World Heritage Traveller

Noordwest-Italië 2013

Written by:

  1. Langs de Longobarden
  2. #512: Rotstekeningen van Valcamonica
  3. #513: De Dolomieten
  4. #514: Prehistorische paalwoningen
  5. #515: Crespi d’Adda
  6. Pavia

Langs de Longobarden

Na nog geen anderhalf uur vliegen sta ik al op het Linate-vliegveld van Milaan. Ik haal er mijn gehuurde Fiat Panda op en stort me in het drukke verkeer. Er rijden vooral heel veel vrachtwagens, en van een inhaalverbod hebben ze hier nog nooit gehoord. Voor deze vrijdag heb ik twee monumenten op het programma staan die deel uit maken van het werelderfgoed  ‘De Longobarden in Italië’. Iets meer dan een jaar geleden heb ik wat meer naar het zuiden van Italië ook al twee restanten van deze barbaren met lange baarden bezocht. Het werelderfgoedvinkje heb ik dus al, maar het is toch leuk om er wat meer van te zien.

Castelseprio - Castrum

De eerste plek die ik bezoek ligt in Castelseprio, een plaatsje ten noorden van Milaan. Hier vind je een voormalige vestingstad die in de tijd van de Longobarden (6e/7e eeuw) onder koninklijk gezag stond. Ze hergebruikten een fort uit de Romeinse tijd. Ik ben er de enige bezoeker. Er zit wel wat personeel bij de receptie, die schrikken helemaal op als ik binnenkom. Ik krijg een folder mee, de entree is verder gratis. Het is stralend weer, lekker om hier even buiten te lopen. In de omgeving zijn ook veel wandelpaden uitgezet, je zit hier duidelijk iets buiten de grote industriezone van Noord-Italië.

Op het terrein liggen de ruïnes van een basiliek, torens en huizen. Erg veel is er niet van over. De mooiste vondsten worden bewaard in het Antiquarium, maar dat is helaas vandaag gesloten. Ook met het kerkje Santa Maria Foris Portas tref ik het niet. Daar zit de deur eveneens op slot. Door een open luikje kan ik nog wel naar binnen kijken, en zie zo boven het altaar toch nog iets van de fresco’s waar de kerk bekend om is.

Castelseprio - Santa Maria foris portas

Vervolgens gaat het verder naar Brescia. In deze grotere industriestad heb ik een hotel geboekt voor de komende twee nachten. Gelukkig ben ik nog op tijd om even de stad in te kunnen, hoewel het winkelend publiek al weer huiswaarts keert. Het centrum van Brescia heeft wat Romeinse resten, maar daar loop ik snel langs.

Brescia, Tempio Capitolino

Iets verderop in dezelfde straat ligt namelijk het San Salvatore en Santa Giulia-klooster. En laat dat nou net weer overblijfselen van de Longobarden bevatten. Het klooster omvat een heel blok in de straat. Het is tegenwoordig een museum. De entree is 10 EUR, en weer lijk ik de enige bezoeker te zijn. Ik word meteen al gewaarschuwd dat ik goed op de tijd moet letten: ik heb nog anderhalf uur, om half 6 gaat het dicht.

Het eerste deel van de tentoonstelling is gewijd aan Brescia in de tijd van de Romeinen. Er zijn onder andere twee huizen nagebouwd die elders in de stad zijn opgegraven. Veel mozaïekvloeren ook. Zeker mooi, maar Romeinse resten heb ik al zoveel gezien. Ik loop dus maar stevig door naar het deel waar de geschiedenis van de Longobarden begint.

De Longobarden kwamen in Brescia vanuit Hongarije. Ze vestigden zich tussen de Romeinen in de oude Romeinse stad (die al een beetje aan het vervallen was). Na twee eeuwen begonnen ze hun eigen monumentale gebouwen neer te zetten. De kern daarvan is de kerk van San Salvatore. Deze is nu helemaal ingekapseld in het museum, maar het ontlokt toch wel een “Wow!”-moment als je er binnenstapt. De fresco’s zijn goed bewaard gebleven, de muren zitten vol. Het lijken wel stripverhalen.

Brescia, fresco San Salvatore kerk

Ik moet daarna nog wat zalen door met Venetiaanse schilders en Renaissance-tafereeltjes. Niet zo boeiend, en het is inmiddels al donker geworden buiten. Dat levert een heel apart sfeertje op binnen: zo lijkt het toch meer op een oud klooster dan op een museum. Het helpt ook dat er hemelse muziek klinkt.

