- Route
- #566: Corfu
- #567: Butrint
- #568a: Gjirokaster
- #568b: Berat
- Dolend door Tirana
- Dagje Durrës
- #569: Meer van Ohrid
- Kosovo’s hoofdstad
- #570: Middeleeuwse Monumenten in Kosovo
- Prizren
- Nieuw en oud Skopje
- Het mysterie van Kokino
- Terugblik Balkan-trip 2015
Route
Nog een weekje werken, en ik ga alweer weg! Ik zoek de zon en het avontuur op in de zuidelijke Balkan. Met het openbaar vervoer reis ik in 16 dagen vanaf het Griekse eiland Corfu naar Albanië, Macedonië en Kosovo.
De globale reisroute is als volgt:
| Datum | Programma | Verblijf |
| 23 mei | Vlucht Transavia van Amsterdam naar Corfu. Vertrek om 4.30 uur, aankomst om 8.15 uur. Hele dag verder in Corfu-stad, een oude havenstad met forten uit de Venetiaanse tijd (werelderfgoed #1). | Siorra Vittoria Boutique Hotel, Corfu-stad (Griekenland) |
| 24 mei | Om 9 uur met de veerboot naar Saranda in Albanië (half uur). Daar in de middag naar de archeologische opgravingen van Butrint, een oud-Griekse kolonie (werelderfgoed #2). | Hotel Lindi, Saranda (Albanië) |
| 25 mei | Met de bus in anderhalf uur naar Gjirokastra, de eerste helft van werelderfgoed #3. Het is een plaatsje met traditionele Balkanhuizen, stammend uit de Ottomaanse tijd. | Kotoni Bed&Breakfast, Gjirokastra (Albanië) |
| 26 mei | De volgende dag verder met de bus naar het noorden, naar de andere helft van dit werelderfgoed: Berat. Ook dit is een historisch plaatsje uit de Ottomaanse tijd, met een groot kasteel. | Hotel Belgrad Mangalem, Berat (Albanië) |
| 27 mei | Door met de bus naar de hoofdstad Tirana. Onderweg misschien nog een stop in de badplaats Dürres met zijn Grieks amfitheater (mogelijk toekomstig werelderfgoed). | Hotel Patricia, Tirana (Albanië) |
| 28 mei | Hele dag in Tirana. O.a. Et’Hem Bey moskee en het Nationaal Museum. | Hotel Patricia, Tirana (Albanië) |
| 29 mei | Met de bus de grens over naar Macedonië en het meer van Ohrid. | Villa Kale, Ohrid (Macedonië) |
| 30 mei | Meer van Ohrid, het diepste en oudste meer van Europa (werelderfgoed #4). In de dorpjes eromheen liggen Byzantijnse kerkjes. | Villa Kale, Ohrid (Macedonië) |
| 31 mei | Nog steeds in Ohrid, boottochtje of een beetje relaxen. | Villa Kale, Ohrid (Macedonië) |
| 1 juni | Met de bus naar Pristina, de hoofdstad van Kosovo. Overstappen in Skopje. | Hotel Prima, Pristina (Kosovo) |
| 2 juni | Bezoek aan Pristina met z’n etnografisch museum en oude binnenstad. En het op 10km afstand gelegen Servisch-Orthodoxe Gracanica Klooster (werelderfgoed #5). | Hotel Prima, Pristina (Kosovo) |
| 3 juni | Dagtochtje met de bus. Bezoek aan Prizren, de tweede stad van Kosovo en de mooiste van het land. Goed bewaarde oude stad met veel moskeeën en een Ottomaanse brug. Én ook nog een klooster dat bij werelderfgoed #5 hoort. | Hotel Prima, Pristina (Kosovo) |
| 4 juni | In 2 uur met de bus naar Skopje. Rest van de dag stad bekijken. | Hotel Rose Diplomatique, Skopje (Macedonië) |
| 5 juni | Tourtje naar het platteland, misschien naar Kokino (een mogelijk toekomstig werelderfgoed). | Hotel Rose Diplomatique, Skopje (Macedonië) |
| 6 juni | Nog meer Skopje. Te zien o.a. diverse musea, Ottomaanse karavanserais, torens, acquaduct, fort en vele standbeelden. | Hotel Rose Diplomatique, Skopje (Macedonië) |
| 7 juni | Groot deel van de dag nog in Skopje. Terugvlucht 15.55 – 20.00 uur met Adria Airways via Ljubljana. | Thuis |
#566: Corfu
Wat is het?
De Oude stad van Corfu staat bekend om zijn resten uit de Venetiaanse en Britse tijd. De Venetiërs zwaaiden er de scepter van 1401-1797, en bouwden er twee grote forten om het oprukkende Ottomaanse Rijk te weerstaan. De havenstad ligt namelijk op een strategische positie voor toegang tot de Adriatische Zee. De Britten voegden er in de 19de eeuw, toen het eiland een Brits protectoraat was, hun militaire en publieke gebouwen aan toe. Ze deden dat in neoklassieke stijl, en die aanblik heeft de authentieke binnenstad nog steeds.
Cijfer: 6,5 (Het is niet dat er unieke dingen te zien zijn die je nergens anders kunt zien. Toch vond ik het een gemoedelijke en aantrekkelijke stad. Het is er niet zo ‘Grieks’, verwacht hier geen overblijfselen uit de Griekse Oudheid. In de zomer zal het er wel bloedheet en overvol zijn, maar nu eind mei was het er gelukkig nog niet zo druk met toeristen.)
Toegang: Voor het Oude Fort betaalde ik 4 EUR entree. En ook het Nieuwe Fort kost 4 EUR, maar daar krijg je gratis een (al dan niet alcoholisch) drankje bij op het terras. Verder ben ik nergens naar binnen geweest.
Hoeveel tijd: Ik had één volle dag ingepland voor Corfu, en dat is precies goed. De stad is met z’n 40.000 inwoners niet zo groot en het is allemaal makkelijk te belopen.
Opvallend: De twee belangrijkste bezienswaardigheden van de stad zijn het Oude en het Nieuwe Fort. Zij zijn de nalatenschap van de Venetiërs. Nadat ik in de haven eerst een kaartje voor de boot van morgen naar Albanië gekocht heb, loop ik naar het Oude Fort. Deze is door een kunstmatig aangelegde gracht van het vasteland gescheiden, je komt er dus via een brug. De weinige toeristen die er momenteel in de stad zijn. zijn wel allemaal hier verzameld. Voor de ingang stoppen ook de touringcars met mensen die vanaf een strandhotel een ‘dagje stad’ doen.
Zoals de naam al aangeeft was dit fort er het eerst. De Venetiërs bouwden het aan het begin van de 15e eeuw, en het wist drie grote belegeringen van de Turken te weerstaan. Het binnenterrein is bijna een stad op zich. De gemeente hergebruikt nu handig de gebouwen die met name de Britten er neer hebben gezet. De voormalige barakken herbergen nu een bibliotheek, en het gebouw waar de Britse officeren woonden is nu een muziekschool. Het meest bijzondere gebouw is wel dat wat op een perfect klassiek-Griekse tempel lijkt, maar in werkelijkheid een door de Britten ontworpen neoklassieke kerk is. Deze Anglicaanse kerk was bedoeld voor de Britse militairen ter plaatse.
Na nog wat in de stad te hebben rondgekeken en een welverdiende siësta in het hotel te hebben gehouden (ik stond vanochtend immers al om 2 uur naast mijn bed om de vlucht van half 5 te halen), loop ik in de namiddag naar het Nieuwe Fort. Dit fort werd in 1588 aan de vestingwerken van Corfu toegevoegd, omdat het Oude Fort alleen niet meer genoeg bescherming bood. Als je in het Oude Fort zat, was je wel veilig. Maar de gewone burgers die aan wal woonden waren niet beschermd en hadden zwaar te leiden onder de Turkse aanvallen. Dat probleem ging het Nieuwe Fort oplossen. Het ligt op een heuvel, precies aan de andere kant van wat nu ook nog het bewoonde gebied is dan het Oude Fort.
Het is een hele klim om er te komen, wellicht ook de reden dat er veel minder bezoekers zijn. Het is ook veel meer in oorspronkelijke staat dan het andere fort – dit is meer een grof middeleeuws kasteel. De vensters zijn vooral bedoeld als schietopeningen. Via een gammele trap (hoop dat de Grieken nog genoeg geld hebben om die te onderhouden) klim ik naar het dak. De vergezichten over de stad zijn hier prachtig, eigenlijk zie ik hier voor het eerst dat Corfu toch echt wel een mooie stad is.
#567: Butrint
Wat is het?
Butrint was een stad uit de Griekse en Romeinse oudheid. De Grieken settelden er vanaf ongeveer de 6e eeuw voor Christus, en in 228 voor Christus namen de Romeinen het roer over. De Grieken bouwden er een tempel, een theater en een marktplein. De Romeinen voegden daar een aquaduct, een paleis, baden en huizen aan toe. Voor hen was de stad echt bedoeld als kolonie, als plek om te leven voor soldaten die trouwe dienst hadden gedaan. Daarna werd de stad nog even Byzantijns, en er werden een doopkapel een vroegchristelijke basiliek neergezet. Vanaf de 6e eeuw raakte de stad echter in verval.
