World Heritage Traveller

Finland 2013

Written by:

  1. #503: Hout- en kartonmolen van Verla
  2. #504: Geodetische boog van Struve
  3. Fins kerkenpad
  4. #505: Hoge Kust en Kvarken-archipel
  5. Het Sanatorium van Paimio

#503: Hout- en kartonmolen van Verla

Wat is het?
De Hout- en Kartonmolen van Verla is een voorbeeld van 19e-eeuwse plattelandsindustrie. Via het water werden boomstammen aangevoerd, die in de fabriek klein werden gezaagd en tot pulp vermalen. Daarna werd er karton van gemaakt: 2000 ton per jaar, voor de export naar Rusland, Europa en Amerika. Het complex omvat een aantal gebouwen: het huis van de directeur, de kartondrogerij, opslagplaatsen, werkplaats, molen. De huidige molen dateert uit 1882, en bleef in bedrijf tot 1964. De fabriek sloot toen de laatste werknemers met pensioen gingen.

Finland 068

Cijfer: 6,5 (Er staan een paar goed bewaard gebleven 19e eeuwse houten en bakstenen gebouwen, maar de kers op de taart is toch de werking van de fabriek zelf. Helaas mag je daar geen foto’s maken, maar het staat er nog allemaal alsof ze pas gisteren gesloten is. Wat een arbeidsintensief proces was het om wat stukken karton te maken! Een paard dat de bomen uit het water naar de fabriek sleepte, mannen die de bomen met zaagmachines tot handzame en “schone” stammetjes maakten en vrouwelijke arbeiders die niets anders deden dan stukken karton afsnijden en stapelen.).

Toegang:  Het terrein is gratis toegankelijk, en daar kun je alle historische gebouwen van de buitenkant bekijken. Er is ook een cafeetje en er zijn zelfs 2 souvenirwinkels. Voor een rondleiding door het fabrieksmuseum betaalde ik 8 EUR.

Hoeveel tijd: Ik was er ongeveer anderhalf uur, waarvan één uur op rondleiding door het museum. De rondleiding zelf was alleen in het Fins: er was een groep van zo’n 30 man uit alle windstreken aanwezig die op Finse les zaten. Ik kreeg wel keurig een tekst in het Nederlands mee, met uitleg per ruimte waar we langskwamen. Heel interessant was ook de film die aan het begin van de rondleiding getoond wordt: daar zie je de hele fabriek in werking. Het zag er vrij schoon en idyllisch uit.

Opvallend: Al rijdende naar Verla in het oosten van Finland worden de wegen steeds smaller en de bossen steeds dichter. Ik rijd er vrij vroeg in de ochtend, en hoop elanden te zien. Ik moet het echter doen met vele borden “pas op voor overstekende elanden” langs de kant van de weg, en een heel klein konijntje dat voor de wielen van mijn auto uitrent.

#504: Geodetische boog van Struve

Wat is het?
De Geodetische boog van Struve is een serie meetpunten, waarmee nauwkeurig de grootte en de vorm van de aarde kan worden berekend. De boog loopt van Hammerfest in Noorwegen tot aan de Zwarte Zee. Hij is 2820 kilometer lang, en omvatte in de 19e eeuw 265 vaste meetstations. 34 meetpunten daarvan zijn tot werelderfgoed gemaakt. Ze liggen nu op het grondgebied van 10 verschillende landen, terwijl dat er in de tijd van de bedenker, de astronoom Friedrich Georg Wilhelm von Struve, maar twee waren: het Russische Keizerrijk en de Unie tussen Zweden en Noorwegen.

Oravivuori - meetpunt Geodetische boog van Struve

Cijfer: 5 (Dit is zo obscuur dat je je plezier wel moet halen uit de reis ernaar toe. En uit het zoeken naar een bereikbaar meetpunt, ze liggen echt op de meest onmogelijke plaatsen. Het punt dat ik bezocht heet Oravivuori, en ligt in de bossen een kilometer of 40 onder de stad Jyväskylä in Centraal-Finland. Ik had de juiste GPS-coördinaten in mijn TomTom geprogrammeerd, en reed er zo naar toe. Het meetpunt staat ook goed aangegeven vanaf de grote weg tussen Tampere en Jyväskylä.).

