- Route
- Memel
- #611: Koerse Schoorwal
- Werelderfgoedmeeting 2016
- #612: Kernavé
- Wandeltour Vilnius
- Minsk, een andere wereld
- #613: Kasteel van Mir
- #614: Nesvizh
- Terugblik Litouwen & Wit-Rusland 2016
Route
Het begon met het plannen van een nieuwe Werelderfgoed-meeting. Litouwen won het van Polen als bestemming. De meeting werd al snel een weekend in plaats van één dag. En ja, als je dan toch in die regio bent… dan blijf ik meteen maar 8 dagen.
Vooraf verblijf ik 2 nachten aan de kust van de Baltische Zee, voor het plaatsje Klaipéda en vooral de ‘Koerse Schoorwal’. Dan het weekend in en om Vilnius. En tenslotte de grens over, op naar land nummer 101: Wit-Rusland, ook met twee (voor mij) nieuwe werelderfgoederen.
| Datum | Programma | Verblijf |
| 24 augustus | Vliegen naar Klaipéda met SAS, inclusief een lange overstap in Kopenhagen. Vertrek 6.55 uur, aankomst om 13.35 uur. In de middag Klaipéda bekijken, havenstad aan de Oostzee. | Hotel Memel, Klaipeda |
| 25 augustus | Dagexcursie per openbaar vervoer naar de Koerse Schoorwal (WE1), een smalle landtong gedeeld door Rusland en Litouwen. Hij is vanuit Litouwen alleen via een korte veerbootvaart te bereiken. Vandaar per bus o.a. naar het plaatsje Nida aan de Russische grens, met hoge zandduinen en een visserij- en barnsteenmuseum. | Hotel Memel, Klaipeda |
| 26 augustus | In de ochtend met de bus naar de Litouwse hoofdstad Vilnius (4 uur rijden). Daar nog wat dingen checken voor het werelderfgoedweekend, en bezoek aan het Litouws Nationaal Museum. | Hotel Rinno, Vilnius |
| 27 augustus | De hele dag per minibus op pad met de werelderfgoedgroep. Stops bij Trakai (toekomstig werelderfgoed), de middeleeuwse opgravingen van Kernavé (WE2), het geografisch middelpunt van Europa in Purnuskes en weer eens een locatie van het grensoverschrijdende werelderfgoed de Geodetische boog van Struve. | Hotel Rinno, Vilnius |
| 28 augustus | Om half 10 in de ochtend met de groep een privé-rondwandeling met gids door het oude centrum van Vilnius. Lunchen nog in de stad, en dan om 4 uur in de middag met de trein van Vilnius naar Minsk (2,5 uur). | Hotel Monastyrski, Minsk |
| 29 augustus | Op eigen gelegenheid rondkijken in Minsk, de hoofdstad van Wit-Rusland. Veel musea zijn er op maandag gesloten, maar de 20e eeuwse communistische architectuur en de Russisch-Orthodoxe kerken zijn het aanzien meer dan waard. | Hotel Monastyrski, Minsk |
| 30 augustus | Dagtocht met auto met chauffeur naar de werelderfgoederen Kasteel van Mir (WE3) en Paleis van Neszvih (WE4). | Hotel Monastyrski, Minsk |
| 31 augustus | Terugvlucht van Minsk naar Amsterdam met Belavia (9.30-11.10). | Thuis |
Memel
“Von der Maas bis an die Memel,..” begint de tweede zin van het Duitse volkslied. Dat ‘Memel’ slaat op een rivier én stad in het noordwesten van Litouwen, die tot 1919 eeuwenlang onder Pruisisch gezag vielen. Dit is de uiterste oostgrens tot waar het Duitse grondgebied ooit reikte. Tegenwoordig heet de stad Klaipéda en is ze volledig Litouws, nadat de laatste Duitsers bij het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn vertrokken.
Met 200.000 inwoners is het de derde stad van Litouwen en de belangrijkste havenstad. Heel toepasselijk verblijf ik er ook in ‘Hotel Memel’. Ik heb er al een hele expeditie op zitten vandaag: om half 5 vertrokken van huis naar Schiphol, daar eerst een vlucht naar Kopenhagen, daar 3 uur rondhangen op het vliegveld en tot slot nog een uur en een kwartier doorvliegen naar Palanga (het vliegveld 35km van Klaipéda). Een shuttlebusje zette me tot slot voor het hotel af.
De Meridianas, marineschip in de rivier Dané
Het is een uur later in Litouwen dan in Nederland, dus ik kan pas in de loop van de middag de stad gaan verkennen. Veel tijd heb je er gelukkig niet voor nodig. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het grotendeels plat gebombardeerd. De rivier de Dané snijdt de stad in tweeën: een modernere stad in het noorden en de oudere ten zuiden ervan. Er is een ‘oud’ centrum, met een paar Duitse gebouwen uit de 19e en het begin van de 20e eeuw. Smalle straatjes met zeer ongelijke kinderkopjes geven het nog wel wat sfeer, en er zijn genoeg terrassen om het levendig te maken. Klaipéda is ook een cruisehaven met ruimte voor heel grote cruiseschepen, dus ze zien hier wel regelmatig groepen buitenlandse toeristen voorbij trekken.
Vandaag is het echter rustig in de stad. Lokale bewoners zitten met een blikje bier in de hand op bankjes in het park. Het is het straatbeeld dat ik me herinner van mijn vorige bezoek aan Litouwen, in 2007. Het grootste park van Klaipéda is het Beeldenpark: daar hebben nationale beeldhouwers zich uitgeleefd in Mexicaans en Indiaans aandoende standbeelden.
Ik loop een paar musea voorbij, door de felle zon is het nogal warm en ik heb geen zin om zwetend mijn ronde te doen langs niet al te interessante voorwerpen. Meest opvallend in de Nieuwe Stad is het historische postkantoor, opgetrokken uit rode baksteen en met een elegante toren.
