World Heritage Traveller

Azerbaijan & Iran 2016

Written by:

  1. Programma
  2. Baku, of waar olierijkdom toe leidt
  3. #596: Baku
  4. De bergen in
  5. Sheki
  6. Duitsers en een Azerbaijaanse held
  7. #597: Gobustan Rotskunst
  8. #598: Sheikh Safi al-Din Mausoleum
  9. #599: Bazaar van Tabriz
  10. #600: Armeense kloosterensembles
  11. Iraans Koerdistan
  12. #601: Takht-e-Soleyman
  13. #602: Soltaniyeh
  14. Feestdag
  15. Theetijd
  16. #603: Golestan paleis
  17. Terugblik Azerbaijan & Iran 2016
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Overnachtingen
    4. Eten
    5. Kosten

Programma

Het Iraanse visum is (eindelijk) binnen, dus ik ben klaar voor de tweeweekse reis naar Azerbaijan & Iran. Veel cultuur, oude dingen en maar liefst 8 nieuwe werelderfgoederen staan me te wachten.

De route van-dag-tot-dag is als volgt:

DatumProgrammaVerblijf
23 aprilVlucht naar Baku via Kiev, van 13.15 tot 1.35 uur.Baku (Azerbaijan)
24 aprilRondleiding met gids door Baku: de oude stad in de ochtend (WE1), en het nieuwere gedeelte in de middag. Ook bezoek aan de Vuurtempel van Ateshgah.Baku
25 aprilVertrek naar het noordwesten van Azerbaijan, naar het Kaukasus-gebergte, met diverse stops onderweg.Sheki
26 aprilEen volle dag in Sheki, met o.a. bezoek aan het zomerpaleis en het nabijgelegen dorpje Kisch (met een vroeg-christelijke kerk).Sheki
27 aprilDoorreis naar Ganja, de op één na grootste stad van het land. Onderweg bezoek aan Goyal (het oude Hellendorf), een 19e eeuwse Duitse nederzetting.Ganja
28 aprilTerugrit naar Baku, via het park van Gobustan met zijn honderden rotsinscripties (WE2).Baku
29 aprilGrensovergang met Iran, via het noordoosten van Azerbaijan bij Astara.Ardabil (Iran)
30 aprilIn Ardabil bezoek aan het Mausoleum van sjeik Safi al-din (WE3). In de middag door naar Tabriz, voor o.a. de historische bazaar (WE4).Tabriz
1 meiLange dagtocht naar het Armeense klooster van St. Thaddeüs (WE5).Tabriz
2 meiRichting Takab, via de grotwoningen van Kandovan en de ‘Troon van Salomon’, met de resten van een Zoroastrische tempel (WE6).Takab
3 meiEerst langs de lemen dorpjes Shikhlar en Qaravolkhana. In Zanjan is het vervolgens tijd voor een stadstoer door deze historische plaats die bekend staat om zijn kleinschalige industrie.Zanjan
4 meiNaar ‘de Koepel van Soltaniyeh’, ooit het centrale punt in een groot religieus complex vol moskeeën en Koranscholen. De tombe heeft één van de grootste bakstenen koepels ter wereld (WE7). Daarna door naar Qazvin, dat in de 16e eeuw de hoofdstad van Perzië was.Rasht
5 meiBezoek aan Masuleh, een plaatsje waar de daken van huizen overlopen in de fundering van de huizen die daar boven zijn gebouwd. Voorts naar de havenstad Bandar-e Anzali, gelegen aan de Kaspische Zee.Rasht
6 meiVerder reizen naar Teheran, met onderweg een stop voor Lahijan, het centrum van de theeproductie van Iran aan de voet van het Elburzgebergte.Teheran
7 meiDag vrij in Teheran. Bezoek aan het Golestan-paleis (WE8).Teheran
8 meiVertrek om 5.25 in de nacht. Met overstap in Kiev aankomst op Schiphol om 11.55 uur.Thuis

Baku, of waar olierijkdom toe leidt

De grote glimmende witte touring car bus brengt ons deze ochtend eerst naar twee plaatsen buiten Baku, naar ‘het eeuwige vuur’ en de vuurtempel. Daarvoor rijden we over de brede boulevard van de Azerbaijaanse hoofdstad met zijn bijzondere architectuur. Deels zijn het laat-19e eeuwse, vaak neo-classicistische gebouwen uit de tijd van de Russische oliebaronnen, en deels spiksplinternieuwe moderne architectuur zoals het ‘olympisch’ stadion.

Eenmaal buiten de stadsgrenzen wordt het allemaal wat rommeliger en stoffiger. Velden vol met ja-knikkers laten zien dat hier op het Absheron schiereiland druk naar olie wordt gegraven, hoewel het meeste van de Azerbaijaanse rijkdom tegenwoordig uit de Kaspische Zee komt. Hier in de buurt is onze eerste stop van de dag: het ‘eeuwig vuur’ van Yanar Dag. Dit is een heuveltje aan de voet waarvan gassen ontsnappen die in brand staan.

Het ‘eeuwig vuur’ van Yanar Dag

Dit fenomeen van brandende aardgasbronnen was vroeger wijd verspreid over het schiereiland. Het wordt ook in verband gebracht met het ontstaan van zogenaamde vuurtempels. Zo in de 6e eeuw vor Christus brachten veroveraars uit Perzië een nieuwe godsdienst met zich mee, het Zoroasterianisme. Zij zagen het vuur als één van de verschijningsvormen van God. In kleine tempels rondom een permanent brandend vuur voerden zij hun religieuze diensten uit.

Het Zoroasterianisme is allang uitgestorven als godsdienst in Azerbaijan: sinds de komst van de Islam in de 7e eeuw werden de aanhangers vervolgd als zijnde ketters. Maar er is nog wel één werkende vuurtempel. De Ateshgah (“huis van vuur”) van Surakhani is tegenwoordig de belangrijkste toeristische attractie van deze streek. Er is een heel complex omheen gebouwd en het het parkeerterrein biedt plaats aan vele bussen. We bezoeken het op een zondag, wanneer er ook veel lokale dagjesmensen aanwezig zijn.

Ateshgah Tempel

De tempel, of misschien beter gezegd: het tempeltje, ligt centraal op het middenterrein. Het is een vierkant gebouwtje met daarin een brandende vlam. Er omheen in de openlucht branden nog verschillende andere vlammen. Voor de leek is er niet meer te zien dan een brandend vuurtje. Het complex is tegenwoordig in gebruik als museum, hoewel het is toegestaan dat mensen hier komen bidden. Op hoogtijdagen schijnen er nog steeds pelgrims uit Iran en India hier naar toe te komen, landen waar het Zoroasterianisme nog wel een plek heeft. De huidige tempel is ook gesticht door Indiërs (in de 17e of 18e eeuw).

Rondom het middenterrein liggen kamertjes voor de pelgrims. Boven de deuren zijn opschriften o.a. in het Sanskriet te zien. Veel van de originele decoratie is er overigens niet meer – meegenomen naar Sint-Petersburg door de Russen, aldus de gids.

Terug naar Baku dan. We gaan eerst naar hét hoogtepunt van de moderne architectuur in de stad. Het Heydar Aliyev Cultureel Centrum is geopend in 2012. Het is een groots maar elegant wit gebouw te midden van keurig gemaaide gazons. De architect was de onlangs overleden Brits-Iraakse architecte Zaha Hadid. Het past binnen de Azerbaijaanse plannen sinds de onafhankelijkheid in 1991 om te breken met de rigide Sovjet-architectuur. Dat is hier verbluffend goed gelukt. Doordat je aan komt lopen vanaf beneden door het park blijft je aandacht gericht op de grote witte schotel aan de top van de heuvel. Het park is verder opgefleurd met gele, groene en rode kunststoffen konijnen en slakken in reuzenformaat.

Baku 138

We rijden met de bus verder de stad in. Vanaf een uitkijkpunt hebben we zicht over de haven van Baku. Er is veel moderne, eigenlijk meer futuristische architectuur te zien. Azerbaijan is de afgelopen jaren druk geweest met het organiseren van allerlei internationale evenementen, van het Eurovisie Songfestival tot de Europese Spelen. En over een paar weken denderen de Formule 1-racewagens voor het eerst door de straten van Baku. Telkens is er weer wat bijgebouwd, en ook nu staat er bijvoorbeeld nog het geraamte van een toekomstig winkelcentrum aan de waterkant te wachten op afronding.

Het moet gezegd worden dat het allemaal wel met oog voor stijl gebeurd. De grote gas- en olievoorraden van het land lijken nog lang niet uitgeput, dus de geldkraan staat nog wijd open (alhoewel ze niet zo blij zullen zijn met de huidige lage olieprijzen). Hét symbool van deze periode zijn de drie Vlammentorens in het centrum van de stad: drie 190 meter hoge torens in de vorm van een vlam, die ’s avonds verlicht worden met geel en rood licht als waren het reusachtige fakkels. Bij de landing gisternacht op het vliegveld van Baku waren ze ook goed te zien.

Baku - Stad aan de Kaspische Zee

De lunch gebruiken we in het hart van de stad, in de omgeving van het fonteinenplein (waar de fonteinen overigens niet werken). Hier zijn ook de winkelstraten en vele internationale restaurants, beide goed bezocht op deze winderige maar zonnige zondag. Ik vind een leuk tentje waar ik ga voor de auberginesalade met tomaat en schapenkaas. Ik krijg er 5 soorten overheerlijk brood bij, en als extraatje van de zaak nog een macaron toe. Met wat drinken erbij ben ik in totaal 9 EUR kwijt.

