World Heritage Traveller

Soedan 2014

Written by:

  1. Route
  2. Een dag in Khartoem en Omdurman
  3. De woestijn in
  4. Oud Dongola
  5. Nubische dorpen en nog meer ezeltjes
  6. #553: Gebel Barkal
  7. Leven langs de Nijl
  8. Bij de nomaden in de Bayuda Woestijn
  9. #554: Meroë
  10. Toeristische route terug naar Khartoem
  11. Terugblik Soedan 2014
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Overnachtingen
    4. Eten
    5. Kosten

Route

Vanaf volgende week reis ik (georganiseerd) 11 dagen rond in Soedan. Internetverbinding zal er schaars zijn, dus het verslag volgt in stukjes of pas in een later stadium. Het programma is als volgt:

DatumProgrammaVerblijf
27 novemberVliegen met Turkish Airlines: eerst naar Istanbul (14.50-19.50 uur), en dan door naar
Khartoum (21.05 – 2.20 uur).
Coral Khartoum Hotel, Khartoum
28 novemberEen dag in Khartoum, de hoofdstad van Soedan. Bezoek aan het Nationaal Museum en de Grote Markt.
Tegen zonsondergang naar Omdurman voor het wekelijkse spektakel van de dansende derwisjen (Soefi-gelovigen).
Coral Khartoum Hotel, Khartoum
29 novemberIn de ochtend naar de bedevaartplaats Mahdi’s Tombe. Daarna noordwaarts door de Westelijke Woestijn, naar
de ruïnes van Oud-Dongola.
Wildkamperen
30 novemberBezoek aan Oud-Dongola (een mogelijk toekomstig werelderfgoed). Met de Landcruisers door de woestijn en langs kleine dorpen.Wildkamperen
1 decemberMet de landcruisers naar de volgende lus in de
Nijl, dwars door de Nubische Woestijn, naar Karima
Nubian Rest House, Karima
2 decemberBezoek aan Djebel Bharkal (WE1), een rode rots waar ooit de hoofdstad van het koninkrijk van Kush lag. Nu zijn er resten van tempels, graven en
een klein archeologisch museum. In de buurt liggen de opgravingen van El Kurru, waar je kunt afdalen in ondergrondse graftombes.
Nubian Rest House, Karima
3 decemberBezoek aan Karima en de markt aldaar. Daarna weer de Nubische woestijn in, op weg
naar de Necropolis van Nuri.
Meroe Safari Camp
4 decemberDe Nijl over en oostwaarts door de Bayuda Woestijn, langs kampen van nomaden.Meroe Safari Camp
5 decemberBezoek aan de Necropolis van Meroë (WE2), met tientallen piramides, en de opgravingen van de Koninklijke Stad.Meroe Safari Camp
6 decemberTerug zuidwaarts, via de archeologische vindplaatsen Naga en Mussawarat.Coral Khartoum Hotel, Khartoum
7 decemberTerugvlucht uit Khartoum naar Istanbul (03.20 – 06.35 uur). Aankomst op Schiphol om 10.40 uur in de ochtend.Thuis

Een dag in Khartoem en Omdurman

Na slechts drie uur slaap (een late vlucht en slome grens- en visumplichtplegingen zorgden ervoor dat ik pas om 5 uur op bed lag), is dit de eerste indruk van Khartoem bij daglicht. Wakker worden met zicht op de Nijl, vanaf de 7e verdieping van het hotel.

Tegen tienen wandel ik met de rest van de groep van het Coral Hotel naar het Nationaal Museum van Soedan. Er lopen niet veel lokale mensen op straat, wel rijden er veel auto’s. Wegen en trottoirs zijn breed, met aan de kant af en toe een verzameling plastic stoeltjes voor de klandizie van de koffie- en theeverkoopsters. Het hotel ligt schuin tegenover een grote moskee die er wat vervallen uitziet.

We zijn vandaag zeker niet de enige bezoekers van het museum: het is vrijdag, dus een vrije dag. Er zijn veel Soedanese jongeren aanwezig, die al snel de buitenlanders spotten om een praatje mee te maken of om mee op de foto te gaan. De selfie-rage heeft ook hier heftig toegeslagen. Meerdere mensen lopen zelfs met een “selfiestick” (een telefoon op een stokje) rond om betere groeps-selfies te maken.

Khartoem 024

Het Nationaal Museum van Soedan is ontstaan toen de Egyptenaren in de jaren 60 de Aswan-dam bouwden. Daardoor kwam een deel van de bovenloop van de Nijl onder water te staan, en dreigden eeuwenoude archeologische opgravingen te verdwijnen. De Soedanezen hebben toen de resten van Egyptische tempels in het uiterste noorden van hun grondgebied verhuisd naar deze nieuwe locatie in de hoofdstad.

De tempels staan nu in zijn geheel in drie overdekte hallen in de tuin van het museum. Op sommige muren zijn de voorstellingen van het oude Egyptische geloof nog goed te zien. Ook zijn er veel inscripties met hieroglyfen, en andere tekeningen. Eigenlijk is dit het indrukwekkendste deel van het museumcomplex. In de mooi aangelegde tuin waar zelfs een symbolische Nijl is aangelegd, staan verder nog losse grote beelden.

Khartoem 044

We moeten ons nog haasten om het eigenlijke museumgebouw binnen te gaan (het sluit om 12 uur). We stuiten er op een groepje Italiaanse toeristen, dat gisteren bij ons in het vliegtuig zat. Het vliegtuig van Turkish Airlines was trouwens gevuld met zo’n 75% niet-Soedanezen, dus ik vrees dat we nog wel meer toeristen zullen zien op deze reis.

Het museum bestaat uit twee verdiepingen, waar de geschiedenis van het land vanaf de prehistorie tot en met de islamitische tijd uit de doeken wordt gedaan. Het begint met een grote landkaart, geschilderd op de muur. Zuid-Soedan, dat in 2011 onafhankelijk werd, hebben ze maar overgeschilderd met een nieuw laagje verf. Daar gaat dit museum niet over: hier zijn vooral veel kleine vondsten te zien uit de noordelijke koninkrijken van Napata en Meroë. De eerste meer Egyptisch van aard, de tweede “Afrikaanser”.

Khartoem 095

In een hoekje zien we zelfs nog iets Nederlands: de Nederlandse ambassade heeft een tentoonstelling gesponsord over islamitische kunst. In ruil daarvoor maken ze reclame voor “Heerlijke Hollandse Aardappelen”.