Met wat moeite vind ik uiteindelijk het spektakelstuk van het museum. In de Santa Maria in Solario-kerk staat het grote kruis van koning Desiderius, de laatste koning der Longobarden. Dit “ding” uit de 8e eeuw lijkt met goud en juwelen bezaaid. Het is echter van hout, en als je van dichtbij kijkt zie je dat er behalve stukjes edelsteen ook medaillons op zijn geplakt. Het ziet er eigenlijk een beetje primitief uit maar het is fascinerend genoeg om een tijd naar te kijken. De hele ruimte waarin het staat is volgeschilderd met fresco’s uit de Renaissance.

Brescia, Kruis van Desiderius

Keurig zo’n 10 minuten voor sluitingstijd sta ik weer buiten. Het is werkelijk een heel mooi museum, eigenlijk een combinatie van twee kloosters, een kerkje en modernere tentoonstellingsruimtes. Het is steeds weer een verrassing waar je terechtkomt, gelukkig is er genoeg personeel om je de weg door dit doolhof te wijzen.

#512: Rotstekeningen van Valcamonica

Wat is het?
De Rotstekeningen van Valcamonica omvatten zo’n 200.000 tot 300.000 prehistorische petrogliefen. Ze liggen verspreid over 6 locaties in de vallei Valcamonica in Noord-Italië. Het is één van de grootste collecties ter wereld. De oudste rotstekeningen in dit gebied dateren van 8000 jaar voor Christus, toen nomadische jagers afbeeldingen van herten in de rotswanden kerfden. In latere eeuwen kwamen daar geometrische figuren bij. De grootste groep is gemaakt door het volk van de Camunni: zij leefden in het laatste millennium voor Christus, en bedekten de rotsen met tekeningen van o.a. menselijke figuren en wapens.

Valcamonica

Cijfer: 6,5 (Ik bezocht het park van Naquane, een van de 6 locaties waar deze rotstekeningen zijn gevonden. Het ligt in de bossen op een heuvel. Er zijn routes uitgezet, en bij de meest interessante rotsen staan borden met uitleg. De rotsen nummer 50 en 1 zijn het hoogtepunt: die zitten vol met tekeningen. Het meest afgebeeld zijn wel herten met imposante geweien, en daarna komen de mysterieuze spades die misschien wel spiegels of roeispanen moeten uitbeelden. Bij veel van de anderen is het een zoekplaatje, en ik moet zeggen dat ik lang niet alles heb kunnen vinden.).

Toegang: 4 EUR voor een toegangskaartje. Het park is het hele jaar iedere dag geopend behalve op maandag, en ook al vanaf half 9 ’s ochtends. Natuurlijk was ik wel de eerste bezoeker van de dag, en heb ik geen andere mensen gezien toen ik er rondliep.

Hoeveel tijd: Een uurtje om de hele route door het park Naquane te volgen. Plus nog eens een kwartier heen en terug lopen vanaf de parkeerplaats in het dorp Capo di Ponte (de rotstekeningen zijn alleen te voet bereikbaar).

Opvallend: Zoals ik hierboven al schreef is het soms lastig de afbeeldingen op de rotsen te ontwaren. Bij de beter bewaard gebleven exemplaren hebben ze er een bord met uitleg bijgeplaatst, in het Italiaans en het Engels. Dat bord bevat verder schetsen van hoe de tekening eruit ziet (dus dan weet je waar je naar moet zoeken). En pas tegen het eind kwam ik er achter dat ze nog wat extra hulp geven: rechtsboven op het bord is met rode puntjes aangegeven waar op de rots de afbeelding te vinden is. In het midden, rechtsonder in de hoek etc. Slim bedacht, maar het hielp mij bijvoorbeeld niet om de rotsen nummer 70 en 73 te ontcijferen. Hier zouden respectievelijk de god Cernunnos en een hut te zien moeten zijn. maar ik zag echt niks. Misschien zijn ze teveel versleten.

Valcamonica

De locatie is ook niet helemaal vrij van vandalisme: je ziet op sommige rotsen zoals die 70 en 73 de voetafdrukken van moderne rubber zolen. Het lijkt wel of er hier ’s nachts iemand rondloopt om de decoratieschema’s in de war te maken of uit te wissen.

#513: De Dolomieten

Wat is het?
De Dolomieten zijn een bergketen in de Italiaanse Alpen, die gekenmerkt wordt door steile rotswanden en pieken van uitzonderlijke schoonheid. Het typische landschap is ontstaan door erosie. Het gebied bestaat uit 9 verschillende beschermde zones. De hoogste top van de Dolomieten, de Marmolada, is 3343 meter hoog.