Cijfer: 7 (Het ligt prachtig in de natuur en omdat het zo’n bosrijke omgeving is heb je nergens het van elders in Zuid-Europa bekende gevoel dat je in de bloedhete zon tussen de stenen naar een archeologische opgraving staat te kijken. Ook zijn er enkele bijzondere details te zien, zoals de in steen gehouwen Oud-Griekse teksten over de vrijlating van slaven.)
Toegang: De entree voor buitenlandse toeristen kost 700 Albanese lek. Dat is ongeveer 5 EUR. Je kunt er komen met de bus vanaf de badplaats Sarande, dat kost 100 lek (70 cent).
Hoeveel tijd: Ik ben er anderhalf uur geweest.
Opvallend: Butrint ligt dicht genoeg bij Corfu voor een dagtocht, iets wat in de zomer veel toeristen schijnen te doen. Als ik echter om 9 uur de boot pak, zitten er maar een stuk of 20 mensen aan boord en dat zijn bijna allemaal lokalen. Met die drukte gaat het dus wel meevallen. De boot racet in 35 minuten door de Straat van Korfoe, de nauwe zeeëngte die Albanië scheidt van de Griekse eilanden. Butrint ligt eigenlijk schuin tegenover Corfu, en Sarande waar de boot stopt en mijn hotel ligt ietsje noordelijker.
In de haven van Sarande pin ik eerst een voorraadje Albanese leks. Ook loop ik vast naar Hotel Lindi, waar ik zal overnachten en nu vast mijn bagage in bewaring geef. Dan is het tijd om de bus naar Butrint te vinden. Er is geen busstation in Sarande, de bussen stoppen in de hoofdstraat. Ik zie wel 2 bussen naar Tirana, maar de bus van half 10 naar Butrint zie ik niet. Een man wijst dat de bus nog zal komen, en een ander is driftig aan het bellen over de bus naar ‘Butrinti’. Er komt echter niks. Ik loop daarom een stukje verder de boulevard af, richting een andere halte die aan de doorgaande weg naar Butrint ligt. En jawel, daar komt de bus aangescheurd. Hij was gewoon te laat.
De rit duurt drie kwartier en gaat over een smalle, rustige kustweg. Hij eindigt keurig op het parkeerterrein van Butrint, voor de deur van de ruïnes. Er staan een paar auto’s en een bus, het is nog maar kwart over 10 (Albanese tijd, uur vroeger dan op Corfu). Na entree te hebben betaald loop ik over het bospad het terrein op. Het valt meteen op hoe groen het hier is, en je hoort continu fluitende vogels. Behalve een werelderfgoed is dit ook een beschermd natuurgebied, een drasland waar veel watervogels wonen.
Butrint is een schiereiland, omringd door het Meer van Butrint
Dat het water ook negatieve effecten kan hebben zie ik meteen bij het Griekse theater, de eerste grote opgraving die je op de wandelroute tegenkomt. Delen van het complex staan onder water, en de vloer van het theater zelf is bedekt met houten vlonders. Het water staat er waarschijnlijk al lang, want er zitten zelfs grote groene kikkers in.
Dit deel is het oudste van Butrint: hier werd een heiligdom voor de god Asklepius gesticht, de god voor de geneeskunde. Van heinde en verre kwamen Grieken hier naar toe om genezing te vragen. In de muren van het theater zie je nu nog een bijzonder hieraan gerelateerd aspect: om de god gunstig te stemmen was het gebruikelijk om een aantal van je slaven vrij te laten. Het besluit daarover (wie de opdrachtgever was en hoeveel slaven men liet gaan) kerfde men in een steen in de muur.
Het is nog steeds heerlijk rustig op het terrein, ik heb de gebouwen voor mezelf. Af en toe sluit een ouder Nederlands echtpaar aan dat met een camper tot hier is gekomen zo blijkt. We komen langs een reeks van ruïnes met alles wat je zoal ziet in Griekse, Romeinse en Byzantijnse oude steden: van Romeins paleis tot vroegchristelijke basiliek. Hier zijn ook veel vloermozaïeken gevonden, maar die hebben de Albanezen weer bedekt onder plastic en kiezelsteentjes – ze zijn te kwetsbaar voor deze vochtige omgeving.
Het wandelpad draait uiteindelijk richting de top van de heuvel, de akropolis. Je komt er via de ‘Leeuwenpoort’. De sculptuur boven deze poort lijkt helemaal niet zo op een leeuw, maar er staat een bordje bij waarop wordt uitgelegd dat het een leeuw is die een os aan het verslinden is.
De route eindigt bij een gebouwtje uit de Venetiaanse tijd, waarin nu het museum is gehuisvest. Er is niet zoveel bijzonders te zien, de echte schatten van Butrint zijn naar grotere musea verscheept zoals dat in Tirana.
#568a: Gjirokaster
Wat is het?
De Historische centra van Berat en Gjirokaster herbergen traditionele woningen en monumenten uit de Ottomaanse tijd (15e tot 18e eeuw). In Gjirokaster waren het de landeigenaren die in de omgeving van het kasteel stadshuizen lieten bouwen van meerdere verdiepingen hoog. Gjirokaster trad in 2005 als eerste van de twee toe tot de Werelderfgoedlijst, Berat werd er drie jaar later aan toegevoegd.
Cijfer: 7,5 (De vele torenhuizen in deze stad, geplaatst tegen de bergwand, zijn een plaatje. Er staan er zo’n 200 op de monumentenlijst, en ze zijn allemaal in privébezit. Sommige zijn nog bewoond, andere een museum en weer andere staan leeg. Gjirokaster is verder ook een gezellige en gastvrije plaats, met een voormalige bazaar en het kasteel waarmee het allemaal begon.)
Toegang: Ik betaalde telkens 200 lek (1,40 EUR) om ergens binnen te komen, zoals in het kasteel, twee torenwoningen en het etnografisch museum. Met nog 25 EUR voor een overnachting en eten rond de 5 EUR is dit wel een spotgoedkope bestemming.
Hoeveel tijd: Ik heb er overnacht, en er zo’n halve dag rondgelopen. Gjirokaster ligt op 3 uur busafstand van Berat, de andere helft van het werelderfgoed dat ik de volgende dag bezocht.
Opvallend: De bus uit Sarande zette me af aan de voet van de heuvel waar Gjirokaster tegenaan geplakt ligt. De nieuwe stad ligt beneden, het historische centrum bijna op de top. Je kunt met een taxi of lokale bus naar boven, maar ik ging lopen. Daar kreeg ik geen spijt van want onderweg heb je juist het beste zicht op de stad. In de stad zelf zijn de straten al even steil. Op zoek naar een bepaald restaurant maakte ik de vergissing een verkeerde straat in te slaan. Die liep naar beneden, dus ik moest het hele eind weer omhoog. Als je hier slecht ter been hebt, heb je een echt probleem. En wat zouden ze doen als het hard heeft geregend of vriest? De straten zijn ook nog eens bedekt met ongelijke stenen.
Een aantal van de drie verdiepingen hoge ‘torenhuizen’ kun je bezoeken. In het Etnografisch Museum is zo’n huis met oorspronkelijk interieur nagebouwd. Het Skenduli-huis daar schuin tegenover is na de val van het communisme weer in handen van de oorspronkelijke familie gekomen, en die geeft rondleidingen. Op de derde etage woonde men in de zomertijd, het is grotendeels open zodat het de frisse wind vangt. De tweede etage was meer voor in de winter, en ook de oudere familieleden leefden meer aan de warmere binnenkant van het gebouw. Hoe meer schoorstenen een huis had, hoe rijker de familie. En dit huis heeft heel wat schoorstenen verklaart men trots. De rondleiding is wat gehaast, vader en dochter(?) worden een beetje overvallen door de gestage aanloop van bezoekers die ze het huis willen laten zien. Je mag alleen onder begeleiding rondlopen en geen foto’s maken.
Tegen het einde van de middag loop ik helemaal omhoog naar de top van de heuvel waar het kasteel ligt. Het is nu grotendeels in gebruik al militair museum, ze hebben er buitgemaakte kanonnen van de Italianen en Duitsers staan uit de Tweede Wereldoorlog. En op de binnenplaats staat ook nog steeds het tijdens de Koude Oorlog naar beneden gehaalde Amerikaanse vliegtuigje dat op spionage was of gewoon verdwaald.
Iets oudere historie zie je terug in de twee tekke op het terrein: graftombes van Sufi-heiligen die een religieuze bedevaartsplaats zijn geworden. In Bosnië had ik die ook al eens gezien (de fameuze Blagaj tekke)), deze hier in Zuid-Albanië lijken niet of nauwelijks meer bezocht te worden.
