- Route West-Canada 2014
- Naar Calgary
- #548: Dinosaur Provincial Park
- Road Trip door Zuid-Alberta
- #549: Head-Smashed-In Buffalo Jump
- Wandeling Bertha Lake
- Beer geschoten!
- #550: Waterton Glacier
- Een dag in Banff
- Wandeling naar Stanley Glacier
- Icefields Parkway
- Beestjes kijken in de Maligne Valley en Hinton
- Ingesneeuwd in Jasper … of toch niet?
- #551: Canadese Rocky Mountains
- Een saaie dag
- Edmonton
- Terugblik West-Canada 2014
Route West-Canada 2014
Over een kleine 3 weken vertrek ik naar het westen van Canada. Daar ga ik vanaf Calgary een tour maken per huurauto. Veel tijd voor natuur (ik wil beren zien!) en 4 werelderfgoederen. Nu ook maar hopen dat het weer mee zit.
Het van dag-tot-dag programma ziet er als volgt uit:
| Datum | Programma | Verblijf |
| 30 augustus | Vlucht naar Calgary met KLM: 12.30-13.30 uur (9 uur vliegen, KL0677). Aankomst om half 2 lokale tijd, auto ophalen en wat boodschappen doen in Calgary. | Country Inn & Suites, Calgary |
| 31 augustus | Vroeg op pad naar Dinosaur Provincial Park (WE1), 2,5 uur rijden. Hier om 9.30 uur een rondleiding geboekt met een gids. Makkelijke wandeling van een kleine 3 uur gaat naar de vindplaats van dinosaurusbotten. Daarna verder rondkijken in het park zelf, dat ligt in een sterk geërodeerd semi-woestijnlandschap. Aan het eind van de middag in een uurtje doorrijden naar mijn overnachtingsplaats Brooks. | Heritage Inn & Suites, Brooks |
| 1 september | Naar Writing-on-Stone Provincial Park (mogelijk toekomstige werelderfgoed), een landschap vol rotstekeningen dat heilig is voor de lokale Blackfoot Indianen. ’s Middags doorrijden naar Lethbridge (1,5 uur), met een stop in het historische plaatsje Stirling. Dit werd in 1899 gesticht door een Mormoonse gemeenschap. | Hampton Inn & Suites, Lethbridge |
| 2 september | ’s Ochtends in een uurtje naar Head-Smashed-in-Buffalo Jump (WE2): een rotsformatie, die door Noord-Amerikaanse indianen van oudsher werd gebruikt tijdens de bizonjacht. Daarna in 1,5 uur doorrijden naar Waterton Nationaal Park (WE3). Daar bij de ingang de Bison Paddock bezoeken, een stukje prairie met (levende) bizons. | Waterton Glacier Suites, Waterton |
| 3 september | Wandeling van 4 uur naar Bertha Lake, een rondwandeling van 11km om een meer. | Waterton Glacier Suites, Waterton |
| 4 september | Cruise van 2 uur over het Watertonmeer. De boot legt ook even aan bij de Amerikaanse kant, waar je een half uurtje mag rondkijken. Aan het begin van de avond autorit over de Red Rock Parkway, op zoek naar grizzly beren. | Waterton Glacier Suites, Waterton |
| 5 september | Rit van Waterton naar Canmore, zo’n 4 uur rijden. Na aankomst nog in een uurtje de Grassi Trail wandelen, even buiten de stad. | Falcon Crest Lodge, Canmore |
| 6 september | Mogelijk de Mount Assiniboine Glacier Tour, een helicoptertour naar één van de meest kenmerkende bergen van de Canadese Rocky Mountains (WE4). Verder nog naar de stad Banff, met het regionaal museum en de panoramaroute Tunnel Mountain Drive. | Falcon Crest Lodge, Canmore |
| 7 september | Wandeling Iceline Trail nabij Fields: 14km/4 uur. | Falcon Crest Lodge, Canmore |
| 8 september | Lange maar mooie rit van 312km over de Icefield Parkway van Canmore naar Jasper Nationaal Park. Onderweg veel mogelijkheden tot stops, bij meren, gletsjers en watervallen zoals Lake Louise, Peyto Lake en Columbia Icefield. | Wyndswept Bed & Breakfast, Folding (Jasper) |
| 9 september | Wandeling naar Cavell Meadows (ca. 4,5 uur), over de resten van een gletsjer en een alpenweide. | Wyndswept Bed & Breakfast, Folding (Jasper) |
| 10 september | Autotocht met stops vanuit de lodge: Maligne Canyon, Maligne Lake met Spirit Island en Meitte Hot Springs. Onderweg veel gelegenheid om wilde dieren te spotten. | Wyndswept Bed & Breakfast, Folding (Jasper) |
| 11 september | Nog tijd in Jasper National Park, om bijvoorbeeld de Valley of Five Lakes-wandeling te doen (2 uur). In de middag doorrijden naar Edmonton, ca. 3 uur. Onderweg stop bij de Beaver Boardwalk in Hinton, een 1,5 km lang pad langs een actieve beverdam. | Four Points by Sheraton Edmonton Gateway, Edmonton |
| 12 september | Bezoek aan Elk Island National Park, zo’n 40 minuten buiten de stad. Vanuit de auto of via wandelpad goede kans om bosbisons en wapiti-herten te zien. Later op de dag rondkijken in de stad Edmonton, bijvoorbeeld het Royal Alberta Museum en de West Edmonton Mall. | Four Points by Sheraton Edmonton Gateway, Edmonton |
| 13 september | Terugrijden van Edmonton naar Calgary, 2u45min. Terugvlucht 15.20-8.15 uur met KL0678. | Vliegtuig |
| 14 september | Aankomst op Schiphol om 8.15 uur in de ochtend. | Thuis |
Naar Calgary
KL677 naar Calgary op Schiphol-gate E2, 11.41 uur: Ik ben zo blij dat ik alleen met handbagage reis, en dit keer ook een Business Class upgrade gekocht heb. Het is heel druk op Schiphol, terwijl de schoolvakanties toch voorbij zijn. Lachend loop ik alle rijen voorbij, en schuif met een nieuw boek op mijn Kindle op stoel 7J in dit KLM-toestel. De vlucht duurt 8,5 uur en we krijgen twee keer uitgebreid en goed te eten. Om me heen zitten profwielrenners van de ORICA GreenEDGE-ploeg, met wat bekende gezichten maar namen ken ik niet. Ze gaan de ‘Ronde van Alberta’ rijden de komende week.
Supermarkt Safeway Calgary, 15.31/23.31 uur: Het aanvliegen op Calgary is prachtig: een plukje wolkenkrabbers ergens in het niets. Eenmaal op Canadese bodem loopt ook alles op rolletjes. Het wordt al snel duidelijk: Canada is niet de Verenigde Staten. De grenscontrole ben je zo door. Ik pin Canadese dollars, en daar zie ik zowaar het hoofd van de Britse koningin Elizabeth op terug. Ik haal mijn huurautootje op (een Mitsubishi Mirage), en rijd op mijn gemak naar het hotel en later naar deze grote Safeway-supermarkt om drinken en snacks voor de komende dagen in te slaan. Het is inmiddels 12 uur ’s nachts Nederlandse tijd, maar hier nog maar midden op de middag. Gek genoeg voel ik de vermoeidheid (nog) helemaal niet.
#548: Dinosaur Provincial Park
Wat is het?
Het Dinosaur Provincial Park is bekend om zijn landschap van “badlands” en als vindplaats van dinosaurusfossielen. De uit klei en zand bestaande ondergrond heeft door erosie van wind en water bijzondere vormen aangenomen. Deze bodem is ook uitermate geschikt om resten van dinosaurussen te vinden, die aan de oppervlakte zijn komen te liggen. 40 verschillende soorten zijn hier gevonden, en 150 complete skeletten.
Cijfer: 7,5 (Het grillige landschap is hier het mooiste. Voor de dinosaurussen, die hier leefden toen het nog een tropisch regenwoud was, moet je wel een groot voorstellingsvermogen hebben. Dit werelderfgoed lijkt erg op Ischigualasto / Talampaya in Argentinië, waar ik in 2008 was.)
Toegang: De entree tot het park is gratis. Wel moet je betalen voor het bezoekerscentrum (2,20 EUR) en een tour zoals ik die maakte (10 EUR).
Hoeveel tijd: Bij goed weer kun je je er wel twee dagen vermaken. Er is een kampeerterrein bij, er zijn diverse wandelpaden en ook een keuze aan tours. Ikzelf was er een halve dag, dat was voor mij genoeg.
