#593: Aquilea
Wat is het?
De Archeologische opgravingen en de patriarchale basaliek van Aquileia zijn de resten van een belangrijke stad uit het vroeg-Romeinse Rijk, die daarna zijn religieuze betekenis behield in de verspreiding van het Christendom over Midden-Europa. In zijn hoogtijdagen was het een belangrijk handelscentrum, slechts een paar kilometer verwijderd van de Adriatische zee waarmee het via een rivier in verbinding stond. Het telde 100.000 inwoners in de 2e eeuw na Christus. In 452 werd Aquileia veroverd door Attila en zijn Hunnenleger, en raakte de stad in verval. Slechts een klein gedeelte van de Romeinse gebouwen is opgegraven. De basiliek bleef door de eeuwen heen wel in gebruik: het was de zetel van de patriarch van Aquileia.
Cijfer: 7,5 (Aquileia is een leuk plaatsje in het verre noordoosten van Italië, met tegenwoordig nog maar 3500 inwoners. Het was mijn thuisbasis voor 4 dagen in deze regio: zeer compact, en net toeristisch genoeg om verschillende restaurants en frequente busverbindingen met de omliggende steden te hebben. Hét hoogtepunt van het werelderfgoed is de in uitstekende staat verkerende 4e eeuwse vloermozaïek in de basiliek).
Toegang: Toegang tot de basiliek kost 9 EUR – dat is een combinatieticket waarmee je de kerk, de doopkapel en de twee cryptes in mag. Er zijn ook losse kaartjes te koop voor de verschillende onderdelen. De archeologische opgravingen in het plaatsje zijn gratis te bezoeken.
Hoeveel tijd: Zo’n drie uur.
Opvallend: De toren van de basiliek is hét herkenningspunt van Aquileia: je kunt hem al van verre zien, en zelfs vanaf mijn hotelkamer had ik er goed zicht op (de klok slaat elk uur…). Ik begon mijn rondtocht door Aquileia bij de basiliek. Eerst bezocht ik daar de doopkapel, waar de kaartjes worden verkocht voor het complex. De achthoekige doopkapel ligt tegenover de grote kerk. Het heeft zijn eigen vloermozaïeken, en er worden hergebruikte heidense sarcofagen tentoongesteld. Beide dateren uit de 4e en 5e eeuw.
Dit is slechts een voorproefje van wat er te zien in de basiliek zelf. De vloer is er volledig bedekt met mozaïeken (37x20m!). Als bezoeker loop je er een meter of zo boven, op een platform van plexiglas. Niet verwonderlijk voor een havenstad zijn er veel scènes afgebeeld verwant aan de zee: vissen, vissers en inktvissen zijn allen vereeuwigd in mozaïeksteentjes. Maar er zijn ook ‘portretten’ van herkenbare mensen, wellicht van donoren die bij hadden gedragen aan de bouw van de basiliek. Ook zijn er meer symbolische scènes zoals de strijd tussen een haan en een schildpad, het symbool van het christendom tegenover heidendom.
Aan weerszijden van de basiliek ligt een crypte. De crypte van de fresco’s heeft kleurrijke 12e-eeuwse muurschilderingen op de muren en gewelven. Een deel daarvan is in restauratie op het moment, maar je kunt nog steeds het grootste deel van de fresco’s zien. Ze illustreren het leven van de heiligen Marcus en Hermagora, de laatste was de eerste bisschop van Aquileia. De andere crypte, net naast de ingang, wordt de crypte van de opgravingen genoemd. Dit zijn de resten van een hal, met meer mozaïeken en enkele onderdelen van een Romeinse villa.
Na een uur in en rond de basiliek liep ik verder over de hoofdstraat van Aquileia naar de Romeinse ruïnes. Deze bestaan uit meerdere locaties binnen een paar minuten lopen van elkaar. Er wordt hier geen entree gevraagd, maar de plekken zijn omheind en bordjes geven aan dat ze in de winter om 4 uur ’s middags sluiten. Gelukkig bleken de poorten in de praktijk tot minstens een uur later geopend, anders zou mijn bezoek wel erg kort zijn geweest. Hoewel er niets spectaculairs te zien is, vielen drie van de opgravingen op. Het voormalige Forum heeft nog een rij zuilen, die parmantig naast de drukke hoofdstraat van Aquileia staan en schilderachtig afsteken tegen de toren van de basiliek. Aan de overkant van de weg ligt een groot mausoleum uit de 1e eeuw na Christus, dat een paar kilometer buiten Aquileia is gevonden en hiernaartoe verplaatst.
