In Spa
Het is lang geleden dat ik deze kant op ben gereden, de lange weg door Brabant en Limburg richting Maastricht. Voor Aken moet je hierlangs, en voor Luxemburg. Mijn bestemming voor dit weekend is echter het plaatsje Spa in de Ardennen. Dit oude kuuroord is bezig om met een groep andere historische kuuroorden in o.a. Tsjechië en Duitsland een gezamenlijke werelderfgoednominatie voor elkaar te krijgen. Veel eerder dan 2017 zal dat niet lukken, maar je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn.
Het mag dan niet meer zo heet zijn als 2 weken geleden toen ik in Corvey was, maar ook dit weekend is het prachtig herfstweer met veel zon.
Ik weet niet zo goed wat ik van Spa moet verwachten. Veel vergane glorie, zo las ik vooraf. En zouden er tegenwoordig ook nog toeristen komen? Nou, dat laatste is zeker het geval. Als ik het plaatsje binnenrijd staan de auto’s al aan de kanten van de weg geparkeerd. Ik moet eerst een rondje rijden om een plekje op een (overig gratis) parkeerterrein te bemachtigen in het centrum. Het ziet er druk maar ook gezellig uit.
Met zo’n 10.000 inwoners is Spa niet heel groot, en de bezienswaardigheden zijn prima te voet te doen. In het hartje van de stad staat het grote casino, dat voor de kuurgasten werd gebouwd en nog steeds als goktent in gebruik is. Het is het oudste casino ter wereld, uit 1763.
Het Casino, met op de achtergrond de grote kerk
Ik laat het gokken aan me voorbij gaan, en ga om de hoek naar binnen in één van de andere markante gebouwen van het centrum: dat van de Peter de Grote bron. Hier zit ook de toeristeninfo. Voor 1 EUR mag je de hal in waar het bronwater omhoog borrelt. Én je mag een bekertje van het kostbare water drinken. Deze bron is vernoemd naar Peter de Grote, de Russische tsaar die in de 18e eeuw naar Spa kwam voor een kuurtje.
Behalve met sierlijke gebouwen uit de 19e en begin 20e eeuw, staat Spa ook vol met oorlogsmonumenten. Zowel ter nagedachtenis aan de Eerste als aan de Tweede Wereldoorlog. Op 11 november herdenken de Belgen “Wapenstilstandsdag” – de dag waarop in 1918 voor hen de Eerste Wereldoorlog eindigde. Dat is dus a.s. dinsdag, vandaar dat zovelen er een lang weekend van maken hier in de Ardennen. De meeste toeristen zijn inderdaad Belgen (zo’n 90%), maar je ziet ook wel Nederlandse en Duitse kentekens.
Monument voor de Eerste Wereldoorlog
Wat verder van het centrum, maar nog steeds niet meer dan 10 minuten lopen, ligt het gemeentemuseum van Spa (Musée de la Ville d’eaux). Dit bevindt zich in de oude koninklijke villa van koningin Marie-Henriëtte van Oostenrijk. Het is een wit stadspaleisje, waar nu twee musea in zijn gevestigd. Voor 4 EUR entree mag ik beide tentoonstellingen zien, én “het museum van het paard” in de bijbehorende stallen….
Het lijkt wel of ze zelden bezoekers krijgen, want de dame achter de receptie begint me toch een uitleg (in het Frans). Terwijl je zowel boven als beneden gewoon 4 kamers moet doorlopen. Ik krijg wel een gidsje mee in het Nederlands met uitleg over wat er allemaal te zien is. Op de eerste etage (waar de landschapsschilderijen hangen), herhaalt dit ritueel zich met een andere dame die ook eerst van alles vertelt voordat ze me het boekje geeft en me vrij laat rondlopen. Misschien zijn het wel zwaar opgeleide kunsthistorici die hier hun tijd zitten te verdoen achter een kassa.
De benedenverdieping van het museum is het meest interessant: daar zijn houten handwerkjes uit de regio tentoongesteld, de ‘Jolités’ of ‘Hout van Spa’. Ze werden als vroege souvenirs aan toeristen verkocht: doosjes, mini-kegelspelletjes, wandelstokken. Er zitten ook een paar ivoren voorwerpen tussen. Het opvallendst is een soort klokje waarmee de kuurgast kon bijhouden hoeveel glazen bronwater hij per dag gedronken had!