Opvallend: Deze ochtend zit ik al om 6 uur in de auto. Geen probleem als je nog het tijdsverschil van 8 uur met Nederland probeert te overwinnen. Ik was midden in de nacht al klaarwakker. Dit vertrekpunt geeft me mooi de gelegenheid om de tour van half 10 in het Dinosaur Provincial Park te halen. Het park ligt 2,5 uur rijden ten oosten van Calgary. Grotendeels gaat dit over een snelweg. Veel verkeer is er zo vroeg niet. Het landschap lijkt wel op een uitvergrote versie van Nederland of Denemarken: vlak, veel weilanden en akkers.
Mijn Garmin (de Noord-Amerikaanse TomTom) brengt me keurig naar de ingang van het park. Ik ben er al vóór half 9. Eerst maar eens kijken bij het uitkijkpunt. Je hebt hier van bovenaf zicht op de kloof die door de erosie is uitgesneden (zie grote foto boven). Een prachtig uitzicht. De lucht is strakblauw, maar het is koud buiten. Ik trek toch maar een jack aan over mijn poloshirt.
Iets verderop ligt het bezoekerscentrum. Daar moet ik me melden voor de wandeling. Ik heb al maanden geleden geboekt voor de ‘Centrosaurus Quarry Hike’, een tour met gids door het beschermde deel van het park. De receptie heeft slecht nieuws: de oorspronkelijke route is onbegaanbaar glad doordat het afgelopen nacht geregend heeft. Ik kan kiezen tussen geld terug of meegaan met een alternatieve tour. Natuurlijk kies ik voor het laatste – ik ben niet helemaal hierheen gekomen om direct rechtsomkeert te maken.
Om half 10 stappen we met een man of 20 en onze gids Jeff in een busje dat ons naar een uithoek van het park brengt. Daar beginnen we aan onze wandeling. Het gaat over smalle paadjes en door het struikgewas. Daarbij maken we heel wat muggen wakker – gelukkig heb ik lange mouwen en een lange broek aan. Er zitten ook een stuk of 6 kleine kinderen in de groep, en de gids betrekt hen bij zijn uitleg over de erosie en de fossielen. Daardoor wordt het wel een gesimplificeerd verhaal. Misschien moeten ze maar gewoon wandelingen gaan doen alleen voor volwassenen. Alhoewel, de kennis over dinosaurussen is volgens Jeff de gids het grootst bij kinderen van een jaar of 6.
Aan het eind van de tocht mogen we toch nog een stuk van het gebaande pad af, en de beschermde zone in. Hier mag je niks oprapen of meenemen noch de heuvels beklimmen, het ligt namelijk vol met fossiele dinosaurusresten. Het zijn allemaal hele kleine stukjes, botten vooral en hier en daar een tand. Er wordt hier nog maar beperkt uitgegraven: alle musea in de wereld hebben inmiddels wel een compleet dinosaurusskelet staan. Alleen complete koppen of eieren zijn nog de moeite van het bestuderen waard.
Road Trip door Zuid-Alberta
Vanaf mijn overnachtingsplaats Brooks in het midden van de provincie Alberta rijd ik ’s ochtends na het ontbijt zuidwaarts. Het doel voor vandaag is het Writing-on-Stone Provincial Park. Daarvoor moet ik 180 kilometer over de Veterans Memorial Highway rijden. Het is hier zo mogelijk nog stiller dan op de weg gisteren van Calgary naar Dinosaur Park. Het is Labor Day, Dag van de Arbeid, en iedereen heeft vrij. Ik verplaats me over één lange, vlakke weg met niets dan weilanden en grote boerenbedrijven aan weerszijden.
In die weides zie je af en toe ook ja-knikkers staan. Olie is de belangrijkste inkomstenbron van Alberta, maar wat ik hier langs de kant van de weg zie is allemaal heel kleinschalig. De oliewinning heeft een gunstig effect op de benzineprijzen: ik tank hier voor het eerst, en betaal 85 cent per liter.
Ik “hoef” pas om twee uur in het park te zijn – voor dat tijdstip heb ik een tour met gids geboekt. Dus ik heb tijd om onderweg nog wat te bekijken. Ik heb me voorbereid voor het plaatsje Stirling: dit hele dorp staat op de Canadese monumentenlijst. Het is het best bewaard gebleven voorbeeld van een Mormoons boerendorp. Ik heb zelfs een wandelroute geprint die me langs de mooiste gebouwen van Stirling voert.
Stirling vinden is niet zo moeilijk, maar een knus historisch dorp is het zeker niet. Het is bijna een surrealistische ervaring: net als in Australië of de Verenigde Staten hebben de plaatsen geen centrum, geen ziel. Een deel van de wegen in Stirling is zelfs nog onverhard, het lijkt wel of de pioniers hier gisteren zijn neergestreken. De wandelroute laat ik snel voor wat het is. Hier in Noord-Amerika loopt niemand op straat, iedereen neemt de auto. Ik rijd dus maar stapvoets twee rondjes langs de route. Er is vrijwel niemand op straat, en ik hoop dat ik geen argwaan wek.
Alleen bij een informatiekiosk stap ik even uit, daar staan informatieborden over de geschiedenis van het dorp. In 1912 is het gesticht door een samenwerkingsverband van de Canadese spoorwegen die het westen van het land wilden ontginnen, en de Mormoonse kerk. Vrome leden van deze kerk werden “geroepen” om zich hier te vestigen. Ze werkten aan de aanleg van de spoorweg en een kanaal. Later kregen ze grond en werden ze boeren. De huidige bewoners van Stirling zijn nog steeds Mormonen, en het meest prominente gebouw waar ik langsrijd is dan ook hun kerk.
Ik had een uur gepland voor Stirling, maar na een minuut of 10 heb ik alles wel gezien en draai ik weer de snelweg op richting het zuiden. Volgende stop is Milk River, het laatste stadje vóór Writing-on-Stone Provincial Park. In Milk River is een bezoekerscentrum waar niks te zien blijkt te zijn. Wat wel mijn aandacht trekt zijn drie imposante hoge graansilo’s langs de kant van de weg.
Nog een half uur verder, bijna tegen de grens met de Verenigde Staten aan, ligt het Writing-on-Stone Provincial Park. Het ligt zo afgelegen dat het niet veel bezocht wordt, maar op het parkeerterrein staan toch wel zo’n 20 auto’s. Dit is de laatste dag van de zomervakantie, misschien dat het daardoor komt. Ik ben er al om 12 uur. Er is geen horecavoorziening op het terrein, dus ik lunch uit de voorraad in de kofferbak van mijn auto (brood met honing, bananen). Ik vind een lekker plekje om te picknicken, midden tussen de dichte groep hoodoos.
Het landschap hier lijkt op dat van Dinosaur Provincial Park waar ik gisteren was, maar hier is het droger. De zandsteen is hier nog meer uitgesleten, zodat je een heel bos van hoodoos (zandstenen piramides of ‘paddenstoelen’) krijgt. Eigenlijk vind ik het hier mooier. Je kunt er ook lekker zelf rondlopen, er valt veel te ontdekken.
Om twee uur ga ik met 4 anderen met gids Abby op weg voor de tour door het park. Gelukkig zijn er vandaag geen kleine kinderen bij, en mogen we wel de beschermde zone in. Zowel de gids als de chauffeur van de bus zijn van een lokale Blackfoot indianenstam. Het gebied dat we bezoeken was heilig voor hun voorvaderen. Ze gebruikten het voor religieuze rituelen en begrafenissen. Én ze krasten er rotstekeningen in de zandstenen kliffen. Die tekeningen, die tot 5000 jaar terug gaan, zijn het onderwerp van onze tour.
We lopen een stuk langs de rotswand. De gids heeft hier gisteren met een groep nog een ontmoeting met een ratelslang gehad. Die zou ik ook wel eens willen zien, maar het blijft rustig vandaag. Bij de duidelijkste rotstekeningen zijn bankjes geplaatst en vertelt Abby over hun geschiedenis en de betekenis voor de Blackfoot. Erg interessant allemaal, en net als het landschap vind ik ook de tour beter dan die van gisteren. We zien afbeeldingen van bisons, otters, strijders met grote schilden, geesten. Tussendoor staat ook veel historische graffitti – van bezoekers van het eind van de 19e eeuw tot aan de jaren 70, voordat het park goed beschermd werd.
#549: Head-Smashed-In Buffalo Jump
Wat is het?
Een ‘Buffalo Jump’ werd door de Indianen van de prairie gebruikt om bizons te jagen. Eén keer per jaar, in de herfst, bundelde de lokale gemeenschap de krachten en joeg een kudde bizons op over de vlakte. De beesten raakten zo in paniek dat ze van de rotswand afvielen, en onderaan dood of zwaargewond neerkwamen. Zo hadden de Indianen genoeg vlees om de winter door te komen. De ‘Head-Smashed-In Buffalo Jump’ is het klif waar de meeste en oudste bizonresten en archeologische vondsten zijn gedaan. Hij is tot ca. 1850 in gebruik geweest. Door de komst van paarden en geweren werd deze omslachtige manier van jagen overbodig.