Het meest kenmerkend voor Aquileia zijn echter de overblijfselen van de oude haven. Er is een mooi schaduwrijk pad aangelegd voor een wandeling langs de rivier (nu nog slechts een greppel). De vormen van de pakhuizen en de kades zijn nog gemakkelijk te onderscheiden. Een paar informatieborden geven wat achtergrondinformatie, maar het is moeilijk om je de bedrijvigheid voor te stellen die hier meer dan 2000 jaar geleden heerste.
Venetië in één dag
Dit is mijn tweede bezoek aan één van de rijkste steden van Italië op gebied van historie en kunst.
Mijn eerste keer Venetië was in 1987: als onderdeel van een jongerenreis naar Slovenië (toen nog Joegoslavië) maakten we er een dagtocht naar toe. Ik herinner me er niets van, heb alleen nog een paar matige foto’s van een gondelier voor één of andere kerk. Er moest natuurlijk wel een tweede bezoek komen aan één van de rijkste steden van Italië op gebied van historie en kunst. Maar ook nu, in 2016, heb ik maar één dag de tijd: ik bezoek Venetië per trein vanuit mijn standplaats Aquileia.
De concrete voorbereidingen starten ook pas tijdens die treinrit: ik had een ‘Groen Gids Italië’ van Michelin meegenomen uit 2005. En wat teksten geplukt van internet. Aan de hand daarvan knutsel ik een dagvullende route in elkaar langs 9 bezienswaardigheden. Naarmate we dichter bij Venetië komen, stijgt het aantal Aziaten in de treincoupées zichtbaar. Het mag dan wel februari zijn, ook dan nog trekt deze stad zeer veel toeristen. Gemiddeld komen er 50.000 per dag!
Het treinstation Venezia Santa Lucia is zeer modern. Vanaf hier begint waterstad Venetië: verder het centrum in ga je met de vaporetto, de waterbus. Ik had ‘waterbus 1’ op mijn programma gezet, maar belandt bij toeval op waterbus nummer 2. Deze gaat ook naar het San Marco-plein, maar dan via een andere route. De waterbus is deels overdekt, maar ik zit lekker op het voordek – de betere plek om foto’s te maken. Het is ook lekker zonnig. De route van waterbus 2 gaat ‘buitenom’: je vaart om de kern van Venetië heen, door de lagunen. Het voordeel is dat je de stad nadert vanaf de zee en je de mooiste bouwwerken langzaam aan de horizon ziet verschijnen.
Ik stap uit op het San Marco-plein, net als de meeste passagiers. Dit is de drukste plek van de stad, met als twee grootste publiekstrekkers de kathedraal en het dogepaleis. Ik kan niet overal naar binnen vandaag, en verkies daarom zonder bijzondere reden de kathedraal boven het paleis. Bij de ingang hangt een bordje dat de kathedraal vanwege een dienst het grootste deel van de dag is gesloten. Je mag alleen naar het museum en de loggia. Ik besluit toch maar naar binnen te gaan. Vanaf de trap omhoog kun je nog wel over de rand de kathedraal inkijken: goudkleurige Byzantijnse muurmozaïeken schitteren je overal tegemoet. Foto’s maken is hier net als in veel andere Venetiaanse gebouwen helaas verboden.
De loggia is een soort balkon aan de voorzijde van de kathedraal. Je hebt hier een mooi zicht over het drukke plein. En je staat met je neus bovenop de verschillende standbeelden die de facade versieren. Meest opvallend zijn de vier bronzen paarden. De originelen (waarschijnlijk uit de Romeinse tijd) staan binnen in het museum, blijkbaar toch te kostbaar en kwetsbaar om buiten aan weer en wind bloot te stellen.
Na de kathedraal ga ik te voet verder de stad in. Het volgende doel is de kerk Santa Maria della Salute. Deze ligt op een ander eiland. Hoewel de stad niet heel groot is, ben je toch steeds wel een tijd onderweg. Je moet door de steegjes naar de dichtstbijzijnde brug zien te komen, en dan weer vele bochten verder. Het blijkt dat ik deze kerk al heel goed bij aankomst vanaf het water heb gezien. Van dichtbij is hij minder interessant, en ook aan de binnenzijde is hij sober. Op de kade voor deze kerk eet ik in de zon mijn meegebrachte lunch op – geen tijd te verliezen aan een restaurantmaaltijd vandaag.
Ik ben nog niet eens halverwege, maar ik heb nu al genoeg van het lopen gekregen. Daarom besluit ik de volgende etappe met de waterbus te doen. Dit keer pak ik wel waterbus nummer 1: deze vaart over de Canal Grande dwars door de Venetiaanse binnenstad. Het is de ideale route om foto’s te maken van de rijke huizen langs de waterkant (ze staan meestal met hun mooie kant naar het water toe).
