- Route
- Het is koud in Mexico-Stad
- #518: UNAM Universiteitscampus
- #519: Luis Barragan Huis en Studio
- #520: Historisch centrum van Puebla
- Zondag in de stad
- #521: Historische zone van Querétaro
- #522: San Miguel de Allende
- #523: Guanajuato
- #524: Morelia
- #525: Monarchvlinderreservaten
- #526: Calakmul
- #527: Vestingstad Campeche
- #528: Chichen Itza
- Cenote Ik Kil
- Van A naar B via weer twee mooie Maya-steden
- #529: Sian Ka’an
- #530: Uxmal
- #531: Xochicalco
- Stad van de Eeuwige Lente
- #532: Kloosters op de hellingen van de Popocatépetl
- Terugblik Mexico 2014
Route
Mexico is één van de meest fanatieke landen op het gebied van werelderfgoed. Ze hebben nu 32 plekken op de lijst, en elk jaar proberen ze er weer één of twee bij te krijgen. Een goede plaats dus om mijn score snel op te hogen: mijn reis van januari 2014 staat dan ook geheel in het teken van die werelderfgoederen, en ik hoop er 16 te gaan zien.
Ik was in 1996 al eens eerder in Mexico, en bezocht toen met name het zuidelijke grensgebied met Guatemala. Dit keer ligt de focus op Mexico-Stad en de groep van oude koloniale steden ten noorden daaarvan, en op het schiereiland Yucatan.
De route ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:
| Datum | Programma | Verblijf |
| 8 – 12 januari | Vlucht naar Mexico-Stad, 14.35 – 19.25 uur (KL0685). De volgende dagen ga ik er de stad verkennen met o.a. een fietstour en bezoeken aan de Universiteitscampus en het Casa Luis Barragan (WE 1 en 2). En ik maak een dagtocht met de bus naar de stad Puebla (WE3). | Maria del Alma, Mexico-Stad |
| 13 januari | Huurauto ophalen op het vliegveld, en dan een mooie rit door woestijn en bergen naar het 18e eeuwse missiekerkje van Jalpan (WE4). Overnachting in de koloniale stad Queretaro (WE5). | Hotel Quinta Lucca, Queretaro |
| 14 – 15 januari | Via het klooster Jesús de Nazareno de Atotonilco (WE6) door naar de stad Guanajuato (WE7). Daar volle dag om deze oude mijnstad te bekijken. | Casa Estrella de la Valenciana, Guanajuato |
| 16 januari | Via Morelia (WE8) naar Zitacuaro. Morelia wordt ook wel de Roze Stad genoemd, en is een rustige groene stad met fonteinen, een aquaduct en natuurlijk de nodige kerken. | Hotel Irekua, Zitacuaro |
| 17 januari | In de ochtend bezoek aan het vlinderreservaat El Rosario (WE9). Daar overwinteren in grote getale de Noordamerikaanse monarchvlinders. Daarna terugrijden naar het vliegveld van Mexico-Stad om de huurauto in te leveren en te overnachten in een airporthotel. | Courtyard by Mariott, Mexico-Stad |
| 18 – 19 januari | Vlucht naar de stad Campeche op het schiereiland Yucatan. Daar met een huurauto door naar Xpujil, voor o.a. een bezoek aan de Maya-stad Calakmul (WE10) | Chicanna EcoVillage Resort, Xpujil |
| 20 januari | Terugrijden naar Campeche en bezoek aan deze havenstad met forten en pastelkleurige koloniale huizen (WE11). | Hotel Plaza Colonial, Campeche |
| 21 – 22 januari | Naar de Maya- en Tolteekse ruïnes van Chichen-Itza (WE12), één van de 7 nieuwe wereldwonderen en de meest bezochte plek door toeristen in Mexico. Ik heb een hotel pal naast het archeologisch park, dus kan vroeg naar binnen. | Hotel & Bungalows Mayaland, Chichen-Itza |
| 23 – 24 januari | Verder rijden naar de kust van Yucatan. Overnachten in het plaatsje Tulum en vanaf daar bezoek aan natuurreservaat Sian Ka’an (WE13). | Villas H2O, Tulum |
| 25 januari | Naar Uxmal, weer een oude Maya-stad (WE14). | Uxmal Resort Maya, Uxmal |
| 26 – 28 januari | Terugvlucht van Campeche naar Mexico-Stad. Vanaf het vliegveld door met de bus naar de stad Cuernavaca. Daar blijf ik 3 nachten, en bezoek onder andere de werelderfgoederen Xochicalco (WE15) en de 16e eeuwse kloosters aan de voet van de Popocatepetl (WE16). | Hotel Casa Colonial, Cuernavaca |
| 29 – 30 januari | Terugvlucht naar Nederland 21.50 – 15.10 uur met KL0686. | Vliegtuig & thuis |
Het is koud in Mexico-Stad
Tegen achten kom ik vrolijk in mijn ¾ broek en poloshirt bij het ontbijt aanzetten op de veranda van mijn bed&breakfast. Ik tref er twee dik aangeklede Canadezen, en de eigenaar zegt dat ik ook maar beter een trui kan gaan ophalen. Vannacht is het ook al flink koud geweest, ik heb onder een dekbed en een deken gelegen. Ik had er nooit bij stilgestaan hoe koud het hier kan worden, maar Mexico-Stad ligt echt hoog – 2240 meter – en het is hier natuurlijk ook winter.
Om een uur of 9 is de zon gelukkig weer sterk aanwezig, en kan ik aan mijn verkenning van de stad beginnen. Ik ga met de metro naar het Centro Historico, het historisch centrum. Bijna iedereen op straat heeft een jas aan, en ik zie zelfs mensen met een sjaal en handschoenen. Ook het centrale plein (de Zocalo) is helemaal in winterse sferen: er staat nog een reuzenkerstboom, en verder is dit op één na grootste plein ter wereld omgetoverd in een wintersportattractie. Er is een sneeuwglijbaan waar je met een rubberen band naar beneden kunt sleeën. En er is een heuse ijsbaan waar Mexicanen pogingen tot schaatsen doen. Omdat ze daarmee niet zijn opgegroeid, krijgen ze er een oranje plastic stoel bij om zich aan vast te houden. Echt een grappig gezicht.
Maar liefst 17 jaar geleden was ik hier ook al eens. Ik kan me er niet veel van herinneren, het was met een georganiseerde rondreis en ik geloof dat we maar één dag in de hoofdstad zijn geweest. De Zocalo herinner ik me nog wel, en ook het grijze van de meeste gebouwen hier. Echt een mooie stad is het niet. Op het grote plein zijn er altijd mensen aan het demonstreren, en er is heel veel politie (meer een soort ME) op de been. Vandaag staat er een hele ring van demonstranten om het plein, over iets met arme boeren. Daar hebben ze er nogal veel van in Mexico.
Rust vind ik in de grote kathedraal die ook aan het plein ligt. De facade is een schoolvoorbeeld van de Churriguereske stijl, een extreem soort barok met een overdaad aan versiersels. Binnen is het ook bont: veel goud, en levensechte bloederige Christusbeelden. Als ik bij het hoofdaltaar foto´s wil maken zit daar een luid huilende vrouw. Er drentelt een klein jongetje om heen, heel zielig. En een beetje genant om hier de toerist uit te hangen.
Schuin achter de kathedraal ligt de Templo Mayor. Dit was ten tijde van de Azteken de belangrijkste tempel van hun rijk. Pas in 1978 zijn bij opgravingen de resten ervan gevonden: eeuwenlang was er overheen gebouwd. Ik weet nu wel zeker dat ik hier in 1997 niet ben geweest – het is zo geweldig dat ik het nooit vergeten zou zijn. Voor een bescheiden entree van 3 EUR mag je eerst langs de opgravingen lopen. Deze lijken op het eerste gezicht vooral op stapels stenen. Maar als je wat verder op het terrein komt, zie je dat er ook nog beelden en zo bewaard zijn gebleven. Sommige hebben zelfs nog hun originele kleuren.
Er zijn slangen, kikkers en veel afbeeldingen van de regengod. Een achterwand van één van de tempels is bedekt met 240 stenen doodshoofden. Er is heel veel meer dan ik had verwacht, en er zijn ook maar weinig bezoekers. De zon schijnt, het is hier heerlijk vertoeven. De geluidsinstallatie van de demonstratie om de hoek hoor je wel de hele tijd, maar dat hoort er hier een beetje bij.
240 doodshoofden in de Templo Mayor
De rondwandeling over het terrein van de Templo Mayor eindigt bij het museum. Dit is ook bij de prijs inbegrepen, en hier liggen alle schatten die bij de opgravingen naar boven zijn gehaald. Het is groot (8 zalen) en modern ingericht. Alle uitleg is er ook in het Engels. Er zijn vooral veel grafvondsten te zien, variërend van schelpen tot mensenoffers. En heel veel gave beeldjes, waarin de regengod ook weer vaak terugkomt.
Het centrum van Mexico-Stad is ook een werelderfgoed. Ik had mijn vinkje in 1996 al gehaald, maar ik probeer vandaag van alle bloeiperiodes van de stad wat mee te pikken. Behalve de Azteken (Templo Mayor) en de koloniale Spanjaarden (kathedraal en Zocalo) heeft ook het onafhankelijke Mexico van de 19e en 20e eeuw hier mooie dingen neergezet. Zo is er het Paleis van Schone Kunsten, een art nouveau-gebouw. Binnen moeten er mooie muurschilderingen zijn, maar helaas zijn die voor restauratie achter doeken verdwenen.
Ik ga daarom ter afsluiting van deze eerste dag naar het Museo Mural Diego Rivera. Hier wordt één grote muurschildering van Diego Rivera tentoongesteld uit 1947. Het zat vroeger in een hotel in de binnenstad, maar heeft nu een eigen gebouwtje. Dit is de beroemde schildering van Rivera over de Mexicaanse geschiedenis. De wand is zo’n 20 bij 3 meter, en beschilderd met hoofden van bekende Mexicanen afgewisseld met karakteristieke scenes uit het dagelijks leven op straat. Hier is het ook al zo rustig, ik ben in mijn eentje in de zaal en kan de schildering op mijn gemak bekijken. Er staat ook uitleg bij wie wie is, hieronder zie je helemaal links met puntbaard bijvoorbeeld de Spaanse veroveraar van Mexico: Hernan Cortes.
#518: UNAM Universiteitscampus
Wat is het?
