World Heritage Traveller

Reisverslag Taiwan 2013

Written by:

  1. Programma
  2. Eerste dag in Taipei
  3. Massaal de stad uit
  4. Verleden tijd in Taipei en Tamsui
  5. Taroko, wonder der natuur
  6. De Beinan cultuur van prehistorisch Taiwan
  7. Fietsen naar de oceaan, passievruchtijs en vogeltjes met een snor
  8. Twaalf tempels in Tainan
  9. Hollanders en leeuwen in Anping
  10. Terugblik Taiwan 2013
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Overnachtingen
    4. Eten
    5. Kosten

Programma

De laatste verre reis van dit jaar gaat naar Taiwan. Het is eigenlijk niet eens een echt land: het wordt maar door een handjevol landen als zelfstandig erkend, en gaat er zelf eigenlijk ook vanuit dat het deel uitmaakt van één China. Dit gebrek aan status betekent ook dat Taiwan geen lid is van UNESCO, en dat er dus geen werelderfgoederen zijn.

Taiwan is ongeveer even groot als Nederland, en er wonen 23 miljoen mensen.

Ik ga in 10 dagen een rondje over het eiland maken per openbaar vervoer. De globale reisroute is als volgt:

DatumProgrammaVerblijf
6 novVlucht KL 0807 van Amsterdam naar Taipei. Vertrek om 20.45 uur.Vliegtuig
7 novNa een vlucht van 12 uur aankomst in Taipei om 15.45 uur lokale tijd. Met de Evergreen Airportbus verder naar het hotel in het centrum van de stad.Gala Hotel, Taipei
8 novEerst naar de Chiang Kaishek Gedenkhal, hét nationale monument van Taiwan. Daarna op bezoek bij inheemse bewoners van Taiwan, in het Shung Ye Museum of Formosan Aborigines.
Om 15 uur Engelstalige rondleiding door het National Palace Museum, dat de grootste en beste collectie Chinese kunst ter wereld heeft. De dag eindigt met wat snacks op de Shilin nachtmarkt.
Gala Hotel, Taipei
9 novNog wat bezienswaardigheden in de stad bekijken, zoals de Baoan Tempel – een 18e eeuwse Taoïstische tempel.
In de middag naar de voorstad Tamshui, met het oude Spaanse Fort San Domingo, andere koloniale overblijfselen en veel eettentjes met verse vis.
Gala Hotel, Taipei
10 novWandeltocht ten noordwesten van Taipei, de Caoling Ancient Trail die in zo’n 3,5 uur loopt van Dali naar Fulong. Vooral in de herfst een mooie route langs de zilverkleurige grassen.
Als ik dan nog energie over heb, met de bus vanaf Fulong naar het voormalige goudmijnstadje Jiufen en het Goudmuseum in Jinguashi.
Gala Hotel, Taipei
11 novVanaf Taipei in 2 uur door met de trein naar de stad Hualien in het oosten. Wandelen of fietsen langs de kust in het Nanbin Seashore Park.Jimei Homestay, Hualien
12 novEen hele dag in de Taroko-kloof, het bekendste en mooiste natuurgebied van Taiwan. Je kunt er met een shuttlebus doorheen, en dan wandelingen maken vanaf de verschillende stops.Jimei Homestay, Hualien
13 novTrein van Hualien zuidwaarts naar Taitung. Daar in de middag naar het Beinan Cultuurpark en het Prehistorisch museum (met de oudste resten van Taiwan).Star 101 Guesthouse, Taitung
14 novFiets huren en op weg over de Taitung Mountain and Sea Bikeway, een aangelegde fietsroute van 22 kilometer langs het oude spoor en de rivier.Star 101 Guesthouse, Taitung
15 novVerplaatsing per trein verder langs de zuidkust, van Taitung naar Tainan met een overstap in Kaohsiung.
In Tainan wandelroute langs de vele tempels van deze oude hoofdstad.
Tayih Landis Hotel, Tainan
16 nov’s Ochtends naar de wijk Anping, waar o.a. het oud-Nederlandse Fort Zeelandia ligt en een klein museum over de Nederlandse geschiedenis van Taiwan.
Daarna in 2 uur met de hogesnelheidstrein terug naar Taipei. Daar nog even rondkijken in de buurt van Taipei 101, een van de hoogste gebouwen ter wereld.
Terugvlucht om 00.20 uur met KL0808.
Vliegtuig
17 novAankomst op Schiphol om 6.55 uurThuis

Eerste dag in Taipei

Ik heb ongeveer de hele nacht naar deze eerste excursiedag liggen uitkijken. Het tijdsverschil tussen Nederland en Taiwan is 7 uur. Dat betekent dat ik een groot deel van de donderdag ben kwijtgeraakt, en de rest van die dag alleen maar in bed heb gelegen. Ik heb dus vannacht nog maar nauwelijks een oog dicht kunnen doen. Hopelijk krijg ik het goede dagritme wel snel te pakken.

Taipei, Poort tot het plein

Na het ontbijt ga ik met de metro naar de Chiang Kai-shek Gedenkhal. Chiang is de vader des vaderlands van Taiwan, de man die het communistische China verliet om vanaf het eiland Taiwan een nationalistische invasie voor te bereiden (die er nooit van is gekomen). Een groot monument ter nagedachtenis aan hem ligt in een prettig rustig park. Daar liggen ook het Nationaal Theater en het Nationaal Concertgebouw.

Het is allemaal zo groots opgezet dat ik lang het gevoel heb de enige bezoeker te zijn. Je hoeft geen entree te betalen, en eerlijk gezegd is het ook niet zo boeiend. Het is een soort heiligenverering, met foto’s, kleding, geschriften, schilderijen en zelfs auto’s die de man gebruikt heeft.

Taipei, Chiang Kai-shek Gedenkhal

Op het hele uur wordt er boven op de vierde verdieping, bij het reuzenstandbeeld van Chiang, nog een showtje weggegeven. Het is dan wisseling van de wacht: de twee wachters die een uur stokstijf stil hebben moeten staan naast het standbeeld, worden afgelost. Twee verse militairen en een leider komen stampend aangemarcheerd, en dan doen ze met z’n vieren nog een minuut of 10 trucs met hun geweer. Er zijn inmiddels wel zo’n 200 mensen gearriveerd om dit te bekijken.

Taipei Wisseling van de wacht

Na het bezoek aan de gedenkhal loop ik nog een rondje door het park. Ik kom twee bijna tamme Taiwanese eekhoorns tegen, en enkele grote watervogels die op jacht zijn naar vis. Die zit volop in de vijver, want ze worden gevoerd door de bezoekers.

Voor de lunch had ik vooraf al een restaurant in de buurt uitgezocht: het populaire Hang Zhou Xiao Long Tang Bao. Hier zijn ze gespecialiseerd in traditionele dumplings. Er schijnen vaak rijen te staan en dan moet je een nummertje trekken. Maar ik ben al vroeg, en kan meteen aanschuiven aan een tafeltje. Ik neem hun specialiteit, xiao long bao. Dit is een mandje met 8 dumplings gevuld met varkensgehakt en groente. Er staan zeker 10 man in de open keuken de deegflapjes in elkaar te draaien, leuk om te zien.

Xiao Long Bao, Taipei

En natuurlijk smaakt het ook goed, heel simpel maar gewoon lekker. En dat voor 2,20 EUR! De Taiwanese man naast mij zegt dat hij al vanochtend al om 9 uur voor de deur stond, terwijl het pas om 11 uur open is. Hij heeft hetzelfde besteld als ik, en doet me voor hoe je het het beste kunt eten: met stokjes én lepel, en dan dippen in een saus van soja en gember.

Voor het middagprogramma reis ik verder met de metro naar het noorden van de stad, naar de wijk Shilin. Hier liggen twee musea en een avondmarkt die ik wil bezoeken. Het eerste museum ligt een beetje verborgen naast een kinderdagverblijf in de vorm van een sprookjeskasteel (toepasselijk Schwanstein geheten). Het is het museum over de inheemse bewoners van het eiland dat nu Taiwan heet, en vroeger Formosa.

