World Heritage Traveller

Zuid-Korea & Palau 2016

Written by:

  1. Programma
  2. Seoul onder het vriespunt
  3. Babeldaob
  4. #621: Rots eilanden
  5. Tweede kans voor Jongmyo
  6. De grens met Noord-Korea
  7. #622: Namhansanseong
  8. #623: Historische plaatsen van Baekje
  9. #624: Koninklijke tombes van Joseon
  10. Seoul rond 1900
  11. Terugblik Korea & Palau 2016
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Hotels
    4. Eten
    5. Kosten

Programma

Afgelopen mei bedacht ik opeens dat ik naar Palau ‘moest’. Altijd uitgedaagd door afgelegen of moeilijk te bereiken werelderfgoederen, begonnen de Chelbachebeilanden (Rock Islands in het Engels) er wel heel aanlokkelijk uit te zien voor een bezoek tijdens de Nederlandse winter. Het zijn een kleine 300 eilanden, meest onbewoond, ver van alles. Naar Palau gaan dagelijks vluchten vanuit de Filippijnen en Zuid-Korea. Ik koos voor het laatste, omdat ik Korea interessanter vind voor een tweede bezoek (in 2001 was ik er al eens). Dus ik verblijf ook nog een dag of 6 in Seoul op deze trip.

In Zuid-Korea kan het rond de jaarwisseling flink vriezen, en op Palau is het altijd rond de dertig graden. Een afwisselende trip dus, met het volgende dagprogramma:

DatumProgrammaVerblijf
27 decemberVlucht Amsterdam – Seoul KL0855 (21.25 – 15.40). De vlucht duurt ruim 10 uur en het tijdsverschil is 8 uur (later in Korea).Vliegtuig
28 decemberAankomst laat in de middag. Met de metro naar het centrum van Seoul.Seoul, Kimchi Guesthouse
29 decemberDag in Seoul, met o.a. het Nationaal Museum. Om 23.10 vertrekt de vlucht naar Koror, de grootste stad van Palau.Koror, West Plaza Malakal
30 decemberAankomst om 4 uur in de ochtend. Met shuttlebus naar hotel en dan nog even slapen. De eerste dag rondtouren per huurauto over het hoofdeiland, langs het nationaal museum, antieke monolieten van basalt en meer historie.Koror, West Plaza Malakal
31 decemberDagtour per boot naar de Chelbachebeilanden (WE1), kleine rotsachtige eilanden die als paddenstoelen boven het zeeoppervlak uitstijgen.Koror, West Plaza Malakal
1 januariNog een dagtour per boot, naar eilanden waar vroege bewoners hun sporen hebben nagelaten en waar nog resten van militaire acties uit de Tweede Wereldoorlog te zien zijn. Terugvlucht naar Seoul in de nacht met het Koreaanse Asiana Airlines (5.00).Koror, West Plaza Malakal
2 januariTerug in Seoul om 10 uur in de ochtend. Rustdag.Seoul, Acube Hotel
3 januariGeorganiseerde dagtocht naar de grens met Noord-Korea.Seoul, Acube Hotel
4 januariNaar Namhansanseong (WE2), een fort en provinciaal park iets buiten het centrum van Seoul.Seoul, Acube Hotel
5 januari Naar de plaats Gongju, zo’n 1,5 uur per bus buiten Seoul. Daar naar de resten van het Baekje koninkrijk (WE3), met een museum en graftombes.Seoul, Acube Hotel
6 januariNaar de graftombes uit de Joseon-dynastie (WE4) en de oude stadsmuur van Seoul.Seoul, Acube Hotel
7 januariOverdag nog de laatste dingen bekijken in Seoul, onder andere de Seodaemun gevangenis uit de Japans-koloniale tijd en de oude ambassadewijk. ’s Avonds naar het vliegveld. Business Class vlucht dus ik kan een paar uur overbruggen in de lounge met luxe zetels en snacks.Vliegtuig
8 januariNachtvlucht, vroeg terug in Nederland (00.55-4.30)Thuis

Seoul onder het vriespunt

Het heeft de afgelopen nacht lichtjes gesneeuwd in Seoul. Ook overdag zal het kwik niet boven het vriespunt uitkomen, zo luidt de weersvoorspelling. Maar gelukkig is het onbewolkt en straalt de zon. Mijn geplande buitenactiviteiten op de eerste dag in Seoul kunnen dus gewoon doorgaan. Ik heb zelfs handschoenen mee.

Seoul 001

Voordat ik aan de bezienswaardigheden kan beginnen moet ik eerst nog een paar praktische dingen regelen. Onderdak zoeken voor mijn rugzak bijvoorbeeld, zodat ik daar niet de hele dag mee loop te sjouwen totdat ik vanavond weer naar het vliegveld mag. Op het centraal station van Seoul heeft Premier Travel Services gelukkig een goede dienst: voor 3000 Won (2,5 EUR) passen ze de hele dag op mijn spullen. Even buiten het station slaag ik ook voor mijn tweede missie: geld pinnen. Gisteravond kon ik geen geldautomaat vinden die buitenlandse passen accepteerde en ik heb toen maar 50 dollar gewisseld. Maar nu kan ik een stapeltje Won’s bemachtigen bij weer een andere bank.

Tegen tienen neem ik de metro om naar de stadsmuur van Seoul te gaan. Deze staat op de nominatie om in 2017 werelderfgoed te worden. De Koreanen nemen het in ieder geval heel serieus: vooraf heb ik een folder met wandelingen langs en over de muur kunnen downloaden van hun Engelstalige website, en ze hebben zelfs pas een heel museum aan de stadsmuur gewijd.

Seoul 002

Ik heb een korte wandeling uitgezocht om vandaag te gaan lopen (de Naksan route). Ik start bij de Oosteljke Stadspoort, één van de twee nog overgebleven oorspronkelijke poorten in de muur. Iets rechts daarvan begint het gerestaureerde gedeelte van de muur, in totaal 12 van de 18 oorspronkelijke kilometers zijn weer in ere hersteld. Bij dit beginpunt ligt ook het museum van de muur.

Het museum is gehuisvest in iets wat een lelijk kantoorgebouw lijkt te zijn. Eenmaal binnen blijkt dat de tentoonstelling zich over alle drie verdiepingen uitstrekt. De ode aan de stadsmuur van Seoul mag klaarblijkelijk wat kosten. Je hoeft ook geen entree te betalen. De muur stamt al uit 1396 en verbindt de 4 heuveltoppen rondom de Koreaanse hoofdstad. Binnen de muren woonde de keizerlijke familie en de bevoorrechte personen. De arbeiders die de muur hebben gebouwd kwamen van buiten, en werden door de regering onder dwang aan het werk gezet.