Brenta gebergte, Dolomieten

Cijfer: – (Iemand attendeerde mij erop dat iets ten noorden van het werelderfgoed met de paalwoningen in Fiavè er een plukje Dolomieten te zien is: het Brenta-gebergte. Vanaf het meer van Molveno rijzen deze pieken steil de hoogte in, en heb je er dus goed zicht op. Om het werelderfgoed echt recht te doen moet je er natuurlijk wel een keertje serieus rondwandelen, maar dat zit er in de winter niet in. Een cijfer kan ik daarom ook nog niet geven, ik ga nog wel een keer terug. Toch heb ik het “gezien”: de waarde van dit natuurlijk erfgoed ligt in de schoonheid van zijn pieken, en dat kun je zelfs het beste van een afstandje bekijken).

Toegang: Geen. Ik ben er ook niet echt binnen geweest natuurlijk.

Hoeveel tijd: Ik ben in de omgeving van Molveno vier keer gestopt om foto’s te maken van het gebergte. Drie maal ben ik ook uitgestapt, hoewel ik de motor van de auto gewoon liet draaien. Dus zo’n minuut of 3 heb ik er wel aan besteed.

Opvallend: Ik reed erlangs op mijn volle dagtocht door de Italiaanse Alpen, waarop ik (met succes) probeerde 3 werelderfgoederen af te tikken. Vanuit Valcamonica had ik een route uitgezocht “onderlangs” de bergen om zo hoge bergpassen te vermijden die wel vol sneeuw zouden liggen zo half december. Dat ging een kilometer of 5 goed, totdat ik toch op een bord stuitte dat de Crocedomini-pas gesloten was. Dat betekende dus weer terugrijden naar Brescia, en vandaar een andere route naar het noorden pakken. Dat werd de snelweg die uiteindelijk leidt tot de Brennerpas op de grens met Oostenrijk. Maar zo ver hoefde ik gelukkig niet.

Brenta gebergte, Dolomieten

#514: Prehistorische paalwoningen

Wat is het?
De Prehistorische paalwoningen in de Alpen zijn de overblijfselen van paalwoningen die stonden aan de oevers van meren en rivieren. Het werelderfgoed bestaat uit 111 locaties, verspreid over 6 Alpenlanden. De woningresten dateren van 5000 tot 500 voor Christus, en staan symbool voor het leven van de vroege agrarische gemeenschappen in Europa. Stijgende waterstanden sinds de prehistorie hebben geleid tot het opgeven van deze nederzettingen, die vervolgens onder water en afzettingen werden bedolven.

Fiave

Cijfer: 6 (Dit is het meest obscure werelderfgoed dat er de laatste jaren is bijgekomen. Ik had al eerder een poging gedaan om er iets van te “zien”, in Zwitserland in 2011. Probleem is – er is niets te zien. Van de paalwoningen zijn alleen nog maar de houten funderingen overgebleven, en die zijn in de loop van de tijd onder water komen te staan. Mijn collega-werelderfgoedspotters bezochten verscheidene van de meer dan honderd locaties zonder succes, totdat er iemand op een veldje bij het Italiaanse Fiavè stuitte. Dit is voor zover ik nu weet de enige plek waar de resten nog bovengronds te zien zijn. In een vennetje in een Alpendal steken zo’n 100 restanten van palen boven het water uit. Hier lag in de prehistorie een dorpje. De historie daarvan is goed weergegeven in het flitsende nieuwe museum van Fiavè, een kilometer verderop.).

Toegang: De stompjes hout liggen gewoon langs de weg, naast een forellenkwekerij. Je kunt er zo naar toe lopen, er zijn houten vlonders rondom en een paar informatieborden. Geen entree dus hier, wel 3,5 EUR betaald voor het paalwoningenmuseum in Fiavè.

Hoeveel tijd: Met het museum erbij, een uurtje.

Opvallend: Het huidige Fiavè is een leuk Alpendorp dat op zich al een bezoek waard is. Daar, en vooral ook in de kleinere dorpjes eromheen die tot dezelfde gemeente behoren, staan nog veel grote, traditionele Alpenhuizen.

In het centrum van Fiavè ligt het paalwoningenmuseum. Het is pas nieuw, en verrast met moderne snufjes zoals video’s die starten zodra je je voeten in een bepaalde zone zet. Het museum richt zich helemaal op de historie van de paalwoningen bij Fiavè. Er is een maquette met een reconstructie hoe het dorp eruit heeft gezien. En er worden vondsten getoond. Ze hebben hier toch meer gevonden dan ik van mijn vorige bezoek aan het paalbouwmuseum in Zwitserland (het Laténium in Neuchatel) kan herinneren. Behalve de traditionele oogst aan potten en speerpunten zie je hier ook rieten voorwerpen, zoals een mand en een hoed.