Museum inheemse bewoners van Formosa

Ik heb hier de 4 verdiepingen helemaal voor mij alleen. Het is zeer de moeite waard: het laat voorwerpen en films zien over het leven van de verschillende inheemse stammen van Taiwan, voordat de Chinezen arriveerden in de 17e eeuw. Tot in de 20e eeuw leefden deze mensen nog traditioneel, en als je de foto’s ziet lijkt het net of het over de Filippijnen of over Papua Nieuw-Guinea gaat. Alle informatie is zowel in het Chinees als het Engels, behalve dan die ene grote foto uit 1900 waaruit blijkt dat de inboorlingen aan koppensnellen deden…

Schuin tegenover dit museum ligt het belangrijkste museum van Taiwan, en misschien wel van de hele Chinese wereld. Ik had een paar weken vantevoren via internet al kaartjes besteld voor een Engelstalige rondleiding. Het museum is zo groot en zo druk, dat leek mij de beste manier om de hoogtepunten mee te krijgen.

Royal Palace Museum

Om 3 uur loop ik samen met 30 anderen achter een gids aan. We hebben allemaal een oortelefoontje in, zodat we de gids goed kunnen horen spreken. Dat is geen overbodige luxe hier, want vele groepen met hun gidsen vullen de gangen van het museum. In elke zaal staat wel een mannetje met een bord “Stilte!”, maar dat helpt niet echt. Chinezen kunnen geloof ik niet zacht praten.

Onze gids voert ons in ruim een uur chronologisch langs de hoogtepunten van brons, keramiek en jade gevoerd. Het zijn eigenlijk allemaal topstukken die tentoongesteld zijn. Veel is oorspronkelijk afkomstig uit het Keizerlijk Paleis in Beijing, en later door oorlogen en de vlucht naar Taiwan hier beland. Voor de twee bekendste werken moeten we een kwartier in de rij staan: het zijn stukken jade, één in de vorm van een stuk varkensvlees en de ander een groene kool. Voor beide moet je geloof ik wel Chinees zijn om het mooi te vinden.

Na de rondleiding heb ik het wel gehad met de drukte en dit museum, en ik loop verder naar de Shilin avond(nacht)markt om iets te eten.

Shilin nachtmarkt

De Shilin markt is de populairste van velen in zijn soort die Taipei kent. Het is een aaneenschakeling van kraampjes met etenswaar en kleding. De markt wordt iedere avond opgebouwd. Ik probeer weer een lokale specialiteit: omelet met oesters. Met een glas vers papayasap erbij is het prima avondeten. Ik eet het net als vele anderen gezeten op de trappen van een buurttempeltje. Eigenlijk worden er alleen maar snacks verkocht, die je dan lopend opeet onderweg naar weer iets anders lekkers.

De langste rij staat voor een kraam waar pakketjes van lenteui en spek worden gegrild. Voor het imposante bedrag van 40 cent neem ik er ook twee. Ik krijg ze mee aan een stokje. Beetje lastig te eten, maar heerlijk pittig. Het deel van Shilin waar de markt is, omvat heel wat straten en er is steeds wel iets te zien. Ik ben een paar keer heen en weer gelopen. Een leuke afsluiting dus van de dag waarop ik 11 uur op stap ben geweest door Taipei.

Shilin nachtmarkt

Massaal de stad uit

Vandaag ga ik weer vroeg op pad: ik ga de Caoling Trail lopen, een wandeling in het noordoosten van Taiwan. Daarvoor moet ik om half 8 met de boemeltrein naar het plaatsje Dali. Hemelsbreed ligt het maar zo’n 60 kilometer van Taipei, maar de trein doet er 1 uur en 3 kwartier over. Het eerste uur moet ik zelfs staan: ik ben niet bepaald de enige die vandaag Taipei ontvlucht. De meeste anderen zijn ook in wandeltenue gekleed, maar ze gaan er gelukkig niet allemaal bij hetzelfde station uit.

Als we Taipei achter ons laten is het ook gedaan met het zonnige weer. Het regent zelfs een tijdje, en er staat een harde wind. Ik heb geen regenkleding of paraplu meegenomen, maar gelukkig is het weer droog als we in Dali aankomen. Ook daar stappen zeker nog wel zo’n 30 wandelaars met mij uit.

De Caoling Trail loopt van Dali naar Fulong, en is 8,5 kilometer lang. Al meteen bij het station van Dali staat de route goed aangegeven. Dat blijft trouwens de hele weg zo, het is onmogelijk verkeerd te lopen: er staan borden, er is een aangelegd pad én het stikt van de andere wandelaars.

Caoling Trail, vertrek uit Dali

De meeste mensen lopen de route andersom dan ik, vanaf Fulong. Dan stijg je wat geleidelijker. Maar ik vind het prettiger om in Fulong te eindigen, vandaar kan ik namelijk nog door met de bus naar Jiufen – een oud goudmijnersstadje in de bergen.

Vanaf de grote tempel in Dali is het inderdaad meteen flink klimmen. Het pad is eerst geasfalteerd, en later op de steilere stukken zijn het stenen trappen. Als dat te steil is, kun je ook de geasfalteerde weg blijven volgen dan kom je er ook. Het is een hele kunst om foto’s te maken zonder mensen erop: zeker op de steile stukken loop je in een rij omhoog. Veel Taiwanezen zijn ook met een groep op pad. Rustig genieten van de natuur is er niet bij: kletsen, schreeuwen, radio aan – Taiwanezen zijn inderdaad echte Chinezen.

Caoling Trail

Na een uur lopen, alleen maar omhoog, sta ik bovenop de pas. Het waait hier verschrikkelijk. Normaal kun je ook ver kijken, maar nu zie je vooral mist. Er is een groot paviljoen gebouwd en daar rust ik even uit met mijn zelf meegebrachte drinken en Japanse zeewierzoutjes.

Daarna daal je door de vallei af richting Fulong. Dit is het mooiste stuk van de route. Hier staat ook het zilverriet dat in deze periode in bloei zou moeten staan. Ik had het me wat spectaculairder voorgesteld, maar ik denk dat dit het is.

Caoling Trail

Het pad loopt verder langs wat typisch Chinese bezienswaardigheden, zoals de “Tijgerinscriptie”. Een generaal schreef het woord “tijger” in een rots, en vanaf dat moment was deze route veilig te belopen. Het is zelfs een nationaal monument.

Ik verbaas me verder over de variatie aan wandelaars die me tegemoet komt. Gezinnen met kleine kinderen, mensen met hun schoothondjes (het is nog een hele tippel voor een teckel) en ook heel veel gebogen oudjes. Echt geoefend hoef je niet te zijn voor deze wandeling.

Het pad eindigt eigenlijk bij het Yuanwankeng Waterpark. Vandaar zou je met een shuttlebus naar het station van Fulong kunnen, maar die zie ik nergens. Ik doe dus maar net als de anderen, en loop nog 4 kilometer door. Weer een heuvelrug over, een vervelend stuk als je er eigenlijk al genoeg van hebt. Een paar grote zwarte vlinders met turquoise vlekken op hun rug zorgen voor wat afleiding.

Caoling Trail

Nabij Fulong gaat de zon eindelijk ook schijnen. Het is de hele tocht wel droog gebleven, maar het was niet zo warm als gisteren en zwaar bewolkt. Ik heb 3,5 uur over de wandeling gedaan, het was continu stijgen of dalen. De route eindigt heel netjes bij het station van Fulong, het is net een NS-wandeling.

Ik ga echter niet met de trein terug naar Taipei. Bij het bezoekerscentrum in Fulong lunch ik eerst met een cappuccino en een belegd broodje. Bij het café voor de deur blijkt ook de bus te stoppen naar mijn volgende bestemming: Jiufen. Er staat er al eentje klaar net als ik het eten op heb. Voor weer een schijntje (0,75 EUR) geniet ik nog maar eens van het openbaar vervoer hier in Taiwan.