We lopen langs de Nijl terug richting het hotel. Bij een theestalletje op straat gaan we even zitten en drinken wat. Het valt me op dat er in Khartoem weinig straatleven of –handel is. Het is een uitgestrekte stad waar mensen zich vooral per auto of bus verplaatsen. Lunchen doen we even later in Restaurant Al Housh in Omdurman, de grootste stad van het land die aan de andere kant van de Nijl ligt tegenover Khartoem. Dit is waar ze kennelijk alle toeristen naar toe sturen: de Italiaanse groep zit er al te eten, en ook een Turkse groep. We krijgen Libanese mezze, gegrild vlees en vooral lekkere vis. En zelfs chocoladecake toe!

Buiten het restaurant is zelfs nog wat Soedanese geschiedenis te zien: de resten van een Brits oorlogsschip (“Kitchener’s Boat”), en die van de stadsmuur van Omdurman. Deze laatste werd speciaal gebouwd om de Britten uit de stad te houden.

Khartoem 129

In Omdurman bezoeken we ook de grote Souk. Het is een rommelige markt met vooral veel schoonheidsproducten en Chinees plastic. Onze lokale gids Hamid laat ons zien waar het goud verkocht wordt (vrouwen verwachten een complete set met gouden sieraden van hun echtgenoot bij het huwelijk). En de lokale etenswaar zoals het fruit van de baobab (zurig fris), okra en dunne pannenkoeken a la de Ethiopische injera. Je mag hier op de markt trouwens niet fotograferen, dus ook geen foto’s van de blauw geverfde parkietjes of de aapjes in een kooi.

Het is inmiddels na vijven, en we haasten ons naar het hoogtepunt van de dag. Ook in Omdurman ligt namelijk de tombe van de Sufi-voorvader Hamed al-Nil. Hier dansen zijn volgelingen zich iedere vrijdag tegen zonsondergang in een religieuze trance. De gebeurtenis vindt plaats voor de tombe, en eigenlijk midden op een grote begraafplaats. Als we aankomen zijn er al honderden mensen aanwezig: zowel gelovigen als mensen die komen kijken.

Khartoem 138

De mensen staan rijen dik in een kring. Ik loop even rond en vind al snel een goede plek om het spektakel te overzien: twee mannen helpen me omhoog een muurtje op. Aan de rand van de kring wordt met een grote trom het ritme van de muziek aangegeven. De mannen in de binnenste ring zingen en verplaatsen zich ritmisch bewegend. De in het groen geklede mannen zijn lid van deze Sufi-orde, ze steken kleurig af tegen het traditionele wit van de “gewone” Soedanezen.

In het midden van de cirkel staat een ratjetoe aan VIP’s: mannen die de anderen opzwepen en de orde bewaren, de dorpsgekken, de wilde dansers. Mijn buurman op het muurtje wijst me op de “Big Boss”, die ook waardig een rondje schrijdt door de cirkel. Het heeft de sfeer van een dansfeest, en als de muziek zijn opzwepende hoogtepunt bereikt dansen ook de andere aanwezigen met de Sufi’s mee. De vrouwen staan een beetje aan de kant maar doen wel mee, en een enkeling waagt zich ook in het hart van de cirkel.

Het feest duurt zo’n anderhalf uur, en dan schalt de oproep tot gebed over het terrein. De cirkel valt uiteen, de gelovigen beginnen te bidden en de bezoekers keren huiswaarts.

Khartoem 219

De woestijn in

Vandaag staan de Landrovers klaar om ons het binnenland in te brengen. Maar eerst is daar nog de laatste bezienswaardigheid in Omdurman. Naast elkaar liggen er de tombe van Mahdi, nationale held van de Soedanezen in de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Britten, en Khalifa’s House. De tombe is verboden voor niet-moslims, maar in het huis is nu een museum gevestigd met wat oude foto’s en gebruiksvoorwerpen uit het einde van de 19e eeuw.

Tegen half 11 rijden we dan de stad uit. Het stedelijk gebied Khartoem/Omdurman is erg uitgestrekt en heeft miljoenen inwoners. Het verkeer is ook druk en we staan regelmatig stil. Gelukkig is er langs de kant van de weg zo af en toe wel wat te beleven. De ezelkarren zijn nog volop in gebruik. Sommigen doen soms dienst als tankwagen.

Een paar checkpoints verder bevinden we ons op de mooie asfaltweg door de woestijn. Hij is pas een jaar of 8 oud, en aangelegd door de Chinezen die hun oog hebben laten vallen op de Soedanese olie. Je mag er alleen niet al te hard rijden, slechts 80 kilometer per uur. Er is veel vracht- en busverkeer onderweg. Voor hen zijn er eenvoudige theehuizen. Het dorre woestijnlandschap wordt verder opgevrolijkt door pastelkleurige moskeetjes.

Westelijke Woestijn 082

Het is de bedoeling om vandaag 440 kilometer af te leggen, en dan ergens wild te gaan kamperen. We rijden in een konvooi van 5 Landrovers, maar opeens zijn we er twee kwijtgeraakt. De mobiele telefoons van de chauffeurs brengen uitkomst: een van de auto’s heeft pech, en het ziet er naar uit dat hij niet verder kan. Twee van de andere wagens gaan de passagiers en de bagage ophalen.

Als we daar zo langs de kant van de weg staan te wachten, spot ik opeens een karavaan met kamelen. Het zijn er zoveel dat ze bijna niet opvallen in het landschap. We lopen er een eind naar toe, en kunnen zo mooie foto’s maken van de beesten en hun drijvers.

Westelijke Woestijn 118

Na een half uurtje is de groep weer compleet, alleen met een auto minder. We gaan nog een uur doorrijden en dan ergens kamperen. Op een schijnbaar willekeurige plek rijdt de voorste chauffeur de asfaltweg af, de woestijnduinen in. De overige auto’s volgen, en zo’n kwartier van de weg gaan we op een plek staan bij een groot duin. Dit wordt onze overnachtingsplek.

De gids geeft een instructie tent opzetten. Volgens mij is het voor het eerst dat ik dat doe, maar het lukt me vrijwel alleen om mijn tent overeind te krijgen. Het is een mooi plekje, en we maken nog wat foto’s van de woestijn bij de ondergaande zon.

Westelijke Woestijn 174

Tegen achten is het eten klaar, voor 16 man gekookt op een klein vuurtje maar toch nog drie gangen met soep vooraf en diverse groente- en vleesgerechten. Het smaakt prima, en ik ga daarna al snel naar “bed”.