De Campus van de UNAM-universiteit in Mexico-Stad is als universiteitsstad een uniek voorbeeld van 20e eeuws modernisme in de architectuur en kunst. De campus werd gebouwd tussen 1949 en 1952 op basis van een masterplan waaraan meer dan 60 architecten en ontwerpers meewerkten. Het doel was om de leef- en studeerkwaliteit en daarmee het onderwijs van het post-revolutionaire Mexico te verbeteren. Ze combineerden de stijl van de internationale modernistische beweging met typisch Mexicaanse architectuur. De stad heeft naast faculteitsgebouwen ook musea en sportfaciliteiten. Ook het Olympisch Stadion van Mexico ligt in deze wijk.
Cijfer: 7 (Ik heb al heel wat modernistische werelderfgoederen bezocht. Twee weken geleden zelfs nog voor het laatst, in Le Havre. Hier in Mexico-Stad zie je dezelfde strakke lijnen, het vele glas en het beton dat ook die andere plaatsen kenmerkt. Het grote verschil is dat er Mexicaanse elementen aan zijn toegevoegd. Dat zijn vooral kleurrijke muurschilderingen en reliëfs van de hand van de grootste Mexicaanse kunstenaars, zoals Diego Rivera. Dat maakt deze universiteitsstad toch net een stukje interessanter.)
Toegang: Er is geen entree. Er zijn zelfs helemaal geen voorzieningen voor toeristische bezoekers. Vanaf het metrostation Copilco ben ik gewoon alle studenten in witte doktersjassen gevolgd, en zo belandde ik bij de medische faculteit. Vanaf daar kun je het hele universiteitscomplex zo oplopen.
Hoeveel tijd: Ik ben er anderhalf uur geweest. Je kunt er lekker rondwandelen en op bankjes zitten. Er is ook nog een groot terrein met sportvelden, met handbalvelden die gebouwd zijn in de stijl van de balvelden van de oorspronkelijke bewoners van Mexico bijvoorbeeld. Daar (zone C) ben ik niet geweest, wel in Zone A (universiteitsgebouwen) en Zone B (Olympisch Stadion).
Opvallend: Het is wel een beetje vreemd om hier met een camera rond te lopen, tussen de studenten die gewoon hun dagelijkse dingen aan het doen zijn. Tussen de faculteitsgebouwen zijn basketbalveldjes, en er is een “park” (meer een groot grasveld) om te joggen, te fietsen of je hond uit te laten. Verder zijn er natuurlijk de nodige administratieve gebouwen, een academische boekwinkel en stalletjes waar snacks en drankjes verkocht worden.
Muur-reliëf van David Siqueiros
#519: Luis Barragan Huis en Studio
Wat is het?
Het huis en de studio van Luis Barragan zijn twee aaneengesloten gebouwen ontworpen door de Mexicaanse modernistische architect Luis Barragan in 1948. Ze liggen in een arbeidersbuurt in Mexico-Stad. Barragan was een late vertegenwoordiger van de Internationale Moderne Beweging in de architectuur, die in de jaren 20 met Bauhaus, Le Corbusier en De Stijl zijn oorsprong vond. Hij vermengde die stijl met mediterrane en Mexicaanse elementen zoals felle kleuren, tuinen en waterpartijen. Hij heeft ook het landschapsontwerp gemaakt voor de UNAM-campus.
Cijfer: 5,5 (Het huis is met zoveel mysterie omgeven en je moet zoveel moeite doen om er binnen te geraken, dat je van het interieur ook wel iets grandioos verwacht. Maar dat is het toch niet echt. Barragan leefde en werkte hier, en maakte het zoals hij het hebben wilde (en paste het ook meermaals aan). Hij was een zeer religieuze man, dus je ziet steeds kruizen terugkomen. Hij speelde slim met buitenlicht zodat er geen lampen aan het plafond hoefden. Zijn privé-vertrekken hadden grote ramen met zicht op de verwilderde tuin, zodat binnen en buiten met elkaar versmelten. Dat zie je bijvoorbeeld ook in het Paimio Sanatorium (dat ik veel mooier vond)).
Toegang: De entree inclusief een rondleiding in het Engels door een gids kost 210 pesos (12 EUR). Dat is erg veel voor Mexicaanse begrippen. Vier keer zoveel bijvoorbeeld als de toegang tot het Azteekse topmonument in het centrum van Mexico-Stad, de Templo Mayor. Je kunt voor 500 pesos (25 EUR) ook nog toestemming kopen om binnen foto’s te mogen maken, maar zoveel geld had ik niet bij me.
Hoeveel tijd: De rondleiding duurde een uur. Van buiten is er eigenlijk niks te zien, dus ik was zo weer terug bij het metrostation.
Opvallend: Het lijkt wel of je tot een geheim genootschap behoort als je hier een tour weet te boeken. Het huis staat noch in de Lonely Planet noch in mijn Michelin Green Guide van Mexico vermeld. Alleen intimi weten het dus te vinden. Je moet je van tevoren aanmelden per mail of telefoon; ik had de rondleiding al 3 weken van tevoren gereserveerd. Toch krijgt het verrassend veel bezoekers. Als ik er tegen half 1 aankom, verlaat net een Spaanstalige groep van 12 het pand. En ook op mijn rondleiding zitten nog 4 andere geïnteresseerden, twee stellen uit respectievelijk Engeland en Nieuw-Zeeland.
Voor Barragan kenmerkende spiegelende bol
#520: Historisch centrum van Puebla
Wat is het?
Puebla is een Spaans-koloniale stad uit 1531. De stad werd uit het niets gesticht, het was de eerste die de Spanjaarden bouwden die niet op de fundamenten van een Indiaanse stad was gebaseerd. Ze kozen deze locatie in een vruchtbare vallei als tussenstop tussen de havenstad Veracruz en de hoofdstad Mexico-Stad. Het historisch centrum heeft veel religieuze gebouwen, paleizen en huizen bedekt met geglazuurde tegels (azulejos) uit de 16e, 17e en 18e eeuw. De straten hebben een klassiek Spaans schaakbordpatroon, met een groot plein in het midden. Puebla heeft nu 1,5 miljoen inwoners en is daarmee de op 3 na grootste stad van Mexico. Er is veel industrie, zo is er in de buitenwijken een grote Volkswagen fabriek.
Cijfer: 8 (Puebla is een stad met een geweldig leuke sfeer. Het centrum is heel compact ondanks dat het zo’n grote stad is. Overal om je heen zie je bont gekleurde huizen met barokke facades en/of geglazuurde tegels. Daarnaast heeft het in de gouden rozenkruiskapel en de bonte facade van de Franciscaner kerk twee uitzonderlijke monumenten. Ik liet de taxi vanaf het busstation me direct afzetten bij de Dominicaanse kerk, en dan heb je meteen het hoogtepunt gehad: links achterin deze kerk is een volledig gouden kapel, het schittert zo erg dat je er nauwelijks foto’s van kunt maken.).
Toegang: De meeste bezienswaardigheden zijn kerken, en die zijn gratis. Verder ben ik nog binnen geweest in het Museum Amparo (35 pesos – 2 EUR).
Hoeveel tijd: Een volle dag. Ik “deed” Puebla als dagtocht uit Mexico-Stad, vandaar is het een uur en 3 kwartier met de bus. Er is echter genoeg te zien om ook een nachtje te blijven.
Opvallend: Puebla staat in Mexico ook bekend om zijn keuken. De mole poblano (“saus uit Puebla”) is hier uitgevonden door een stel nonnen die zo de legende wil snel iets klaar moesten maken voor een bezoekende aartsbisschop en het moesten doen met de ingrediënten die ze toevallig in huis hadden. Dat leidde tot deze typische donkerbruine saus waarin o.a. rode pepers en chocolade zijn vermengd. Ik at hem in een van de bekendste restaurants van Puebla, Fonda de Santa Clara. De saus bedekte enchiladas gevuld met kip, en daarnaast waren er nog twee andere smaken te proeven: de rode en groene pipian-saus, gemaakt van geroosterde pompoenzaden. Het was heerlijk!
Zondag in de stad
Na Buenos Aires, Sydney en Tokyo ga ik ook hier in Mexico-Stad een fietstour meemaken. Hij start in de buurt van het stadspark Chapultepec, en we blijken op zondag met onze neus in de boter te vallen. Elke zondag is namelijk de Reforma, de grootste doorgaande weg door het centrum, afgesloten voor auto’s. Met linten en politieafzettingen wordt zo een fietsroute van 30 kilometer gecreëerd. Als ik naar het afspreekpunt loop vanaf de metro zie ik al heel wat mensen hier gebruik van maken.
De tour van Mexico City Bike wordt geleid door Antonio, een docent aan de universiteit op het gebied van landschapsarchitectuur. We zouden eigenlijk met z’n vieren zijn, maar twee komen er niet opdagen. Dus ik ga alleen op pad met de gids en een Canadese toerist. Antonio vertelt dat hij vaak personeel van de KLM rondfietst. En dat het wel makkelijk fietsen is met Nederlanders, die zijn het gewend tussen auto’s te rijden.
Van auto’s hebben we vandaag echter in Mexico-Stad geen last. We rijden eerst een stuk over de autoloze Reforma. Daar hebben we ook onze eerste stop: de botanische tuin. Aan de planten hier kun je zien dat het klimaat in Mexico-Stad eigenlijk heel apart is: het is een stad in de tropen, maar ook op 2400 meter hoogte. De vegetatie is dus een mix van tropische en door Europeanen meegebrachte planten.
We fietsen de Reforma helemaal af, en we zijn zeker niet de enige! Het is moeilijk in te schatten hoeveel fietsers en skaters er op de been zijn, maar het zijn zeker vele honderden. Niet allemaal kunnen ze het even goed, en er rijden ook veel kinderen op kinderfietsjes rond. De snelheden variëren enorm (er zitten ook wielrenners tussen), dus het is wel opletten. Ik had nooit verwacht zoiets in Mexico mee te maken, maar deze openstelling van de weg op zondag blijkt enorm populair.
Uiteindelijk komen we in het moderne deel van het centrum. Hier was ik op mijn verkenningen van de afgelopen dagen nog niet geweest. Traditioneel is er eigenlijk geen hoogbouw in deze stad, maar de afgelopen jaren heeft de economische voorspoed hier allerlei wolkenkrabbers laten verrijzen. Eigenlijk gaat dit hele deel van de route door heel welvarende wijken, het lijkt wel Amerika of Azië.
