World Heritage Traveller

Rwanda, Congo & Uganda 2015/2016

Written by:

  1. Programma
  2. Achterop de brommer door Kigali
  3. De kerk van Nyamata
  4. Naar Congo
  5. Gorillatrekking in Virunga
  6. #589: Virunga
  7. Gouden aapjes in Mgahinga
  8. #590: Bwindi Nationaal Park
  9. #591: Rwenzori-gebergte
  10. Het moeras van Bigodi
  11. Fietstour rond Fort Portal
  12. Queen Elizabeth National Park
  13. #592: Tombes van de Buganda-koningen
  14. Terugblik Centraal-Afrika 2015/16
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Overnachtingen
    4. Eten
    5. Kosten

Programma

Na de kerst vertrek ik voor 3 weken naar Centraal-Afrika. Een reis van Kigali naar Entebbe, met onderweg veel natuur en 4 nieuwe werelderfgoederen.

De route van-dag-tot-dag:

DatumProgrammaVerblijf
27 decemberKLM-vlucht KL0875 naar Kigali, vertrek om 10.05. Aankomst om 19.10. Er is één uur tijdsverschil (het is er later).Step Town Motel, Kigali (Rwanda)
28 decemberBezoek aan het Kigali Genocide Museum. Later wellicht nog naar het voormalige Presidentieel Paleis en het stadscentrum van Kigali.Step Town Motel, Kigali
29 decemberMet de minibus naar Nyamata, 30km ten zuiden van Kigali. Hier staat een kerk waarin duizenden mensen zijn vermoord tijdens de Genocide van 1994.Step Town Motel, Kigali
30 decemberTransfer in auto met chauffeur naar de Democratische Republiek Congo, via de grensovergang Grande Barrière in het noorden van Rwanda. Bezoek aan de grensplaats Goma en vervolgens rit naar Virunga Nationaal Park.Mikeno Lodge, Virunga NP (Congo)
31 decemberGorilla Trekking in Virunga Nationaal Park (WE1). De trekking is in de ochtend. Na de lunch is er nog tijd om de omgeving van de lodge te bekijken met o.a. diverse apensoorten.Mikeno Lodge, Virunga NP
1 januariNa het ontbijt vervoer naar de grens tussen Congo & Rwanda, en vandaar naar de grensovergang met Uganda bij Cyanika.
Reistijd in totaal zo’n 3 uur. Vanaf de Ugandese grens op eigen gelegenheid verder naar Kisoro (12 km), met bus of brommertaxi.
Sawasawa Guesthouse, Kisoro (Uganda)
2 januariIn Kisoro activiteiten boeken in en om het Mgahinga Nationaal Park. Bijvoorbeeld wandeling op zoek naar gouden meerkatten (apensoort), of bezoek aan de Batwa-pygmeeën.Sawasawa Guesthouse, Kisoro
3 januariActiviteit in Mgahinga Nationaal Park (zie gisteren).Sawasawa Guesthouse, Kisoro
4 januariRelaxen in de ochtend, en na de lunch verplaatsing naar het Nkuringo Gorilla Camp in Bwindi Nationaal Park (90 minuten / 40 kilometer). Het ‘kamp’ ligt in de bergen, vlak bij de start van de gorillatrekkings.Gorilla Camp, Bwindi NP
5 januariGorrilla Trekking in Bwindi Nationaal Park (WE2) (Nkuringo groep).Gorilla Camp, Bwindi NP
6 januariNog een dag in Bwindi, mogelijk met (halve) dagwandeling door het dorp of het bos.Gorilla Camp, Bwindi NP
7 januariReisdag. Terug uit de bergen van Bwindi, via Kisoro met de bus naar de grote stad Mbarara. Ca. 5 uur reizen in 3 etappes.Little Woods Inn, Mbarara
8 januariDoor met bus naar Kasese vanaf Mbarara (2-3 uur). In Kasese transport vinden (taxi of brommertaxi) voor de resterende 12 kilometer naar Kilembe.Trekkers Hostel, Kilembe
9 januariDagwandeling in het Rwenzori-gebergte (WE3)Trekkers Hostel, Kilembe
10 januariTerug naar Kisoro, en vandaar met de bus verder naar het noorden naar Fort Portal (1 uur).Dutchess Hotel, Fort Portal
11 januariActiviteiten in en om Fort Portal (o.a. fietsen, markt, Bigodi-moeras, chimpansee-trekking).Dutchess Hotel, Fort Portal
12 januariActiviteiten in en om Fort Portal (o.a. fietsen, markt, Bigodi-moeras, chimpansee-trekking).Dutchess Hotel, Fort Portal
13 januariMet de bus verder naar Entebbe, nabij de hoofdstad Kampala. Ca. 5-6 uur rijden vanaf Fort Portal.Papyrus Guesthouse, Entebbe
14 januariDagtocht naar Kampala, met o.a. bezoek aan de restanten van de paleizen van het Buganda-koninkrijk (WE4).Papyrus Guesthouse, Entebbe
15 januariBezoek aan Botanische Tuin van Entebbe.
Om 23.30 nachtvlucht KL0535 naar Amsterdam.
Vliegtuig
16 januariAankomst op Schiphol om 5.55 uur in de ochtend.Thuis

Achterop de brommer door Kigali

De eerste ochtend in Kigali begint met een ontbijt op het terras van mijn hotel, het Step-Town Motel. Het ligt op één van de vele heuvels die Kigali rijk is. Je hebt dus meteen mooi uitzicht bij het eten.

Ik ga eerst maar eens te voet het centrum in. Gisteravond was het me niet gelukt om Rwandese Francs te pinnen: beide geldautomaten op het vliegveld werkten niet. Je kunt hotels en andere toeristische dingen wel in dollars betalen (waarvan ik er een hele stapel mee heb), maar voor openbaar vervoer of supermarktjes moet je toch wel wat lokaal geld hebben. De ontbijtserveerster wijst me de weg naar de stad. Eerst de onverharde weg aflopen waaraan het hotel ligt, en dan bij de kerk naar rechts.

Kigali - het centrum met de Kigali Tower

Er zijn wel wat andere mensen op straat, ook meest te voet. Van een buitenlander kijken ze hier niet op. Je loopt er lekker op je gemak en ik word niet aangesproken of nagekeken. Alleen een klein jongetje roept me een vrolijk “Merry Christmas!” toe. Ik heb maar een beperkte plattegrond van Kigali centrum en het is moeilijk oriënteren met al die heuvels en slingerwegen. Maar uiteindelijk kom ik wel bij een grote rotonde met verschillende supermarkten en ook geldautomaten. Bij de tweede automaat is het raak en krijg ik Rwandees geld in brandschone briefjes.

Na meteen maar even wat water te hebben gekocht, houd ik een brommertaxi aan om me naar Kigali’s Genocide Museum te brengen. Het blijkt maar een paar minuten rijden te zijn, weer een andere heuvel op. Maar voor 50 cent hoef je het niet te laten. Het museum wordt stevig bewaakt, ze willen zien wat ik in mijn rugzak en broekzak heb. Er zijn sowieso wel veel politieagenten en militairen in de straten, vooral op kruisingen en bij overheidsgebouwen.

Het Genocide Museum is in 2004 geopend ter herinnering aan de Rwandese genocide die precies 10 jaar daarvoor plaatsvond. Het bestaat uit een gebouw met verschillende tentoonstellingen en een buitenterrein. De entree is gratis maar ik betaal wel 14 EUR voor een audiogids. Het commentaar op de audiogids hebben ze zelfs in het Nederlands.

Kigali -  Herdenkingsmuur, Genocide Memorial Museum
Herdenkingsmuur bij het Genocide Museum

De tentoonstelling maakt duidelijk dat hoewel de massaslachting onder de Tutsi’s en gematigde Hutu’s honderd dagen duurde, er al sinds de Belgisch-koloniale tijd en na de onafhankelijkheid in 1962 een klimaat geschapen werd waarin dit mogelijk werd. Op het buitenterrein om het museum heen zijn 250.000 slachtoffers herbegraven in een soort monumentale massagraven. Erbij ligt een rozentuin en kleine parkjes bedoeld voor contemplatie. Dit Genocide Museum is vooral ook bedoeld voor nabestaanden, hoewel er meer buitenlanders lijken te komen dan Rwandezen.

Bij het museum is ook een klein restaurant. Ik eet er een gezonde lunch van vers ananassap en een salade. Als ik klaar ben is het nog vroeg, half één. Ik laat me naar de tweede “attractie” van Kigali brengen: het voormalig Presidentieel Paleis. Dat betekent een flink eind achterop de brommertaxi. Het paleis ligt voorbij het vliegveld, in het voorstadje Kanombe. We doen er zeker 20 minuten over.

Het paleis werd gebouwd in 1974, en is door slechts 2 presidenten bewoond. Het is nu half vervallen, half een museum. Je mag er geen foto’s van maken (volgens mij schamen ze zich er een beetje voor). Na betaling van 6000 franc entree (7,20 EUR) leidt een vrouw me rond over het uitgestrekte terrein. We beginnen buiten, en zien o.a. het zwembad, de bar, de tennisbaan en het terrarium waarin een door de Congolese president Mobutu geschonken python leefde. Op een veldje achter een muur ligt nog wat goed bewaakt Rwandees erfgoed: de brokstukken van het neergeschoten vliegtuig dat op 6 april 1994 uit de lucht werd geschoten, met de president erin. Dit was de aanleiding voor het uitbreken van de genocide.