Seoul 010

Stadsmuur op schaal in het museum

Na een half uurtje heb ik allemaal wel gezien. Ik heb zin om aan de wandeling te gaan beginnen. De toegang tot de muur ligt achter het museum. Het eerste deel van de route loop je over de muur heen. Aan de rechterkant heb je dan mooie vergezichten over de stad. Links loopt een weg op hetzelfde niveau als de muur: de muur bestaat hier dus nog maar uit één rij stenen (verderop zijn het dubbele rijen). Ik loop de route net andersom dan hij eigenlijk gepland is – als ik de hele tijd moet klimmen begrijp ik wel waarom ze adviseren om bij het andere punt te beginnen. Maar nu, met een beetje sneeuw op het pad, is klimmen eigenlijk fijner dan dalen.

Seoul 016

De start van de wandeling gaat over de muur

Het is een duidelijke wandelroute waar je niet kunt verdwalen. Er zijn ook andere mensen aan de wandel en aan het fotograferen. De muur loopt tegenwoordig dwars door woonwijken, dus er is genoeg leven aan beide zijden. Op zo’n tweederde van de tocht stopt het pad, en is er een ‘gat’ in de muur waar hij wordt doorsneden door een weg. Vanaf dat punt loop je langs de muur en niet langer er overheen.

Zo van de zijkant kun je de bouwstijlen zien uit de verschillende periodes – in de oudste periode stapelden ze gewoon maar wat stenen op elkaar, later zijn ze meer passend gemaakt en ziet het er egaal uit. Na een uur lopen kom ik bij een kleine poort, het eindpunt van deze wandelroute. Vanaf daar kan ik weer de metro pakken, op weg naar mijn volgende bestemming.

Seoul 058

Buiten de muur om

Het volgende doel is het Nationaal Museum van Korea. Het ligt maar 8 haltes verwijderd van de stadsmuur. Net als vanochtend is het niet zo heel druk in de metro, en ik kan zelfs de hele rit zitten. Het metrostation biedt via een ondergrondse loopband rechtstreeks toegang tot het museum. In 2001 was ik ook al eens in Seoul, maar toen bestond het museum nog niet op deze locatie. Het is echt enorm (het schijnt het op 5 na grootste museum ter wereld te zijn qua vloeroppervlak), het staat in zijn eigen park met een grote vijver ervoor. Een deel van de expositie is buiten, vooral stenen pagodes. Een grappig detail is dat ze de boompjes in het park helemaal met touw omwikkeld hebben – om vorstschade tegen te gaan denk ik.

Seoul 079

Pagode in de tuin van het Nationaal Museum

Ook dit museum is gratis. Het is er vooral druk met schoolkinderen, en voor het lunchrestaurant staat zo’n lange rij dat ik besluit eerst maar het museum in te gaan en later te eten. De permanente tentoonstelling van het museum heeft drie verdiepingen – Koreaanse geschiedenis tot en met de 19e eeuw en Aziatische kunst staan centraal. Opvallend genoeg is er niets over de Japanse bezetting en de deling van de Korea’s.

De verschillende dynastieën uit de geschiedenis van Korea komen ruim aan bod. De Koreaanse kunst staat een beetje in de schaduw bij die van de grote buren China en Japan. Gouden kronen en diademen springen eruit tussen de grote hoeveelheden niet al te spectaculair keramiek. De afdeling met Boeddhabeelden heeft er eentje in opvallende nadenkhouding. Je ziet dat ze in dit museum ‘de’ Koreaanse geschiedenis wat vroeg laten eindigen: tegenwoordig is het christendom de belangrijkste godsdienst in Zuid-Korea, maar daar vind je hier niks van terug.

Seoul 103

Babeldaob

Ik ben hier afgelopen nacht aangekomen, na een vlucht van 4,5 uur en 3440 kilometer vanuit Seoul. Van de vrieskou naar de benauwde warmte – midden in de nacht was het nog 25 graden, en de leden van het welkomstcomité op het vliegveld stonden de passagiers in korte broek en op slippers op te wachten om ze vlot naar hun hotels te brengen.

Voor mijn eerste volle dag op Palau heb ik een auto gehuurd. Ik krijg een Toyota Corolla mee, waarvan het stuur rechts zit (terwijl ze hier ook rechts rijden). De auto’s zijn blijkbaar geïmporteerd uit het linksrijdende Japan. Het is nog een hele tour om de toeristenplaats Koror uit te komen, zo druk is het (vakantie)verkeer. Maar eenmaal over de brug naar Babeldaob wordt het een stuk rustiger. Ik rijd door een weelderig groen landschap opgesierd door grote rode en witte bloemen. Het heeft ’s ochtends een beetje geregend, en zo aan de begroeiing te zien regent het hier vaak genoeg.

Palau 037

Na een uur rijden ben ik in de ‘staat’ Ngarchelong. Deze ligt op het uiterste noordelijke puntje van het eiland. De gemeenten heten hier staten – wel een beetje overdreven voor de paar honderd inwoners die elk telt. Ngarchelong staat bekend om zijn basalten monolieten: bij Badrulchau liggen er 37 bij elkaar op een pittoreske plek langs de kust.

Er zit een mevrouw met kind klaar om de 5 dollar entree te ontvangen. Ik krijg de laatste Engelstalige folder mee en kan dan de trap naar beneden nemen. De basalten blokken liggen bij elkaar op een grasveld. Hier loop je lekker tussen de mooie bloemen en de bijzondere vogeltjes van Palau, misschien wel interessanter dan de archeologische plek zelf. Het is onduidelijk wanneer en waarom deze stenen hier geplaatst zijn, maar het heeft wel iets mystieks.

Palau 025

Eenmaal boven vraag ik aan de mevrouw van de kaartjes de weg naar een ander basaltblok: de stenen grafkist Tet el Bad, die op de lijst van mogelijk toekomstig werelderfgoed staat. Ik moet rechts af, nog verder naar het noorden op het eiland, en dan daar maar verder vragen. Onderweg kom ik nog langs een intrigerend bordje met ‘Japanse vuurtoren’ – het blijkt dat er hier tijdens de Tweede Wereldoorlog een Japanse commandopost was. Je hebt er inderdaad goed uitzicht over de hele noordkust. De kaartjesdame hier geeft me de laatste aanwijzing om bij de stenen grafkist te komen: vraag het bij het vierde huis rechts.