Bij de halte ‘Ca d’Oro’ stap ik uit. Ca d’Oro is een laatgotisch stadspaleis. Hier tref ik slechts een handvol medebezoekers. Het huis is boven ingericht als schilderijenmuseum. Op de binnenplaats beneden is een bijzonder mozaïek aangebracht in vele soorten marmer.
Tot slot loop ik nog naar de I Frari kerk en de Scuola di San Rocco, beiden in de Rialto-wijk. De Rialto-brug ernaartoe is ingepakt omdat het wordt gerestaureerd. Ik heb ook nog een geprinte wandelroute bij me door deze buurt, maar die laat ik maar voor wat het is. De I Friari is een statig grijze kolos, met binnen grafmonumenten van de Venetiaanse leiders uit de glorietijd.
Eén van de mooiste dingen heb ik voor het laatst bewaard: de Scuola di San Rocco. Een scuola was een soort clubhuis van een vereniging van burgers. Deze wisten wel heel wat geld bijeen te brengen, want alle muren hier zijn bedekt met schilderingen van de 16e eeuwse Venetiaanse meester Tintoretto. Het gebouw bestaat uit twee etages, elk met een grote en rijk versierde zaal. Ook hier trof ik maar weinig andere toeristen. Net als in Florence vorig jaar valt me hier op dat de massa zich concentreert op een paar plaatsen (hier in Venetië is dat voornamelijk het San Marco-plein), en dat het bij de overige bezienswaardigheden erg meevalt.
Na zo’n zes uur struinen door de stad besluit ik terug te keren naar het station. Er is nog veel meer te zien, voor een goed bezoek heb je zeker drie dagen nodig. Maar ook voor één dag is het de moeite waard. Ik genoot van de bootritjes over het water, het stralende weer en de vele schitterende façades.
Palmanova
De vestingstad Palmanova werd in 1593 door de Venetiaanse Republiek gebouwd in de vorm van een negenpuntige ster. Dit soort stervormige vestingwerken waren in de late vijftiende en vroege zestiende eeuw in de mode, vooral als reactie op de Franse invasie van het Italiaanse schiereiland. Het Franse leger was uitgerust met een nieuw, krachtiger kanon dat traditionele vestingwerken die in de middeleeuwen waren gebouwd, gemakkelijk kon vernietigen. Palmanova is zeker niet de enige overgebleven stervormige vesting; het is echter een van de eerste.
Tijdens mijn korte reis naar het noordoosten van Italië eind februari kwam ik met een directe bus vanuit Aquileia, zo’n 40 minuten naar het zuiden, aan in Palmanova. Ik stapte uit net na het binnengaan van de stadspoort en liep terug naar de wallen.
Informatiepanelen tonen de paden die hier zijn aangelegd voor mountainbikers en (Nordic) walkers. Ik nam de binnenroute, die 50 minuten zou duren om volledig af te leggen. Het was helaas een erg mistige dag, alleen de silhouetten van de vestingwerken waren zichtbaar. Ik liep een derde van het pad en ging toen via een andere poort weer de stad in.
Het passeren van één van de drie stadspoorten te voet is een klein avontuur, aangezien de ingang slechts breed genoeg is voor één auto en het verkeer gestaag doorstroomt. Daarom hebben de lokale autoriteiten verkeerslichten geïnstalleerd, speciaal voor voetgangers, om deze hindernis veilig te overwinnen.
Ik heb 2 uur rondgekeken in de stad en heb een pannini gegeten als lunch in een typisch buurtcafé, voordat ik naar het treinstation liep voor de terugreis. Het station ligt buiten de derde poort en naast een open veld waar een van de negen sterpunten van het fort goed te zien is. Dit vond ik de meest interessante van de 3 mogelijke aankomsten in Palmanova.
De oprichting van Palmanova was historisch gezien een beetje een mislukking. Het werd ex nihilo gebouwd door de Venetianen, als een ideale stad waar het heerlijk zou zijn om te wonen. Helaas meldden zich geen vrijwillige burgers, dus de Venetianen “verleenden in 1622 gratie aan een aantal gevangenen en gaven hun eigendommen in Palmanova”. En hoewel het een fort was, heeft Palmanova nooit een veldslag meegemaakt. Ondanks de ogenschijnlijk ondoordringbare verdediging werd Palmanova twee keer ingenomen: eerst door Napoleon en daarna opnieuw door het koninkrijk Italië.












Leave a comment