In de Oude Stad ga ik toch nog ergens naar binnen: het Museum van Pruissisch Litouwen. Het zit in een 18e eeuws koopmanshuis, één van de mooiere van de stad. De entree kost 1,45 EUR. Litouwen is pas sinds het begin van dit jaar op de Euro overgestapt, en de prijzen hebben zich duidelijk nog niet aangepast aan het peil van de rest van Europa.
Ik ben de enige bezoeker van het museum. Er zijn veel oude foto’s uit de Duitse tijd. En Duitse munten en bankbiljetten. Maar ook de traditionele levensstijl van de lokale bevolking komt aan bod inclusief nogal sombere klederdracht. Wel leuk om even gezien te hebben. Uiteindelijk heb ik me toch ruim twee uur in de binnenstad van Klaipéda weten te vermaken. Dan is het tijd om wat te gaan eten met een koud biertje erbij….
Koopmanshuis, nu het Museum van Pruisisch Litouwen
#611: Koerse Schoorwal
Wat is het?
De Koerse Schoorwal is een 98 kilometer lang schiereiland, dat in de 19e eeuw door de toenmalige Pruisische heersers van de ondergang is gered. Het bestaat voor een groot deel uit zandduinen, die door wind en erosie steeds van plaats veranderden. Hele dorpen kwamen onder het zand te liggen. De Pruisen startten met grootschalige bebossing om het zand op de plaats te houden. De Koerse Schoorwal wordt sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog gedeeld tussen Rusland en Litouwen. Het werelderfgoed omvat ook beide delen.
Cijfer: 7 (Ik had me er zoiets als de Waddeneilanden van voorgesteld, maar hier is veel meer bos. Samen met de kleurige huizen en de lokale folklore is het een pittoresk geheel. Ik was er op een stralende zomerdag, en werd er helemaal vrolijk van. Erg toeristisch is het wel: hier komen jaarlijks een half miljoen bezoekers, waarvan veel uit Duitsland.).
Toegang: Helemaal gratis. Ik betaalde alleen wat aan openbaar vervoer: 0,80 EUR voor de veerpont en 3,40 EUR voor de bus.
Hoeveel tijd: Ik ben er een volle dag geweest, van 9 tot 5, maar je kunt je hier makkelijk 2 dagen vermaken. Zeker te voet zijn de afstanden vrij groot.
Opvallend: Het Litouwse deel van het schiereiland is alleen per veerboot te bereiken. Deze vaart elk uur vanaf Klaipéda. Het is een onooglijk pontje, dat in slechts 5 minuten de oversteek maakt. Ik pakte de boot van 9 uur, en er waren zo’n 50 andere mensen aan boord – zowel lokalen als toeristen.
Aan de overkant gekomen moeten al die mensen dan ook nog eens in één bus. Er staat een grote touringcar te wachten. Een paar mensen moeten staan, maar iedereen kan mee verder het schiereiland op. Mijn eerste bestemming is Nida: het ligt tegen de Russische grens aan en is 50 kilometer rijden. Veel van de lokale mensen stappen al veel eerder uit. Ze hebben lege emmers bij zich, en gaan in de bossen paddenstoelen plukken.
De rit gaat constant door het bos. Met die herbebossing is het duidelijk gelukt, het lijkt wel Finland. Na zo’n anderhalf uur bereiken we de plaats Nida. Er wonen permanent maar 3000 mensen op de Koerse Schoorwal, verdeeld over 4 plaatsjes. Nida is het grootste. Hier zijn ook de meeste bezienswaardigheden. De bekendste is het Parnidžio zandduin, met z’n 52 meter één van de hoogste van Europa.
Het is een prettige wandeling naar de zandduinen toe, alleen is het jammer dat het er zo druk is. Veel gezinnen met kinderen lopen ook omhoog. En op de top blijkt ook nog eens dat er aan de andere kant een parkeerplaats is waar bussen stoppen. Busladingen cruisegasten worden hier afgezet zodat ze zo weinig mogelijk hoeven te lopen.
Ik loop via de achterzijde weer terug naar het plaatsje. Al met al ben ik een uur onderweg geweest van en naar de zandduinen. In Nida zelf bekijk ik nog een oude visserswoning, die ze in begin 20e eeuwse staat hebben gelaten. Daarbuiten zijn specifiek Koerse windvanen tentoongesteld: deze houten vaantjes stonden vroeger op de schepen zodat de schippers konden zien van welke kant de wind waaide, maar ook de mensen aan wal hadden er wat aan omdat elk gehucht zijn eigen kleuren en symbolen had.
Het is dan inmiddels al weer tijd voor lunch. Vooraf had ik mijn zinnen gezet op de lokale specialiteit: gerookte vis. Ik ben onderweg al wel een paar stalletjes tegengekomen, maar ik wil ook wel even ergens zitten. Vlakbij de haven van Nida hebben ze beide: je kunt bij een kraampje een vis uitzoeken, en die op het naastgelegen terras nuttigen met iets te drinken erbij. De vitrine toont verschillende soorten gerookte vis, de één nog groter dan de andere. De vrouw achter het kraampje spreekt wat Duits (erg veel Duitse toeristen hier), en raad me de makreel aan. Die neem ik dan maar, hij kost 5 EUR.
Ik krijg de makreel mee op een papieren bordje. Op het terras van het café wijd ik me geconcentreerd aan het ontleden ervan. Er zit veel graat in. Maar het smaakt heerlijk.
Met deze extra energie ga ik te voet naar de andere kant van het dorp Nida. Helemaal aan het einde ligt het voormalige buitenhuis van de Duitse schrijver Thomas Mann. Zover red ik het echter niet. Ik wil ook nog bij het oude kerkhof kijken. De grafzerken aldaar staan speciaal genoemd in het werelderfgoeddossier, dus die mag ik niet overslaan. Het is nog even zoeken naar de begraafplaats (één van de minder prominente toeristische trekpleisters), maar hij ligt ‘gewoon’ naast de kerk in het bos.
