- Programma
- Voortrekkers
- #615: Makapan-vallei
- Dieren spotten in Mapungubwe
- #616: Mapungubwe
- Swaziland
- #617: iSimangaliso Park
- De anti-Apartheidsroute
- Over de Sanipas naar Lesotho
- #618: de Drakensbergen
- #619: Vredefort krater
- Terugblik Zuid-Afrika 2016
Programma
Twee weken met een huurauto door Zuid-Afrika – mijn collega’s vinden het wel wat ‘gewoontjes’ voor mijn doen. Ik heb echter een speciale route uitgestippeld door het oosten van het land, met daarin veel natuur en obscuur werelderfgoed. De route gaat met een boog om het Kruger Park en het is te ver rijden naar Kaapstad, dus ik ben benieuwd of ik wel zoveel andere Nederlandse toeristen tegen kom.
De route is volgens het kaartje ruim 2800km lang, en is (ongeveer) als volgt ingedeeld:
| Datum | Programma | Verblijf |
| 2 oktober | Vlucht met KLM van Amsterdam naar Johannesburg (KL0591), van 10.25 tot 21.15 uur. Er is geen tijdsverschil. | OR Tambo Premier Hotel, Johannesburg |
| 3 oktober | Vertrek noordwaarts via het Voortrekkersmonument in Pretoria. In Mokopane wacht ‘de wieg van de mensheid’, de vindplaats van fossielen van vroege mensachtigen. (WE1) | Park Hotel, Mokopane |
| 4 oktober | Een uur of 3 rijden verder naar het noorden, tegen de grens met Botswana, ligt Mapungubwe (WE2). Dit zijn de resten van één van de oudste Afrikaanse beschavingen. | Mopane Bush Lodge, Mapungubwe |
| 5 oktober | Hele dag nog in Mapungubwe, o.a. vogels en andere dieren kijken langs de Limpopo rivier. | Mopane Bush Lodge, Mapungubwe |
| 6 oktober | Reisdag – 580 km te overbruggen. | 44 on Ennis Lodge, Ermelo |
| 7 oktober | Rit naar St. Lucia (400 km), met een zijweg naar Swaziland. Daar bezoek aan de vlakbij de grens gelegen Ngwenya mijn. | Bhangazi Lodge, St. Lucia |
| 8 oktober | Met de auto het moerasachtige natuurgebied van St. Lucia verkennen (WE3). | Bhangazi Lodge, St. Lucia |
| 9 oktober | Vroeg in de ochtend een walvistour vanuit de haven van St. Lucia. | Bhangazi Lodge, St. Lucia |
| 10 oktober | Lange rit van St. Lucia naar Himeville (440km), onderbroken door korte stops bij de ‘Mandela sites’ Luthuli Museum en de plaats waar Mandela gevangen werd genomen. | Albizia House B&B, Himeville |
| 11 oktober | Jeeptour over de Sani Pass naar Lesotho (volle dag). | Albizia House B&B, Himeville |
| 12 oktober | Naar de rotstekeningen bij Kamberg, deel van de Drakensbergen (WE4). Overnachting in de noordelijke Drakensbergen, op een afgelegen lodge. | Greenfire Lodge Drakensberg, Bonjaneni |
| 13 oktober | Dagwandeling in de buurt van de lodge, bijvoorbeeld naar een gierennest. | Greenfire Lodge Drakensberg, Bonjaneni |
| 14 oktober | In de ochtend nog om de lodge. Tegen de lunch doorrijden naar de volgende bestemming, Parys (4 uur). | Rus en Vrede on Vaal, Parys |
| 15 oktober | Tocht met lokale gids door de Vredefort Dome (WE5), van 9-14 uur. Daarna terugrijden naar Johannesburg (1,5 uur). Terugvlucht om 23.15 uur vanaf Johannesburg Airport. | Vliegtuig |
| 16 oktober | Aankomst op Schiphol om 10.20 uur. | Thuis |
Voortrekkers
Mijn reis door Zuid-Afrika start vanaf het vliegveld van Johannesburg, waar ik in de vroege ochtend mijn huurauto ophaal. De rit van vandaag gaat naar het noorden, op weg naar de werelderfgoederen van Makapansgat en Mapungubwe. Mijn investering in een TomTom-routekaart van Zuid-Afrika blijkt een goede: zonder gedoe rijd ik over de brede snelweg richting Pretoria. Om kwart over 9 sta ik daarom al bij mijn eerste tussenstop: het Voortrekkermonument.
Het monument is een symbool van het oude Zuid-Afrika. Hier worden de ‘Voortrekkers’ geëerd, Boeren (van Nederlandse en Duitse komaf) die tussen 1835 en 1854 de binnenlanden introkken op zoek naar nieuwe landbouwgrond en weg van de Engelse kolonisten aan de kust. In de jaren ’30 van de 20e eeuw werd ter nagedachtenis aan hen dit megalomane monument in Art Deco-stijl opgetrokken. Het is bijna leeg van binnen – in het midden staat alleen een cenotaaf, een graftombe zonder lijk. Je wordt verzocht hier stil te zijn, dit is bijna heilige grond voor de Afrikaners. De groep Chinese toeristen die er tegelijk met mij is trekt zich daar overigens niks van aan.
In de kelder van het gebouw is een beperkte tentoonstelling met daarin voorwerpen die de Voortrekkers op hun tochten meenamen. In de koffers op hun ossenwagens zaten veel voor Hollanders herkenbare spullen, zoals merklappen, speldenkussens en vingerhoedjes. De eerste vlag van de Republiek Natalia die de Voortrekkers stichtten is ook op de Nederlandse vlag geinspireerd.
Het monument ligt in een park waarin ook andere bezienswaardigheden zijn geplaatst. Het is een soort openluchtmuseum. Zo is er een voormalige rijdende school, een klaslokaal op wielen dat aan het begin van de 20e eeuw dienst deed op het platteland. Hij moest door 16 ossen worden voortgetrokken. En er zijn botanische tuinen. Ze zijn mijn eerste kennismaking met de Zuidafrikaanse flora en vogels. Fijn om hier even rond te lopen. De vogels vliegen af en aan. Ik krijg alleen een specht op de foto, die blijft tenminste stilzitten.
Na zo’n anderhalf uur stap ik weer de auto in. Eerst een stukje door de stad Pretoria. Het staat in de maanden september-november bekend om zijn paarse jacaranda’s, die vele straten in het centrum omzomen. Ze staan nu volop in bloei, erg mooi. Buiten de stad is het gewoon weer dor en droog.
Ik rijd over de snelweg de laatste 2 uur naar mijn overnachtingsplaats Mokopane. De stad stond tot het einde van de Apartheid bekend als Potgietersrus: het is vlakbij de laatste rustplaats van Piet Potgieter. Hij was een leider van de Voortrekkers, die stierf bij bij het Beleg van Makapansgrot. Die grot ga ik later nog bezoeken (het is deel van een werelderfgoed, maar vanwege een andere reden). Mokopane is tegenwoordig een erg Afrikaans stadje, het doet me terugdenken aan mijn reis naar Uganda en Rwanda eerder dit jaar.
De enige bezienswaardigheid is het Arend Dieperink Museum. Arend Dieperink was een lokale verzamelaar, die oude spullen van zijn van de Voortrekkers afstammende familie verzamelde alsmede andere lokale voorwerpen. In de tuin van het museum staan ook de paarse jacaranda’s in bloei, net als in Pretoria. De ‘tuin’ ligt overigens bezaaid met oude landbouwwerktuigen. Na betaling van 25 Rand (1,50 EUR) aan een oude zwarte vrouw stopt ze me wat folders toe en mag ik de tentoonstellingen bekijken. Net als in het museum van het Voortrekkermonument stuit ik ook hier weer op veel Nederlandstalige bijbels – die mochten ook zeker niet ontbreken in de ossenwagen.
#615: Makapan-vallei
Wat is het?