Kigali - Entree Presidentieel Paleis Museum

Achter deze muur ligt het zwaarbewaakte paleis

Binnen wordt het pas echt surrealistisch. Het paleis is meer een luxueuze villa, met ontelbare kamers en badkamers. Echt op z’n gemak was de president hier niet: hij liet een alarm aanbrengen op de traptreden zodat hij kon horen of er ongenode gasten omhoog kwamen. Ook is er in een wandvullende houten kast (waarin hij ook zijn geweren bewaarde) een geheime deur, die leidt naar een vluchtroute en zijuitgang. Verder spaarde de president giften van bevriende staatshoofden – zo hangt er een heel lelijk Noord-Koreaans wandtapijt met afbeeldingen van herten in één van de pronkkamers.

Op de heenweg heb ik gezien dat er vlakbij het paleis een drukke bushalte is. Dus ik besluit mijn openbaar vervoer-ervaring in Rwanda wat uit te breiden met het nemen van de stadsbus terug. Het is een moderne, nette bus. Een conducteur verkoopt losse kaartjes, à 30 cent per rit. Hij verzekert me dat de bus naar het centrum van Kigali gaat. Ik herken de route ook als dezelfde op de heenweg. Alleen stap ik dit keer uit in het ‘echte’ centrum van Kigali: een lange winkelstraat met zelfs een glimmende wolkenkrabber, de Kigali Tower.

Kigali - Standplaats voor brommertaxi's

Brommertaxi’s wachtend op klandizie

Tegen half 4 heb ik het wel gezien. Het begint ook te spetteren, een mooi moment om terug naar het hotel te gaan. De eerste brommertaxi die ik aanhoud weet niet waar het hotel is. Na enig overleg komt er een ander bij die het wel zegt te weten. Het is inmiddels behoorlijk gaan regenen, dus ik waag het er maar op. Herinneringen van de barre tocht achterop de motor door de bergen van Myanmar van een paar maanden geleden komen weer naar boven. De weg naar het hotel is ook onverhard en steil. Maar gelukkig weet de chauffeur het inderdaad te vinden en blijkt het niet ver te zijn.

De kerk van Nyamata

Dag 2 in Rwanda betekent voor mij weer een bezoek aan een Genocide Monument. Ik reis met de lokale bus naar de stad Nyamata, gelegen ongeveer een uur ten noorden van Kigali. Deze bussen gaan elk half uur, en hoewel een beetje krap maakt het een zeer georganiseerde indruk. Ik krijg zelfs een buskaartje in ruil voor de vaste ritprijs van 600 Rwandese franc (0,72 EUR).

Vanaf het busstation van Nyamata is het dan nog een korte rit achterop de brommertaxi naar de Kerk van Nyamata. Het staat niet met borden aangegeven maar de brommerjongen zet me keurig voor de ingang af. Ik tref er een bescheiden gebouw aan gehuld in paarse en witte linten.

Nyamata - Genocide monument

Kerk van Nyamata

Een vrouwelijke gids verwelkomt me in het Engels. Ze begint haar rondleiding met het verhaal van wat er gebeurd is op deze plek tijdens de genocide van 1994. Dit is één van de meest beruchte onder de vele moordlocaties in Rwanda. Zo’n 10.000 mensen werden in één dag gedood in dit kerkgebouw, en nog duizenden meer op het terrein daarbuiten. Tutsi hadden toevlucht gezocht in deze kerk, omdat het tijdens eerdere uitbarstingen van geweld vóór 1994 als veilige toevluchtshaven had gediend.

Nyamata - Genocide monument (entree)
Toegangshek tot de kerk

De mensen hadden zich opgesloten in de kerk en het hek gesloten. Door het gooien van granaten wisten de aanvallers een opening te forceren en hen toch te raken. Het originele hek is nog te zien, net als de schade die de granaten aan de vloer hebben aangericht. Het dak is geperforeerd door kogelgaten. Om de doden te herinneren die hier vielen, heeft men hun kleren over de kerkbanken gedrapeerd – ontroerend om de massa te zien, ondanks dat ik het ook al wel op foto’s gezien had. De kleding is nu langzaam tot stof aan het vergaan. Onder de kerk en in de tuinen zijn massagraven. Een deel van de schedels en beenderen is in vitrines tentoongesteld. Zij tonen de tekenen van het doden met machete, stok en pistool.

Nyamata - Genocide monument (interieur)
Interieur van de kerk

De lokale mensen hebben hun katholieke geloof er niet door verloren, hoewel de buitenlandse priesters van deze kerk lang voor de moorden zijn gevlucht. Het bewijs wordt geleverd aan de overkant van de weg waar sinds begin dit jaar een enorme nieuwe Nyamata kerk is geopend.

Terug naar het busstation ga ik te voet. Het huidige Nyamata, een stadje van zo’n 12.000 inwoners, ligt er vrolijk bij. De winkels langs de hoofdstraat zijn in bonte kleuren geverfd. Stapels matrassen geven het nog extra kleur. Net als gisteren in de buitenwijk van Kigali zie je hier veel fietstaxi’s: het is er duidelijk minder modern dan in de hoofdstad.

Nyamata - Matrassen
Matrassen te koop

Naar Congo

Fotoverslag van mijn transfer van Kigali in Rwanda via Goma naar de Mikeno Lodge in Virunga NP.

Congo 001

De dag begint rustig om 8 uur met ontbijt op het terras van het Step-Town Motel in Kigali. De lucht is helderder dan de dagen hiervoor, dus het uitzicht is extra mooi vanochtend.

Weg naar het noorden van Rwanda

Chauffeur Basesi is er al voor 9 uur. We gaan een rit tegemoet van 158 kilometer naar de grens met de Democratische Republiek Congo. Je mag hier maar 40 rijden binnen de bebouwde kom en 60 daarbuiten, dus we zijn zeker 3 uur onderweg. Gelukkig is het een prima asfaltweg zonder veel verkeer maar met veel voetgangers.

Vulkanen nabij Ruhengeri

Als we in het noorden van Rwanda aankomen, in de buurt van de grote stad Ruhengeri, zijn de grote vulkanen te zien die het landschap bepalen van deze regio. Ze staan in het grensgebied van Congo, Rwanda en Uganda.

Theeplantage in noorden Rwanda

Onderweg zien we veel landbouw en heel veel mensen die hun goederen naar de markt aan het dragen zijn. Andere werkgelegenheid is er ook: grote theeplantages.

Goma - Chukudu standbeeld

Tegen half één arriveren we bij de ‘Grande Barrière’, de grens tussen Rwanda en Congo. De chauffeur heeft al telefonisch contact gehad met zijn Congolese collega, en we wachten aan Rwandese zijde tot de Congolese chauffeur aan komt lopen. Deze loodst mij vervolgens soepeltjes langs beide grensposten. We zijn in Goma!

Mikeno Lodge, Virunga

Tegen half 3 komen we na veel gehobbel aan bij de lodge. In het echt is-ie net zo mooi als op de plaatjes. Ik krijg huisje nummer 3, en schuif meteen aan voor de lunch. Drie gangen welteverstaan, met chocoladetaart toe. Al bij het eerste gerecht zie ik de eerste apen: de diadeemmeerkatten (blue monkeys) zitten in de bomen pal voor het terras.

Zwartwitte franjeaap -  Virunga NP, DR Congo 2015

Het is nog steeds lekker weer, en bij aankomst hebben ze me verteld dat er een wandelpad is dat je in je eentje kunt doen. Het blijkt nog een stevige tocht van een uur te zijn. Maar ik word beloond met maar liefst 3 groepen zwartwitte franjeapen. Ze hebben lange witte staarten.

Congo 067

De wandeling eindigt op het terrein van het parkhoofdkwartier. Daar woont ook een familie bavianen. Gelukkig zijn ze niet vervelend en laten ze me rustig passeren. Tijd om weer terug te gaan naar mijn luxe huisje en een verkwikkende douche te nemen.

Gorillatrekking in Virunga

Vroeg opstaan vanochtend, want om half 7 vertrekken we naar het vertrekpunt voor de gorillatrekking. Ik ga met de chauffeur die me gisteren van de grens heeft opgehaald. En er gaat nog een gezin van 3 mee uit de lodge met een eigen jeep. Het is eerst nog weer een heel stuk hobbelen over een slechte weg. Het gebied waar we heen gaan heet Bukimo, dat is een ander deel van het Virunga Nationaal Park dan waar ik heb overnacht. De lokale bevolking is al op de been zo vroeg: ze moeten water halen bij de pomp, of verkopen hun schaarse oogst op de markt. Het lijkt wel of er alleen maar maïs te koop is.

Na een uurtje komen we aan. In een hokje moeten eerst wat formaliteiten worden geregeld. De gorilla permit van 400 US dollar heb ik al een maand geleden betaald. Virunga is het goedkoopst van de 3 parken waar je berggorilla’s kunt zien: in Bwindi (Uganda) kost het 700 US dollar en in Ruhengeri (Rwanda) kost het 600 US dollar. Maar hier in Congo komen natuurlijk ook niet zoveel toeristen. Toch verschijnen er bij het vertrek om 8 uur maar liefst 12 personen. We krijgen eerst gezamenlijk een briefing over wat wel en niet mag bij de gorilla’s (ze niet in de ogen staren bijvoorbeeld). Daarna worden we in 3 groepen gesplitst. Elke groep gaat onder leiding van een gids en een aantal sporenzoekers onderweg naar een andere gorillafamilie. Hier in Bukimo hebben ze er 8. Ik word samen met de andere 3 uit mijn lodge ingedeeld voor de Humba-familie. Deze bestaat uit 9 gorilla’s. Er is zelfs een familie met 26 gorilla’s, maar die zitten te ver weg om te bezoeken.

