aan vast. Djed, dat een kantoor in Nederland heeft, werkt bijzonder efficiënt en vriendelijk. Ik koos hen vooral omdat ze hun eigen dahabiya-cruiseschepen hebben.
Op het vliegveld van Caïro moet je een visum kopen. Het is meer een soort entreegeld: bij een bank koop je voor 25 US dollar een sticker die je in je paspoort plakt. Betalen in euro’s kan ook, dan krijg je al wat Egyptisch wisselgeld terug.

Vervoer
Vliegtuig
Mijn vluchten waren met EgyptAir, gereserveerd door de tourorganisatie. Het voordeel van EgyptAir is dat hun vlucht van Amsterdam naar Caïro aansluit op binnenlandse vluchten naar o.a. Luxor en Aswan. Wat verder handig is dat je door een soort zijingang door de grenscontrole gaat op het vliegveld Caïro. Daar was het erg rustig.
De veiligheidscontroles op de vliegvelden in Egypte zijn zeer streng – of althans: ze hebben een reeks van controles achter elkaar geplaatst, om de kans te verminderen dat er iets of iemand tussendoor glipt. Zo is er een controle van de auto al een kilometer of zo vóór het vliegveld, en dan een personencontrole bij de ingang en één bij de vertrekgate. Er zijn veel mensen bij betrokken, maar de beschikbare apparatuur ziet er niet al te modern uit.
Lokaal vervoer
Mijn voornaamste vervoermiddel deze reis was de dahabiya, een luxe zeilschip. Er waren met mij 3 Zuidafrikanen aan boord met hun eigen gids, plus een Australisch stel. Met de laatsten deelde ik een gids en de eettafel.
Het schip kan zeilen, maar wordt het grootste deel van de tijd voortgetrokken door een motorbootje. Dit lot is er voor zo ongeveer alle grotere zeilschepen op de Nijl. We voeren stroomopwaarts en er was weinig wind. Het grootste deel van de dag brachten we door op het bovendek. Mijn vaste stekje was er de hangmat.
Hotels
Luxor
Het Iberotel Luxor is een groot hotel in het centrum van de stad, aan de Nijl en op loopafstand van de Luxor-tempel. Degelijke kamer met een goed bed en goede airco. Geen water en geen wifi op de kamer (wel in de lobby, gratis). Wel een balkon met uitzicht op een rotonde. Goed ontbijtbuffet, met zitjes op het terras. Je kunt er ’s avonds ook eenvoudig en goedkoop eten. Erg vriendelijk personeel. Op loopafstand van de Luxor-tempel en het centrum van de stad.
Website: Iberotel Luxor
Dahabiya
Op de Dahabiya had ik een ruime eigen kamer plus badkamer. Ik had gelukkig een kamer aan de oostkant gekozen: die ligt ’s middags in de schaduw, en blijft dus lekker koel wanneer de hitte toeneemt op het bovendek. Stroom is er alleen in de avonduren, en er is beperkte wifi. Al het eten aan boord was inclusief, en uitstekend.
Website: Dahabiya Zekrayaat
Abu Simbel
De Eskaleh Lodge was de meest kleinschalige accommodatie van deze reis. Het is een pension met overal lekkere zitjes, en heerlijke Nubische muziek. Erg loom, Soedanees. Het restaurant lijkt drukker bezocht dan de hotelkamers, maar is ook prima. Dit is de enige kamer waar ik ’s nachts last had van muggen, maar gelukkig was er wel een klamboe.
Buitenterrein van de Eskaleh Lodge
Website: Eskaleh Nubian Eco Lodge
Aswan
Het Isis Island Hotel was het minste hotel van deze reis. Het is een groot complex, geschikt om grote toergroepen te herbergen (met mij was er een groep Chinezen). Alleen erg druk hebben ze het tegenwoordig niet meer, dus het hotel leek maar op halve kracht te draaien. Grootste bezwaar echter is dat het op een eiland ligt, en dat je dus steeds met een bootje heen en weer moet als je even de stad in wilt.
Website: Pyramisa Isis Island Hotel
Eten
De Egyptische keuken kent buiten het eigen land weinig aanhangers. Op de boot was het eten uitstekend, in restaurants vaak erg matig.
Ontbijt
In alle hotels was het ontbijt inclusief en telkens ongeveer hetzelfde van inhoud. Goed brood is schaars in Egypte, hun traditionele dunne brood droogt erg snel uit. Maar met gebakken eieren, pannenkoeken, wentelteefjes en yoghurt was er toch genoeg. Fruit was relatief schaars, behalve voor vers fruitsap.
Lunch en diner
Tijdens lunch en diner eet je ongeveer hetzelfde. Tussen de middag op het schip aten we vooral salades, gevulde aubergines/courgettes en groentestoofschotels, meestal met rijst. ’s Avonds was er dan vlees of vis, en telkens een stuk of 5 verschillende bijgerechten. Gedurende 4 dagen hebben we geen enkele keer hetzelfde gerecht gehad, echt geweldig gedaan door de kok op zo’n schip (zijn keuken was overig groter dan die bij mij thuis, en zeker moderner).
Ondanks de aanstroom van toeristen in Luxor en Aswan zijn goede restaurants er schaars. In Luxor at ik het beste op het dakterras van het Al Shaby Lane-restaurant. Ik had er onder andere Feteer: een soort Egyptische pizza, heel dun bladerdeeg gevuld met gehakt, tomaat, kaas en kruiden. Met mijn favoriete bijgerecht: verse baba ghanoush (auberginedip).
Kosten
Egypte is geen duur land. Je moet al moeite doen om voor lunch of diner meer dan 100 Egyptische pond (5 EUR) kwijt te zijn. Drankjes aan boord van de dahabiya kostten slechts 0,85 EUR, en als je in een supermarktje een blikje cola of een fles water kocht was ik meestal niet meer dan 0,25 – 0,50 EUR kwijt.
Er is een uitgebreide fooiencultuur in Egypte, maar daarvan was ik door het georganiseerde gedeelte van de reis wel aardig afgeschermd. Alleen het personeel van de boot en de gidsen moeten uiteraard wel een fooi hebben. Dat waren dan ook mijn voornaamste uitgaven boven op de volledig georganiseerde reis.

































Leave a comment