De Vindplaatsen van fossielen van mensachtigen in Zuid-Afrika zijn drie groepen grotten in verschillende delen van Zuid-Afrika. Hier zijn fossielen van mensachtigen gevonden, die inzicht geven in de ontwikkeling van de mens. Eén soort was een voorouder, de andere soort leefde tegelijkertijd met de eerste homo sapiens. De oudste fossielen hier gevonden zijn 3,5 miljoen jaar oud.
Cijfer: 6 (Dit zijn de moeilijkste onder de werelderfgoederen: daar waar ooit iets belangwekkends gebeurde, maar waar nu helemaal niks meer te zien is. De tocht ernaar toe en de ruige omgeving maakten het toch de moeite waard.).
Toegang: Vooraf heb ik vanuit Nederland geprobeerd een tour te boeken, omdat bezichtiging van de grotten alleen op afspraak zou zijn. Maar ik kreeg geen reactie op mijn e-mails. Vandaar dat ik maar ‘gewoon’ ter plekke langs ben gegaan. Met succes, maar zonder entree te betalen.
Hoeveel tijd: Ik ben er anderhalf uur geweest – de tijd die nodig is om een paar grotten te zien en een heel eind de vallei in te rijden.
Opvallend: Van de drie tot het werelderfgoed behorende groepen grotten koos ik de Makapan-vallei uit voor een bezoek. Deze ligt namelijk mooi halverwege de route van Johannesburg naar Mapungubwe, het volgende werelderfgoed op mijn lijstje. Makapan herbergt sporen van bewoning tot 3,5 miljoen jaar terug, met onder andere het oudste gecontroleerde gebruik van vuur. Daarnaast zijn er ook veel vondsten uit de Steentijd gedaan.
Mijn bezoek aan Makapan begon eigenlijk al in het Arend Dieperink Museum in Mokopane. Naast de Voortrekkers-curiosa is hier ook een tentoonstelingsruimte gewijd aan de vondsten in de nabijgelegen Makapan-vallei. Het lijkt misschien niet veel soeps van de buitenkant, maar ik stond toch zomaar oog in oog met een aantal schedelfragmenten van een exemplaar van de Australopithecus africanus. Ze hadden echt een veel kleiner hoofd (en dus minder hersenen) dan de moderne mens!
Bij het verlaten van het museum vroeg ik de dame in het kantoortje bij de ingang hoe ik de grotten kon bezoeken. “Je kunt er nu heen gaan – het is altijd open”, antwoordde ze. Dus zonder afspraak? Ik was een beetje sceptisch, bang dat ik alleen van een afstand naar een rotswand met grotten zou mogen kijken. Maar ik besloot om er toch heen te rijden. Ik had de GPS-coördinaten opgeschreven en die programmeerde ik in mijn TomTom. Bij de afslag bleek zelfs een bord te staan met ‘Werelderfgoed Makapansgat’. Dan is het nog een paar kilometer rijden de vallei in, over een onverharde weg. Ik had geen idee waar ik uit zou komen, maar de weg eindigde bij een bewaakte toegangspoort: daar moest het zijn!
Nadat de bewaakster me binnen had gelaten kwam ik bij ‘het kantoor’ van het Makapan Vallei Werelderfgoed. Er stapte meteen een gids naar buiten die vroeg: “Heb je al voor de tour betaald?”. Nou nee dus, ik wist niet waar. Blijkbaar moet je ergens bij een kantoortje in de stad Mokopane boeken. Gelukkig had hij geen zin om me helemaal terug te sturen, dus hij ging even de sleutels halen en stapte toen bij mij in de auto om nog dieper de vallei in te rijden.
De weg werd slechter en slechter. Ooit hadden ze grote plannen met dit gebied, ze hadden zelfs een hoog bedrag van de Zuidafrikaanse loterij gekregen. Maar dat is allemaal verdampt. Drie grotten zijn nu open voor bezoekers. De eerste heeft kalksteenafzettingen, dat is waar de mensachtige fossielen zijn gevonden. Maar als we voor het hek staan, blijkt dat de gids de verkeerde sleutels mee heeft genomen. Ik heb geen zin om terug te rijden over de slechte weg, dus we gaan maar meteen door naar de andere twee grotten. Deze liggen naast elkaar en werden vroeger in de mijnbouw gebruikt: je ziet de spoorrails nog liggen.
Hier beginnen we bij de Grot van Haarden, bekend om het eerste gecontroleerd aangelegde vuur door mensachtigen. De bovenste laag van de grot is bijna ingestort.
Even verderop ligt de ‘Historische Grot’ – de plaats van een belegering tussen de lokale Kekana Chief Makapan, die met zijn clanleden zijn toevlucht hadden gezocht in deze grotten, en de oprukkende Voortrekkers in 1854. Het is een bekend geschiedenisverhaal in Zuid-Afrika, en mijn gids vertelt hier ook het langst over. Aan de kant van de Voortrekkers sneuvelde hun leider Piet Potgieter, en naar hem werd de dichtbij gelegen plaats genoemd (Potgietersrus). Na het einde van de Apartheid werd die naam veranderd in Mokopane, zodat Chief Makapan nu zowel een plaatsnaam als een werelderfgoed op zijn naam heeft staan.
Boos klipdassie in de Historische Grot
Dieren spotten in Mapungubwe
Het Nationaal Park Mapungubwe ligt in het uiterste noorden van Zuid-Afrika, op de grens met zowel Botswana als Zimbabwe. Ik reis erheen voor het culturele werelderfgoed (daarover later meer), maar voor de meeste mensen is het één van de vele wildparken die het land rijk is. Ik arriveer er rond lunchtijd, en ga de eerste middag met eigen huurauto een rondje door het park rijden. Het is fijn dat dat hier mag – je moet alleen wel in de auto blijven zitten. Het park ligt zo’n 50 kilometer van de dichtstbijzijnde plaats Alldays, waar ik voor het laatst kon tanken en een lunch kon inslaan.
Kenmerkend landschap voor Mapungubwe, inclusief de baobab
Het is ongelooflijk droog in het park, het is een wonder dat de dieren hier weten te overleven. De begroeiing bestaat vooral uit lage struiken én hele oude baobab-bomen. Die laatsten zijn erg fotogeniek, en voor mij hét icoon van dit park. Op mijn eerste rondje rijd ik eerst naar het drielandenpunt, waar twee grote rivieren samenvloeien. Althans, dat doen ze zo’n 3 maanden per jaar. Op wat poeltjes na staat het helemaal droog. Ik eet er mijn zelf meegebrachte lunch, een beetje voorzichtig omdat er ook apen rondlopen (die wel weten dat mensen eten bij zich hebben). Behalve de apen en ik is er verder geen mens. Later komt nog wel een giraffe polshoogte nemen.
Niet ver daarvandaan ligt een vlonderpad ‘door de boomtoppen’. Dit is de ideale plek om vogels te kijken. Hier staat nog een beetje water. Ik tref het niet met alleen een reiger, die ik bij mij achter het huis ook wel kan zien. Door de dichte bossages en de schutkleuren is het moeilijk dieren laat staan vogels te zien. Maar bij de uitgang van het houten wandelpad stuit ik toch nog op een prachtige uil.
De volgende dag ga ik om half 6 ’s ochtends mee met de gids die werkt voor de lodge waar ik heb overnacht. Er gaan ook twee oudere Duitsers mee, die de Zuidafrikaanse wildparken per vliegtuig aandoen (ze vliegen zelf met een gehuurd vliegtuigje!). We rijden dit keer vanaf de andere kant het park in. Zo zie ik de eerste uren tenminste een nieuwe omgeving.