Om half 3 verzamelt de groep zich weer. Ditmaal voor de stadswandeling door de oude stad. Deze ligt helemaal ingeklemd tussen de vele nieuwe en 19e eeuwse gebouwen, maar is wel goed zichtbaar omringd door stadsmuren.

Baku 2 012

Ook binnen die muren is het nog goed zoeken naar de bezienswaardigheden. Dit gebied is het werelderfgoeddeel van Baku (daarover later meer!). Er zijn middeleeuwse caravanserai’s die zijn omgevormd tot restaurants, aan hun koepeltjes herkenbare badhuizen die niet meer in functie zijn en één oude minaret. Blikvanger is zeker de Maagdentoren, een elegante ronde toren met een recht stuk eraan gebouwd om de constructie wat stabieler te maken.

Baku 2 027

#596: Baku

Wat is het?
De ommuurde stad van Baku met het Paleis van de Shirvan-Shah en de Maagdentoren is het middeleeuwse stadshart van de hoofdstad van Azerbaijan. De stadsmuren dateren uit de 12e eeuw, en staan aan de noordelijke en westelijke kant nog overeind. Ook de cilindervormige Maagdentoren dateert uit die eeuw. De architectuur is een mix van vele tradities, van Arabisch en Perzisch tot Ottomaans en Russisch.

Baku 2 039

Cijfer: 6 (Door eerdere reisverslagen van mijn werelderfgoedcollega’s waren mijn verwachtingen al niet al te hoog gespannen. In werkelijkheid is het een sterk gerestaureerd stadscentrum waarop de term “middeleeuws” maar moeilijk te plakken valt. Eigenlijk wil je “oud”, “half-vervallen” en een “web van steegjes”. Wat je krijgt is iets keurig aangeharkts, wat wel typerend lijkt voor Azerbaijan.).

Toegang: Alle entreeprijzen zijn bij mijn tour inbegrepen, maar ik zie op het entreekaartje dat toegang tot het Shirvan-Shah Paleis 4 Manat kost (2,5 EUR).

Hoeveel tijd: Ik maakte er een slome stadswandeling met een gids, en die duurde zo’n 2,5 uur. Veel langer heeft dit deel van de stad ook niet nodig, het modernere gedeelte buiten de oude stadsmuren is eigenlijk veel interessanter.

Opvallend:
Als je door je oogharen kijkt is er hier wel degelijk iets te zien van de bijna Centraal-Aziatische omgeving, die je bijvoorbeeld in een fabelachtige stad (en werelderfgoed) als Bukhara in Uzbekistan volop voorgeschoteld krijgt. Er zijn bijvoorbeeld diverse badhuizen met hun karakteristieke koepeltjes – alleen niet meer in gebruik. Er zijn twee karavanserai’s (herbergen voor reizende handelaren), omgeturnd tot restaurants. Er zijn moskeeën, maar niet te veel en zeker niet al te opzichtig in dit bijna seculiere land. De Russificatie tijdens de Sovjet-tijd en meerdere aardbevingen hebben helaas veel sporen uit het verleden gewist.

Baku 2 036

De bergen in

We verlaten Baku en rijden richting het noordwesten van Azerbaijan, richting het Kaukasus gebergte. De glamour van de hoofdstad is al snel voorbij – na wat simpele, Russisch aandoende dorpjes verschijnen schaapherders met hun kuddes in het dorre landschap. Toch is hier ook nog iets te zien van de borrelende ondergrond van het land, dat ze zoveel olie en gas oplevert. Langs de kant van de weg zijn ‘moddervulkanen’ ontstaan.

Azerbaijan 011

We hebben een rit van 350 kilometer voor de boeg richting eindbestemming Sheki. Het is een glad geasfalteerde weg, die langzaamaan klimt de bergen in. In de verte zien we al de besneeuwde toppen van het hooggebergte. De tweede stop van de dag ligt in een smalle vallei, even van de doorgaande weg af. Het is het mausoleum van Diri-Baba, een Soefi-heilige die stierf in 1402.

Het is een vredig plekje. Er zijn zowaar nog een paar andere westerse toeristen. Het mausoleum van twee verdiepingen is tegen de rots aan gebouwd. We klimmen via de niet al te stabiele trap naar boven. Er is een gebedsruimte en wat decoratie.

Azerbaijan 038

Dan wordt het tijd voor een koffiestop: ze drinken hier eigenlijk alleen maar thee, maar hebben ook een pot Nescafé. Het is weer stralend weer, dus we zitten lekker buiten.

In de stad Shamakhi even verderop bezoeken we de Vrijdagmoskee. Net als de meeste oudere gebouwen in Baku is ook deze historische moskee zwaar gerestaureerd en van een nieuwe buitenkant voorzien. Op de voorkant staat dan ook trots het jaartal 2012. Er komt net een begrafenisstoet de poort uit, een groep van zo’n 40 mannen die op hun schouders een in doeken gewikkelde kist dragen.

We kunnen hier bij de moskee vast de voor Iran meegebrachte hoofddoekjes testen. Korte mouwen lijkt ze echter niet te deren. De gids heeft inmiddels al meermalen verteld dat Azerbaijan na het afscheid van de Sovjet-Unie en het communisme even in het vizier is gekomen van religieuze weldoeners uit Saoedi-Arabië. Maar dat vond hier geen voedingsbodem. Hoewel ruim 90% van de bevolking in naam moslim is, zie je maar weinig moskeeën in de steden. In deze Vrijdagmoskee is wel heel wat geld gaan zitten – ze hebben zelfs een azuurblauwe tegelmuur in de Oezbeeks/Iraanse traditie.

Dat afwijken van de islamitische traditie zie je ook op de begraafplaatsen. We bezoeken er één op een heuvel even buiten de stad. De meeste graven hebben een foto of gegraveerde weergave van het gezicht van de overledene. Dit is eerder een Russisch gebruik.

Lunchen doen we bij een wegrestaurant. Het personeel heeft wel plezier in de komst van een groep toeristen. Ik eet er ‘lula kebab’, gegrild lamsgehakt van een spies.

Voor de volgende stop verruilen we de luxe touringcar voor een minibusje en een taxi. Het dorpje Lahic ligt in de bergen, en de weg ernaartoe is met een grote bus niet te doen. Het is 20 kilometer rijden. Meest nog over een asfaltweg, maar op het ruigste gedeelte waar de bergwanden regelmatig naar beneden lijken te komen is er alleen onverhard pad. Wel een erg mooie omgeving.

Lahic zelf staat bekend om zijn ambachten. Het is ook een toeristisch doelwit, eerder voor Azerbaijaanse dagjesmensen dan buitenlandse toeristen. Op deze maandagmiddag blijken veel deuren in de hoofdstraat gesloten te zijn. Een man naait typische vilten hoeden, en een ander pookt snel zijn vuurtje op om wat metaal te gaan bewerken. Echt spectaculair is het allemaal niet, hoewel er wel wat exotische dingen te koop zijn zoals opgezette stinkdieren en een (wilde?) kat. Een eindje weg van de hoofdstraat vind ik op mijn dwaaltocht nog een oude moskee, die is omgevormd tot lokaal museum. Ik word er vriendelijk binnengelaten en mijn naam komt in het grote gastenboek. Het heeft het soortgelijke rommelachtige karakter als de winkels in de benedenstraat, alleen zijn de spullen wat ouder.

Azerbaijan 178

Schapenwollen vachtjes in Lahic

Tot slot is het nog twee uur rijden naar Sheki. We rijden nu echt door de bossen, van het droge landschap is niets meer te zien. Er is nog wat afleiding door verkopers langs de weg: ze verkopen granaatappels, groene asperges (!) en gedroogde vruchten in de vorm van platgeslagen ronde stukken. Het lijkt net op drop, een soort fors uitgevallen winegums, maar het smaakt vreselijk zuur én zout.

Sheki

De stad Sheki heeft zo’n 75.000 inwoners en ligt aan de voet van de Kaukasus, vlakbij de grens met Rusland. We overnachten hier in de oude Karavanserai, de traditionele herberg voor karavanen op doorreis. Nu is het een hotel waarvan de openbare ruimtes er mooi uitzien, maar de kamers nog wel een renovatieslag kunnen gebruiken. Het koelt hier ook flink af ’s avonds. Toch is het een sfeervolle locatie.

De tour van vandaag start iets buiten de stad, in het gehucht Kish. Dit ligt zo ver de bergen in dat we er met Lada-taxi’s naar toe moeten. In Kish staat naar wat de Azeri’s de oudst overgebleven kerk van de Kaukasus noemen, een kerk die ouder zou zijn dan die in de christelijke buurlanden Armenië en Georgië. Echt bewijs daarvoor is niet gevonden, maar het huidige gebouwtje stamt uit de 12e eeuw.

Sheki 011

Terug in Sheki (we hadden het ook wel kunnen lopen), stoppen we bij de bazaar. Dit is de dagelijkse markt van deze stad. Er wordt vooral veel groente, fruit en noten verkocht. Maar ook vlees en kleding. Ik loop er een uurtje rond op zoek naar leuke plaatjes. Aan de rand van de markt zit kippen en eenden in een keurig rijtje op de grond te wachten op een nieuwe eigenaar. Opvallend zijn ook de vrouwen die herbruikbare tassen verkopen – handig voor het einde van het tijdperk der plastic zakjes. Ik koop een pond rozijnen voor 3,5 manat (2 EUR).