Op de terugweg richting mijn auto geniet ik nog van de diverse Art Nouveau-huizen die hier staan. Over het algemeen staat de stad beter in de verf dan ik vooraf gedacht had. Een paar gebouwen staan leeg en laten tekenen van verval zien: dat is helaas met name het geval met het oude badhuis. Daar moeten ze nog wel wat aan doen voordat ze voor werelderfgoed gaan. Voor het overige is Spa op een zonnige zaterdagmiddag een aangename plek om een paar uurtjes door te brengen.
Eén van de vele gebouwen in Art Nouveau stijl
Om Spa
Na een heerlijk stille nacht in de Herberg Chatoiment en een authentiek Hollands zondags ontbijt aldaar, maak ik me op voor mijn tweede dag in Spa. Gisteren heb ik het plaatsje bekeken, vandaag wil ik een wandeling in de omgeving gaan doen. Voor de kuurgasten waren ook vroeger al wandelpaden en promenades aangelegd, en die zijn er nog steeds.
Ik laat mijn auto bij de herberg staan, en loop vanaf daar de heuvel op naar de moderne Thermen. Het wandelpad is bezaaid met gevallen bladeren. Met alweer een zonnetje erbij staat het prachtig. Het loopt alleen wat ongelukkig omdat je niet kunt zien wat eronder ligt (dat zijn nogal eens boomstronken of grote stenen).
De Thermen, het moderne badcomplex van de stad Spa, liggen verstopt in een onooglijk 21e eeuws gebouw dat helemaal niet bij deze omgeving past. Het is er druk genoeg met mensen die hun zondag badderend willen gaan doorbrengen.
Vanaf hier starten diverse wandelroutes. Ik vind de gele, groene en blauwe pijlen al snel. Er is alleen een probleem: nergens staat aangegeven waar de pijlen naartoe wijzen, en hoe lang de routes zijn. Blijkbaar willen ze dat goed geheim houden zodat ze wandelgidsjes kunnen blijven verkopen. Op goed geluk loop ik dan maar een stuk van de blauwe route af.
De blauwe pijlen blijken me steeds verder van Spa weg te leiden, en dat wil ik eigenlijk niet. Dus na een half uurtje in een overigens mooi bos keer ik maar weer om. Bij de start van het pad heb ik een glimp opgevangen van de begraafplaats van Spa. Deze had ik vooraf als een van de bezienswaardigheden van de stad aangemerkt, iets wat ik daarna weer spontaan weer vergeten was.
Het bijzondere van deze begraafplaats is dat hij heel steil tegen een heuvel aangelegd is. De meeste grafmonumenten zijn donkergrijs, wat mooi afsteekt tegen het herfstgeel van de omringende bossen. Het is een groot terrein waar je lekker wat rond kunt zwerven. Ik tref er nog een groep wandelaars die al even verrukt zijn over deze vondst als ikzelf.
Vanaf de begraafplaats loop ik via een bospad naar beneden, Spa in. Elke zondagochtend wordt hier in het Parc de Sept-Heures onder de Galerij Léopold II een rommelmarkt gehouden. De galerij staat ook nu vol met kraampjes, en er zijn ook al flink wat bezoekers. Ik loop er ook even overheen, maar keer al snel weer om. Het is echt rommel – oude Playmobil en zo, glazen, boeken waar niemand meer een cent voor geeft.
Terug naar de natuur dan maar. Vlakbij de Galerij ligt een lift waarmee je weer omhoog naar het bos rondom de Thermen komt. Een ritje kost 1,5 EUR, en daarvoor blijk je de lift zelf te moeten bedienen. De volledig doorzichtige cabine wordt door een kabel de steile heuvel opgetrokken. Hij eindigt in het gebouw van de Thermen, waar de zwembadgeur je tegemoet komt. Ik loop snel weer naar buiten, en ga hetzelfde bospad weer af waarlangs ik gekomen ben. Bij gebrek aan echt interessante wandelingen laat ik het hier maar bij, en stap weer in de auto huiswaarts.











Leave a comment