Al snel ziet gids Brigitte verse sporen van leeuwen in het zand op de weg. Leeuwen zijn hier vrij zeldzaam: ze vertelt dat ze sinds ze hier werkt al eens een jaar lang helemaal geen leeuwen is tegengekomen. We volgen het spoor, maar het verdwijnt tussen het gras en de struiken. Als we doorrijden komt ons een minibusje achterop, waarvan de bestuurder roept dat hij de leeuwen heeft gezien. Hij geeft aan waar, en wij rijden terug. En inderdaad, twee nieuwsgierige koppen van jonge leeuwen steken boven het gras uit. Al snel schrikken ze ergens van en hollen weg. Dat is het laatste wat we van ze gezien hebben.
We rijden vanochtend met een 4-wiel aangedreven jeep, en daarmee mag je dieper het park in dan waar ik gisteren rondreed. We komen dichter langs de droogliggende rivier Limpopo, en zien illegale immigranten vanuit Zimbabwe te voet de oversteek maken. Daarna moeten ze nog het hele park doorlopen (met leeuwen en olifanten en al), voordat ze bij de geasfalteerde weg komen waar het hopen is op een lift. Samen met aangrenzende parken in Botswana en Zimbabwe vormt Mapungubwe één groot reservaat zonder grenzen, om de wilde dieren een groot gebied te geven om in te leven.
Slechts zo’n 3 maanden per jaar stroomt er water door de rivier. In het park zelf pompen ze op enkele plekken wat water omhoog om groene zones te creëren. Eén van die groene oases trekt veel vogels aan, en er zit zelfs een krokodil (die vandaag zijn gezicht niet laat zien).
Na een drankje en een muffin op dezelfde picknickplek als ik de dag ervoor was, rijden we weer richting de uitgang. De rit heeft in totaal 4 uur geduurd, waarin we een volle ronde door het park deden. Zo net na zonsopgang is natuurlijk een goede tijd om dieren actief te zien en om foto’s te maken. Er waren dan ook wat meer auto’s onderweg. Maar veel meer dan 5 andere wagens hebben we niet gezien. De charme is dat je het daarom grotendeels voor je alleen hebt, en dat je zelf de dieren moet zien te vinden. Bij het verlaten van het park kan ik weer een setje zoogdieren die ik nog nooit eerder had gezien afstrepen: de zuidelijke giraffe, mangoesten, de klipspringer (een klimmende antilope) en de steenbokantilope.
#616: Mapungubwe
Wat is het?
Het Cultuurlandschap Mapungubwe omvat de resten van wat ooit de belangrijkste nederzetting was van het binnenland van zuidelijk Afrika. Tussen 900 en 1300 leefden hier tot enkele duizenden mensen. Ze handelden in goud en ivoor met de steden aan de kust van de Indische Oceaan. De bevolking bouwde opeenvolgend drie nederzettingen in deze streek. Geleidelijk aan ontwikkelde zich een elite van een heilige koning met zijn gevolg: zij gingen bovenop de Mapungubwe heuvel wonen, terwijl de gewone mensen in het dal leefden en werkten.
Cijfer: 7,5 (Het is een heel fotogenieke omgeving, het is er lekker rustig, ik had er heerlijk weer (fris voor de tijd van het jaar) en al een aantal ‘nieuwe’ dieren gezien – dat alles maakt iets wat misschien op zich niet zo spectaculair is toch heel aangenaam. Mapungubwe heeft een interessante geschiedenis, en is gelinkt aan de oude steden in Zimbabwe net aan de andere zijde van de grensrivier).
Toegang: De entree tot het park kost 160 Rand per auto per dag (dat is ca. 10 EUR). Daarnaast boekte ik voor 235 Rand (20 EUR) een toer naar het beschermde culturele gedeelte.
Hoeveel tijd: Omdat het zo afgelegen ligt, moet je er ook wel 2 nachten blijven. Ik heb me er anderhalve dag prima vermaakt.
Opvallend: Het culturele deel van het bezoek aan dit park startte ik in het museum. Het is een mooi gebouw dat een aantal jaren geleden ook een architectuurprijs heeft gewonnen. Alleen hebben ze niet zoveel om te laten zien. De vondsten die in Mapungubwe gedaan zijn, liggen meest in het Universiteitsmuseum van Pretoria. Alleen van kralen hadden ze er waarschijnlijk genoeg, dus daar heeft dit museum er ook heel wat van. De bewoners van Mapungubwe ruilden hun eigen waar voor o.a. kleurige kralen en keramiek van verder weg.
Op de heuvel van Mapungubwe zijn drie koninklijke graven gevonden, met daarin gouden voorwerpen. Het bekendste daarvan is de Gouden Neushoorn. Het is een houten beeldje, omvouwen met bladgoud. Hier in het museum hebben ze een kopie (alhoewel dat er niet bijstaat, als je niet beter weet denk je dat dit het origineel is). Het echte exemplaar ligt normaal in Pretoria, maar is momenteel voor een tentoonstelling uitgeleend aan het British Museum in Londen.
Om de heilige berg te bezoeken moet je met een tour mee. Deze gaat drie keer per dag. Ik heb die van 4 uur geboekt, en ben de enige deelnemer. Ik moest zelfs voor 2 betalen om hem door te laten gaan. Voordeel is dan weer wel dat we kunnen vertrekken wanneer we willen. Ik ben al om half 4 op de afgesproken plek, en gids Johannes is er ook. Ik stap bij hem in de jeep en we rijden dieper het park in. Het gaat over een pad waar je zelf niet mag rijden.
De platte heuvel waar de vondsten zijn gedaan ligt in een opzienbarend groen deel van het park. Hier stroomde vroeger een rivier, dat kun je nog steeds zien aan de begroeiing. Zebra’s, giraffen en impala’s grazen er gezellig samen. We laten de jeep achter, en gaan te voet naar de heuvel. De gids heeft een geweer bij zich: ook hier kunnen leeuwen of olifanten voorkomen.
Dit is de heuvel waarop de koninklijke familie zich op een gegeven moment terugtrok. Het is een natuurlijk fort: de wanden zijn zo steil dat er niemand omhoog kon komen. Er was maar één weg omhoog, via een ladder. Diezelfde route gebruiken we nu ook. Het is 10 minuten steil trappen lopen (moderne houten gelukkig), en dan staan we boven.
De top, die van nature vlak is, is door de vroegere bewoners wat leefbaarder gemaakt door zand naar boven te brengen. De top is dus bedekt met een zandlaag met gras, handig om je hut op te bouwen. Van de hutten zelf kun je alleen nog de ronde uitsnedes zien in de zachte rode zandsteen. Verder is er nog een watertank en een graanopslag te zien. De inhoud werd uiteraard geleverd door de gewone bevolking ‘van beneden’.
Als we terug beneden zijn heeft een kudde olifanten onze jeep omsingeld. De gids raakt er niet van in paniek: een paar keer in je handen klappen en ze gaan weg.
Swaziland
Is het het waard om 100 kilometer om te rijden en nog eens 5 kwartier extra in de auto te zitten om een glimp van Swaziland op te vangen? Met dat dilemma zat ik de afgelopen dagen: na een lange reisdag op donderdag, stond er nog een rit van minstens 380 kilometer op het programma op de dag erna. Toch kies ik ervoor die uit te breiden met een omweg door Swaziland: langs een mogelijk toekomstig werelderfgoed en dwars door het land van noordwest naar zuid. De hoofdwegen schijnen er minstens zo goed te zijn als in Zuid-Afrika, dus ik hoop op niet teveel tijdverlies en een attractievere omgeving.
Al om 9 uur kom ik aan bij de grensovergang ‘Oshoek’. Er staat een lange rij vrachtwagens, maar met een personenauto kan ik gewoon doorrijden tot aan de stop-streep. Ik had van de autoverhuurmaatschappij een officiële brief meegekregen dat het is toegestaan om de auto de grens met Swaziland over te brengen. Maar daar wordt niet naar gevraagd. Zowel aan de Zuidafrikaanse als aan de Swazische zijde is er een eenvoudig ritueel: mannetje schrijft kenteken op een briefje, je parkeert je auto even verderop, gaat met dat briefje 2 loketten langs voor 2 stempels, laat ondertussen je paspoort zien en dat was het. Het briefje met de twee stempels lever je vervolgens in bij de grenspost van Swaziland, en daar krijg je weer een schoon briefje om de twee stempels op te halen. Het lijkt wel de Elfstedentocht. In Swaziland moet je ook nog 50 Rand (3 EUR) aan wegenbelasting betalen.