De volgende ochtend ga ik nog langs een derde torenwoning: het Zekate huis. Dit is misschien wel het mooiste van Gjirokaster, het ligt ook helemaal bovenin de stad. Ik ben er al voor openingstijd, maar een oude man die in de tuin zit roept me binnen. Dit is met recht een torenwoning, heel steil en hoog. De man zelf heeft geen zin om helemaal naar boven te klimmen, en laat me rustig alleen rondkijken. Wel een verademing ten opzichte van het huis van gisteren. De interieurs zijn overal een beetje hetzelfde, met als climax de ‘bruidskamer’ met bewerkt houten plafond, beschilderde muren en schoorsteen.
#568b: Berat
Wat is het?
De Historische centra van Berat en Gjirokaster herbergen traditionele woningen en monumenten uit de Ottomaanse tijd (15e tot 18e eeuw). Berat was in tegenstelling tot Gjirokaster meer een handwerkers- en marktstad, waarin christenen en moslims vredig samenleefden. Berat is later als uitbreiding aan dit werelderfgoed toegevoegd.
Cijfer: 6,5 (Je ontkomt er niet aan de twee steden te vergelijken die samen dit werelderfgoed vormen. Ze hebben de witte traditionele huizen en het kasteel gemeen, maar verder zijn er grote verschillen. Berat is een wat grotere stad met een communistische inslag, het heeft veel minder die historische sfeer van Gjirokaster. Ook geen torenwoningen hier, en gelukkig maar weinig steile straten. In Berat zijn er wel meer religieuze gebouwen overgebleven, zowel moskeeën als kerken. Hét hoogtepunt is zo’n kerk: de voormalige kathedraal, met een waanzinnig mooie houten iconostase uit 1806.)
Toegang: Hier hoef je bijna nergens entree te betalen. Ik was ook al vóór de officiële openingstijd bij de Citadel, en het kaartjesloket was nog niet open. Alleen bij het Onufri Museum raakte ik 200 lek (1,40 EUR) kwijt.
Hoeveel tijd: Net als in Gjirokaster verbleef ik hier één nacht, en bezocht de stad in een middag en een deel van de volgende ochtend.
Opvallend: Vanuit Gjirokaster geraakte ik met een overstap in de stad Fier op het busstation van Berat. Dat ligt aan de rand van de stad, een kilometer lopen volgens mijn reisgids. Ik heb het geprobeerd, maar volgens mij is het al snel het dubbele. Het was ook erg warm, dat hielp niet. In het oude centrum stortte ik neer op een terras bij het eerste bordje ‘Restaurant’ (het was een Restaurant Zonder Naam). Het eten was er zoals tot nu toe elke dag in Albanië uitstekend.
Tegen het einde van de middag was ik weer voldoende uitgerust om een rondje door de oude wijken te maken. Het mooiste vond ik ‘het middeleeuwse centrum’, een buurtje met moskee, gebedsruimte en herberg voor bezoekende gelovigen.
Boven de oude wijk ligt de Citadel (of ‘het Kasteel’): een ommuurd deel van de stad waar nog gezinnen wonen. De volgende ochtend liep ik er na het overdadige ontbijt naar toe. Er was nog één ander stel toeristen aan de wandel zo op dit vroege uur. De mensen binnen de ommuring waren nog druk bezig hun kraampjes op te stellen voor de bezoekers van de dag – ze verkopen vooral gehaakte en geborduurde kleedjes. Ik had me er heel iets anders van voorgesteld, maar behalve wat huisjes is er hier eigenlijk helemaal niks meer te zien. Vroeger stonden hier meerdere moskeeën en kerken, tekenend voor de gemengde bevolkingsgopbouw van Berat. Nu zie je eigenlijk alleen nog maar ruïnes, afgewisseld met afval, onkruid en wilde bloemen. Deze dag was ik erg alert op de bloemen: tijdens het ontbijt zat ik tegenover een Duitser, die samen met een groep een botanische reis door Albanië aan het maken was!
De grootste bezienswaardigheid in de Citadel is het Onufri Museum. Er staat een heel verhaal over in mijn reisgids, het is een iconenmuseum. Ik tref er hetzelfde groepje Japanners dat ik al eerder bij het kasteel van Gjirokaster was tegengekomen. Iedereen loopt hier natuurlijk dezelfde dingen af, zoveel is er ook weer niet te zien. Ook het Onufri Museum is een verrassing: het is gehuisvest in de voormalige Grieks-Orthodoxe kathedraal. De tentoonstelling van iconen doet me niet zoveel, het mooiste is de oorspronkelijke houten iconostase van deze kerk zelf met drie rijen goudglanzende afbeeldingen van heiligen. Helaas was foto’s maken er verboden.
Dolend door Tirana
Met ruim 400.000 inwoners is Tirana veruit de grootste stad van Albanië, maar op wereldschaal stelt het natuurlijk niet zo veel voor. Het hotel waar ik twee nachten verblijf ligt vlakbij het Skanderberg plein – het centrale punt van de stad waaraan onder andere het Nationaal Museum en Theater liggen. Het museum zelf bewaar ik voor later op de dag, maar aan het 400 vierkante meter grote mozaïek op de voorgevel kan ik niet voorbij lopen. Het stamt uit de communistische hoogtijdagen van 1980, en geeft de ontwikkeling van het land weer vanaf de Illyrische voorouders tot in de 20e eeuw.
Aan de hand van een routekaartje in mijn Bradt reisgids loop ik dan eerst richting het oostelijk deel van het centrum. Daar staat een ‘markt’ ingekleurd, dat lijkt me wel wat. Het blijkt vooral een groente- en fruitmarkt te zijn op een parkeerterrein tussen flatgebouwen. Niet zo’n fraaie locatie, maar de waar ligt er goed bij en het is er best druk. De meer bederfelijke spullen zoals vis en kaas worden verkocht vanuit kleine winkels (met koeling!) om de markt heen.
Het meest exotische dat ik op deze markt tegenkom is de losse verkoop van tabak. Er staan een paar kraampjes die dat doen. Ik zie niemand het kopen, ik weet niet of je zo’n hele staaf moet kopen of misschien mag het ook een gedeelte zijn?
Ook aan de oostkant van het grote plein ligt de Et’hem Bey moskee. Dit is ongeveer het enige dat in Tirana nog overeind staat uit de Ottomaanse tijd, het dateert van 1821. Ik loop er tegen half 11 langs, en zie dan op een bordje dat het alleen geopend is van 8 tot 11 uur ’s ochtends. Snel naar binnen dus maar. Een grote groep Belgische toeristen verlaat net de moskee en is bezig de schoenen weer aan te trekken. Het kleinschalige interieur van de moskee is tot aan de koepel bedekt met bloemmotieven, heel mooi.
Het wemelt vandaag van de politieagenten rondom het plein. Dat komt omdat er een Economische Top voor de Balkanlanden aan de gang is (het ‘Vienna Economic Forum’). Als er belangrijke mensen aankomen, legt de politie al het andere verkeer plat. Boven de echte hooggeplaatsten zweeft ook een helicopter, en er rijdt zelfs een ambulance mee in het konvooi. De lokale bevolking kijkt hoofdschuddend toe.
De conferentie haalt hier ook al dagen de kranten, omdat naast de bevriende staatshoofden ook de premier van Servië aanwezig is. Servië en Albanië staan lijnrecht tegenover elkaar over de kwestie Kosovo. Het is voor het eerst in de 103-jarige geschiedenis van Albanië als zelfstandige staat dat een Servische regeringsleider op bezoek komt.
Ik loop verder over de grote boulevard richting het zuidelijk deel van het centrum. Het is er vrij groen, overal zijn parkjes. Het Skanderbergplein was tot 2010 één grote betonnen vlakte, maar nu groeit er keurig aangelegd gras en rijden de auto’s er als in een rotonde omheen. Het megalomane karakter van deze omgeving komt doordat ze er in de jaren twintig de favorieten architecten van de Italiaanse fascist Mussolini aan het werk hebben gezet. De boulevard eindigt op het Moeder Teresa-plein, met nog meer overheidsgebouwen in fascistische stijl die er tijdens de Italiaanse bezetting van Tirana tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn neergezet.
De huidige, op West-Europa gerichte Albanese regering is er nog niet in geslaagd alles in het centrum op te knappen. Wat ze bijvoorbeeld gewoon laten staan is ‘De Piramide’. Het is ontworpen door de dochter en schoonzoon van de communistisch leider Enver Hoxha, en was bedoeld als een museum ter zijn nagedachtenis. Zo ver is het echter nooit gekomen. Het gebouw is nu bedekt met graffitti en lijkt geleidelijk aan te verrotten.
De Piramide ligt niet ver van de wijk waar Enver Hoxha en de andere communistische leiders woonden en werkten. Gewone Albanezen mochten er niet komen. Ter herinnering aan die tijd is er een klein monument neergezet, ‘Checkpoint’ genaamd. Hier staan drie overblijfselen uit de communistische tijd bijeen: een stuk van de Berlijnse muur (een geschenk van de stad Berlijn), een typisch Albanese bunker en een stukje van een mijn uit een Albanees werkkamp.