Fiave

#515: Crespi d’Adda

Wat is het?
Crespi d’Adda is een compleet en authentiek voorbeeld van een voormalige fabrieksnederzetting. Het werd gebouwd in 1878 door de textielfamilie Crespi als huisvesting voor haar arbeiders. Geboren uit idealistische motieven probeerden ze een zelfvoorzienende gemeenschap in te richten. De ruime huizen van de arbeiders hebben allemaal een eigen tuin, en in het dorp zijn alle basisvoorzieningen zoals kerk en school aanwezig.

Crespi d'Adda

Cijfer: 6 (Vooraf had ik er geen al te beste verhalen over gehoord: het zou vervallen zijn, en er is niet veel te zien. Maar gesterkt door het zonnige weer en de aanwezigheid van meer dagjesmensen viel het mij alleszins mee. Het lijkt erg op Saltaire, de Engelse industriestad waar ik eerder dit jaar was. De huizen zijn hier in Crespi d’Adda alleen veel mooier, kleuriger en allemaal vrijstaand met een eigen tuin. Ook de architectuur van de grote fabriek is fraai. Helaas mag je er niet naar binnen. Het is de vraag wat de toekomst brengt voor Crespi d’Adda: eerder dit jaar zijn de fabrieksgebouwen gekocht door een Italiaanse ondernemer en ex-voetballer, met de bedoeling om het op te knappen en er het hoofdkwartier van zijn bedrijf van te maken).

Toegang: Het is een bewoond plaatsje, dus je kunt gewoon naar binnenrijden. Jammer genoeg is er niets geopend wat inzicht geeft in hoe de fabriek en de arbeiders ooit gewerkt hebben.

Hoeveel tijd: Ik heb er een uurtje in de winterzon rondgelopen.

Opvallend: De familie Crespi zorgde goed voor haar arbeiders, in een tijd waarin vanuit de staat nog geen sociale voorzieningen bestonden. Crespi d’Adda werd de eerste stad in Italië met elektrische straatverlichting. Iets anders “moderns” zijn de wasbakken in de open lucht, in het centrum van de stad. Zo hoefden de vrouwen niet naar de rivier te lopen om hun was te doen. Een oude lokale man spreekt me aan als ik er foto’s van aan het maken ben. “Het water om te wassen was zoooo koud in de winter…”.

Crespi d'Adda

Pavia

Pavia ligt gunstig dicht bij de luchthaven Milaan Linate, dus ik heb een bezoek aan deze stad gepland op mijn laatste dag in het gebied. De stad heeft een belangrijke rol gespeeld in de uitbreiding van de Longobarden in Italië, maar maakt geen deel uit van de locaties die zijn opgenomen in het ‘Longobarden in Italië’-werelderfgoed. Deze omissie lijkt met opzet te zijn gedaan, aangezien de Italiaanse autoriteiten grotere plannen hebben voor deze stad op zichzelf. Plannen die niet beperkt zijn tot de Longobardische geschiedenis.

Er is de 14e-eeuwse “Certosa di Pavia”, een van de twee meest prominente kartuizerkloosters ter wereld. Dit klooster ligt 8 km ten noorden van de stad en een gecombineerd bezoek met het stadscentrum van Pavia kost je een paar uur. Omdat ik weinig tijd had en niet nog een Italiaanse lunch wilde overslaan, besloot ik de Certosa met zijn beperkte openingstijden over te slaan.

De stad zelf heeft genoeg te zien en te doen voor een paar uur. De belangrijkste monumenten liggen verspreid, dus je hebt tijd nodig om ertussen te lopen. Ik heb er ongeveer 2,5 uur doorgebracht, inclusief het eten van een uitstekende pizza in de echte Italiaanse familiepizzeria Regisole bij de Duomo (het is een genot om de Italiaanse families te zien omgaan met het personeel, en mijn pizza capriciosa smaakte ook geweldig).

De meest indrukwekkende bezienswaardigheid in de stad is de St. Michele-kerk. Deze dateert uit de 11de/12de eeuw en heeft een prachtige gevel. Het interieur heeft verschillende zeer oude fresco’s en religieuze voorwerpen zoals de zilveren Teodote’s Crucifix.

Pavia - San Michele basiliek

Iets als de St. Michele-kerk of het Castello Visconteo zou een hoogtepunt zijn in elke stad buiten Italië, maar “helaas” heeft dit land zoveel kunst en architectuur te bieden dat ik me afvraag of het ooit door Italië naar voren zal worden geschoven voor de Werelderfgoedlijst.

Leave a comment