Cijfer: 7 (Het is een unieke traditie die je niet elders op de wereld vindt. Het verhaal wordt verteld in een museum dat tegen de rotswand is opgebouwd. Er is een video te zien hoe de jacht in zijn werk ging, en er zijn opgegraven botten en speerpunten te zien. Verder is het gewoon een klif, waar zonder het verhaal in je gedachten weinig bijzonders aan is. Ook viel me op dat er in het museum maar weinig origineels ten toon wordt gesteld – het zijn bijna allemaal replica’s)
Toegang: De entree kost 11 Canadese dollar (zo’n 8 EUR). Het was er redelijk druk met oudere Canadese bezoekers. Een stel dat hoorde dat ik uit Nederland kwam, stapte op me af met de vraag of ik Maastricht kende. Daar kwam namelijk hun held André Rieu vandaan!
Hoeveel tijd: Ik was er van 10 tot half 1, en heb in die tijd het museum bekeken, de beide wandelpaden afgelopen en een bizonburger in de cafetaria gegeten. Dan heb je alles zo’n beetje wel gedaan wat er te zien en te doen is hier.
Opvallend: Er is een wandelpad aangelegd onderaan de rots, in het gebied waar de bizons ter aarde stortten. Er staat een bord bij dat je geluid moet maken tijdens het wandelen, omdat er wilde dieren kunnen voorkomen. Gelukkig zijn er wel meer mensen op het pad, dus eventueel wild is al geschrokken voordat ik langskom. Het is een leuke wandeling van zo’n 3 kwartier tussen het prairiegras. De botten van de bizons liggen weer diep onder de grond, daar is niks van te zien. Je kunt hier wel mooi ver over de omringende vlaktes kijken.
Wandeling Bertha Lake
Het weer is vannacht helemaal omgeslagen: van gestage regen naar stralende zon en heldere lucht. Ik kan dan ook bijna niet wachten om aan mijn geplande wandeling te beginnen. Hoewel het nog wat frisjes buiten is, ga ik om kwart voor 9 op pad. Ik laat de auto staan vandaag, en ga te voet door het dorp Waterton naar het beginpunt van het wandelpad. Onderweg kom ik al meteen weer ‘nieuw’ wild tegen: muildierherten. Die leven hier lekker in het dorp en doen zich te goed aan de gazons van camping en brandweer. Ze heten muildierherten omdat ze net zulke spitse oren hebben als muildieren en ezels.
De wandeling naar Bertha Lake is een populaire route. Hij bestaat uit twee delen: een relatief gemakkelijk stuk van 2,9 kilometer naar de Bertha watervallen, en daarna – voor wie nog zin heeft verder te lopen – de steile klim naar het gletsjermeer Bertha Lake. Dan komt er nog eens 2,8 kilometer bij. Ik ga voor de lange route en heb zo heen en terug dus 11,4 kilometer voor de boeg.
Het is zo vroeg in de ochtend nog stil op het pad. Op het parkeerterrein stond ook maar één auto. Ik hoef niet naar de juiste route te zoeken: er is maar één smal paadje dat de berg opslingert. Bij het informatiebord onderaan stonden weer de gebruikelijke waarschuwingen voor beren. Het eerste stuk loop ik dan ook wat gespannen turend rond. Ik heb gisteren een bus bear spray gekocht, dat is een spuitbus die je in het gezicht van de beer kunt spuiten als-ie wat al te dichtbij komt. Deze zit binnen handbereik aan de buitenkant van mijn rugzak. Na een tijdje lopen overtuig ik mezelf echter dat ik geen gelukkige berenspotter ben, en dat het wel heel onwaarschijnlijk is dat je er eentje op het wandelpad treft. Diverse ritten in de schemering de afgelopen dagen langs de juiste wegen in Waterton Lakes National Park hebben mij nog steeds geen blik op een beer opgeleverd. Ook een paar jaar geleden, in de Great Smokey Mountains in de Verenigde Staten, bleef ik beerloos.
Na een klein uurtje arriveer ik bij de waterval. Hier staat een bankje waar ik even ga zitten en een mueslireep opeet. Verder is er niet veel te beleven. Ik loop dan ook al weer snel door, de houten brug over. Hier start de klim naar Bertha Lake. En het is inderdaad klimmen vanaf het eerste moment. Het pad bestaat uit een eindeloze hoeveelheid haarspeldbochten, alles om 350 meter hoogte te overbruggen.
Ik sta geloof ik wel in iedere bocht even stil om op adem te komen. Gelukkig zit het weer mee vandaag: ik loop in een T-shirt met lange mouwen, en dat is prima te doen. Grote delen van het pad liggen ook in de zon die stevig schijnt.
Deed ik de eerste helft van de route in minder dan een uur, de andere helft kost me anderhalf uur. Tegen het eind word ik nog ingehaald door een gezin met een dochter, waarvan de vader in vol tempo voorop loopt. Ik doe het wat rustiger aan, maar bereik toch ook mijn doel. Opeens is het meer daar: er is een uitkijkpunt waar je het kunt overzien. Het is veel groter dan ik gedacht had. En prachtig blauw! Echt een plaatje, met de naaldbossen eromheen.
Ik strijk neer op een kiezelstrandje aan het meer om mijn meegebrachte lunch op te eten. Het gezin dat me voorbij was gelopen zit er ook, en we wisselen wat ervaringen uit. Ik blijk niet de enige te zijn die moeite heeft om beren te vinden: zij waren hier vorig jaar ook en toen was het veel gemakkelijker. Dit jaar hebben ze er alleen eergisteravond eentje gezien vanaf grote afstand – alleen met een verrekijker was-ie te zien. Ze zeggen dat de beren zich verplaatst hebben naar lager gelegen gebied, en nu eigenlijk meer in de buurt van het dorp voorkomen.
Je kunt helemaal om dit meer heenlopen. Het is 4 kilometer extra, maar het trekt me wel. Ik heb nog tijd genoeg en dit stuk is vast vlak. Er is een smal pad dat meest door de struiken en over een richel loopt. Er is eigenlijk meer te zien dan op het pad omhoog. Je zit hier midden tussen de bloemen en bessen, en je kunt wat wijdser om je heen kijken. Maar wat is dat meer groot! Het is toch nog een flink eind wandelen om aan de andere kant te komen, en dan moet je aan de overkant weer terug. Op een strandje kom ik nog een paar vissers tegen – er is hier lang geleden forel uitgezet. Verder zit er niet veel leven in dit gletsjermeer. Er zwemt alleen een stel eenden.
Zonder kleerscheuren kom ik weer uit bij waar ik begonnen ben, en loop dezelfde route terug naar Waterton. Het gaat vrijwel constant naar beneden, en het gaat dus ook allemaal een stuk sneller dan vanochtend. Ik heb wat meer oog voor de mooie bergen in de omgeving. Ook de meren van Waterton zelf kun je vanaf hier goed zien. Ik zie de rondvaartboot varen, je hoort zelfs de luidsprekers die het commentaar van een gids weergeven.
Op het laatste stuk, van Bertha Falls naar het dorp, wordt het opeens een stuk drukker op het pad. Ik kom zeker wel een stuk of 20 wandelaars tegen. De meesten zien er qua uitrusting wat minder voorbereid uit dan ik. Ze lopen vast alleen tot aan de waterval, het lijkt mij te laat om nog helemaal naar boven naar het meer te lopen.
Ikzelf ben blij dat het er op zit – de laatste loodjes door de straten van Waterton zijn zwaar. Ik heb vandaag zo’n 17 kilometer gelopen en ben van kwart voor 9 tot half 4 op pad geweest.
Beer geschoten!
Red Rock Parkway (Waterton), 19.28 uur: Ondanks de inspanningen van vandaag hees ik mijn gepijnigde lichaam in de auto om nog één keer de Red Rock Canyon in te rijden op zoek naar beren. Ik tuf weer met een gangetje van 25 kilometer per uur de 15 kilometer lange weg af. Ik kijk overal, maar weer niks te zien op de heenweg. Het is een komen en gaan op deze weg van langzaamrijdende spotters. Na een minuut of 10 op de weg terug is het raak! Een zwarte beer steekt de weg over zo’n 50 meter voor mij. Ik kan net de camera die naast me op de stoel ligt grijpen om een foto door de autoruit te maken. De beer verdwijnt tussen de struiken, en ik rijd langzaam naar waar ik hem heb zien lopen. Ik vind hem terug scharrelend in een bosje, op zo’n 5 meter afstand. Ik probeer nog wat betere foto’s te maken, maar er zitten te veel takken voor. Desondanks: missie geslaagd! En het geluk deze avond houdt nog niet op: vrijwel aan het eind van de weg staat een auto stil langs de kant. Dat betekent meestal actie, maar ik moet wel even zoeken waarnaar ze kijken. Maar opeens komt er een zwarte beer over het grasland rennen. Hij maakt steeds grote sprongen voorwaarts, een prachtig gezicht. Helaas is-ie te snel voor mijn camera.