Dat ‘huis’ blijkt het dorpshuis van het vissersdorpje Ollei te zijn. Aan een paar jongens die voor de deur zitten vraag ik waar de grafkist is. Hij blijkt zo’n 20 meter omhoog tegen een heuveltje aan te liggen, zonder enige vorm van toelichting. Het lijkt of ze hem daar gewoon hebben neergegooid en hem daarna vergeten zijn. Het is een sarcofaag met een deksel, geheel gehouwen uit steen. Ook hier is het onduidelijk hoe oud het is, maar waarschijnlijk is hij gemaakt nadat er al contact was geweest met westerlingen. De ‘kist’ heeft een hele tijd tentoongesteld gestaan in een museum, maar is sinds de jaren tachtig weer op zijn oorspronkelijke plek terug.

Palau - Stenen grafkist

Mijn Toyota blijkt ofwel een kleine tank te hebben danwel veel benzine te drinken, dus ik moet weer een stuk terug rijden richting Koror om te kunnen tanken. Op de rest van het eiland wonen nauwelijks mensen (in heel Palau maar 21.000), dus er zijn ook geen benzinestations. Gelukkig kost de benzine niet veel, dus ik kan snel weer op pad. Het is inmiddels weer gaan regenen, dus ik ga eerst maar eens naar het nationaal museum. Ook dit staat niet op bordjes aangegeven, maar gelukkig heb ik nog een plattegrond geprint waar het op staat.

In het museum ben ik de enige bezoeker. Het vertelt de geschiedenis van Palau, van het mythologische ontstaan (in werkelijkheid kwamen de eerste bewoners per boot vanuit Indonesië) tot aan de bezetting van de Spanjaarden, Duitsers, Japanners en Amerikanen. De tentoonstelling bestaat vooral uit teksten en oude foto’s en tekeningen. Interessanter is het buitenterrein, waar een gereconstrueerde bai (dorpshuis of ontmoetingsplaats voor mannen) te zien is. Deze bai’s zijn hét symbool van Palau – er staat er zelfs eentje op de stempel die ik in mijn paspoort kreeg bij binnenkomst in dit land.

Palau - Nationaal museum, voorgevel Bai

De bai is beschilderd met scènes uit legenden en mythes van het eiland. Afgebeeld zijn onder andere de ‘geldvogel’ en een geest met een half gezicht, als waarschuwing wat er met je kan gebeuren als de kwade geest bezit van je neemt.

Een originele bai is nog te vinden in het plaatsje Airai, aan de oostkust van Babeldaob. Gelukkig heb ik wat routeaanwijzigingen op mijn printje met voorbereidingen staan, anders was dit ook lastig geworden. De vraag is of ze met opzet toerisme naar dit soort plekken wil ontmoedigen, of dat men het gewoon niet nodig vindt bordjes te plaatsen (iedereen die er woont weet toch wel waar het is). De Airai bai lijkt op die van het museum, ook geel en in dezelfde vorm. De afgebeelde scènes zijn echter anders. Ook loopt er nog een oud stenen pad naar toe.

Palau - Airai Bai

Tot slot van de dag kijk ik nog bij de haven van Airai. Hier heb je zicht op nog een mogelijk toekomstig werelderfgoed. Het eilandje Orrak ligt hier vlak voor de kust, en was ooit door een stenen dijk verbonden met Airai. Op Orrak werd steen gehouwen voor het fameuze steengeld van de eilandengroep Yap, hier zo’n 350 kilometer vandaan. Het steengeld bestond uit metershoge ronde stenen, het meest kostbare dat ze op Yap konden bedenken. Op Yap was er geen steen dus in hun hang naar het verzamelen van zoveel mogelijk steengeld, haalden ze het van Palau en met name Orrak. Daarvoor gingen ze een handelsrelatie aan met de mensen van Airai.

Palau 101

Het eiland Orrak

#621: Rots eilanden

Wat is het?
De zuidelijke lagune van de Rotseilanden is een gemengd natuurlijk en cultureel werelderfgoed in het eilandstaatje Palau. Het bestaat voor zo’n 95% uit zee en voor 5% uit land: circa 445 rotseilandjes. Hun aantrekkingskracht ligt in de paddenstoelachtige verschijningsvorm die boven de waterlijn uitkomt. Op de grotere eilanden zijn “zeemeren” ontstaan: van de zee afgesneden zoutwatermeren. Ook zijn er archeologische vondsten en rotstekeningen op enkele eilanden.

Rock Islands 139

Cijfer: 8 (Het is een uniek schouwspel van de natuur: raar gevormde groene eilandjes die afsteken tegen het turquoise zeewater).

Toegang: De entree kost maar liefst 50 US dollar: dat is wat je betaalt voor een speciale toegangspas tot het beschermde gebied. Je krijgt er wel een mooi gepersonaliseerd kaartje voor. Naast de toegang heb je ook vervoer nodig (de eilanden zijn niet over land of via een brug bereikbaar): mijn boottour kostte ook nog eens 95 dollar.

Hoeveel tijd: Ik was er met een dagtocht uit Koror, en die duurde zo’n 7 uur.

Opvallend: Er zijn verschillende organisaties op Palau met wie je een tocht naar de Rotseilanden kunt maken. Ik koos voor Impac Tours, één van de grootsten en vooral gericht op Japanse toeristen. Andere nationaliteiten zijn ook welkom, en daarvoor gaan speciale gidsen mee aan boord. Naast de Japanse hoofdgids (voor 18 Japanners) is er een Engelstalige gids voor mij en een Chinees/Koreaanse gids voor twee Chinese deelnemers. Drie gidsen op 21 deelnemers lijkt wat overdreven en veel te vertellen valt er eigenlijk niet, maar de drie nog jonge jongens zijn vooral druk met aan- en afmeren en met de kayaks en ander materiaal sjouwen.

Rock Islands 006

Om kwart over 9 varen we met flinke snelheid de baai van Koror uit. Op het open water zijn de golven stevig: “altijd als er net een orkaan is geweest op de Filippijnen zijn de golven hier hoog”, aldus de gids. De eerste stop is bij een kleine inham waar al wat meer toeristenbootjes liggen te dobberen. De bodem van deze baai bestaat uit een modderige massa, die erg goed voor je huid schijnt te zijn. De gidsen duiken van boord en halen de modder met emmers naar boven. Het recept is: helemaal insmeren met modder, laten drogen en dan afspoelen door een duik in het water. De watertemperatuur is aangenaam en met een reddingsvest om dobber je lekker wat rond.