Oud Dongola

Omdat we gisteren niet zo ver zijn gekomen, moeten we vandaag eerst twee uur rijden om op de plaats van bestemming te komen. We starten zelfs te voet, met een ochtendwandeling van een uurtje door de woestijn richting de grote weg. Vroeg in de ochtend is dat nog wel te doen, maar de zon schijnt al snel heel fel. De Landrovers komen ons achterop, en we stappen in.

De weg naar Oud Dongola is het vervolg van dezelfde asfaltweg door de woestijn als gisteren. We vermaken ons met ezeltjes en kamelen fotograferen vanachter het glas, het liefst met een kleurrijke Soedanese man of vrouw erbij.

Oud Dongola zijn de resten van de hoofdstad was van een christelijke koninkrijk in Nubië, zoals dat bestond tussen de 7e en 14e eeuw. Het lag pal aan de Nijl, in een vruchtbare zone dus en met voldoende gelegenheid tot handel.

We stoppen eerst aan de voet van de heuvel, waar een islamitische begraafplaats is. Heel bijzonder zijn hier de bijenkorfgraven – een twintigtal lemen gebouwtjes in de vorm van een bijenkorf. Deze stammen dus uit de tijd toen de islam het al van het christendom had overgenomen. Van binnen zit er niks meer in, er wonen alleen vleermuizen.

Old Dongola 055

Op de heuvel liggen de restanten van kerken, een paleis en huizen. Echt veel is er niet meer van over. Bij de entree zijn zuilen te zien met afbeelding van het koptisch kruis. Het meeste lijkt nog onder de grond te zitten. Poolse archeologen zijn als sinds de jaren zestig bezig met opgravingen.
De oude bewoners van Dongola hadden een mooie plek voor hun stad uitgekozen. Nog steeds is het hier een groene zone met landbouw en palmbomen. Er ligt ook een dorpje, en een veerboot vervoert passagiers naar de overkant.

Old Dongola 116

Oud Dongola staat op de Voorlopige Lijst voor het Werelderfgoed. Of het ooit echt genomineerd zal worden is maar de vraag. Het streng islamitische regime van Soedan lijkt er niet op zitten te wachten een christelijk monument voor te dragen. De tegenstelling tussen de hardliners aan de top en de gewone bevolking is trouwens groot, het dagelijks leven zoals wij dat meemaken maakt zeker geen overdreven religieuze indruk. “We zijn hier niet in Iran,” aldus onze gids Hamid.
De Poolse archeologen zijn enkele jaren geleden gestuit op fresco’s in één van de ruïnes. Het dak van het gebouwtje is eerder dit jaar ingestort, dus het ziet er nogal chaotisch uit. Maar als je goed kijkt zijn er toch een paar koppen in Byzantijnse stijl te onderscheiden, in geel-gouden en rode kleur.

Het meest complete gebouw op het terrein is de Troonzaal, een deel van het paleis. Je kunt er niet in, de toegang is dichtgemaakt maar ze schijnen er wel aan het restaureren te zijn. Niet vandaag echter, ook van de Poolse archeologen geen spoor. Het verder opgraven en presentabel maken van Oud Dongola is duidelijk iets wat nog vele jaren kan gaan duren. Behalve onze groep is er niemand.

Old Dongola 140

In deze omgeving liggen veel authentieke Nubische dorpjes. Het ziet er veel armoediger uit dan in Khartoem en omgeving. De huizen zijn van leem, versierd met opvallend kleurrijke deuren. Hét vervoermiddel is het ezeltje. We zien zelfs een school waar de kinderen met hun ezeltje naar toegaan, en die parkeren voor de ingang alsof het een fietsenstalling is.

In één van deze huizen gaan we lunchen, bij mensen die er wat luxer bijzitten dan hun buren. De muren van de binnenplaats zijn beschilderd met bloemen en andere motieven. Helaas eten we niet wat de gewone Soedanezen eten, maar pakt de kookploeg van de reisorganisatie weer uit met hun internationale mix.

Nubische dorpen en nog meer ezeltjes

Na het prima ontbijt in de woestijn, met pannenkoeken, fruitsalade, yoghurt, broodjes en cake, vertrekken we te voet. We gaan naar een Nubisch dorpje lopen, achter de zandduinen. Ook vannacht hoorden we al leven, vooral de ezels maken veel geluid. Het is heerlijk om zo vroeg in de ochtend te wandelen. De temperatuur is aangenaam, de zon maakt het ook om half 9 al zo warm dat je in korte mouwen kunt lopen.

Al bij de tweede zandheuvel wordt er enthousiast gewezen door de gids die (ver) voorop loopt: een woestijnvos zit van een afstand naar ons te staren. Helaas gaat het allemaal te snel om goede foto’s te nemen, maar ik heb hem wel goed kunnen zien. We zitten hier vlakbij de Nijl (vandaar ook al die dorpjes), en je ziet hier ook meer begroeiing. Het zijn dan vooral rijen van palmbomen.

Nubische dorpen 024

Het blijkt nog een flinke wandeling te zijn. We zien diverse dorpjes links liggen, maar we zijn schijnbaar op pad naar een specifiek dorp. Continu door het zand lopen is best vermoeiend. Soms is de bovenste laag hard, maar meestal zak je een stukje weg bij iedere stap.

Na ruim een uur lopen komen we voor het eerst in de bewoonde wereld. We lopen langs een schooltje, waar de kinderen net speelkwartier hebben. Het zijn er zeker 100, jongens en meisjes door elkaar, in basischool-leeftijd. Ze hebben ons al snel ontdekt en zwermen in groepjes om iedereen heen om hun paar woorden Engels te oefenen (“What’s your name?”) en te poseren voor foto’s.

Nubische dorpen 072

Een half uur later zijn we dan echt in het bedoelde dorp. In één van de huizen worden we al verwacht. De binnenplaats is netjes geveegd, en de vrouw des huizes komt met thee aanzetten. De muren van dit en andere huizen in het dorp zijn weer beschilderd met kleurrijke tekeningen, net zoals die we gisteren zagen.
Het huis waar we binnen zijn heeft nog iets aparts: boven de “voordeur” zijn een krokodillenkop en een ossenhoorn vastgemaakt.