We rijden eerst een flink stuk langs de noordkust. De golven zijn nog steeds erg hoog. Zandstrand is er hier niet, wel veel rotsen. Er zijn ook veel mensen aan het vissen, en dagjesmensen aan het fotograferen. Het plaatsje Jiufen stamt uit de tijd dat goudzoekers deze streek onveilig maakten, eind 19e eeuw. Het ligt meer landinwaarts, en is gebouwd tegen een helling.

Helaas ben ik ook hier niet de enige: dit is nog meer binnen het bereik voor een uitje vanuit Taipei. En zo op zaterdagmiddag zijn ze massaal gekomen. Ik sjok tussen de menigte de oude hoofdstraat van Jiufen door. Souvernirwinkels en eettentjes wisselen elkaar af. Het is een hele lange straat, en ik ben bang dat ik ook weer door de drukte terug moet. Helemaal niet leuk. Gelukkig zie ik een zijstraat: daar is het wat rustiger, en plotseling ook een stuk mooier.

Jiufen

Het oude centrum van Jiufen staat bekend om zijn oude houten huizen en theehuizen. Je moet wel goed zoeken, maar ik weet toch het juiste plein te vinden. Dat is zeker een mooi stukje. Vandaar kun je ook onderlangs teruglopen richting het “begin” van de stad. Lekker rustig ook. Vlakbij de bushalte staat nog een bonte Taiwanese tempel. Morgen ga ik pas “serieus” tempels kijken, maar deze Daitian tempel is toch een fijn voorproefje. Hij is zo bont! Van binnen is-ie fluorescerend roze. En buiten zijn de draken ook kleurrijk levensecht uitgebeeld.

Jiufen, Daitian tempel

Tegen half 4 neem ik de bus terug naar Taipei. Ik weet me via een scrum in de eerste bus te werken die langs komt. Er staan zeker al 60 mensen te wachten bij de bushalte, maar de bus stopt toevallig voor mijn neus. Bovendien ben ik een stuk langer en breder dan de gemiddelde Taiwan-Chinees. Twee oudjes weten nog onder mijn armen door te kruipen, maar ik verzeker me van een zitplaats voor de comfortabele rit van 5 kwartier terug naar de stad.

Verleden tijd in Taipei en Tamsui

Taipei is geen oude stad. Vanaf het begin van de 18e eeuw vestigden zich er de eerste groepen Chinezen vanaf het vasteland. De stad kreeg pas eind 19e eeuw enige omvang en importantie door de lucratieve export van thee. Als je nu door Taipei loopt of rijdt zie je eigenlijk alleen maar 20e eeuwse gebouwen. Een schoonheidsprijs zal het niet snel krijgen, er is erg rommelig gebouwd om de 2,6 miljoen inwoners plaats te bieden.

Eén van de oudste monumenten in de stad is de Baoan tempel in de historische wijk Dalong Dong. De eerste Chinezen bouwden hem begin 19e eeuw, naar voorbeelden van het vasteland. Het is er nog erg rustig als ik er zondagochtend tegen half 10 aankom. Dat wil zeggen: weinig bezoekers. Helaas hoor je wel het geluid van een drukke weg en ligt het op de aanvliegroute van het binnenlandse vliegveld van Taipei. Elke 10 minuten zet een groot vliegtuig hierboven gierend de landing in.

Baoan tempel

De Baoan tempel is gewijd aan traditioneel Chinees volksgeloof. Vrouwen bezoeken de tempel om hun vruchtbaarheid te stimuleren. Ook wordt er buiten geld van goudkleurig papier geofferd om rijkdom af te dwingen. Het is de mooiste “bezienswaardigheid” die ik tot nu toe in Taiwan gezien heb.

Gisteren viel het me ook al op in Dali en Jiufen: de traditionele tempels op Taiwan zijn heel anders dan die ik ken van het Chinese vasteland. Andere goden, en vooral ook veel bonter. Van binnen en buiten is elke centimeter al gedecoreerd, maar echt over-de-top gaan ze op de daken en dakranden. Die staan vol met driedimensionale mozaïeken figuren. Glimmend, in de felste kleuren. Deze vorm van versiering is uniek voor Taiwan en heet  Jiannian. De figuurtjes hebben een stalen geraamte, en daarop geplakt zijn stukjes op maat gebroken keramiek.

Baoan tempel

Naast de Baoan tempel ligt een nog groter en populairder tempelcomplex. Dit is de Confucius tempel. Hij is gebouwd naar voorbeeld van de grote tempel in Qufu, de geboorteplaats van Confucius in China. Dat is  een werelderfgoed dat ik in 2007 bezocht heb. Een heel sober complex, meer voor de studie en de filosofie dan religieuze beleving.

De aanhangers van het Confucianisme lijken meer geld te besteden te hebben dan de buren van de Baoan tempel. Op het terrein staan borden met uitleg in het Engels, er is een cafeetje en een bezoekerscentrum. Maar net als destijds in Qufu weet het me niet te raken. Het helpt ook niet mee dat het complex vandaag grotendeels is overgenomen door de  leden van de plaatselijke Rotary club. Zij gaan iets vieren met hun jongerenafdeling, en zijn een tribune op aan het bouwen op het middenterrein. Alleen een traditioneel Chinees orkestje zorgt nog voor enige vrolijkheid.

Confucius tempel, Taipei

Op loopafstand van deze twee tempels ligt nog een restje historie van Taipei. Het Taipei Story House is een in Europese stijl gebouwd huis van een rijke theekoopman. Het stamt uit 1913. Het is de enige plek die ik vandaag bezoek waar entree betaald moet worden: 50 TWD (1,25 EUR).

Het huis is zo Europees dat het interessanter is voor Taiwanezen dan voor Europeanen. Erg veel mensen komen hier denk ik niet, er zijn meer vrijwilligers in de kamers dan bezoekers. Er is een tentoonstelling over bruggen in Taiwan. Heel toepasselijk, want het huis zelf ligt echt in de schaduw van de grote Zongshan brug.

Taipei Story House

Hierna pak ik de metro naar het uiterste noordoosten van de agglomeratie Taipei. Hier ligt Tamsui, een havenstad met oude wortels. De Spanjaarden kwamen hier al in de 16e eeuw en bouwden er een fort. De Nederlandse zeevaarders volgden niet veel later.

De stad ligt 3 kilometer uitgestrekt langs de kust. Ik loop helemaal naar het noordelijkste punt. Het is bewolkt en broeierig warm vandaag, en ik zie met jaloezie stadsbussen voorbij zoeven naar mijn bestemming. Als ik eindelijk in het historische district arriveer, ga ik eerst maar eens chique eten op een terras.

Het restaurant heet Consulate. Ze hebben vooral Italiaanse gerechten, maar ik neem toch lekker wat Chinees. Dat “Consulate” slaat op de voormalige bestemming van veel van de historische gebouwen in deze omgeving – hier tegenover woonde de Britse consul.

Fort Santo Domingo staat ernaast op een heuvel. Dit fort werd in 1628 door de Spanjaarden gesticht, maar een paar jaar later toen het in verval was geraakt overgenomen door de Nederlanders. Zij bouwden een nieuw fort op dezelfde plek – Fort Anthonio ofwel het Fort van de Roodharigen zoals de lokale Chinezen het noemden, vanwege de haarkleur van onze landgenoten. Nederland is nu nog zichtbaar aanwezig met een vlag (1 in een rij van 8, die de verschillende heersers over dit gebied aangeven). En met een door de ING (!) geschonken stel reuzenklompen. Dat laatste levert natuurlijk leuk fotomateriaal op voor de Taiwanese bezoekers.

Tamsui - Klompen bij het fort

Vanaf het fort loop je door een lommerrijke wijk waar vroeger de Europeanen woonden, waar de eerste school werd gesticht, en waar een grote protestantse kerk staat. Bij alle gebouwen kun je gratis binnenkijken, maar voor mij geldt net als vanochtend al in Taipei: als Europeaan is het gewoon om dit te zien, het is vooral voor de lokale Taiwanezen exotisch. Veel gebouwen van rode baksteen liggen er, en ook koloniaal aandoende bungalows met veranda’s rondom.