Toegang: Gratis uiteraard. De Finse autoriteiten hebben bovendien nog hun best gedaan om er iets van te maken. Het meetpunt ligt bovenop een heuvel (Puolakka), en langs het steile pad van een kilometer lang staan om de 250 meter bankjes om uit te rusten. Ook staan er borden met uitleg over de Boog van Struve. Op de top vond ik een registratieboekje waarin je je naam kunt zetten. Hieruit blijkt dat er toch nog zo’n 6 tot 8 bezoekers per dag komen in de zomer.

Oravivuori - meetpunt Geodetische boog van Struve

Hoeveel tijd: Op de top ben ik een minuut of 10 gebleven: wat foto’s maken, de toren beklimmen. Samen met de wandeling ernaartoe en de 8 kilometer lange rit over een deels onverharde weg vanaf de snelweg, was het toch een vrij gemakkelijk en vlot bezoek van een uur.

Opvallend: Samen met de Prehistorische paalwoningen in de Alpen (die onder water liggen, verspreid over 5 landen) is de Geodetische boog van Struve een van de meest raadselachtige en lastig te bezoeken werelderfgoederen. De verslagen van andere bezoekers op mijn Engelstalige website verhalen o.a. over een meetpunt in Litouwen, zomaar ergens in een veld 3 kilometer lopen van de dichtstbijzijnde bushalte. En dan vind je dus ook alleen maar een paaltje. Het meest interessante punt van de boog lijkt het Observatorium in Tartu (Estland) te zijn. Misschien moet ik daar ook nog eens naar toe, om wat meer gevoel te krijgen voor de astronomische waarde van dit “ding”.

In Oravivuori moest ik het doen met het zicht vanaf de grote houten uitkijktoren, die naast het paaltje staat en nog steeds in gebruik is door Finse geografen. Het geeft je een 360 graden blik over een typisch Fins landschap, met dichte bossen en blauwe meren.

Oravivuori - meetpunt Geodetische boog van Struve

Fins kerkenpad

Vandaag staat de verplaatsing op het programma van Jyväskylä (centraal Finland) naar Vaasa (aan de westkust). Om de lange rit te breken volg ik een mooie route die langs drie 18e eeuwse houten kerken voert.

De eerste in de rij, zo’n 30 kilometer vanaf Jyväskylä, is de kerk van Petäjävesi. Deze staat op de Werelderfgoedlijst, maar ik scoor geen vinkje vandaag want ik ben hier in 2005 al eens geweest. Ik was toen samen met mijn moeder, en we bezochten de kerk in de stromende regen. We konden toen maar heel even binnenkijken, want er was een dienst bezig.

Vandaag schijnt de zon al vroeg, en ik ben blij met mijn herbezoek. De kerk ligt er schitterend bij, direct aan het water – de route over het water of over het ijs werd door de parochianen vroeger gebruikt om bij de kerk te komen. Nu is er een vrij grote parkeerplaats bij, en er staat al een bus met Amerikaanse studenten. Ook zijn er nog een paar individuele bezoekers, het is een populaire bezienswaardigheid geworden. Ook de entreeprijs van 5 EUR geeft dat al aan. Dit keer kan ik op mijn gemak het kleurige houtsnijwerk in de preekstoel bekijken.

Werelderfgoedkerk van Petäjävesi

Als je de doorgaande weg uit Petajavesi naar het westen volgt, kom je na een klein half uur vanzelf door het stadje Keuruu. Ook hier staat een 18e eeuwse kerk: hij werd gebouwd tussen 1756 en 1759, en ligt in het centrum van de stad. De kerk is van buiten in traditioneel rood geschilderd, zoals je ook bij de meeste boerenhuizen hier in de regio ziet. Hij is een stuk groter dan de kerk van Petajavesi, en er ligt ook een begraafplaats bij. In een hoek van het terrein ligt onder een afdakje een lange, smalle houten boot. Dit was de “kerkboot”, die kerkgangers oppikte om de dienst bij te wonen.