Sheki 038

Daarna is het tijd voor het hoogtepunt van de stad: het 18e eeuwse zomerpaleis van de Khan. Sheki was tussen 1743 en 1813 een onafhankelijk staatje. Het had zich weten af te scheiden van Perzië. Het paleis en de bijgebouwen ligt boven de stad, in een ommuurde enclave. De meeste gebouwen daarbinnen zijn verloren gegaan, maar het paleis zelf is alleen van buiten al het mooiste dat ik tot nu toe in Azerbaijan gezien heb. De facade bestaat deels uit bewerkt hout en deels uit stenen decoraties.

Sheki 081

Binnen mag je helaas geen foto’s maken, maar daar is het nog veel mooier. De houten ramen zijn ingelegd met stukjes gekleurd glas, die maken dat je niet van buiten naar binnen kunt kijken maar die door de zon een betoverende lichtinval in de kamers geven. Het paleis is niet zo groot, het heeft 6 verschillende ruimtes. Het werd alleen voor zakelijke doeleinden gebruikt, de koninklijke familie woonde elders. De belangrijkste ruimtes zoals de ontvangsthal en troonzaal zijn van top tot teen met muurschilderingen bedekt. Het meeste is figuratief, maar er zijn ook jachtscènes te zien en afbeeldingen van de overwinning van het leger van Sheki op Perzië.

Verder op het terrein is er nog een museum dat niet opgefrist lijkt sinds de communistische tijd. En een winkeltje van ambachtslieden die de specifieke houten ramen met gekleurd glas maken. Een jongen doet voor hoe dat gaat: het zijn allemaal losse stukjes hout en glas die als een puzzel in elkaar gezet worden.

Sheki 088

Hierna stopt het ‘officiële’ programma. Ik loop terug naar de buurt waar het hotel staat, en ga lunchen bij op het terras van het restaurant Gagarin (ja ze eren de Sovjet-helden hier nog steeds). Hier heb je een mooi uitzicht over de stad met zijn typische architectuur. De huizen zijn gemaakt van een combinatie van baksteen en ruwe stenen. Later dwaal ik hier nog wat door de straten.

Sheki 097

Duitsers en een Azerbaijaanse held

We rijden vandaag alweer de bergen uit, langs de landbouwakkers richting het westen. Veel is er niet te zien. Aan een rivier maken we een theestop. Het water wordt gekookt in deze mooie samovar. Het serveren van de thee blijkt een hele ceremonie. We krijgen er kersen-‘jam’ bij, die je tegelijk met de thee in je mond moet nemen om het allemaal nog zoeter te maken.

In de 19e eeuw vestigden zich in deze streek groepen Duitse kolonisten, uitgenodigd door de Russische tsaar om het land op te bouwen. Ze stichtten er het stadje Helenendorf. De school gaat net uit als we arriveren, en de kinderen reageren op een bus toeristen alsof ze nog nooit buitenlandse bezoekers hebben gezien. Ook in de straten worden we staande gehouden door bewoners. Op de foto staat de door de Duitsers gestichte kerk, die nu niet meer in gebruik is.

Helenendorf - Kerk met schoolkinderen

Helenendorf staat bekend om zijn huizen in ‘Duitse’ stijl. Dat betekent in dit geval veel houten gevels en andere houten accenten. Alle huizen zien er uit alsof ze een paar jaar geleden van nieuw hout zijn voorzien – typerend eigenlijk voor heel Azerbaijan dat in de afgelopen 10 jaar een enorme opknapbeurt lijkt te hebben ondergaan. Duitsers zijn er hier trouwens niet meer, ze zijn in 1941 (tijdens de Tweede Wereldoorlig) door Stalin gedeporteerd naar Siberië. Een enkel straatnaambordje doet nog aan hen denken.

Helenendorf

Helenendorf (tegenwoordig heet het Goygol) heeft net als elke andere stad in Azerbaijan een monument ter ere va Heydar Aliyev. Hij is de vorige president van het land (zijn zoon is nu de baas), en wordt gezien als de vader des vaderlands. Hij heeft het land naar onafhankelijkheid geleid, maar hij was daarvoor zelf ook een prominent lid van het Sovjet-Politburo. Na zijn dood in 1991 is er een grote persoonlijkheidscultus rondom hem ontstaan, en je ziet zijn hoofd overal. Dit is een protserig ‘museum’ waarin over zijn leven wordt verteld aan de hand van foto’s.

Helenendorf - Heydar Aliyev monument

Aan het eind van de middag komen we aan in onze overnachtingsplaats Ganja. Het is de op één na grootste stad van Azerbaijan. Op het plein voor het stadhuis zijn vele mannen met potjes witte verf in de weer. De politie staat er naast te kijken. Strafwerk voor mensen die iets misdaan hebben? Het blijkt dat de mannen oriëntatiepunten en nummers op de tegels aan het schilderen zijn, als voorbereiding voor een dansvoorstelling op Onafhankelijkheidsdag in mei.

Ganja - Voorbereidingen voor de dansuitvoering voor het stadhuis

Ganja blijkt een weinig inspirerende stad te zijn. Het heeft nog het meest Sovjet-achtige karakter van alle plaatsen waar we in Azerbaijan geweest zijn. Dit zijn de twee ranke minaretten van de Shah Abbas-moskee.

Ganja - Shah Abbas moskee

#597: Gobustan Rotskunst

Wat is het?
De rotskunst van Gobustan is een collectie van zo’n 6.000 rotstekeningen, stammend uit de periode tussen de 20.000 en 5.000 jaar geleden. Deze locatie lag toen nog aan de oever van de Kaspische Zee. De tekeningen zijn te vinden in en om schuilplaatsen die zijn ontstaan toen grote rotsblokken van de heuvel afscheurden en naar beneden vielen. Pas in 1930 zijn ze herontdekt.

Gobustan - Prehistorische rotstekeningen

Cijfer: 6,5 (Er staat zo veel rotskunst op de werelderfgoedlijst en het lijkt allemaal erg op elkaar. Het is soms moeilijk om het bijzondere eraan te zien. Dit Gobustan is niet de oudste, niet de grootste en niet de meest esthetische collectie rotsschilderingen op de wereld. Er zitten een paar interessante plaatjes tussen, zoals de schepen.).

Toegang: Ook dit keer kon ik gratis naar binnen. Een normaal kaartje kost 2 Manat (1,20 EUR). Hiervoor krijg je toegang tot de plek met rotstekeningen en het museum. Het museum is nog maar een paar jaar oud en is vooral goed in digitale animaties en audiovisuele presentaties, zodat je je een voorstelling kunt maken hoe het er hier 20.000 jaar geleden uitzag.

Hoeveel tijd: We waren er ongeveer 1,5 uur, inclusief bezoek aan het museum en toiletstop. Als ik alleen was geweest, was ik nog graag wat langer gebleven. Het werelderfgoed omvat 3 groepen van rotstekeningen, op 3 verschillende heuvels. We bezochten er maar één (ik weet overigens niet of de andere überhaupt voor toeristen open zijn). Behalve naar de oude rotskunst keken we ook nog bij een voor Azerbaijan unieke Romeinse inscriptie aan de voet van de heuvel.

Opvallend:
Een vergelijking met de Coa-vallei in Noord-Portugal, waar ik een paar weken geleden was, is onvermijdelijk. Qua ligging is het gebied in Portugal mooier: diep in het binnenland, in een smalle kloof naast de rivier. Hier komt niemand ‘per ongeluk’, en je mag er dus ook alleen onder begeleiding van een gids naar toe. De rotstekeningen van Gobustan daarentegen liggen vlak langs de snelweg en binnen blikveld van de Kaspische Zee en de daar aanwezige boorplatformen. Je mag er op eigen gelegenheid over de paden rondwandelen. Er is overigens geen uitleg aanwezig over wat je ziet, dus het meebrengen van een gids om de figuren aan te wijzen is wel handig.

Gobustan 034

De tekeningen in Gobustan laten een grotere variatie zien dan die in Portugal. Dat komt waarschijnlijk omdat ze gedurende een langere periode gemaakt zijn. Dus behalve de bekende dieren waarop gejaagd werd (buffels, geiten), zijn er onder andere ook schepen, mensen en sjamanen afgebeeld. Ook zijn ze met het blote oog wat duidelijker zichtbaar: ze zijn gebeiteld in zachte kalksteen. In Portugal zijn het meer krassen op een veel hardere ondergrond.

Gobustan - Prehistorische rotstekening van een schip

#598: Sheikh Safi al-Din Mausoleum

Wat is het?
Het Sheikh Safi al-Din Mausoleum in Ardabil is een 16e-eeuws religieus complex. Het omvat de begraafplaats van de 14e eeuwse Soefi-geestelijke Safi al-Din. Zijn navolgers stichtten de dynastie der Safawiden, die van 1501-1722 over Perzië heerste. De geestelijke ligt in een mausoleum in de vorm van een 17,5 meter hoge toren, die uitgroeide tot een belangrijke attractie voor pelgrims. Het complex is in de loop der eeuwen steeds verder uitgebreid. Het bevat ook graftombes van anderen (twee daarvan hebben een eigen toren), en onder andere een (voormalige) bibliotheek, moskee, school, ziekenhuis en bakkerij.

Ardabil 149

Cijfer: 7,5 (Dit is het eerste voorbeeld van Iraanse bouwkunst dat ik zie op deze reis. Het wordt meteen duidelijk: hier ben ik voor gekomen! De decoratie is zoveel mooier en authentieker dan wat Azerbaijan te bieden heeft. )

Toegang: 200.000 rial (5 EUR) – door de sterk dalende koers en inflatie in Iran zijn de prijzen op de entreekaartjes niet bij te houden. Je krijgt dan ook 2 tickets van 100.000 rial elk.

Hoeveel tijd: Ruim een uur.