Tamsui

Het is wel een fijne weg om te bewandelen, een stuk prettiger dan de drukke heenweg. Voor ik het weet ben ik weer in de buurt van het metrostation. Daar loop ik door de “Oude Straat” – zoals meestal in Azië vooral goed voor heel veel gefrituurde snacks, koekjes en goedkope souvenirs. Geheel tegen mijn gewoonte in koop ik ook eens wat – twee modern-Taiwanese design koffiemokken. Ik krijg ze mee in kartonnen doosjes, dus ik denk dat ik ze wel heel thuis krijg….

Taroko, wonder der natuur

Ik heb de afgelopen dagen al steeds bezorgd naar het weerbericht gekeken: het zal toch niet zo zijn dat het de hele dag regent terwijl ik het natuurlijke hoogtepunt van Taiwan wil gaan bezoeken? De eigenaar van mijn pension, die me in de stromende regen met de auto wegbrengt naar het station, zegt dat het waarschijnlijk niet meer droog wordt vandaag. Nou ja, ik heb een paraplu bij me en zal het verder wel zien. Ik wil eigenlijk een paar wandelingen gaan doen, maar desnoods kan het ook allemaal met de bus.

Taroko 001

Die bus is een shuttlebus, waar je met een dagkaart onbeperkt in- en uit mag stappen bij de haltes in de Tarokokloof. Hij zit bij vertrek uit Hualien al ruim vol, een paar mensen moeten zelfs staan. De meesten gaan er bij het bezoekerscentrum aan het begin van de kloof uit, maar ik blijf zitten tot bijna het eind. Daar, op een punt dat Lushui heet, begint mijn eerste wandeling. En zowaar, het is droog geworden als ik uit de bus stap. Het zou toch fijn zijn als ik tenminste één wandeling kan afmaken.

De Lushui-Heliu Trail is een eenvoudig, vlak bospad van een paar kilometer lang. Het is een stukje van de weg die door de Japanse bezetters van Taiwan in 1934-1935 werd aangelegd. Toen was dit nog een onherbergzaam gebied, bewoond door de inheemse bewoners van dit gebied (de Truku of Taroko). Het is lekker wandelen, en ik loop hier vrijwel in mijn eentje. Er passeert alleen een Duits stel.

Taroko 039

De temperatuur is ook heerlijk om te wandelen, dat is dan weer het voordeel van volledig bewolkte lucht. En het ruikt hier ook zo lekker! In het voorjaar moet het hier vol met bloemen staan, maar nog steeds is het genoeg om de bijen en de vlinders tevreden te stellen. Net als eerder deze week op de Caoling Trail zie je hier de mooiste vlinders. Met een beetje geduld zijn ze ook nog eens op een foto te vangen.

Taroko 052

Na 50 minuten lopen eindigt het pad, en sta ik weer op de doorgaande weg door de kloof. Het voordeel van aan het eind te starten is dat je dan terug naar het begin kunt wandelen, de weg loopt dan namelijk bergafwaarts. Gelukkig is het in de ochtend nog niet zo druk met verkeer, en kun je rustig over de asfaltweg lopen. De kloof wordt veel door tourbussen aangedaan, maar die stoppen maar op een paar punten.

Taroko 110

De volgende “bezienswaardigheid” die ik op mijn weg door de kloof tegenkom, is de Cimubrug. Dit is een rode hangbrug, waarvan de pijlers en de brug van marmer zijn gemaakt. Marmer is hier volop voorhanden: een groot deel van het gesteente in de kloof is marmer. Door de erosie van het water in de kloof, zijn de rotsblokken glad en in allerlei vormen gesleten. Deze blokken in verschillende kleuren, die je verspreid over het park tegenkomt, zijn voor mij hét hoogtepunt van de Tarokokloof.

Naast de Cimubrug ligt een smalle, uitstekende rots. De Chinezen zien er een kikker in, vandaar de “kikkerrots”. Op de top is een paviljoen gebouwd, het kroontje op het hoofd van de kikker.

Na bijna twee uur over de grote weg te hebben gelopen ga ik nog één ding bekijken, voor ik de shuttlebus weer op zoek. Het is gelukkig nog steeds droog. Het lopen is ook niet zwaar, maar je moet hele stukken door tunnels lopen en dat is minder fijn. Er is wel een voetpad naast, maar je ademt toch de uitlaatgassen in en het stof waait in je ogen van het voorbijrijdende verkeer.

De “zwaluwengrot” is een half-open tunnel waar zwaluwen doorheen vliegen, van en naar hun nestjes in de rotsen ernaast. Ik had een heel druk spektakel verwacht, maar ik heb maar twee exemplaren voorbij zien scheren.

Taroko 157

Bij een open gedeelte aan het eind van de zwaluwentunnel ga ik op de shuttlebus staan wachten. De bussen rijden ongeveer eens per uur, dat is goed te doen. Terwijl ik en een paar andere toeristen staan te wachten, raken boven ons opeens een paar rotsblokken los. Ze donderen met veel geraas en in stofwolken naar beneden. Wij vluchten voor de zekerheid maar een eindje verderop. Je kunt bij het bezoekerscentrum ook helmpjes huren, passagiers van sommige tourbussen dragen ze, maar de meeste mensen vinden dat toch wat overdreven.

Wie blijkbaar ook geschrokken is, is een aap. Hij slaakt een gil als de rotsblokken naar beneden komen, rent naar de andere kant en gaat dan hoog in een boom zitten. Als de rotsen niet waren gevallen, had ik hem nooit gezien. Ik geloof ook niet dat één van de andere toeristen iets in de gaten heeft. Hij zit nu verscholen tussen de takken, maar ik weet hem toch nog te vinden.

Taroko 171

Met de bus rijd ik dan door naar het Heiligdom van de Eeuwige Bron. Hier gaat het voor het eerst echt regenen. Het is inmiddels lunchtijd, en ik neem in het naastgelegen cafeetje een cappucino en eet mijn zelf meegebrachte broodjes op.

Na een half uurtje gaat het wel weer met de neerslag, en ik neem nog even een kijkje bij het heiligdom. Er stroomt een waterval dwars doorheen, vandaar de naam “eeuwige bron”. Verder is er niet zoveel te zien.

Taroko 200

Weer met de bus ga ik verder, nu naar de eerste halte aan het begin van de kloof: het bezoekerscentrum. Het is een heel groot gebouw met restaurant, souvenirwinkel en een simpele tentoonstelling. En vooral ook met WC’s, voor al die tourbuspassagiers. Ik loop er eventjes rond, maar besluit dan toch nog maar een laatste wandeling te gaan doen.

Taroko 219

De Shakadang Trail start 1 kilometer van het bezoekerscentrum. Ik moet eerst weer zo’n ellendige tunnel door. Maar dan is er een fijn pad, parallel aan de rivier. Het pad is zo uit de rotswand gehouwen dat je bijna overdekt loopt, met de rest van de rots boven je hoofd. Deze wandelroute is eigenlijk 9 kilometer lang, maar hij is deels gesloten vandaag. Waarschijnlijk heeft teveel neerslag voor een aardverschuivinkje gezorgd.

Deze route loopt door het gebied van de oorspronkelijke bewoners van deze streek. Ze bewerken hier nog steeds de grond, en hebben binnen het park speciale rechten. Ze mogen bijvoorbeeld met een scootertje over het wandelpad!

275 foto’s rijker en ik heb geen moment mijn paraplu hoeven te gebruiken: met recht een geslaagde dag in dit bekendste nationaal park van Taiwan. Door de laaghangende bewolking heb ik niet veel van de bergen kunnen zien, maar de kunstig uitgesleten rotsen en afgesleten marmeren keien hebben mijn beeld van Taroko bepaald.

Taroko 247

De Beinan cultuur van prehistorisch Taiwan

Taiwan heeft geen werelderfgoed, omdat het geen officieel erkend land is en dus geen lid mag worden van de Verenigde Naties of UNESCO. Misschien komt het er ooit nog van, als China zich wat inschikkelijker gaat opstellen. Om er maar vast op voorbereid te zijn heeft het Taiwanese ministerie van Cultuur een lijst opgesteld van potentiële werelderfgoederen . Er staan maar liefst 18 plekken op, van afgelegen eilandjes tot aan uiteraard de Tarokokloof waar ik gisteren was.