Virunga 014
Het bord met de gorillafamilies, ik ga naar HB (Humba)

We lopen door het akkerland van kleine boeren, net buiten het nationaal park. Het mogen dan wel berggorilla’s zijn, maar deze zitten niet zo hoog. Het vinden van de gorilla’s hier in Virunga kost meestal 1 tot 3 uur. Het is stralend weer deze ochtend: niet te warm en niet te koud, lekker om te wandelen. Je hebt hier weer prachtige uitzichten op de omliggende vulkanen.

Al bij de eerste stop, na een kwartiertje, zegt de gids die voorop loopt dat we niet meer ver hoeven. Via de walkie-talkie heeft hij bericht gekregen van de mannen vooruit dat ze onze gorillafamilie hebben gelocaliseerd. Ik had al zo het idee dat ik bij de ‘gemakkelijkste’ groep was ingedeeld: de vader van het gezin uit mijn lodge was met een jaar of 60 duidelijk de oudste deelnemer. En die koppelen ze graag aan de kortste wandelingen.

Virunga 024
Uitzicht op de vulkaan en het akkerland

Na een minuut of 25 verlaten we het akkerland en stappen we tussen de draden van een hek door het nationaal park in. De mannen hebben met machetes wat struiken weggehakt, zodat er iets van een doorgang mogelijk is. Dit is duidelijk geen wandelpad meer: we struinen in een rij door dichte bossage. We zijn nog geen honderd meter het park ingelopen en dan komt al het seintje: rugzakken af (je mag niet eten of drinken bij de gorilla’s, en het is ook extra ballast) en mondkapje op. Hier in Virunga moet je als bezoeker zo’n medisch mondkapje op, want gorilla’s en mensen brengen besmettelijke ziektes aan elkaar over. Drie van de gorilla’s in dit gebied hebben bijvoorbeeld tuberculose gehad. In de andere parken in Rwanda en Uganda doen ze het zonder mondkapjes.

Virunga 132
De gids hakt een pad voor ons uit

Nog een paar stappen, en daar zijn we dan. Twee stevige gorilla’s zitten op hun gemak op de grond in de struiken. Ze kijken niet op of om van onze komst. De gids maakt nog wel wat gerustellende geluiden in de vorm van een laag gegrom. Dat doen de gorilla’s onderling ook. We willen meteen natuurlijk mooie foto’s maken, maar hier wordt het zicht op de gorilla’s verstoord door zwermen vliegen die op hun poep zijn afgekomen. Het lukt me niet om een fatsoenlijke foto te maken.

De gids loodst ons al snel door, nog wat verder de struiken in. Daar zit de rest van de gorillafamilie. Deze Humba-groep heeft 2 nog jonge kinderen én 2 baby’s. Ze liggen met z’n allen lekker in het gras te luieren en wat gras te eten. Gelukkig is dit een stukje open terrein, zodat het met de foto’s nu een stuk beter gaat. We komen erg dichtbij. Officieel moet de afstand 7 meter zijn, maar er is gewoon niet zoveel bewegingsruimte tussen de struiken. Ze zitten dus maar op een meter of 3 afstand. De twee kleinsten kun je hier ook goed zien. Zij zijn als enige actief, ze rollebollen over elkaar. Als ze te ver weg uit de groep dreigen te kruipen trekt hun moeder ze weer binnen de kring.

Virunga 057

Je mag maximaal een uur bij de gorilla’s blijven. Na drie kwartier lijken de beesten zelf er genoeg van te hebben, en ze staan één voor één op om verder het bos in te trekken. We zien de stoet passeren. Het grote mannetje, de silverback, vertrekt als laatste. Dat doet hij niet zonder ons nog even in een hoekje te douwen. Hij gaat pontificaal zitten voor het door de gids vrijgemaakte stukje grond, waar we als toeristen staan. De afstand is nu nog slechts een meter. Hij dreigt niet, maar alleen zijn aanwezigheid al is imponerend genoeg om in ieder geval het meisje uit onze groep de stuipen op het lijf te jagen.

Ik vraag me af wat de gids doet als de gorilla een (schijn)aanval uitvoert. Gids noch de drie hulptroepen hebben een geweer bij zich. Slechts één man heeft een machete, maar laat die net al wat verder zijn gelopen om voor ons verderop een pad uit te hakken. Met sussende geluiden weet de gids de gorilla in kalme toestand te houden, en uiteindelijk vertrekt hij ook zijn vrouwtjes en kinderen achterna.

Virunga 111

Wij lopen nog een tijdje achter de groep aan, tot het uur dat ons gegeven is om is. Dan is het ook mooi geweest. De gorilla’s waren veel dichterbij dan ik verwacht had. Maar vooral: zo kalm. Ze proberen steeds net als mensen in de meest ontspannen houding te gaan liggen. Of ze peuteren een keer in hun neus…

#589: Virunga

Wat is het?
Het Nationaal Park Virunga is een groot beschermd natuurgebied in de Democratische Republiek Congo. Het heeft de grootste diversiteit aan planten en dieren van heel Afrika. Het park beslaat een keten van 7 vulkanen, inclusief de 2 meest actieve van het Afrikaanse continent. Behalve bergachtig gebied is er een deel savanne. Ook is er in het noorden van het park een groot meer. Virunga ligt in het grensgebied tussen Congo, Rwanda en Uganda. Sinds 1994 staat het op de lijst van Bedreigd Werelderfgoed, omdat er zich een schijnbaar niet aflatende reeks van problemen heeft voorgedaan. Deze varieerden van een miljoen Rwandese vluchtelingen tot burgeroorlog in Congo zelf, en van gewelddadige stropers tot olieboringen.

Berggorilla (Virunga, Congo, 2015 & Bwindi, Uganda, 2016)

Cijfer: 8,5 (Dit is één van de 4 laatste plekken op aarde waar je berggorilla’s kunt zien, en waarschijnlijk de beste. Mijn bezoek aan de beesten was in ieder geval een groot succes. En een tocht naar Virunga geeft je een onbetaalbare glimp van het leven in het oosten van Congo: al rijdende vanaf de op lavagesteente gebouwde grensplaats Goma naar de entree van het park zie je de sjofele militairen langs de kant van de weg, ervaar je kleinschalige corruptie, kom je alsmaar mensen met gele jerrycans tegen lopend naar de waterput of hun chukudu met grote zakken gras of houtskool voortduwend).

Toegang: Sinds 2012 is de toegankelijkheid van het park sterk toegenomen. Er zijn twee luxe lodges, en die organiseren speciale visa en transport van en naar de grens met Rwanda. Te zien aan het gastenboek van het park zijn de meeste bezoekers Amerikanen. Tijdens mijn verblijf in de Mikeno Lodge waren er de eerste nacht 3 andere gasten, en de tweede nacht 9.

Hoeveel tijd: Ik ben er 3 dagen / 2 nachten geweest, maar je kunt je er nog wel een paar dagen vermaken. Zo kun je er een tweedaagse wandeltocht doen naar een lavameer. Die tocht is misschien nog wel populairder onder de toeristen dan de gorillatrekking.

Opvallend: Dit park, en zeker de omgeving van de lodge, is een waar paradijs voor apenliefhebbers. Je struikelt bijna over de bavianen, diadeemmeerkatten en zwart-witte franjeapen. En dan zijn er nog chimpanzees: de meest met de mens verwante soort. De manager van de lodge ging tijdens het oudejaarsdiner de gasten af met de vraag “Wil je morgenochtend chimpanzees zien?” Het blijkt dat één groep chimpanzees af en toe overnacht in de bomen vlakbij. Gisteren en vandaag waren ze er, dus de kans is groot dat ze er morgenochtend nog zijn. Om 6 uur in de ochtend zal er een medewerker gaan kijken of ze er zijn, en als dat het geval is de gasten die de chimpanzees willen bekijken ophalen van hun kamer.

Ik ben toch meestal vroeg wakker, dus ik zit er de volgende ochtend om 6 uur klaar voor. Er komt echter geen klop op de deur van mijn huisje. Zijn de chimpanzees weggetrokken? Of zijn ze mij vergeten op te halen? Om kwart voor 7 loop ik maar naar het ontbijtbuffet, en doe navraag. De chimpanzees zijn er wel. We kunnen echter nog wel eerst ontbijten.

Om 7 uur gaan we met z’n zessen op pad, begeleid door 2 sporenzoekers met walkie-talkie. We lopen eerst een stukje hetzelfde pad af als waar ik op mijn aankomstdag heb gelopen. Maar daarna slaan we al snel allerlei zijpaadjes in. We hebben blijkbaar toch niet zoveel tijd, want de voorste sporenzoeker gaat in snelwandeltempo het soms glibberige pad af. Gorilla’s blijven wel zitten als je ze eenmaal hebt gevonden, maar chimpanzees trekken met gezwinde spoed door de bomen tijdens hun ontbijtsessie. Ze laten een spoor van half-afgekloven vruchten na in het bos. Ook schreeuwen ze nogal, dus als je eenmaal in de buurt bent is het wel duidelijk waar ze zitten.

Chimpansee - Virunga NP, DR Congo 2016

Het laatste stuk gaat weer dwars door de struiken. Gelukkig zitten er hier geen slangen of enge insecten, want tijd om te kijken waar je loopt heb je niet meer. Maar het lukt ons uiteindelijk na zo’n drie kwartier om ze in te halen. De begeleiders hakken takken voor ons weg, en proberen ons in de beste positie te manoevreren. De chimpanzees springen van tak naar tak net als de kleinere apen, maar ze zijn veel zwaarder dus dat gaat gepaard met veel lawaai. Je krijgt bijna een stijve nek van het naar boven turen, in de hoop ze zo goed mogelijk te zien. Ook valt er constant van alles naar beneden: noten, takken en bladeren. En plassen doen ze ook. Al met al zijn we 2 uur op pad, net zo lang als bij de gorilla’s!