#550: Waterton Glacier
Wat is het?
Dit ‘Internationale Vredespark’ is een combinatie van twee nationale parken: Waterton Lakes in Canada en het aangrenzende Glacier in de Verenigde Staten. Het staat bekend om zijn berglandschap, en ligt op de grens waar prairie overgaat naar bergen. De parken zijn rijk aan inheemse flora en fauna: vrijwel alle planten- en diersoorten die voorkwamen toen de eerste Europeanen dit gebied binnentrokken, zijn nu nog aanwezig.
Cijfer: 8 (Ik bezocht alleen de Canadese kant, Waterton Lakes National Park. Het ligt pal tegen de Amerikaanse grens aan, en is lekker compact. De bergen en meren leveren mooie plaatjes op, ik heb genoten van mijn wandeling naar Bertha Lakes en natuurlijk van de ontmoetingen met wilde dieren. In het plaatsje Waterton kun je de auto laten staan – in tegenstelling tot de andere steden die ik tot nu toe in Canada heb aangedaan kun je je hier gemakkelijk te voet verplaatsen. Waterton is wel helemaal gericht op het toerisme, en ik heb er geen goed restaurant kunnen ontdekken.)
Toegang: Met mijn Canada Discovery Pass kon ik gratis naar binnen. Die pas had ik vooraf via internet besteld en geeft toegang tot alle nationale parken en enkele andere bezienswaardigheden in Canada. Hij kost voor één persoon 67 CAN dollar (47 EUR).
Hoeveel tijd: Ik ben 3 dagen in het park geweest, en dat is precies goed. Eén dag is er wel helemaal verregend, maar het park is niet zo groot dat je daardoor heel veel mist. Enkele wegen zoals de Red Rock Parkway en de Akamina Parkway heb ik wel 2 of 3 keer gereden, op berenjacht.
Opvallend: Wilde dieren spotten is hier de voornaamste activiteit. Op de bovengenoemde wegen is het tegen zonsondergang bijna druk met langzaamrijdende auto’s op zoek naar dieren, en dan vooral beren natuurlijk. Op mijn laatste avond hier was ik toch ook uiteindelijk succesvol met twee goede ontmoetingen met zwarte beren.
Op de dag dat ik aankwam, deed ik meteen een rondje over de Bison Paddock Loop. Dit weggetje ligt helemaal vooraan in het park, en brengt je door het gebied waar Amerikaanse bizons zijn geherintroduceerd. Het is net een echte safari, het blijft tot het laatst spannend of je ze wel zult zien. De beesten (het zijn er niet zoveel) bewegen zich vrij door dit gebied. Maar tegen het eind van het rondje kom ik ze toch tegen, ze lopen langs de kant van de weg. Vooral het dikke mannetje is imposant.
Een andere parkweg rijk aan dieren is de Red Rock Parkway. Deze leidt tot Red Rock Canyon, zoals de naam al zegt een kloof met rode rotsen. Fel, donkerrood zelfs, wat gloeit in het avondlicht. Op de parkeerplaats al kom ik groepje tegen waarvan ik denk dat het witstaartherten zijn. Ze hebben namelijk een wit achterwerk, en een bruingrijzige kleur die je veel bij herten ziet. Als ik later de foto’s nog eens terugkijk, en die scherpe hoorntjes op hun koppen zie, denk ik toch eerder aan geiten. Het zullen dan wel sneeuwgeiten zijn, alhoewel die veel witter van kleur zijn.
De beestjes, wat het ook zijn, zorgen voor wat extra goede fotomomenten door de parkeerplaats te verlaten en wat heen en weer te lopen over het rode gesteente. UPDATE 6 SEPTEMBER: ik heb vandaag nog eens een boekje ingekeken, en het blijken vrouwelijke Dikhoornschapen te zijn. De mannetjes hebben van die opvallend gekromde hoorns, die van de vrouwtjes zijn veel korter.
Mijn dierenscore voor Waterton Lakes National Park komt uiteindelijk uit op: zwarte beer (2x), bizon (tiental), wapiti-hert (honderden in het veld bij Hay Barn), muildierhert (een tiental in het centrum van Waterton), dikhoornschaap (ook een stuk of 10) en eekhoorns (ontelbare, in vele soorten en maten).
Een dag in Banff
De dag begint in mijn overnachtingsplaats Canmore, net buiten Banff National Park. Hier begin ik om 8.25 uur aan de korte wandeling naar Grassi Lakes. Mijn auto is de eerste op het parkeerterrein.
Na een minuut of 50 gestaag maar niet al te zwaar klimmen kom ik bij de twee blauwe bergmeertjes die samen Grassi Lakes vormen. Onderweg ben ik nog voorbij gestapt door een oudere dame die het bergop en -af gaan als trimroute gebruikt.
Dit pad ligt te dicht bij de bewoonde wereld om groot wild aan te trekken. Wel zie ik veel actieve eekhoorns: denneappels verzamelend door ze vanaf de boomtop naar beneden te gooien, heen en weer rennend tegen de boomstammen op. Ze hebben me wel in de gaten. Hallo daar!
In het plaatsje Banff (20 minuten verderop) ga ik naar het Whyte Museum. Dit is het eerste echt goede museum dat ik hier in Canada bezoek. Ze hebben er zowel voorwerpen van de eerste blanke ontdekkingsreizigers als de lokale Indianen. Ook stellen ze eigentijdse inheemse kunst ten toon.
De prominente familie Whyte uit Banff verzamelde veel spullen van de lokale Nakoda “Stoney”, zoals deze originele hoofdtooi. Ze stammen uit het einde van de 19e tot het midden van de 20e eeuw.
Met een gids maak ik om half 12 in een klein, zeer internationaal groepje een leuke tour door twee monumentale houten huizen op het terrein van het museum. Hier woonde het echtpaar Moore. Dit is hun slaapkamer, met een 19e eeuws mahoniehouten bed dat van de ontdekkingsreizigster Mary T.S. Schäffer was geweest.
Als lunch neem ik een broodje en cappuccino in het centrum van Banff. Het is er beredruk vandaag, het is een zonovergoten zaterdag én er is een triathlon aan de gang die eindigt in de hoofdstraat. Het kost me dan ook wat file-rijden om bij mijn volgende bestemming te komen: het Nationaal Monument Cave & Basin. Dit is de letterlijke bron van het toerisme in Banff: in 1883 werd hier een heetwaterbron ontdekt. Het werd een populaire trekpleister voor toeristen die met de pas aangelegde spoorweg aankwamen.
Buiten de naar zwavel stinkende grot kun je nog een korte wandeling maken over houten vlonders die over een moerasachtig terrein zijn aangelegd. Je kunt er vissen en vogels zien, maar helaas niets al te spectaculairs. Je ziet hier in Canada sowieso niet zoveel vogels, valt me op.
’s Avonds rijd ik nog maar eens een route waar je wilde dieren zou kunnen zien. Ik rijd via de snelweg naar Lake Louise, en dan over de rustige parallelweg Bow Valley Parkway terug. Zonder diersucces. Wel mooie bergen, zoals deze Castle Mountain.
De dag eindigt weer in het stadje Banff. Mede-werelderfgoedfan Alessandro heeft me uitgenodigd om met zijn gezin uit eten te gaan en reisverhalen uit te wisselen. We eten echte Canadese biefstuk, en mijmeren over de werelderfgoederen die we wel nooit zullen zien (zoals Wood Buffalo National Park in het verre noorden van Canada).
Wandeling naar Stanley Glacier
Voor vandaag had ik de Iceline Trail op het programma staan. Een wandeling van 14 kilometer in de buurt van Field. Maar gisteravond kwam ik tot het inzicht dat ik geen zin heb om nog lang in de auto te zitten na een wandeling. En Field is bijna anderhalf uur rijden vanaf Canmore. Dus maar op zoek naar iets anders: een middellange wandeling en niet te ver rijden. Eiffel Lakes nabij Moraine Lake moet erg mooi zijn, maar daar mag je alleen in groepjes van minstens 4 personen lopen in verband met berengevaar. Je kunt bij de start van het wandelpad wel wachten tot er anderen opdagen, maar dat is ook zo omslachtig. En ik loop liever mijn eigen tempo.
De keus is uiteindelijk gevallen op een wandeling naar Stanley Glacier, een 10 kilometer lange tocht in het Kootenay National Park. Kootenay is één van de 7 parken die deel uitmaken van het werelderfgoed ‘Canadese Rocky Mountains’. Het ligt naast Banff, maar in de provincie British Columbia. De afgelopen week heb ik uitsluitend door Alberta gereisd, dus dit is een nieuwe Canadese provincie voor mij. Om een beetje onderscheid te maken is er zelfs een tijdsverschil: het is in British Columbia één uur vroeger dan in Alberta.