Nubische dorpen 157

We gaan ook kijken bij de akkers behorend bij dit dorp. Zoals overal in Sudan langs de Nijl verbouwen ze hier vooral bonen. Het is net oogsttijd, en de velden liggen er mooi groen bij. Diverse mensen zijn er aan het werk, er staan zoveel planten dat het niet alleen voor eigen consumptie van het dorp kan zijn.
Met de onvermijdelijke ezels wordt de oogst vanaf het land verder vervoerd. In het dorp heb ik ook wel enkele auto’s zien staan, maar de ezel is toch nog steeds het meest gebruikelijke transport- en vervoermiddel in deze dorpen.

Nubische dorpen 132

We stappen vanaf hier weer in de Landrovers, op weg door de woestijn naar een ander dorpje. Hier mogen we weer binnenkijken op zo’n mooi gedecoreerde binnenplaats. Ook dwaal ik wat rond door de rest van de straatjes. Bijna elk huis heeft een eigen, karakteristieke voordeur. De huizen zelf zijn simpel van leem (bruin of witgeschilderd), maar de toegangspoort tot de binnenplaats is altijd in een bonte kleur.

Nubische dorpen 162

Voor de lunch rijden we door naar As-Selim, een stad aan de overkant van de rivier tegenover de grote stad Dongola. Het charmante van de dorpjes is er hier wel meteen vanaf: meer autoverkeer en rommel. Een rondje te voet maakt duidelijk dat het hier ook veel islamitischer is, met bijna alleen maar mannen op straat en de enkele zichtbare vrouw bedekt van gezichtssluier tot en met handschoenen.

We eten op een terras met uitzicht over de Nijl. Het terras hoort bij een hotel, maar daar eten we niet: onze eigen kok heeft weer uitgebreid gekookt. Vandaag zit er voor het eerst ook het Sudanese nationale gerecht ful bij. Dat zijn gekookte bonen met stukjes gekookt ui en wat kruiden. Om het nu driemaal daags te eten zoals de Sudanezen doen gaat wat ver, maar het smaakt goed.

Nubische dorpen 177

’s Middag wacht dan nog de 3 uur lange rit naar Karima. Nog steeds door de woestijn, maar gelukkig over een asfaltweg. We zijn een beetje verzadigd met de kamelen en de ezeltjes, en richten ons op andere passanten onderweg. In mijn Bradt reisgids over Sudan staat een foto van een zwaar overbeladen vrachtwagen, en laten dat soort trucks net op deze route rijden. Ze zijn moeilijk te fotograferen vanuit een tegemoetkomende auto, maar het is een spectaculair gezicht.

Nubische dorpen 181

Een uur voor zonsondergang arriveren we bij onze oase in Karima. Hier wachten een heerlijke douche, echte bedden, een redelijke internetverbinding en een privé-terrasje. Dat past mij stukken beter dan kamperen!

#553: Gebel Barkal

Wat is het?
Gebel Barkal en de plaatsen in de Napata-regio zijn een heilige berg en archeologische resten in het noorden van Soedan. Ze dateren uit de 8ste eeuw voor Christus, toen de stad Napata de hoofdstad was van het bloeiende koninkrijk Kush. Nu vind je er opgravingen van begraafplaatsen, piramidevormige graftombes, tempels en paleizen. Het werelderfgoed bestaat uit 5 verschillende locaties, verspreid over een 60 kilometer lange strook langs de Nijl.

Gebel Barkal 026

Cijfer: 8 (Als je zoals ik nog nooit in Egypte bent geweest, is dit een indrukwekkende introductie in de godsdienst van de oude Egyptenaren. Zij brachten het via de Nijl zuidwaarts naar Nubië (Noord-Soedan). Met alleen al het kijken naar hiërogliefen maak je me gelukkig, en daar zijn er hier veel van. Heel mooi is ook het met kleurige muurschilderingen van goden, godinnen en hun helpers bedekte graf in El Kurru.)

Toegang: Ik heb hier geen entree betaald, een onbepaalde som aan entreekosten was inbegrepen in de vaste prijs van mijn georganiseerde reis. Er is bij Gebel Barkal ook geen afgeschermde ingang of aanduiding van entreeprijzen (er lopen wel opzichters rond). Volgens de Bradt reisgids kost het 20 Soedanese Pond (2,80 EUR). De Gebel Barkal is een 100 meter hoge heuvel aan de rand van de stad Karima, en je loopt er zo naar toe.

Hoeveel tijd: Al met al ben ik 3 dagen in deze regio geweest. Gebel Barkhal bezoeken kost ongeveer een halve dag, El Kurru een uurtje (één van de twee tombes aldaar was gesloten voor restauratie) en Nuri ook zoiets. De andere 2 locaties van dit werelderfgoed heb ik niet bezocht: ze zijn kleiner en nauwelijks uitgegraven.

Opvallend:
De Gebel Barkal is een 100 meter hoge heuvel in de vorm van een tafelberg. We zijn natuurlijk weer de enige toeristen op het complex. Maar niet de enige westerlingen: twee groepen archeologen zijn bezig met opgravingen. Vanuit de eerste groep komt een vrouw op ons af, die Nederlandse blijkt te zijn. Ze wou even checken of wij ook Nederlands waren, ze had gehoord dat er landgenoten in het hotel bij de Gebel Barkal verbleven. Voor ons kan ze mooi uitleggen waar ze mee bezig zijn. Ze hoort bij de Italiaanse archeologen, die een klein gebouw met veel pilaren aan het uitgraven zijn. Ze weten niet waar het voor diende, en hebben ook nog niets bijzonders ontdekt. Ze blijven er nog 2 weken aan werken, en bedekken het dan weer met zand om het te beschermen.

Ernaast liggen de resten van de grote Amon-tempel. Ook hier zijn archeologen druk aan het werk, plus lokalen die emmers met zand verplaatsen. Deze groep werkt onder supervisie van de Soedanese overheid. Dit is de best bewaard gebleven tempel op het terrein, hoewel de echte prijsstukken in musea elders in de wereld zijn beland (Berlijn, Washington). De ceremoniële ingang van de tempel verliep vanaf de Nijl, vanaf waar de farao’s aan kwamen varen, via een pad omzoomd door beelden van rammen. Vijf van deze beelden zijn nu nog te zien, een beetje afgesleten door wind en zand.

Om de hoek ligt de tempel van Mut. Twee zuilen met slangenkoppen staan er fier overeind. Ze vertegenwoordigen de moedergodin Hathor, die de gedaante van een slang kon aannemen.