Dan is het inmiddels tijd geworden om te gaan lunchen. Ik wil dat doen bij hetzelfde restaurant als waar ik gistermiddag at, maar waar was dat ook al weer? Iets ten westen van het centrale plein, dat weet ik nog wel. En niet ver van mijn hotel. Maar al die lange straten lijken hier op elkaar, ze lopen ook parallel dus het is lastig oriënteren. Ik loop er een paar af, maar herken ‘de’ straat niet. Uiteindelijk strijk ik maar neer op een terras in de buurt van het Nationaal Museum.
Dat museum staat nog op het programma voor de middag, maar het blijkt (tijdelijk) van 2 tot 5 uur gesloten! Tijd voor een siësta in het hotel dus, ik heb even genoeg door de stad gesjouwd. Tegen vijven ga ik dan weer op pad, en kan ik na betaling van de inmiddels gebruikelijke 200 lek (1,40 EUR) het groots opgezette museum in. Het museum stamt uit de communistische periode, en grote delen van de tentoonstelling lijken me onveranderd sinds die tijd. Het telt drie verdiepingen, met als meest interessant de benedenverdieping met vondsten uit de klassieke oudheid uit Butrint, Dürres en Apollonia.
Vanaf mijn hotel weet ik me ook weer beter te oriënteren, en ik loop zonder te dwalen naar mijn favoriete restaurant. Het heet geloof ik ‘Tek’ (Tek Zgara e Tirones). De ober herkent me nog van gisteren. Hij vraagt of ik weer hetzelfde wil bestellen, maar ik ga nu voor de gegrilde groenten en de gegrilde kip/bacon-spiesjes. Als afscheid krijg ik nog een gratis fruitsalade toe – niet voor het eerst hier in Albanië dat ik aanvullend op het (voor Nederlandse begrippen) spotgoedkope eten nog iets ‘van het huis’ krijg aangeboden.
Dagje Durrës
Omdat mijn bus naar Macedonië pas om 4 uur ’s middags vertrekt, heb ik nog bijna een dag ‘over’ in de omgeving van Tirana. Ik besluit naar Durrës te gaan, een havenstad en de tweede stad van het land. Vanaf een grote rotonde in Tirana vertrekken de hele dag door bussen en minibusjes naar deze stad. De rit duurt 40 minuten. Bij het busstation aan de rand van het centrum wordt iedereen uit de bus gezet. Hoewel ik een plattegrond heb in mijn reisgids, is het dan toch weer even zoeken waar het historische deel van de stad ligt. Maar gelukkig staan er, net op tijd voordat ik wanhopig begin te worden, borden die wijzen naar de resten uit de Antieke Oudheid waar de stad bekend om staat.
Het Romeinse amfitheater van Durrës staat op de lijst van mogelijk toekomstig werelderfgoed. De kans dat het er ooit van gaat komen is klein: de lijst staat al vol met de resten van de oude Romeinen, en met veel grotere/belangrijkere amfitheaters dan deze. Maar voor deze regio is het heel wat. Het amfitheater is helemaal ingenesteld tussen de huizen, en het is dus ook nauwelijks te zien vanaf de straat. Gelukkig wijst mijn plattegrond me nu wel waar ik wezen moet.
Het theater werd in de 2e eeuw na Christus gebouwd, en bood plaats aan 15.000 bezoekers. Die kwamen er de typisch Romeinse activiteiten zoals gladiatorengevechten bekijken. Het is ook al het zoveelste amfitheater dat ik zie, maar de ligging zo tussen de huizen is wel apart. Het is ook pas vanaf de jaren 60 uitgegraven. Je mag overal op lopen / klimmen, hoewel de stenen erg verweerd zijn. Het middenterrein is zelfs helemaal begroeid met gras, dat ze net aan het maaien waren toen ik er was.
In de 4e eeuw hield het op met de Romeinse overheersing en de spelen hier. Het gebouw werd in gebruik genomen door de lokale christeljke gemeenschap. Zij lieten nog iets moois na: mozaïeken op de muur in de gangen van het theater.
Toen ik aankwam bij het amfitheater was ik de enige bezoeker, maar al snel arriveerden ook twee klassen met Albanese schoolkinderen. Een leuk uitstapje voor een schoolreisje, maar het was natuurlijk wel gedaan met de rust en de foto’s zonder mensen erop.
Ik liep verder richting de boulevard en het strand. Op die route staan een paar opmerkelijke standbeelden. Twee zijn er van Albanese vrijheidsstrijders – Durrës was in 1912 de eerste hoofdstad van het onafhankelijke Albanië. Aan die gebeurtenis zit ook een Nederlands tintje. De internationale grootmachten geloofden niet dat het zomaar goed zou gaan met dit landje dat zich van Turkije had afgescheiden. Ze wezen daarom een Duitse vorst aan als koning, en stuurden een Nederlandse vredesmacht om de Albanezen te helpen de orde te bewaren. Die troepen stonden onder leiding van Lodewijk Thomson, van wie zowel in Groningen, Den Haag en hier in Durrës een borstbeeld is te zien.
Ook op de boulevard en aan het strand was het druk, vooral met toeristen uit de regio. Ik pakte ook maar even een terrasje voor een koude cola, want de zon brandt hier flink. Tot slot van de excursie van vandaag bezocht ik het archeologisch museum, met een interessante collectie Griekse en Romeinse overblijfselen die in Durrës zelf gevonden zijn.
#569: Meer van Ohrid
Wat is het?
Het Meer van Ohrid omvat zowel het natuurlijk als het cultureel erfgoed in en om het Macedonische deel van het meer van Ohrid. Het meer behoort tot de oudste en diepste meren van Europa, en is de overwinteringsplaats voor veel soorten watervogels. De plaats Ohrid is één van de oudste nederzettingen in Europa. Resten uit de brons- en steentijd zijn er gevonden. Ohrid’s belangrijkste periode begon vanaf de 9de eeuw, toen de Bulgaren de stad veroverden en het zich ontwikkelde tot hoofdstad en bisdom. In later eeuwen bleef het een cultureel centrum en voegden de Byzantijnen en Serviërs hun kerken aan de stad toe.
Cijfer: 7 (Het meer zelf heeft de grootste aantrekkingskracht, vooral ook door zijn omvang en diepblauwe water. Het plaatsje Ohrid kon mij wat minder bekoren. De kerken zijn de belangrijkste attractie, de rest is vrij modern. Hoewel enkele kerken mooie muurschilderingen hebben, zijn ze slecht uitgelicht, mag je geen foto’s maken en wordt over het algemeen een bezoek zo kort mogelijk gehouden. Het is mij er ook te toeristisch. Er komen ook nog eens bijna alleen maar Nederlanders, overal om je heen hoor je Nederlands en de Macedoniërs doen hun best de doelgroep van de gepensioneerde Hollander te bedienen.)
Toegang: Het is hier duidelijk een stuk duurder dan in Albanië. Bij elke kerk moet je entree betalen, meestal 100 Macedonische dinar (1,60 EUR). Gezien het grote aantal kerken loopt dat wel op. Verspreid over 2 dagen gaf ik zo’n 8,5 EUR aan toegang uit.
Hoeveel tijd: Ik verbleef hier twee volle dagen, voor mij was dat prima. Maar ik heb lang niet alle dorpjes en kerkjes gezien, zelfs geen boottocht over het meer gemaakt.
Opvallend: Op mijn tweede volle dag hier wijd ik me aan de natuur van Ohrid. Behalve het meer en diverse plaatsen eromheen hoort ook het Galicica Nationaal Park bij dit werelderfgoed. Het ligt op een bergrug aan de zuidoostkant van het meer. De hoogste berg is er 2254 meter hoog, en op de pieken kun je eind mei nog restjes sneeuw zien liggen. Zo ver ga ik niet: ik laat me in de ochtend naar het plaatsje Elsani brengen, zo halverwege de berg. Vanaf hier lopen diverse wandelroutes door het nationaal park. Ik neem de H8/H9 naar Pestani.
De taxichauffeur weet precies waar ik moet zijn, en zet me af bij het begin van de wandeling. Ik heb ook een wandelkaart mee, die ik gisteren in de stad gekocht heb. De paden staan ook aangegeven met bordjes en markeringen. Het pad loopt eerst langs de weilanden (met ezels!) en wijnranken van het plaatsje Elsani. Daarna wordt het een bospad. Ik slaag er meteen in om verkeerd te lopen – gelukkig had ik gisteren op internet de tip gelezen dat je op moet letten dat je ongeveer elke 50 meter een rood met witte markering ziet. Zie je die niet meer, dan zit je verkeerd. Dat laatste wordt helemaal duidelijk als het pad eindigt bij een hek van een weiland.
Een stukje terug dus maar, en beter opletten op de rood-witte markeringen. Als je de smaak eenmaal te pakken hebt gaat het verder zonder problemen. De strepen staan soms op bomen, maar meestal op stenen op de grond. Dat ik dus nogal veel naar de grond kijk levert me ook een ontmoeting met een mooi beestje op: de Griekse landschildpad. Hij zit langs het pad, grappig genoeg ongeveer op dezelfde plek als op mijn kaart een schildpad is ingetekend. Maar het is wel een levende hoor, hij trekt zijn kopje in als ik dichterbij kom om een foto te maken.