Voor het volgende programmaonderdeel gaan we naar wat andere eilanden. Er zijn zoveel eilandjes hier, het is net een groot doolhof. De grotere lijken aan elkaar gegroeid en vormen een soort heuvelrug. De kleinere zijn de mooisten, ze lijken inderdaad op paddenstoelen. We gaan ze vanuit een kayak van dichterbij bekijken. Ik deel mijn kayak met een Japans meisje dat een beetje Engels spreekt. De gids gaat voorop en wij volgen hem allemaal in eigen tempo op de ronde langs de eilanden. Zo van dichtbij en in een lager tempo dan op de grote boot kun je beter zien dat ze bestaan uit vaak scherpe rotsen van poreuze kalksteen. Het oppervlak is telkens helemaal begroeid met bomen en planten.

Rotseilanden - Kayaktour

In een inham ontdek ik aan de waterkant opeens een kleine krokodil! Ik had vooraf gelezen dat er in dit gebied 500-750 zoutwaterkrokodillen leven, maar had niet verwacht er eentje tegen te komen. De gidsen zijn ook verbaasd. Verder zijn er hier veel zeeschildpadden, maar die laten zich niet zien vandaag.

Het kayakken duurt een uur (precies genoeg voor de ongeoefende kayaker). We gaan de motorboot weer op, richting één van de grotere eilanden voor de lunch. Hier zijn ook wat permanente voorzieningen als toiletten en picknicktafels. Het eiland heeft verder een idyllisch strand, als één van de weinige eilanden hier. Na het eten is het dus fijn struinen op zoek naar aangespoelde schelpen of andere waar. Eén van de gidsen vindt een grote krab.

Rock Islands 120

Met de Japanse gids voorop maken we een korte wandeling over het eiland. Net als op het grote eiland Babeldaob waar ik gisteren met de huurauto was, bestaat de begroeing uit veel hoge (palm)bomen en kleurige bloemen. Ik spot nog een kleurrijke vogel (waarschijnlijk de Palause ijsvogel).

Rock Islands 099

Na de lunch gaan we op weg naar de snorkellocatie. De gidsen twijfelen erover waar ze precies naar toe zullen gaan: er staat veel wind en de stroming is sterk. We gaan een paar locaties langs, maar telkens is er wel iets wat ze niet bevalt (andere toeristen of teveel stroming). Uiteindelijk komen we uit bij het eilandje van de grote foto bovenaan. Het wordt mijn eerste snorkelpoging, maar eerlijk gezegd is dit niet de beste plek om het te leren. Vanwege de stroming ben je druk met zwemmen en zorgen dat je niet te ver van de boot wegdrijft. Ook loopt er steeds zeewater in mijn snorkel, ik weet niet of er een scheurtje in zit of dat ik zelf iets fout doe.

Tegen het eind van de tocht stoppen we nog bij een koraalrif voor een tweede snorkelstop. Ik laat die maar aan mij voorbijgaan. Eén van de gidsen duikt nog wel een fraaie blauwe zeester voor me op.

Rock Islands 152

Tweede kans voor Jongmyo

Het Jongmyo-heiligdom is één van de werelderfgoederen in Seoul. Op mijn vorige reis naar Zuid-Korea, in 2001, bezocht ik het al eens. Maar in mijn reisverslag staat niks over die dag, en ik heb alleen twee niet al te interessante foto’s. Omdat ik wel wat tijd over heb hier in Seoul, ga ik er op mijn eerste middag na terugkeer uit Palau gewoon nog een keer heen.

Jongmyo 012

Toegangspoort tot het heiligdom

Het heiligdom is alleen te bezoeken met een gids (behalve op zaterdag, dan mag je vrij rondlopen). Ik vraag me af of dat in 2001 ook al zo was. Vier keer per dag is er een rondleiding in het Engels, en ik koop een kaartje voor de tour van 16 uur. Er komen toch nog zo’n 25-30 mensen op af.

In dit heiligdom worden de zogenaamde ‘gedenkplaten’ voor de koningen en koninginnen van de laatste dynastie van Korea bewaard. Hun lichamen zijn elders begraven. Twee keer per jaar worden deze voorouders hier in de Confucianistische traditie vereerd met een groot ritueel van zang, dans en muziek.

Jongmyo 026

Het pad voor de geesten

De rest van het jaar ligt het complex er vredig bij. De gedenkplaten liggen achter gesloten deuren. Je moet uitkijken waar je loopt: de geesten hebben hier een eigen pad dat rechtstreeks naar het heiligdom loopt, daar mag je als gewone sterveling niet over heen.

De gedenkplaten van de belangrijkste koningen liggen in het grootste gebouw op het terrein: en langwerpig, sober gebouw met 35 kamers aan een immens plein. Ernaast staat een soortgelijk gebouw voor de iets minder belangrijke voorouders. In de vrieskou van begin januari is het allemaal heel kil, maar toch ben ik blij dat ik nog een keer gegaan ben om de uitleg van de gids te horen en wat betere foto’s te maken.

Jongmyo 036

Het gebouw voor de belangrijkste voorouders

De grens met Noord-Korea

Maar liefst twee bussen vol reizen er vandaag van het Panmunjom Travel Center in Seoul af richting de grens met Noord-Korea. Ik had mijn plek al een week of 2 geleden geboekt – maar goed ook want de Engelstalige tour is helemaal volgeboekt. Vanaf de hoofdstad is het ruim een uur rijden naar het noorden tot de grens bij Panmunjom.

IMG_20170103_113623

Bezoekerscentrum (en souvenirshop) Camp Bonifas

Die tijd wordt opgevuld door een vragenuurtje met een Noordkoreaanse ‘overloper’. Ze is in dienst van deze busmaatschappij, en reist telkens mee om vragen te beantwoorden over Noord-Korea. Het meest opvallend vind ik dat ze er nog in slaagt (via China) om contact te houden met haar achtergebleven familie en hen geld te sturen. En ook dat de Zuidkoreanen elke Noordkoreaanse vluchteling aan een soort heropvoeding van 6 maanden onderwerpen, enerzijds om zeker te zijn dat het geen spionnen zijn maar ook om hen voor te bereiden op hun nieuwe leven.