Gebel Barkal 123

De tempels van Gebel Barkal liggen dus langs dat stukje van de berg dat grenst aan de Nijl. Als je daarna weer een zandvlakte doorkruist (kwartiertje lopen), kom je bij de piramides van Gebel Barkal. Dit was een begraafplaats van de koninklijke familie. De piramides dateren van een iets latere periode dan de tempels, toen de macht binnen het Nubische rijk was verplaatst van Gebel Barkal naar Meroë. Deze piramides zijn dan ook in Meroïtische stijl gebouwd, waar we over een paar dagen nog veel meer van zullen zien als we Meroë bezoeken.

Deze Soedanese piramides zijn een stuk kleiner dan de Egyptische. Ze zijn ook steiler, het lijken meer driehoeken dan piramide-vormen. Het zijn de eerste exemplaren die we zien in Soedan.

Gebel Barkal 079

Na de lunch rijden we nog even terug naar de voet van de berg. Vanochtend hebben de Italianen die aan het restaureren zijn toegezegd dat we het heiligdom in de Tempel van Mut mogen bekijken als zij lunchpauze hebben. Van buiten lijkt het net een schuurtje, maar binnenin (uitgehouwen in de rotswand) zijn twee ruimtes bedekt met tekeningen en hiërogliefen. Erg mooi.

We rijden dan een kilometer of 10 verder naar El Kurru. Aan de rand van dit dorpje hebben vroeger ook piramides gestaan, maar die zijn grotendeels verdwenen. Wat ze er nog wel hebben zijn de ondergrondse graftombes. Twee ervan zijn beschilderd van binnen. Een door Qatar gesponsorde missie is een derde aan het uitgraven. Hier hebben ze drie kamers ontdekt, waarvan de laatste nog niet geopend is.

In groepjes van 8 dalen we de steile trap af naar het ondergrondse deel van de enige van de tombes die open is voor publiek. Het is er donker, maar met de lamp van de gids kunnen we de muurschilderingen goed bekijken. Deze zijn ontzettend goed bewaard gebleven, alleen de onderste rand is niet lang geleden door water aangetast nadat de tombe overstroomd is geraakt.

El Kurru 080

Tegen zonsondergang beklimmen we dan nog de Gebel Barkal. Er is geen pad, je zigzagt gewoon tussen de stenen door omhoog. Het is wel steil, maar met 10 minuten was ik boven. Op de top is de berg inderdaad zo plat als een tafel. De piramides zijn vanaf hier nog maar een plukje pieken in het zand. Het is er druk boven: zo’n 50 man aan toeristen en lokale jongeren staan naar de ondergaande zon te kijken. Naar beneden gaat nog sneller dan naar boven: iedereen laat zich van een met zand bedekte zijwand afzakken, als je valt land je in ieder geval lekker zacht.

Leven langs de Nijl

We beginnen de ochtend in Karima. Dit is een redelijk grote plaats, een belangrijk verkeersknooppunt ook. Vroeger vond alle handel en transport plaats over de Nijl, die langs de binnenstad van Karima stroomt. Tegenwoordig is er een geasfalteerde weg en wordt de rivier nog maar weinig bevaren. Er is ook een treinstation, maar de rails zien er uit alsof ze al jaren niet meer gebruikt zijn.

Net als elders in Soedan mag je op de markt van Karima niet fotograferen. De hele binnenstad is zo’n beetje markt, dus ik houd mijn fototoestel maar in mijn rugzak. Bij de kraampjes verkopen ze vooral fruit en groenten. De grotere spullen staan in de garagebox-achtige winkels. Er is best veel te koop, tot aan magnetrons toe. Langs de straat staan stenen potten waar je schoon drinkwater uit kunt scheppen.

De mensen zijn vriendelijk en spreken vaak wel een paar woorden Engels. Eentje vraagt me zelfs of ik Russisch kan, want hij heeft 10 jaar in Moskou gewoond. Ik ga een tijdje zitten bij een theestalletje. Dit is typisch voor Soedan: een vrouw heeft heet water op een vuurtje staan koken, en een reeks met potjes voor zich met allerlei smaken thee en kruiden. Ik neem koffie, die komt met een snufje gember. Als ik wil betalen heeft een Soedanese man die ook bij het stalletje zit dat al voor me gedaan.

Na zo’n anderhalf uur stappen we de Landrovers weer in, en rijden we verder langs de Nijl. Het is de bedoeling dat we er een boottocht van 2 uur gaan maken. Bij het vertrek is er nog een vorm van Soedanese nijverheid te zien: ze maken er stenen. Niet gebakken in een oven, maar gedroogd in de zon.

Karima 011

Het bootje dat voor ons klaar ligt is geen cruiseschip, maar een smalle motorboot waar we net allemaal in passen. We varen langs de oever, op zoek naar opvallende dieren of ander rivierleven. Veel andere schepen komen we zoals verwacht niet tegen. Een enkele visser in een roeiboot, dat is het wel.

Na een uurtje varen leggen we aan bij een dorpje. Het is wel bewoond, maar niemand lijkt thuis. Misschien hebben ze de koelte van binnenshuis opgezocht. Of is iedereen op het land aan het werk. Met z’n palmbomen, witte muren, kleurrijke deuren en smalle minaret is het typisch voor zijn omgeving, en ook vergelijkbaar met de Nubische dorpen die we eerder hebben bezocht.

We varen verder, via de Vierde Cataract van de Nijl. De stroming is hier sterk, zo sterk zelfs dat ons bootje aan de rechterkant van de rivier niet meer vooruit komt. Gelukkig weet de schipper ons naar de overkant te sturen, waar de stroming wat minder is. We dragen allemaal reddingsvesten en de Nijl is hier niet zo breed, dus veel gevaar is er niet.

Tegen half twee gaan we weer aan land. De chauffeurs van de Landrovers zijn daar ook met de auto’s gearriveerd, en ze hebben de tafels en stoelen voor de lunch klaargezet langs het water. Bakken vol met eten worden weer geopend. Afvallen doe je op deze reis niet. Na de lunch houd ik me nog een tijdje bezig met het fotograferen van vogeltjes in de mimosa-bomen.

Langs de Nijl

We rijden vervolgens door naar Nuri. Hier staan de op één na oudste piramides van deze regio. Ze staan weer keurig op een rijtje in het zand. Deze zien er veel “Egyptischer” uit dan die we gisteren zagen bij Gebel Barkal. Hoger en minder steil. En ook minder strak uitgelijnd – de losse stenen waar ze van gemaakt zijn, zijn overal goed zichtbaar.