In een minuut of 20 is alles afgehandeld en rijd ik Swaziland binnen. Ik blijk dan al bijna meteen bij mijn eerste bestemming te zijn: de Oude Mijn van Ngwenya ligt aan de eerste afslag na de grens. Het staat duidelijk aangegeven. De voormalige mijn geldt als ‘de oudste mijn ter wereld’: de vroegste activiteiten dateren tot 43.000 jaar geleden toen hier ijzererts (hematiet) gewonnen werd om rode kleurstof en glitter van te maken.
Bij de toegang is een slagboom met een hokje waar je de entree moet betalen. Het kost 28 Rand (1,70 EUR). Hoewel Swaziland een eigen munt heeft, kun je alles hier ook met Zuidafrikaanse Randen betalen (de munten zijn evenveel waard). Je mag de mijn alleen onder begeleiding bezoeken, dus een gids stapt bij me in om nog een stukje verder te rijden.
De eerste stop is bij het bezoekerscentrum. Vanaf hier kun je al de mijnkrater inkijken: er heeft zich in de afgelopen 40 jaar, sinds de mijn gesloten is, een heel bos in ontwikkeld. Het gebied is nu ook een beschermd natuurgebied. Binnen in het bezoekerscentrum kun je onder andere zien hoe het er voordien heeft uitgezien: een bijna totaal afgegraven berg.
Met de gids rijd ik vervolgens een eind verder het terrein op. Te voet gaat het daarna naar de Leeuwengrot, een kwartiertje lopen door het aantrekkelijke Swazische berglandschap. Deze grot is de oudste plek waar het ijzererts werd gewonnen. De gids laat zien hoe: de steen werd verpulverd tot er rood gruis overbleef. Als je dat op je hand smeert, is het een rode kleurstof met glitters. Het werd waarschijnlijk dan ook vooral gebruikt om rotstekeningen mee te maken en mogelijk als bescherming tegen de zon. Pas veel later werd er ook ijzer gesmolten en ijzeren voorwerpen gemaakt.
Na een uurtje lever ik de gids weer af bij de ingang, en rijd ik door naar Mbabane. Dit is de hoofdstad van Swaziland (eigenlijk moet ik zeggen ‘een hoofdstad’, want ze hebben er twee). Wat opvalt is hoe modern het hier is. De weg is een ‘echte’ snelweg met gescheiden weggedeelten: kom daar in Zuid-Afrika maar eens om. De huizen zien er modern uit, er zijn winkelcentra en veel grote reclameborden. Ik moet dan ook veel moeite doen om de traditionele houten huizen met rieten daken op de foto te krijgen.
Vanwege de tijd, maar ook omdat ik me niet echt heb voorbereid op Swaziland, rijd ik gewoon door zonder nog ergens te stoppen. Achteraf bezien lijkt Lobamba nog de moeite waard te zijn geweest: de koninklijke hoofdstad met onder andere het nationaal museum. Het moet wel worden gezegd dat na Mbabane het flitsende er wel vanaf is. Er zijn ook geen gelegenheden meer om bijvoorbeeld wat te eten. Wat rest is een landschap gedomineerd door suikerrietvelden. Op de weg passeer ik telkens ook de enorme trucks met gekapt suikerriet.
Het land verlaat ik via de grensovergang Lavumisa. Dit gaat met hetzelfde stempelritueel als vanochtend. Alleen heb ik nu de pech dat een bus met zo’n 50 Franse toeristen net voor me is, dus het duurt allemaal wat langer.
#617: iSimangaliso Park
Wat is het?
Het iSimangaliso Wetland Park is een moeraslandgebied aan de kust van de Indische Oceaan, in het oosten van Zuid-Afrika. Het beslaat zowel de kuststrook met z’n duinen en fauna in de oceaan, als moerassen en meren iets verder het binnenland in. Bedreigde schildpadden leggen hier hun eieren, en groepen walvissen en dolfijnen trekken langs op hun migratie door de oceaan.
Cijfer: 6,5 (Het is een hele verandering in vergelijking met het droge noorden van het land: alles groen hier, veel water ook. Toch zijn er maar weinig watergerelateerde activiteiten. Ik had bijvoorbeeld veel meer vogels verwacht te zien. Voor je het weet rijd je hier ook weer gewoon door het grasland langs dezelfde diersoorten die je ook in andere parken van Zuid-Afrika ziet.).
Toegang: Toegang tot elk van de delen van het park kost 95 Rand per dag (6 EUR).
Hoeveel tijd: Ik ben er twee dagen/drie nachten geweest. Het is een groot gebied (280 kilometer kustlijn tot aan Mozambique), en je kunt er zowel zelf rondrijden als met één van de vele tours meegaan. St. Lucia, dat aan de rand van het park ligt, is een prettig toeristenplaatsje waar je keuze hebt aan restaurants en je ook eens de auto kunt laten staan.
Opvallend: Verdeeld over de twee dagen heb ik vier activiteiten gedaan. Helaas werd de walvistour, wat toch wel het hoogtepunt had moeten zijn, afgelast vanwege te harde wind. En ik had nog wel pilletjes tegen zeeziekte gekocht!
Op de eerste ochtend reed ik met mijn huurauto de oostelijke kant van het park in, een lange rechte weg naar Cape Vidal. Hoewel dit voornamelijk een aan water gerelateerd natuurgebied is, zit hier ook veel ‘gewoon’ wild. De grootste soorten zoals leeuwen en neushoorns zijn hier in de afgelopen 20 jaar opnieuw geïntroduceerd. Die zie ik echter niet: vooral de grote koedoe is prominent aanwezig, een soort groot hert met een streepjescode op de zij.
Na wat uitkijkpunten over de kust, die grote gelijkenissen met de Waddenkust vertoont, kom ik op het schiereiland Cape Vidal. Dit is het verst tot waar je met een gewone auto kunt komen. Hier is het bosachtiger, en ik spot gelijk de Samango-aap (witkeelmeerkat in het Nederlands). Deze houdt samen met grote troepen wit-zwarte vervetapen de wacht bij de parkeerplaats, in de hoop wat eten van de menselijke bezoekers af te pakken. Mensen parkeren hier vooral om een dagje naar het strand te gaan.
Het tweede deel van het programma op zaterdag bestaat uit een tochtje per boot over de riviermonding die leidt tot het brakwatermeer St. Lucia. De tocht vertrekt om 4 uur. Ik ben er al een half uur van tevoren, en kan het beste plekje vooraan uitzoeken. De boot vult zich langzaam met meer en meer Nederlanders. Het is ook bepaald niet de enige boot die op dat tijdstip vertrekt: onderweg komen we nog 3 andere boten met toeristen tegen die precies dezelfde plekjes aandoen als wij. Het is dan ook een gezapig tochtje van 2 uur, langs een paar plekken waar nijlpaarden zich ophouden, nesten met wevers en twee half-verscholen krokodillen. Alleen deze zeearend lijkt een geïmproviseerd onderdeel.
De volgende ochtend stap ik zelf weer in de auto, en rijd naar het westelijke deel van het park via de Dukuduku ingang. Na een paar kilometer sta ik al meteen een tijdje stil: een grote olifant heeft de weg geblokkeerd, en loopt wat over die weg heen en weer. De toeristen die voor me zijn komen al teruggereden. Er zit niks anders op dan af te wachten tot de olifant weer vertrekt. De rit levert verder nog wat nieuwe vogelsoorten op, en een goede fotogelegenheid voor een duiker (een gedrongen antilope). De laatste heeft net als de apen van gisteren een parkeerplaats opgezocht voor voedsel.