De eerste stop op de route is bij het bezoekerscentrum van Camp Bonifas, de voormalige commandopost van de Verenigde Naties net buiten de gedemilitariseerde zone. Hier krijgen we een video te zien over hoe de grens tussen beide Korea’s tot stand is gekomen. Ook moeten we een verklaring ondertekenen dat we geen gekke dingen zullen doen aan de grens. Daarna stappen we over in militaire bussen, en krijgen we een Zuidkoreaanse militair mee als gids. De bus rijdt nu de echt spannende zone in: 2 kilometer ten noorden en zuiden van de grenslijn is er een gedemilitariseerde zone afgesproken tussen de landen. Er komt weer een militair aan boord om de paspoorten te controleren, zoals ook al eerder gebeurd was op de route naar Camp Bonifas.

IMG_20170103_111019

Joint Security Area, met op achtergrond eerste gebouw van Noord-Korea

We rijden door tot vrijwel aan de grens, naar de Joint Security Area waar Noord- en Zuid-Korea letterlijk tegenover elkaar staan. Het is het gebied waar ze elkaar ook ontmoeten om onderhandelingen te voeren. Van Zuidkoreaanse zijde komen hier 600 tot 1000 toeristen per dag. De Zuidkoreaanse militairen staan er dan ook vooral opgesteld om hen te beveiligen. Ook van de Noordkoreaanse kant is een bezoek mogelijk, maar dat schijnt al lang niet meer voorgekomen te zijn. Nu staat er van Noordkoreaanse kant 1 militair toe te kijken.

Netjes opgesteld in rijen van twee mogen we het terrein over en één van de blauwe gebouwen in. De feitelijke grens tussen Noord en Zuid loopt dwars door deze gebouwen heen. Maar per keer mogen er alleen bezoekers in van één kant. Je loopt dus eenvoudig even naar de Noordkoreaanse kant, waar een Zuidkoreaanse militair de achterdeur bewaakt. We krijgen precies 5 minuten om foto’s te maken, en dan worden we weer terug geleid naar de bussen.

IMG_20170103_110819

Zuidkoreaanse militair bewaakt de achterdeur

We rijden terug door het niemandsland van de gedemilitariseerde zone. Die demilitarisatie heeft ook andere voordelen: het is een belangrijke overlevingsplaats geworden voor zeldzame kraanvogels. De grote Chinese kraanvogels zijn wit met een zwarte kop en hals. Hier zitten er echt veel bij elkaar. Helaas mag de bus hier nergens stoppen, en ook foto’s maken mag alleen op de door militairen aangewezen plekken.

Eenmaal weer buiten de gedemilitariseerde zone rijden we naar een uitkijkpunt vanwaar je Noord-Korea in kunt kijken. Het punt ligt op een heuvel, en er zijn verrekijkers waarmee je na het ingooien van een muntje de overkant kunt bespieden. Heel veel is er niet te zien, behalve dan de twee masten met elk een vlag. De Noordkoreaanse is zo’n 60 meter hoger dan de Zuidkoreaanse. In dit gebied hoor je ook voor het eerst de Noordkoreaanse propagandamuziek, die ze via luidsprekers tot over de grens weten laten te schallen.

IMG_20170103_134704

Zicht op Noord-Korea

Op het middagprogramma staat een bezoek aan ‘De Derde Tunnel’. In totaal hebben de Zuidkoreanen vier kilometerslange tunnels ontdekt die door Noordkorea onder de grens zijn gegraven om zo het land te kunnen aanvallen. Deze derde tunnel is ontdekt in 1978, en is nu opengesteld voor toeristen. Hij loopt 73 meter onder de grond, en we gaan dan ook eerst met een treintje naar beneden. Camera’s mogen niet mee naar beneden (bang voor spionnen?), en je moet een helm op.

Eenmaal beneden kun je enkele honderden meters door de gang lopen totaan het punt waarop de Zuidkoreanen de tunnel hebben geblokkeerd. De tunnel is net te laag, dus de helm komt goed van pas. Het lijkt net op een tunnel bij de ingang van een mijn, en dat is ook wat de Noordkoreanen ter verdediging aanvoerden bij de ontdekking: ze stelden dat ze naar steenkool aan het boren waren.

IMG_20170103_141616

Monument bij de Derde Tunnel

De relatie tussen Zuid- en Noord-Korea is momenteel zeer ijzig, maar niet al te lang geleden was er sprake van toenadering en misschien wel een toekomstige hereniging. Een van de symbolen daarvoor ligt bij Dorasan: een geheel nieuw treinstation met verbinding rechtstreeks tot aan Seoul. Slechts één keer is de trein met passagiers doorgereden totaan de Noordkoreaanse hoofdstad Pyeongyang. Ook is de route een tijd in gebruik geweest voor vrachtvervoer (2007-2008) totaan de eerste stad in Noord-Korea, Kaesong. De handelsbanden met Kaesong zijn inmiddels sinds begin 2016 weer verbroken en de grens zit potdicht.

IMG_20170103_152536

Spoorlijn Seoul – Pyeongyang

#622: Namhansanseong

Wat is het?
Namhansanseong is een fort uit de 17de eeuw. Het ligt zo’n 25 kilometer buiten het centrum van Seoul. Het is gebouwd als ‘uitwijkhoofdstad’, voor het geval dat de Chinezen Korea zouden aanvallen. Een 7,5 kilometer lange muur omringd de gehele vesting. Deze muur was stevig genoeg om de pas in deze regio geïntroduceerde westerse vuurwapens te weerstaan. Binnen de muren waren boeddhistische tempels voor de soldaat-monniken die de stad moesten verdedigen, en het Noodpaleis waarin de koninklijke familie zich terug kon trekken mocht hun bestaan in Seoul bedreigd worden.

Namhansanseong 012

Cijfer: 6 (Het ligt in een mooie omgeving, maar veel bijzonders is er niet te zien.).

Toegang: Het meeste is gratis te bezoeken, alleen voor het paleis heb je een kaartje nodig voor 2.000 Won (1,75 EUR). Ik kreeg het kaartje echter gratis mee, ik weet niet waarom.

Hoeveel tijd: Ik ben er, inclusief lunch, zo’n 3 uur zoet geweest.

Opvallend: Het kostte me ongeveer anderhalf uur om van mijn hotel in het centrum van Seoul naar deze vesting op een heuvel buiten de stad te komen: eerst een stuk met de metro (inclusief een keer overstappen), en dan het laatste gedeelte de heuvel op tot de ingang met de bus. Ik had me er toch een heel andere voorstelling van gemaakt, maar het hart van dit Namhansanseong is tegenwoordig een toeristendorpje. In de weekenden zal het er erg druk zijn met dagjesmensen uit de grote stad, er zijn volop parkeerplaatsen en restaurants.

