#594: Santiago de Compostela
Wat is het?
Santiago de Compostela is een stad van zo’n 95.000 inwoners in het verre noordwesten van Spanje. Het is het eindpunt van de welbekende gelijknamige Route: het christelijke bedevaartsoord waar het graf van de apostel Jakobus zich zou bevinden. Vanaf de 11de eeuw, nadat het gebied op de Moren was heroverd, verrezen hier monumentale bouwwerken in Romaanse- en barokstijl. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is de kathedraal.
Cijfer: 6 (Door zijn afgelegen ligging was Santiago altijd buiten de reisprogramma’s van mijn vele reizen naar Spanje gebleven. Dit keer was het juist één van de twee doelen van dit paasweekend: met Santiago en de Côa-vallei krijg ik eindelijk de werelderfgoederen op het vasteland van Spanje en Portugal ‘compleet’. Het is een beetje een overbodig werelderfgoed, omdat de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela ook al op de werelderfgoedlijst is opgenomen. En die eindigt in Santiago. Op de kathedraal na is de stad zelf niet zo bijzonder.).
Toegang: De entree tot de kathedraal is gratis. Vermeldenswaardig is wel de optelsom van kleine bedragen die ik moest betalen op de tolwegen er naar toe, zowel in Portugal als Spanje. De rit Porto – Santiago de Compostela – Porto kostte me 37 EUR!
Hoeveel tijd: Ik ben er 3 uur geweest, de aanhoudende regen nodigde niet uit tot een langer verblijf. Als je er ook overnacht, heb je wat meer mogelijkheden om de andere kerken binnen te komen (die hebben beperkte openingstijden).
Opvallend:
Er is een uur tijdsverschil tussen Portugal en Spanje – dat was ik even vergeten dus ik ben niet zo vroeg als ik had gewild in Santiago. Ik haast me direct naar blikvanger van de stad: de kathedraal. Helaas is de hoofdingang, de gevel van de Obradoiro met de fijnbewerkte Pórtico da Gloria, in restauratie op dit moment. Je moet nu via een zij-ingang binnengaan.
De kathedraal is enorm en er is veel te bewonderen – vooral als je een liefhebber van barok bent. Voor iemand zoals ik, niet opgegroeid met het (Iberische) katholicisme, voelt het heel kitsch aan. Maar voor hen die hier komen als een pelgrim, is het echt hun heilige plaats. Ik zag mensen bidden voor verschillende kapellen, kaarsen aansteken. Ik stond plotseling voor een man in gewaad in een houten box – een volledig operationele biechtstoel, een van de vele hier. Een lange rij zigzagde door de kerk: deze bestond uit mensen die de smalle doorgang achter het Hoge Altaar in willen waar men een beeld van de heilige Jacobus kan omarmen (één van de vele pelgrimstradities die er zijn in verband tot deze kathedraal).
Om 12 uur waren alle banken bezet, met veel mensen er nog staand omheen om de mis bij te wonen. Ik bleef ook een tijdje kijken, hopend dat ze het beroemde wierookvat aan een slinger in werking zouden zetten. Helaas was dat niet zo.
Na de mis verkende ik de rest van het centrum van de stad. Santiago is niet al te groot. Ik had niet verwacht pelgrims in de straten tegen te komen in deze tijd van het jaar, maar er liepen er veel. Misschien hadden ze maar een paar dagen gewandeld, ik kan me niet voorstellen dat je begin maart met de Camino start vanaf de Franse grens. Het regent hier altijd veel in het voorjaar.
Ik at mijn lunch in een typisch klein restaurant, waar ik genoot van de regionale specialiteit Pulpo a la gallega (gekookte inktvis). De andere tafeltjes waren bezet door vrouwelijke wandelaars uit Noord-Europa, die hun benen zo voelden dat ze nauwelijks konden opstaan en naar de WC lopen.
#595: Rotskunst in de Coa-vallei
Wat is het?
De Prehistorische rotskunst in de Coa-vallei en Siega Verde omvat 17 groepen van rotstekeningen in het Portugees-Spaanse grensgebied. De tekeningen zijn in de open lucht in rotsen gekrast, zo’n 22.000 – 10.000 jaar voor Christus. Ze zijn pas herontdekt aan het eind van de jaren ’80, toen men hier een dam wilde aanleggen en de vallei onder water zou komen te staan. Het protest hiertegen had succes, en een deel van de rotstekeningen is nu voor bezoekers toegankelijk.
Cijfer: 7 (Er staat heel veel rotskunst op de werelderfgoedlijst. Dit hier in de Coa-vallei onderscheidt zich doordat de tekeningen in de open lucht zijn (en niet in grotten, zoals meestal elders) en door hun leeftijd. Na de Altamira-grot in Spanje is dit de oudste rotskunst ooit gevonden. Het museum in Coa en de gids die de rondleiding ter plekke verzorgt doen een goede job in het vertellen van het verhaal van wat er te zien is, en hoe het daar is gekomen. Bovendien ligt het in een prachtige omgeving.).
Toegang: Voor 12 EUR krijg je een combinatieticket met toegang tot het museum én een anderhalf uur durende tour langs de rotstekeningen in de vallei. Het museum zit in een hypermodern gebouw aan de rand van het plaatsje Vila Nova de Foz Côa. Ze hebben hier de meest opvallende tekeningen nagebootst met licht, zodat je de voorstellingen goed kunt zien.
Hoeveel tijd: Met de rit ernaar toe vanuit Porto inbegrepen ben je wel de hele dag kwijt. Het ligt in een afgelegen gebied tegen de Spaanse grens aan, zo’n 2.5 uur rijden.