Als uitsmijter volgt dan om 8 uur ’s avonds nog een jeeptour door het park. Samen met 4 jonge Israëli’s en een gids duiken we weer het park in, door dezelfde toegangspoort die ik vanochtend nam. De gids heeft een zoeklicht mee, waarmee hij de velden en bomen afstruint op zoek naar weerkaatsende oogjes. We zien veel dezelfde dieren als vanochtend, misschien wel dezelfde individuen. Wel vier soorten antilopen, een over de weg rennend nijlpaard en veel zebra’s. Het enige nieuwe dier is een galago: een boombewonend nachtdiertje. Ik zie hem wel wat rondkruipen in de boom en vooral zijn lange staart, maar een foto zit er niet in.
De anti-Apartheidsroute
Vandaag rijd ik langs twee van de dertien locaties die op de Voorlopige Lijst van Werelderfgoed van Zuid-Afrika staan onder de naam ‘Nelson Mandela Erfgoed’. De plaatsen hebben allemaal iets te maken met de strijd tegen de Apartheid.
De rit van St. Lucia naar mijn volgende overnachtingsplaats, Himeville in de Drakensbergen, is 440 kilometer lang. Gelukkig heb ik dit keer wel een paar bezienswaardigheden langs de route weten te vinden. Het zijn twee van de dertien locaties die op de Voorlopige Lijst van Werelderfgoed van Zuid-Afrika staan onder de naam ‘Nelson Mandela Erfgoed’. De plaatsen hebben allemaal iets te maken met de strijd tegen de Apartheid, en omvatten zowel overheidsgebouwen, onderwijsinstellingen en woonhuizen als de geboorte- en begraafplaats van Nelson Mandela.
Luthuli Museum in Groutville
De eerste stop is na 2 uur rijden in het stadje Groutville. Het ligt net van de snelweg af, en met borden staat mijn bestemming al aangegeven: het Luthuli Museum. Voordat ik deze reis voorbereidde had ik nog nooit van de man gehoord, maar hij is een belangrijke voorganger van Mandela geweest. Albert Luthuli was president van het ANC in de jaren ’50 en ’60, en was een voorstander van geweldloos verzet tegen de Apartheid. Dat leverde hem in 1960 de Nobelprijs voor de Vrede op.
Het huis waar hij het grootste deel van zijn leven gewoond heeft is sinds 2004 een museum. Er zijn allerlei gebouwen bijgebouwd, en er staat een groot hek omheen. Ik moet me inschrijven op een lijst bij de bewaking om naar binnen te mogen. Dan sta ik in de hal, en begin zelf maar wat rond te kijken want het gebouw lijkt verlaten. Even later weet een serieus-ogende gids me toch te vinden, en hij leidt me rond over het terrein. In de tuin is een speciaal plekje, met een bankje onder een oude boom (die ze pas hebben gekapt!). Daar dacht hij na en ontving Luthuli zijn gasten. Hij mocht vanaf 1959 zijn woonplaats niet meer verlaten, en ook maar één bezoeker per keer ontvangen. Zijn beroemdste gast was Robert F. Kennedy, die met een helikopter langskwam. Binnen 2 jaar waren ze allebei dood: Kennedy vermoord, en Luthuli door een treinongeluk omgekomen. De gids vertelt dat de familie echter denkt dat ook dat een politieke moord geweest is.
In zijn voormalige woonhuis zit een levensecht wassen beeld van Luthuli aan tafel te lezen. Ook is er een video te zien met herinneringen van zijn dochter, en zijn er oude foto’s.
Luthuli is er nog steeds aanwezig
Na zo’n 3 kwartier stap ik weer de auto in voor het vervolg van de rit. Ik lunch in een groot winkelcentrum in het nabijgelegen Pietermaritzburg. Vandaar rijd ik door naar de plaats Howick, waar de tweede anti-Apartheid locatie in de buurt ligt. Tot mijn schrik zie ik dat ik geen adres heb opgeschreven van die plek. Ik hoop dan maar dat er in Howick net zulke goede borden staan in Groutville eerder op de dag. Het gaat om de plek waar Mandela gevangen werd genomen, de aanhouding die leidde tot zijn langdurige gevangenschap op Robben Eiland. Mandela kwam op dat moment terug van een bezoek aan Albert Luthuli. Hij deed zich voor als chauffeur van een blanke zakenman.
Eenmaal in Howick aangekomen staan er borden overal naar toe, maar niet naar deze zogenaamde ‘Mandela Capture Site’. Ik rijd zonder succes een rondje door de plaats, en bedenk dan mijn TomTom maar eens het voordeel van de twijfel te geven. Ik kies ‘Nuttige locatie nabij bestemming’, en dan voor ‘Toeristische attractie’. En jawel hoor, hij staat erin. Het ligt zo’n 4 kilometer buiten Howick.
Op deze symbolische plek zijn een bezoekerscentrum en een monument verrezen ter nagedachtenis aan Mandela en de gebeurtenis van zijn arrestatie. Men is zelfs nog bezig een grootse tentoonstellingshal te bouwen: het is de bedoeling dat daarin onder andere een kopie van zijn cel op Robben Eiland wordt neergezet. Een tunnel moet de hal gaan verbinden met de exacte locatie waar de arrestatie plaats vond, aan de overkant van de weg nabij de spoorlijn.
Ook nu al weten toeristen deze plek al goed te vinden (beter dan ik in eerste instantie). Er zijn maar liefst twee Nederlandse toergroepen met mij hier aanwezig: van Djoser en FoxReizen. Daarnaast zijn er nog een aantal individuele Zuidafrikaanse bezoekers. Je wordt eerst naar een tentoonstellingsruimte geleid, waarin met informatieborden en foto’s het leven van Mandela wordt weergegeven vanaf dat hij kind was.
Sculptuur van tralies
Op het buitenterrein is een recht pad dat de Lange Weg naar Vrijheid symboliseert. Dit pad komt uit bij een sculptuur van een Italiaanse architect, die 50 ijzeren staven (een verwijzing naar de gevangenistralies) zo heeft gevormd dat ze – als je vanaf de juiste richting kijkt – het hoofd van Mandela vormen.
Over de Sanipas naar Lesotho
Vanuit de zuidelijke Drakensbergen is het gemakkelijk een dagtocht te maken naar weer een ander land: Lesotho. Het viert dit jaar zijn 50-jarige onafhankelijkheid, daarvoor was het een Brits protectoraat (de Britten beschermden hen tegen de omringende Zoeloe’s). Deze rit gaat over de Sanipas, de hoogste bergpas in Zuidelijk Afrika die nog geschikt is voor motorvoertuigen. Geen gewone auto’s overigens: een vierwiel aangedreven voertuig is hier verplicht. Vandaar dat ik mijn auto vandaag mag laten staan, en instap in de jeep van Sani Pass Tours in Underberg.
We zijn met z’n zevenen: 4 oudere Zuid-Afrikanen uit Pretoria, een Nederlands stel en ik. De drie Nederlanders zijn de jongsten, dus wij mogen op de achterste rij van de jeep plaatsnemen. Gelukkig is die nog ruim genoeg. Het is maar zo’n 45 kilometer rijden, maar je stijgt tot 2865 meter hoogte en onderweg moeten er natuurlijk vele fotostops gemaakt worden. Dus de rit omhoog duurt zo’n 2,5 uur. De grenscontroles van Zuid-Afrika en Lesotho stellen beiden niet veel voor: even een stempel halen. In Lesotho stempelen ze je tegelijk in en uit, zodat je op de terugweg niet opnieuw hoeft uit te stappen. Ook mag je gewoon foto’s maken bij de grensposten.