Opvallend: Het complex ziet er van buiten niet al te bijzonder uit. Net als de meeste andere gebouwen hier in Noord-Iran is het van baksteen gemaakt. Je gaat er vanaf de straat naar binnen door een niet al te grote poort. Hier betaal je ook de entree. De boog is als voorproefje al versierd met de karakteristieke geglazuurde tegels.

Ardabil 188

Je komt dan in een kleine binnentuin. Het ziet er verzorgd uit, maar het klimaat is er hier niet naar om al veel in bloei te hebben staan. Ardabil ligt op 1300 meter hoogte, en is één van de natste steden van Iran. We zijn er al vroeg in de ochtend (tegen 9 uur), en er zijn nauwelijks andere bezoekers.

Na de tuin ga je weer door een poort, en kom je op de binnenplaats van het religieuze complex. Dit is aan alle vier zijden omringd door gebouwen die bedekt zijn met blauwe tegels met groene en gele accenten. Het is wat bewolkt vandaag zodat het vooral op de foto’s je niet tegemoet schittert, maar in het echt is het indrukwekkend.

De drie torens, waaronder de mausolea van de belangrijkste personen liggen, vallen er een beetje bij in het niet. Toch zijn zij het meest bijzondere aan dit complex. De oudste ‘graftoren’ (die van de oudste heilige, Safi al-Din) ligt half-verscholen achter de andere twee. Hij wordt momenteel gerestaureerd, net als diverse andere onderdelen. De nu grootste toren is die met de mooie (bij)naam ‘Allah Allah-toren’ – deze is gedecoreerd met ontelbare keren het woord ‘Allah’ in Arabische kalligrafie.

Ardabil 120

Dan is het tijd om naar binnen te gaan. De schoenen moeten uit, want dit is nog steeds een religieuze plek. Je stapt over de drempel, en komt in een prachtig aangeklede ruimte met een bijzondere kleurstelling. Het is veel goud, maar ook donkerrood en blauw spelen een rol. De ruimte zelf is een gebedsruimte, omringd door verschillende nissen met daarin o.a. de tombes van de overledenen die hier geëerd worden.

Het plafond onder de koepels is bedekt met ‘stalactieten’ (in de vorm van de natuurlijke stalactieten in druipsteengrotten) – deze dienen ter versteviging van de constructie.

Naast de gebedsruimte is ook de Porseleinkamer zeer de moeite waard. Dit is een grote ruimte in de vorm van een kruis, waarvan de muren bedekt zijn met kleine uitgesneden nissen in verschillende vormen zoals een viool of een vaas. In 16e en 17e eeuw stonden deze nissen (misschien wel 1000!) vol met Chinees porselein, die de Safawidische heersers ontvingen van hun Chinese handelspartners of hebben geroofd. Het meeste daarvan is inmiddels verdwenen naar grote musea in Teheran, net als het fameuze Ardabil-tapijt dat in London is beland en vroeger de hele vloer van deze ruimte bedekte.

Ardabil 154

Op het buitenterrein is verder nog de ‘school’ vermeldenswaard. Hier gaven leraren les in diverse religieuze en wereldse vakken, en ze deden dat door vanuit een nis in de buitenmuur hun leerlingen (1 à 2, soms 5 per keer) toe te spreken. Deze muur telt nu nog zo’n 30 van deze nissen, de meeste met een speciale verhoging erin voor de leraar.

#599: Bazaar van Tabriz

Wat is het?
De Historische Bazaar van Tabriz stamt al uit de 13de eeuw, toen Tabriz een belangrijke stop langs de noordelijke Zijderoute was. Het Bazaar-complex bestond uit een Grand Bazaar in het centrum, en 8 satelliet-bazaars bij elk van de 8 stadspoorten. Nu bestaan alleen nog de Grand Bazaar en twee van de satelliet-bazaars. De Bazaar is volledig overdekt en vormt als het ware één grote constructie. Daardoor is hij beter bestendig tegen de frequent voorkomende aardbevingen in deze regio. Ook is er een grote diversiteit aan architectuurstijlen te zien.

Tabriz 042

Cijfer: 6,5 (Het is vooral winkeltjes en mensen kijken hier, alhoewel achter onopvallende poorten zowel een grote caravanserai als een interessante moskee schuil blijken te gaan. Toch heeft het niet de sfeer, en ook niet de verborgen schatten, zoals de Medina’s van Fez en Marrakesh in Marokko.)

Toegang: Gratis, want het is een markt/winkelcentrum waar ze je maar al te graag naar binnen willen lokken. De Blauwe Moskee die ook tot dit werelderfgoed hoort vraagt 150.000 rial entree (3,75 EUR).

Hoeveel tijd: Je kunt je er wel een paar uur vermaken, het is een heel groot complex.

Opvallend:
Binnen de beschermde zone van het Bazaar-complex ligt ook de ‘Blauwe Moskee’. Op het kaartje van Unesco lijkt het inderdaad verbonden met de Grand Bazaar, maar in de praktijk blijkt er een taxirit nodig te zijn vanaf de bazaar om bij deze moskee te komen. Hij staat weer met de bakstenen buitenkant naar de straat toe, maar als je er omheen loopt straalt een monumentale poort à la de meesterwerken uit Oezbekistan je tegemoet.

Tabriz 130

Die link met Oezbekistan is niet vreemd: deze moskee is gebouwd in de stijl van de Mongoolse Timoeriden in de tweede helft van de 15e eeuw. Tabriz was in die periode de hoofdstad van Oost-Perzië, o.a. tijdens de Mongoolse overheersing.

Het blauw lijkt hier echter donkerder, meer kobaltblauw, dan het turquoise van Oezbeekse steden als Samarkand en Bukhara. Behalve de toegangspoort is ook een deel van het interieur nog betegeld. Maar deze moskee heeft zwaar onder de tand des tijds geleden – een aardbeving in 1779 verwoestte het grotendeels. Op 19de-eeuwse schetsen van voorbijtrekkende Europese reizigers is te zien dat het toen vrijwel een ruïne was. Sindsdien is er veel baksteen aan toegevoegd om het geheel weer compleet te maken. De gids vertelt ook dat men het er niet over eens kan worden hoe hem verder te restaureren.

Zowel binnen als buiten bevat het tegelwerk bijzondere gekalligrafeerde teksten en geometrische symbolen die niet gewoon zijn voor moskeeën. Zo is er een reeks swastika’s, afkomstig uit het Zoroastrische Perzië.

#600: Armeense kloosterensembles

Wat is het?
De Armeense kloosterensembles zijn twee kloosters en een kerk van de Armeens-Orthodoxe kerk in Iran. De apostel St. Thaddeus bracht volgens de legende het christendom naar Armenië, en op deze plek (nu ergens in een uithoek van Iran) zou hij gestorven zijn. Hier werd later, ergens tussen de 7e en 10e eeuw, het St. Thaddeus-klooster gesticht. Deze plaats heeft dus een sterk christelijk-religieuze betekenis, én het is de nalatenschap van de verspreiding van de Armeniërs over dit deel van de wereld. Het klooster is nog steeds een pelgrimsplek voor Armeniërs uit Iran en omringende landen: jaarlijks wordt er in de zomer een groot festival gehouden. Naast het St. Thaddeus-klooster bestaat het erfgoed nog uit twee andere locaties: het St. Stepanos-klooster (zo’n 100 kilometer verderop) en de Dzordzor-kapel. De kapel is in de jaren ’80 door de Iraanse regering geheel en al verplaatst naar een veiliger locatie, in verband met de aanleg van een dam.

St. Thaddeus Klooster 031

Cijfer: 7,5 (Dit was misschien wel het werelderfgoed waar ik me het meest op had verheugd tijdens de voorbereiding van mijn reis door Azerbaijan en Iran. Deze christelijke monumenten zijn een opvallende verschijning op de lijst van de Islamitische Republiek Iran. Maar de Iraniërs blijken met name jegens de Armeneens minderheid erg tolerant. Ik bezocht van de 3 locaties alleen het St. Thaddeus-klooster. Het bezoek en de lange reis ernaar toe waren zeker de moeite waard: dat zoiets überhaupt in zo’n complete staat de tand des tijds heeft doorstaan is al een wonder.)

Toegang: 200.000 rial (5 EUR). Er is een bewaker en een man die de kaartjes verkoopt. Toen wij vertrokken kwamen er ook nog wat Iraanse toeristen aan.

Hoeveel tijd: Anderhalf uur om dit ene klooster te bekijken. Als je met de auto bent, kun je ook nog bij het andere klooster en de kerken behorend tot hetzelfde werelderfgoed langs (reken dan op een zeer volle dag vanuit Tabriz, de dichtstbijzijnde grote stad).

Opvallend:
Zoals het een goed klooster betaamt, ligt het erg afgelegen. Ik hoorde de dag ervoor onze Iraanse gids en Nederlandse reisleider in heftig debat over hoe ver het wel niet is en of het de moeite waard is om er een dagtrip naar toe te maken. Geen van tweeën was er ooit geweest, en had ook niet echt betrouwbare informatie over de afstand en de staat van de weg. Is het nou 240 kilometer enkele reis of retour? Vanuit het Iraanse kantoor komt de mededeling “4,5 uur rijden”. Gelukkig komt er compromis uit dit debat: de bus rijdt voor zij die meewillen, de achterblijvers mogen zich nog een dag vermaken in de stad Tabriz.