Voor de lunch gaan we een oude wijk in die trendy aan het worden is. Roma is een oude volksbuurt die in 1985 zwaar geraakt is door een aardbeving. We gaan hier eten bij La Romanita. Het is een straatstalletje waar de eigenaresse langs de kant van de straat een veelheid aan gerechten bij elkaar kookt. Je kunt ze opeten aan lange tafels. Er zitten al meer mensen te eten, en er wordt ook afgehaald. Ik neem flautas, dat zijn gevulde en opgerolde taco’s met rundvlees. Net een soort loempia’s. Hete saus erbij en kaas, erg lekker.
We rijden weer verder door de oudere wijken. We passeren wat mooie Art Deco-gebouwen, ik had hier best nog wat meer foto’s willen maken. Helaas fietsen we door. Dat is wel het nadeel van deze fietstour: er wordt meer gefietst dan dingen bekeken. Van de tours die ik tot nu toe in andere steden heb gedaan vind ik dit dan ook de minste.
Op het eind racen we nog door het Chapultepec park. Dit is het grote stadspark van Mexico. Het is vol met mensen vandaag, genietend van hun vrije dag.
Na zo’n 4 uur fietsen zijn we terug waar we begonnen. Ik heb mijn beweging wel weer gehad voor vandaag. Maar ik moet nog een minuut of 20 lopen want ik heb nog meer op het programma staan. Het Antropologisch Museum is het mooiste van de stad, en zelfs een van de topmusea in de hele wereld. Ik was er in 1996 ook al, maar vind het de moeite waard om nog eens te gaan kijken.
Zondag is een extra drukke dag hier, want dan mogen de Mexicanen gratis naar binnen. Als toerist betaal je zo’n 3,5 EUR. Er is zoveel te zien dat je je er uren kunt vermaken, maar ik houd het bij een selectie van Teotihuacan, Mexica en de kust van Mexico. Het is er wel druk, maar het is allemaal zo groot en ruim opgezet dat je je de mooiste dingen nog op je gemak kunt zien. En foto’s maken mag hier ook. Heel veel hele mooie beelden en beeldjes gezien vandaag.
Tot slot: de voladores. Het is ongeveer het enige waar ik nog foto’s van heb uit 1997. De voladores zijn een inheemse Mexicaanse traditie: 4 of 5 mannen klimmen een 30 meter hoge paal in, binden een van hun voeten vast met een touw en laten zich dan al rondjes om de paal slingerend tegelijk naar beneden zweven (het touw zit om de paal gerold). Van mijn vorige bezoek weet ik dat ze bij het Antropologisch Museum optreden. Ik zie ze eerst niet, maar ze blijken achter de hamburger- en ijskraampjes verstopt te zijn op een eigen grasveldje.
Er staan al zo’n 50 mensen te kijken aan de rand van het grasveld. De 4 mannen zitten al bovenin de paal en zijn het touw aan het goedleggen. Dan volgt er wat vuurwerk en muziek, en gaan ze aan het draaien. In een paar minuten tijd staan ze weer met beide voeten op de grond. Oorspronkelijk was dit een religieuze ceremonie, maar nu doen deze mensen het professioneel. Er gaat er ook eentje met de pet rond tijdens het schouwspel. Een mooie afsluiting van weer een lange dag in Mexico-Stad.
#521: Historische zone van Querétaro
Wat is het?
Querétaro is een hybride stad met zowel inheemse als Spaans-koloniale elementen: er was een inheemse wijk met smalle, gebogen straatjes en een Spaanse wijk in schaakbordpatroon. De stad beleefde haar bloeiperiode in de eind 17e en 18e eeuw, en uit die tijd stammen de monumentale kerken en openbare gebouwen, en een 1,28 kilometer lang acquaduct.
Cijfer: 5 (Er staan heel veel Spaans-koloniale steden op de Werelderfgoedlijst, en vooraf wist ik al dat dit één van de minste voorbeelden is. Zeker als je het vergelijkt met Puebla waar ik een paar dagen geleden was is dit twee klassen minder. Geen enkel gebouw sprong er voor mij echt uit. Het is wel een welvarende stad met een gezellige drukte op straat. Ook zijn er meerdere pleinen met typische bomen, zoals op de foto boven te zien is).
Toegang: Ik heb nergens entree betaald.
Hoeveel tijd: Ik heb er twee uur rondgelopen, en heb er ook overnacht.
Opvallend: Queretaro kan voor mij worden omgedoopt in “Waterloo” – want hier strandde mijn poging om op deze trip 16 werelderfgoederen aan te doen. Ik wist al dat het een krap programma was, en vooral deze dag voelde niet goed. Auto ophalen op vliegveld, uit de metropool Mexico-Stad zien te raken, doorrijden over de tolweg naar het noorden en dan je weg zien te vinden in de nauwe straatjes van een willekeurige koloniale stad: ik had er mijn handen vol aan vandaag, en zeker niet meer de energie om er nog een werelderfgoed in de omgeving aan vast te plakken. Met pijn in het hart sla ik dus de Missiekerken in de Sierra Gorda over dit keer..
#522: San Miguel de Allende
Wat is het?
San Miguel de Allende is een middelgrote stad met veel gebouwen in de stijl van de Mexicaanse barok. Ten noorden van de stad ligt het jezuïtische Heiligdom van Jesús de Nazareno de Atotonilco. Het bestaat uit een grote kerk en verscheidene kleinere kapellen. Ze zijn versierd met 18de eeuwse olieverfschilderijen en muurschilderingen, wat het heiligdom de bijnaam “de Sixtijnse Kapel van Mexico” op heeft geleverd.
Cijfer: 7 (San Miguel zelf heeft geen echte hoogtepunten, maar door zijn ligging tegen een heuvel met bont gekleurde huisjes heeft het wel iets schattigs. Om de zwaktes van deze zoveelste koloniale stad wat te camoufleren hebben ze ook het Heiligdom van Atotonilco aan het werelderfgoed toegevoegd, en daarmee heeft het toch wel iets speciaals gekregen. Het heiligdom is een schitterende parel in een stoffig dorpje. Van binnen is de kerk geheel beschilderd, niet met glanzende penseelstreken van een meesterschilder maar in een naïeve, volkse stijl om zoveel mogelijk emotie op te wekken bij de inheemse kerkgangers.).
Toegang: Ook hier weer veel kerken, en die zijn in het katholieke Mexico allemaal nog in dagelijks gebruik en dus gratis. San Miguel is zo’n typisch stadje met nauwe straatjes, gebouwd tegen een heuvel – ongeschikt voor auto’s en al helemaal geen parkeergelegenheid. Gelukkig vond ik aan de rand van de stad een enorm Amerikaans-aandoend winkelcentrum (Plaza la Luciernaga). Met een gratis parkeerterrein van Amerikaanse proporties. De busjes naar het centrum stoppen er voor de deur, en voor 25 cent word je netjes naar het historische deel van de stad gebracht.
Hoeveel tijd: Zo’n 3 uur inclusief uitgebreide lunch in de stad San Miguel, en dan nog een kwartier binnen in Atotonilco. Het heiligdom ligt een minuut of 20 rijden ten noorden van de stad.
Opvallend: Voor het eerst na Mexico-Stad en Queretaro had ik hier het gevoel wat uit de Europese/Amerikaanse cultuur weg te zijn. Gek genoeg is San Miguel de Allende een populaire plaats voor Amerikaanse gepensioneerden, die er hun tweede thuis in een gezonde omgeving hebben gevonden. Naast hen lijkt de stad niet een eigen Mexicaanse middenklasse te hebben, je ziet vooral inheemse vrouwtjes allerlei frutsels op straat verkopen.
En ook het landschap is veranderd. Het is hier bergachtiger, met meer hoogteverschillen. Vanuit San Miguel reed ik een mooie route over een soort provinciale weg naar mijn volgende overnachtingsplaats Guanajuato. Velden vol met cactussen staan hier, en dan voel je je toch pas echt in Mexico.
#523: Guanajuato
Wat is het?
Guanajuato is een stad die spontaan is ontstaan in de nabijheid van zilvermijnen. Deze mijnen brachten in de 18de eeuw 20% van al het zilver in de wereld voort. De elite van de stad vaarde er wel bij, en liet grootse monumenten bouwen. Zo zijn er in het centrum drie grote theaters die in Europa niet zouden misstaan.
Cijfer: 7,5 (Het is een heel ander type stad dan ik de afgelopen dagen heb gezien: door het spontane ontstaan is het een wirwar van kronkelige straatjes, sommige heel steil en/of heel smal. De stad is in een “kom” tussen de bergen gebouwd. Het is ook een universiteitsstad, dus volop leven en niet zo toeristisch als het nabijgelegen San Miguel de Allende. Het mooiste vond ik er het Teatro Juárez, een theater in moorse stijl uit 1903).
Toegang: Hier heb ik voor het eerst in Mexico meerdere keren op een dag entreegeld betaald. Dat komt vooral doordat er een aantal kleine musea is die leuk zijn om even binnen te gaan. Ze vragen meestal zo’n 20 tot 35 pesos entree (1 – 1,75 EUR).
Hoeveel tijd: Een dag kun je er prima vermaken.
Opvallend: Guanajuato heeft één heel aparte toeristische attractie: het Museum van de Mummies. Het is maar de vraag of het tot het werelderfgoed behoort, maar ik kon het toch niet laten een stadsbus naar de buitenwijk te pakken waar dit museum ligt. Deze ochtend sprak ik bij het ontbijt twee Amerikanen die al 6 jaar in Guanajuato wonen (en een nachtje luxe bed&breakfast in hun eigen stad deden vanwege de verjaardag van de man), en zij deden nogal lacherig over dit “museum”.
De mummies zijn niet geprepareerd zoals die in Egypte, deze zijn gewoon zo bewaard gebleven door de uitzonderlijk droge grond. Het zijn opgegraven lichamen van het kerkhof sinds 1865: als de familie 3 jaren achtereen de grafbelasting niet kon betalen, werden de lichamen opgegraven en in een kelder gelegd voor het geval zich toch nog iemand met het geld zou melden. Je ziet er vrouwen en kinderen in klederdracht, en ook twee Fransen voor wie de familie vast te ver weg woonde om voor hun graven te zorgen.
#524: Morelia
Wat is het?
Morelia is een Spaans-koloniale stad uit de 16de eeuw, die meermaals een belangrijke rol in de Mexicaanse geschiedenis heeft gespeeld. Het was een favoriete stad voor Spaanse adellijke families, die er vier universiteitscolleges stichtten. De stad is sinds 1828 vernoemd naar José María Morelos, een priester die een leidende rol had in de Mexicaanse Onafhankelijkheidsstrijd. Daarvoor heette het Valladolid. De vele goed bewaard gebleven historische gebouwen zijn opgetrokken uit karakteristieke roze steen. De stad is nu de hoofdstad van de deelstaat Michoacán.