De grafzerken hier zijn bijzonder omdat ze in de vorm van mensen of planten uit hout zijn gesneden. Het is nou niet echt zo dat de begraafplaats er vol mee staat, er zijn ook veel recentere graven met een grafsteen.
Om 2 uur pak ik de bus richting Juodkranté, een ander plaatsje op het schiereiland. Ik heb nog niet alles in Nida gezien, maar ik wil toch ook nog ergens anders kijken. Juodkranté is een historische badplaats, met veel houten villa’s. Ik zag ze vanochtend al op de heenweg.
In de bus zit ik net als eerder op de dag tussen een groepje Amerikaanse toeristen en hun gids. Zij stappen uit bij de Heksenheuvel in Juodkranté. Ikzelf had het niet op mijn lijstje staan, maar ik besluit hun voorbeeld te volgen. Het blijkt een wandelpad over een heuvel in het bos te zijn, waarlangs grote uit hout gesneden beelden staan. Deze verbeelden lokale legenden. Het is een beetje een toeristenfuik, maar sommige beelden zijn goed gemaakt en het is een lekkere korte wandeling in de schaduw van de bomen.
Tot slot loop ik nog wat door de wijken met oude houten villa’s van Juodkranté. Mijn benen zijn echter al moe, dus ik besluit de bus van iets over half 5 terug te nemen naar het pontje, waar mijn dag ook was begonnen.
Werelderfgoedmeeting 2016
14 werelderfgoedliefhebbers, 7 landen, 1 gids, een minibus, 2 werelderfgoederen, 1 mogelijk toekomstig werelderfgoed, het geografisch centrum van Europa, een oorkonde voor iedereen, kibinai met lam/kip/spinazie/chocola als lunch in de bus, koele drankjes bij de Geodetische boog van Struve en heel veel uitwisseling van (reis)ideeën.
#612: Kernavé
Wat is het?
Archeologisch Kernavė omvat de overblijfselen van de oudste ‘hoofdstad’ van Litouwen. Het had zijn bloeitijd in de late Middeleeuwen, maar ontstond al veel eerder. Sinds 9000 jaar voor Christus vestigden zich mensen in deze strategische vallei aan de rivier Neris. In de 12e eeuw gingen de heersers bovenop 1 van de 5 heuvels wonen en bouwden forten op de andere 4 ter verdediging. De gewone mensen bleven in het dal naast de rivier wonen. De stad inclusief de forten werd in 1390 door de Duitse Orde verwoest en nooit meer opgebouwd: ze is nu bedekt door een dikke laag zand.
Cijfer: 6,5 (Voor een archeologische vindplaats die grotendeels onopgegraven is hebben ze er toch wat van weten te maken. De ligging met uitzicht over de rivier is nog steeds prachtig en het recente museum is een goede aanwinst.).
Toegang: De entree was inbegrepen in de dagtour, die we maakten met de werelderfgoedgroep. Maar gewoonlijk kost het 2 EUR per persoon.
Hoeveel tijd: We zijn er een uur en drie kwartier geweest. Je kunt je er nog wel langer vermaken, als je elk van de 5 heuvelforten wilt beklimmen.
Opvallend: Het hedendaagse Kernavé is een gehucht van 300 inwoners. Aan de rand van het dorp, naast de grote kerk, ligt dit complex. Het bestaat uit een museum en een openluchtgedeelte met daarin de 5 heuvels en een openluchtmuseum met wat nagebouwde huizen. Onze rondleiding startte in het museum. Dit bestaat pas sinds 2012, en is heel modern van opzet. Alle ruimtes zijn donker gehouden, om de veel gebruikte audiovisuele middelen goed uit te laten komen. Aan de hand van video’s laten ze zien hoe de voorwerpen die er gevonden zijn, gemaakt of gebruikt werden.
Een gids van het museum doet de uitleg in het Litouws, en onze gids-voor-de-dag vertaalt het in het Engels. Er zijn vooral veel grafvondsten gedaan hier: sommige mensen werden gecremeerd, anderen begraven samen met hun persoonlijke bezittingen. Tot vrijwel op het laatst waren de inwoners van Kernavé heidenen – alleen van passanten kregen ze wat van het Christendom mee.
Op het buitenterrein kijk je over de heuvels uit richting de rivier. De heuvels waren gefortificeerd, maar daar zie je nu niets meer van. Het lijkt een zacht glooiend natuurlijk landschap.
Wat verder op het terrein ligt het openluchtmuseum, ook van vrij recente datum. Er komen hier lang niet zoveel bezoekers als bij het kasteeltje van Trakai, waar we eerder op de ochtend waren. Maar volgens onze gids maakt ook elk Litouws schoolkind wel eens een schoolreisje naar Kernavé.
De houten huizen, verzameld in een door een houten muur omgeven dorpje, laten iets van het leven van de gewone inwoners van Kernavé zien. In de zomer worden hier vaak demonstraties gegeven van oude ambachten: video-opnames daarvan zijn hergebruikt in het museum. Veel bijzonders is er niet te zien – “Het lijkt net een Zwitserse berghut”, verzucht één van mijn Zwitserse medereizigers.
Wandeltour Vilnius
Zondagochtend om half 10 verzamelen we voor deel twee van de werelderfgoedtoer. Vandaag staat een rondwandeling met gids door het oude centrum van Vilnius op het programma. Ik ben hier al eens eerder geweest (in 2007). Dus er is geen ‘druk’ om alles te willen zien. Daarvoor is Vilnius met ruim een half miljoen inwoners ook te groot. Het blijft trouwens wel een gezellige stad, dat heb ik de afgelopen dagen al ondervonden.