Het pad loopt eerst 3,2 kilometer ongeveer vlak, over dezelfde hoogte op de berghelling. Daarna moet ik afslaan, en dat pad loopt naar beneden naar de kust en het plaatsje Pestani. Vooral op dit stuk staan er veel kleurige wilde bloemen, zijn er vlinders en bijen. Het is nog 2 kilometer lopen, in totaal ben ik ongeveer anderhalf uur op pad geweest. Pestani blijkt zoals ik al gehoopt had een plaatsje waar wel wat te doen is. Er zijn een paar restaurants, en daarvan kies ik er eentje uit voor mijn lunch. Ik kies een lokale vis van de kaart, en die blijkt erg groot te zijn. De andere aanwezigen in het restaurant zijn allemaal Nederlandse 65-plussers.
Een kilometer of 2 ten zuiden van Pestani, ook langs de kust, ligt een nagebouwd dorp met 7000 jaar oude paalwoningen. Bij gebrek aan openbaar vervoer (zo eens per 2 uur komt er een bus langs) loop ik ook daar maar heen. Het is een mooi aangelegde attractie, vrij nieuw zo te zien. Net als in de Alpenmeren woonden ook hier in de prehistorie mensen in paalwoningen op het water. Ze hebben hier zo’n dorp nagebouwd, inclusief interieurs met dierenvachten en zelfs een berenkop! Vanaf het plateau kun je ook goed zien wat er allemaal rondzwemt in het meer van Ohrid. Naast scholen visjes spot ik een snelzwemmende aal en een stel kikkers.
En dan is het weer tijd geworden om terug naar Ohrid te gaan. Maar ja – zou er een bus komen? Of zou ik 2 uur moeten wachten? Er is ook helemaal geen bushalte bij het paalwoningenmuseum. Op de heenweg heb ik wel wat lege taxi’s gezien die hun gasten naar Sveti Naum op het uiterste puntje van het meer hebben gebracht, ik denk dat dat mijn grootste kans is op vervoer. Wachten bij de paalwoningen heeft geen zin, dus loop ik maar terug naar Pestani. Daar hang ik wat rond in de hoofdstraat, tot er eindelijk een lege taxi langskomt. Die brengt me vlotjes terug naar Ohrid, het einde van een dag die ik wel in de benen voel.
Kosovo’s hoofdstad
Kosovo verklaarde zich in 2008 onafhankelijk van Servië. Het nieuwgeboren land werd al snel door 108 leden van de Verenigde Naties erkend, waaronder door Nederland. Maar daar bleef het bij – een groot blok van 85 landen onder aanvoering van Rusland wijst een eigen staat voor Kosovo af. Het land is dus een beetje ergens in het midden blijven hangen. Het heeft wel veel dingen zelfstandig, zoals eigen politie, eigen grensbewaking, eigen regering, eigen nummerborden en een eigen landnummer voor de telefoon. Ze gebruiken de Euro als munt in plaats van de Servische dinar. Maar een NAVO vredesmacht houdt nog steeds een oogje in het zeil.
Fragment van een moskee in de oude wijk
Pristina is de hoofdstad van Kosovo, een stad met 200.000 inwoners. Toen ik hier gisteren met de bus uit Skopje aankwam, viel me de hoeveelheid moderne en luxe restaurants en winkels op. Er zit hier ergens geld, hoewel Kosovo zelf een van de armste landen van Europa is. Waarschijnlijk komt het door de grote hoeveelheid internationale organisaties dat hier is neergestreken om het land op te bouwen.
Ik heb voor deze ochtend een lijstje gemaakt met de belangrijkste bezienswaardigheden van deze stad. Dat viel nog niet mee, want ik heb geen reisgids (er bestaat er alleen eentje uit 2011 maar die is vast achterhaald). Dus ik moet het doen met wat er op internet te vinden is en een plattegrondje. Mijn hotel met de toepasselijke naam Hotel Prima ligt in het oudste gedeelte van de stad. Heel veel ouds is er trouwens niet meer over. Een drietal moskeeën, waarvan er twee in de steigers blijken te staan. Een bazaar die nu vooral is wat wij een rommelmarkt zouden noemen maar waar de armere mensen hier hun kleren en schoenen kopen. In dezelfde buurt moeten ook 2 musea liggen: het Etnografisch Museum en het Kosovo Museum. Ik kan over beide kort zijn: het ene kon ik niet vinden en het andere was gesloten voor restauratie. Zo was ik in een half uur klaar met de oude wijk van Pristina.
Man met traditioneel Albanees hoofddeksel
Op een paar honderd meter afstand ligt het moderne hart van de stad. Daar verbindt de Moeder Teresa-boulevard twee grootse pleinen met elkaar. Hier flaneert ’s avonds de halve bevolking van de stad. Er zijn popcornstandjes, suikerspinnenverkopers en handelaren in sigaretten. Dit is goedkoop vertier.
Als je iets meer te besteden hebt, ga je op één van de vele terrassen zitten en bestel je koffie. Met één kopje (van 0,50 – 1 EUR) kun je dan uren kijken naar wie en wat er voorbij komt. In de ochtend begint men er al mee, en ook ik streek neer voor een typisch Kosovaarse Makiato (een soort sterke cappucino).
Ik loop geleidelijk meer naar het zuidelijk deel van de stad. Einddoel is het busstation, vanwaar ik vanmiddag de bus naar een werelderfgoed wil pakken. Zo halverwege staat wellicht het meest opvallende gebouw: de Nationale Bibliotheek. Het ligt in de universiteitswijk, waar je ook heel goedkoop kunt eten.
De bibliotheek zelf stamt uit 1982 en is ontworpen door de Kroatische architect Andrija Mutnjakovic. Het gebouw bestaat uit 99 koepels, en is omvat in een metalen visnet. Het is zo apart dat het zelfs op een lijst met de 30 lelijkste gebouwen ter wereld is terecht gekomen.
En dan ben je een nieuw land en moet je dus allemaal nieuwe straatnamen bedenken en helden die je wilt vereren met een standbeeld. De Kosovaren zijn in ieder geval de Amerikaans regering dankbaar. Er is een straat genoemd naar George Bush en een naar Bill Clinton. Clinton heeft daaraan zelfs zijn eigen 3 meter hoog standbeeld.
Een held uit de regio is Moeder Teresa: zij werd geboren in Macedonië maar is van Albanese komaf. De katholieke zuster wordt zowel in Albanië, Macedonië en Kosovo als een volksheld geëerd. In Macedonië is er zelfs een snelweg naar haar vernoemd! Hier in Kosovo heeft ze een eigen boulevard (de belangrijkste van de stad), met daaraan ook een wat klein uitgevallen eigen standbeeld.

#570: Middeleeuwse Monumenten in Kosovo
Wat is het?
De Middeleeuwse Monumenten in Kosovo zijn vier Servisch-Orthodoxe kerken die gebouwd zijn in de 13e en 14e eeuw. Ze zijn gebouwd in een gemengde stijl van oosterse, Byzantijnse en westerse, romaanse architectuur. Aan de binnenzijde bevatten ze alle vier unieke muurschilderingen. Dit staat voor Servië op de werelderfgoedlijst, maar sinds 1999 liggen ze alle vier op het grondgebied van Kosovo. Dat levert nogal wat problemen op, en ze staan dan ook vanaf 2006 tot heden op de ‘Rode Lijst’ van erfgoed in gevaar. De kerken werden bewaakt door KFOR, de VN vredesmacht die de vrede in Kosovo moet handhaven. Drie van de vier kerken zijn inmiddels overgedragen aan het toezicht van de Kosovaarse politie.
Cijfer: 7 (Ik bezocht 2 van deze 4 kerken/kloosters: één nabij Pristina in Gracanica en één in de stad Prizren. De muurschilderingen in Gracanica zijn geweldig: tot in de nok zijn de wanden met voorstellingen in donkerblauw en goud bedekt. Verder ook nog wat bonuspunten omdat dit werelderfgoed zo lastig te bereiken is, en het me naar Kosovo bracht)
Toegang: Entree tot het Gracanica klooster is gratis. Ik was de enige bezoeker. In de kerk in Prizren kun/mag je niet naar binnen, die is hermetisch afgesloten met dubbele hekken en prikkeldraad.
Hoeveel tijd: De netto tijd die ik bij deze twee werelderfgoedlocaties heb doorgebracht is ongeveer 45 minuten. Maar ik heb er wel heel wat voor moeten reizen om er in de buurt te komen. Vanaf standplaats Pristina is dit in twee dagen te doen.