Cijfer: 6 (Morelia is gelukkig de laatste Spaans-koloniale stad die ik langs moet in Centraal-Mexico. Het is flink groot met ruim 600.000 inwoners, een stad waar iedereen gewoon zijn dagelijkse dingen doet. Het is de meest Spaanse van de koloniale steden, een beetje chique. Het is leuk genoeg om even rond te lopen. Vermeldenswaardig zijn alleen het 7 kilometer lange aquaduct dat de stad van water voorzag, en een bijzondere kerk daar in de buurt: het Heiligdom van Guadelupe).
Toegang: Nergens entree betaald.
Hoeveel tijd: Ik ben er een uur of 3 geweest. Ik had net als in San Miguel de Allende mijn auto weer heel handig geparkeerd bij een megawinkelcentrum aan de rand van de stad, en ben vandaar met een busje het drukke centrum in gegaan. Het voordeel van dit Amerikaanse winkelcentrum is dat ze er ook verscheidene Amerikaanse restaurants hebben, en zo kon ik eindelijk weer eens een lekkere salade eten in plaats van die stevige Mexicaanse maaltijden.
Opvallend: Ik ga al (bijna) geen kerken meer binnen de laatste dagen, zoveel heb ik er hier al gezien. Maar voor eentje in Morelia maakte ik toch een uitzondering, en dat bleek terecht. Volgens mijn Michelin reisgids lijkt het Heiligdom van Guadelupe van binnen wel een Indiase hindoetempel. Nou inderdaad, zo bont had ik het hier in Mexico nog niet gezien. Behalve het veelvuldig gebruik van kleuren als lichtblauw en roze-rood vallen ook de enorme schilderijen aan de muren op. Ze verbeelden op simpele wijze de bekering van de lokale Indianen tot het katholicisme.
#525: Monarchvlinderreservaten
Wat is het?
In het midden van Mexico liggen drie natuurreservaten die de overwinterende monarchvlinders beschermen. De oranje monarchvlinder stamt uit Noord-Amerika, en vliegt na elke zomer zuidwaarts om in deze specifieke bossen in Mexico neer te strijken. Dat doen ze met miljoenen, misschien wel een miljard tegelijk. In het voorjaar vliegen ze weer terug naar de VS en Canada.
Cijfer: 8,5 (Ik had er al veel van verwacht, maar het is echt een verbluffend schouwspel. Het ligt in een prachtige, Alpenachtige omgeving, helemaal niet Mexicaans. Het park is goed georganiseerd en het was heel rustig toen ik het op vrijdag bezocht. Eerst heb je een mooie wandeling, en dan zie je opeens de takken vol met vlinders. Onvoorstelbaar hoeveel er zijn, de takken bezwijken bijna onder het gewicht. Dit is met recht een uniek werelderfgoed.).
Toegang: Entree tot het reservaat El Rosario dat ik bezocht is 50 pesos (3 EUR). Dat is inclusief een gids die de hele tijd met je meeloopt en vragen beantwoord. Hem gaf ik ook een fooi van 50 pesos. En verder moet je een soort tol betalen aan het begin van het dorpje, ook 50 pesos.
Hoeveel tijd: Ik deed er een uur over om naar boven te lopen, naar de top van de berg waar de vlinders zich ophouden. Daar heb ik 3 kwartier staan kijken, en vervolgens liep ik terug in een half uurtje. Met de rit er naar toe over een hobbelweg ben je van de dichtstbijzijnde stad Zitacuaro ook nog een uur zoet.
Opvallend: Vanaf mijn overnachtingsplaats Zitacuaro reed ik naar het plaatsje Ocampo, waar de afslag is naar “Mariposa Monarca” – het vlinderreservaat. Gisteren viel me ook al op hoe groen en bergachtig het in deze omgeving is, het zou zomaar in de Alpen of in Nepal kunnen liggen. Helaas hebben ze op de weg wel de Mexicaanse gewoonte van topes (verkeersdrempels) tot een nieuw hoogtepunt gebracht. Je hobbelt dus in een slakkengang naar boven.
Parkeren kan gratis op het enorme terrein bij de ingang. Nou ja ingang, eerst kom je langs rijen en rijen houten stalletjes waar souvenirs en snacks worden verkocht. De meesten zijn nog gesloten als ik er langs loop om kwart voor 10. Mijn auto was de tweede van de dag op het parkeerterrein: in het weekend moet het er enorm druk zijn met Mexicaanse dagjesmensen, maar ik heb vrijwel het rijk alleen.
Na betalen van de entree word ik aan een gids gekoppeld, en gaan we op pad. Het is een stevige wandeling, bijna voortdurend klimmend tot boven de 3000 meter. Het pad is goed en je kunt niet verkeerd lopen. We zien nog wat vogels onderweg, vooral veel kolibries. Het wordt kouder en kouder boven, en helemaal op de top zien we zelfs nog wat bevroren grond. De gids vertelt dat hier begin januari nog sneeuw heeft gelegen.
Opeens zie ik dan de vlinders hangen: ze bezetten zo’n 1500 bomen in dit bos, en ze gaan allemaal bij elkaar zitten (lekker warm). Het lijkt net of het bomen zijn met veel dorre bladeren, maar dat zijn allemaal vlinderlichaampjes. Ze slapen er ’s nachts met hun vleugels dichtgeklapt. Dan zijn ze wit-grijzig. Zo zie ik ze eerst ook. Als de zon doorkomt worden ze wakker, spreiden ze hun vleugels en zie je dat ze oranje van kleur zijn.
Als ze een beetje opgewarmd zijn, gaan ze vliegen. Helaas wil de zon vanochtend niet heel erg branden, dus de meeste vlinders blijven lekker hangen. Maar bij elk straaltje zon is er steeds wel een groepje dat zich losmaakt en wild gaat rondbewegen. Ze zijn trouwens ontzettend moeilijk scherp te fotograferen. Je staat ook niet heel dichtbij, er is een touw gespannen op zo’n 20 meter afstand. Wel liggen er overal om je heen vlinderlijkjes op de grond. En zitten er ook wel enkele solisten op een boom binnen handbereik.
Ik heb er een hele tijd alleen en in volle concentratie staan kijken. Als duidelijk wordt dat de zon niet sterk genoeg is vanochtend om ze echt te laten vliegen, keren we om en lopen weer naar beneden.
Ik sluit deze succesvolle ochtend af door een van de vrouwtjes in een houten stalletjes bij de ingang wat omzet te gunnen, en 2 quesadillas als lunch voor me te laten maken.
#526: Calakmul
Wat is het?
Calakmul was in de vroege periode van de Maya’s één van de twee belangrijkste steden. Het was de rivaal van het bekendere Tikal, dat nu net over de grens in Guatemala ligt. Het heeft zijn oorsprong in de 4e eeuw voor Christus, maar beleefde zijn bloeiperiode tussen 542 en 695. Daarna kwam het centrum van het Maya-rijk verder naar het noorden te liggen (eerst in Palenque en daarna Uxmal en Chichen Itza). Pas in 1931 is de oude stad van Calakmul herontdekt: het was helemaal overgroeid door de jungle. Het ligt nu in het grootste natuurreservaat van Mexico, het Calakmul Biosfeerreservaat.
Cijfer: 8,5 (Het ligt erg afgelegen, en ik houd van afgelegen! En wat is er verder mooier dan ruïnes kijken met het geluid van brulapen erbij? De combinatie van mysterieus tussen de bomen opdoemende bouwwerken die nog in vrij goede staat zijn en de ligging in het ongerepte natuurreservaat maakt Calakmul zo bijzonder.).
Toegang: De toegang tot de oude Maya-stad kost 45 pesos (2,50 EUR). Eerder al moet je 85 pesos betalen voor entree tot het Calakmul Biosfeer Reservaat. Er komen heel weinig toeristen, er stonden een stuk of 10 auto’s op het parkeerterreintje toen ik aan het begin van de middag weer wegreed.
Hoeveel tijd: Ik ben 2,5 uur bij de ruïnes zelf geweest. Vanaf mijn hotel was het daarnaast nog 110 kilometer rijden (2 uur) heen en terug. Er is geen accommodatie in of vlakbij het park behalve een primitieve camping. Je rijdt de laatste 40 kilometer over een smalle weg die weliswaar geasfalteerd is, maar vol met gaten zit. Hier wonen ook geen mensen meer.
Opvallend: Een goed bewaard gebleven Maya-stad mag dan interessant zijn, het meest bijzondere aan deze plek is toch dat het midden in een natuurreservaat ligt dat vol zit met zoogdieren en vogels. Zonder van het terras van mijn huisje af te komen zag ik bij mijn hotel al een kleine vos en een agouti (soort grote cavia).
Bij de ingang van Calakmul stuitte ik op schuddende boomtakken, en dat kan maar één ding betekenen: apen! Voor ik nog maar één ruïne gezien had heb ik 10 minuten naar een eerste troep apen zitten kijken. Verderop in het park zag ik nog een groepje, en op de terugweg werd ik “geroepen” door luid brullende Mexicaanse brulapen. Volgens mij waren die twee eerste groepen een andere soort, kleiner en behendiger en bruinig (zwarthandslingerapen). Brulapen zijn makkelijk te herkennen: ze klinken als een vertrekkende stoomboot, en als je ze met je ogen weet te localiseren dan zijn ze groot en lomp.
Een andere opvallendheid hier is dat het nog mogelijk is om de ruïnes van de hoogste piramides te beklimmen. Ik had het zelf wel eens eerder gedaan, ik weet niet meer precies waar maar nog wel dat het heel steil was (vooral naar beneden). Bij de meeste grote tempels in Midden-Amerika (en Egypte!) mag het niet meer omdat het het bouwwerk teveel beschadigd en/of er wel eens een toerist naar beneden valt. Ik besloot er vandaag toch maar eentje te doen, de hoogste van allemaal: Estructura I.
Er waren geen andere mensen dus ik kon op mijn gemak naar boven. De trappen waren gelukkig vrij egaal en gelijkmatig, en ik stond zo boven. Vanaf daar heb je het fraaie zicht over de boomtoppen van het omliggende woud. En hier en daar steekt er tussen al het groen nog een topje van een Maya-ruïne uit.
#527: Vestingstad Campeche
Wat is het?
De vestingstad Campeche werd gesticht door de Spanjaarden in 1540. Ze gebruikten het als basis om het binnenland van het schiereiland Yucatan op de Indianen te veroveren, en om piraten van de Caribische kust van zich af te slaan. Vanaf het einde van de 17e eeuw versterkten ze de nederzetting met een reeks aan forten en muren. Deze vestingstad is in zijn oorspronkelijke vorm bewaard gebleven en ligt middenin het moderne Campeche (de hoofdstad van de gelijknamige Mexicaanse deelstaat).