We zijn zeker niet de enigen die de rit omhoog maken. Soms voor ons, soms achter ons rijden 7 jeeps die vol blijken te zitten met leden van een Duitse toergroep. Ook komen ons individuele reizigers achterop of tegemoet. Er blijkt zelfs openbaar vervoer in de vorm van minibusjes heen en weer te rijden om de inwoners van Lesotho naar de markt in Zuid-Afrika of naar hun werk aldaar te brengen. Een groot deel van de mannelijke bevolking van Lesotho werkt in Zuid-Afrika: in het land zelf is er niet veel meer te doen dan schapen hoeden.
Lesotho ligt op een hoogvlakte. Vlakbij de grens is een gehucht, waar de mensen hun bestaan lijken te hebben opgebouwd door toeristen te ontvangen. Eigenlijk wel jammer dat we niet verder het land ingaan, zo krijg je wel een erg beperkte blik. Maar goed, we mogen een hutje van binnen bekijken. Mevrouw verkoopt souvenirs natuurlijk, en heeft op ambachtelijke wijze een brood gebakken. Het is inmiddels half één geweest, dus ik wil wel een stukje proeven. Voor 10 rand (0,60 EUR) krijg ik een hele homp. Vers is het erg lekker, maar als het niet meer warm is droogt het snel uit. Ook ligt het als een baksteen op je maag.
Uitgebreider eten doen we in de Sani Mountain Lodge. Deze ‘Hoogste Pub van Afrika’ wordt zeer druk bezocht door toeristen. We kunnen nog net een laatste tafel veroveren. Het eten is ook goed, maar zoals zo vaak in Zuid-Afrika weer veel te veel (en vooral te veel vlees).
Sani Mountain Lodge, met één van de obers in traditionele kleding
Daarna is het al weer tijd voor de terugrit. We zien op het eerste stuk enkele herders uit Lesotho met kudden schapen. Dinsdag is altijd de dag dat ze ze gaan verkopen in Zuid-Afrika. Het is nog wel een heel eind lopen tot de dichtstbijzijnde plaats. Maar we zien dat de langharige schapen verderop in de laadbak van een klein voertuig worden getild, dus waarschijnlijk lopen ze toch niet het hele stuk. De herders lopen erbij zoals zo ongeveer alle mannen die we in Lesotho hebben gezien: bivakmuts op (het waait boven op de pas erg), traditionele kleurige deken omgeslagen.
Zo van boven naar beneden rijdend zie je ook goed hoe stijl het laatste stuk is, en de vele haarspeldbochten die zijn aangelegd om het doenbaar te maken. Er gaan overigens in Zuid-Afrika stemmen op om de weg te asfalteren. Aan de kant van Lesotho is dat al gebeurd. Daarmee zal veel van de charme verloren gaan, en het zal ook wel een strop zijn voor de aanbieders van Sanipas Tours in Underberg. Maar wellicht komt, als je er met je eigen auto heen kunt rijden, wel de rest van Lesotho dichterbij.
#618: de Drakensbergen
Wat is het?
De Maloti-Drakensbergen zijn een grensoverschrijdend, gemengd werelderfgoed. Het staat vooral bekend om zijn attractieve berglandschap en rotskunst. Het ligt in het grensgebied tussen Zuid-Afrika (KwaZulu Natal) en Lesotho. De rotskunst is de meest uitgebreide in Afrika ten zuiden van de Sahara. De tekeningen zijn gemaakt door de San (“Bosjesmannen”), die hier tot het einde van de 19e eeuw leefden.
Cijfer: 7,5 (Vooral tegen zonsondergang is het landschap met eindeloos rollende groene heuvels schitterend. Het is een ontspannen vakantiegebied, met veel wandelmogelijkheden en Engels aandoende plaatsjes.).
Toegang: Je hoeft niets te betalen om de essentie te kunnen zien. Alleen bij Giant’s Castle betaalde ik 40 Rand entree tot dat deel van het park en 20 Rand voor de tour langs de rotstekeningen.
Hoeveel tijd: Ik heb er 3 dagen / 4 nachten doorgebracht. En je kunt je er gemakkelijk nog langer vermaken.
Opvallend: In die 3 dagen heb ik de 3 verschillende delen van het gebied kunnen zien: de zuidelijke, centrale en noordelijke Drakensbergen. De zuidelijke vanuit Himeville, met als hoogtepunt de tocht over de Sanipas naar Lesotho.
De volgende dag reed ik naar het centrale gedeelte. Daar liggen een aantal grotten met rotstekeningen bij elkaar. Op de dag zelf koos ik voor Giant’s Castle, omdat dat het makkelijkst te bereiken is met een gewone auto, en omdat er elk uur rondleidingen langs de tekeningen worden gegeven. Bij de andere grotten is dat veel meer onzeker. Giant’s Castle ligt desondanks ook nog flink afgelegen: 56 kilometer vanaf de snelweg, over een egale maar deels onverharde weg. En dan kom je bij de toegangspoort, en dan moet je nog 9,5 kilometer doorrijden tot aan het bezoekerscentrum.
Na het kopen van een kaartje kon ik gelijk doorlopen richting de grotten. Ze liggen op zo’n 45 minuten wandelen van de receptie. Er is ook een hotel hier, het is een prachtomgeving om te wandelen. Iets na half 1 arriveerde ik bij de verzamelplaats tot de rondleiding langs de rotstekeningen van de ‘Main Caves’. De rondleidingen vertrekken elk uur op het hele uur, dus het was nog een tijdje wachten in het bos. Er arriveerde nog een Oostenrijker, maar daar bleef het bij qua bezoekers. Precies om 1 uur ging het hek open en kwam de gids ons halen.
De tekeningen hier zijn in rood, geel, wit en zwart. Er zijn veel elanden te zien, maar ook leeuwen, miereneters en wilde zwijnen. Daarnaast zijn er mensen afgebeeld: jagers met pijl en boog, dansende mannetjes, iemand met een ladder, vrouwen. En dikke sjamanen, om het rituele karakter van de jacht aan te geven. Ook 2 Engelsen met geweer, die als indringers in dit gebied kwamen en de Bosjesmannen uiteindelijk verdreven, zijn afgebeeld.
De 2 nachten daarna verbleef ik in de Greenfire Drakensbergen Lodge, ergens op een berg (zonder plaatsnaam). De lodge ligt in het Royal Natal National Park, in de noordelijke Drakensbergen. De manager van de lodge haalde me tegen zessen op vanaf het parkeerterrein beneden, en zo in het avondlicht was het een schitterende entree. We zagen elandantilopes, een ree en een rietbok. De ondergaande zon deed het gras bruinig kleuren.
De volgende dag maakte ik vanuit de lodge 2 korte wandelingen. ’s Ochtends een van 2,5 uur naar ‘de oude schuur’. Een wandeling meest door het gras, langs kunstmatig aangelegde meertjes (voor de forellenkwekerij). Ik zag twee troepen bavianen, die zich snel terugtrokken toen ze me in de gaten kregen. En ’s middags wandelde ik naar de rotstekeningen, een rondje van 2 uur. De rotstekeningen zijn hier alleen in het rood, en primitiever dan die ik gisteren zag. Maar toch hier ook weer elanden en dansende mannetjes.
Op de bergtop boven de tekeningen zit een gierenkolonie. Je kunt er ook naar toe lopen, maar dat was me wat te ver. Van onderaf waren echter ook grote groepen cirkelende gieren te zien, wel 20-30 bij elkaar. Zoveel had ik er nog nooit tegelijk gezien.
#619: Vredefort krater
Wat is het?
De Vredefortkrater is de grootste en oudste inslagkrater op aarde. De meteoriet die hier zo’n 2032 miljoen jaar geleden landde, was ongeveer 10 kilometer groot. De inslag zorgde voor een krater van 300 – 400 kilometer doorsnee. Hierdoor zijn zeldzame geologische verschijnselen aan de oppervlakte te zien.
Cijfer: 6,5 (Alleen met een gids is dit de moeite waard: anders is het gewoon een eindeloos vlak stuk landbouwgrond, heet en stoffig. Uniek is het in ieder geval.).
Toegang: Er wordt nergens entree geheven. De tour kostte 600 Rand (36 EUR).