Gouden aapjes in Mgahinga

Vanuit het Ugandese grensplaatsje Kisoro heb je eenvoudig toegang tot het kleinste onder de nationale parken van het land: Mgahinga. Het maakt deel uit van hetzelfde Virunga-massief als de vulkanen in Noord-Rwanda en Oost- Congo, die ik de afgelopen dagen meermalen heb gezien. Ik heb hier een trekking geboekt naar de ‘gouden aapjes’ (gouden meerkat), een soort die alleen hier voorkomt. Vanaf Kisoro is het nog 15 kilometer naar de ingang van het park, dus ik heb een motortaxi besteld om me er naar toe te brengen. Voor 7 uur staat Benjamin al voor de deur met de motor – muts op, winterjack aan. Het koelt hier ’s nachts wel aardig af, Kisoro ligt op 1900 meter hoogte. Ikzelf houd het bij een T-shirt, dat gaat ook wel als je Europese temperaturen gewend bent.

Mgahinga 007

Het is zondag en stil op straat. De weg naar het park is onverhard en gaat behoorlijk omhoog, de parkingang ligt op 2364 meter. Na een half uurtje zijn we er. Er is zelfs een heus bezoekerscentrum, met een kleine tentoonstelling, souvenirs en een man voor de administratie. Er zijn ook al wat andere toeristen, maar iedereen blijkt wat anders te gaan doen vandaag. Eén stel gaat een wandeling van 8 uur maken naar de top van een van de vulkanen, het andere stel heeft een iets lagere vulkaan uitgekozen die in 6 uur heen- en terug te bereiken moet zijn. Ik ben de enige die komt voor de gouden aapjes.

Om half 9 gaan we op pad: een gids, een bewaker met geweer en ik. Het geweer is voor het geval we buffels of olifanten tegenkomen. Als die agressief zijn, dan schiet de bewaker in de lucht om ze weg te jagen. Mgahinga betekent ‘de berg Ghahinga’ – het is één van de slapende vulkanen in deze streek. In het bezoekerscentrum las ik dat de gouden aapjes op een hoogte tussen 2200 en 2700 meter voorkomen. Ik hoopte dus dat we niet al te veel meer hoeven te klimmen, maar we moeten wel degelijk eerst flink omhoog tegen de bergwand op.

Mgahinga 020

We lopen gelukkig wel over een pad, niet dwars door de struiken zoals de afgelopen dagen meermaals het geval was. Net als bij de gorilla’s sturen ze hier ook eerst sporenzoekers op pad om de aapjes te vinden. Dan geven ze de locatie per walkie-talkie door aan de gids. Na een uur klimmen (ik ben inmiddels al aardig moe) komt het sein dat ze gevonden zijn. Deze apensoort houdt zich voornamelijk op in het bamboebos. Een dergelijk bos is hier in Mgahinga Nationaal Park nog in originele staat voorhanden, vandaar dat ze hier hun toevlucht hebben gezocht.

Even verderop komen wij ook in het bamboebos aan. Hier houdt het klimmen op, maar het pad ook. De gids roept hard zodat de spoorzoekers hem zullen antwoorden: dan weet-ie welke kant hij op moet. Na een uur en drie kwartier lopen staan we dan tussen de ver boven ons hoofd rondspringende aapjes. Het is in ieder geval gelukt ze te vinden. Dat lukt in zo’n 85% van de pogingen. Vooral als het regent laten ze zich niet graag zien.

Mgahinga 067

De aapjes goed op de foto krijgen is nog een heel ander verhaal. Bijna altijd zit er wel een bamboestengel voor. Of net als je ingezoomd hebt bedenkt de aap dat hij maar weer eens verderop gaat kijken. Vier man begeleiding vanuit het park (gids, bewaker, 2 sporenzoekers) proberen mij in de juiste positie te krijgen en roepen me telkens enthousiast. Veel oog voor fotografie hebben ze echter niet, dus een aapje tegen de zon in of tussen de takken, dat wordt niks. Je moet gewoon ergens gaan staan en dan een beetje geduld hebben, dan komen de apen vanzelf voorbij lopen. Sommigen komen ook wel omlaag tot op ooghoogte. Ze schrikken niet van mensen, ook niet als er gepraat wordt of er takken knappen. Ze hebben alleen oog voor de verse groene bamboeblaadjes.

Net als bij de gorilla’s mag je maar een uur bij de apen blijven. Dan geeft de gids het signaal dat we terug moeten. Gelukkig is het nu alleen nog maar dalen. Het is maar goed dat het droog weer is, want anders glibber je hier de helling af.

Om 1 uur, na 4,5 uur op pad te zijn geweest, staan we weer bij de parkingang. Ik had het telefoonnumer gekregen van Benjamin, de moto-taxirijder zodat hij me weer op kon halen. Onderweg heeft de gids met hem gebeld om vast op pad te gaan. Maar bij de uitgang staat hij er niet – hij blijkt pech te hebben met de motor. De gids belt dan maar met een ander, die nog uit Kisoro moet komen. Ik mag zolang mee naar het kantoor van het park, waar ze een prachtige veranda met lekkere luie stoelen blijken te hebben. Hier kan ik een beetje bijkomen, en vogeltjes fotograferen in de tuin. De nieuwe motorrijder, Mozes, meldt zich na een half uur en hij brengt me veilig terug naar Kisoro.

Mgahinga 232

#590: Bwindi Nationaal Park

Wat is het?
Bwindi Nationaal Park omvat 331 vierkante kilometer tropisch regenwoud in het zuidwesten van Uganda. Het heeft de grootste variatie aan bomen en varens van Oost-Afrika. Het landschap onderscheidt zich verder door steile heuvels en smalle valleien. Het park is alleen te voet toegankelijk.

Bwindi 152

Cijfer: 7,5 (Bwindi heeft als bijnaam het ‘ondoordringbare woud’. Er is een groot moeras en er leven savanne-olifanten die ooit de weg kwijt zijn geraakt. En zo’n 400 berggorilla’s, bijna de helft van alle overgebleven exemplaren ter wereld. Van het woud krijg je eigenlijk maar weinig te zien, er zijn geen voorzieningen in het park en ook maar weinig activiteiten. Echt een goed gevoel krijg je er dus niet voor. Maar de gorilla’s zijn natuurlijk ook hier het bezoek waard.).

Toegang: Er zijn 4 toegangen tot Bwindi. Ik bezocht het meest zuidelijke, Nkuringo. In zo’n anderhalf uur reed een taxi vanuit Kisoro me er heen, het is een slechte weg die de bergen ingaat. De gorillatrekking kost hier 600 US dollar.

Hoeveel tijd: Net als in Virunga was ik hier 3 dagen / 2 nachten. Er is hier behalve gorilla’s kijken niet veel meer te doen dan een beetje rondwandelen op de wegen buiten het park.

Opvallend: Bwindi is de locatie van mijn tweede gorillatrekking. Eigenlijk was het de eerste: ik had deze al 9 maanden vantevoren geboekt! In Uganda zijn de gorillatreks heel populair, er zijn hier ook veel meer toeristen dan in Rwanda (laat staan Congo). Mijn lodge hier, het Nkuringo Gorilla Camp, ligt op 7 minuten lopen van het startpunt van de trekking. We hoeven dus niet zo vroeg op. Ik ga samen met een Amerikaan die in dezelfde lodge overnacht.

We moeten eerst weer de formaliteiten regelen in een kantoortje – mijn naam gaat in het grote gastenboek. Er sluit zich nog een Amerikaans gezin van 3 personen bij ons aan, en daar blijft het bij. Er kunnen 8 toeristen mee, dus de permits zijn niet helemaal uitverkocht vandaag. De gids die het introductiepraatje houdt prijst ook nog de lokale ‘dragers’ aan – mannen uit de omgeving die je rugzak dragen, en een helpende hand toesteken als het zwaar wordt. Behalve mijn kleine dagrugzakje is er niet veel te dragen, maar voor de ondersteuning huur ik er maar eentje in.

Bwindi 024

We lopen om half 9 weg van het kantoortje bij de ingang. Het eerste deel gaat over een bospad, vrijwel vlak. Al snel wordt echter duidelijk waar we helemaal heen moeten: naar de bodem van de vallei! Zowel lodge als vertrekpunt van de trekking liggen op een bergrand. En de hellingen zijn hier heel steil. Ook heeft het vanochtend voor het ontbijt een uurtje geregend, zodat het zandpad op sommige delen glibberig is. Mijn ‘drager’ mag meteen aan het werk: ik heb vanuit de lodge al een wandelstok meegekregen, en hij houdt mijn andere hand vast op de gladde stukken. Dat is zo’n 80% van de afdaling…

Net als bij de gorillatrekking in Congo loop je hier eerst door akkerland. Af en toe komen er ook lokale mensen voorbij op weg naar hun veldje, steevast op slippers of blote voeten. Het onderste deel van de helling is bedekt met een theeplantage. Die is vrij nieuw, en dient zowel als bescherming van de overige landbouwgrond tegen gorilla’s (theeblaadjes smaken hun niet) als voor extra werkgelegenheid voor de lokale bevolking.

Als we na ruim anderhalf uur het dal bereikt hebben, zijn we ook direct bij de gorilla’s. Ze zitten maar een paar meter diep in de struiken, bij een riviertje. Ze hebben hier zo te zien ook geslapen. Boven ons hoofd zijn nesten, en een paar gorilla’s zitten er nog in. Je kunt je niet voorstellen dat zulke zware beesten kunnen klimmen of in een zelfgebouwd nest slapen, en in Congo had ik ze dat ook niet zien doen.