Vandaag ben ik met de trein aangekomen in de zuidoostelijke stad Taidong, waar ook één van die mogelijke werelderfgoederen ligt: het archeologische park van Beinan en de berg Dulan.

Beinan 005

Nadat ik tegen één uur mijn spullen in mijn guesthouse heb gedropt, stap ik daar meteen op de leenfiets om naar de overblijfselen van Beinan te gaan. Taidong is een stad van slechts 100.000 inwoners, maar heel uitgestrekt van opzet. De opgravingen van Beinan liggen aan de andere kant van het station, tegen een heuvel. Fietsen gaat hier gemakkelijk: het is niet druk op de weg en er zijn zelfs speciale fietspaden (daarover morgen meer!).

Borden wijzen de weg naar het Beinan Cultuurpark. Het eerste wat ik er zie zijn drie metershoge rechtopstaande leistenen platen. Dat zegt me dan nog niets, en ik fiets maar gewoon door. Via de achteringang kom ik het park binnen. Met wat moeite weet ik uiteindelijk het bezoekerscentrum annex museum te vinden. Het is heel groots gebouwd, maar ik ben de enige bezoeker. Je moet hier zowaar entree betalen, iets wat zelden voorkomt in Taiwan: 2 EUR voor een combiticket met het Prehistorisch museum dat ik later vanmiddag wil bezoeken.

Beinan 003

Van de dames bij de receptie krijg ik een audiogids in het Engels mee. Gelukkig maar, anders was het allemaal een groot raadsel gebleven. De Beinan leefden zo’n 2500-5000 jaar geleden in deze streek. Tijdens de Japanse bezetting in het begin van de 20e eeuw hebben Japanse archeologen op de plaats waar nu het park is resten van die Beinan-cultuur gevonden. Het is de belangrijkste prehistorische vondst van Taiwan.

Meest opvallend zijn de graftombes van de Beinan: die zijn gemaakt van leistenen platen. Er werden meerdere doden in één leistenen grafkist geplaatst, met hun gezicht in de richting van de heilige berg Dulan. Die leisteen komt hier niet uit de buurt: ze hebben de stenen over de rivier uit de bergen moeten halen. Een ander “leuk” weetje over de Beinan is dat ze als inwijdingsrite en schoonheidsideaal bij iedere volwassene één voortand trokken.

Beinan 017

Het bezoekerscentrum is zeker de moeite waard, maar dat kan niet gezegd worden van de rest van het park. Ik geloof dat ze er nog niet uit zijn wat ze er mee willen doen. Het ziet er heel verzorgd uit, het gras kort gemaaid. Er staan twee nagebouwde huizen die dan weer niet van de Beinan stammen maar van latere groepen inheemse Taiwanezen. En verder is er niks te zien. Alles van enige waarde is uit de grond gehaald en naar musea overgebracht.

Eén van die musea is het Prehistorisch Museum, dat in een ander deel van Taidong ligt. Ik ga er uiteraard op mijn fietsje naar toe. Helaas heb ik alleen maar een schetsmatige kaart van de stad, met een soort artistieke interpretatie van de fietsroutes maar zonder nauwkeurig alle straten weer te geven. Ik gok er maar op dat het museum wel met borden aangegeven staat.

Uiteindelijk blijkt het nog bijna een uur fietsen te zijn, inclusief een stop bij een supermarkt om iets te eten en drinken. De borden naar het museum staan er inderdaad, maar daartussendoor moet je lange rechte wegen af fietsen en een brug over. Waarom ze zo’n museum zo ver van de bewoonde wereld hebben neergezet is mij een raadsel. Er is nog ruimte genoeg in Taidong, het is helemaal niet dichtbebouwd.

Maar goed, ik heb het gevonden en parkeer mijn fiets op het parkeerterrein tussen de motoren en scooters. Hier zijn wel meer mensen dan in het park, o.a. enkele schoolklassen die het pand gelukkig net verlaten. Het “prehistorisch museum” gaat over het ontstaan van Taiwan (door het botsen van twee tektonische platen), welke dieren er leven of geleefd hebben en het heeft vondsten van diverse archeologische opgravingen. Het is nogal een ratjetoe, en heel kinderachtig opgesteld. Ik verbaasde me er afgelopen week al eerder over dat een toch zo rijk land als Taiwan niet in staat is goede, moderne musea te ontwikkelen.

Beinan 032

Ik moet heel wat gangen door langs Neanderthalers en olifanten/mammoeten, voordat ik bij de ene zaal kom die gewijd is aan de archeologische vondsten van Beinan. Hier hebben ze natuurlijk ook weer die leistenen graven, en wat eenvoudige en onbeschilderde potten. En een verzameling voorwerpen van groene jade, een mineraal dat van oudsher veel aantrekkingskracht op Chinezen heeft uitgeoefend. Een paar nekringen en oorhangers zijn de beste vondsten.

Gaat dit ooit een werelderfgoed worden? Ik heb niet het idee dat het bovenaan de verlanglijst van Taiwan zal staan. En er zal nog heel wat geschaafd moeten worden aan de presentatie om buitenstaanders te winnen voor het verhaal van de Beinan.

Fietsen naar de oceaan, passievruchtijs en vogeltjes met een snor

Vandaag ga ik een serieuze fietstocht doen: een ronde om de stad Taidong. Het is ruim 21 kilometer fietsen over een uitgezet pad, de Mountain-Ocean Bikeway. Ik begin bij het honkbalstadion dat vlakbij mijn pension ligt. Na 100 meter moet ik de plannen al wijzigen: er is een lint gespannen en ze zijn met de weg bezig. Ik maak dan maar rechtsomkeert en besluit de rondrit tegen de klok in te rijden.

Dat gaat een kwartiertje goed, en dan zie ik al geen aanduidingen meer van de fietsroute. Wel fiets ik nog gewoon over een pad, dus ik rijd maar gewoon door de goede richting op. De beloning komt als het “Bospark” in zicht komt. Dit is het stadspark van Taidong, en het is een belangrijk onderdeel van de route.

Taitung Bospark

Het park is ook het best met de fiets te doorkruisen. Ze verhuren er bij de ingang ook fietsen. De afstanden zijn te groot om te lopen, en het is (gelukkig) ook warm en zonnig vandaag. Het park heeft wat aangelegde vijvers, een vlindertuin, botanische tuinen en een vogelkijkhut. Leuk om doorheen te rijden maar verder niet zo bijzonder om te zien.

Gelukkig weet ik hier de officiële route van de Mountain-Ocean Bikeway weer op te pikken. Dit is stuk waar de meeste bezienswaardigheden zijn (ook al moet je die een beetje met een korreltje zout nemen). De meeste zijn uitkijkpunten. Zo sta ik opeens aan de zeedijk, met wijds zicht over de Stille Oceaan.

Taitung Sea Wall

Vandaar volg ik verder de route richting het centrum. Vanaf de kust gezien ziet de stad Taidong er ook eerder Pacifisch uit dan Aziatisch. Het zullen die wapperende palmbomen wel zijn.

Gisteravond was ik al in de binnenstad geweest. Veel winkels uiteraard, maar minder restaurants dan je zou denken. Ook hier kun je trouwens nog steeds goed fietsen. Automobilisten zijn hier wel gewend aan fietsers, en er zijn ook veel scooterrijders.

Taitung centrum

In de stad stap ik, voor het tijd is voor lunch, nog even af bij de Tienhou tempel. Dit is naar verluidt de mooiste tempel van Taidong. En o wat is-ie oranje! Natuurlijk mogen ook de rijke versieringen op de dakranden niet ontbreken. Het lijkt zo wel een hindoetempel uit Zuid-India.

Taitung, Tianhou Tempel

Van binnen wordt hij op dit moment gerestaureerd. Het grote beeld van Matsu, de godin van de zee waaraan de tempel is gewijd, is dan ook niet te zien. Maar de buitenkant is zeker een plaatje. Er zijn voor mij en mijn zoomlens dan ook weer mogelijkheden te over om kleurrijke details te zoeken en fotograferen.