Ik ga eerst maar eens bij het paleis kijken. Bij de ingang staat een oudere Koreaanse man in traditionele kleding te posten. Hij blijkt een officiële Engelstalige gids te zijn, die me graag wil rondleiden. Hij is erg enthousiast, en vertelt bij elk deel van het paleis een heel verhaal.

Na het paleis ga ik maar aan de wandel: dat is wat de meeste mensen hier doen. Zo op een doordeweekse dag zijn er eigenlijk alleen maar gepensioneerden op de been, met wandelstokken en rugzak. Je kunt de hele muur rondlopen, langs de vier toegangspoorten. Dat is mij wat te ver, dus vanaf het centrum loop ik eerst naar de oostelijke poort en later (na de lunch) naar de zuidelijke poort. Vanaf daar pak ik ook de bus terug naar het station richting Seoul.

Namhansanseong 2 032

Bovenop de muur, bij de zuidelijke poort

#623: Historische plaatsen van Baekje

Wat is het?
Baekje was een vroeg koninkrijk in het zuidwesten van het Koreaanse schiereiland. Het werelderfgoed bestaat uit 8 archeologische plaatsen uit de 5e tot 8e eeuw, verdeeld over de 3 voormalige Baekje-hoofdsteden: Gongju, Buyeo en Sabi. In die periode had het Baekje-koninkrijk diplomatieke relaties met China en nam het boeddhisme over als staatsgodsdienst. Op hun beurt brachten ze de Chinese kennis en het boeddhisme weer naar Japan.

Gongju 064

Cijfer: 6,5 (Het is zo oud dat het misschien niet gek is dat er weinig van over is. Toch is dat wel een beetje het probleem: in het museum hier en in het nationaal museum in Seoul liggen de mooiste vondsten, maar aan bouwwerken ter plekke is er niet veel te zien. Van de 3 oude hoofdsteden bezocht ik alleen Gongju.).

Toegang: Het werelderfgoed in Gongju bestaat uit twee delen, met elk zijn eigen entree. Toegang tot het fort Gongsanseong kost 1200 Won (0,95 EUR), en de Koninklijke Tombes van Songsan-ri kosten 1500 Won (1,20 EUR). Het Gongju Nationaal Museum, dat naast de Tombes ligt en waar de vondsten zijn tentoongesteld, is gratis.

Hoeveel tijd: Drieënhalf uur heb ik er rondgelopen. Met de nadruk op ‘gelopen’: er moest nogal wat afstand worden overbrugd tussen de verschillende onderdelen.

Opvallend: Dit is mijn eerste tripje deze reis buiten Seoul. Ik ga met de expresbus naar Gongju, één van de drie voormalige hoofdsteden van het Baekje-koninkrijk. De expresbussen vertrekken allemaal vanaf één station in het zuiden van Seoul. Voor 9000 Won (7,20 EUR) koop ik een kaartje voor de rit van anderhalf uur. Er zijn gereserveerde zitplaatsen, en de bus zelf blijkt zeer comfortabel te zijn met maar 28 brede ‘fauteuils’.

De bus rijdt rechtstreeks naar Gongju, en stopt dan bij het busstation dat aan de overkant van de rivier ligt. Gelukkig heb ik een plattegrondje bij me, en zijn zowel het fort als de andere archeologische opgraving al goed te zien omdat ze op heuvels liggen.

Het is een minuut of 20 lopen naar het fort. Gisteren ben ik ook al de hele dag in een fort geweest, dus ik kan niet heel veel energie meer opbrengen voor dit exemplaar. De vlaggen zijn hier geel – de nationale kleur van het Baekje-koninkrijk, het centrum van het universum symboliserend. Verder kun je ook hier weer over de muur lopen, het hele complex rond als je dat zou willen. Ik doe maar de helft, en kom vooral resten tegen uit latere dynastieën dan Baekje (hoewel het fort in hun tijd wel voor het eerst is gebruikt). Alleen de vierkante Lotusvijver, die in open verbinding staat met de rivier, is uit de vroegste periode.

Gongju 025

Na het fort loop ik verder naar het tweede complex. Je kunt het op de andere heuvel zien liggen, maar waar is de ingang? Ik volg een bordje, maar kom dan in een woonwijk terecht. Het lijkt er toch echt op dat ik eerst helemaal om de heuvel heen moet lopen, omdat de ingang van het complex met de Koninklijke tombes aan de achterkant zit.

Ruim een half uur later sta ik dan toch echt bij de ingang. Het complex ligt er verlaten bij, en lijkt ook wel erg ruim opgezet. Toch zit er iemand om entreekaartjes te verkopen, en ik kan naar binnen. ‘Binnen’ betekent hier eerst een ondergrondse tentoonstelling, waarin enkele interieurs van de koninklijke graftombes zijn nagemaakt. Om ze te beschermen zijn de originelen niet toegankelijk voor toeristen. Koning Muryeong had het mooiste graf (zie bovenste foto): het is gemaakt van creatief op elkaar gestapelde bakstenen tegels, tegels die weer versierd zijn met bloemen en inscripties. Ook dit is een methode die de Baekje van de Chinezen hebben overgenomen.

Eenmaal weer buiten kun je langs de grafheuvels lopen, waar de graven zijn gevonden. Het zijn in totaal 7 met gras begroeide bolle heuvels met een deurtje erin – de koningsgraven.

Deze wandeling eindigt bij het Gongju Museum: een gigantisch gebouw. Hier word ik bij de entree overladen met folders, waaronder een plattegrond van het hele Baekje-werelderfgoed (dus inclusief de andere hoofdsteden naast Gongju). In de zalen van het museum stellen ze de vondsten ten toon die in de graven zijn gedaan. Het gaat dan vooral om het rijke graf van de al eerder genoemde koning Muryeong. Hij en zijn vrouw werden begraven met veel van hun bezittingen: wapens, servies (uit China), sieraden, schoenen.

Gongju 043

Na het bezoek aan het museum is het weer tijd om terug te lopen naar het busstation. Het museum ligt helemaal aan de andere kant van de heuvel, nog verder dan de ingang tot de tombes. Het wordt dus weer een hele wandeling terug door de niet al te interessante stad Gongju.

#624: Koninklijke tombes van Joseon

Wat is het?
De Koninklijke Tombes van de Joseon Dynastie zijn gebouwd tussen 1408 en 1966. Ze liggen verspreid over 18 locaties in en om Seoul. Plaatsen van grote natuurlijke schoonheid werden gekozen om de voorouders te eren, plekken ook die goed te bewaken zijn.