Om 7 uur in de ochtend vertrekken we met 75% van de groep richting het oosten, naar het uiterste noordwestelijke punt van Iran. Het St. Thaddeus klooster ligt vlakbij de grens met Azerbaijan en (uiteraard) Armenië. Het eerste deel van de rit gaat nog over de snelweg, maar al snel slaan we af een secundaire weg in. Gezegd moet worden dat ook deze wegen in Iran nog in prima staat zijn. Je mag er 90 kilometer rijden buiten de bebouwde kom. Het gaat alleen niet zo snel omdat er veel plaatsjes zijn onderweg.

We doen een korte theestop bij een benzinestation, en rijden dan in één ruk door naar het klooster. Landschappelijk is dit het mooiste deel dat we tot nu toe gezien hebben, met zicht op veel hoge bergen en besneeuwde toppen. Onderweg houd ik ter lering en vermaak nog een praatje in de bus over het werelderfgoed in Iran.

St. Thaddeus Klooster 008

Pas de laatste 15 kilometer of zo draaien we een slingerweg op (nog steeds geasfalteerd) en rijden we naar het kale gebergte waar het klooster ligt. Je kunt de twee witte, typisch Armeense torens al van ver zien liggen. De zon heeft de hele ochtend geschenen en hoewel de wolken samenpakken, ligt het complex er fotogeniek bij. Het ligt trouwens niet helemaal in de middle-of-nowhere: ernaast is een armoedig dorpje dat nu door Koerden bewoond schijnt te worden.

Het kloostercomplex is volledig ommuurd. Van een afstandje lijkt de kerk volledig intact te zijn, maar als je er voor staat zie je dat er veel stutwerk nodig is om hem overeind te houden. Binnen zie je ook duidelijk de scheuren in de muren, veroorzaakt door aardbevingen. Het oudste deel van de kerk is gemaakt van zwarte tufsteen, net als de kerken in het moederland Armenië zelf. Later, in de 19e eeuw toen er veel pelgrims kwamen, is er een deel in wit marmer voorgeplaatst en een tweede toren.

St. Thaddeus Klooster 040

Van binnen is het een sobere kerk, vooral ook door het grijs/zwart van de muren. Er zijn teksten in het Armeense schrift en kruizen in de stenen gekerfd. De buitenkant is veel meer gedecoreerd. In het oude, zwarte deel van de kerk zijn dat alleen drie grote ramen in de vorm van een Armeens grafkruis. In het grotere, witte deel van later datum zijn de bouwmeesters echter helemaal los gegaan. Op verschillende niveaus zijn afbeeldingen van bijvoorbeeld de 12 apostelen en lokale koningen te zien. Maar er zijn ook reliefs van minder herkenbare personen uit de Iraanse folklore, zoals iemand die een koe zit te melken of een ridder te paard.

Je moet echt een paar keer om de kerk heenlopen om het allemaal te kunnen bevatten. Zelfs als we na een uurtje weer in de bus zitten, worden er nog nieuwe dingen ontdekt (de hoofdpoort!). Ikzelf zie in het Unesco nominatiedossier nog een serie afbeeldingen staan die ik nog niet gespot had. Dus ik ga gewoon nog een keer kijken.

St. Thaddeus Klooster 078

Als we wegrijden begint het te regenen – het weer is veranderlijk hier in de bergen, in de winter is het klooster helemaal niet bereikbaar. Voldaan rijd ik terug naar Tabriz, 4 uur plus nog bijna een uur extra vanwege file/verkeerd rijden in de grote stad Tabriz. En ook van de 12 medereizigers die niet met het werelderfgoedvirus zijn behept, heb ik achteraf niemand gehoord die spijt heeft gehad van deze lange reisdag om ‘alleen’ dit klooster te zien.

Iraans Koerdistan

Kandovan is een dorpje met 680 inwoners, op 2200 meter hoogte gelegen. Je kunt hier de sneeuw bijna aanraken. In de resten van vulkanisch gebergte hebben de mensen hier rotswoningen gebouwd. Ze kozen deze afgelegen plek diep in de bergen om veilig te zijn voor de Mongoolse invasies in de 13e/14e eeuw. 

We zijn er zo vroeg, tegen 9 uur, dat het dorp nog wakker moet worden. Ze brengen hier normaliter de dag door met de verkoop van honing, boter en kruiden aan toeristen. De steegjes omhoog naar de rotswoningen zijn zeer steil en lopen vaak dood voor de deur van een huis. Een ideale plek om wat rond te dwalen dus. In één van de huisjes, de modelwoning, mag je binnenkijken. Hij bestaat uit twee ruimtes zo klein dat het wel een uitdaging is om er met een gezin te wonen.

Iraans Koerdistan 068

Bij het toeristische dorpje hebben ze ook een nieuw en luxe hotel gebouwd. Het is echt een verschrikking om er te komen, via een lange steile trap omhoog. Zo trekken ze nooit de rijke toeristen waar ze hier op zoek naar zijn! Wij gaan er koffie (Nescafé) drinken, wat we zoals altijd hier in Iran doen onder het toeziend oog van de heren Khomeini en Khamenei.

Iraans Koerdistan 099

Wat verder volgt is een lange, saaie rit. Ik vermaak me met het spotten van bijzondere standbeelden / sculpturen, die in elke plaats hier in de streek te vinden zijn. Zo zag ik onder andere een bushalte in de vorm van een aardbei en een meloen, een beeld van een half-afgekloven appel en deze reuzenfiets.

Iraans Koerdistan 108

In de typisch Koerdische plaats Sakez maken we in de namiddag een theestop. Er is een pittoreske bakstenen moskee, die we van binnen bekijken. In tegenstelling tot de meeste moskeeën deze reis is dit een soennitische moskee, geen sji’itische. Aan de voorzijde heeft hij een bijzondere houten loggia. Binnen zijn twee oude mannen aan het bidden, waarvan er één graag een praatje wil maken over de Syrische vluchtelingen.

Iraans Koerdistan 130

Net voordat het donker wordt (tegen kwart voor 8) arriveren we eindelijk op onze eindbestemming Sanandaj. Dit is de hoofdstad van de Iraanse provincie Koerdistan. De Vrijdagmoskee hier stamt uit 1227. De binnenplaats heeft een groot waterbekken, en is aan alle 4 zijden omringd door betegelde gebouwen. In de grote gebedshal kijken we nog even binnen.

Iraans Koerdistan 188

Het valt op hoeveel Koerden er hier nog in traditionele kleding rondlopen. Van de mannen heeft schat ik zo’n 60% de typische wijde pofbroek aan, veel meer dan ik 2 jaar geleden net over de grens in Iraaks Koerdistan zag. En ook de vrouwen dragen kleurrijke jurken in plaats van de zwarte chadors die je in de normale Iraanse straten veel ziet.

Takht-e-Soleyman 008

#601: Takht-e-Soleyman

Wat is het?
Takht-e-Soleyman (vertaald: de troon van Salomon) was hét spirituele centrum van het Zoroastrianisme. Het is het oudste en grootste nog bestaande heiligdom van deze oude religie. Het Perzische rijk der Sassaniden verhief dit monotheïstische geloof tot hun staatsgodsdienst. In de 6e eeuw bereikte dit zijn hoogtepunt met de bouw van dit religieuze complex. De Sassaniden, wier rijk tot in Syrië en Egypte reikte, waren in hevige competitie met het Byzantijnse rijk en het Christendom. Vandaar dat ze iets prestigieus wilden neerzetten voor hun eigen geloof.

Takht-e-Soleyman 082

Cijfer: 8 (Het overtreft qua ligging nog het Armeense klooster van eergisteren. Het is een prachtig berglandschap uitgevoerd in verschillende kleuren. Het Zoroastrische tempelcomplex is met recht uniek en mysterieus te noemen.)

Toegang: Hier ook weer de vrij standaard 200.000 rial (5 EUR) – dit is overigens de prijs voor buitenlandse toeristen, Iraniërs betalen minder. De toegang wordt hier geheven per locatie (we bezochten 2 locaties). Ik ontving inbegrepen bij de entreeprijs nog wel een mooi boekje met daarin het nominatiedossier van Takht-e-Soleyman voor de werelderfgoedlijst.

Hoeveel tijd: We waren er drie uur, maar ik had best nog een uurtje langer willen blijven.

Opvallend: Na weer eens 4 uur in de bus komen we aan in het vulkanisch landschap waar dit werelderfgoed ligt. Het bestaat uit verschillende locaties op een paar kilometer van elkaar verwijderd, waaronder het hoofdcomplex met het heiligdom en een kleine vulkaan die eerder een religieuze betekenis had.

Na een voedzame lunch in de kantine van de nabijgelegen mijn waar we 2 Franse toeristen met een camper treffen, starten we ons bezoek bij de vulkaan. De top ligt zo’n 100 meter hoger dan het omringende landschap, en hij moet beklommen worden. Het heeft eerder wat geregend dus het pad omhoog is nogal modderig. Dicht bij de top komt daar nog eens rotsklauteren bij. Maar ik red het tot de rand van de krater. Heel lang geleden werden op deze top ook Zoroastrische rituelen uitgevoerd naar het schijnt, maar daar is niks meer van te zien. Het is nu een natuurlijk schouwspel: een lege, holle vulkaankrater met een grasveldje op de bodem.

Takht-e-Soleyman 113

We weten weer veilig beneden te komen en rijden dan door naar het hoofdcomplex. Het is nog volledig ommuurd, zeker de zijde van waar je aan komt rijden lijkt een onneembare vesting. Ondanks het lezen van verschillende bronnen en uitleg van gids en reisleider in de bus is het geloof van de Zoroastriërs moeilijk te vatten. Ze vereerden één god, maar in hun tempels ligt de nadruk op de 4 elementen water, aarde, lucht en vuur. Hun vuurtempels zijn het meest bekend (we bezochten er eerder deze reis al één in Azerbaijan), maar hier in Takht-e-Soleyman is naast een vuurtempel ook een watertempel.