Cijfer: 5 (Na mijn aankomst in de middag en een eerste ronde door de stad wilde ik het eigenlijk een 4 geven. Het zonnetje de volgende ochtend op de pastelkleurige huizen maakte nog iets goed. Het ziet er allemaal heel Cubaans uit, maar dan een kapitalistische versie waarbij elk gekleurd huisje ofwel een schoenenwinkel danwel een kledingzaak is. Verder is er niks te zien. Het is veel toeristischer dan wat ik tot nu toe in Mexico heb meegemaakt, minder vriendelijk ook. En te vol met auto’s, geparkeerd aan de rand van de straat en rijdend door de nauwe straatjes. Oversteken kost ook al veel energie.).
Toegang: Nergens binnen geweest.
Hoeveel tijd: Ik ben er een middag geweest, en heb er ook overnacht in een hotel in de historische binnenstad. In een uurtje kun je wel helemaal rond langs de vestingmuren lopen.
Opvallend: Een deel van de straten in de historische binnenstad ligt heel diep, het is net alsof je door een goot rijdt. De trottoirs liggen heel hoog – en dat betekent weer dat als je de straat over wilt steken je eerst een soort trapje afmoet om op straatniveau te komen. Vreemd, en niet handig voor wie slecht ter been is.
#528: Chichen Itza
Wat is het?
Chichen Itza is gebouwd door de Maya’s aan het eind van hun bloeiperiode, tussen 900 en 1050 was het hun grootste en belangrijkste stad. De Maya-cultuur was toen door handelscontacten al vermengd geraakt met die van andere Middenamerikaanse rijken. In de architectuur van Chichen Itza zijn stijlen vermengd van andere steden uit Yucatan maar ook van de Tolteken uit Centraal-Mexico.
Cijfer: 8 (Vooral de Grote Piramide is een icoon dat je eens gezien moet hebben. Het is net als de rest van de gebouwen een strakke, goed gerestaureerde constructie die je vanachter een touw mag bekijken. Het is zo anders dan Calakmul in de jungle dat ik een paar dagen geleden bezocht: Chichen Itza ligt in een open veld, je mag niks aanraken en er komen massa’s toeristen én verkopers op het terrein. Het is heel mooi, maar toch ook net te gladjes.).
Toegang: Het kost 188 pesos (10 EUR). Ik overnachtte in het Mayaland Hotel dat er pal naast ligt. Het heeft een eigen toegang tot het archeologisch park van Chichen Itza, en zo was ik om even over 8 een van de aller eersten op het terrein. Jaarlijks komen er ruim een miljoen bezoekers, vooral omdat het net te doen is als dagtocht vanaf badplaatsen als Cancun. Die bussen arriveren pas tegen 11 uur, en toen verliet ik het terrein al weer.
Hoeveel tijd: Ik ben er 3 uur geweest, van 8 tot 11 uur, en heb in die tijd alle (resten van) gebouwen gezien. Het is niet heel uitgestrekt: er is eigenlijk één centraal plein met de grote piramide in het midden, en daaromheen liggen op een paar honderd meter de andere gebouwen van de stad.
Opvallend: Een deel van de ruïnes heeft nog zijn decoraties behouden, veel meer dan in Calakmul (voor zover die er daar überhaupt ooit waren, die stad was veel ouder). Doodskoppen, jaguars en dappere strijders waren veelgebruikte motieven. Het mooiste voorbeeld in Chichen Itza vond ik “De Kerk”, een naam die er door de Spanjaarden aan gegeven is. Hier staat de regengod centraal.
Ook heel imposant is het stadion voor het traditionele Maya-balspel, waarbij een bal door een ring aan de zijwand moest worden geschoten. Dat was een populair tijdverdrijf bij de Maya’s, en alleen Chichen Itza heeft al 8 van deze velden. Het grootste hier meet 16×70 meter en is het grootste stadion dat überhaupt in Mexico is teruggevonden.
Cenote Ik Kil
“Cenotes” zijn een typisch verschijnsel voor Yucatan – het zijn zinkgaten in de poreuze ondergrond, die gevuld zijn met water. Er zijn er zo’n 3000. Ik nam een kijkje bij één van de bekendste, de Cenote Ik Kil. Het is eigenlijk niet meer dan een gat in de grond, maar hier hebben ze er een hele toeristische infrastructuur omheen gebouwd. Je moet 70 pesos entree betalen (4 EUR) en er is een souvenirwinkel en restaurant. Ik wou er eerst ook gaan eten, maar toen ik de rijen buspassagiers langs het buffet zag schuifelen sloeg ik dat maar over.
Beneden in de cenote zelf (26 meter onder de grond) kun je zwemmen. Ik had mijn zwemkleding mee, maar ook daar was het me te druk. In de Maya-tijd werden de cenotes gebruikt om mensenoffers te brengen. Of misschien verdronken de mensen gewoon: de cenote Ik Kil is bijvoorbeeld 40 meter diep. De Japanse toeristen dobberden er dan ook met reddingsvesten rond.
Van A naar B via weer twee mooie Maya-steden
Vandaag staat de verplaatsing van Chitchen Itza naar Tulum op het programma. Het is maar twee uur rijden, dus ik plan nog een paar stops in onderweg om niet al te vroeg bij het volgende hotel op de stoep te staan. Autorijden is hier in Yucatan heel gemakkelijk. De tolweg vanaf Chichen Itza die reikt tot aan de kust van Cancun is doodstil. Met auto’s dan. Gek genoeg zie je wel eens iemand langs de kant van de weg lopen of fietsen, en vanochtend kwam me zelfs een bakfiets in tegengestelde richting op de tweede rijbaan tegemoet.
Mijn eerste stop komt na een uurtje rijden: de Maya-ruïnes van Ek-Balam. Er is niet zoveel van bekend, in mijn reisgids staan maar een paar regels. Maar ik had op internet gelezen dat het de moeite waard is én het ligt op de route, dus waarom niet. Het mag dan een obscuur plekje zijn, er staat al wel een grote tourbus en nog een auto of vijf op het parkeerterrein. Je merkt hier in het noordoosten van het schiereiland Yucatan elke dag dat je vlakbij de populaire badplaatsen zoals Cancun en Playa del Carmen bent. Er zijn altijd wel andere toeristen, waar je ook komt.
Net als in Chichen Itza moet je de entree hier in tweeën betalen: één deel aan het loket van de deelstaat Yucatan en één deel aan het loket van de federale overheid. Samen kost het weer zo’n 10 EUR. Dan mag je het pad op naar de ruïnes. Ik heb geen idee wat ik moet verwachten, heb hier ook nog nooit foto’s van gezien. Het begint al goed met een islamitisch aandoende poort en ziggurat (gedraaide, terrasvomige piramide).
Daarna kom je op het centrale plein, zoals dat gebruikelijk was in de Maya-steden. Ik wacht hier een tijdje tot de groep Duitsers, die bij de bus op de parkeerplaats hoort, weg is. Als het even kan wil ik geen mensen op de foto. Aan het plein liggen de gebruikelijke tempels en ook een klein stadion voor het balspel van de Maya’s. Tussen de bomen door (het was hier helemaal overwoekerd toen ze het terugvonden) zie ik opeens iets heel groots verrijzen achterop het terrein. Het is het enige dat wel in mijn reisgids staat: de Acropolis, een piramide van 32 meter hoog.
Het is hier gelukkig wel weer zo kleinschalig dat je overal aan mag zitten en op mag klimmen. Dus ook de trap van deze grote piramide kun je op. Hij is wel een stuk steiler dan die ik in Calakmul beklom, maar als je eenmaal bezig bent valt het wel mee.
Het zou zonde zijn geweest om niet naar boven te gaan, want daar (onder rieten overkappingen) ligt het hoogtepunt van Ek-Balam. Op de stenen muur is een lemen decoratie aangebracht, in de vorm van een open bek van een jaguar. Het is echt iets wat ik hier in Mexico nog niet eerder heb gezien, het lijkt eerder Peruaans. Eromheen zijn andere afbeeldingen geboetseerd, waaronder bijzondere menselijke figuren.
Wat het allemaal betekent staat er niet bij. Maar het is in verbluffend goede staat. Een Duitser naast me kijkt ook vol bewondering, en vraagt of ik hem een paar foto’s wil mailen die ik aan het maken ben. Hij baalt, want hij heeft zijn net opgeladen accu in het hotel laten liggen. Tja, en dan zie je zoiets. Bernd geeft me zijn visitekaartje, en ik zal mijn belofte nakomen.
Blij verrast door deze mooie plek stap ik een uurtje later de auto weer in voor het vervolg van mijn rit dwars door het hart van Yucatan. Ik moet hiervandaan van de snelweg af, een soort provinciale weg op naar Tulum. Deze weg is al net zo rustig als die van eerder vanochtend, en je mag hier ook 90 tot 100 kilometer per uur rijden. Keurig rond lunchtijd kom ik dus al aan in de stad Tulum, ook een badplaats maar dan meer alternatief dan de grotere verder noordwaarts langs de kust.
Het plaatsje Tulum ligt langgerekt langs weerzijden van een doorgaande weg. Ik zet mijn auto ergens aan de kant, pin weer wat extra pesos en ga eten bij El Mariachi Loco. Dit blijkt zo het populairste restaurant van de binnenstad te zijn, het zit bijna helemaal vol terwijl bij de anderen de terrassen leeg zijn. Ik eet weer iets Mexicaans met vlees en taco’s, het is goed te eten maar vooral veel – misschien dat het daarom zoveel mensen trekt.
Sinds mijn aankomst in Tulum zijn er donkere wolken aan de hemel verschenen, en heeft het zelfs een spatje geregend. Ik sta in dubio: al naar het hotel gaan, of toch nog naar de ruïnes van Tulum? Het wordt dat laatste, in het hotel kun je met dit weer immers ook niet buiten aan het zwembad zitten. En misschien trekt de bui nog wel weg.
Nou dacht ik dat ik bij Chichen Itza al genoeg toerisme had gezien, maar dit hier bij de ruïnes van Tulum slaat alles. Vanaf het parkeerterrein (4 EUR voor parkeren!) moet je eerst een doolhof van winkels en stalletjes door voordat je bij de entree van het park komt. En als het nou alleen nog maar verkopers waren, maar er zijn ook verklede indianen met wie je op de foto kunt. Of met een aapje op je schouder…
De meeste toeristen zijn gelukkig al weer op de terugweg, de stroom mensen die het park verlaat is vele malen groter dan die nog naar binnen gaat. Maar toch moet ik in de rij staan om een kaartje te kopen. Er staan zeker 50 mensen voor me, en er is maar één loket. Het kost zeker 10 minuten om er door te komen. Maar dan mag ook ik het terrein op.