De wandeltocht is er eentje van Vilnius Free Tours. Hij duurt 2,5 uur en beslaat 5 kilometer. Na een dag in de bus gisteren is het wel lekker om weer eens zelf te bewegen. Ook is het vanochtend bewolkt en dus nog niet zo warm.
Het is onvermijdelijk dat een aantal dezelfde thema’s als gisteren voorbij komen: Basketball is de nationale sport, en de Litouwers waren de laatste heidenen van Europa. En Litouwen is vooral erg trots dat het het eerste land is dat zich onafhankelijk heeft verklaard van Rusland. Ze richten zich sindsdien volledig op Europa. Verder is de hele geschiedenis van het land niet overdreven complex: de gids van vandaag weet het in een paar minuten te vertellen. Vilnius zelf staat sinds de 14e eeuw op de kaart, en is met tussenpozen meerdere keren de hoofdstad van het land geweest.
De enige mensen die we trouwens op straat tegenkomen zijn (vele) andere groepen toeristen met gids die een rondwandeling aan het doen zijn. Onze tour gaat niet specifiek langs de grootste bezienswaardigheden. Meerdere malen bevinden we onszelf op binnenplaatsen waar je zelf niet zo gemakkelijk naar binnen zou lopen. We wandelen ook door de voormalige joodse buurt, waar sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog eigenlijk niks meer van over is (voor de oorlog was 27% van Vilnius joods).
Buiten de voormalige stadsmuren bezoeken we ‘de Vrije Republiek Užupis’. Dit is een kunstenaarsbuurt met eigen regels. Een beetje zoals de Deense Vrijstad Christiana, maar dan een stuk minder anarchistisch en zonder de drugshandel. Het is wel de wijk die nog het meest in oorspronkelijk staat is gebleven, zeker in verhouding met het opgepoetste oude centrum van de stad.
Vilnius heeft als bijnaam ‘het Jeruzalem van Litouwen’. Dit slaat volgens sommigen op de grote joodse bevolking die de stad had – er waren niet minder dan 110 synagoges in de stad voor de Tweede Wereldoorlog. Andere bronnen verwijzen echter naar het grote aantal kerken dat de stad nog steeds heeft. Eén van de spectaculairste, van de buitenkant gezien, is de uit rode baksteen opgetrokken gotische Sint-Annakerk. Als ik er voor sta herinner ik me het van mijn vorige bezoek bijna 10 jaar geleden, de rest van de wandeling ging door buurten waar ik destijds waarschijnlijk niet ben geweest.
Met nog een afslag naar het protserige Presidentieel Paleis zijn we aangekomen bij het eindpunt van de wandeling. De gids heeft voor ons zelfgebakken Litouwse cake meegenomen. Dit is ook het moment om afscheid te nemen van mijn collega-werelderfgoedspotters. Ieder gaat weer zijns weegs: sommigen vliegen vandaag al naar huis, anderen plakken er nog een tripje naar Estland, Letland of (zoals onder andere ikzelf) naar Wit-Rusland aan vast.
Minsk, een andere wereld
Het ‘echte’ reizen is weer begonnen: ik ben op mezelf aangewezen, probeer de Latijnse straatnamen van het plattegrondje uit mijn reisgids te matchen met de in het Cyrillisch schrift geschreven naamplaatjes hier op de muren. Vanochtend vroeg heb ik een lijstje gemaakt met de dingen die ik in de hoofdstad van Wit-Rusland wil zien. Ik begin net buiten het centrum, want daar zou het meest schattige kerkje van de stad te vinden moeten zijn. Het is heerlijk lopen over de brede trottoirs en langs de rivier de Svislatsj. Op een eiland in de rivier ligt een opvallend monument ter nagedachtenis aan de gevallen soldaten in de (Sovjet-)oorlog met Afghanistan in de jaren 80.
Maar waar ligt ‘mijn’ Maria Magdalena-kerkje? Ik loop door de woonwijk, maar de flats zijn hier allemaal zo hoog dat je er geen kerkkoepel boven uit ziet steken. Het ziet er overigens wel als een zeer leefbare buurt uit, met parkjes en kinderspeelplaatsen. De flatgebouwen zijn nieuw en zitten goed in de verf. Net als ik het op wil geven, zie ik dan toch de zwarte koepel met goudkleurige sterren van de kerk. Het is een Russisch-Orthodoxe kerk, de meest voorkomende hier in Wit-Rusland. De kerken worden ook nog druk bezocht. Hier is ook net een dienst aan de gang (voor 6 oude vrouwtjes) dus ik ga niet naar binnen.
Ik loop weer terug via een park naar de andere kant van de rivier, naar de oude stad. Het is inmiddels al zo warm geworden dat ik bij een supermarkt wat te drinken ga halen. Op één van de vele bankjes langs de weg las ik een pauze in.
Dit deel van de stad was vroeger de joodse wijk van Minsk. Hier zou een groot monument voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog moeten zijn. Hoewel er wel Engelstalige borden naar de bezienswaardigheden van de stad wijzen, staat deze er niet bij. Ik verspil niet teveel energie aan het zoeken, en loop verder naar het centrum. Hier liep ik gisteravond bij aankomst in de stad ook al rond. Het is de buurt van de mooie communistische namen: de Lenin-straat, de Komsomolskaya, de Karl Marx-straat. Het hele hart van de stad Minsk is in de tijd van Stalin uit de grond gestampt, nadat het oude centrum tijdens de oorlog was platgebombardeerd. Het is daarom een uniek voorbeeld van Communistische / Socialistische architectuur en stadsplanning. Het heeft zelfs een tijd op de Voorlopige lijst van Werelderfgoed gestaan.