Na een Japanse lunch in de stad breng ik mijn fiets terug naar het pension. Dat is nog een half uur fietsen trouwens, tegen de wind in. Ik heb nog wel even de tijd om wat schone en droge kleren aan te trekken op mijn kamer.

Om kwart voor 2 stap ik dan bij het station op de shuttlebus van de East Rift Valley Line. Dit is net zo’n bus als ik in Taroko had, waar je met een dagkaart langs de route in- en uit kunt stappen waar je wilt. Deze bus rijdt het platteland ten noordwesten van Taidong in.

Uitzicht over Luye

Ik rijd helemaal mee naar het eindpunt. Dat is Luye Gaotai, een plek waar mensen in de zomer komen om te paragliden. Er zijn hier speciaal aangelegde hellingen waar je vanaf kunt. Maar het uitzicht alleen al is de moeite waarde. De omgeving van het dorpje Luye is het agrarisch hart van de regio. Er wordt thee verbouwd, ananas en vele andere soorten fruit. In de rest van Taiwan heb ik maar weinig landbouwgrond gezien, maar blijkbaar is grond en / of klimaat hier het meest geschikt.

Tijdens de rit omhoog heb ik al veel plaatjes voorbij zien schieten, en ik ga dan ook lopend terug de berg af. Helaas niet helemaal tot beneden, dat is echt te ver. De eerste paar kilometer zijn al mooi genoeg. Een paar theevelden aan de linkerkant…

En de sprieterige velden met ananasplanten aan de rechterkant. Er zitten niet veel vruchten aan, maar mijn oog wordt getrokken naar een raar vogeltje. Ik denk eerst dat hij een takje in zijn bek heeft, maar zijn soortgenoten in het veld blijken hetzelfde te hebben: een zwart snorretje! Als ik hem later opzoek op internet, blijkt het de Taiwan Buulbuul te zijn. Het is een bedreigde vogelsoort, waarvan de laatste pure exemplaren alleen nog in deze kuststreek voorkomen.

Ik loop door tot aan het bezoekerscentrum van Luye, en wil vanaf daar weer de bus nemen. Er komt een meisje uit het gebouw gesneld met een Engelstalige brochure over deze streek. Gelukkig spreekt ze ook een paar woorden Engels, en kan ze me nog iets wijzen voordat de bus komt. Een paar huizen verderop maken ze namelijk vruchtenijsjes. Grappig genoeg had ik er net 10 minuten geleden al eentje gekocht, een waterijsje gemaakt van heerlijk passievruchtensap.

Ik ga dus ook nog maar even bij de makers zelf kijken. Van het proces zelf is niets te zien (het meisje had het over “de fabriek”). Maar er staat wel een grote vriezer waar je je ijsje uit kunt pakken en dan 30 TWD in een bakje kunt doneren. Ik kies nu voor een andere smaak, eentje gemaakt van sap van de drakenvrucht. Je ziet deze vruchten die rood/groen zijn aan de buitenkant en rood van binnen hier ook veel verkocht worden langs de kant van de weg. De vrucht zelf vind ik lekker, maar het blijkt iets te waterig voor een ijsje.

Met de bus rijd ik weer terug het dal in. Ik heb nog even de tijd, er komt nog een bus langs over een uur, en stap daarom uit bij de Kunci tempel in Luye. Niet zozeer vanwege de tempel, maar meer voor de originele Japanse huizen uit de tijd van de Japanse kolonisatie van Taiwan (begin 20e eeuw) die hier nog schijnen te staan. Je moet met een vergrootglas zoeken naar iets ouds in Taiwan, dus ik grijp deze kans maar aan. Vanuit de bus had ik al wat bijzondere huizen gezien.

De tempel zelf blijkt een dorpstempel te zijn met een allegaartje aan goden. Mij bevalt het beste de dikke man met de zonnebril rechts van het hoofdaltaar, ik heb nog niet met zekerheid kunnen uitvinden hoe die heet. Het dorp is bijzonder authentiek voor Taiwanese begrippen. Er staan huizen in de stijl van de Hakka migranten uit het Chinese zuiden. Mensen zitten voor hun deur of op hun open binnenplaats. Er lopen tientallen honden over straat. Een enkele hond ligt lekker te zonnen midden op het warme asfalt van de doorgaande weg. Op één erf doen zo’n 15 katten hetzelfde.

Het is voor mijn lekenogen moeilijk de oude Hakkahuizen te onderscheiden van de oude Japanse huizen waar het dorp bekend om is. Maar gelukkig blijken ze er bij de Japanse huizen een informatiebordje bij te hebben gezet. Daarop staat ook in het Engels waar het gebouw in de Japanse tijd voor diende. Zo kom ik het huis van de schooldirecteur tegen, de woning van de burgemeester en de eerste peuterspeelzaal van Taiwan (1928).

Om 10 voor half 6, als het al begint te schemeren, komt de laatste shuttlebus van de dag langs. Terugkijkend op een geslaagde, volle dag rijd ik ermee terug naar Taidong.

Twaalf tempels in Tainan

Na een treinrit van 4 uur ben ik aan het eind van de ochtend aangekomen in Tainan, een stad aan de zuidwestkust van Taiwan. Het is een van de grootste steden van het land, en de oude hoofdstad (voordat Taipei dat werd). Mijn eerste indruk is meteen goed, veel sfeer, gezellige drukte, lekker warm.

Aan de hand van een route uit de Lonely Planet ga ik deze middag een wandeling maken langs niet minder dan 12 tempels. Volgens de aanwijzingen ben je er 4 uur zoet mee, dat zijn dus 3 tempels per uur. We zullen zien…

De eerste stop is (weer een) Confuciustempel. Hij is sober als altijd, maar hier is er toch meer een “verhaal” dan bij de Confuciustempels die ik in andere steden gezien heb. De tempel ligt naast een school, en het is er druk met kinderen. Dat past wel bij de thematiek van wijsheid en strenge regels.

Tainan 026

Een paar honderd meter verderop ligt de Grote Zuidpoort. Dit is een restant van de oude stadsmuren van Tainan. Geen tempel dus, er liggen blijkbaar ook wat andere monumenten op de tempelroute. Ik was er eerst al helemaal langs gelopen, tot ik op mijn kaartje keek hoe ver ik nog moest en er toen al voorbij bleek. De poort is nu geheel overgenomen door een theehuisje. Er zijn verder geen bezoekers.

De volgende is één van de meer bijzondere: de Wufeitempel, ofwel de tempel van de Vijf Concubines. Het verhaal erachter is prachtig triest: toen de laatste telg van de Ming dynastie in 1683 geen hoop meer had op de troon, wilde hij zijn Vijf Concubines (hij had 5! concubines) de vrijheid geven en adviseerde hen in een klooster te treden. Zij besloten echter dat ze met hem wilden sterven, en hingen zich op aan een balk in het paleis.

Tainan 058

Het is een klein, oud tempeltje waar ze nu als godinnen herdacht en geëerd worden. Behalve een druk pratend oud mannetje is er niemand.

Na een uur lig ik goed op schema, ik heb er 3 tempels opzitten en ben op weg naar de vierde. In totaal is de route 6 kilometer lang en voert door het centrum van de miljoenenstad Tainan. De vierde tempel is de 300 jaar oude Fahuatempel. Hij ligt in een achterafstraatje, en is alleen nog maar populair bij oude vrouwtjes geloof ik.

Dat is wel anders bij heiligdom nummer 5: het Koxinga-schrijn. Koxinga is dé held van Tainan. Hij was een 17e eeuwse Chinese militaire leider die Taiwan bevrijdde van de Nederlandse V.O.C. Vanaf dat moment regeerde hij als koning van Taiwan. En nu wordt hij dus nog steeds als god vereerd op een van de meest prominente posities in de stad. Er staat ook een groot ruiterstandbeeld van hem.

Tainan 087

Na een vers ananassapje in het cafeetje bij het Koxinga-schrijn is het tijd voor de zesde tempel. Deze ligt er vlak achter. Het is Lady Linshui’s tempel. Deze godin beschermt kinderen. Hiervoor heeft ze hulp van 36 assistenten, die ook allemaal zijn afgebeeld in de tempel. In de routebeschrijving lees ik dat de tempel vooral populair is bij vrouwen, maar ik zie hele gezinnen en ook wel mannen alleen naar binnen gaan.