Ook hier arriveer ik bij openingstijd: 11 uur. Entree kost 2 EUR, en er zijn nog 2 andere bezoekers. Aan het gastenboek te zien wordt deze kerk veel minder bezocht door buitenlandse toeristen. Toch is het zeker de moeite waard. Het interieur hier is bedekt met primitieve muurschilderingen: reeksen portretten van heiligen, en een afbeelding van de duivel tegen het plafond.

Oude kerk van Keuruu

Ik sla lunch in bij een supermarkt in Keuruu, o.a. het typisch Finse roggebrood. Weer een half uurtje verder rijden bezoek ik de “wilderniskerk” van Pihlajavesi. Zoals de naam al zegt ligt-ie erg afgelegen. Eerst een kilometer of 20 over een rustige binnenweg, en dan nog eens 2 kilometer de bossen in over een onverharde weg. De kerk is in 1780 zelf door de inwoners van het gehucht Pihlajavesi gebouwd, omdat ze de kerk in Keuruu te ver weg vonden.

Er is een grasveldje bij om te parkeren, het is weinig verrassend dat er geen andere auto’s staan. Als ik uitstap word ik meteen aangevallen door een aantal wespen, die doen alsof ze al in geen jaren mensen meer gezien hebben. Ze zoemen irritant om mijn hoofd en ik moet ze van me afslaan. Het wordt dus niks om hier buiten te gaan picknicken. Gelukkig is het maar een klein stukje lopen naar de kerk.

Wilderniskerk van Pihlajavesi

De waakzaamheid van de wespen wordt hier overgenomen door muggen. Het valt niet mee om foto’s te maken als er constant iets om je heen zoemt. De muggen weten me in tegenstelling tot de wespen ook te steken. Je moet er wel wat voor over hebben, maar het is een schitterend kerkje. Op het bord bij de ingang staat dat hij “altijd open is”. Maar als ik aan de deur voel, is die toch echt op slot. Ik loop er dus maar snel een rondje omheen. Hier hebben ze ook een “kerkboot”, hoewel ik geen water in de buurt zie.

Na een paar minuten ben ik weer terug in de veilige ruimte van mijn huurauto. Gelukkig is er geen beest mee naar binnen gekomen tijdens het instappen. Ik eet mijn banaan en broodjes op in de auto, en rijd dan over de onverharde weg terug naar de bewoonde wereld. De eerste honderden meters word ik nog fel gevolgd door een vijftal wespen, die het gemunt hebben op de achterruit.

#505: Hoge Kust en Kvarken-archipel

Wat is het?
De Hoge Kust en Kvarken-archipel is een natuurgebied in de Botnische Golf, op de grens van Zweden en Finland. De aardkorst is hier tijdens de laatste ijstijd als het ware ingedeukt door het gewicht van het ijs, en komt nu langzaam maar zeker weer omhoog. De zeespiegel stijgt met 8 millimeter per jaar. Aan de Zweedse kant (de Hoge Kust) rijst de kust al 286 meter boven de zeespiegel uit, terwijl er aan Finse zijde in de Kvarken-archipel ontelbare riffen en eilandjes zijn verschenen uit het ondiepe water. Als het proces zo doorgaat, zullen Zweden en Finland hier in het jaar 2300 door land verbonden zijn en is de Botnische Golf een meer geworden.

Kvarken 058

Cijfer: 7 (Ik bezocht het Finse deel, de Kvarken-archipel. Het is een rustig en tamelijk ongerept natuurgebied, hoewel er wel wat toeristische infrastructuur is in de vorm van gemarkeerde wandelpaden, cafeetjes en informatieborden. Het heeft wel wat weg van de Waddenzee, maar dan rotsachtig in plaats van zanderig).

Toegang: Dit gebied is gemakkelijk bereikbaar vanaf de grote stad Vaasa, aan de westkust van Finland. Sinds de aanleg van de imposante en kostbare Replotbrug in 1997 rijdt je zo het werelderfgoed binnen op het eiland Replot en het volgende eiland: Björkö. Vanaf de grote brug kun je ook al het karakteristieke landschap van Kvarken zien, met heel veel eilandjes en rotsen die net boven het wateroppervlak uitsteken.