Hoeveel tijd: Met de gids ben ik 6,5 uur in het werelderfgoedgebied geweest.
Opvallend: De tour start om 9 uur bij het huis van Jan Fourie. Hij woont in de binnenstad van Parys (inderdaad, vernoemd naar de Franse hoofdstad), één van de twee plaatsjes dichtbij de krater. Er is nog een stel uit Johannesburg aanwezig dat de rondleiding samen met mij gaat doen. We krijgen echter eerst koffie aan de keukentafel, en een powerpoint-presentatie over de achtergronden van wat er zo lang geleden is gebeurd. Jan is vroeger onderwijzer geweest, dus we zullen er wat van opsteken vandaag. De conclusie is dat er 5 specifieke geologische verschijnselen zijn waaruit men heeft afgeleid dat dit een meteorietkrater is, en niet het resultaat van een vulkaanuitbarsting. En van die 5 gaan we ‘in het veld’ vandaag de voorbeelden zien.
We gaan met 2 auto’s onderweg. Jan stapt bij mij in, de Zuidafrikanen volgen in hun eigen auto. De grond waarop de meteoriet is ingeslagen is nu allemaal in privé-bezit, meest in gebruik voor veeteelt. Zonder een gids kom je hier dus nergens: op eigen houtje weet je niet waar je moet zoeken in dit enorme gebied bijna zo groot als Nederland, en alle hekken blijven ook voor je gesloten. Jan heeft naast kennis ook de juiste sleutels!
Eerlijk gezegd ben ik, als ik dit schrijf 5 uur na de tour, de namen van een aantal van de geologische verschijnselen al weer vergeten. Het gaat in ieder geval om gesteente dat is veranderd (door verhitting) of verplaatst tijdens de meteorietinslag. We rijden in totaal 100 kilometer over onverharde wegen, met een stuk of 8 stops waar iets geologisch of historisch interessants te zien is. De inslag heeft hier voor een krater met meerdere ringen gezorgd, nu nog te zien aan cirkelvormige rijen heuvels in het landschap.
Eén van de langere stops is bij een 19e eeuwse goudmijn. De meteoriet heeft er ook voor gezorgd dat goud vanuit de diepere lagen in de aarde naar boven kwam. Daardoor zijn er vooral in de regio rond Johannesburg, dat aan de rand van de krater ligt, zoveel vruchtbare goudmijnen. Hier, midden in het kratergebied, is men ook vroeg begonnen met zoeken. Maar de opbrengst was hier veel minder. De mijn ligt verscholen op een stuk land, er is nog een uitgegraven tunnel over waar je doorheen kunt lopen en de resten van gebouwen gebruikt door de mijnwerkers. Ook hier vanaf de weg geen enkele aanwijzing dat er iets te zien is, en ook is er geen enkele vorm van bescherming van de mijn.
Verder staan we veel in het open veld, te kijken naar vreemd gevormde stenen. De laatste stop is bij een voormalige graniet-steengroeve. Hier liggen de vierkante stukken graniet als oude grafzerken los verspreid over honderden meters. De groeve is failliet gegaan – en dan laat men hier alles achter. We hebben onderweg ook al veel verlaten en vervallen boerderijen gezien. Bij het uitgraven van het graniet is wellicht het mooiste voorbeeld van de geologische impact van de meteorietinslag naar boven gekomen: het zogenaamde ‘pseudotachyliet’, waarin gesteente door de hoge druk is gesmolten en tot een soort (pseudo-)vulkanisch glas is gevormd.
Pseudotachyliet
Terugblik Zuid-Afrika 2016
Deze reis was mijn eerste in Zuidelijk Afrika. In vergelijking met andere Afrikaanse landen is het hier een stuk Europeser, meer Afrika-voor-beginners. Er rijden ook massa’s Nederlandse en Duitse toeristen rond in hun huurauto’s, allemaal over dezelfde route. Gelukkig had ik wat obscure werelderfgoederen te bezoeken, plaatsen waar ook veel reizende Zuidafrikanen niet geweest zijn. Eén daarvan, Mapungubwe, werd het hoogtepunt van de reis. Een door de droogte maanachtig landschap, met schitterende oude baobabs en een interessant stukje Afrikaanse geschiedenis.
Voorbereiding
Voor deze reis heb ik een paar dingen speciaal aangeschaft:
- Reisstekker Zuid-Afrika: ze hebben er hele rare, dikke pinnen. Maar in de meeste accommodaties hadden ze ook wel Europese stopcontacten. D
us maar een paar keer gebruikt.
- Internationaal rijbewijs: het stomste reisdocument aller tijden, makkelijke inkomstenbron voor de ANWB. Nergens naar gevraagd, een gewoon Nederlands rijbewijs is voldoende.
- TomTom kaart Zuid-Afrika: ik vond het wel handig, maar echt noodzakelijk is het ook weer niet (zie hieronder bij Vervoer).
- Deet anti-muggen spray: geen mug gezien, dus niet gebruikt.
Verder had ik vooraf ook al een aantal tours geboekt (of: proberen te boeken). Ter plekke is echter nog van alles te regelen.
Een visumplicht is er niet voor Nederlanders. En ook geld wisselen is geen probleem: in alle plaatsen en vaak ook bij wegrestaurants zijn geldautomaten. Je kunt ook veel met een credit card betalen.
Vervoer
Via Budget had ik vooraf een huurauto geregeld vanaf het vliegveld van Johannesburg. Ter plekke is het allemaal prima georganiseerd. Ik kreeg ook nog een brief mee waarin bevestigd werd dat ik ook in Swaziland mocht rijden (daar werd aan de grens niet naar gevraagd trouwens). Het kostte slechts 191 EUR voor 2 weken, en dan had ik nog niet eens de goedkoopste auto genomen. Ik kreeg een standaard Toyoto Corolla mee met maar weinig kilometers op de teller.

De nog schone auto bij het Voortrekkermonument in Pretoria
Je zit nogal wat kilometers in de auto, dus enig comfort en kwaliteit van de auto zijn wel van belang. Deze kwam zonder moeite alle onverharde wegen over. Het rijden zelf is weinig ingewikkeld – misschien even wennen aan de snelheden (tot 120 km/u op de provinciale wegen), hier en daar een koe of geit op de weg. Maar over het algemeen is het eenvoudig. Er lopen ook niet veel mensen langs de kant van de weg zoals in de rest van Afrika: hier staan ze hoogstens te wachten op een bus of een lift.
Ik had mijn eigen TomTom meegenomen, en daar een kaart van Zuid-Afrika op gezet. Meestal werkte dat goed, hoewel hij bijvoorbeeld Mapungubwe niet kende. Er staan genoeg borden langs de weg om zelf je weg te vinden, dus als je niet al teveel in specifieke straten in woonwijken moet zijn is het ook wel te doen zonder navigatie.
Overnachtingen
Ik overnachtte op 8 verschillende plaatsen – alles zelf vooraf geboekt via Booking.com. De gemiddelde kwaliteit was prima: overal lekker geslapen, rustig, schoon. Geen van de hotels was volbezet.
Johannesburg
Omdat mijn vlucht ’s avonds laat pas arriveerde in Johannesburg had ik een overnachtingsplek nodig dichtbij het vliegveld. De keuze viel op het Premier OR Tambo-hotel. Het ligt slechts 2 kilometer van het vliegveld, en een shuttlebusje rijdt heen en weer om de gasten op te halen en weg te brengen. Van de zeer efficiënte receptie kreeg ik een mooie suite, met aparte slaap- en woonkamers. Helaas kon ik er maar 1 nacht van genieten. ’s Ochtends is er een groots ontbijtbuffet.
Website: Premier Hotel OR Tambo
Prijs: 89 EUR per nacht inclusief ontbijt
Mokopane
Het Park Hotel ligt iets buiten deze kleine stad, aan de uitvalsweg verder naar het noorden. Vriendelijk en netjes. Het ontbijt en (traag) internet moet je apart betalen. Het beste aan het hotel is het goede restaurant, waar ze hele dag lekkere jaren ’60 en ’70 muziek draaien.