Rond half 9 (Alberta-tijd) kom ik aan bij het parkeerterrein voor de wandeling. Kootenay is een smalle vallei met hoge pieken. Zo vroeg is er nog veel schaduw. Dat is helemaal niet erg als je omhoog moet lopen. Ik start de wandeling weer alleen, mijn auto is de enige op de parkeerplaats. Hoewel het pad stijgt, is het toch een stuk minder zwaar lopen dan de afgelopen dagen bij Grassi Lakes of Bertha Lake. Het gaat allemaal heel geleidelijk over een vrij breed bospad.
In 2003 is hier een grote bosbrand geweest. De flora is zich langzaam maar zeker aan het herstellen. Je ziet nog steeds zwartgeblakerde en kale boomstammen. Maar daar tussendoor staan al weer een heleboel jonge naaldboompjes en veel kleurrijke planten. Dit wat vreemde landschap is het kenmerk van deze wandeling, en ook wat je de eerste drie kwartier continu ziet.
Daarna kom je op een plateau dat diep de vallei ingaat waar de Stanley gletsjer ligt, het eindpunt van deze wandeling. Het pad is hier meest vlak, en het uitzicht wat spannender door de omringende bergen.
De ondergrond verandert nu van bosgrond naar rotsen en stenen. Dat betekent altijd weer opletten, het is mijn minst favoriete wandelondergrond (nou ja, asfalt is ook niks). Zowel hier als op het eerste gedeelte loop je onbeschut, later op de dag zal het er wel flink heet zijn.
Het pad wordt steeds steniger. Ik zie er ook mijn eerste knaagdiertjes van deze tocht: chipmunks (wangzakeekhoorns) natuurlijk, maar ook mijn eerste pika’s. Dat zijn een soort mini-haasjes. De Nederlandse naam is dan ook “fluithaas”. Grappige beestjes, je hoort ze wel piepen maar ze zijn moeilijk voor de camera te krijgen omdat ze zo klein en zo vlug zijn.
Na twee uur lopen bereik ik het eindpunt van de wandeling. Een stel is me inmiddels voorbij gewandeld en zit op één van de grote rotsblokken die ooit door sneeuw en ijs naar beneden zijn geduwd. Handige zitjes zijn het, een prima plek om te pauzeren en ook ik zoek een steen uit. Het meisje roept me toe dat er twee grote marmotten zitten tussen de stenen. Ze zijn net zo grijs als de stenen zelf, dus het is nog goed zoeken.
Ik vind er eentje. Een echte dikzak. Enkele dagen gelden heb ik ook zo’n grijze marmot gezien bij Head-Smashed-In Buffalo Jump. Maar deze is wel twee keer zo groot, hij heeft de omvang van een flink konijn. Hij blijft lekker in het zonnetje zitten zodat ik hem goed kan fotograferen. Prachtig beest.
De terugweg gaat over precies hetzelfde pad, je kunt hier geen andere kant op. Alleen loop je nu lekker naar beneden dus het gaat een stuk sneller. Het ritueel van mijn vorige wandelingen op deze reis herhaalt zich: pas als ik op de terugweg ben, komt de massa aan wandelaars op gang. Ik zeg onderweg zo’n 37 keer “Hi!” of “Hello” of “Good morning”. Ik kan me toch niet voorstellen dat je pas om 12 uur aan een wandeling als deze begint, op het heetst van de dag. Het is geen zware route, maar hoe later men vertrekt hoe minder goed gekleed/bepakt men is valt me op.
In totaal heb ik er 4,5 uur over gedaan. Het was een leuke, niet al te inspannende tocht. En een gletsjer is weer eens wat anders dan een meertje. Mijn autootje staat nog keurig vooraan op het parkeerterrein. De rest van de plaatsen is inmiddels ook volgelopen, en de late starters hebben hun auto zelfs aan de kant van de doorgaande weg moeten parkeren. Wandelingen als deze zijn populair, en dan zeker op wat misschien wel het laatste zonnige weekend van het jaar is voor de West-Canadezen.
Icefields Parkway
De Icefields Parkway is een 230 kilometer lange weg door de bergen, die beschouwd wordt als één van de mooiste autoritten ter wereld. Hij verbindt de parken Banff en Jasper. Helaas heb ik de slechtste dag qua weer gekozen van deze week om hem te rijden – maar ik moet me toch verplaatsen naar mijn volgende Bed&Breakfast, iets buiten Jasper.
Ik vertrek om kwart over 8 in de regen uit Canmore. De bergen zijn onder de wolken verscholen. Het lijkt net of je in een tunnel door een bos rijdt.
Langs de hele route zijn vele stops waar je natuurschoon kunt bewonderen. Mijn eerste poging (bij Peyto Lake) om even de auto uit te gaan is geen succes. Het begint te sneeuwen, en vanaf het uitzichtpunt waar je een mooi blauw meer zou moeten zien zie je nu geen hand voor ogen.
Dan maar weer gewoon doorrijden. Het is nog best druk op deze weg. Het valt ook op hoe hard de mensen rijden. Je mag er maximaal 90 kilometer per uur, maar zelfs trucks en bussen zie ik harder rijden. Langs de route kom ik ook meerdere fietsers tegen. Wat een barre tocht voor hen!
Pas halverwege, zo vanaf Saskatchewan Crossing wat ook de enige afslag & benzinestation is, begint het een beetje op te klaren. Ik zie eindelijk wat bergen, en mijn autootje moet klimmen. Je mag hier maar 60 kilometer per uur.
De ‘Icefields’ in de naam van deze route komt van het Columbia Icefield. Dit is een ijsveld dat acht grote gletsjers voedt. Eentje daarvan ligt pal aan de weg: de Athabasca-gletsjer. Dit is een verplichte stop voor iedereen aan de route. Op de parkeerplaats boven is het bijzonder druk, ook met tientallen bussen. Je blijkt echter ook via een weggetje dichtbij de gletsjer te kunnen komen. Daar is het veel rustiger. Via een pad kun je vlakbij het ijs komen. Vast erg mooi – maar het ligt zo in de nevel dat het vandaag nauwelijks te zien is. Tot overmaat van ramp begint het ook weer te sneeuwen, en dat blijft hier op de koude ondergrond wel liggen.
Gelukkig is het lekker warm in de auto. En blijft er geen sneeuw op de weg liggen. Ik rijd dus maar weer gestaag verder. Ik kom langs veelbelovende borden met “Opgepast – overstekende rendieren (caribou)” en “Pas op – sneeuwgeiten op de weg”. Maar ik zie geen enkel dier langs deze route die daar juist zo bekend om staat. Ze zullen allemaal wel de kou en sneeuw ontvlucht zijn.
De laatste grotere stop is bij de Athabasca watervallen. Dit ligt al weer wat lager, het is droog geworden en er schijnt zelfs een waterig zonnetje. Het water van de Athabasca-rivier dondert hier een nauwe kloof in. Spectaculair om te zien.
Na 6 uur onderweg te zijn geweest kom ik aan bij het eindpunt: het plaatsje Jasper. Voor ik het centrum binnen mag moet ik eerst wachten tot twee enorm lange, typisch Canadese goederentreinen zijn gepasseerd. Daar kun je de automotor wel voor uitzetten. Jasper zelf is compact en wat minder flamboyant dan Banff. Vooraf had ik er al een restaurant uitgezocht, en daar ga ik lekker (veel) Grieks eten om de ontberingen van vandaag uit te wissen.
Beestjes kijken in de Maligne Valley en Hinton
Omdat er voor vandaag sneeuw, regen en kou is voorspeld, doe ik het rustig aan. Na het uitgebreide ontbijt met wafels en vers fruit in mijn Bed&Breakfast, en na alle foto’s van wilde dieren van de eigenaar te hebben gezien, stap ik om half 10 in de auto voor een ritje naar de Maligne-vallei.
Nog op de grote, doorgaande weg stuit ik op een “bear jam”: een verkeersopstopping veroorzaakt door toeristen die hun auto midden op de weg laten staan om wilde beesten te fotograferen. Als er zoveel auto’s staan moet er wel iets bijzonders zijn, dus ik stop ook op de vluchtstrook. Het blijkt geen beer te zijn, maar een groot mannetjeshert (wapiti) dat langzaam door de rivier naar de andere oever schrijdt.
Daarna draai ik de weg in naar de Maligne-vallei. Deze is 48 kilometer lang en staat bekend om zijn natuurschoon en natuurlijk ook weer wilde dieren. Mijn eerste stop is bij de Maligne Canyon. Ik ben zeker niet de enige die op deze dag voor een autotochtje heeft gekozen: er staan minstens 100 auto’s op het parkeerterrein. Hier is weer een kloof te zien waar het water doorheen raast (heel laag weliswaar). Ik doe er een korte wandeling van 20 minuten.