Joseon 016

Cijfer: 7 (Op aanraden van mede-werelderfgoedliefhebbers koos ik de locatie Donggureung. Het is inderdaad een vredige omgeving waar de graven in vol ornaat tot hun recht komen.).

Toegang: De entree tot de tombes van Donggureung kost een schamele 1000 Won (0,80 EUR).

Hoeveel tijd: Het park is erg groot, ik ben er zo’n anderhalf uur geweest.

Opvallend: Seoul is een enorme stad. Daarom kost het me toch nog een uur om van mijn hotel in het centrum naar deze tombes te komen. Ze liggen in Guri, een voorstad van Seoul met 200.000 inwoners. Het is een typische Zuidkoreaanse stad met veel grijze torenflats met een groot nummer ter herkenning erop. Je zou het niet zeggen, maar daar tussen in ligt deze vredige begraafplaats in een ruim bemeten park. De buschauffeur wijst me waar ik uit moet stappen, maar er staan ook al grote borden dus je kunt het niet missen.

Er zijn maar een paar mensen aanwezig op deze vroege vrijdagochtend. Net als eerder deze week heb ik vooral het gezelschap van Koreaanse gepensioneerden aan de wandel. Donggureung ligt in een bos, waar een wandelpad je langs de 17 tombes voert. Alle graven hebben hier ongeveer dezelfde opzet: een toegangspoort, een pad met separate wegen voor de geesten en ‘de koningen’ (of gewone bezoekers), een paviljoen en daarachter de grafheuvel zelf.

Bij de meeste grafcomplexen is toegang tot de eigenlijke grafheuvel niet mogelijk. Het graf van de koning of koningin is telkens omlijst met verschillende stenen beelden: pilaren, dieren (vooral paarden) en menselijke figuren (militairen of ambtenaren). Allen bij het driedubbele graf van Mongneung is het mogelijk zo’n grafheuvel op te klimmen en de stenen beelden van dichterbij te bekijken.

Joseon 034

Seoul rond 1900

Op mijn laatste dag in de Zuidkoreaanse hoofdstad bezoek ik nog een aantal modernere, meer westerse gebouwen die eind 19e en begin 20e eeuw aan het decor van Seoul zijn toegevoegd. De eerste daarvan is het Seodaemun Gevangenismuseum. Seodaemun staat symbool voor de Japanse bezetting van Korea, die duurde van 1910 tot 1945. Deze gevangenis werd door de Japanners gebruikt om opstandige Koreanen in op te sluiten, te martelen en soms te vermoorden.

Seoul 025

De gevangenisgebouwen van rode baksteen hebben een bijzondere aantrekkingskracht tegen de diepblauwe lucht en de torenflats en de bergen die Seoul omringen. Hoe triest het verhaal ook is dat er binnen verteld wordt, voor de Koreanen lijkt het vooral toch een gewoon zaterdags uitstapje. Er worden veel selfies gemaakt vanachter de tralies.

In het hart van Seoul ligt Jeong-dong, de oude ambassadewijk. Nou ja oud, ook nu zitten er nog veel westerse ambassades, waaronder de Nederlandse. Hier vestigden zich sinds eind 19e eeuw, toen Korea zich begon open te stellen voor de wereld, de eerste westerlingen. Voordien mochten die niet binnen de stadsmuren van Seoul wonen. Hier bouwden ze hun ambassades en gerelateerde gebouwen in westerse stijl. De wijk werd ook het startpunt voor op westerse leest geschoold onderwijs en de basis voor christelijk missiewerk.

Seoul 056

Ik had me er wat meer van voorgesteld, je moet wel goed opletten om de westerse gebouwen uit die tijd te vinden. Alleen de protestantse kerk is niet te missen: op deze zaterdagmiddag is er een dienst bezig, waarvan het gezang tot ver in de wijk reikt.

In dezelfde buurt ligt het Deoksugung Paleis. Het werd tot het begin van de 20e eeuw en de start van de Japanse koloniale overheersing bewoond door de Koreaanse koninklijke familie. Het is een bijzonder complex omdat het bestaat uit een mix van traditionele Koreaanse bouwwerken van hout en meer westerse gebouwen. Zo is er een exotisch aandoend paviljoen, gebouwd door de Russische architect A.I. Sabatin. En zo liet de laatste koning door een Britse architect een groots neoklassiek gebouw neerzetten, om als slaapvertrekken te gebruiken en ontvangstzaal.

Seoul 082

De rest van de middag slijt ik in de winkelstraten van de wijk Myeongdong. Hier staan vooral grote warenhuizen en zijn veel kleding- en schoenenwinkels. Ik eet er mijn laatste maal in een Japans restaurant bovenin het meest chique warenhuis, Shinsegae.

Terugblik Korea & Palau 2016

De grote-stadscultuur van Seoul gecombineerd met de exotische eilandengroep Palau in Micronesië: het is een eind vliegen, maar het zijn beide fijne bestemmingen om de donkere dagen ná kerst door te brengen.

Voorbereiding

Mijn voorbereidingen voor deze reis startten al zo’n 9 maanden van tevoren, toen ik opeens bedacht dat ik naar Palau ‘moest’. Behalve de vliegtickets en de hotels heb ik ook twee georganiseerde tours vooraf geboekt: die naar de grens met Noord-Korea en de boottocht langs de Rotseilanden van Palau. Ik heb ook in Nederland bij het GWK al dollars gehaald voor gebruik op Palau.

Immigratiestempels van Palau (rechts), met afbeelding van de Bai (mannenhuis)

Vanwege de grote temperatuurverschillen op deze reis (van onder het vriespunt in Seoul tot rond de 30 graden op Palau) had ik zowel een badpak en slippers bij me, als een dikke wintertrui en handschoenen. Toch paste het gelukkig nog allemaal in mijn gebruikelijke 30 liter rugzak.

Vervoer

Vliegtuig
Ik vloog rechtstreeks van en naar Seoul met de KLM – beide waren nachtvluchten. Ik had me zelf op Business Class getrakteerd, dus dat ging prima. Vanaf Seoul is het dan nog 4,5 uur verder vliegen naar Koror op Palau. Dat deed ik met het Koreaanse Air Asiana en ‘gewoon’ in Economy Class.