Tulum is één van de laatste steden die door de Maya zijn gebouwd, vanaf de 13e eeuw. Het was voor hen een belangrijke haven en een handelscentrum met de rest van Centraal-Amerika. De sfeer is hier dan ook weer heel anders dan bij de vorige Maya-steden waar ik de afgelopen dagen was. Dit ligt pal aan zee, en er zijn uitkijktorens aan de randen van de stad.
Het is hier één groot open terrein, geen spannende plekjes tussen de bomen waar dan weer een verrassende tempel tevoorschijn komt. Je moet hier ook weer netjes achter de afzettingen blijven helaas. De architectuur van deze gebouwen is blokkerig, ik vind het niet erg mooi.
Na 3 kwartier heb ik het allemaal wel gezien. Met de drukte viel het op het terrein zelf gelukkig nog wel mee. En ook heeft de regen niet doorgezet. Toch blij dat ik dit ook nog gezien heb vandaag.
#529: Sian Ka’an
Wat is het?
Sian Ka’an is een langgerekt biosfeerreservaat aan de Caribische kust van Mexico. Het omvat zowel een deel op het land als in het water, waar een groot koraalrif ligt. Gedurende het regenseizoen staat ook zo’n 70% van het landdeel onder water. Het is begroeid met tropisch regenwoud, mangrovebossen en moerassen. Er leven grote katachtigen zoals de puma en jaguar. Ook zijn er nog 23 restanten van Maya-bouwwerken te vinden.
Cijfer: 6 (Het is moeilijk hier een cijfer aan te geven, omdat ik eigenlijk maar een glimp van het natuurreservaat gezien heb. Dat wat ik zag (bossen, mangroves, een meer) zag er niet bijzonder uit. Ook zaten er maar weinig vogels, laat staan andere dieren. De gids vertelde dat het te koud is geweest deze winter voor de vogels, en dat ze allemaal zijn doorgevlogen naar Argentinië.).
Toegang: Er zijn verschillende manieren om het park binnen te komen. Ik had eigenlijk met een dagtour meegewild, maar kon niets bevestigd krijgen. Dus ging ik maar alleen, en vond een handige ingang bij de ruïnes van Muyil. Die liggen zo’n 20 kilometer ten zuiden van mijn standplaats Tulum. Daar kun je je auto parkeren, en het archeologisch park bekijken voor 36 pesos. Dat ligt al in het nationaal park en werelderfgoedgebied.
Niet aangegeven staat er dat je vanaf daar een oud Maya-weggetje (een sacbe) af kunt lopen de natuur in. Ik vond dit gisteren op internet. Je moet daar dan nog een keer entree betalen (50 pesos), de bewaker moest speciaal voor mij uit de hangmat komen maar keek verder niet op van een vroege wandelaar.
Dan volgt een aangelegde route over planken, door de bossen en over de mangroves en het stilstaande water. Dit is het mooiste deel. Het eindigt na een half uurtje bij een strand waar motorboten liggen om toeristen te vervoeren. Ik kon me aansluiten bij een groep die om 10 uur zou komen. Voor de boottocht door het natuurgebied betaalde ik het forse bedrag van 1000 pesos (57 EUR), maar dat is altijd nog minder dan ze een paar dagen geleden voor een halve dagtour wilden hebben (105 US dollar).
Hoeveel tijd: Een halve dag voor een bezoek als dit. Na de lunch ben ik nog even wezen kijken bij een andere ingang tot het park, aan de weg van Tulum naar Punta Allen. Daar is ook het bezoekerscentrum van het park. Ik had gelezen dat de weg erg slecht is, maar het is hier in Mexico moeilijk in te schatten hoe slecht “slecht” is. Nou deze was echt slecht, onverhard met alleen maar gaten die je niet kunt ontwijken. Na twee kilometer proberen ben ik maar weer omgedraaid. Ik zag nog wel wat andere bezoekers op de fiets, misschien is dat wel de beste optie.
Opvallend: De ochtend begon zo rustig, lekker in mijn eentje in het bos. Maar bij de boot moest ik er toch aan geloven: de “groep” waar ik bij aan zou sluiten waren een busje vol Duitsers en een busje vol Fransen. Allen echte strandtoeristen, ze hadden hun badkleding al aan en alleen een handdoek bij zich. Geen prettig gezicht, omdat iedereen van deze groep 50+-ers minstens 20 tot 30 kilo te zwaar was en/of getatoeëerd.
Ik kon mee in het bootje bij een paar beschaafde en aardige Fransen. We scheurden zo’n anderhalf uur over het water in een motorboot, veel te snel om wat dan ook te zien. We legden aan bij een eilandje met nog een leuk Maya-overblijfsel. Daar ging de groep dobberen (zich met een zwemvest om de stroming af laten drijven), terwijl ik een wandeling maakte over weer een ander houtpad over het water en het moeras.
Eilandje in de lagune van Muyil, met Maya-ruïne
#530: Uxmal
Wat is het?
Uxmal vormt samen met Chichen ltza, Palenque, Tikal (Guatemala) and Copan (Honduras) de belangrijkste fysieke overblijfselen van de Maya-cultuur. Het is specifiek een voorbeeld van de architectuur die de Maya’s schiepen in de heuvelachtige Puuc-regio in het noorden van het schiereiland Yucatan. Ook de naburige ruïnes van Kabah, Labna en Sayil maken deel uit van het werelderfgoed. Het gebied maakte zijn bloeitijd door tussen 650 en 1100. In de stad Uxmal leefden toen zo’n 25.000 mensen.
Cijfer: 7,5 (Dit is toch weer heel andere Maya-architectuur dan ik tot nu toe gezien had. Ik bezocht twee van de vier plekken op de lijst: Kabah en Uxmal. Kabah is een kleine archeologische vindplaats, met als blikvanger het Paleis van de Maskers waarvan de façade bestaat uit honderden afbeeldingen van de regengod Chaac. Je moet wel goed kijken om hem erin te kunnen zien. Dit deel van Yucatan is heel erg droog, men sloeg het schaarse regenwater op in speciaal aangelegde watertanks (die zijn nog te zien).
Een kwartiertje rijden verderop ligt het “grote” Uxmal. Bij binnenkomst loop je daar meteen tegen een enorme piramide aan met afgeronde hoeken (zie grote foto bovenaan). Daarachter ligt een ommuurd complex met een centrale binnenplaats en mooi bewerkte façades met weer vaak die regengod. Deze Puuc-stijl doet me minder dan de bouwstijl van Chichen Itza of zelfs Ek-Balam. De decoraties zijn vooral geometrische motieven, en de gebouwen zijn erg lomp).
Toegang: Net als Chichen Itza kost de toegang tot Uxmal 188 pesos (10 EUR). Het was er gelukkig wel een stuk rustiger: zo’n 30 auto’s op het parkeerterrein van Uxmal zelf en maar 4 bij Kabah (waar de entree 34 pesos is). Dit ligt te ver van de badplaatsen aan de kust – je ziet alleen wat Mexicaanse dagjesmensen uit de grote steden Merida en Campeche die op rijafstand liggen.
Hoeveel tijd: Ik ben een half uur bij Kabah geweest, en anderhalf uur bij Uxmal. Deze twee plekken liggen zo’n 20 kilometer van elkaar vandaan langs de Ruta Puuc, een rustige weg door een heuvelachtig landschap.
Opvallend: Het was vandaag de warmste dag tot nu toe. En precies op het heetst van de dag arriveerde ik na een rit van 4 uur bij de ruïnes. Ik kon niet echt iets fatsoenlijks te eten vinden, en lunchte toen dus maar met 2 sultana’s en een ijsje alvorens het terrein van Uxmal op te gaan. Veel mensen waren er niet, maar wel leguanen en andere soorten hagedissen in alle afmetingen. Die vinden het lekker om op de hete stenen van de ruïnes te zonnen. Ze volgen je met hun oogjes maar blijven gewoon zitten.
Ik had vandaag al een kleinere soortgenoot van hen onder de auto: die stak rennend de snelweg over, “Pok!” tegen de auto aan. Dat heeft-ie vast niet overleefd.
#531: Xochicalco
Wat is het?
Xochicalco (je spreekt het uit als “Sotsji-kalko”) omvat de overblijfselen van een stad gesticht rond 650. Dat was gedurende een overgangsperiode toen de grote rijken van Teotihuacan, Monte Alban en Tikal in verval raakten. Nieuwe steden ontstonden, steden met een meer militaristische infrastructuur gebouwd op plekken die goed te verdedigen waren. Xochicalco is hier het beste voorbeeld van. De heuvel waarop het ligt is kunstmatig aangepast om plateaus te creëren, waarop de verschillende delen van de stad vorm kregen. Eind 9e eeuw is de stad alweer verlaten, naar men zegt nadat een interne opstand het in vlammen op deed gaan. De architectuur is een mix van verschillende tradities uit Centraal-Mexico tot aan de Maya’s op Yucatan aan toe.
Cijfer: 7 (De ligging op de top van een heuvel is prachtig, je kunt het ook van ver al zien. Het zijn vooral de ruïnes van een stad, veel funderingen en muurtjes maar niet heel veel bijzonder moois. De enige grote decoratie is een band met reliëfs om de Piramide van de Gevederde Slang. Verder zijn er de restanten van een badhuis te zien waar de deelnemers aan het populaire balspel zich opfristen. En in een uithoek van het terrein ligt het Observatorium: in het plafond van een grot is een opening gemaakt die zonlicht doorlaat. Op een doordeweekse ochtend in januari is daar niet veel meer van te zien dan een vaag schijnsel, maar gedurende een bepaalde periode in de zomer levert het zonlicht een bepaald patroon op op de vloer.).
Toegang: De toegang kost 59 pesos (3 EUR), en daarmee krijg je entree tot het museum en de archeologische opgravingen. Het ligt maar 38 kilometer van de stad Cuernavaca vandaan, maar het zou toch zo’n anderhalf uur kosten om het met openbaar vervoer te bereiken. Ik boekte daarom lekker luxe een taxi vanaf mijn hotel, die op me bleef wachten voor de terugrit.
Hoeveel tijd: Ik heb er zo’n twee uur rondgelopen. De hele tijd was ik de enige bezoeker.