Verder de vallei in blijkt het gelukkig wel mee te vallen met het weer vandaag: het is in ieder geval droog, en soms vang je zelfs glimpen op van bergtoppen en de zon. Er is een gedeelte met naaldbossen, waarvan de bomen wel helemaal onder de sneeuw bedekt zijn. Het is net een kerstkaart. Vanaf hier kun je een wandeling maken naar een uitkijktoren – maar dat is 13 kilometer lopen (enkel). Dat doen we maar niet, ik stap lekker weer de warme auto in.
Op een rotsachtig stuk zie ik al van verre weer een groepje auto’s en campers stilstaan. Ik sluit er snel bij aan. Boosdoeners zijn dit keer een groep dikhoornschapen. Ze lopen midden op de weg. Je kunt er alleen heel voorzichting omheen rijden. De meest brutale exemplaren proberen eerst nog bij de passerende auto’s wat te bedelen. Ik krijg het idee dat ze hier elke dag staan, en dat ze weten dat er in de auto’s wel eens iets te eten te halen valt.
De weg eindigt bij Maligne Lake. Daar zijn nog wat meer toeristische dingen te doen, zoals een boottocht naar Spirit Island. Ik hoorde echter dat het er gisteren zo mistig was dat je het eiland niet eens kon zien! Het meer ligt er ook vandaag niet florissant bij. Na even mijn benen gestrekt te hebben, begin ik aan de terugrit.
Iets voor Maligne Lake ligt een ander groot meer, Medicine Lake. Deze ziet er juist met een laagje sneeuw tegen de grijze rotsen wel aantrekkelijk uit. Er scharrelt ook nog een pika, het mini-haasje dat ik twee dagen geleden op mijn wandeling naar de Stanley-gletsjer ook heb gezien.

Om half twee rijd ik de Maligne-vallei weer uit. Ik ga nog even lunchen in Jasper, en boek daar ook een raft tour voor morgen. Dan wordt het hopelijk zonnig genoeg weer om 2 uur op een boot te zitten. De rest van de middag luier ik wat op mijn kamer en bewerk de foto’s.
Tegen zessen begin ik aan het tweede deel van deze excursiedag: ik rijd naar het plaatsje Hinton, zo’n 20 kilometer van mijn overnachtingsplaats. Het is het dichtstbijzijnde stadje, heeft 9000 inwoners maar stelt helemaal niks voor. Het is eigenlijk één grote truckstop. Ik eet er bij een Grieks restaurant, wat wel redelijk is. Ik ben naar Hinton gekomen voor de “Beaver Boardwalk”, een 3 kilometer lang houten vlonderpad in een gebied waar een beverfamilie leeft.
Ik arriveer er precies om 7 uur, het tijdstip waarop ze weer een beetje actief schijnen te worden. Ik zie al meteen de grote beverburcht in het midden van het centrale meertje. Ook elders op het terrein liggen nog grote stapels takken en bossen om te verslepen. De beestjes zelf laten zich niet zien.
Hun leefgebied is vrij groot en het is dus ook wel een beetje zoeken naar een speld in een hooiberg. Ik loop wat van de houten paden af, blijf hier en daar stil staan om het water af te speuren maar het levert niks op. Er zijn nog wat lokale mensen aan het wandelen met hun honden, misschien vinden de bevers dat te onrustig. Ik kom ook nog de 4 Amerikanen uit New Orléans tegen die in dezelfde Bed&Breakfast logeren als ik.
Tegen half 8 zijn de meeste mensen wel weer vertrokken. Ikzelf heb me inmiddels geposteerd in de uitkijktoren, vanwaar je een wat groter wateroppervlak kunt overzien. En dat blijkt een goede zet: er komt iets aanzwemmen wat eerst lijkt op een eend met een schare kuikentjes achter zich aan. Het is echter een bever die een lange tak met blaadjes achter zich aan sleept. Hij zwemt vlotjes naar de burcht toe en dumpt daar zijn nieuwe aanwinst. Dan duikt hij nog een keertje kopje onder, en weg is-ie.
Ingesneeuwd in Jasper … of toch niet?
Het heeft deze nacht flink doorgesneeuwd. Was het gisteren nog een schattig dun laagje, nu is er hier echt een pak sneeuw gevallen. De Bed&Breakfast ligt aan een afgelegen weggetje, heuvelop, en dat is niet zo handig op een dag als deze. En het sneeuwt nog steeds gestaag door. Tijdens het ontbijt heeft de eigenaar weinig vertrouwen in de bandjes van de huurauto van mij en van die van mijn Amerikaanse buren. We moeten misschien wel de hele dag binnen blijven!
Gelukkig kookt hij zulke uitgebreide ontbijten dat je tot diep in de middag geen trek meer hebt. Vandaag hebben we meloen & bosbessen vooraf, en als hoofdgerecht spinaziequiche, aardappeltjes uit oven en kalkoenham. O ja, en ook nog een cake-je erbij. Het is geen straf om daarna een ochtendje rustig aan te doen, de websites bij te werken en wat muziek te luisteren. Ik annuleer ook de raft-tocht over de Athabasca-rivier die ik geboekt had voor vandaag.
Om half 1 ga ik het toch proberen. Het sneeuwt inmiddels al 2 uur niet meer, en de doorgaande wegen zien er goed uit. Het straatje hier bij het huis is inmiddels ook al goed ingereden door enkele vrachtwagens die bij de buren aan het werk zijn. De B&B-eigenaar maakt nog even mijn ramen en nummerplaat sneeuwvrij, en ik kan op pad. En inderdaad gaat het gemakkelijk. Op de grote weg is niets van sneeuw te merken.
Ik rijd eerst richting Jasper om te lunchen. Vlakbij het plaatsje zie ik in het open veld opeens iets wat op een wolf lijkt! Je rijdt hier 90 kilometer per uur en er is veel verkeer achter mij, dus ik kan niet zomaar stoppen. Later twijfel ik nog of ik een wolf of coyote was. Als ik de plaatjes zo op internet bekijk, denk ik toch dat ik het met een coyote moet doen. Er zitten hier overigens wel wolven: de B&B-eigenaar vertelde gisteren dat er een troep wolven elke 30 dagen langs hun huis zwermt. Soms maken ze alle gasten wakker met hun gehuil, vooral die nacht dat ze een hert gedood hadden…
Na het prima Koreaans eten bij Kimchi House in het centrum van Jasper, rijd ik een kilometer of 10 het nationaal park in. Ik wil toch gewoon de wandeling gaan doen die ik gepland had: de Vallei van de Vijf Meren. Hier in het dal ligt helemaal geen sneeuw, en ik ben blij de zon weer eens te zien.
De wandeling door de “Vallei van de Vijf Meren” gaat zoals de naam al zegt langs vijf meertjes. Het is een populaire route, en voor de verandering ben ik eens een van de laatsten die eraan begint. Het is inmiddels half drie. Je kunt verschillende paden nemen rond de meren, waardoor de te lopen afstand iets verschilt. Ik loop denk ik een kilometer of 6, en ben een uur en drie kwartier onderweg.
Het mag dan een wandeling door een vallei zijn, je moet eerst 20 minuten klimmen om bij die vallei te komen. De oudere wandelaars op het pad hebben het er flink zwaar mee. Maar het is een prachtige wandeling bij helder weer, omdat je mooie vergezichten hebt niet alleen over de meren maar ook op de witbesneeuwde bergen eromheen. De meren verschillen onderling erg van kleur: helderblauw, donkerblauw en eentje is er zelfs groen.
Aan het eind van de tocht kom ik een Duits stel tegen dat net aan de wandeling gaat beginnen. Ze vragen me een foto van hen te maken. Het meisje is erg bang voor beren en vraagt of ik bearspray bij me heb. Goed voorbereid als ik ben tover ik het tevoorschijn, alhoewel ik eerst nog naar het verkeerde zijvak grijp en een fles water presenteer. Dat moet je dus niet doen als je oog in oog met een beer staat. Het meisje zeurt nog wat verder bij haar vriend dat ze niet verder wil zonder bearspray. Pas later op het pad bedenk ik me dat ik ze wel mijn fles had kunnen geven: na vandaag verlaat ik het berengebied en ga terug naar de geciviliseerde wereld.
Na de wandeling heb ik nog tijd over om een stuk verder de Icefield Parkway op te rijden. Deze route reed ik al afgelopen maandag, maar toen was het zo slecht weer dat ik niks heb gezien. Nu kan ik toch echt bevestigen dat er heel hoge bergen staan in dit park. Ik ga ook nog even kijken bij een zoutstenen rots waar sneeuwgeiten zouden moeten voorkomen, maar ze zijn niet thuis.