Piramides van Nuri

Je kunt de berg Gebel Barkal vanaf hier trouwens ook goed zien liggen: het ligt hemelsbreed aan de andere kant van de Nijl, alleen met de auto moet je flink omrijden via een brug.

Bij de nomaden in de Bayuda Woestijn

We rijden vandaag van Karima naar Meroë, een afstand van 330 kilometer. Al even buiten Karima gaan we de grote weg af, de Bayuda Woestijn in. De woestijn is hier niet alleen zand. Er groeit ook nog wel het een en ander: bomen, struiken en gewassen van boeren.

Bij een eerste verzameling hutjes stoppen we. Deze horen bij een prima uitziende akker, waar de mannen aan het werk zijn. De vrouwen en kinderen schuilen bij de hutten. Ze hebben ook geiten en ezels. In de hutten staat niet veel meer dan een bed. Het ziet er niet naar uit dat ze veel rondtrekken, dit is toch wel een semi-permanente verblijfplaats. Zolang het land goed genoeg is om van te eten, blijven ze hier.

Bayuda 119

We rijden verder over het zand. De woestijn verandert regelmatig van kleur: er is een gedeelte met zwarte basaltheuvels, andere delen zijn meer bruin of bijna wit.

Diep in de woestijn stuiten we op een tweede nomadenkamp. Hier wonen 3 generaties van één familie. Ook zij hebben zich hier gevestigd omdat de grond goed is om iets te verbouwen. Hun hutten zijn gemaakt van geweven takken.
De oudste vrouw heeft drie kerven aan weerszijden van haar gezicht. Dit was onder deze nomadenstam de traditie als een symbool van schoonheid. Ze is nu “ergens in de 40”. Haar dochters hebben dit niet meer.

Bayuda 175

De mannen van de familie zitten buiten in de schaduw van een hut te roken, en zien lachend toe hoe hun vrouwelijke familieleden uitgebreid op de foto worden gezet.

In het laatste stuk door de woestijn zien we in de verte zelfs een meer. Grote verzamelingen geiten en kamelen staan eromheen te drinken. Je verwacht hier niet zoveel water te zien, maar in de regentijd kan het hier best groen zijn.

Bayuda 186

Na 4 uur hobbelen bereiken we eindelijk weer de grote weg. Het was een mooie tocht, maar ik ben blij toch weer wat rustiger te zitten. We stoppen al snel bij twee bomen (voor de broodnodige schaduw) voor lunch. De chauffeurs pakken zoals gebruikelijk de afgelopen week alles uit: lange, gedekte tafels, stoeltjes en uiteraard schalen vol met eten. Afvallen doe je niet op deze reis.

Dan rest nog het laatste stuk naar Meroë over de grote weg. Hoe lang het is weet niemand: je ziet nauwelijk borden langs de weg, en ook de kaart in mijn reisgids is heel onnauwkeurig. Het blijkt nog een enorm lange zit te worden, over de saaiste weg die we tot nu toe hebben gezien. Ik dommel steeds in slaap. Bij de stad Atbara gaan we tanken en koop ik wat zoets om weer energie te krijgen.

Uiteindelijk zijn we precies met zonsondergang bij de piramides van Meroë: om 18.15 uur. Ik kan nog net een paar foto’s maken van de zon die achter de silhouetten van de piramides verdwijnt. Het was een vermoeiende dag.

Bayuda 242

#554: Meroë

Wat is het?
Meroë is een latere hoofdstad van het koninkrijk Kush, nadat het de koningen in de 4e eeuw voor Christus te heet onder de voeten werd in het noordelijker gelegen Gebel Barkal. Het was een vruchtbare regio, die bebouwing mogelijk maakte op flinke afstand van de Nijl. Ook hadden de inwoners van Meroë contacten met de Romeinen, die destijds over Egypte regeerden. De overblijfselen van deze beschaving liggen verspreid over drie locaties, en bestaan vooral uit tempels en begraafplaatsen (met piramides).

Meroe Necropolis 125

Cijfer: 8,5 (Meroë is de plaats waar de “Zwarte Farao’s” zich gingen onderscheiden van hun Egyptische voorbeelden. Ze voegden Afrikaanse elementen aan hun religie en begrafenisrituelen toe, zoals de Leeuwengod en afbeeldingen van vrouwen met Afrikaanse haardracht. Hierdoor is dit een unieke plek op aarde, met vreemde piramides en prachtige reliëfs aan binnen- en buitenkant van tempels en graven. Het staat voor mij op gelijke hoogte met Petra in Jordanië.)

Toegang: Net als in Gebel Barkal was de entree al inbegrepen in mijn reissom. De piramides van Meroë zijn wel wat meer afgeschermd, om het terrein staat een groot hek. Behalve onze groep waren er nog twee toeristen bij de piramides, maar het is groot genoeg om je alleen te wanen. De dag erna ben ik ook nog in Musawwarat es-Sufra en Naqa geweest, twee andere locaties die bij dit werelderfgoed horen en ook niet te missen zijn.

Hoeveel tijd: Ik overnachtte 2 nachten in Meroë Tented Camp, met uitzicht op de piramides. Samen met de gerelateerde locaties Naqa en Musawwarat es-Sufra heb je hier wel twee dagen nodig.

Opvallend: Bij Meroë liggen zo’n 100 piramides, waaronder leden van de Nubische koninklijke families begraven lagen. Ze zijn zichtbaar vanaf de grote weg, én vanaf de ontbijttafel van mijn overnachtingsplaats. Ze staan in een dichte groep bij elkaar zo lijkt het, hoewel het eigenlijk twee clusters zijn. De meest recente groep (daterend van ca. het begin van onze jaartelling) heeft de meest typisch Meroïtische vorm: klein en spits, met een voorportaal ervoor.

Het zand is de natuurlijke vijand van deze piramides. Als je er loopt moet je zwoegen om er doorheen te komen. En van binnen zijn de portalen en piramides vaak half met opgewaaid zand gevuld.

Je voelt je al snel een ontdekkingsreiziger als je hier loopt: toch overal even binnenkijken, je weet maar nooit wat je ziet. In sommige interieurs is niets meer aanwezig, andere zijn vol met in steen uitgehouwen tekeningen. In totaal dwaal ik er 3 uur rond.

Vanaf de piramides loop ik in een half uur alleen terug naar Meroe Tented Camp, waar de lunch wacht. Lekker om zo in m’n eentje hier door de woestijn te lopen. Hier en daar is er schaduw van de acaciabomen, waaraan geknabbeld wordt door loslopende kamelen.