Er staat nog een bijzonder klusje op mijn actielijst vandaag: een stapel Wit-Russische roebels terugwisselen naar Euro’s. Gisteravond stond ik perplex bij de geldautomaat – ik had vooraf bedacht hoeveel ik wilde pinnen en dit omgerekend naar roebels. Maar het schermpje toonde mij heel andere, veel lagere bedragen. Dus ik pinde maar het op 1 na hoogste bedrag. Ik kreeg 1200 roebel, maar had geen idee hoeveel dat was. Ik moest ook nog eten die avond, en wist niet eens of ik daarvoor wel genoeg geld had. Snel zocht ik via mijn telefoon op internet op hoe de koers was. Wat blijkt: ze hebben per 1 juli jongstleden nieuwe roebels ingevoerd, waarbij de laatste 4 nullen van de vorige roebel zijn geschrapt. Een kijkje bij de McDonalds om de hoek bevestigt dat 1200 roebel veel te veel zal zijn: een hamburger kost zo’n 2 roebel.
Gelukkig doet de bank niet moeilijk over het wisselen, en kan ik met een kleine 500 EUR verstopt in mijn rugzak mijn weg deze ochtend vervolgen. Naast de bank ligt mijn volgende bestemming: het nationaal-historisch museum. Ik probeer altijd in iedere hoofdstad die ik bezoek naar ‘het’ nationaal museum te gaan. Vaak is dat een groots, nationalistisch symbool. Hier in Minsk is het een onopvallend gebouw waar de Sovjet-wijze van musea runnen nog in ere wordt gehouden. Laten we zeggen dat het positieve is dat ze veel 50+ vrouwen werk verschaft. In iedere ruimte zit er één op een stoel toe te kijken of je als bezoeker niets fout doet. Toch is het welkom voor de buitenlandse toerist wel warm: een jonge medewerker die er uitziet alsof hij meestal in het depot werkt, stapt naar me toe en vertelt me in goed Engels wat er te zien is en welke route ik door het pand moet volgen.
Er zijn opvallend veel links met Nederland in de permanente tentoonstelling, zo laat ook de jongen niet na me te vertellen nadat hij gevraagd heeft waar ik vandaan kom. De oude muntencollectie stamt van een schat gevonden op Wit-Russisch grondgebied. Er zitten veel Gelderse en Spaans-Nederlandse munten tussen. En ze hebben oude landkaarten, gemaakt door onder andere de bekende Amsterdamse drukker Blaeu. Echt veel boeiends is er verder niet te zien. Buiten is er nog een tentoonstelling van foto’s van Wit-Russische boerenvrouwtjes…
Ik loop de Onafhankelijkheidsstraat verder af zuidwaarts. Dit is de langste en breedste straat van de stad, met allemaal ministeries, het gebouw van de KGB (die bestaat hier nog!) en zelfs een standbeeld van Lenin. De staatsvorm van Wit-Rusland wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als een dictatuur onder leiding van de partijloze leider Loekasjenko. Hij houdt nog veel gebruiken uit de Sovjet-tijd overeind.
Vlak naast het Lenin-standbeeld ligt de grootste katholieke kerk van de stad. Hier wordt de voormalig Paus Johannes Paulus II nog hevig vereerd. Daar weer naast ligt Restaurant Gostyny Dvor, waar ik neerstrijk voor de lunch. Het is een chique tent, met een lunchkaart alleen in het Wit-Russisch. De serveerster helpt me wel wat op weg, en het blijkt dat de dinerkaart wel in het Engels is ondertiteld. Door de woorden op de twee verschillende kaarten te vergelijken begrijp ik wel zo ongeveer wat ze aanbieden. Ik houd het bij een lichte lunch van een salade met gebakken aardappels. Met nog een drankje erbij ben ik zegge en schrijve 5 roebel kwijt: 2,20 EUR!
Voor het laatste deel van mijn zelfbedachte dagprogramma loop ik noordwaarts over de grote straat. Ik wil nog een ritje met de metro maken. De bestemming wordt de Nationale Bibliotheek. De metrostations zijn hier ook in Russische stijl. Sommige hebben ook mooie mozaïeken en andere communistisch aandoende decoratie, maar als geheel valt dat me wat tegen. Weer boven de grond is de Bibliotheek makkelijk te vinden.
Voor het avondeten blijf ik in de buurt van mijn hotel. Geheel in de geest van de rest van de dag kan ik het restaurant dat ik op het oog heb niet vinden. Ik kom uiteindelijk uit bij een Libanees restaurant met een fijn terras. Het is wat duurder dan vanmiddag, maar nog altijd minder dan de helft van wat je in Nederland zou betalen.
De zon is net aan het ondergaan als ik terugloop. Ik wil toch nog even kijken bij de grote kerk naast het hotel. Elke keer als ik er langs kom staat er een lange rij geduldig wachtenden om naar binnen te mogen. De vrouwen hebben hun hoofd bedekt, zelfs al in de rij die voorbij het parkeerterrein slingert. Dit is de Heilige Geestkathedraal, dé orthodoxe kathedraal van de Wit-Russische ‘afdeling’ van de Russisch-Orthodoxe kerk.
#613: Kasteel van Mir
Wat is het?
Het Kasteel van Mir is een 16de eeuws kasteel met 5 torens, gemaakt van afwisselend baksteen en grote keien. Tot 3 meter dikke muren verbinden de torens met elkaar. Het kasteel werd gebouwd door de Ilinich-familie om aanvallen van de Krim-Tartaren te weerstaan. Veel plezier hebben ze er niet van gehad: het geslacht stierf nog in dezelfde eeuw uit, en het kasteel kwam in handen van een lid van de Radziwill-familie. Deze liet het verbouwen tot een woonpaleis.
Cijfer: 6,5 (Het kasteel is feitelijk één grote reconstructie. Bezoekers hebben het de afgelopen 10 jaar voor hun ogen zien veranderen: pas in 2013 is de restauratie voltooid. De 5 heel verschillende torens plus het aanzicht over het water trekken maken het een bezoek waard.).