Deze Nkuringo-familie staat erom bekend dat ze heel actief is. Ze kruipen dan ook flink rond om hun favoriete blaadjes te pakken te krijgen – gorilla’s eten 30% van de dag. Op een gegeven moment breekt het grote mannetje zelfs een flinke jonge boom met zijn handen doormidden. En even later glijdt hij uit zodat hij een stuk verder naar beneden terecht komt. Zijn familie komt langzaam achter hem aan. Bij deze familie van 12 zijn twee jongen, één van 2 jaar en een heel kleintje van 7 maanden. Maar ook die klimt al op eigen kracht.

Bwindi 182

Na een uur moeten we ook deze groep weer verlaten. Dan rest nog de steile klim terug. We hebben vanuit de lodge een lunchpakket meegekregen, en dat eten we in het gras halverwege de helling op. We doen er uiteindelijk twee uur over om weer boven te komen. Vermoeiend, maar toch niet zo inspannend als het geglibber naar beneden van in de ochtend. Bij het kantoortje worden we nog verrast met een humoristische afscheidsspeech door de gids, en iedereen krijgt een gorilla-diploma op naam. Als ik terugben in de lodge lees ik in de reisgids dat Nkuringo de zwaarste gorillawandeling is (vanwege het hoogteverschil), het is maar goed dat ik dat vooraf niet wist.

#591: Rwenzori-gebergte

Wat is het?
Het Rwenzori-gebergte is een bergketen in het westen van Uganda, waarvan de hoogste toppen permanent met sneeuw zijn bedekt. Onder de pieken is de op 2 na hoogste berg van Afrika: de Margherita Peak (5109 meter). Het gebergte is ook één van de belangrijkste bronnen van de rivier de Nijl.

Cijfer: 7 (De echt spectaculaire delen van dit gebergte zijn voor gewone stervelingen zoals ik niet te bereiken. De permanente sneeuw heb ik dan ook niet gezien. Wel een tropisch regenwoud, doorkruist door een flinke rivier.).

Toegang: De toegang tot het nationaal park kost 35 dollar, te betalen in een klein kantoortje midden in het bos.

Hoeveel tijd: Ik ben er een dag geweest. De meer serieuze bergwandelaars gaan echter voor de lange tocht langs berghutten: die duurt 9 dagen.

Opvallend: Ik overnachtte in het Trekkers Hostel in Kyanjiki. Hier zit ook het kantoor van de Rwenzori Trekking Services, die de bergwandelingen begeleiden en de paden onderhouden. Het dorpje Kyanjiki is op zich al een bijzonder gezicht: het is een verlaten mijndorp, met veel ingestorte gebouwen en een niet meer werkende kabelbaan. De huizen voor de mijnwerkers zijn nu verhuurd aan gewone mensen, het ziet er erg armoedig uit.

Rwenzori 016

Het nationaal park trekt jaarlijks slechts zo’n 2700 bezoekers, waarvan minstens de helft lokale schoolkinderen zijn. Toch ben ik niet de enige die vandaag het park in gaat: ook 3 jonge Chinezen hebben de eendaagse wandeling geboekt. De drie (2 mannen en een vrouw) zijn collega’s: ze werken voor een Chinese oliemaatschappij in de Ugandese hoofdstad Kampala. Ze maken het uitstapje naar Rwenzori dan ook als weekendtrip.

De Chinezen willen graag al om half 8 vertrekken, en dat komt mij ook wel goed uit. Zodra de zon opkomt ben je hier toch al wakker. We krijgen 2 gidsen mee, die voor ieder ook lunchpakketten en water meedragen. Voordat we bij de ingang van het park zijn moeten we al 2,2 kilometer lopen – het dorp uit en dan een heuvelrug over. Dit is meteen een lastig klimmetje.

Aan de andere kant van de heuvel lopen we een vallei in. Hier wonen ook nog wat boeren. Ze verbouwen hier meest cassave. Ook hebben ze koeien. Na ruim een uur lopen staan we voor een stenen gebouwtje: dit is de entree tot het park, waar je je naam in het grote boek moet schrijven en het entreegeld betalen. Van iedereen staat er ook bij hoe lang ze in het park blijven, en daaruit blijkt dat er ook nu toeristen met de 9-daagse trek bezig zijn.

Wij lopen verder het park in. We steken via een schommelbruggetje de rivier over, en volgen dan verder een bospad parallel aan het water. Het loopt hier erg gemakkelijk, het is vrijwel vlak en het pad is goed. Eén van de gidsen laat ons een kameleon zien: die is zo goed gecamoufleerd dat het net een dood blaadje lijkt.

Rwenzori 059

De Chinezen lopen iets sneller dan ik, maar stoppen ook heel vaak om foto’s te maken. Dus uiteindelijk trekken we aardig gelijk op. De tweede gids blijft steeds bij mij in de buurt, terwijl de eerste voorop loopt. We rusten een heel tijdje uit op de rotsblokken bij een waterval in de rivier, een erg mooi plekje.

Interessante dieren zien we helaas niet. Apen schijnen er wel te zitten maar die geven niet thuis. Wel is er een grote variatie aan planten.

Rwenzori 065

Na zo’n 3,5 uur lopen verlaten we het bospad om nog één steile klim te maken. Die gaat ons brengen naar het eindpunt van deze wandeling: de Musenge rots-schuilplaats. Die ligt op 2.240 meter, waardoor we vandaag zo’n 500 meter moeten stijgen. Vooraf had ik de wandeling als zwaar ingeschat, en speelde zelfs met het idee om bij de toegang tot het park af te haken. Maar het eenvoudige bospad gaf me voldoende energie om door te zetten tot het einde.

We komen er tegen twaalf uur aan. Tijd om de lunchpakketten open te maken. De schuilhut is niets meer dan dat, een overkapping bij een overhangend rotsblok. Hier overnacht soms parkpersoneel dat aan de paden werkt, of die groepen bergbeklimmers begeleiden. Dat afdakje komt ons opeens ook goed van pas, want het begint plotseling te regenen.

Rwenzori 076

We blijven schuilen tot 1 uur, maar moeten toch een keer aan de nog lange terugweg beginnen (het is 9 kilometer dalen en stijgen). Het regenwoud doet zijn naam deze middag echt eer aan: het blijft maar regenen. Ik heb wel een regencape bij me, maar ben desondanks volledig doorweekt. De terugtocht wordt dus een zo snel mogelijke mars terug naar het hostel. We stoppen alleen nog even bij de parkingang, waar we het hutje van de beheerder met onze natte spullen bevuilen. Uiteindelijk is het half 5 als ik samen met de laatste gids weer bij het vertrekpunt aan kom.

Het moeras van Bigodi

Zo’n 40 kilometer van Fort Portal ligt het gehucht Bigodi. Daar beschermt de lokale gemeenschap een klein moerasgebied, waardoor er met name veel apen en vogels te zien zijn. Ik ga er heen achterop de motor-taxi, dan is het ongeveer een uur rijden over een goede maar nog niet verharde weg (ze zijn ermee bezig).

Bigodi - Entree Bigodi Wetlands

Elke dag om 7.30 en 15.00 vertrekken hier natuurwandelingen met gids door het moerasgebied. Ik kom er net een paar minuten na drieën aan, en kan direct aansluiten bij de enige andere gast van deze middag – een oudere Amerikaan. We krijgen Roger als gids mee en kunnen op pad. Deze wandeling is maar 4 kilometer, maar gaat toch zo’n 2,5 – 3 uur duren omdat we vaak stoppen om planten, vogels en apen te bekijken.

Het pad loopt meest om het moeras heen, waardoor je aan je linkerkant steeds de akkers van de boeren hebt (ze verbouwen hier o.a. thee) en aan de rechterkant het beschermde natuurgebied. De droge tijd is inmiddels aangebroken dus er staat niet veel water in het moeras.

Bigodi - Gids Roger op het vlonderpad

Al direct aan het begin zien we onze eerste aap: het is een roodstaartmeerkat. Hij heeft een zwart met wit gezicht, en inderdaad een lange rode staart. En we zijn nog geen uur verder of we hebben nog twee soorten gespot: de zwartwitte franjeaap (deze heb ik al vaker gezien deze reis), en de meer bijzondere en bedreigde rode franjeaap.

We blijven een tijd staan kijken bij de rode franjeapen. Het is een hele groep, en ze maken grote sprongen tussen de bomen. Hun favoriete boom is de eucalyptus, wat wel vreemd is aangezien dat een geïmporteerde boomsoort is. Chimpanzees jagen op deze rode franjeapen, vandaar dat ze beschutting hebben gezocht in dit moerasgebied. In het aangrenzende natuurgebied Kibale zitten juist veel chimpanzees.

Bigodi - Rode franjeaap

Het is een heel kalme wandeling, en Roger legt van alles uit over de planten die we tegenkomen (o.a. papyrus en gele hibiscus). We zien ook veel vogels, alhoewel het ‘zien’ bemoeilijkt wordt door de vele bladeren. De hoofdprijs is de reuzentoerako, een markante blauwe vogel met zwarte kuif en gele snavel. In de bomen valt-ie niet zo op, maar vliegend is hij prachtig.

Om half 6 zijn we het moeras rondgelopen. De gids belt voor mij een motortaxi uit het dorp om me terug te brengen naar Fort Portal. Net als op de heenweg wordt dat weer een stoffige rit, zodat ik onder een laag rood zand weer bij mijn hotel arriveer.