Opvallend: Xochicalco ligt op 1100 meter hoogte, maar omdat het op een open plateau ligt was het er om half 10 al bloedheet. Er is bijna geen schaduw, en je moet ook heel wat klimmen op het terrein over rottige stenen. Het lijkt net een Romeinse of Griekse opgraving die je midden in de zomer bezoekt: heet, uitgedroogd gras en stenen overal om je heen.
Stad van de Eeuwige Lente
Cuernavaca staat bekend als de “Stad van de Eeuwige Lente” omdat het er het hele jaar zonnig en een graad of 27 is. De stad ligt zo’n 60 kilometer ten zuiden van Mexico-Stad, is de hoofdstad van de deelstaat Morelos en heeft zo’n 300.000 inwoners. Ik verbleef er de laatste 3 nachten van mijn reis door Mexico, en vond het een lekker relaxte maar vooral ook typisch Mexicaanse stad.
De kathedraal van Cuernavaca is zeker niet te missen. Hij bestaat uit een aantal kapellen (zoals deze mooie roze), een half-modern interieur met muurschilderingen over de reis van een Mexicaans heilige naar Japan en zelfs een stukje werelderfgoed (een 16e eeuwse openluchtkerk voor de indianen).
De straten van Cuernavaca zitten vol met straatverkopers (Indiaanse vrouwtjes die kettingen rijgen of verkopers van snacks), rondtrekkende Mariachi-muzikanten en ook het beroep van schoenpoetser doet het hier nog goed. Gelukkig zie je hier niet (meer) van die smoezelige jongetjes met schoenpoetsdozen lopen zoals je dat in Peru en Bolivia nog wel hebt.
De sombrero van Emiliano Zapata: de Mexicaans onafhankelijkheidsstrijder Zapata kwam uit deze deelstaat, en wordt dan ook geëerd in het regionale museum van Cuernavaca. Je ziet hem als standbeeld overal in Mexico, en altijd met zo’n hoed op.
Je moet het hele regionale museum door om te komen bij het hoogtepunt: een muurschildering van Diego Rivera die een hele hal bedekt en de geschiedenis van Mexico weergeeft vanaf de komst van de Spanjaarden.
Er is altijd wat te protesteren op een plein in Latijns-Amerika. Hier worden mensen herdacht die zijn verdwenen / vermoord in de afgelopen jaren.
Dit is één van de kamers in het huis van de (inmiddels overleden) Amerikaanse kunstenaar Robert Brady. Hij verzamelde kunstvoorwerpen uit Mexico maar ook uit andere delen van de wereld. Vooral maskers en beeldjes, alles samengebracht in de kamers van zijn huis dat nu een museum is.
#532: Kloosters op de hellingen van de Popocatépetl
Wat is het?
De Vroeg-16de-eeuwse kloosters op de hellingen van de Popocatepetl zijn 14 voormalige kloosters. Ze werden gesticht door katholieke ordes van de Franciscanen, Augustijnen en Dominicanen direct na de landing van de Spanjaarden in Mexico in 1521. De kloosters werden zo gebouwd dat ze geschikt waren om veel Indianen in korte tijd te bekeren: de diensten vonden bijvoorbeeld plaats in de open lucht. Ze liggen alle 14 ten zuidoosten van Mexico-Stad, niet echt aan de voet van de beroemde vulkaan Popocatepetl maar wel in een straal van een kilometer of 80.
Cijfer: 6 (Het is wel een interessant verhaal, maar er is zo weinig van over! Ik bezocht 2 van de 14 kloosters: één in Cuernavaca en één in Tepoztlan. In Cuernavaca ligt het op het terrein van de kathedraal, en ik heb nog een hele tijd lopen zoeken waar het was. Het is niet die mooie roze kapel, het is niet die grote moderne kathedraal, maar het ligt net achter de grote partytent en het is inderdaad een open ruimte met alleen een altaar tegen de muur. In Tepoztlan is het wel een “echt” klooster, dat vooral opvalt door de rode en zwarte originele muurschilderingen.).
Toegang: Beide voormalige kloosters zijn gratis te bezoeken. Zeker in Cuernavaca is er dat niet gek want er is nauwelijks meer iets, maar in Tepoztlan hebben ze er nog een hele tentoonstelling van gemaakt.
Hoeveel tijd: Een kwartiertje in Cuernavaca en zo’n half uur in het klooster van Tepoztlan.
Opvallend: Mijn terugvlucht naar Nederland vertrekt pas om 21.50 uur, dus ik heb nog een hele dag om me lekker moe te maken zodat ik in het vliegtuig kan slapen. Eerst loop ik 20 minuten met bepakking naar het luxe busstation van Pullman de Morelos in Cuernavaca. Daar heb ik gisteren al een kaartje voor de airportbus gekocht, en ik kan er ook mijn bagage in bewaring geven. Een minuut of 5 daarvandaan, naast de grote markt, ligt het “gewone” busstation van de stad. Daar vertrekt de regionale bus naar Tepoztlan, naar het schijnt één van de mooiste dorpjes in Mexico.
De bus zet me af in het centrum, en daar bezoek ik eerst de markt en het voormalig klooster (zie boven). Daarna maak ik me op voor de andere attractie van Tepoztlan: de Piramide. Ik laat me door een taxi tot aan de voet van een heuvel brengen, aan de rand van het plaatsje. Ik weet niet zo goed wat “De Piramide” inhoudt, behalve dat het een ruïne is van vóór de tijd van de Spanjaarden. En dat er vage waarschuwingen staan in mijn reisgids over de zwaarte van de wandeling ernaartoe.
Het blijkt één lange trap van stenen te zijn, steeds maar omhoog. Het is twee kilometer klimmen, en daar doe ik 50 minuten over. Er zijn nog meer bezoekers onderweg vandaag. En het blijkt een populaire plek te zijn voor lokale mensen om aan hun conditie te werken. Een man van een jaar of 65 komt me achterop, en stapt me stevig voorbij. Ik ben uiteindelijk blij dat ik boven ben en de ruïnes kan gaan bekijken. Maar hij keert direct weer om voor de wandeling naar beneden. De tempel c.q. piramide van Tepoztecalt blijkt gelukkig de inspanning waard. Hij stamt uit 1502.
De oude Mexicanen hebben wel een mooie plek uitgezocht voor deze constructie, middenin de natuur. Het was waarschijnlijk een herdenkingsmonument voor één van hun leiders. Op de weg omhoog heb ik al een eekhoorntje gespot, en hier om de bergtoppen cirkelen gieren en andere grote vogels. Aan de rand van het plateau waarop de tempel ligt, is een groepje jongeren bezig met kooitjes. Ze proberen er met wat vlees coati’s (witsnuitneusbeertjes) in te lokken. Er zit een hele familie van die beestjes, die zich aangetrokken lijken te voelen door het afval van de bezoekers. Sommige hebben een merkje in hun oor, het lijkt dat ze gevolgd worden.
Terugblik Mexico 2014
Ik had een bijzonder goede tijd van het jaar uitgekozen om naar Mexico te gaan: in januari, terwijl het in Nederland grijs en grauw is. In Mexico was er elke dag zon, en was het zo’n 26 graden. Ook na de schoolvakanties, zodat het er niet te druk was. Regelmatig was ik zelfs de enige in het hotel of bij een bezienswaardigheid.
De reis bestond uit twee heel verschillende delen: Centraal-Mexico (rondom Mexico-Stad) en het schiereiland Yucatan. In Centraal-Mexico liggen de grotere koloniale steden. Puebla vond ik daarvan de mooiste, maar na een paar van dat soort steden met hun protserige kathedralen heb je het wel gezien. Onvergetelijk in deze regio: het reservaat van de overwinterende monarchvlinders, zonder twijfel het meest unieke werelderfgoed van dit land.
Yucatan is qua landschap mooier dan het binnenland, er wonen minder mensen én het heeft natuurlijk de prachtige Maya-ruïnes. Het hoogtepunt hier was de Maya-stad Calakmul in het gelijknamige biosfeerreservaat.
VOORBEREIDING
Er komen heel veel toeristen naar Mexico en ze zijn er dus goed op ingesteld. Verder is het ook een behoorlijk modern land, dus er valt niks bijzonders voor te bereiden. Ik sprak meestal Spaans met de Mexicanen, maar met alleen Engels kom je ook wel ver hier.
VERVOER
Vliegtuig
De rechtstreekse vlucht met de KLM naar Mexico-Stad duurde op de heenweg 11,5 uur en op de terugweg (wind mee) maar 8 uur en 3 kwartier. De vluchten zaten goed vol met passagiers uit heel Europa, er gaan ook veel zakenmensen naar Mexico-Stad.
Daarnaast had ik ook nog een binnenlandse vlucht van Mexico-Stad naar Campeche in Yucatan. De vlucht was met AeroMexico in een kleiner vliegtuig (ca. 100 man), en het zat bepaald niet vol. Het vliegveld van Campeche is ook heel kleinschalig, ze rijden gewoon met het vliegtuig naar de deur van de aankomsthal. Er stonden geen andere vliegtuigen.

Bus
Net als elders in Latijns-Amerika heeft Mexico een goed netwerk van luxe-bussen. Het zijn touringcars die vanaf eigen busstations rijden. Vooraf is er een veiligheidsscreening zoals op een vliegveld. Er zijn gereserveerde plaatsen, en de bus stopt alleen op de busstations en niet langs de kant van de weg. Je krijgt vaak nog wat te drinken en een snack onderweg. Voor de rit van 1 uur en 3 kwartier tussen Mexico-Stad en Puebla betaalde ik bijvoorbeeld 9 EUR voor zo’n bus.
Metro
In Mexico-Stad is het metrosysteem ideaal. Het kost maar 5 pesos (0,27 EUR) per rit, en de treinen vertrekken snel achter elkaar. Het netwerk heeft ook een groot bereik over de stad, je komt eigenlijk overal. Het was er in de spits wel druk, maar toch ook niet zo extreem als in Japan of zo dat mensen op elkaar gedrukt staan.
Alle metrohaltes hebben behalve een naam ook een symbool (zie onderstaande kaart), dat is bij de introductie in de jaren 60 zo bedacht omdat er toen nog veel analfabeten waren. Verder zie je nog regelmatig verkopers in de metro, bijvoorbeeld jongens met een rugzak om waar een hele stereoinstallatie in blijkt te zitten: ze verkopen CD’s en laten die luid horen aan de passagiers.