Het hele complex is gebouwd rondom een natuurlijke waterbron. Het ruim 60 meter diepe meertje lijkt wel een groot zwembad. Het water stroomt vanaf hier de heuvel af, en dient als irrigatie voor de omliggende land- en tuinbouw. Het is wat onduidelijk wat ze hier verbouwen, het zouden amandelen kunnen zijn.

Takht-e-Soleyman 087

De uitleg van onze soms wat moeilijk te volgen gids geeft aan dat dit heiligdom speciaal voor de koningen en het leger van de Sassaniden gebouwd is. Elders in het rijk (o.a. in wat nu Irak is) waren nog andere spirituele centra voor de gewone bevolking. Eén van de interessantste bouwwerken op het terrein is een lange hal met een bocht erin (soort galerij) waar om de paar meter een opening is voor een soldaat op wacht. Verder zijn er wat vreemde cilindervormige, grotendeels onder de grond gelegen ruimtes.

Op foto’s in het museumpje is te zien dat er hier eens per jaar nog Zoroastrische gelovigen komen. De vuurtempel brandt echter al lang niet meer: er rest alleen nog maar een vierkant platformpje.

Takht-e-Soleyman 109

Voordat de bus weer vertrekt loop ik met een reisgenoot nog de heuvel af, op weg naar een verhoging vanwaar je de irrigatie van de velden van dichtbij kunt zien. Het water heeft in de loop der eeuwen zoveel zand met zich meegebracht dat het een natuurlijk muurtje gevormd heeft met een richel bovenop. Omdat het door het landschap slingert, noemen ze dit hier de Drakenmuur.

#602: Soltaniyeh

Wat is het?
Soltaniyeh was de hoofdstad van de Mongoolse Ilkhaniden-dynastie, die in de 14e eeuw over Iran heerste. Het meest prominente restant uit die tijd is het mausoleum van hun leider Oljaytu. Dit is een uniek monument in de geschiedenis van de Islamitische architectuur, vanwege zijn enorme koepel. Het was de grootste in zijn tijd, en is ook nu nog na die van de Dom in Florence en de Hagia Sophia in Istanbul de op twee na de grootste ter wereld. De koepel bestaat uit een dubbele schaal van bakstenen, met ruimte tussen de binnen- en buitenschaal.

Soltaniyeh & Qazvin 055

Cijfer: 7 (Het is vooral knap hoe ze deze enorme koepel zo vroeg hebben weten te bedenken en bouwen. Van de buitenkant ziet het er imposant uit. De muren aan de binnenzijde zijn ook gedecoreerd, maar daar had ik meer van verwacht.)

Toegang: De gebruikelijke entreeprijs van 200.000 rial (5 EUR) wordt geheven.

Hoeveel tijd: Ongeveer een uur.

Opvallend: Je kunt het mausoleum al van kilometers ver zien liggen, het 50 meter hoge achthoekige gebouw met licht-turquoise koepel steekt ook nu nog overal bovenuit. Van binnen staat het momenteel volledig in de steigers, dus helaas kun je de binnenkant van de fameuze koepel niet zien. De restauratiewerkzaamheden zijn al aan de gang sinds 1994. Door middel van jaarlijkse projecten voorziet de Iraanse staat in het kostbare onderhoud van dit monument. Men is begonnen met het weer compleet maken van de tegeltjes op de buitenkant van de koepel, en nu is de binnenzijde aan de beurt.

Wel kun je de trap op en op de tweede en derde verdieping de galerijen rond lopen. Naast nog wat resten blauw tegelwerk vallen vooral de motieven in de baksteen op. Aardbevingen hebben ook hier tot veel scheuren geleid.

Soltaniyeh & Qazvin 045

In de omgeving van het mausoleum liggen nog 13 andere locaties die bij het werelderfgoed horen. We maken een korte theestop bij één ervan: Chelebi Oghlu. Ook dit is een mausoleum. Het werd in dezelfde tijd gebouwd als het grote exemplaar. Een Soefi-geestelijke ligt erin begraven.

Overigens: zelf koffie of thee zetten doe je hier gewoon langs de kant van de weg, de Iraniërs zijn net als de Iraakse Koerden dol op picknicken ‘in de vrije natuur’. Ze nemen dan een kleed of tentje mee en veel eten, en brengen hun vrije tijd met familie door in een stadspark of naast de doorgaande weg.

Soltaniyeh & Qazvin 064

Feestdag

In Nederland is het dit jaar op 5 mei Hemelvaart en Bevrijdingsdag, en in Iran zijn de mensen vandaag ook een dag vrij vanwege een religieuze feestdag. Velen trekken erop uit richting de kust van de Kaspische Zee en de bergen. Voor ons staat precies hetzelfde op het programma.

Vanuit Rasht rijden we eerst naar de kustplaats Bandar-e Anzali. Daar zijn veel winkels nog dicht vanwege de feestdag, maar na één belletje wil de man van het wisselkantoor graag zijn zaak opendoen om een stapeltje Euro’s van toeristen om te wisselen naar miljoenen Iraanse rial. Met dat extra geld op zak rijden we door naar de haven van de stad.

Bandar Anzali & Masouleh 081

De attractie hier is om met een speedbootje de lagune in de te varen. We krijgen zwemvesten om en scheuren de ‘natuur’ in. Het valt op hoeveel afval er in het water en op de omliggende velden ligt. De speedboot maakt ook nog eens veel lawaai, zodat die ene vogel die er nog zit verschrikt wegvliegt. We leggen aan bij een veldje waar wat paarden en ossen bij elkaar staan. Voor stadsmensen uit Teheran is dit waarschijnlijk al heel wat. We zijn zeker niet de enige toeristen die hier per speedboot rondvaren – Iraanse gezinnetjes en groepen vrienden passeren ons regelmatig.

Het tweede deel van de boottocht is gelukkig wat interessanter: we gaan de haven in, tussen de grote vrachtschepen en een marineschip door. Er liggen een paar Russische schepen, het schijnt 5 uur varen te zijn naar Rusland. Ook wij gaan even buitengaats de Kaspische Zee op.

Bandar Anzali & Masouleh 037

Terug in Bandar-e Anzali is het tijd voor lunch en om op eigen gelegenheid de stad te verkennen. Ik loop een heel eind de winkelstraten door. Veel winkels zijn inmiddels wel open gegaan. Er zijn veel toeristen uit Teheran aan het shoppen, ze zijn een stuk hipper dan hun noordelijke landgenoten. Ondanks dat het een havenstad is, zie je hier toch niet veel vis. Ik lunch daarom maar in een Iraans fastfood restaurant en neem een hamburger in stokbrood-formaat. De stad zelf heeft weinig hoogtepunten. Het is in de geschiedenis een aantal keren door Russen aangevallen/veroverd, en sommige gebouwen doen ook Russisch aan.

Bandar Anzali - Visverkoper

Om twee uur vertrekken we naar Masouleh. Dit is een historisch dorpje in de bergen, dat ook op de Voorlopige Lijst voor het Werelderfgoed staat. Het zou maar zo’n 75 minuten rijden moeten zijn vanuit Bandar-e Anzali, maar we slagen er toch in daar ongeveer het dubbele van te maken. De chauffeur heeft niet voor het eerst deze reis moeite om de juiste bestemming te vinden. En hij gebruikt nog wel een navigatiesysteem. Gelukkig is er langs de kant van de weg genoeg te zien. Hier zijn dat vooral rijstvelden, waar ijverig door vrouwen rijst geplant wordt.

Vlak voor Masouleh wordt duidelijk dat veel Iraniërs dit bergdorpje als bestemming voor deze feestdag hebben uitgekozen. Lange rijen auto’s staan langs de kant van de weg, en er staan ook bussen. De onze moeten we een paar honderd meter voor het dorp achterlaten omdat het vol is. Pas als je er pal voor staat zie je het dorpje liggen: het bestaat uit lichtgekleurde huizen die als het ware bovenop elkaar gestapeld zijn tegen de bergwand aan.

Masouleh 167

Als je wat wilt zien hier, moet je klimmen. Ik begin met een ronde linksom. Eerst flink de heuvel op, en dan de hoofdstraat in. Daar is het hartstikke druk met Iraanse dagjesmensen. Het dorp is net Volendam, alles is gericht op het toerisme. Je kunt je er ook in traditionele kleding verkleden en daarin op de foto gaan. En er zijn de nodige winkeltjes met snuisterijen en souvenirs. Verder zitten er veel restaurants met terrassen waarop mensen lekker een waterpijp zitten te roken. Ikzelf loop eerst helemaal naar de bovenste straten van het dorp. Daar wonen nog ‘gewone’ mensen en is het niet zo commercieel. De oude huizen hebben bijzondere houten ramen in hun lemen meren, sommige daarvan rond.

Zelfs als we rond 6 uur terug naar de bus lopen, blijven de mensen toestromen. Omdat ze toch in de file voor de entree van het dorp staan is het langskomen van een groepje toeristen een welkome afleiding. Iedereen zwaait en roept “Welcome in Iran!”. Ook in Masouleh zelf ben ik ontelbare keren aangesproken met de vraag waar ik vandaan kom. Het is een passende afsluiting van een dag waarin we zagen hoe Iraniërs een vrije dag doorbrengen.

Masouleh 221

Theetijd

Lahijan is een stadje in het Kaspische Zee-gebied, tegen de noordelijke hellingen van het Albroz-gebergte aan. Gisteren waren we ook al in deze regio, en toen vielen al de grote rijstvelden op. Het lijkt wel Vietnam. En om het nog wat Aziatischer te maken: hier tegen de hellingen verbouwen ze thee.