Website: Park Hotel
Prijs: 70 EUR per nacht
Mapungubwe
De Mopane Bush Lodge was het beste hotel van de reis – en ook het duurste. Het ligt 5 minuten rijden van de ingang van het Mapungubwe Nationaal Park over de grote weg, en dan nog eens 10 minuten hobbelen over een zandweg op eigen terrein. Lekker rustig allemaal dus.
Ze hebben 12 kamers. Ik had blijkbaar een luxe huisje geboekt, en kreeg er één met eigen mini-zwembad, nespressomachine en prima draadloos internet. Er is zowel een binnen- als een buitendouche, én een ligbad. Erg schoon ook, hoewel ik hulptroepen moest inroepen toen ik op de eerste dag een grote ‘spin’ ontwaarde. Twee man met een emmer kwamen om hem te vangen. Het bleek een zeldzaam soort mier te zijn, met lange spinnenpoten.
Website: Mopane Bush Lodge
Prijs: 150 EUR per nacht, inclusief alle maaltijden
Ermelo
Ik stopte alleen een nacht in Ermelo om de lange rit van Mapungubwe naar St. Lucia te onderbreken. 44onEnnis richt zich precies op dat soort gasten (in de buurt zelf is niet veel te zien). Het is een gezellige bed&breakfast die hoort bij een restaurant. Ze hopen natuurlijk ook dat je die avond blijft eten, en dat deed ik ook. De ontvangst na mijn lange rit was warm, gezellig met een drankje bij het haardvuur buiten met de eigenaars.
Website: 44 on Ennis Lodge
Prijs: 35 EUR per nacht, inclusief ontbijt
St. Lucia
Hier bleef ik 3 nachten. De Bhangazi Lodge was het hotel dat me het minst beviel op deze reis. Het wordt gerund door een Duits-Zuidafrikaans homostel, waarvan de Zuidafrikaan er niet veel aan lijkt te vinden. Je krijgt hier ook een hele bos sleutels mee, want om bij je kamer te komen moet je een elektronische toegangspoort en twee hekken door. Zoveel beveiliging heb ik nergens elders in Zuid-Afrika gezien. Parkeren is ook krap. Kamer aan de kleine kant. Kortom: alles net niet.
Website: Bhangazi Lodge
Prijs: 57 EUR per nacht, inclusief ontbijt
Himeville
Het Albizia House Bed&Breakfast is een kleinschalig pension met maar 3 kamers. Alles doet er erg Engels aan, inclusief grote tuin met vooral gras. Heel vriendelijke eigenaresse. Ontbijt aan de keukentafel met de andere gasten (als die er al zijn). Het ligt aan de hoofdweg van het gehucht Himeville, en je kunt te voet naar restaurants in de buurt.
Website: Albizia House
Prijs: 28 EUR per nacht, inclusief ontbijt
Noordelijke Drakensbergen
De Greenfire Drakensberg Lodge ligt ergens op een berg aan de rand van het Royal Natal National Park. Het ligt niet in de buurt van een plaats, dus op adres is het niet te vinden. Voor je komst krijg je routeaanwijzingen: het ligt achter het Alpine Heath Resort, een groot vakantiecomplex dat al op borden vanaf de snelweg staat aangegeven. Daar kun je ook parkeren, en dan komt een van de beheerders van de lodge je ophalen voor de paar laatste kilometers de berg op.
De ligging van de lodge is werkelijk fenomenaal. Vanaf de veranda van alle huisjes (ze hebben er 6, met elk 2 kamers) heb je prachtig zicht op de bergen. Lekker om ’s ochtends vroeg te zitten met een kop koffie. In de omgeving kun je zelfstandig wandelingen maken: ze hebben routes met paaltjes uitgezet. Het eten was er iets minder dan in de lodge in Mapungubwe, vandaar dat deze Drakensbergen-lodge als tweede eindigt onder de hotels van deze reis. Geen internet hier.
Twee van de huisjes van de Drakensberg Lodge
Website: Greenfire Drakensberg Lodge
Prijs: 90 EUR per nacht, inclusief volpension
Parys
Parys is een toeristisch plaatsje dat veel weekendbezoekers uit het op een uur afstand gelegen Johannesburg trekt. Ik kwam er alleen voor de Vredefortkrater. En om nog een beetje uit te rusten aan het einde van de reis. Daarom had ik dit Rus & Vrede on Vaal uitgezocht. Het is een ‘luxe boutique villa’ met maar een paar kamers. Erg nieuw ook. Het ligt tegenover een golfterrein, aan de brede rivier de Vaal. Vanaf de tuinstoelen op het gazon kun je lekker relaxen en vogels kijken. Er is officieel geen ontbijt inbegrepen in de prijs (zeker geen gekookt Engels ontbijt), maar er is wel een gevulde koelkast en een koffiemachine op de kamer zodat ik me goed kon redden met o.a. muesli en yoghurt.
Website: Rus&Vrede on Vaal
Prijs: 62 EUR per nacht
Eten
Voor de variatie of creativiteit in het eten hoef je niet naar (dit deel van) Zuid-Afrika. Alles is gestoeld op de Engelse leest. Dat betekent in de ochtend een warm ontbijt met gebakken ei, worstjes, tomaat etc. Brood is alleen te eten na transformatie door de broodrooster tot toast. Ik wees het warme ontbijt meestal van de hand (wat me meewarige blikken van het personeel opleverde), en ging voor de fruitsalade en wat toast met jam.

Ontbijtbuffet in de Mopane Bush Lodge
Op de meeste menukaarten in de restaurants staan gegrilde kip en biefstuk in diverse formaten centraal. Altijd geserveerd met friet (‘chips’ op z’n Engels) en als je geluk hebt nog wat lauwe groente. Ik houd veel meer van vis, en al snel ontdekte ik het ketenrestaurant Ocean Basket. In alle grotere plaatsen is er wel een vestiging. En daar hebben ze gegrilde of gebakken vis met friet. Toch net iets beter. Ik heb er in totaal 4x gegeten, dat lijkt me aanbeveling genoeg.

Mijn favoriete gerecht bij Ocean Basket: gegrilde garnalen
In de lodges in Mapungubwe en de Drakensbergen was al het eten inclusief. Dus dan is het eten wat de pot schaft. In Mapungubwe was dat één keer lekker klaargemaakte bobotie: het bekendste traditionele Zuidafrikaanse gerecht, een ovenschotel met gehakt, ei, melk en kruiden. In restaurants heb ik dat verder nooit op de kaart zien staan.
Kosten
De kosten voor met name het eten en supermarktaankopen zijn erg laag. Voor een hoofdgerecht in een net restaurant betaal je zelden meer dan 100 Rand (6,5 EUR). Hotelprijzen verschillen nogal: zoals je hierboven kunt lezen varieerden die bij mij van 28 tot 150 EUR. Het is zonder meer mogelijk nette kamers in Bed&Breakfasts te krijgen tussen de 25 en 40 EUR.
Voor de totale kosten per dag kwam ik deze reis toch nog uit op: 133 EUR (vergelijkbaar met Mexico en Jordanië). Dat komt toch door de autohuur+benzine (altijd duurder dan openbaar vervoer), de luxere lodges in Mapungubwe en Drakensbergen en een paar prijzige georganiseerde tours (Sanipas kostte bijvoorbeeld 810 Rand/50 EUR). Daarbij komen dan nog dan de kosten voor de lange intercontinentale vlucht, waarmee het totale kostenplaatje mid-budget uitkomt – er zijn veel goedkopere landen om naar toe te reizen in de wereld, maar het prijsniveau ligt toch ook nog een stuk lager dan in Nederland.










































Leave a comment