’s Middags gaan we met de Landrovers naar de overkant van de weg. Daar ligt de voormalige stad Meroë, die in zijn bloeitijd 25.000 inwoners had. Nu zijn er alleen nog maar ruïnes over van vooral tempels. Ook is er een badhuis in Romeinse stijl.

Meroe Royal City 020

Verder staan er veel acacia’s, die aan het samengroeien zijn tot een nieuw bos doordat er in dit beschermde gebied geen hout gekapt mag worden. Goed voor de vogeltjes, we zien onder andere een hop op de grond zitten.

Op de terugrit naar het kamp stoppen we nog bij een kleine begraafplaats, waar de minder belangrijke personen van het koninkrijk Kush werden begraven. Hier hebben twee uiltjes zich genesteld op de top van een opgeblazen piramide.

Toeristische route terug naar Khartoem

We gaan vandaag al om half 8 met de Landrovers op pad, want we hebben een druk programma. Het is helaas al weer de laatste volle dag van de reis: vannacht vliegen we vanaf het vliegveld van Khartoem terug naar Nederland. Vandaag rest ons dus de verplaatsing tussen Meroë en Khartoem, een afstand van zo’n 330 kilometer.

De afgelopen dagen is het programma ook telkens uitgelopen, dus we hebben gisteren al voorgesteld een programmaonderdeel (de souk van Shendi) te laten vervallen. We hebben al meerdere markten gezien, en je mag er toch niet fotograferen. We gaan wel naar het bijzonder fotogenieke stadje Shendi toe. Eerst moeten er bij de politie wat vergunningen gehaald worden. In die straat is foto’s maken al helemaal uit den boze. Daarna rijden we door naar een woonwijk, waar we stoppen voor een supermarktje. Ze verkopen er zelfs verse ful, het standaard Soedanese bonengerecht.

Shendi - Vat met bonengerecht "ful"

De reden voor het bezoek aan deze wijk van Shendi is dat er achter een vrij standaard voordeur een weverijtje schuil blijkt te gaan. In drie kamers rondom een binnenplaats zitten 2 mensen te weven, 1 te spinnen en de rest verkoopt de eindproducten (sjaals). Het ziet er bijna middeleeuws uit.

Het bezoek is ook boeiend omdat het bedrijfje eigendom blijkt te zijn van Koptische Christenen. Behalve Koptische leiders hebben ze afbeeldingen van Jezus en Maria aan de muren hangen. Bijzonder om dit te zien in het in ieder geval in naam streng-islamitische Soedan. Er woont een grotere groep Kopten in Shendi, we passeerden al een grote, nieuwe kerk vlakbij het station.

Shendi 069

Het is interessant deze mensen aan het werk te zien. En ze doen goede zaken: meerdere groepsleden laat zich verleiden door de sjaals.

We rijden verder zuidwaarts. Al snel gaan we weer van de weg af, de woestijn in. Dat gebeurt telkens op een schijnbaar willekeurige plek, maar toch zijn er wel bandensporen te zien die de route aangeven. Onze bestemming zijn de tempels van Musawwarat es-Sufra, onderdeel van hetzelfde werelderfgoed als Meroë en uit dezelfde periode.

Mussawarat 114

De Leeuwentempel is een schattig gebouwtje van zandsteen. Duitse archeologen zijn hier al decennia lang mee bezig, en hun werk heeft duidelijk vruchten afgeworpen. Het is de meest complete en best gerestaureerde tempel van deze regio. Ook de reliëfs op de zijmuren zijn nog vrijwel onaangetast. Ik had er al afbeeldingen op internet van gezien, maar het is echt schitterend als je ervoor staat. Ze tonen de bekende goden en farao’s, maar ook wilde dieren zoals een krokodil, olifanten en hyena’s.

Mussawarat 125

Een paar honderd meter verderop liggen de ruïnes van een nog grotere tempel, met vooral veel olifantenafbeeldingen. We lunchen er naast, in wat in het nattere seizoen een tuin genoemd kan worden. Nu zijn het vooral dorre bladeren die zo af en toe naar beneden dwarrelen, maar de bomen geven in ieder geval de broodnodige schaduw. Het is erg heet al sinds een paar dagen, zo rond de 35 graden.

Na het eten rijden we verder door de woestijn naar Naqa voor de tempels aldaar. Bij de parkeerplaats van Naqa raken we direct gefascineerd door een heel ander schouwspel: op een heuvel ligt een grote waterput. Via een lang touw wordt een emmer water omhoog gehezen door twee ezeltjes. Het water wordt dan verdeeld onder alle aanwezigen, mens en dier.

Ook hier in Naqa is een leeuwentempel, een beetje vergelijkbaar met die in Mussawarat. Zes zandstenen leeuwen bewaken de ingang.

Ervoor staat een gebouwtje dat “de Kiosk” wordt genoemd. Hier kun je zien dat de oude Meroïeten niet alleen leenden van de Egyptenaren, maar ook de Hellenistisch-Romeinse bouwstijl imiteerden.

Naqa 225

Tot slot wacht de rit over de grote weg naar Khartoem. Volgens mijn kaart is het maar zo’n 120 kilometer, maar het duurt en duurt. Er is veel verkeer op deze route, vooral veel vrachtwagens met olie en andere met dubbele opleggers. Pas tegen half 8 zijn we in ons hotel in Khartoem, en komt er een einde aan de reis door dit fascinerende land met zijn zand, ezeltjes en piramides.

Terugblik Soedan 2014

Kamelen, ezeltjes, piramides en zand, heel veel zand. Dat is het DNA van Soedan. Het lijkt eenzijdig, maar de reis was een stuk afwisselender dan ik had verwacht. Naast de twee uitstekende werelderfgoederen Gebel Barkal en Meroë, waren voor mij de hoogtepunten:
– De vrijdagse Sufi-dansen in Omdurman, een ongedwongen religieus feest.
– De kleurrijke Nubische dorpen langs de Nijl.
– De Leeuwentempel in Mussawarat.

De Soedanese bevolking lijdt helaas onder een dictatoriaal en streng islamitisch regime. Als reiziger merkte ik er weinig van, met uitzondering van het door de lokale reisorganisatie uitgedragen fotoverbod op markten. Hoe verder je van Khartoem komt, hoe relaxter de mensen zijn en hoe meer allerlei “regeltjes” vergeten worden.