De rit terug verloopt zonder veel bijzonders te zien. Wel is het nog steeds stralend weer. Ik haal een broodje bij de bakker in Jasper, en ga die straks “thuis” in mijn Bed&Breakfast nuttigen als avondmaal. Dit is ook de laatste keer dat ik in Jasper ben, morgen reis ik door naar Edmonton.
#551: Canadese Rocky Mountains
Wat is het?
Zeven aaneengesloten provinciale en nationale parken vormen samen dit werelderfgoed van de ‘Parken van de Canadese Rocky Mountains’. De Rocky Mountains zijn een 4800km lang hooggebergte in het westen van Canada en de VS. Het berglandschap, de glaciale verschijnselen door de werking van gletsjers / ijsvelden en de vondst van bijzondere fossielen in de Burgess Shale hebben dit tot werelderfgoed gemaakt.
Cijfer: 8 (Ik bezocht 3 van de 7 parken: Banff, Kootenay en Jasper. De natuur is prachtig, de reiservaring had wel wat beter gekund. Helaas was het slecht weer gedurende mijn rit over de Icefield Parkway, zodat ik van dat hoogtepunt weinig heb gezien. Ook vond ik het in Banff te druk om echt ergens van te kunnen genieten. Jasper en Kootenay daarentegen waren wel weer echt de moeite waard. De parken zijn zo groot dat je hier wel meer in de auto moet zitten dan in het verwante Waterton Lakes National Park.)
Toegang: Net als in Waterton Lakes NP kon ik hier met mijn Canada Discovery Pass gratis de parken in.
Hoeveel tijd: Ik ben er in totaal 6 dagen geweest: 3 nachten in de buurt van Banff en 3 nachten in de buurt van Jasper. Voor de balans was het wel mooi geweest om ook nog een paar dagen ergens halverwege te zitten, in Lake Louise of Field of zo. Dat mooie gebied is eigenlijk te ver rijden vanuit Jasper of Banff om een grote wandeling te doen.
Opvallend: Ook hier ging ik weer actief op zoek naar de wilde zoogdieren. Vooral in Banff viel dat niet mee, daar is het denk ik te druk met mensen en ook de snelweg tussen Calgary en Lake Louise hoor je overal boven uit.
Mijn dierenscore voor de Canadian Rockies is uitgekomen op: 1 coyote (langs de weg naar Jasper), wapiti-hert (meerdere malen), dikhoornschaap (regelmatig, o.a.in de Maligne-vallei), grijze marmot (1 in Kootenay), pika’s (meerdere in Kootenay en Jasper) en ook nu weer veel eekhoorns. Qua variatie en aantal had ik er vooraf meer van verwacht.
Een saaie dag
Canada kan heel saai zijn. En de dag begon nog zo goed: met weer een heel uitgebreid ontbijt in mijn Bed&Breakfast. De eigenaar zei al: neem de versgebakken muffin maar mee voor onderweg, ik heb zo’n uitgebreid ontbijt gemaakt vandaag, En inderdaad: 2 gepocheerde eieren op broodjes met ham, gevulde tomaat, gevulde paddenstoel en nog veel meer. De lunch kan ik wel weer overslaan.
Voor vanochtend staat de rit naar Edmonton op het programma. Dat is 3 uur rijden over één lange rechte weg. Onderweg zijn misschien twee wat grotere plaatsjes, maar veel is het allemaal niet. Op de radio krijg ik alleen nog maar countryzenders. We zijn weer terug in het Canada van de boeren en de olie. Ik rijd nog even voorbij Edmonton, want ik ga een bezoek brengen aan het Elk Island National Park. Dat is een groot natuurgebied op de prairie waar je bizons, herten en rendieren kunt zien.
Hoewel het dicht bij de grote stad ligt, is het een heel rustig park. Ik kom maar een enkele auto tegen. Ik wil er de Hayburger Trail gaan wandelen, een vlakke tocht van 10 kilometer waar je enkele diersoorten kunt tegenkomen die hier leven. Op de parkeerplaats bij de start van dit wandelpad staat maar één andere auto.
Ik start mijn wandeling om half 2. Het loopt lekker door het jonge bos, maar al na een minuut of 10 bekruipt me het gevoel dat dit wel eens helemaal geen leuke wandeling kan worden. Je loopt namelijk tussen twee hagen van bomen door, en je ziet dus maar weinig van de omgeving – alleen het pad voor je. Ik hoop nog dat het alleen het eerste gedeelte is, en dat je daarna meer zicht krijgt op de open velden van de prairie. Maar ik heb toen al serieus overwogen weer om te keren.
Nou, het blijkt dat ongeveer 75% van de wandeling over zo’n saai pad gaat. Af en toe kun je een glimp opvangen van de open velden waar de dieren zouden moeten rondlopen. Die beestjes laten het echter ook afweten, ook al zie ik regelmatig verse “koeienvlaaien” die wel van de bizons zullen zijn. Het enige positieve is dat ze langs de route om de kilometer aangeven hoe ver je nog moet, je kunt echt aftellen. Op het eind denk je aan helemaal niks meer, zo saai is het.
Na de wandeling, waar ik zo’n 2,5 uur over heb gedaan, maak ik met de auto nog een rondje over de Bison Loop. Maar ook in dit gedeelte van het park is geen bizon te zien. Gelukkig heb ik de beesten al goed kunnen aanschouwen bij Waterton Lakes Nationaal Park eerder deze reis. Teleurgesteld rijd ik het park uit, op weg terug naar Edmonton. En wat zie ik als ik even naar rechts kijk vanaf de snelweg? Jawel – een dikke bizon die met zijn kop tegen het grenshekwerk van het park auto’s aan het kijken is. Nou ja..
Edmonton
Er wonen ruim 800.000 mensen in Edmonton, de hoofdstad van de Canadese provincie Alberta. Het is een echt “Amerikaanse” stad: wolkenkrabbers downtown en veel winkelcentra. En je moet overal met de auto naar toe. Zo rijd ik vanochtend een kilometer naar de Starbucks voor mijn ontbijt. Er is ook een veelbezochte drive thru bij, voor mensen die onderweg naar hun werk nog even een koffie meepakken vanuit de auto. Ik ben wel blij eindelijk weer eens bruin brood en yoghurt in de ochtend te eten, in plaats van een volledig gebakken / gekookte maaltijd zoals de afgelopen dagen.
Tegen tienen ga ik op pad Edmonton in. Ik heb op een briefje de locaties geschreven van de dingen die ik wil bezoeken. Geen idee of het bij elkaar in de buurt ligt, maar mijn Garmin GPS brengt me er wel. Het viel niet mee om ook maar iets bezienswaardigs in Edmonton te ontdekken. Toch gek voor zo’n grote stad. Wat doen die mensen hier toch in hun vrije tijd? Vooral shoppen en naar middelmatige restaurants gaan, heb ik zo het idee.
Mijn eerste stop is het Royal Alberta Museum. Het is het provinciale museum van Alberta, ‘koninklijk’ gemaakt na een bezoek van koningin Elizabeth in 2005. Het heeft een ruimte met opgezette dieren die in de provincie voorkomen. Zo kan ik nog een paar beestjes zien die ik de afgelopen 2 weken in levende lijve gemist heb. Het meest interessante deel van het museum is boven: daar is een tentoonstelling over de oorspronkelijke bewoners van dit deel van Canada. Na 50 minuten sta ik weer buiten, het is niet zo groot.
Ik rijd dan door naar zo ongeveer het enige historische gebouw in Edmonton: de Alberta Legislature Building. Het stamt uit 1913 en is gebouwd in de Beaux-Arts-stijl. Het is inderdaad een heel opvallend gebouw in zijn omgeving, paleisachtig, het heeft ook wel wat weg van het Witte Huis. Ik kan er niet goed parkeren in de buurt, dus geen foto…
Verder dan maar naar mijn volgende bestemmingen. Ik ga een paar kledingwinkels bezoeken in de hoop vast een deel van mijn herfst/winter-aankopen te doen. Hiervoor moet ik weer naar een ander deel van Edmonton. Ik rijd ook door het echte centrum, downtown, maar ook daar is weinig spannends te zien.
Bij de winkels slaag ik bijzonder goed. Merkkleding is er erg goedkoop, echt minstens de helft van wat je in Nederland betaalt. Het is voor het eerst dat ik in Noord-Amerika kleding koop. Grappig in de winkel is dat de paskamers zijn afgesloten, en alleen de verkoopster een sleutel heeft. Zijn ze soms bang dat je in het pashokje blijft overnachten?