Al met al is het een behoorlijk groot gebied (194.400 hectare), met op de grotere eilanden ook dorpen en vakantiehuisjes. Je hoeft dus geen entreekaartje te kopen, maar ik betaalde wel 2 EUR voor 4 uur parkeren aan de haven van Svedjehamn.

Hoeveel tijd: Halve dag. Mijn wandeling duurde 3 uur. Je kunt er ook georganiseerde boottochten maken van een paar uur.

Opvallend: Vanaf de parkeerplaats in Svedjehamn liep ik het “Bodvattnet Runt”, een rondwandeling waar ik nog een extra stuk naar “Langgrundet” aan vastplakte. Samen een kilometer of 8. Ik was er al om kwart voor 9 in de ochtend, en het was er nog stil. Met mensen dan, de vogels hoor je van veraf schreeuwen. Veel meeuwen hier.

De vogels aan de kust zijn mooie proefdieren om mijn nieuwe fotocamera met superzoom uit te proberen. Het gaat wonderbaarlijk goed. De afgelopen dagen merkte ik bij het fotograferen van gebouwen en andere grote, stilstaande objecten het verschil niet zo met mijn oude camera. Maar hier in de natuur is die extra zoomkracht goud waard.

Kvarken 132

Al na 800 meter lopen kom je bij één van de mooiste plekken in dit gebied. Vanaf de uitkijktoren heb je het beste zicht op de riffen en eilanden die zich voor de kust aan het vormen zijn.

Het wandelpad daarna loopt wat moeizaam door de vele stenen in de ondergrond. Het is een smal paadje, tussen de jonge bomen door en soms via planken over de mossige ondergrond. Tegen de verwachting in blijft het water kilometers lang uit zicht, het is net alsof je een boswandeling aan het maken bent. Maar ook hier zitten veel vogels. En veel muggen: elke keer als ik naar een van mijn armen kijk zie ik wel 1 of 2 meereizende prikbeesten zitten. Eentje weet me zelfs te prikken bovenop mijn ooglid.

“Langgrundet” blijkt een stukje land te zijn dat in de zee uitsteekt. Er is hier ook een picknickplaats, zo vroeg op de dag nog helemaal uitgestorven uiteraard. Vanaf de aanlegsteiger kun je goed zien hoe ondiep het water hier is. Het schijnt ook nauwelijks meer zout te zijn.

Het nadeel van deze uitbreiding van de wandeling is dat je dezelfde 1,8 kilometer weer terug moet, weer over die vermaledijde stenen en door de haag van muggen. Als ik weer op het hoofdpad van de “Bodvattnet Runt” ben, loopt het een stuk prettiger. Je loopt hier een rondje om Bodvattnet, een inham die eindigt in een groot meer. Je mag hier niet aan de waterkant komen, misschien dat ze bang zijn dat je wegzakt in het riet. Maar waarschijnlijk om de vele vogels niet teveel te storen. Er zwemmen enkele zwanen rond, waaronder één met twee kleintjes in het kielzog.

Kvarken 105

Op het einde van de wandeling passeer je simpele houten vissershuisjes, vroeger gebruikt door kabeljauwvissers. Hier kom ik ook de eerste andere wandelaars tegen. Terug op de parkeerplaats, het is dan kwart voor 12, zie ik dat er zo’n 20 auto’s bij zijn gekomen. Ik ben blij dat ik vroeg gestart ben.

Het Sanatorium van Paimio

Als sluitstuk van mijn Finse vierdaagse reed ik op de terugweg naar het vliegveld van Helsinki langs het plaatsje Paimio. Daar ligt het Paimio Sanatorium, gebouwd in 1933 voor tuberculosepatiënten door de beroemdste Finse modernistische architect Alvar Aalto. Elke middag is er om 2 uur een rondleiding door het gebouw. Ik ben er al om 1 uur, maar dat is helemaal niet erg want je kunt heerlijk in het omliggende park op een bankje in de zon zitten.