Opvallend: In de maanden voorafgaand aan deze reis had ik het internet afgestruind voor informatie hoe het klooster van Gracanica het best te bereiken zou zijn. Het ligt maar 10 kilometer van de Kosovaarse hoofdstad Pristina, maar in een Servische enclave waarvan de omgeving het liefst doet alsof hij niet bestaat (het staat bijvoorbeeld niet aangegeven op richtingborden). Berichten in de Lonely Planet reisgids verhalen van bussen die er niet willen stoppen, of mensen met bestemming Gracanica niet mee willen nemen. En als je het dan al op een of andere manier hebt weten te bereiken, dan zorgen de nonnen van het klooster nog voor een onvriendelijk welkom ook! Bezoekers worden streng in de gaten gehouden en achtervolgd om te controleren of er binnen geen foto’s worden gemaakt, en er geen gidswerk wordt gedaan.
Het kostte mij in de praktijk ook flink wat moeite en tijd (2 uur) om er te komen. Maar dat lag niet aan weerstand jegens deze Servische plaats: het ingewikkelde openbaar vervoersysteem van Pristina stelde me op de proef. Je hebt namelijk stadsbussen en regionale bussen, en voor het gemak zijn die twee netwerken niet met elkaar verbonden. Bij het centrale busstation stoppen alleen de regionale/internationale bussen, voor een aansluitende stadsbus moet je honderden meters in de zon lopen. Ook is het een raadsel welke bus waar langsrijdt, ondanks dat ik nog wel een kaartje met de busroutes had weten te bemachtigen. Uiteindelijk belandde ik op een weg achter een groot winkelcentrum aan de rand van de stad, en daar rijden de bussen naar Giljan langs die ook door Gracanica komen. En gelukkig stoppen ze daar tegenwoordig ook weer gewoon: er is een bushalte in de hoofdstraat, waaraan ook het klooster ligt.
Het klooster wordt tegenwoordig niet meer opzichtig bewaakt. Wel kwam ik aan het begin van het dorp een waarschuwingsbord tegen dat er cameratoezicht is in de hoofdstraat. Verder veel Servische vlaggen in de straten – voor de Kosovaren van Servische komaf is dit een religieus en ook politiek centrum. In de lange ommuring van het klooster zag ik één deur openstaan, waardoor ik naar binnen kon stappen. Achter de muur wacht een keurig bijgehouden gazon met in het midden daarvan een perfect kerkje (zie bovenste foto). Ik kon op mijn gemak rondkijken, gelukkig kwamen er geen wantrouwende nonnen op me af.
In de kerk zelf was één non druk bezig met het poetsen van het houtwerk van de banken. Ze keek niet op of om. Het is nog echt een actief klooster, en ze hebben geen concessies gedaan om het bezoekende toeristen duidelijker te maken waar je naar staat te kijken. Ik genoot er maar van als kunst: de muurschilderingen zijn prachtig, en bedekken zelfs de binnenkant van de hoogste koepel. Van de buitenkant lijkt de kerk niet zo groot, maar hij is wel heel hoog. Erg indrukwekkend. Binnen mag je dus geen foto’s maken, daarom hieronder maar een afbeelding van één van de muurschilderingen in Gracanica die ik rechtenvrij op het internet vond.

De tweede kerk die ik van dit werelderfgoed bezocht, was een stuk makkelijker te bereiken. Hij ligt in het centrum van Prizren, de tweede stad van Kosovo en de culturele hoofdstad van het land. Met de bus vanuit Pristina is Prizren in een kleine 2 uur te bereiken (het is maar 80 kilometer). Prizren is een ‘gewone’ Kosovaars-Albanese stad, waar behalve een heleboel moskeeën ook kerken van diverse gezindten te vinden zijn.
De Ljeviš kerk staat ook gewoon op de toeristische informatieborden van de stad aangegeven. Dat betekent niet dat het Servisch erfgoed hier door iedereen erg gewenst is: de kerk is in 2004 in brand gestoken en geplunderd, en het dak is deels weggeroofd vanwege het lood dat erin verwerkt is. Sindsdien is hij gesloten. Ik had gelezen dat er soms een politieman voor de deur op wacht staat, die misschien genegen is je binnen te laten als je er niet uitziet als een Kosovaarse of Albanese terrorist. Maar ik tref niemand: de hekken zitten stevig op slot, er is prikkeldraad boven de ommuring gespannen. Glurend door het dubbele hek bij de ingang kan ik nog net wat muurschilderingen op het voorportaal zien. Ze zien er niet zo goed uit als in Gracanica, en ook van binnen schijnt nog maar zo’n 30% van de schilderingen aanwezig te zijn.
Prizren
Wat zou de mooiste plek van het land zijn? Dat is Prizren, de culturele hoofdstad die de communistische vernieuwers altijd links hebben laten liggen.
Tijdens de voorbereiding van deze Balkan-reis werd de tijd die ik aan Kosovo toebedeelde steeds langer. Eigenlijk wilde ik alleen naar het werelderfgoed in Gracanica. Dat kan als je goed je best doet in een dagtocht vanuit Skopje in Macedonië. Maar als je in de buurt bent, is het ook wel interessant om de hoofdstad van het land te bezoeken. En een hoofdstad alleen zegt eigenlijk ook niet zoveel, wat zou de mooiste plek van het land zijn? Dat is Prizren, de culturele hoofdstad die de communistische vernieuwers altijd links hebben laten liggen.

Prizren is na Pristina de tweede stad van het land. Er gaan tientallen bussen per dag tussen de twee steden die 70 kilometer van elkaar liggen. In Kosovo kost je dat dan nog snel twee uur reistijd, omdat er eigenlijk alleen B-wegen zijn waar al het verkeer overheen moet.
Het busstation van Prizren ligt gelukkig pal naast het centrum, dus het is allemaal goed te belopen. In de oude straatjes wordt het al snel duidelijk dat er vandaag van alles te beleven is. Er is muziek, dans en een optocht van kinderen en jongeren. Ze zijn in vrolijke, traditionele Albanese kledij gestoken en trekken door de stad. Ze doen onder andere het Museum van de Albanese Liga van Prizren aan – dit is een politiek belangrijke locatie in de geschiedenis van Albanië, hier begon in 1877 de opstand van de Albanezen tegenover het Ottomaanse Rijk. Dat de Kosovaarse kinderen hier nog met zoveel vlagvertoon naartoe dansen zegt wel iets over de vereenzelviging van de Kosovaren met de Albanese identiteit.
Bij gebrek aan een Kosovo-reisgids had ik vooraf een plattegrondje en een folder over Prizren uitgeprint. Op het kaartje staan maar liefst 29 bezienswaardigheden. Daarvan zijn er 8 moskeeën, 3 gebedshuizen van verschillende Sufi-ordes en 6 kerken. En dat op een betrekkelijk kleine oppervlakte, het is inderdaad goed geconserveerd. De oudste moskeeën hier dateren uit de 14e en 15e eeuw, de twee Servisch-Orthodoxe kathedralen zijn zelfs al in de 13e eeuw gebouwd.
Ook niet-religieuze historische gebouwen zijn bewaard gebleven. Zo is er een restant van een watermolen aan de rivier die de stad doorkruist. En zijn er twee grote Turkse badhuizen. Naast mensen van Albanese en Servische komaf heeft Prizren ook een grote groep Turkse inwoners. De staat Turkije heeft ook veel bijgedragen aan de restauratie van de vele moskeeën en andere Ottomaanse monumenten in de stad. Het heeft het prettige plaatsje zichtbaar goed gedaan.
Kerkje van Runović, uit de 14e – 16e eeuw
Nieuw en oud Skopje
Een dag in de Noord-Macedonische hoofdstad Skopje. Hij begint bij de Porta Macedonia, een 21e eeuwse triomfboog en één van de eerste monumenten die gereed kwamen in het kader van ‘Skopje 2014’. Dat is een project van de regerende nationalistische partij van Macedonië om de hoofdstad een wat meer klassiek aanzien te geven. Ramingen over de kosten van het totale project lopen uiteen van 80 tot 500 miljoen EUR.
Behalve de triomfboog en veel nieuwe overheidsgebouwen heeft het prestigeproject heel veel standbeelden opgeleverd. Dit ruiterstandbeeld dat waarschijnlijk Alexander de Grote moet voorstellen, is 14.5 meter hoog (zonder sokkel). Het schijnt 7.5 miljoen EUR gekost te hebben.
Iedereen die maar iets heeft voorgesteld in de geschiedenis van het huidige grondgebied van Macedonië, of het wat ruimer opgevatte Groot-Macedonië met een stuk van Griekenland erbij, heeft in de afgelopen 5 jaar hier in het centrum van Skopje een standbeeld gekregen. Het project heeft veel kritiek gekregen door de hoge kosten en de kitscherige uitwerking van de monumenten. Ze zijn inderdaad vooral groot, en niet mooi afgewerkt of bijzonder expressief.
Het oude Skopje ligt aan de overkant van de rivier, en is te bereiken via deze stenen brug uit het midden van de 15e eeuw. Parallel hieraan liggen twee nieuwe voetgangersbruggen, elk versierd met een haag van meer dan 20 standbeelden van belangrijke Macedoniërs.
De Oude Bazaar is wat betreft wirwar van straatjes en winkeltjes nog behoorlijk intact. Je ziet er vooral veel juweliers, winkels met bruidskleding en koffiehuizen.