Na een lange siësta in het hotel, ga ik aan het eind van de middag naar nog een winkelparadijs in Edmonton. De West Edmonton Mall is het grootste winkelcentrum van Noord-Amerika, en tot 2004 zelfs het grootste ter wereld. Het is inmiddels voorbij gestreefd door 13 centra in Azië. Het heeft 24 ingangen, dus je moet wel goed onthouden waar je je auto neerzet. Behalve meer dan 800 winkels zijn er ook vormen van amusement, zoals een schaatsbaan en een show met zeeleeuwen. Ik loop er een uurtje rond en ga dan wat eten. De reis zit erop!
Terugblik West-Canada 2014
Het was weer een geslaagde reis, met vooral veel mooie natuur rond Writing-on-Stone Provincial Park, Waterton Lakes National Park en de Canadese Rocky Mountains. Je moet wel van auto rijden of wandelen houden, of liefst de combinatie van die twee. Mijn mooiste (en langste, 17km!) wandeling was die naar Bertha Lake in Waterton. Het leukste stadje was Canmore en de beste tour die langs de rotstekeningen van Writing-on-Stone.
Tegenover het land Canada heb ik hetzelfde ambivalente gevoel als bij de Verenigde Staten of Australië. Je zult er maar wonen, in Brooks of Lethbridge of Hinton. Het is zo geïsoleerd, er is zo weinig cultuur, het zou niks voor mij zijn.
Voorbereiding
Ik had deze reis al 8 maanden van tevoren geregeld: ticket en hotels geboekt. Ik was een beetje bang dat de goede hotels in of nabij de nationale parken snel uitverkocht zouden zijn. Daarnaast heb ik via internet voor 47 EUR een Canada Discovery Pass besteld, die ik netjes thuis gestuurd kreeg. Daarmee kun je vervolgens gratis alle nationale parken van Canada in.
Verder heb ik mijn hoofd gepijnigd over welke kleren ik mee moest nemen. Het kan zo in september alle kanten op, en ik heb het ook allemaal meegemaakt: zon, regen, sneeuw. Echte winterkleren heb ik niet nodig gehad, wel een winddicht jack en shirts / sweaters die je in laagjes over elkaar kan aantrekken.
Vervoer
Vliegtuig
Ik vloog rechtstreeks met de KLM van Amsterdam naar Calgary. Heen Business Class, terug Economy Comfort. De vlucht duurt zo’n 8,5 uur. Het vliegveld van Calgary is vrij kleinschalig, en zowel op heen- als terugreis verliep alles er vlot. Je hoeft op de terugreis niet eens meer langs de grensbewaking/douane.
Auto
Ik had een Mitsubishi Mirage als huurauto. ‘Heel klein’ volgens de autoverhuurder, goed genoeg voor mij. Hij deed het prima. Alleen bergopwaarts ging niet zo snel. Autorijden is een eitje hier: brede wegen, weinig verkeer, veel parkeerplaatsen, spotgoedkope benzine.
Overnachtingen
Calgary
De Country Inn & Suites ligt op een kwartiertje rijden van het vliegveld. Het hotel is gehuisvest op een niet al te attractief bedrijventerrein, maar wel in de buurt van andere hotels en enkele ketenrestaurants. Goed draadloos internet. Ligbad en ruime kamer, netjes maar verder niet veel bijzonders.
Website: Country Inn & Suites By Carlson
Prijs: 121 EUR per nacht inclusief ontbijt
Brooks
De Heritage Inn is weer zo’n standaard ketenhotel. Het ligt aan ‘de strip’ van Brooks, een plaats met wel heel weinig karakter. De inrichting is een beetje oubollig, maar verder wel netjes. Goed gratis ontbijtbuffet voor Amerikaanse begrippen, slappe croissants maar verse fruitsalade en veel keus.
Website: Heritage Inn
Prijs: 109 EUR per nacht inclusief ontbijt
Lethbridge
Dit hotel ziet er wat moderner en strakker uit dan de vorige twee. Het ligt in een wijkje met andere hotels en fastfoodtenten. Geen bad dit keer, alleen een douche. Wel meer zeepjes en zo. Verder net als de voorgaande dagen is er weer zo’n breed bed met heel veel kussens. Lethbridge zelf is een industriestad die wel betere tijden gekend moet hebben.
Website: Hampton Inn & Suites
Prijs: 116 EUR per nacht inclusief ontbijt
Waterton
Waterton Glacier Suites ligt in het centrum van het dorp en dus op loopafstand van restaurants en winkels. Het lijkt aan de achterkant op een motel, maar de suites (ik heb 2 kamers en een badkamer met jacuzzi) zijn mooi. De indeling is een beetje raar: de woonkamer zit aan de lelijke achterkant, terwijl de slaapkamer aan de voorkant uitkijkt op het groen en de Mormoonse kerk.
Website: Waterton Glacier Suites
Prijs: 182 EUR (zonder ontbijt)
Canmore
Dit is geen hotelkamer of een suite, maar een heel appartement! Inclusief luxere keuken dan ik thuis heb, wasmachine & droger en balkon met barbecue. Het is zo groot dat ik soms naar mijn spullen moet zoeken. En voor het eerst hier in Canada: de ramen kunnen open voor frisse lucht. Er zit een goed Vietnamees restaurant in het complex zelf, maar het leuke centrum van Canmore is ook dichtbij.
Website: Falcon Crest Lodge
Prijs: 147 EUR (zonder ontbijt)
Folding (Jasper)
De eerste Bed&Breakfast van deze reis. Het ligt een beetje achteraf, 5 kilometer van de parkgrens en 20 kilometer van het dichtstbijzijnde plaatsje met restaurants en benzinestations. Fijn bed (heb hier het best geslapen van de hele reis) en heerlijk ontbijt, iedere ochtend gebakken/gekookt door de eigenaar. Er zijn maar 3 kamers dus het is heel kleinschalig. Toen de wolken verdwenen waren bleek er ook nog een schitterend uitzicht op de bergen te zijn.
Website: Wyndswept Bed& Breakfast
Prijs: 160 EUR (inclusief ontbijt)
Edmonton
Het Four Points by Sheration Gateway ligt in het zuiden van de stad tussen verschillende doorgangswegen en de spoorlijn. Ondanks dat is het niet erg gehorig. Het is een groot, modern en fris hotel. Ik zat op de 3e verdieping, en heb daar nog heel handig gebruik gemaakt van de wasmachine en droger. Het ontbijt is a la carte, en de porties zijn enorm.
Website: Four Points by Sheraton
Prijs: 135 EUR (zonder ontbijt)
Eten
Voor de culinaire hoogstandjes hoef je niet naar Canada. Je moet zelfs al erg je best doen om iets zonder vlees of alteveel calorieën binnen te krijgen.
Ontbijt
Net als in de VS zijn de hotelontbijten niet aanwezig of karig. Allemaal voorverpakte producten uit de supermarkt, gecombineerd met slappe koffie. Buiten de deur ontbijten is al snel zoet of vet, en altijd prijzig.
Lunch
Als lunch haalde ik meestal ergens een belegd broodje (of smeerde er zelf een op basis van ingrediënten uit de supermarkt). Twee keer at ik onderweg een bizonburger, dat is een hamburger maar dan veel dikker en gemaakt van vlees van die schattige bizons.
Diner
Ik heb eigenlijk elke avond wel aardig gegeten, hoewel het niveau vaak niet boven mijn eigen kookkunsten kwam. Het beste kun je terecht bij de ‘buitenlandse’ restaurants, waar Indiase/Mexicaanse/Vietnamese immigranten in de keuken staan. Het nationale gerecht is de biefstuk, standaard geserveerd met gepofte aardappel en coleslaw.
Kosten
De Canadese dollar was op het moment van mijn bezoek 0,70 EUR waard. Wat niet betekent dat het er goedkoop is, integendeel. Voor het avondeten betaalde ik zo tussen de 18 en 30 EUR, en dan heb je niks bijzonders. Ook een ontbijt of lunch met cappuccino en een broodje kost al snel 12 EUR. Ook aan hotels heb ik veel uitgegeven: dat was deels een bewuste keuze (ik wilde comfortabele hotels op goede locaties), maar ook hier was het wel aan de prijs voor wat je ervoor krijgt.
Per dag heb ik gemiddeld 218 EUR uitgegeven: zo’n 41 EUR aan eten en andere dagelijkse dingen, 43 EUR aan autohuur en 134 EUR aan hotels. Daarmee is het een van de duurste reizen. Alleen Australië steekt daar nog bovenuit, met 236 EUR per dag.
Het biljet van 20 dollar is het meest gangbare in Canada. Ik moest even wennen dat daar het hoofd van koningin Elizabeth op stond, zij is nog steeds het formele Canadese staatshoofd. Alle bankbiljetten zijn hier trouwens polymeerbiljetten, biljetten van polymeer/plastic papier. Die gaan veel langer mee en worden niet zo smerig als gewone bankbiljetten.


















































Leave a comment