We bezoeken een theefabriekje langs de kant van de weg. Meerdere van die fabriekjes verkopen thee aan voorbijgangers en je kunt ook het productieproces bekijken. Ze zijn wel wat overvallen door onze komst, maar de directeur vindt het uiteindelijk goed.

Theeverwerking is hier echt fabrieksarbeid. Een paar mensen staan in een met stoom gevulde ruimte de theebladeren om te scheppen. Het proces is half-geautomatiseerd. De machines zien er uit alsof ze tientallen jaren oud zijn. Uiteraard krijgen we ook nog een kopje thee aangeboden. Hij smaakt erg bitter.

Lahijan - Theefabriek

Vanwege zijn ligging is Lahijan ook een populair toeristenoord. Er is een park met een reuzenrad, draaimolen én een kabelbaan naar een hoger punt in de bergen. Wij nemen de kabelbaan van Oostenrijkse makelij (het is net een skilift). Het resulteert in een rustig ritje van een minuut of 10 hoog boven de theevelden.

Eenmaal boven is er niet veel te beleven. Je kunt er wat drinken of souvenirs kopen. Ik besluit al snel naar beneden te lopen via het wandelpad dat ik vanuit de kabelbaan gezien heb. Het zou in een half uur te doen moeten zijn. Twee reisgenoten gaan mee. Het is steil dalen, maar heerlijk om weer eens buiten in de frisse lucht te lopen. Zoals gehoopt is het vanaf het pad ook veel gemakkelijker om foto’s van het theeplukken te maken. Als je er langs loopt hoor je de hele tijd het geknip van de grote scharen waarmee ze de theebladeren afknippen. Heel meditatief!

Lahijan 056

#603: Golestan paleis

Wat is het?
Het Golestanpaleis is de 19e eeuwse residentie van de voormalige Shah’s van Perzië. Het complex van 8 paleizen rondom een binnentuin combineert traditionele Perzische architectuur met westerse invloeden. De meest bijzondere elementen dateren van de regeerperiode van Naser ed-Din Shah (1848-1896), de eerste moderne Perzische koning die Europa bezocht. Hij voerde ook andere westerse vernieuwingen door in het land, zoals de introductie van post- en telegrafiediensten, een krant en wegen en onderwijs in westerse stijl.

Teheran - Golestanpaleis

Cijfer: 7 (Het roept wat gemengde gevoelens op: de paleiszalen zijn duidelijk Europees geïnspireerd en vaak erg protserig, met veel spiegels en 19e eeuws meubilair. Maar de  vreemd betegelde muren aan de buitenkant vond ik toch wel mooi. Het is voor Iran een uniek gebouw.)

Toegang: Ze hebben hier een heel ingewikkeld systeem, een soort menukaart. De basis-entree kost 150.000 rial, en dan betaal je nog 150.000 rial om in de belangrijkste ruimtes binnen te komen. De overige gebouwen/musea op het terreinen kosten aanvullend elk 80.000 rial. Als je overal in zou willen, ben je 940.000 rial (25 EUR) kwijt. Door dit keuzesysteem staan er ook vaak lange rijen bij de kassa, die op de dag van mijn bezoek ook nog eens maar door 1 persoon bemand werd.

Hoeveel tijd: Ik heb er 2 uur rustig rondgelopen, en af en toe op een bankje gezeten. Er is een grote binnentuin (zelfs met een café met terras!), en daaromheen liggen 8 paleisgebouwen waarvan ik er in 4 binnen ben geweest.

Opvallend:
Het Golestanpaleis is misschien wel de enige echte bezienswaardigheid van Teheran – hoofdstad van Iran en een metropool van 10 à 15 miljoen inwoners. Het paleis is nog helemaal niet zo gemakkelijk te vinden. Het ligt iets van de doorgaande weg af, en is helemaal omsloten door veel hogere overheidsgebouwen uit de jaren ’60 en ’70. De constructie daarvan door de regering van de laatste Shah is ook ten koste gegaan van oudere gebouwen behorend bij het Golestanpaleis, zoals een theater.

Teheran - Golestanpaleis

Eenmaal binnen liep ik eerst een volle ronde over het terrein om de betegelde buitenkanten te fotograferen. Je ziet hier Europese landschapsmotieven afgebeeld, grappige mannetjes in (Turks? Perzisch?) uniform, zelfs twee vrouwen met diep decolleté. Het mooist zijn de twee geelwit-marmeren kunstwerken die zijn tentoongesteld half in de open lucht: de enorme Marmeren Troon en de tombe van Naser ed-Din Shah.

Ik had 3 aanvullende kaartjes gekocht bij de ingang om zo ook een aantal gebouwen van binnen te mogen bekijken. Ik koos voor het Gebouw van de Windtorens, het Gebouw van de Zon en het Witte Paleis. In dat laatste is nu een etnografisch museum gevestigd. Het zou “één van de interessantste etnografische musea van Iran” moeten zijn, maar erg veel is er niet te zien behalve wat klederdracht. Ook de windtorens vielen erg tegen. Ik had deze al eens in werking gezien 5 jaar geleden in Bahrein: ze zijn bedoeld om de wind te ‘vangen’ en zo natuurlijke ventilatie in gebouwen aan te brengen. De torens zelf mag je hier helaas niet in.

Teheran - Golestanpaleis, Marmeren troon

Na het Golestanpaleis ‘deed’ ik nog op mijn gemak de rest van het centrum van Teheran. Het paleis en het nationaal museum bijvoorbeeld lijken vlakbij elkaar te liggen, maar het is toch nog zo’n 15-20 minuten flink doorstappen tussen die twee. Overal op straat is het druk: op de trottoirs met gehaaste mensen op weg naar hun werk of studie. En op de wegen is het al bijna helemaal geen doen. Het autoverkeer binnen Teheran is enorm, ze hebben al allerlei maatregelen moeten nemen. Zo zijn de even autonummers alleen toegelaten op de even dagen, en de oneven nummers op de oneven dagen.

Teheran - Muurschildering Seyed Mojtaba Hashemi

Er zijn ook nauwelijks voetgangerslichten om de straat veilig over te kunnen steken. Zebrapaden zijn er wel, maar die worden door zowel voetgangers als automobilisten genegeerd. De eerste paar keer dat ik de straat over moest liep ik gewoon snel achter een lokale voetganger aan, die tussen de auto’s door zigzagde. Na een half dagje had ik de smaak zelf ook te pakken, je moet vastberaden doorlopen maar toch vanuit een ooghoek blijven kijken wat er allemaal aankomt en met wat voor snelheid.

Terugblik Azerbaijan & Iran 2016

Zo, weer een stukje van de wereldkaart ingekleurd. Land 99 en 100 om precies te zijn. Azerbaijan is een klein land met niet al teveel bijzondere bezienswaardigheden. Alleen de futuristische hoofdstad Baku is echt de reis waard. Iran heeft veel meer te bieden, eeuwen geschiedenis laten zich zien in monumenten van hoog niveau. Daaromheen is het een vrij normaal, Turkije-achtig land waar de modernisering de afgelopen decennia ook haar sporen heeft nagelaten. Ik zou er graag nog een keer naar toe gaan, maar dan op eigen gelegenheid en voor de klassieke route langs Isfahan, Shiraz en Yazd.

De door Rosetta georganiseerde reis als geheel geef ik een 7,5: het is een interessante route die je kennis doet maken met de pluriformiteit van dit deel van de wereld (met Armeniërs, Koerden, Azeri’s, Zorastriërs in de hoofdrol). Negatief waren de lange reistijden, te weinig tijd om zelf in de steden rond te lopen en het gebrek aan toegevoegde waarde van de lokale gids.

Voorbereiding

Ik had deze reis van Rosetta Reizen al een tijdje op het oog: zonder al te veel eigen inspanning 8 werelderfgoederen langs in 2 weken tijd, dat klonk uitnodigend. Helaas werd de eerste reis (september/oktober 2015) geannuleerd vanwege te weinig deelnemers. Een half jaar later was het dan wel raak, de reis was zelfs vrijwel volgeboekt met 16 deelnemers.

De enige serieuze voorbereiding die de georganiseerde reis vraagt is het verkrijgen van een visum voor Iran. Deze site geeft het proces aardig goed weer: Visum voor Iran – zo werkt het.

Ambassade van Iran in Den Haag

Omdat we via Azerbaijan over land de grens met Iran overgingen, was een Visa-on-Arrival niet mogelijk. De reisorganisatie heeft gezorgd voor de uitnodigingen in de vorm van een zogenaamde approval code. Met dat nummer, dat we 2,5 week voor vertrek kregen, kun je naar de ambassade in Den Haag gaan om je paspoort in te leveren en de definitieve visumaanvraag te doen. Het was erg druk bij de ambassade en je moet een nummertje trekken om aan de beurt te komen. Het wachten duurde bij mij een uur, ze hebben een zaaltje met stoelen om de tijd door te brengen. Na het inleveren van de formulieren ging ik weer huiswaarts: ze zouden paspoort met visum naar mijn huisadres sturen. Ik ontving het pas 2 dagen voor vertrek, 10 dagen na het inleveren – het proces gaat dus zeker niet altijd in 2 dagen zoals hier en daar wel wordt aangegeven. Er gaan op het moment ontzettend veel mensen naar Iran, dus het is erg druk bij de visumuitgifte.

Ook voor Azerbaijan geldt een visumplicht. Hiervoor stuur je vooraf een ingevuld formulier op, en je krijgt dan een visum per mail toegestuurd. Een print van dat gemailde visum moet je aan de grens laten zien. Je krijgt er bij inkomst en uitgaan van het land een stempel op, dat bepaalt de geldigheid.