Ook in het oude deel van de stad staat deze Mustafa Pasha moskee uit 1492.
Vlakbij ligt deze Macedonisch Orthodoxe kerk van halverwege de 16e eeuw. De kerk is half ondergronds gebouwd, en heeft nog haar originele iconostase (helaas mogen ook hier geen foto’s). Wel ontmoette ik hier de eerste andere toeristen in Skopje, een groep Italianen.
Na een tijdje zoeken wist ik ook nog het Macedonisch Nationaal Museum te vinden, dat vlakbij de moskee ligt. Er staat geen bordje of zo, en het ziet er van buiten zeer verwaarloosd uit. Van binnen is het al niet veel beter: er is veel waterschade aan de tapijten, zalen zijn leeg en overal is standaard het licht uit. Speciaal voor mij, alweer de enige bezoeker, doen ze de lampen aan maar de helft blijkt het niet te doen. Misschien dat ze één standbeeld minder in de nieuwe stad hadden moeten maken, en het bespaarde geld in dit museum moeten stoppen.
De etnologische tentoonstelling met klederdracht en andere folklore van het platteland van Macedonië is desondanks het bekijken waard. Op het terrein van het museum ligt ook nog een herberg uit de Ottomaanse tijd. Toen ik die fotografeerde (in de open lucht!) kwam er een bewaker bestraffend op me af dat dat niet mocht…
Het mysterie van Kokino
Tot nu toe heb ik deze reis vrijwel alles met het openbaar vervoer kunnen doen. Alleen naar Kokino gaat dat niet lukken: deze vindplaats uit de Bronstijd met sterrenkundige trekjes ligt op een heuvel op het platteland, zo’n 70 kilometer van Skopje. Via internet heb ik daarom bij een Macedonisch reisbureautje vervoer geregeld. In het zomerseizoen hebben ze ook georganiseerde toertjes naar Kokino en de omgeving, maar nu was ik de enige met interesse.
Op de afgesproken tijd van 9 uur staat de taxichauffeur in de lobby van mijn hotel. Toch wel handig, zo van-deur-tot-deur-transport. In een vrij nieuwe VW Passat racen we eerst over de snelweg naar de stad Kumanovo. Kokino staat zelfs al vanaf deze snelweg aangegeven. Hoewel het een vrij obscure plek is, is het toch binnen het Macedonisch toerisme redelijk bekend. Ze hebben ook niet zoveel bezienswaardigs, het is maar een klein land. Vanaf de snelweg rijden we dan over een steeds slechter wordende B-weg verder. We zien nog een schildpad oversteken. Ik wil hem op de foto zetten maar hij blijkt sneller te kunnen lopen dan je normaal ziet. Hij is zo aan de andere kant van de weg.
We zitten hier in een doorsnee boerenomgeving die je veel ziet in Macedonië. Wat dorpjes, paar boerderijen, tractoren op de weg, hooibergen in de weilanden. Het is niet een heel spannend landschap. Kokino ligt op 1013 meter hoogte dus ik speur naarstig de heuvels in de omgeving af in de hoop het van verre te kunnen zien. Zonder succes. Na ruim een uur rijden komen we aan op de ‘parkeerplaats’ van Kokino. Althans, er staat een bord en er is een grasveldje. Zou dit het zijn? De chauffeur is er ook nog nooit geweest en heeft de hele route angstvallig op zijn navigatiesysteem op zijn tablet zitten kijken.
Ik zie een rotspunt boven de bomen uitsteken, en dan herken ik het meteen van foto’s. Deze rotsen zijn vulkanische lava die versteend is. Daardoor krijg je scherpe, grillige vormen. De chauffeur blijft beneden wachten, zegt me nog dat ik moet oppassen voor slangen en ik loop de heuvel op. Het is een steile klim van zo’n 20 minuten, meest door het open veld. Via een collega-werelderfgoedspotter weet ik dat ik het linkerpad moet nemen. Kokino staat op Macedonië’s lijst van mogelijk werelderfgoed, dus er hebben er al een paar voor mij de weg gebaand.
Op de top staan informatieborden met wat er te zien is. Er zijn hier overblijfselen uit de Bronstijd gevonden, die bewijzen dat dit plaats was waar rituelen werden gehouden. Daar is later nog de theorie aan toegevoegd dat deze zeer vroege Macedoniërs vanaf dit punt aan sterrenkunde deden. Op de top zijn twee vlakke plateaus, die door mensenhanden egaal gemaakt lijken te zijn. Ook is er een soort stenen bank, waarin vier tronen worden gezien waarop de hoogwaardigheidsbekleders plaatsnamen tijdens rituelen.
Vanaf de tronen, maar vooral ook vanaf twee nog heiliger plekken iets verderop, zou je precies op de goede plek zitten om belangrijke dagen in de kalender kunnen zien zoals de Zonnewende en de Equinox (een tijdstip in het jaar waarop de zon loodrecht boven de evenaar staat). De zon of de maan schijnt dan precies tussen markeringen in de rotsen door, waarvan er hier 9 zouden zijn.
Kokino is in 2012 al eens door het adviesorgaan ICOMOS beoordeeld voor opname op de Werelderfgoedlijst. Zij geloofden toen niet in de sterrenkundige elementen van deze plek: er is geen bewijs dat de ‘tronen’ of de ‘markeringen’ door mensenhanden zijn gemaakt. Het zijn waarschijnlijk producten van de natuur. Ook bestreden ze dat de mensen zo vroeg al zoveel kennis van de zon- en maankalender zouden hebben.
De rand met markeringen waarlangs men naar de zon en maan keek
Ik kan er zelf ook niet veel in zien, maar toch is het een leuk uitstapje. De grillig gevormde rotsen en het uitzicht maken veel goed. In de buurt van de top barst het ook weer van de wilde bloemen, net als tijdens mijn wandeling in de buurt van Ohrid. Op die bloemen zijn weer veel bijen en vlinders afgekomen. Alles zoemt om je hoofd of fladdert om je benen.
Na een uurtje klauteren en kijken heb ik alle kanten van deze rotspiek wel gezien, en loop ik terug naar beneden waar de taxi terug naar Skopje wacht.
Terugblik Balkan-trip 2015
Eind mei, begin juni maakte ik een reis door Corfu, Albanië, Macedonië en Kosovo. Een ideale tijd in het jaar: elke dag zon en 23 tot 30 graden, terwijl het weer in Nederland wisselvallig en kil was. Er waren nog maar weinig toeristen op pad, als je de Nederlandse senioren rond het Meer van Ohrid niet meetelt. Het werd een lekker ontspannen reis, waarin ik zoveel tijd “over” had dat ik ook nog 4 boeken heb weten te lezen.
Albanië vond ik het mooiste én prettigste land van deze reis. De stad Gjirokaster met zijn torenwoningen en authentieke sfeer, bijna loodrecht tegen de heuvel geplakt, was één van de hoogtepunten. Ook in de relaxte hoofdstad Tirana heb ik me prima vermaakt. In hotels en restaurants was geen moeite teveel, en regelmatig werd ik verrast met iets extra’s zoals een lunchpakket voor in de bus of een gratis dessert.
Voorbereiding
Veel voorbereiding was voor deze reis niet nodig. Ik heb alleen een Bradt reisgids voor Albanië aangeschaft. Voor Macedonië en Kosovo heeft de Engelse uitgever Bradt die ook, maar die gidsen zijn minstens 5 jaar oud en dus niet meer zo zinvol in deze zich snel ontwikkelende landen. In plaats daarvan downloadde ik de PDF-versies van de hoofdstukken uit de Lonely Planet. Het kostte maar een paar EUR, maar ik heb er eigenlijk niets aan gehad. De meeste praktische info heb ik toch van losse websites van internet gehaald.
De route had ik al jaren geleden globaal opgezet: van Corfu naar Kosovo is heel gemakkelijk te doen door de korte afstanden in deze kleine landen. Door twee enkele reis-vliegtickets te kopen hoef je ook niet meer naar het beginpunt terug te keren, lekker efficiënt. Alle hotels boekte ik vantevoren via Booking.com. Dat is niet echt nodig maar vind ik gewoon wel handig. Het was zo eind mei nergens druk.
Vervoer
Vliegtuig
Ik vloog heen met Transavia naar Corfu. Een echte chartervlucht, met vertrek heel vroeg in de ochtend (4.30 uur) van Schiphol. Het bleek pas de tweede vlucht van die dag en het was nog doodstil op het vliegveld, ook vrijwel alle winkeltjes waren nog gesloten. Bij aankomst op Corfu heb ik buiten de aankomsthal een klein uurtje (in de zon!) zitten wachten tot de stadsbus langskwam. Die zette me vervolgens keurig af nabij de haven van Corfu.
Op de terugweg reisde ik met de Sloveense maatschappij Adria Airways vanaf Skopje, met een tussenstop in Ljubljana. Op het vliegveld van Skopje komen maar een stuk of 20 internationale vluchten per dag, daar was het lekker rustig. Het is een vrij nieuw vliegveld, uitgebaat door een Turks bedrijf. In Ljubljana moet je tijdens de overstap door de Schengen-grenscontrole en dat neemt wel even tijd. Maar al met al waren het eenvoudige, korte en goedkope vluchten. Voor eten & drinken onderweg moet je bij beide maatschappijen betalen.