Lokaal vervoer Zuid-Korea
Ik kan behoorlijk lyrisch worden over het openbaar vervoer in en om Seoul. Het metronetwerk is misschien wel het meest uitgebreide ter wereld, en heel eenvoudig te gebruiken. Voor de meer afgelegen bezienswaardigheden zijn er dan bussen die frequent vanaf de metrostations vertrekken. Alles kun je afrekenen met dezelfde TMoney Pass, een anonieme chipkaart die je makkelijk kunt opladen en ook in supermarkten kunt gebruiken. Een ritje met bus of metro kost maar iets meer dan 1 EUR.

Lokaal vervoer Palau
Er zijn twee opties: een auto huren voor de hoofdeilanden Babeldaob en Koror, en mee met een boot naar de andere eilanden. Met uitzondering van de binnenstad van Koror is het heel rustig op de weg, dus autorijden is heel gemakkelijk. Er zijn niet zoveel richtingborden (de lokale mensen weten toch wel waar alles is…), maar het is zo klein dat je uiteindelijk wel vindt waar je naar op zoek bent – soms na wat vragen.

Palaus kenteken, van de ‘staat’ Koror

Hotels

Seoul (deel 1)
Het Kimchi Guesthouse Jongno is een klein pension in het centrum van Seoul, vlakbij een uitgaanswijk met veel restaurantjes. Het is een gebouw in traditionele Koreaanse stijl, een zogenaamde “Hanok”: dat betekent met vloerverwarming, en slapen en zitten op de vloer. De Hanok’s zijn gemaakt van natuurlijke materialen zoals hout en papier (in de ramen en deuren).

De eigenaresse kan ongeveer 2 woorden Engels, communicatie valt dus niet mee. Het is OK voor 1 nacht, maar behoorlijk primitief.

Website: http://www.booking.com/hotel/kr/kimchi-guesthouse-jongno.nl.html
Prijs: 34 EUR per nacht (inclusief ontbijt)

Koror
Het West Plaza Malakal is er één van de West Plaza-keten, die meerdere hotels heeft in de grootste stad van Palau. Deze ligt wat buiten het centrum, op zo’n 20 minuten lopen van de hoofdstraat. Er valt van alles te regelen, van afhalen van het vliegveld tot huren van een auto. Ik had er een ruime kamer met balkon.

Internet is er alleen tegen betaling – met een kraskaart van 10 dollar, te verkrijgen bij de receptie, kun je 8 uur los. Ontbijt wordt in een naastgelegen restaurant geserveerd, waar je lekker buiten aan de haven kunt zitten.

Website: http://www.malakal.wphpalau.com/
Prijs: 110 EUR per nacht (zonder ontbijt)

Seoul (deel 2)
Na terugkeer uit Palau heb ik 5 nachten verbleven in het Acube Dongdaemun Hotel: een fris en modern hotel in het centrum van Seoul. Het ligt in een wijk met allemaal meubelzaken (die lampen, behang, tegels en zo verkopen). Naar de metro is het maar een minuut of 3 lopen. Op 10 minuten afstand (of 1 metrohalte) zit je midden tussen de winkels en restaurants, daar liep ik ’s avonds vaak heen.

De kamer is klein, maar voor 1 persoon is dat geen probleem. Goed internet en veel internationale zenders op TV. ’s Ochtends is er een ontbijtbuffet waar niet veel afwisseling in zit, maar de croissantjes zijn niet te versmaden.

Website: http://www.booking.com/hotel/kr/acubhe-dongdaemun.nl.html
Prijs: 80 EUR per nacht (inclusief ontbijt en wifi)

Eten

Ontbijt
Het ontbijt in de hotels in Korea was niet helemaal mijn favoriet – het was voedzaam genoeg, maar niet bepaald het hoogtepunt van de dag. Op Palau kon ik elke dag van de kaart kiezen, hadden ze fruitsalades en wentelteefjes en gebakken ei en zo meer.

Rijk ontbijt op Palau

Lunch en diner Palau
In de toeristenstad Koror zijn diverse internationale eetgelegenheden, deze zijn vooral op de Aziatische markt gericht. Japanse, Chinese en Koreaanse restaurants bijvoorbeeld. Ik heb er een keer sushi gegeten, een keer okonomiyaki (Japanse pannenkoek met oesters), en een keer een Indiase curry. Op nieuwjaarsdag at ik een Palause of Polynesische specialiteit: visrolletjes gewikkeld om een spinazie-achtige groente, aangevuld met gekookte taro (“het basisvoedsel in Polynesië”, met weinig voedingswaarde).

Traditionele Palause visrolletjes met taro

Lunch en diner Zuid-Korea
Eén van de (vele) fijne dingen aan Seoul is dat ze heel veel koffiebars hebben – aan elke straat zitten wel een paar tentjes waar je verschillende soorten koffie en ook gebak en/of broodjes kunt kopen. Niet te missen is ook Paris Baguette, een Europees-geïnspireerde broodjeszaak met enorm veel filialen in de stad. Hier gebruikte ik vaak mijn lunch.

Voor het avondeten of een warme maaltijd koos ik meestal voor Koreaans. Er is niet heel veel keus in andere restaurants (Japans en Chinees zie je ook wel, net als Amerikaans fast food). Koreaanse restaurants zijn net als Japanse vaak maar gespecialiseerd in één gerecht: dus of Koreaanse barbecue, of kip, of rijstgerechten. Er komen vaak allerlei bijgerechten bij, waarvoor je wel heel speciale Koreaanse smaakpapillen moet hebben om het lekker te vinden.

De Koreaanse specialiteit Bibimbap

Kosten

Gemiddeld gaf ik per dag in Zuid-Korea 128 EUR uit. Het is niet moeilijk om er aan Europese prijzen te raken: hotels, koffie en de betere restaurants kosten ongeveer hetzelfde als in Nederland. Veel goedkoper echter is het openbaar vervoer en de entree tot bezienswaardigheden (vaak slechts een symbolisch bedrag).

Op Palau besteedde ik ca. 238 EUR per dag. Dat is dan nog zonder de vliegreis. Alles kost er al snel 5 tot 10 US dollar. Het hotel was vrij prijzig (hoewel middenklasse op het eiland), en daar kwamen dan ook nog eens dagelijkse kosten voor ontbijt en internet bij. Om maar iets van de eilandengroep te zien moet je een auto huren of met een boottour mee – zo maar weer 80 EUR per dag. En dan is er nog de 50 US dollar entree tot de Rotseilanden, en de 30 US dollar vertrekbelasting die je op het vliegveld moet betalen…

Leave a comment