Vervoer

Vliegtuig
We vlogen met Ukraine International Airlines. Ik zou het zelf niet gekozen hebben, maar het was geen verkeerde vlucht. De reistijden zijn vrij kort: 2,5 uur van Amsterdam naar Kiev, en dan nog zo’n 3,5 uur naar Baku. Eten moet je zelf betalen. Zowel heen- als terugvlucht zaten helemaal vol. Op het vliegveld van Kiev heb je de mogelijkheid goed te ontbijten of lunchen. Er kan betaald worden in Euro’s.

Bus
Zowel in Azerbaijan en Iran hadden we de luxe van een grote touringcar voor slechts 16 reizigers. Iedereen had dus 2 plaatsen voor zichzelf, en je kon ook elke dag makkelijk ergens anders gaan zitten. We hebben ook geen pech onderweg gehad. Wel een keertje aangehouden vanwege te hard rijden in Azerbaijan, maar daar heeft de gids zich uitgekletst met de melding dat we een belangrijk internationaal gezelschap waren.

Overnachtingen

De hotels waarin we verbleven waren meestal op het niveau van zo’n 3 Europese sterren, hoewel ze in de landen zelf met 4 of soms 5 sterren werden aangeduid. Iemand uit de groep heeft de kamerprijzen genoteerd: die varieerden van 18 tot 150 EUR (geadverteerde prijzen, de reisorganisatie betaalde ongetwijfeld veel minder).

Het was er altijd schoon en comfortabel. De badkamers waren vaak het minst: soms was de douche bijna boven de WC, en vrijwel altijd liep de hele badkamer onder nadat je gedoucht had. Neem ook zelf shampoo / douchegel mee. In alle hotels was er redelijk tot goed draadloos internet. In Iran echter zijn veel grote internationale sites zoals Facebook maar ook Flickr (dat ik gebruik om mijn foto’s op te slaan) geblokkeerd. Minder prominente sites en e-mail werken wel goed.

De hotels, per overnachtingsplaats:

Baku
De Sapphire Inn is een goed en vriendelijk hotel met kitscherige aankleding (veel goud!). Het ligt op loopafstand van de oude binnenstad. De wanden zijn erg dun, zodat je de buren hoort snurken. Lekker snel internet. Er is een ontbijtbuffet met o.a. pannenkoekjes en granaatappelsap. De eerste dagen verbleef er ook een (onbekend gebleven) belangrijke Engelsman, zodat er de hele dag bewaking voor de ingang stond.

Sheki
De Yukari Karavanserai is een groot complex in de bovenstad van Sheki. Je hebt er je eigen ‘cel’, met een aparte zitkamer en daarachter een sobere slaapkamer. ’s Nachts is het hier fris en wat klam. Voor de kamer is een zitje in een soort alkoof, daar blijft het lekker warm. De Wifi is hier instabiel, en vereist soms wat heen en weer lopen over de galerij. Het ontbijt wordt op een vast tijdstip uitgeserveerd met gebakken ei, en uiteraard brood, schapenkaas en honing.

Ganja
Het Ganja Hotel is een relikwie uit de Sovjet-tijd, een kolos met kroonluchters en lange gangen. De kamer en badkamer zijn echter prima in orde. Ik was ook blij met het zeer snelle internet op de kamer. Het hotel ligt midden in het centrum, tegenover het stadhuis in deze verder niet bijzondere stad.

Ardabil
Het Sabalan Hotel ligt aan de hoofdstraat van Ardabil, met uitzicht op de blauwbetegelde koepels van het werelderfgoed-mausoleum. Ik heb er een nette kamer met meubilair van licht hout, het lijkt wel een showroom van Ikea. De deken in ‘Burberry’-stijl is ook vermeldenswaardig. De badkamer heeft een hurktoilet, maar wel een lekkere douche. Ook is er wifi op de kamer, helaas niet zo snel en deels geblokkeerd.

Tabriz
Het Gostaresh Hotel ligt in het moderne gedeelte van deze grote stad. Het is een Iraans 4-sterren hotel – internationaal gezien is het wel een sterretje minder. Het lijkt een plek waar ze graag buitenlandse toeristen opsluiten, naast ons was er ook nog een groep van Koning Aap en een Duitse groep. Goed ontbijtbuffet in de ochtend, redelijke wifi. De kamer zelf was weer erg warm.

Sahandaj
Het Shadi Hotel is een kolos aan de rand van de stad. De oprit en entree stralen veel luxe uit. De kamer is mooi en het bed ligt lekker, maar de badkamer is niet helemaal van hetzelfde niveau. Er is een goed buffet in de avonduren, en ook het ontbijt is het beste tot nu toe van deze reis. Vooral het Turkse pizza-achtige brood is heerlijk.

Zanjan
Het Palace Hotel ligt in het centrum van Zanjan. Er tegenover is een handige snackbar om ’s avonds een broodje te halen. Dit was de eerste kamer in Iran waar het niet zo verschrikkelijk heet was – het raam hoefde dit keer dus niet wijd open. Bij het ontbijt hadden ze behalve de vertrouwde gerechten ook een koffieautomaat, speciaal bediend door een mevrouw, met o.a. cappucino.

Rasht
Het Kadoos Grand Hotel is een kolossaal en protserig hotel met veel goud in de lobby. De kamer is ruim en aardig opgeknapt. Alleen de badkamer is niet helemaal, gelukt, de douche overstroomt de WC. Ook de wifi is instabiel. Goed ontbijtbuffet. Het ligt in een luxere wijk buiten het centrum, met een ruimgesorteerde supermarkt en westerse (pizza)restaurants er tegenover.

Teheran
Het Ibis Hotel is met een loopbrug verbonden met het internationale vliegveld van Teheran. De stad is 42 kilometer verderop. Het hotel is pas een paar maanden open, en heeft zoals verwacht bij deze keten een Europese uitstraling. Het bed ligt lekker en er is een zeer uitgebreid ontbijtbuffet met veel Europese luxe in het zusterhotel ernaast. Hier had ik voor het eerst ook buitenlandse zenders op TV (o.a. BBC World en CNN).

Eten

Ik heb elke dag goed gegeten op deze reis, hoewel de variatie in het aanbod niet al te groot is. Meestal at ik tussen de middag een warme maaltijd, en haalde ’s avonds een broodje en yoghurt bij de buurtsupermarkt.

Ontbijt
Het ontbijt bestond in vrijwel alle hotels uit een buffet. Vers lokaal brood met tomaat, komkommer en schapenkaas was er altijd. Dat aangevuld met honing en soms ook ei in één of andere vorm. Erbij drink je thee of Nescafé.

Lunch & Diner in Azerbaijan
De keuken van Azerbaijan onderscheidt zich door de hoeveelheid lekkere en gezonde voorgerechten die altijd op tafel komen. Ze komen meestal met een groot dienblad langs met daarop een stuk of 10 schaaltjes. Daarvan kun je afpakken wat je lekker lijkt, het zijn salades of groentegerechten gebaseerd op vooral tomaat en aubergine. In combinatie met het verse brood is dat heerlijk. Het hoofdgerecht dat daarna volgt is meestal (lams)kebab of gegrilde kip.

Lunch & Diner in Iran
Het eten in Iran vond ik iets minder dan in Azerbaijan. Dat kwam misschien ook wel door de route, weg van de gebaande paden door het noorden van Iran, dat nog niet zo op toerisme is ingesteld. Hier geen lekkere voorgerechten meer. Soms wel soep. Maar altijd een bakje yoghurt met knoflook of bosuiensmaak en de onvermijdelijke kebabspiezen. Ze eten hier ook veel meer rijst dan in Azerbaijan, het brood is wat minder spectaculair (lijkt op zeemlapjes en alleen te eten als het erg vers is). IJs is er ook volop te krijgen, vooral in aparte smaken zoals pistache en saffraan.

Bij het eten is er de keuze uit water, cola (Amerikaanse Pepsi of Coca, of Iraanse Zam Zam) of alcoholvrij bier (al dan niet met een smaakje).

Kosten

Wat betreft de kosten in de landen zelf was dit een goedkope reis: ik gaf slechts zo’n 18 EUR per dag uit, inclusief fooien. Het door de Nederlandse reisorganisatie georganiseerde gedeelte is wel prijzig, gezien de lage kosten ter plekke vraag je je toch af hoe ze aan 200 EUR per dag komen. Maar dat is het lot van een groepsreis – er moeten te veel partijen aan verdienen.

Azerbaijan
In Azerbaijan betaal je met de Manat. 1 Manat is ongeveer 0,60 EUR (april 2016). Een ijsje kost zo’n 0,50 EUR, een bezoekje aan de supermarkt voor het avondeten niet meer dan 1,5 EUR. De entreegelden en 1 fles water per persoon per dag waren hier bij de reis inbegrepen, dus daar geef je ook al niets aan uit.

Iran
In Iran is de Rial de munteenheid. Hier hebben ze wat meer moeite om het geldsysteem te laten functioneren, het devalueert waar je bijstaat. 100.000 Rial = 2,5 EUR (april 2016). Voor een liter water betaal je 1.000 rial (0,25 EUR). Entreeprijzen zijn wat forser, zo’n 150.000 – 200.000 rial (3,75 – 5 EUR).

Door de gevolgen van de internationale boycot tegen Iran kun je hier niet pinnen. Maar er zijn genoeg wisselkantoortjes waar je Euro’s en ook Dollars kunt wisselen zonder formaliteiten.

Leave a comment