Tempel nummer 7 zorgt voor een groot contrast. Het is de Dongyue-tempel, waar mensen komen communiceren met de overledenen. Blijkbaar zijn die allemaal in de hel beland, want de afgebeelde figuren hebben allemaal zwarte koppen en de meest vreselijke gezichtsuitdrukkingen. Dit is de eerste tempel van de 12 waar ik er moeite mee heb om foto’s te maken. Het is er behoorlijk druk met gelovigen, en de sfeer is heel apart. Net als in de andere tempels stoort trouwens niemand zich aan een toerist met een camera.

Tainan 134

Tijd voor nummer 8, en ik begin al aardig moe te worden van zowel het lopen als tempels kijken. Dit is de Tempel van de Stadsgod. Ook hier zijn veel mensen aan het bidden. Veel bijzonders is er niet te zien.

De drukste tempel van de route is nummer 9, het Altaar van de Hemel. Hier ga je naar toe als je pech wilt vermijden. De mensen offeren in grote hoeveelheden nepgeld, dat je bij kraampjes in de omgeving kunt kopen.

Tainan 143

De laatste loodjes zijn tegen 5 uur aan de beurt. Het is inmiddels gaan schemeren, het is hier ook winter ook al zou je dat aan de temperatuur van een graad of 25 niet zeggen. De volgende tempel is gewijd aan de God van de Oorlog, Guan Di. Het is een stevige man met een lange baard.

Ertegenover ligt stop nummer 11: de Chihkan Toren. Dit is de populairste toeristische attractie van Tainan. De toren staat op de overblijfselen van het door de Nederlanders gebouwde Fort Provintia. Het is nu een museum, je betaalt ook entree. In de tuin staat het beroemde standbeeld waar twee Nederlanders zich overgeven aan de strijders van Koxinga.

Tainan 226

En dan de laatste, ik heb inmiddels zere benen van al het geloop van de afgelopen dagen en wil ook graag wat eten. De laatste is weer een Matsutempel, gewijd aan de godin van de zee, zoals ik er ook al een zag gisteren in Taidong. Het is een oude tempel met vooral mooi beschilderde dakbalken.

Hollanders en leeuwen in Anping

Op mijn laatste dag in Taiwan sta ik nog voor de verplaatsing van Tainan helemaal in het zuiden naar Taipei in het hoge noorden. Maar dat is vanmiddag pas, in de ochtend heb ik nog tijd voor een historische voorstad van Tainan: Anping. Om geen tijd te verliezen pak ik een taxi, het is maar 10 minuten rijden.

Anping is een kustplaatsje waar generaties aan kolonisatoren, handelaren en immigranten hun sporen hebben nagelaten. Het centrale punt is Fort Zeelandia: de door de Nederlanders van de VOC gebouwde vesting. Het heet nog steeds zo, grappig om zo’n Nederlandse tekst te zien op de verkeersborden boven de weg.

Anping 012

Het voormalig fort beslaat een groot terrein, dat ommuurd is als een Nederlandse vestingstad. Die lay-out en de bakstenen muren zijn ook ongeveer nog het enige originele. In de VOC-tijd woonden en werkten de handelaren binnen de muren. Later raakte het in verval, en begon de stad zich verder uit te breiden. De Japanners hebben in de 20e eeuw het fort weer hersteld, en er gebouwen in Europese stijl neergezet. Nu kun je daar tentoonstellingen bekijken over de Nederlandse historie van Anping. Het meeste is informatieve tekst. De materiële resten beperken zich tot de welbekende stenen pijpjes die je overal ter wereld tegen komt waar Nederlanders zijn geweest. Meestal in combinatie met jeneverflessen, maar die zie ik hier niet.

Het Fort Zeelandia was ook het toneel van de strijd tussen de Chinese “zeerover” Koxinga en de laatste Nederlandse gouverneur, Frederick Coyett. Van beiden staat er hier een standbeeld. Koxinga dwong Coyett tot de aftocht naar Batavia, met achterlating van de waardevolle spullen van de handelspost. Coyett werd door Nederland als landverrader gezien, veroordeeld en verbannen.

Behalve aandenkens aan Nederland heeft Anping meer interessante dingen. De wijk rondom het fort doet denken aan oude Chinese tijden. En dan origineel: de huisjes in de smalle straten worden nog gewoon bewoond. Het lijkt een beetje op de hutongs in Beijing. Een echte volkswijk. De mensen hebben hun was voor de deur hangen, drogen hun kruiden op straat of zitten op een stoel de voorbijgangers te bekijken.

Anping 044

Deze wijk heeft ook de traditie om huizen te beschermen tegen het kwaad; dit doen ze door een stenen masker met de afbeelding van een leeuw met een mes tussen zijn tanden boven de voordeur te hangen. Er zijn nog een stuk of 20 originele maskers over, en het is een leuke sport ze op te sporen in de nauwe straatjes. Ook alle nieuwere huizen hebben trouwens zo’n beeltenis.

De echte oude zijn allemaal anders. Soms zijn het kleurige houten bordjes, anderen zijn uit steen gehouwen en niet beschilderd.

Anping 057

Tot slot van mijn bezoek aan Anping loop ik nog een rondje door het noorden van het centrum. Daar vind je de restanten van de vijf buitenlandse handelshuizen die in de 19e eeuw het recht op handel vanuit de haven van Anping hadden verkregen. Sommige zijn niet meer dan ruïnes, maar in het grote Former Tait & Co Merchant House tref ik weer een door Nederlandse bedrijven gesponsorde tentoonstelling aan. De geldschieters variëren van ABN AMRO tot aan ASML.

Het is inmiddels gezellig druk aan het worden op zaterdagochtend hier in het centrum. Muziek schalt uit de luidsprekers – westerse kerstmuziek welteverstaan. Jinglebells in de zon. Op het kinderspeelterrein staat een andere Nederlandse invloed: een replica van de gele badeend van de Nederlandse kunstenaar die zo furore maakt in het verre oosten. De souvenirwinkels in Taiwan staan er vol mee, van zacht pluizig tot klein geel badlampje.

Terugblik Taiwan 2013

Vooraf was ik benieuwd: lijkt het meer op China of op Japan? Nou, het is echt China hoor. Gezellig rommelig, druk pratende mensen, eetkraampjes aan de straatrand, bonte tempels. En welk volk loopt er nou storm voor een stuk jade in de vorm van een Chinese kool?

Mijn eindoordeel over mijn reis naar Taiwan is gemengd:

  • Positief: spotgoedkoop, lekker eten, volkomen veilig (de leenfiets had niet eens een slot), heerlijke temperaturen voor november (20-28 graden), verse vruchtensappen, de stad Tainan, de Baoantempel in Taipei, de Tarokokloof, de traditionele omgeving van Luye en die vele felkleurige tempelgevels.
  • Daarentegen: het land heeft geen bezienswaardigheden op wereldniveau, het is in Taipei en omgeving echt te druk met andere toeristen, sommige plaatsen (Hualien, Taidong) zijn eigenlijk behoorlijk saai, verplaatsingen met trein of bus kosten veel tijd ondanks de korte afstanden, en de rijkdom die toch wel aanwezig moet zijn is goed verborgen.

Voorbereiding

Taiwan is een eenvoudig te bereizen land, dat geen speciale voorbereiding vraagt. Geen visum, geen vaccinaties. Hoogstens even opletten op de beste reistijd: oktober en november schijnen de beste maanden te zijn, met de minste kans op regen of tyfonen. Warm is het er het hele jaar door.

Vervoer

Taiwan is even groot (of even klein) als Nederland. Toch kost het vervoer meer tijd dan bij ons: het centrum van het eiland is erg bergachtig, en de treinen rijden daaromheen.