Huurauto
Ik heb 2x een auto gehuurd. De eerste keer was bij SIXT vanaf het vliegveld van Mexico-Stad. Zeker de start daar viel niet echt mee: het staat daar nergens aangegeven hoe je op de ringweg moet komen, en ook de afslag naar mijn volgende bestemming Queretaro was lastig te vinden. Het is heel erg druk op de weg in de agglomeratie Mexico-Stad, op de ringweg is er vrijwel permanent langzaamrijdend verkeer. Ik zou een volgende keer niet meer een auto vanaf daar huren, maar pas in het binnenland.
Eenmaal op de goede weg is het rijden zelf goed te doen. De benzine is spotgoedkoop, zo’n 25 EUR voor 40 liter. Alle benzinestations zijn van de staat en bemand, dus je kunt gewoon in je auto blijven zitten totdat het mannetje je tank heeft volgegooid.

Met de tweede huurauto ging het een stuk gemakkelijker: vanaf het kleine vliegveld van Campeche kon ik zo wegrijden bij Europcar. Dit keer had ik een Amerikaans autootje met wat deukjes en schaafwonden hier en daar. Er was nauwelijks verkeer op de doorgaande wegen in Yucatan en dus was het heel gemakkelijk rijden. Omdat de steden ook kleiner zijn en ik vaak in hotels bij de parken overnachtte, was parkeren hier ook geen probleem. Wel moet je in Yucatan wat meer opletten dat je op tijd tankt. Er zijn veel minder benzinestations en in de tank van mijn autootje ging maar 30 liter.
OVERNACHTINGEN
Mexico-Stad
Maria del Alma is een bed&breakfast met 5 kamers. Het wordt gerund door een ouder Mexicaans homostel, waarvan er eentje prima Engels spreekt. Het ligt in de wijk Coyaocan, een niet-toeristische maar wel gezellige buurt. Metro en restaurants op loopafstand. Het ontbijt is er erg uitgebreid. Minpuntjes zijn dat de wifi op mijn kamer matig werkte, en de TV met honderden zenders maar niets fatsoenlijks.
Website: Maria del Alma
Prijs: 60 EUR per nacht inclusief ontbijt
Queretaro
Hotel Quinta Lucca ligt in een van de nauwe straatjes in het oude centrum. Je kunt er gratis parkeren even verderop op een terrein waar ze afspraken mee hebben voor hun gasten. Ik had hier een heel ruime kamer, met zelfs een tweede verdieping met zitje. Hier gelukkig prima snel internet en ook TV met Engelstalige zenders. Ontbijt met fruitsalade en zoete Mexicaanse broodjes.
Website: Quinta Lucca
Prijs: 52 EUR per nacht inclusief ontbijt
Guanajuato
Luxe met een geweldig uitzicht. Het Casa Estrella de Valenciana ligt tegen een berghelling boven de stad. Je krijgt een hele maaltijd als ontbijt (fruitsalade vooraf, zoete broodjes en dan nog een warm Mexicaans gerecht). De douche geeft maar kort warm water en het was te koud / te winderig om buiten te zitten of het zwembad uit te proberen. Je betaalt eigenlijk voor luxe die je niet gebruikt, en verder was het er een beetje stil omdat ik de tweede nacht de enige gast was (de eerste nacht was er nog één stel).
Website: Casa Estrella de Valenciana
Prijs: 113 EUR per nacht inclusief ontbijt
Zitacuaro
Hotel Irekua ligt aan de hoofdstraat van deze stad met 80.000 inwoners in de buurt van de vlinderparken in de deelstaat Michoacan. Het is een eenvoudig maar net hotel, beetje zoals de Ibis-hotels in Europa. Verrassend snel internet, goede kabelTV en een supermarkt naast de deur waar ze zelfs Griekse yoghurt hebben. Beetje gehorig maar prima geslapen.
Website: Hotel Irekua
Prijs: 32 EUR per nacht inclusief ontbijt
Vliegveld Mexico-Stad
Het Courtyard by Marriott is een luxe Airporthotel dat door een loopbrug met Terminal 1 van het vliegveld van Mexico-Stad verbonden is. Moderne kamer zoals je van de Mariott-keten mag verwachten, met een heerlijk bed om in weg te zakken. Goed snel internet en zelfs Europese zenders op de TV. Heb er ook gegeten (rundvlees taco’s), was prima.
Website: Courtyard by Marriott
Prijs: 120 EUR per nacht exclusief ontbijt
Xpujil
Het Chicanna Eco Village Resort ligt aan de enige doorgaande weg door het Calakmul Biosfeer Reservaat. Het is meer een “Eco Village” dan een “Resort”, maar wel een lekkere plek in de natuur om een beetje bij te komen. De kamers zijn in huisjes, mijn kamer heeft een lekker terras voor de deur waar je vogels kunt spotten. Omdat het zo afgelegen ligt, moet je wel eten in het restaurant van het hotel – dat is wisselvallig van kwaliteit, de Mexicaanse dingen kunnen ze beter dan de buitenlandse. Het hotel zat helemaal vol met Europeanen toen ik er was.
Website: Chicanna Eco Village Resort
Prijs: 68 EUR per nacht exclusief ontbijt
Campeche
Hotel Plaza Colonial ligt in de pastelkleurige oude binnenstad van Campeche, maar toch kun je er goed parkeren op een ruime binnenplaats. Hotel is vrij groot en glanzend, ik heb echter een kamer met uitzicht op een muur. Receptie niet al te vriendelijk, en ook geen ontbijt te krijgen. Wel heel snel internet. Goed geslapen maar verder niks bijzonders net als de stad zelf.
Website: Hotel Plaza Colonial
Prijs: 54 EUR per nacht exclusief ontbijt
Chichen Itza
Hotel Mayaland heeft wel betere tijden gekend. Het ligt op een groot, groen eigen terrein vlakbij de ingang van Chichen Itza. Wel mooi balkon met uitzicht op één ruïne van dit wereldwonder. Helaas geen fijne stoelen en alles nogal oud. Heel druk overdag, maar om half 4 zijn de meeste dagjesmensen weer vertrokken en wordt het rustig. Eten is te duur, ontbijt is uitgebreid te kiezen van de kaart. Alleen internet in de lobby, niet in de kamers.
Website: Mayaland Hotel & Villas
Prijs: 130 EUR per nacht exclusief ontbijt
Tulum
Villas H2O is een fris en modern huis in een buitenwijk van Tulum. Slechts een paar kamers rondom een zwembad. Het ligt op een paar minuten lopen van de doorgaande weg, met 2 grote visrestaurants en een supermarkt. Lekker ontspannen sfeer, een van de fijnste hotels van deze reis (mede dankzij eindelijk weer eens goed internet op de kamer!). Het ontbijt is alleen continentaal (fruitsalade en toast), goed genoeg voor mij om de dag te beginnen.
Website: Villas H2O
Prijs: 90 EUR per nacht inclusief ontbijt
Uxmal
Uxmal Resort Maya ligt 1 kilometer van de gelijknamige ruïnes. Ik heb er een lichte, ruime kamer met groot balkon. Hotel heeft heerlijk zwembad, met zicht op de ruïnes van Uxmal. Verder net iets te groot om gezellig te zijn, het is ook in een vaag soort Sovjet-stijl gebouwd. Goede satelliet TV en internet. Er zit ook een goed restaurant bij, en het ontbijt was prima. Alleen het warme water wilde ’s ochtends niet uit de douchekraan komen.
Website: Uxmal Resort Maya
Prijs: 48 EUR per nacht inclusief ontbijt
Cuernavaca
Hotel Casa Colonial is een mooi oud huis in de binnenstad. Ze serveren een geweldig a la carte ontbijt op het terras in de tuin, de elite van de stad komt er ’s ochtends ook eten. Behulpzaam personeel. Snel internet en goede satelliet-TV. Lekker zwembad in een mooie tuin. Mijn kamer was niet al te groot, maar de badkamer des te groter. Niks negatiefs over te melden.
Website: Hotel Casa Colonial
Prijs: 70 EUR per nacht exclusief ontbijt
ETEN
Zolang je je bij de traditionele Mexicaanse gerechten houdt, kun je goed eten in Mexico. Er is niet veel variatie, en ik snakte soms wel naar een salade of zo (maar gerechten zonder vlees of bonen vinden ze raar).
Ontbijt
Bij de hotels/b&b’s waar het ontbijt was inbegrepen, was het vooral erg veel. De eerste dagen at ik braaf mijn bord met roerei/worst/tomaten op, na een fruitsalade en toast met jam. Totdat ik bedacht dat ik in de ochtend al genoeg calorieën voor de hele dag achter de kiezen had. Daarna ben ik het toch wat gaan minderen. Een meer eenvoudig ontbijt bestaat in Mexico uit zoete broodjes zoals onderstaande, met koffie en wat fruit.

Centraal-Mexico
Tijdens het eerste deel van mijn reis, door Mexico-Stad en Centraal-Mexico, at ik vooral de standaard Mexicaanse gerechten. Dus veel taco’s, enchillada’s en andere vormen van deegflapjes met vlees erin. Ze zwemmen meestal in een dikke saus.

Yucatan
In Yucatan hebben ze heel eigen specialiteiten. Ik at er o.a. Pollo Pibil (zie foto hieronder), kip gekookt in bananenbladeren. En een paar keer Poc Chuc, platte reepjes varkensvlees die heel sterk zijn gekruid. En natuurlijk kun je hier aan de kust ook heerlijk vis eten. Vooral in Tulum at ik 2x geweldig bij 2 verschillende visrestaurants vlak naast elkaar in de buurt van mijn hotel. Bij de een had ik hele dikke gegrilde garnalen, en bij de ander echte originele gemixte ceviche. Ik kende het eigenlijk alleen uit Peru, maar hier is de in citroen/limoen gemarineerde rauw vis ook heel populair.

KOSTEN
Het is niet zo duur in Mexico: voor een hoofdmaaltijd betaal je zo’n 4 tot 7 EUR, en de entreeprijzen voor de meeste attracties kosten ook maar een paar EUR.
Het gemiddelde dagbudget is uitgekomen op 131 EUR. Dat lijkt wel veel, maar komt ook doordat ik gedurende 2 weken een huurauto ter beschikking heb gehad. Gemiddelde hotelprijs was 74 EUR, en gemiddelde dagelijkse “gewone” uitgaven (eten, entreegeld etc) 35 EUR. In vergelijking met andere reizen zit het qua dagbudget tussen Jordanië en Bahrein in, ook redelijk moderne landen waar ik met een huurauto heb rondgereisd.





























































Leave a comment