Fietstour rond Fort Portal

Geen reis compleet zonder een fietstocht, en in Uganda maak ik die vanuit de stad Fort Portal. Hier biedt Kabarole Tours eendaagse tochten met gids aan (ze doen trouwens ook meerdaagse fietsreizen door heel Uganda). Om half 9 ga ik op pad samen met gids Brydon op onze mountainbikes. We fietsen langs de grote katholieke kerk de stad uit. Er zit meteen al een steil klimmetje in het parcours, en dat zal de hele dag zo blijven. Het is hier heuvel op, heuvel af.

Een paar kilometer buiten de stad stuiten we op een fotogenieke koe: het Watusirund. Deze rundersoort zie je heel veel in deze regio, en ze hebben allemaal (mannetjes en vrouwtjes) van die grote, gebogen hoorns.

Fort Portal, Uganda (2016) - Watusirund

Dit blijkt echter niet zomaar een koe te zijn die op een begraafplaats staat te grazen. We zijn inmiddels al aangekomen bij onze eerste stop: de graftombes van de koningen van Toro. De Toro zijn één van de 4 traditionele koninkrijken binnen de landsgrenzen van Uganda. Ooit waren het zelfstandige rijken, nu vervullen ze alleen nog een culturele rol. Er is ook nu nog een koning. Drie van zijn voorgangers liggen hier op het terrein begraven. Elk heeft zijn eigen graftombe.

Fort Portal - Kasambi tombes (graftombes koningen van Toro)

De tombes worden al sinds 1830 door één familie beheerd. De erebaan gaat over van vader op zoon. De huidige beheerder is zijn 10-jarige zoontje ook al vast aan het inwerken. In de tombe van de op één na laatste koning krijgen we een demonstratie van diens bezittingen. Als een koning sterft, dan worden namelijk al zijn bezittingen met hem meegegeven de tombe in. Het zijn speren, trommels en drinkvazen, allemaal hier in de omgeving gemaakt. Ook zien we zijn mantel, gemaakt van luipaard- en leeuwenhuid.

We mogen ook nog binnen in de tombe van de twee na laatste koning. Dit is er één met een rieten dak. Van binnen is-ie soortgelijk als de nieuwste: onder een blauw-gele vlag staat de grafkist van de voormalig koning, en daaromheen staan zijn spullen. De beheerder legt ons vol geduld alles uit, en mijn fietsgids vertaalt naar het Engels. Hij heeft zelfs een heus gastenboek, er komen zo te zien wel vaker toeristen aanwaaien.

Fort Portal - Attributen van de één na laatste koning van Toro

De persoonlijke bezittingen van de meest recent overleden koning

Na de interessante graftombes fietsen we verder over verharde zandpaden. Het is er lekker rustig fietsen, het eerste deel was langs de grote weg en dat is altijd wat meer opletten. In deze omgeving zitten veel kleine boeren, die aan gemengde landbouw doen. Ze hebben een paar geiten, verschillende fruitbomen (passievrucht, banaan, papaya) en verbouwen cassave of aardappelen. Het ziet er vrij idyllisch uit, er is hier in ieder geval genoeg te eten.

We fietsen door naar de Amabere grotten. Dit blijkt een populaire locale attractie. Er zijn zelfs parkeerplaatsen voor bussen, en er wordt ook voor auto’s parkeergeld geheven. Er is echter niemand en wij kunnen onze fietsen gratis kwijt bij de ingang. Een gids komt ons ophalen om de grotten te bekijken. Het zijn de enige druipsteengrotten in Uganda, en daarom zijn ze populair vooral voor schoolreisjes.

De grotten zijn maar heel klein en je kunt er ook niet in. We zien nog een vleermuis naar buiten vliegen, zo hebben we toch nog een beetje wild gezien vandaag. Bij de grotten is ook een waterval. Het water hier komt uit het Rwenzori-gebergte, waar ik een paar dagen geleden was. Je hebt hier vaak ook goed uitzicht op die bergen, maar vandaag is het te heiig en bewolkt om veel te kunnen zien.

Samen met de gids van de grotten loop ik nog een heuvel op om één van de kratermeren te bekijken waarvan er vele zijn in deze streek. Het zijn de resten van oude vulkanen, waarin zich een moeras of een meertje heeft ontwikkeld.

Na een korte, zelf meegebrachte lunch stappen we weer op de fiets voor de laatste etappe. Het is nog zo’n 10 kilometer fietsen terug naar Fort Portal. Gelukkig zijn er daarvan 9 over een asfaltweg, en gaat het meest omlaag. Dan is het lekker fietsen. De hellingen zijn soms echt te steil om te fietsen, zelfs met de vele versnellingen die de mountainbike heeft. De verkopers op hun eenvoudige fietsen doen eigenlijk niets anders dan naast hun fiets lopen, voor hen is het niet te doen. En al helemaal niet als je tientallen trossen bananen aan je fiets hebt hangen.

Fort Portal - Bananenverkoper

Queen Elizabeth National Park

Om 6 uur in de ochtend komt chauffeur/gids Mustafa me bij het hotel ophalen voor de dagtocht naar het Queen Elizabeth Nationaal Park. We rijden de weg zuidwaarts naar Kasese, en dan naar het oosten het park in. Eerder deze week heb ik deze tocht ook al eens gedaan, dan met een combi van minibus en taxi. Zo vroeg in de ochtend is het nog rustig. Als we om 8 uur bij de ingang van het park aankomen, moet ik eerst voor 40 dollar een entreekaartje kopen – het standaardtarief in Uganda voor een nationaal park van de A-categorie.

Daarna ben je vrij om zelf het park te doorkruisen. Mustafa heeft met zijn broer een familiebedrijfje dat toeristen rondleidt in de nationale parken in dit deel van Uganda. Zijn broer is vandaag ook op pad met een groepje, en de twee bellen elkaar regelmatig om door te geven als ze iets bijzonders hebben gezien. De leeuwen zijn al gespot, dus daar rijden we eerst heen. We zijn met een gewone personenauto, maar dat maakt hier niet veel uit. Je moet toch op de (zand)wegen blijven.

QENP - Twee jonge leeuwen

Het park bestaat voor een groot deel uit savannne, vrij droog grasland. Je kunt dus ver kijken. We zien dan ook al van een afstand een stuk of 6 voertuigen bij elkaar staan. Dat is vast de leeuwenlocatie. De leeuwen zelf zijn er niet van onder de indruk. Ze hebben gisteren op een nabij gelegen boerderij een koe gedood, en ze hebben hun buik weer vol voor een paar dagen. Nu liggen ze alleen maar te luieren in het gras.

Na een poosje gekeken te hebben of er nog beweging in komt, rijden we maar weer verder op zoek naar interessante dieren. Het park zit vooral vol met antilopes, waterbokken en buffels. Bijna bij toeval stuiten we op een ander groepje leeuwen, jonge mannetjes. Deze zijn ‘ontdekt’ door een safarichauffeur uit Kampala – of beter gezegd door zijn toeristen. Mijn gids moet er een beetje om lachen, omdat de man uit Kampala wat verdwaald was.

We rijden zo’n 3 uur door het park. Het wordt heter en heter, en de dieren (behalve de antilopes) schaarser en schaarser. Hoewel het wel wat wegheeft van de grote natuurgebieden in Tanzania zoals de Serengeti, is de variatie aan dieren die je hier kunt zien wel een stuk minder. Maar ik zit lekker ontspannen vandaag, hoef alleen maar naar buiten te kijken en foto’s te maken. In de jaren ’80 is er hier veel gejaagd, nu is de natuur zich wat aan het herstellen.

Na een korte stop in een plaatsje rijden we door richting de Mweya Lodge. Dit is een luxe hotel diep in het park, waarvandaan dagelijks boottochten worden georganiseerd over het Kazinga-kanaal. Dit kanaal (gegraven in de Britse koloniale tijd) verbindt de twee grote meren Lake Edward en Lake Victoria. Hier is de begroeiing ook wat anders: meer struiken en bomen, en het water natuurlijk op loopafstand. Dit is het favoriete deel van het park van de olifanten. En daar komen we er heel wat van tegen langs de weg.

Reuzenboszwijn (Queen Elizabeth National Park, Uganda, 2016)

De boot vertrekt pas om 2 uur, dus het is eerst tijd voor lunch. Die moet goed zijn in de chique lodge. Ik krijg een menukaart met een 4-gangen lunch in de handen gedrukt. Zonder prijzen. Vast duur hier denk ik, misschien moet ik wel 100.000 shilling (25 EUR) betalen. Ik mag gelukkig ook gewoon één gerecht kiezen uit de vele gangen, en neem de nijlbaarsfilet. Die eet ik met smaak op op het terras, dat uitzicht heeft op het kanaal en vele vogeltjes aantrekt. Er zit slechts één ander gezelschap op het terras: een ploeg van de Duitse televisie die opames gaat maken van het kanaal. In het hele hotel blijken ze maar 4 gasten voor de nacht te hebben, vertelt mijn gids later.

De rekening blijkt gelukkig erg mee te vallen: wel het duurst tot nu toe van deze reis (7,50 EUR), maar nog altijd niet te vergelijken met Nederlandse prijzen. Het hotel doet tegenwoordig betere zaken met de boottochten. Daarvoor moet je 28 US dollar neertellen. Zo tegen half 2 vallen steeds meer plukjes bezoekers binnen, om mee te gaan met de boot van 2 uur.