Toegang: De entree kost hier 10 BYN (nieuwe Wit-Russische roebel), dat is ongeveer 4,5 EUR. Ruim meer dan het gemiddelde hoofdgerecht in een restaurant in Minsk.
Hoeveel tijd: Ik ben er anderhalf uur geweest, inclusief een rondgang door het interieur van het kasteel met audiogids en een wandeling om het meer waaraan het ligt.
Opvallend: Omdat ik niet zoveel tijd heb op dit Oost-Europese tripje van een week, bezoek ik de werelderfgoederen van Mir en Nesvizh op één dag. Om 9 uur in de ochtend komt een chauffeur me daarvoor bij het hotel ophalen. Het leuke van zo’n privé-tour is dat je ook nog eens wat over het gewone leven in een land hoort. In de buitenwijken van Minsk vallen me de vele nieuwe flats op, en de bouwplaatsen voor nog meer. De behoorlijk goed Engels sprekende chauffeur vertelt dat de regering graag wil dat het inwonertal van Minsk en van het hele land groeit. Mensen worden daarom gestimuleerd om meer kinderen te krijgen. Dan krijgen ze allerlei voordelen, zoals toegang tot goede en goedkope nieuwe woonruimte.
Naar Mir is het maar een uur rijden. De tocht gaat grotendeels over de snelweg, die richting Brest gaat (en dan naar Warschau, en dan Berlijn, en dan Amsterdam: we schatten in dat dat zo’n 1700 kilometer rijden zou zijn). Bij de afslag naar Mir zien we 2 toeristenbussen voor ons rijden, dus Roman de chauffeur gooit er nog even een inhaalactie uit om mij eerder bij het kasteel te laten zijn.
Het interieur van het kasteel is pas sinds kort ingericht: toen 6 jaar geleden één van mijn werelderfgoedcollega’s het bezocht, was het nog helemaal kaal van binnen. Nu hebben ze de ruimtes gevuld met voorwerpen die je in elk kasteel in Europa tegenkomt: ridderuitrusting, de vacht van een geschoten wolf, kanonskogels. Ook zijn er veel portretten te zien van de families die dit kasteel groot gemaakt hebben. Bijna alles is een reproductie: de echte kostbaarheden zijn al lang geleden hier weggevoerd, en hangen in musea in o.a. Warschau. Toch geeft het wel een beeld hoe het er uit moet hebben gezien.
Er is hier in Wit-Rusland maar heel weinig ‘ouds’ over: zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog én de Sovjettijd zijn hieraan debet. Pas in 1991 zijn ze serieus begonnen om dit kasteel weer op te knappen, nadat het tientallen jaren leeg had gestaan en in de oorlog had gediend als gevangenenkamp.
Op het buitenterrein loop ik een volledig rondje om het meertje. Mannen zijn er zelfs aan het vissen. Vanaf de houten brug aan de verre zijde van het water kun je de beste overzichtsfoto’s van het kasteel maken, met toch tenminste 4 van de 5 torens in beeld. Gelukkig is het vandaag zonniger dan was voorspeld. Zo af en toe moet ik alleen even wachten tot er een wolk wegschuift om een heldere foto te kunnen maken.
Er zijn inmiddels ook al heel wat andere bezoekers gearriveerd. Als ik terug naar de uitgang loop zie ik dat alle drie parkeerterreinen al vol bezet zijn. De meesten lijken Wit-Russische dagjesmensen te zijn. De toestroom van West-Europese toeristen, zoals je die al in Vilnius ziet, is hier nog ver weg.
#614: Nesvizh
Wat is het?
Het Architectonische, residentiële en culturele complex van de familie Radziwill in Nesvizh was tot 1939 het familiebezit van dé meest prominente adellijke familie van Wit-Rusland. Het bestaat uit een paleis met landschapstuinen en een katholieke kerk. In de kerk liggen 72 leden van de familie begraven. Het is vooral een werelderfgoed geworden vanwege de architectuur van paleis en kerk: invloeden uit Zuid- en West-Europa werden hier voor het eerst in het Oosten toegepast.
Cijfer: 6 (Een vergelijking met het Kasteel van Mir ligt voor de hand. Ik vond Nesvizh net iets minder: het is veel meer Europees, een paleisje zoals je dat met name in Duitsland volop vindt.).
Toegang: Hier is de entreeprijs 13 BYN (nieuwe Wit-Russische roebel) – 5,80 EUR. Veel geld voor de gemiddelde Wit-Rus. Het was er veel minder druk dan bij Mir.
Hoeveel tijd: Ik ben er 2 uur geweest. Het park eromheen is erg groot, daarvan heb ik maar een stukje gezien.
Opvallend: Nesvizh ligt maar 20 kilometer vanaf Mir. We rijden langs hetzelfde vlakke akkerland, met hier en daar een pitttoresk dorpje met houten huizen. Nesvizh zelf is een wat grotere plaats met 14.000 inwoners. Aan de rand ligt het paleis waarvoor ik ben gekomen. Net als in Mir begeleidt chauffeur Roman me naar de ingang, dit keer helemaal aan het einde van een lange oprijlaan. Daar liggen al een kaartje en audiogids voor me klaar.
Ze zijn wel zuinig op dit paleis, want direct bij de entree moet je al plastic beschermhoesjes over je schoenen aandoen. Wat binnen wacht is een reeks paleiskamers in Europese stijl. Deze Radziwill was tijdens zijn reizen zo geïnspireerd geraakt door Franse en Duitse kastelen dat hij er eentje voor zichzelf wilde nabouwen in Wit-Rusland. Net als in Mir is ook hier niet veel meer origineel, maar de audiogids vermeldt steeds netjes in het commentaar wat ‘echt’ is en wat van later datum.