Internationale vlucht
Het is heel ver vliegen naar Taiwan. Mijn rechtstreekse KLM-vlucht deed er 11,5 uur over op de heenreis en 13 uur op de terugreis. Gelukkig had ik me zelf verwend met een upgrade naar Business Class. De stoelen kunnen daar helemaal plat en zijn breed genoeg om je ook nog eens om te kunnen draaien. Je bent afgeschermd van je buurman doordat je met je hoofd en schouders in een soort overkapping ligt. Zo heb je tenminste niet het gevoel dat je met een vreemde in bed ligt. Het eten en entertainment waren OK maar niet geweldig. Het zijn beide echte nachtvluchten, dus aan veel meer dan slapen en een ontbijtje kom je niet toe.

Het vliegveld van Taipei is zoals te verwachten modern en voorzien van veel dure winkels. Op de heenweg heb ik samen met vele anderen wel een half uur in de rij voor de douane moeten wachten, er kwam een aantal internationale vluchten tegelijk aan. Je moet een formuliertje invullen en krijgt een stempel in je paspoort, en dan kun je door.

Trein
Tussen de steden waar ik heb overnacht heb ik steeds de trein genomen. Het zijn lange treinen met gereserveerde plaatsen. Je zit er wel goed, maar de treinen zijn niet zo modern als in Nederland of laat staan in Japan. Ik heb telkens bij aankomst in een stad al een kaartje gekocht voor de vervolgtreinrit van een of twee dagen later. Of het echt nodig is weet ik niet, maar er rijden niet heel veel snelle treinen en ze zitten goed vol. Met de lokale treinen ben je zo 2 tot 3 uur langer onderweg, die stoppen overal.

Op de laatste dag heb ik ook nog de Taiwanese hogesnelheidslijn mee mogen maken, de HSR. Hij zoeft in 1 uur en 45 minuten tussen Tainan helemaal in het zuiden en Taipei helemaal in het noorden. Tel daar wel een half uur reistijd naar het HSR-station bij op, dat ligt in de middle of nowhere buiten Tainan. Van binnen is de trein niet overdreven luxe, de stoelen zijn zelfs akelig hard. Ik had mijn kaartje vooraf op internet gekocht, maar op de dag zelf waren er ook meer dan voldoende plaatsen over. Deze trein rijdt dan ook elk half uur tussen de 2 grote steden.

Bus en metro
In en om de steden zelf heb ik het meeste met de bus gedaan, en in Taipei ook met de metro. Alle bestemmingen op de bussen en in de metrostations staan steeds zowel in het Chinees als het Engels aangegeven, dus het is niet moeilijk je weg te vinden.

Fiets
En tot slot mag de fiets niet vergeten worden. In het oosten van Taiwan zijn zowel in de steden als op het platteland echte fietspaden aangelegd. Je kunt er ook op verschillende plekken fietsen huren, en mijn beide pensions in het oosten (in Hualien en Taitung) boden gratis fietsen aan. Het is er ook vlak en het verkeer is wel gewend aan fietsende toeristen. De lokalen gaan geloof ik toch liever op de scooter…

Overnachtingen

Taipei
Het Gala Hotel is een gemoderniseerde kolos van 12 verdiepingen. Ik heb een ruime kamer met lekker bed, grote TV met een paar Engelstalige zenders, goede wifi en een nette badkamer met ligbad. Ontbijten deed ik even verderop bij Starbucks. Het hotel ligt wel in het centrum van Taipei, maar niet in een buurt met grote winkelcentra of veel restaurants. De Evergreenbus vanaf het vliegveld stopt er vrijwel voor de deur, en het is 2 minuten lopen naar het dichtstbijzijnde metrostation.

Website: Gala Hotel, Taipei
Prijs: 95 EUR per nacht inclusief ontbijt

Hualien
Jimei Homestay is een echt pension, dat ligt tussen de landbouwvelden in een buitenwijk van Hualien. Je moet er vanaf het station met een taxi naar toe, maar je kunt er een fiets lenen om de stad in te gaan. Ik heb de meest luxe kamer, nummer 301 op de bovenste verdieping. Behalve alle basisdingen heeft deze kamer een ruim overdekt privéterras. Bij de receptie is de kennis van het Engels zeer beperkt, maar ze kunnen wel allerlei dingen regelen zoals goedkoop transport naar het station of de Taroko-kloof.

Website: Jimei Homestay, Hualien
Prijs: 57,50 EUR per nacht inclusief ontbijt

Taitung
Star 101 Guesthouse is een klein pension dat ligt vlakbij het treinstation van Taitung, en dus ver van het centrum. Je kunt er gratis fietsen lenen om dat euvel te overkomen. Nette kamers voor de prijs. De wifi is een beetje instabiel maar met wat geduld lukt het. Ontbijt is simpel, maar voldoende om de dag mee te starten (koffie en brood met pindakaas/chocopasta/jam).

Website: Star 101 Guesthouse, Taitung
Prijs: 26,50 EUR per nacht inclusief ontbijt

Tainan
Het Tayih Landis is een prominent 4-sterrenhotel in het centrum van Tainan. Het heeft een lobby met een zeer luxe uitstraling, al helemaal in kerstsfeer. Ik krijg een upgrade van mijn kamer, kom terecht op de 22e (en bovenste) verdieping maar echt heel bijzonder is het niet. Ik sliep zelfs beter in het vorige pension dat maar 1/5e van de prijs kostte. Internet is wel lekker snel, en het inbegrepen ontbijtbuffet is groots.

Website: Tayih Landis Hotel, Tainan
Prijs: 144 EUR per nacht inclusief ontbijt

Eten

Je kunt lekker eten in Taiwan, maar toch had ik er meer van verwacht.

Ontbijt en lunch
Het ontbijt was telkens inbegrepen in de kamerprijs. Soms vulde ik het nog wat aan met “echte” cappucino bij Starbucks, de Amerikaanse keten die je veel ziet in Taiwan. Voor tussendoortje en lunch kun je (net als in Japan) altijd vertrouwen op de supermarktketen 7-11. In de grote steden zit er echt letterlijk op elke hoek van de straat eentje. En zelfs in een dorp als Anping zijn er (minstens) twee. Hier haalde ik drankjes, yoghurt, zoete broodjes en zo meer.

Nachtmarkten
De specifiek Taiwanese lekkernijen koop je vooral op straat. Overal zijn avond- of nachtmarkten waar kleine stalletjes snacks verkopen. Ze zijn allemaal gespecialiseerd in één gerecht. Je betaalt hier 50 tot 70 TWD (1,25-1,75 EUR) voor een snack of een eenvoudig gerecht.

Tainan 244

Restaurants
Voor de andere maaltijd op de dag ging ik op zoek naar restaurants “om te zitten”. Je komt dan soms bij Thaise restaurants terecht, en heel vaak bij Japanse. Ik geloof dat de Japanse keuken ook onder de Taiwanezen zelf het populairst zijn. Al heel snel ontdekte ik “Sushi Express”, een keten van Japanse sushirestaurants. Hier kun je aanschuiven aan een lopende band waar de heerlijkste bordjes met sushi voorbijkomen. Het heeft de grootste variatie aan sushi die ik waar ook ter wereld gezien heb. En ook nog eens heel goedkoop: maar 0,75 EUR per schaaltje van 2 sushi.

Kosten

Het is er zo goedkoop dat ik in het begin een paar keer heb lopen checken of ik de omrekening van Taiwan Dollars (TWD) naar Euro’s wel goed deed. Ik heb voor deze 10-daagse reis maar 2 keer 5000 TWD gepind (250 EUR in totaal), en daar heb ik alles van betaald behalve de hotels. Vooral vervoer en eten zijn heel goedkoop. Voor 5 EUR kun je echt uitgebreid eten, en voor 0,75 EUR zit je 50 minuten in een comfortabele bus. En er zijn ook veel dingen gewoon gratis: fietsen die je kunt pakken vanaf je pension, toegang tot musea, tempels, parken, bezoekerscentra.

Het gemiddelde dagbudget is uitgekomen op 91 EUR. Dat is in de orde van grootte van mijn eerdere reizen door Nepal of Peru. Als je wat goedkopere hotels uitkiest dan ik heb gedaan, kun je hier een spotgoedkope reis hebben.

Leave a comment