Voorbereiding

Hoewel dit een door Koning Aap georganiseerde reis was, moest er toch het een en ander voorbereid worden. Gegevens voor de visumprocedure opgestuurd, een bezoekje aan de GGD voor een recept voor malariatabletten. Het meest “ingrijpend” voor mij was de aanschaf van een weekendtas: voor het eerst sinds jaren moet ik weer met ruimbagage reizen, omdat we een aantal nachten gaan kamperen (2 om precies te zijn). Bij de weging op Schiphol bleek ik maar 5 kilo te hebben ingepakt.

Een visum is verplicht voor Soedan, en normaal is de procedure heel ingewikkeld. Met een uitnodigingsbrief van de Soedanese reisorganisatie kom je echter een heel eind. Tot en met de vlucht van Istanbul naar Khartoem om precies te zijn: op het vliegveld van Istanbul controleren ze al of je een visum hebt of zo’n brief. Met de brief in de hand kun je dan op het vliegveld van Khartoem voor 100 dollar een stickervisum kopen. Hoewel er geen andere vluchten landden dan de onze, duurde het hele proces van grenscontrole en visum plakken (ander loket) toch zeker zo’n anderhalf uur. En dat midden in de nacht…

Vervoer

Vliegtuig
Ik vloog via Istanbul naar Khartoum met Turkish Airlines. De reis duurde 3 uur (naar Istanbul) + 3,5 uur (naar Khartoem), met een overstaptijd van 1,5 uur. Al met al niet zo lang, maar wel met dramatische vluchttijden midden in de nacht. Koning Aap schijnt een heel goedkope deal te hebben met Turkish Airlines, maar ik zou er zelf nooit voor kiezen.

Het was voor het eerst dat ik met deze maatschappij vloog. Ze laten zich vooral voorstaan op het eten: bij binnenkomst in de cabine heet een man met koksmuts je welkom, en ook het eten in de Economy Class was het beste dat ik in tijden in een vliegtuig gehad heb. Helaas zijn hun stoelen van mindere kwaliteit, zodat het toch nog een lange zit wordt vooral de laatste uren van Istanbul naar Khartoem. Ook was het bloedheet in de cabine, ze willen je vast al voorbereiden voor de temperaturen in Soedan.

Vervoer ter plaatse
We reisden rond in een konvooi van 5 Toyota Landrovers. In elke auto zaten 4 passagiers. Ook dat was wat aan de krappe kant, zeker op die lange ritten over de snelweg.

Overnachtingen

Khartoem
Het Coral Hotel is een vrij luxe hotel in het centrum van de stad, tussen twee glimmende en reusachtige nieuwere hotels in. Mijn kamer op de 7e verdieping is een standaard die je overal ter wereld ziet. Maar het bed ligt lekker en er is wifi, dus geen klachten. Alleen de douche is maar moeilijk warm te krijgen. Het inbegrepen ontbijt is een beetje inspiratieloos maar goed te doen.

Website: Coral Khartoum Hotel

Wildkamperen
Op twee opeenvolgende dagen sliepen we op twee verschillende plekken in de woestijn. Er werd een grote zandduin uitgezocht, in de beschutting waarvan we konden zitten, de kok de maaltijden kon klaarmaken en we onze tentjes konden opzetten. De organisatie leverde zeer ruime koepeltentjes en een matje. Het opzetten was niet moeilijk, maar door de wind tegen de avond toch lastig te doen in je eentje. Verder ligt het echt hard zo op de grond. Geen sanitaire voorzieningen.

Karima
Het Nubian Rest House is een verademing na dagen in de woestijn. Keurig aangelegd hotel echt aan de voet van de berg Gebel Barkal. Lekker hete douches en een privé-zitje voor de deur. Er is zelfs (instabiele) wifi. Je zit hier wel weer in de bewoonde wereld, dus ’s ochtends schalt de oproep tot gebed vanaf verschillende minaretten over de stad en het hotel.

Website: Nubian Rest House

Meroë
Meroe Tented Camp is een groep van 20 permanente tenten, voorzien van opgemaakte bedden en met eigen douche & toilet in een gebouwtje er achter. Ze liggen op zo’n 2 kilometer afstand van de piramides van Meroë. Er is een centraal restaurantgebouw met mooi dakterras. Ook voor de tenten kun je lekker zitten. ’s Avonds is er stroom via een generator.

Website: Meroe Tented Camp

Eten

Het eten op deze geheel verzorgde reis was goed. Internationale gerechten voerden de boventoon, aangevuld met Soedanese favorieten zoals de “ful” (bonengerecht) en platte falafel.

Ontbijt
Of het nu in de woestijn was (klaargemaakt door onze eigen kok), of in een hotel: het ontbijt bestond eigenlijk altijd uit een combinatie van broodjes, tomaat, schapenkaas, gebakken ei of pannenkoeken, en vers fruit.

Lunch
De lunch genoten we meestal als picknick, meegenomen uit de hotels en klaargezet door de chauffeurs. Daarvoor vouwden ze lange tafels uit, 16 klapstoeltjes erbij, tafelkleed, bord en bestek. Een heel gedoe iedere middag, maar ze waren er niet vanaf te brengen. We aten meestal brood met tomaat/schapenkaas, salade en iets van gegrild vlees of vis.

Diner
De diners kwamen voor rekening van de hotels waar we verbleven. Altijd drie gangen, met soep vooraf, een buffet met vlees/groente/patat als hoofdgerecht, en een toetje zoals fruit of pudding. Alcohol is streng verboden in Soedan, dus bij het eten dronken we meestal gewoon water. Ook waren er lekkere vruchtensappen gemaakt van hibiscus, baobab of mango.

Kosten

Bij deze reis was bijna alles inbegrepen en dus vooraf betaald. Toch moesten er nog wat Soedanese ponden worden gewisseld voor zakgeld. Geld wisselen op een vrijdag (weekend in het islamitische Soedan) bleek een crime. De banken uiteraard dicht, ons hotel had te weinig geld in kas en de groep had ook al snel de voorraad van een ander hotel opgemaakt. Bij de laatste poging wist ik 110 EUR te wisselen, dat bleek genoeg voor de hele reis.

Ik kan weinig zeggen over de prijzen in Soedan. In de hotels waar we verbleven was het allemaal vrij duur: zo’n 2 tot 3 EUR voor een cola. Verder heb je nauwelijks de gelegenheid onderweg om iets uit te geven.

Prijslijst in het Nubian Rest House, 10 Soedanese Pond is ca. 1,40 EUR

Leave a comment