Na vele eetzalen, slaapkamers en een balzaal kom ik bij de meest verrassende ruimte: een kamer vol jachttrofeeën. Daaronder zijn twee opgezette beren en een heleboel auerhoenders. Ster van deze ruimte is echter een Amerikaanse biljarttafel uit 1896. Deze was te zwaar voor de Duitsers om mee te nemen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de jaren daarna is het paleis als sanatorium gebruikt, en kwam de biljarttafel weer goed van pas in de recreatieruimte.
Buiten loop ik nog een rondje om de paleisgracht. Het park laat ik maar aan me voorbijgaan, het ziet er niet al te aantrekkelijk uit. Op weg naar de uitgang koop ik ondanks de opstekende wind en de frisse temperatuur een ijsje: er zijn wat handgebaren voor nodig om duidelijk te maken wat ik wil hebben, maar de vorm van een ijshoorntje zegt de verkoopster genoeg. Over het algemeen is het zo dat de jongeren in Wit-Rusland wel Engels spreken (sommigen heel goed, anderen een beetje), maar voor iedereen boven de 30 lijkt die taal één groot raadsel te zijn.
Net buiten het paleishek ligt de Corpus Christikerk. Deze hoort ook bij het werelderfgoed, en is ook in de 16e eeuw gesticht door de Radziwill-familie. Aan de buitenkant zijn ze hem op het moment aan het restaureren, maar van binnen zit alles nog op z’n plek. Een vrouw van een jaar of 60 houdt de wacht bij de ingang. Ze ratelt een heel verhaal tegen me af, maar aan de bezoekers voor me zie ik dat het eerst nodig is om een donatie aan de kerk te geven voordat ze het koord weghaalt die de ingang scheidt van de rest van de kerk.
Ik krijg nog een boekje met uitleg in o.a. het Engels mee, en wordt meteen naar de crypte gestuurd. Hier, in de kelder onder het kerkgebouw, ligt een groot deel van de Radziwill-dynastie begraven. Ze liggen meest in gewone houten kisten een beetje weg te stoffen.
De kerk zelf had wel in Italië kunnen staan. Hij is gebouwd naar het voorbeeld van de jezuïetenkerk in Rome, met veel fresco’s. Als ik terugloop richting parkeerplaats, wil de ‘bewaakster’ van de kerk mijn Engelstalige foldertje terug hebben. Ze heeft er zeker nog wel een stapel van 50 liggen, maar misschien was mijn donatie aan de kerk niet groot genoeg om de folder waard te zijn.
Terugblik Litouwen & Wit-Rusland 2016
Ik noemde het al mijn kleine wereldreisje: een trip door drie heel verschillende streken in een week. Het nogal Duitsige en toeristische noordwesten van Litouwen, de heerlijke stad Vilnius met de weer succesvolle werelderfgoedmeeting. En als kers op de taart een blik in een hele andere wereld: Wit-Rusland. De grens tussen Litouwen en Wit-Rusland betekent het verschil tussen katholicisme en de Russisch-orthodoxe kerk, tussen Europese Unie en Politieke Unie met Rusland, tussen pittoresk middeleeuws en gebouwen en gebruiken uit de Sovjet-tijd.

De Werelderfgoedreizigers bij een onderdeel van de Geodetische boog van Struve
Voorbereiding
De uitgebreide visumprocedure had me altijd weerhouden van een bezoek aan Wit-Rusland. Ik besloot het me zelf makkelijk te maken dit keer, en regelde via een Wit-Russische reisorganisatie een uitnodigingsbrief (ze verzorgden ook een dagtour, hotel en vervoer naar de luchthaven). Ik kreeg een hoop documenten in het Wit-Russisch terug via e-mail. Mijn eigen bijdrage was beperkt tot het invullen van één aanvraagformulier, het toevoegen van een pasfoto en een bewijs van ziektekostenverzekering. Voor dat laatste belde ik mijn zorgverzekeraar CZ, die erom moest lachen maar zich terdege bewust was van de bijzondere eisen gesteld door Wit-Rusland (en Rusland). Ze stuurden me een brief in het Engels ter bevestiging dat mijn verzekering de hele wereld dekt, en dat Wit-Rusland daar onderdeel van is. Ze sugggereerden ook om dezelfde brief van mijn reisverzekering te vragen, en ook daar (OHRA) waren ze bekend met de procedure. De laatste stap was om geld (60 euro) over te maken op de rekening van de ambassade en een bewijs van deze transactie af te drukken.
Met al deze informatie ging ik naar de Wit-Russisch ambassade in Den Haag. De visummensen werken vanuit een klein bijgebouw (een soort tuinhuisje). Ik was blij te zien dat er niet zo veel mensen een visum voor Wit-Rusland aanvragen als voor Iran: veel minder lange wachttijden dus dan eerder dit jaar. Ik gaf hen mijn stapel papieren en paspoort, en ze gaven aan over een week terug te komen. De volgende week lag mijn paspoort met visumsticker inderdaad op me te wachten. Het personeel was heel vriendelijk en probeerde zelfs om wat Nederlands te spreken. Ze hadden ook een boekje over alle Wit-Russische werelderfgoederen liggen om mee te nemen, wat natuurlijk al een zeer positieve indruk op mij maakte!
Ter plaatse in Wit-Rusland was het paspoort met visum voldoende om door alle grenscontroles te raken.
Vervoer
Vliegtuig
Om deze route mogelijk te maken in één week tijd kocht ik twee enkele vluchten. De eerste was met het Scandinavische SAS naar Klaipéda (vliegveld Palanga) in Litouwen, met een tussenstop van 3 uur op het vliegveld van Kopenhagen. Er landen maar weinig vliegtuigen op Palanga, maar ik vond voor 9 EUR een shuttlebusje dat me naar de stad bracht en voor het hotel afzette.