Er komen uiteindelijk nog 5 andere bezoekers opdraven, allen Finnen. De rondleiding is gelukkig in zowel het Fins als het Engels. We beginnen in de hal, waar de vele ronde vormen (makkelijk schoon te houden) en de felle kleur geel (als zonnestralen) opvallen. Paimio Sanatorium is een keerpunt in het werk van Aalto – hij ging over van classicisme naar het eigentijdse functionalisme, en dit was zijn eerste grote bekende werk. Een paar dagen geleden heb ik al kennisgemaakt met  andere ontwerpen van hem in het Alvar Aalto-museum in Jyväskylä.

Paimio Sanatorium

Receptie in de hal, het glas is er later ingezet maar de vormen en kleuren zijn typisch voor het ontwerp van Aalto

Behalve het gebouw ontwierp Aalto samen met zijn vrouw ook al het meubilair. Dit resulteerde in een Gesamtkunstwerk, dat er helemaal op was gericht om de gezondheid van de patiënten te verbeteren. Zo is hij bekend geworden met stoelen die zo gevormd zijn dat de patienten goed adem konden halen.

Paimio Sanatorium

De eetzaal, nu kantine voor het ziekenhuispersoneel, met origineel meubilair

Het sanatorium werd gebouwd op een voormalig landgoed, waar veel (gezonde) pijnbomen staan. De gemeente Paimio schreef in 1928 een competitie onder architecten uit om een regionaal sanatorium te ontwerpen voor deze omgeving. In Finland stierven er massa’s mensen aan tuberculose in die tijd, en de 300 plekken die hier werden geschapen waren een druppel op de gloeiende plaat. Nadat er in de jaren 50 een  vaccin tegen tbc gevonden was, werd het sanatorium omgebouwd tot een gewoon ziekenhuis.

Tegenwoordig zijn de meeste afdelingen verhuisd naar het regionale ziekenhuis van Turku. Het gebouw staat in de zomer leeg, en later dit jaar wordt een vleugel verhuurd aan een stichting voor “kinderen in nood”.

Paimio Sanatorium

Grote ramen om maar zoveel mogelijk zonlicht binnen te laten

Eén van de opvallendste kenmerken van het gebouw zijn de grote, langgerekte balkons. Hier werden de patiënten 3x daags in ligstoelen neergeplant om te genieten van de zon en de rust. Ze mochten niet met elkaar praten of lezen. Dit gebeurde ook in de winter, dan lagen ze in speciale slaapzakken.

Paimio Sanatorium

Zonneterras voor de tuberculosepatiënten

Er is nog één ziekenhuiskamer in originele staat bewaard gebleven – de rest is aan de tijd aangepast voor hedendaagse zieken. De oude kamers waren allemaal ingericht voor twee personen. Uit hygiënische overwegingen had iedere patiënt ook zijn eigen wastafel. De bedlampen zijn zo ontworpen dat het licht naar boven schijnt, en niet in de ogen. Met de grote ramen erbij ziet de kamer er inderdaad aangenaam uit (en doet het een stuk moderner aan dan het Goudse Jozefziekenhuis waar ik wel eens heb mogen liggen).

Paimio Sanatorium

Kamer voor twee patiënten, in originele staat

Ieder deel van het enorme hoofdgebouw had zijn functie. De patiëntenvleugel is 7 verdiepingen hoog en bood plaats aan 300 mensen. Alle kamers hebben grote ramen en uitzicht op het park. Er waren wandelpaden aangelegd, en vijvers. Op het terrein staan ook kleinere gebouwen die dienst deden als appartementen voor artsen en ander hoger personeel.

Aalto raakte voor zijn ontwerp geïnspireerd door Sanatorium Zonnestraal in Hilversum (van Johannes Duiker). Hij bezocht dit tijdens een reis naar Nederland en Parijs in 1928 om moderne gebouwen te bekijken. Dat sanatorium staat op de Voorlopige Lijst van Nederland voor het werelderfgoed, net als dit Paimio Sanatorium op de Voorlopige Lijst van Finland staat. Het is echter in 2007 al eens kritisch beoordeeld, waarop de Finnen besloten om de werelderfgoednominatie terug te trekken. Of het ooit nog tot een nieuwe poging komt is maar de vraag, maar ik vond het in ieder geval een bezoek meer dan waard.

Paimio Sanatorium

Leave a comment