Op het vliegveld van Skopje
Vervoer ter plaatse
Ik heb vrijwel alles met het openbaar vervoer gedaan, met de bus welteverstaan. In alle drie landen rijden volop grote bussen en minibussen. De grote bussen vertrekken op vaste tijden van de busstations, de minibussen wachten daar in de buurt tot ze voldoende passagiers verzameld hebben. Je hoeft vooraf geen kaartje te kopen, en ik heb nooit lang hoeven wachten voordat er weer een (mini)bus vertrok. Op de meeste ritten rijdt een ‘conducteur’ mee die je wel weet te vinden om voor de rit te betalen.
Van het Griekse eiland Corfu kom je uiteraard alleen weg met een vliegtuig of boot. Ik koos voor de boot naar Sarande in Albanië, een kleine maar snelle draagvleugelboot. Er waren maar weinig mensen aan boord.

Interieur van de veerboot Corfu – Sarande
Van Albanië naar Macedonië en van Macedonië naar Kosovo ging ik ook met de bus de grens over. Tijdens de rit moet je je naam en paspoortnummer op een passagierslijst schrijven. Bij de grens halen ze dan alle paspoorten op en gaan de douaniers aan het checken in de computer en soms ook stempels zetten. Meestal kun je zelf gewoon in de bus blijven zitten, behalve bij de grensovergang tussen Macedonië en Kosovo waar ze de hele bus en alle bagage gingen controleren op smokkelwaar. Iedereen moest zijn eigen bagage meenemen, en die ging dan door een scanner zoals op het vliegveld.

Touringcar van Tirana (Albanië) naar Struga (Macedonië)
Overnachtingen
Corfu
Het Siorra Vittoria ligt in een wijkje achteraf, maar toch op loopafstand van het centrum en ook naar de haven van Corfu-stad heb ik gewoon gewandeld met mijn rugzak op. Ik kreeg er een heel elegante kamer, met onder andere een ‘chaise longue’ om lekker op te luieren. Er was ook een ligbad, maar de stop sloot niet goed dus het was helaas niet bruikbaar! Achteraf misschien een iets te luxe keuze voor één nachtje. Het ontbijt was ook niet bijzonder.
Prijs: 85 EUR per nacht inclusief ontbijt
Sarande
Hotel Lindi ligt in het centrum van de stad, vlakbij waar de bussen vertrekken. De kamers bevinden zich boven een café-restaurant. Mijn kamer 22 is geweldig ruim, met ook nog eens een balkon met zitje. Het internet is snel, en uitgebreid ontbijt (gebakken ei, schapenkaas, meloen) is inbegrepen. Eigenaar en personeel spreekt geen Engels maar is zeer vriendelijk. De Nederlandse reisorganisatie Djoser was er volgens een achtergelaten sticker ook al eens.. (gelukkig niet tegelijk met mij).
Prijs: 22,65 EUR per nacht inclusief ontbijt
Gjirokaster
Kotoni Bed & Breakfast ligt helemaal bovenin de oude stad, een hele klim. Het is een traditioneel huis, en ik heb een gezellig kamertje met een laag houten plafond én uitzicht op het kasteel. Erg vriendelijke eigenaren, ik werd er verwelkomd met Turkse koffie en cake. Leuke ontbijtruimte voor een ‘droog’ ontbijt zonder tomaten / fruit. Helaas moeizaam internet.
Prijs: 25 EUR per nacht inclusief ontbijt
Berat
Hotel Belgrad Mangalem ligt in de wijk met traditionele huizen, Mangalem. Ligging is dus prima, en supervriendelijke eigenaren (kreeg zelfs bij vertrek nog appel, banaan en flesje water voor onderweg mee). Het ontbijt is overdadig, ze bleven maar gerechten brengen. Helaas sliep ik hier niet zo goed: een erg hard bed en gebrek aan gordijnen waren de boosdoeners. Ook was het er iets te druk naar mijn smaak (ik moest samen ontbijten met een groep van 20 Duitsers).
Prijs: 25 EUR per nacht inclusief ontbijt
Tirana
Hotel Patricia ligt aan een achterafstraatje, maar toch op slechts 5 minuten lopen van het centrale Skanderberg plein. Het heeft geen naambordje (handig voor een hotel!), dus moest ik het voor de deur nog aan iemand vragen. Moderne, frisse kamer met supersnel internet en satelliet TV. Eigenaar spreekt vloeiend Duits. Er zit ook een Italiaans restaurant bij, en het ontbijt was ook in die stijl (cappuccino en zoete broodjes).
Prijs: 50 EUR per nacht inclusief ontbijt
Ohrid
Vila Kale is een pension in de “bovenstad” van Ohrid. Dat maakt het heerlijk stil hier ’s ochtends. Maar je moet wel ook elke keer veel trappen lopen om weer thuis te komen. Ik had een ruime kamer met ideaal balkonnetje. Internet was er vaak traag, en ik vond de eigenaresse iets te opdringerig (hoewel ze het vast goed bedoelde). Ook het ontbijt vond ik niet zo goed.
Prijs: 55 EUR per nacht inclusief ontbijt
Pristina
Hotel Prima is een kleinschalig familiehotel met 10 kamers. Het ligt in een volksbuurt iets ten noorden van het centrum. Dichtbij de stadsbussen en tegenover een bakker en een supermarkt met ruim aanbod. Ik had er een kamer met drie bedden en een balkon. Zeer snel internet en satelliet TV. Ook het ontbijt is Prima: verse broodjes met allerlei soorten beleg, yoghurt en natuurlijk die sterke Kosovaarse koffie.
Prijs: 35 EUR per nacht inclusief ontbijt
Skopje
Het Rose Diplomatique is een wat tuttig, pensionachtig hotel in een woonwijk van Skopje. Voordeel van de ligging is dat het er heerlijk stil is, en ik van het balkon met uitzicht op de tuin kon genieten. Het was wel elke keer 15 minuten lopen naar het centrum voor de bezienswaardigheden en restaurants. Personeel wat stijfjes, ontbijt de ene dag beter dan de andere. Wel steeds verse aardbeien en kersen. Goed internet en satelliet TV met vooral heel veel Duitse TV-zenders.
Prijs: 55 EUR per nacht inclusief ontbijt
Eten
Het eten was over het algemeen prima, met Albanië als de meest positieve uitschieter.
Ontbijt
In alle hotels/pensions waar ik heb overnacht maakten ze heel wat werk van het ontbijt: fruit, zelfgemaakte pasteitjes, verse koffie. De combinatie van tomaat, komkommer en schapenkaas vind ik sowieso al prima. Alleen het brood is in deze streken niet zo geweldig – dan staat er een lekker ontbijtbuffet en dan hebben ze alleen witbrood waar je toast van kunt maken…

Ontbijt in Gjirokaster, met het typisch Albanese witbrood
Lunch
Meestal at ik tijdens de lunch op een terrasje. Ik probeer altijd graag de lokale specialiteiten uit. In Gjirokaster at ik Qifqi, een soort rijstballetjes met ei en munt. Stevig voedsel om mee te nemen als je schapen aan het hoeden bent. Zoals overal in het voormalig Ottomaanse rijk en het huidige Midden-Oosten is kebab het meest gangbare voedsel, het gegrilde lamsvlees met uien en een broodje kost maar een euro of 2.

Qifqi
Diner
Soms haalde ik wat broodjes en yoghurt bij de supermarkt, supermarkten die trouwens in al deze landen opvallend goed in hun aanbod zitten. En op andere dagen ging ik nog maar eens naar een restaurant. Het duurste (15 EUR) diner van de reis was een Thaise maaltijd in Pristina, de meest internationaal georiënteerde van de drie hoofdsteden.

En anders maar weer gewoon kebab
Kosten
Dit was mijn goedkoopste reis van de afgelopen jaren. In Albanië gaf ik maar 48 EUR per dag uit, in Kosovo 55. Daarmee zijn beide landen goedkoper dan mijn voordeligste bestemming tot nu toe, Cuba. Het is in beide landen geen enkel probleem om een prima hotel te krijgen tussen de 20 en 35 EUR, en ook het vervoer en het eten zijn spotgoedkoop.

200 Albanese Lek, zo’n 1,40 EUR
Macedonië was een stukje duurder. Misschien omdat het vooral in Ohrid toeristischer is. Ook in Skopje verschilden de prijzen nogal tussen de populaire terrassen en de restaurantjes in een buitenwijk. Voor Macedonië kwam ik uit op 81 EUR, dit is inclusief 40 EUR voor mijn dagtocht per taxi naar Kokino en 20 EUR voor de taxi naar het vliegveld.
















































Leave a comment