De terugvlucht maakte ik met de Wit-Russische maatschappij Belavia vanaf het vliegveld van Minsk rechtstreeks naar Amsterdam. Vanaf dat vliegveld vertrekken bijna alleen maar vluchten van Belavia, het was er erg rustig. Genoeg plekken overigens om koffie te drinken of overtollige Wit-Russische roebels terug te wisselen. Het vliegveld ligt 40 km buiten de stad, dus ik moest er met een taxi heen.
Lokaal openbaar vervoer
Er zaten twee langere verplaatsingen in de route. Van Klaipeda naar Vilnius ging ik met de expressbus. Deze rit duurt 4 uur. Ik had van tevoren via internet een kaartje gekocht (17 EUR), maar dat was niet nodig geweest want de bus was half leeg.
Tussen Vilnius en Minsk ging ik met de trein. Deze was tot op de laatste plaats gevuld, dus het was maar goed dat ik hier 2 weken van tevoren geboekt had. Destijds waren er op de website van de Wit-Russische spoorwegen nog maar 12 plaatsen over. Het blijkt dat deze trein veel gebruikt wordt door Wit-Russen die van vakantie terugkomen: ze vertrekken liever van het vliegveld van Vilnius dan uit Minsk, omdat er meer vluchten zijn naar Europese vakantiebestemmingen en het goedkoper is. Het is een moderne trein, alleen wat krapjes voor een lange treinrit (het is meer het type Sprinter zoals we dat in Nederland kennen). De reis kostte 16 EUR.

Overnachtingen
Klaipeda
Hotel Memel is een net 3-sterrenhotel aan de rand van het centrum van Klaipeda. Geen probleem om daar ’s avonds voor het eten even naar toe te lopen. Het was er vrij druk met andere toeristen (ook groepjes). Op de parkeerplaats zag ik ook een auto met een Nederlands kenteken.
Website: http://memelhotel.lt/
Prijs: 55 EUR per nacht inclusief ontbijt
Vilnius
Hotel Rinno is één van de hoogstgewaardeerde hotels van Vilnius. Het is een wat Duitsachtig 3-sterrenhotel (net als het hotel hiervoor): netjes, rustig, beetje ouderwets. Mijn 1-persoonskamer was niet al te groot en lag onder een schuin dak. Ook is het nogal een eind lopen naar het centrum (de kathedraal ligt op 25 minuten). Het bus- en treinstation zijn dan wel weer binnen 10 minuten te bereiken. In dit hotel had ik het beste ontbijtbuffet van deze reis.
Website: http://www.rinno.lt/
Prijs: 59 EUR per nacht inclusief ontbijt
Minsk
Het Hotel Monastyrski is een voormalig klooster. Het ligt in het toeristische deel van het centrum van Minsk, pal naast de Russisch-Orthodoxe kathedraal. De lange gangen en het sobere interieur verraden nog wel de oorspronkelijke functie van het gebouw, maar het is netjes gemoderniseerd. Naast uiteraard de Wit-Russische zenders toonde de TV hier op de kamer ook vele Chinese kanalen, wellicht een verwijzing naar de Chinese zakenmensen die Minsk wel weten te vinden. Ik had zelfs een eigen signaalversterker voor de Wifi op de kamer, dus de interntverbinding was erg snel. ’s Ochtends is er een ontbijtbuffet met o.a. de voor het land typische aardappelpannenkoekjes.
Website: http://monastyrski.by/
Prijs: 82 EUR per nacht inclusief ontbijt

Eten
Het eten is in deze twee landen sterk beïnvloed door de Duitse en Poolse tradities. Dat wil zeggen: vooral vlees, varkensvlees. Met aardappelen.
Ontbijt
De inhoud van het ontbijtbuffet verschilde niet veel tussen de 3 hotels. Ze hebben hier heel donker brood, ergens tussen het zure Duitse brood en roggenbrood in. Vers is het erg lekker. Daarbij verschillende soorten kaas en ham, jam en honing. En ook altijd yoghurt, fruit en warme gerechten voor de liefhebbers.

Ontbijt met bruin brood
Lunch & diner
In Litouwen at ik vis (gerookte makreel) aan de kust en meer internationaal in Vilnius. Ik ben zelfs een keertje naar een Thais restaurant geweest. Op zaterdagavond tijdens de werelderfgoedmeeting had ik voor de groep gereserveerd bij Senoji Trobele. Dit bleek het beste (en duurste) restaurant van de reis. We begonnen met een voorgerecht van verschillende kleine Litouwse gerechten (o.a. varkensoor), en als hoofdgerecht had ik varkensnek!
In Wit-Rusland waagde ik me op een middag aan de machanka – hét traditionele gerecht. Het is een stoofgerecht met een varkensworstje en varkensvlees, geserveerd met dunne aardappelpannenkoeken. Het smaakte wel, maar het is zó vet.

Machanka
In Minsk zijn gelukkig ook veel ‘buitenlandse’ restaurants, variërend van Aziatisch tot Libanees tot Europees. Deze zijn wel dubbel zo duur als de machanka van 2,5 EUR.
Kosten
Oost-Europa, zeker dit ‘verre’ oosten, is nog steeds één van de goedkoopste regio’s om in rond te reizen. Vooral eten, supermarktbezoek en openbaar vervoer zijn spotgoedkoop. In Litouwen liggen die kosten op ongeveer de helft van de Nederlandse prijzen, in Wit-Rusland misschien zelfs maar op een kwart.
In Wit-Rusland hadden ze net (per 1 juli 2016) nieuwe valuta geïntroduceerd. Door de inflatie waren de bedragen op de oude roebels zo hoog geworden. Nu hebben ze er 4 nullen vanaf gehaald en beginnen ze opnieuw. Overal zag je posters hangen zoals hiernaast om aan het publiek uit te leggen hoe het nieuwe geld eruit ziet. Voor het eerst is er ook muntgeld geïntroduceerd.





























Leave a comment