Opvallend:
Een week vantevoren had ik via het museum een tour geboekt naar één van de groepen rotstekeningen, Pensacosa genaamd. Je hebt tours naar verschillende groepen, en ze worden gehouden op tijdstippen dat de rotstekeningen in het daglicht het beste te zien zijn. Voor Pensacosa is dat in de middag: de tour vertrekt om 14.30 uur.
Verzamelpunt is het dorpje Castelo Melhor, nog eens 15 minuten dieper in de vallei. Het wordt afgelegener en afgelegener, maar ook steeds mooier.
Tegen half 3 zijn 8 toeristen present (allemaal Portugezen behalve ik). De vrouwelijke gids komt aanrijden in een omgebouwde terreinwagen waar precies 8 passagiers in passen. We rijden over een zandpad naar beneden, naar het diepste punt van de vallei – daar waar de Coa-rivier stroomt. Het pad wordt gebruikt door boeren die hier hun olijf- en amandelbomen hebben staan. Het is een hobbelige rit van een kwartier.
In het dal is het prachtig groen, en gelukkig werkt de zon vanmiddag mee. Het is heerlijk weer, de temperatuur loopt zelfs op tot 17 graden. Alle 17 locaties van dit werelderfgoed worden dag en nacht bewaakt, en ook hier zit een bewaker. Je mag er alleen met een gids komen.
De strook land langs de rivier ligt vol met grote stenen. Sommige daarvan hebben een egale zijkant, die blijkbaar uitstekend geschikt is om rotstekeningen op te maken. De tekeningen zijn met stenen of een soort beitels in de rotsen gekrast/gebeiteld. Op deze locatie zijn er alleen tekeningen van dieren: ossen, herten, paarden en geiten. En één vis.
Het komt vaak voor dat oudere tekeningen zijn overkrast door nieuwere. Alleen de latere zijn dan eigenlijk nog goed te zien. Op sommige afbeeldingen is ook beweging nagebootst, zoals een paard met 3 hoofden dat een op- en neer gaande hoofdbeweging moet voorstellen.
Waarom onze prehistorische voorouders deze tekeningen maakten is niet bekend. Misschien hoorden ze bij religieuze rituelen. Ze zijn één van de oudste door mensenhanden gemaakte werelderfgoederen, en de staat waarin ze verkeren viel me erg mee. Misschien was het zonlicht juist goed in de namiddag in het voorjaar: de verschillende dieren waren met het blote oog goed te onderscheiden.
Een regenachtige dag in Porto
Ik wilde eigenlijk wel de hele dag op de hotelkamer blijven, zo slecht waren de weersvooruitzichten voor deze dag. Maar aan het eind van de ochtend moet je toch een keer uitchecken. Om 11 uur breng ik daarom maar mijn huurauto terug naar het vliegveld, stop daar mijn rugzak in een kluisje en stap in de metro naar het centrum van Porto.
Als ik daar, bij de halte Bolhão, weer boven de grond kom is dit het eerste dat ik zie: de Santa Catarina-kerk, geheel bedekt met azulejos. Ik krijg er opeens weer zin in…
Ik was uitgestapt bij deze metrohalte omdat hij bij de overdekte markt ligt. Alleen blijkt die helaas gesloten vandaag: Tweede Paasdag is ook in Portugal een feestdag. Ik loop dus maar verder mijn aangekruiste attracties af. Het blijft regenen en regenen. Zelfs de kathedraal blijkt dicht te zijn! Bij de kathedraal kan ik alleen deze foto maken van het plein.
Voor de kathedraal stuit ik op een groepje met een gids. Ik loop er op gepaste afstand achteraan, in de hoop dat ze me door de nauwe straatjes onder de kathedraal naar de rivieroever gaan leiden. Porto is op meerdere heuvels gebouwd, dus het is steeds flink stappen. Had ik al gezegd dat het bleef regenen? De groep blijft ergens op 2/3 van de wandeling staan om een verhaal aan te horen. Vanaf dat punt lukt het me zelf de rivier de Douro te bereiken. Vanaf hier heb je dé iconische blik op Porto: de rivier, de Dom Luis I-brug, de traditionele houten schepen en de porthuizen (met wijnkelders) aan de overkant van het water.
Na wat aan de waterkant rondgekeken te hebben, begeef ik me weer richting centrum van de stad om op zoek te gaan naar een metrohalte terug naar het vliegveld. Onderweg kom ik langs het Beurspaleis, en ik zie daar de voordeur openstaan. Dit is één van de belangrijkste trekpleisters van Porto. Ik dacht dat het vanmiddag gesloten zou zijn, maar niets is minder waar. Binnen wachten al tientallen andere natgeregende toeristen op een toer door dit laat-19e eeuwse pronkstukje. De rondleiding is zeker de moeite waard, vooral de laatste kamer: de Arabische Zaal, dé pronkkamer waar de handelaren uit Porto hun hoge gasten ontvingen. Het Beurspaleis is nu niet meer in gebruik, maar je kunt zaaltjes als deze wel huren voor privé-gelegenheden.
Na de interessante rondleiding heb ik de moed weer te pakken gekregen om de (inmiddels slechts lichte) regen te trotseren en ook nog even binnen te kijken bij de naastgelegen Sao Francisco-kerk. Op de foto staat een deel van de Catacomben, met rijen van graftombes. De kerk erboven is een groot schouwspel van barok houtsnijwerk en bladgoud. Helaas mag je er niet fotograferen.










Leave a comment