QENP - Toeristenboten Kazinga-kanaal

De boot vertrekt van een steiger onderaan de heuvel. We zijn met een man of 12. De Duitse TV-crew heeft een eigen boot, en we zien hen semi-spontane opnames maken van de presentatrice die verwelkomt wordt door de Ugandese gids op haar boot. Daarna gaan we ieder ons weegs.

Pal aan de overkant van het kanaal is een soort strand waar de buffels dol op lijken te zijn. Ze liggen er in grote getale. Op de boot is ook een gids aanwezig, zij geeft live commentaar bij wat we allemaal kunnen zien. Vooral de vogels hebben wel wat uitleg en aanwijzingen nodig. De boot vaart heel langzaam. We zien o.a. krokodillen en nijlvaranen.

Het Kazinga-kanaal staat bekend om zijn grote hoeveelheden nijlpaarden. In het begin proberen we ze nog fanatiek op de foto te krijgen als ze vanuit het water even hun kop boven water steken om adem te halen. Maar verderop liggen hele kuddes tegelijk tegen elkaar aan. Grappige beesten.

QENP Uganda (2016) - Nijlpaarden

Na anderhalf uur varen zorgen de olifanten weer voor de afsluiting. Een hele familie heeft zich gemeld aan de waterkant. Twee jonge olifanten zijn in het water aan het spelen, het is voor het eerst dat ik zie wat voor waterratten het zijn. De grote olifanten blijven wat op de achtergrond, ze beschermen een jong door er steeds voor te gaan staan.

We zijn aan het eInde van het kanaal gekomen, tot aan de monding van het Lake Edward dat gedeeld wordt door Uganda en Congo. In een half uurtje varen we daarna terug naar de steiger bij de lodge, waar mijn gids/chauffeur alweer staat te wachten. Hij brengt me netjes terug naar Fort Portal.

#592: Tombes van de Buganda-koningen

Wat is het?
De Tombes van de Buganda-koningen is een koninklijke begraafplaats in de Ugandese hoofdstad Kampala. Ze bergt de resten van de 4 laatste koningen van de Buganda, de grootste etnische groep in Uganda. De belangrijkste tombe is een voormalig paleis uit 1882 met een rieten dak, dat in 1884 na de dood van koning Muteesa I tot zijn graf werd omgevormd.

Kampala - Kasubi Tombes

Cijfer: 6,5 (Het is zeker een interessante plek. Alleen staat het sinds 2010 helaas op de lijst van bedreigd werelderfgoed, omdat de grote tombe is afgebrand. Daardoor is er nu aanmerkelijk minder te zien dan voor die tijd.).

Toegang: De entree kost 10.000 Ugandese shilling (2,5 EUR). Daarvoor krijg je ook een gids die een rondleiding geeft. Vrouwen moeten een rok dragen – en voor de westerse vrouwen die toch een broek aan hebben hebben ze een omslagdoek te leen.

Hoeveel tijd: Een half uur.

Opvallend: De mototaxi in het centrum van Kampala weet meteen waar ik heen moet. De ‘Kasubi Tombs’ zoals de plek hier wordt genoemd (naar de wijk Kasubi) liggen op een heuvel zo’n 3 kilometer buiten de hoofdstad van Uganda. Het is ook zo ongeveer de enige toeristische attractie van deze miljoenenstad, als je de religieuze gebouwen zoals de Anglicaanse kathedraal, Sikh tempel, Bahai’i tempel en ‘Khadaffi’-moskee niet meetelt. Er staan zelfs een paar borden langs de weg om het werelderfgoed aan te kondigen, daar word ik altijd blij van.

De entree is via het enige originele rieten gebouw dat nu na de brand van 2010 nog over is. Er zitten twee wachters voor de deur, deze horen elk bij een andere clan van de Buganda die belast is met de bewaking. Ik kan zo doorlopen, want de moderne entree inclusief gastenboek en kaartjesverkoper is even verderop. Ik krijg een omslagdoek aangemeten omdat ik een lange broek draag, en daarna mag ik met een gids mee het terrein op.

De rondleiding begint met het verhaal van het ontstaan van deze plaats. Het Buganda-koninkrijk stamt al uit de 13e eeuw, en sindsdien zijn er 36 koningen geweest. Tijdens de Engelse kolonisatie in de 19e eeuw zijn ze hun wereldlijke macht kwijtgeraakt. Met uitzondering van enkele korte tussenpozen tijdens de dictatuur van Obote en Amin in de jaren ’70 en ’80 hebben ze wel een ceremoniële functie behouden. Ook nu is er nog een Buganda-koning.

Kampala - Kasubi Tombes

De laatste 5 koningen: de linkse is de huidige koning, de andere 4 liggen hier op het terrein begraven.

Centraal op het terrein stond de nu afgebrande rieten tombe, een 8 meter hoog rond gebouw. Ze zijn hem wel weer aan het opbouwen, maar dat gaat langzaam. Volgens de gids is dat omdat de bouw aan veel ceromoniële regels gebonden is. Maar ook de kosten vormden een obstakel: die worden sinds kort door Japan voor haar rekening genomen, en de verwachting is dat aan het eind van 2016 de grote tombe weer herrezen zal zijn.

De tombe ligt aan een rond plein, waar aan de rand rijen huizen staan. Deze waren voor de favoriete weduwen van de overleden koningen. De eerste koning had maar liefst 84 vrouwen. Ook tegenwoordig nog mogen de nazaten van de weduwen op het terrein wonen. Er is een soort dorpje achter de tombes waar 35 mensen permanent wonen, en er is akkerland om wat voedsel te verbouwen.

Helemaal achterop het terrein is een begraafplaats, waar de familieleden van de koning begraven worden. Dit komt overeen met de gebruiken van de Toro, wiens tombes ik een paar dagen geleden tijdens mijn fietstocht in de buurt van Fort Portal bezocht. De Toro zijn net zoals de Buganda één van de vier overgebleven traditionele koninkrijken van Uganda. Ik ben blij dat ik in de Toro-tombes binnen heb kunnen kijken en de koninklijke bezittingen heb kunnen zien, want hier in Kasubi zijn die tijdens de brand grotendeels verloren gegaan.

Vlakbij de uitgang is er dan nog het ‘koninklijke trommelhuis’. Hier worden trommels bewaard die bij ceremoniële gelegenheden dienst doen. Zo wordt een bepaalde trommel bespeeld als een lid van de koninklijke familie op bezoek komt. En weer een ander als er iemand overleden is. Als vrouw mag je hier niet naar binnen, maar je mag wel vanuit de deuropening foto’s maken. Aan dit gerestaureerde huis kun je goed aan de binnenkant zien hoe de lagen riet zijn vastgemaakt.

Kampala - Kasubi Tombes

Terugblik Centraal-Afrika 2015/16

Het was een mooi uitgebalanceerde reis van 3 weken. Nauwelijks lange afstanden te overbruggen, regelmatig 3 nachten in hetzelfde hotel. Ik heb geen spijt gekregen van het zelf organiseren en het gebruik van openbaar vervoer. Het is een heel rustige en gemakkelijke regio.

Je gaat hier natuurlijk naar toe om dieren te zien. Vooral apen in dit geval, gelukkig zijn dat zo ongeveer mijn favoriete zoogdieren. De twee gorillatrekkings waren de hoogtepunten van deze trip, twee tochten naar gorillafamilies in respectievelijk Congo en Uganda die veel van elkaar verschilden.

Verder was ik ook onder de indruk van mijn – weliswaar korte – bezoek aan Congo. Rwanda is erg georganiseerd en Uganda vrolijk en toeristenvriendelijk. Maar Congo laat je reishart sneller kloppen: de lava in de straten, de haveloze militairen langs de weg, de houten chukudu’s als transportmiddel voor de armen, de marktjes met alleen een paar maïskolven in het aanbod, het contrast met de zwaarbeveiligde wijk voor de rijken aan het Kivu-meer.

Voorbereiding

Ik ben al in maart 2015 (dus 9 maanden voor vertrek) begonnen met het plannen van deze reis. Dit vooral vanwege de beperkte beschikbaarheid van gorillapermits in Uganda. Ik legde mijn bezoek aan de Nkuringo-gorillafamilie toen al vast via het Nkuringo Gorilla Camp (een lodge vlakbij het vertrek van de gorillatrackings in het zuidelijk deel van Bwindi Nationaal Park). De gorilla’s stonden dus al vroeg vast, en ik heb er zelf een reis omheen bedacht. Eerst wilde ik alleen naar Rwanda en Uganda, maar in oktober kwam ik erachter dat het Virunga Nationaal Park in Congo nu ook weer open is voor toeristen. Via het Rwandase Amahoro Tours boekte ik een 3-daagse tour naar dat park én de daar levende gorilla’s voor de tweede gorillatrack.

Voor Rwanda en Uganda kun je gebruik maken van het ’90 dagen Oost-Afrika toeristenvisum’, dat de landen samen met Kenya hebben opgezet. De aanvraag kun je via internet doen, de bevestiging had ik binnen een dag per mail retour. Bij aankomst op het vliegveld van Kigali moet je dan 100 US dollar betalen. In ruil krijg je het stickervisum. Je mag er binnen de 90 dagen meermalen de landen mee in en uit.

Het visum voor Congo had ik geregeld via Amahoro Tours. Ook hier is het eigenlijk alleen maar een kwestie van geld betalen – de reissom had ik vooraf via een internationale bankoverschrijving overgemaakt, dat ging zonder problemen.

Ik had tegelijk met de voorbereidingen voor de reis naar Myanmar afgelopen november ook malariatabletten voor deze reis besteld. Ik heb maar weinig muggen gezien onderweg, de meeste plaatsen liggen op te grote hoogte. Ook was er vrijwel altijd een goed muskietennet aanwezig.

Vervoer

Vliegtuig
De KLM doet dagelijks een heel handige rondvlucht Amsterdam – Kigali – Entebbe – Amsterdam. Heen een dagvlucht, terug een nachtvlucht. Vliegtijd is zo’n 8 uur. Ik vloog heen naar Kigali, en terug vanaf Entebbe. Beide vluchten zaten vol. Het vliegveld van Entebbe wordt zwaar bewaakt uit angst voor eventuele terroristische aanslagen. Ze volgen daarbij de tactiek van het opeenstapelen van meerdere beveiligingslagen – dat begint al een kilometer of 2 buiten het vliegveld waar je auto gecontroleerd wordt en de passagiers moeten uitstappen.

Bus
Je hebt minibussen (die noemen ze in Uganda “taxi’s”) en gewone lijnbussen. De grote bussen rijden eigenlijk alleen maar tussen de grote steden, zodat je vaak aangewezen bent op de minibussen. Daar mogen eigenlijk 14 passagiers in, maar met een beetje stapelen kunnen dat er wel 22 worden. Waar 3 man kunnen zitten, kunnen dat ook 5 man. Eventuele kinderen kunnen daarbij nog op schoot. De minibussen zijn gemakkelijk vervoer en vrij goedkoop (1 à 2 EUR per uur), maar voor langere afstanden is het wel echt afzien. Ze doen er ook heel lang over: soms rijden ze hard, maar ze stoppen heel vaak om passagiers in- en uit te laten stappen langs de kant van de weg. En omdat de busjes zo vol zitten, moeten ook andere mensen eerst uitstappen om de vertrekkende passagiers eruit te laten.

Lokaal vervoer
Net als in Myanmar eerder dit jaar heb ik ook hier weer kunnen profiteren van de motortaxi’s. Ze zijn er altijd als je ze nodig hebt, het kost vrijwel niets en je bent zo op je bestemming. In Rwanda met helm en herkenbaar hesje, in Uganda zonder. Ik nam zelfs een motortaxi vanaf de grensovergang Rwanda/Uganda.

Overnachtingen

Ik had de overnachtingen vooraf via internet geboekt, meestal via de websites van de hotels zelf. Nergens zat het vol, een enkele keer was ik zelfs de enige gast. De kwaliteit was zonder uitzondering goed, of het bed nu 10 of 250 EUR kostte: altijd schoon, een goed sluitend muskietennet waar dat nodig was en een hete douche.

Kigali
Het Step-Town Motel is een klein 3-sterren hotel niet ver van het centrum van Kigali. Het ligt aan een onverharde weg en niet alle mototaxi’s weten het te vinden; zelf verdwaalde ik te voet ook nog wel eens. Ze lijken de hele dag aan het schoonmaken te zijn, het is er dus ook erg schoon. Er zit ook een restaurant bij waar het voor een paar EUR goed (westers) eten is. Vriendelijk personeel en een mooie veranda met uitzicht over de heuvels van Kigali maken het compleet.

Website: Step-Town Motel
Prijs: 55 EUR per nacht inclusief ontbijt

Rumangabo
De Mikeno Lodge is een luxe lodge die ligt op het terrein van het hoofdkwartier van Virunga Nationaal Park. Iedereen heeft hier zijn eigen huisje in het bos, met eigen open haard die door het personeel ’s avonds wordt aangestoken. De was wordt gratis voor je gedaan en heb je binnen een paar uur retour. Lunch en diner zijn ook inbegrepen, en bestaan telkens uit drie gangen. ’s Ochtends is er een goed ontbijtbuffet. Het terrein is groot genoeg voor leuke wandelingen tussen de apen.

Website: Mikeno Lodge
Prijs: 250 EUR per nacht (volpension)

Kisoro
Het Sawasawa Guesthouse is een eenvoudig pension aan de hoofdstraat van Kisoro. Ik kreeg een nette kamer met goed bed, en ook eigen badkamer met warme douche. Er zit ook een restaurantje bij, inclusief veranda om lekker te zitten. Hier geen westerse toeristen, maar alleen Ugandese gasten. Vriendelijk en behulpzaam personeel. Dit was het enige van de hotels van deze reis zonder internetmogelijkheid.

Website: Sawasawa Guesthouse
Prijs: 24 EUR per nacht inclusief ontbijt

Nkuringo
Het Nkuringa Gorilla Camp ligt op een heuvel vlakbij de ingang van Bwindi Nationaal Park. Het is een gezellige lodge, ondanks de ook hoge prijs heeft het een wat meer mid-budget uitstraling dan de Mikeno Lodge in Virunga. Het eten is er bijzonder goed en vooral ook veel: elke dag 2 gangen voor lunch en 4 gangen voor het diner. Het vers eigen gebakken brood en de soepen waren mijn favoriet. Ik had hier een kamer met eigen zitje voor de deur.

Website: Mountain Gorilla Lodge
Prijs: 190 EUR per nacht (volpension)

Mbarara
In Little Woods Inn verbleef ik maar één nacht, op doorreis naar het noorden. Voor dat doel is het voldoende geschikt: het ligt dichtbij het busstation van Mbarara en het centrum met grote supermarkt. De kamer heeft een warme douche en redelijk goede wifi. Verder is het een hotel zonder veel opsmuk. Gelukkig een groot muggennet aanwezig, want hier zitten wel muggen en andere insecten.

Website: Little Woods Inn
Prijs: 40 EUR per nacht inclusief ontbijt

Kilembe
Het Trekkers Hostel is een eenvoudig verblijf vlakbij het Rwenzori Nationaal Park, het wordt ook beheerd door de Park Service. Ik heb hier een eenpersoonskamer zonder eigen badkamer. Het bed was goed en het muggennet ook zonder gaten. Tegen extra betaling kun je er ook ontbijten of een eenvoudige warme maaltijd eten.

Website: Trekkers Hostel
Prijs: 10 EUR per nacht (zonder ontbijt)

Fort Portal
Het Dutchess is een bekend restaurant in Fort Portal, en daarboven hebben ze 5 kamers die ze verhuren. Ik heb er ook elke avond gegeten. De Duitse manager Christian is bijzonder aardig en zorgt ervoor dat alles op rolletjes verloopt. Het ligt in het centrum van de stad. Enige nadeel is dat het wat gehorig is (zowel door de omgeving als het restaurant), maar voor dit soort gevallen heb ik oordopjes mee. Het ontbijt is a la carte en erg uitgebreid.

Website: Dutchess Hotel
Prijs: 55 EUR (inclusief ontbijt)

Entebbe
Het Papyrus Guesthouse ligt aan een rustige straat in Entebbe. Ik ben er de enige gast. Kamer met eigen veranda, en ook verder op het terrein lekkere zitjes. Dit is een zusterhotel van de Mountain Gorilla Lodge waar ik in Bwindi overnachtte, en ook hier kun je prima eten. Het ligt net te ver van het centrum van Entebbe om makkelijk even heen te lopen voor het eten of een boodschap. Wifi is er alleen in het restaurant/hoofdgebouw, niet op de kamers.

Website: Papyrus Guesthouse
Prijs: 76 EUR (inclusief ontbijt)

Eten

Het eten voor toeristen is in deze regio nogal inspiratieloos. Het is standaard Westers eten, van pasta tot biefstuk. Vaak at ik in het hotel, veel specialistische restaurants zijn er niet.

Ontbijt
Ook hier hebben ze zich overgeleverd aan het Engels/Amerikaanse ontbijt van toast en (gebakken) ei met koffie of thee. Gelukkig zat er altijd ook een fruitsalade bij. Vooral een dagelijkse dosis passievrucht kon mij wel bekoren.

Lunch
Voor de lunch bestelde ik regelmatig een sandwich, met tomaat, ham en/of kaas. Ze maken ze van getoast brood, dus het is eigenlijk meer een tosti. Die wordt altijd geserveerd in combinatie met patat, zodat het toch weer een hele (calorierijke) maaltijd wordt. Af en toe haalde ik ook iets bij de supermarkt, maar lekkere broodjes heb ik niet kunnen vinden. In de grote steden van Rwanda en Uganda hebben ze supermarkten van de Keniase Nakumatt-keten, met veel keus en hoge prijzen. Leuk om eens doorheen te lopen.

Diner
Biefstuk in pepersaus, visfilet, spaghetti bolognese, pizza, gebraden kip: dat is het zo’n beetje wat je hier eet. In de lodges dan ook nog gecombineerd met een voorgerecht (meestal soep) en een toetje zoals ijs, gebakken ananas of chocoladecake.

Kosten

Rwanda, Congo en Uganda hebben elk hun eigen geld. Congolees geld heb ik niet in handen gehad: mijn transfer en lodge had ik vooraf al betaald, en de beperkte extra’s heb ik met losse dollars betaald. In Rwanda en Uganda heb ik telkens met mijn VISA-creditcard kunnen pinnen, met uitzondering van het vliegveld van Kigali waar de beide geldautomaten het niet deden. Ik had reservedollars en -euro’s bij me: de dollars bleken handig om grotere bedragen af te rekenen zoals een hotelrekening. De Euro’s heb ik niet gebruikt.

Als je alles meerekent was dit een erg dure reis. Misschien wel mijn duurste reis ooit. Eten en openbaar vervoer zijn goedkoop, en ook de vlucht (in Economy Plus) viel alleszins mee. De activiteiten echter maken het kostbaar. Twee keer een gorillapermit, privé-vervoer om in de parken te komen, entreeprijzen van zo’n 40 dollar per park – dat tikt erg aan. Gemiddeld besteedde ik er 238 EUR per dag.

Leave a comment