Namiddag in Leeds
Met zijn 750.000 inwoners is Leeds de op 3 na grootste stad van Engeland. Ik was hier nog nooit geweest, maar het ziet er precies zo uit als alle andere Engelse steden. Nou ja, de dubbeldekkerbussen zijn misschien een beetje moderner.
Het enorme Stadhuis is het meest indrukwekkende gebouw van Leeds. Met zijn 750.000 inwoners is Leeds de op 3 na grootste stad van Engeland. Het centrum van Leeds is een winkelparadijs. Bekende ketens vooral, en ook veel koffie- en snackbars zoals Starbucks, Costa, Subway en McDonalds. In de kenmerkende chique galerijen aan weerszijden van de brede voetgangerszone zitten de dure winkels.
De Korenbeurs is een Victoriaans gebouw uit 1864, gebruikt voor de handel in graan. Nu is het ook een winkelcentrum, vol met tuttige Engelse winkeltjes. De winkeliers hangen er verveeld rond, er komen wel mensen om te kijken maar gekocht wordt er weinig.
Eten doe ik bij Nando’s Restaurant. Als je zegt dat je hier nog nooit eerder bent geweest, krijg je een gratis voorgerecht. Drie kippenvleugeltjes om precies te zijn. Maar ik was stiekem al wel eens bij deze keten wezen eten, in Sydney. Het komt uit Zuid-Afrika en het eten is Portugees – vooral pittige, gegrilde kip. In Nederland zijn ze nog niet neergestreken.
Het ruim 200 kilometer lange Leeds and Liverpool Canal uit de tijd van de Industriële Revolutie loopt achter mijn hotel langs (Double Tree by Hilton). De Engelsen genieten er van het zonnige weer en liggen langs het jaagpad in het gras te zonnen. Leuke plek voor een wandeling zo na het eten.
#498: Studley Royal Park
Wat is het?
Studley Royal Park met de ruïnes van Fountains Abbey is een Engels landschapspark. Het is ontstaan in 1767, toen William Aislabie het landgoed van zijn familie samenvoegde met dat van de buren. Op dat naastgelegen terrein stonden de ruïnes van Fountains Abbey, een abdij gesticht in 1132 door 13 Benedictijns monniken die het leven in hun klooster in York niet vroom genoeg meer vonden. De abdij groeide uit tot de rijkste en grootste van Engeland. De leefgemeenschap was helemaal zelfvoorzienend, en handelde met de buitenwereld in wol. Na de reformatie raakte de abdij in verval. Aislabie incorporeerde de ruïnes in zijn ontwerp voor een grootse landschapstuin, die verder van allerlei romantische elementen werd voorzien zoals watervallen en tempeltjes in klassieke stijl.
Cijfer: 7 (Heel Engels dit. Het park is keurig onderhouden, je durft bijna niet op het geschoren gras te lopen. Met mooi weer zoals vandaag is het aangenaam vertoeven hier. Met de drukte viel het nog wel mee, maar ik was dan ook als eerste bezoeker binnen vandaag om 10.01 uur. De twee mooiste plekjes vond ik “Anna Boleyn’s Zetel” – een uitkijkpunt over de bocht in de rivier en met zicht op de abdij – en de frivole St. Mary’s Kerk).
Toegang: De entreeprijs is 9,50 pond (11 EUR). Desondanks ben ik bezig aan een goedkoop lang weekend: voor mijn vertrek vond ik thuis nog 80 pond in mijn potje met buitenlands geld. Eens kijken hoe ver ik daar mee kom. Het begon gisteren al goed met een gratis busrit van het vliegveld naar de stad (kaartjesautomaat in de bus was stuk). De stand na anderhalve dag is dat ik nog 11 pond over heb…
Hoeveel tijd: Ik ben er de hele dag mee zoet geweest. Dat komt ook wel door de relatief lange reistijd vanaf mijn standplaats Leeds: een kleine 2 uur doe je er over, eerst via bus 36 naar Ripon en dan nog even door naar Fountains Abbey met bus 139. De ronde door de kern van het park duurt ongeveer 2 uur. Bij de ingang is een restaurant, en bij het kerkje een theehuis. Bij beide heb ik ook nog even gezeten, totdat om 14.40 uur de eerste bus weer terug ging.
Opvallend: De abdij lag zo afgelegen dat de monniken 48 kilometer konden lopen zonder van hun terrein af te hoeven. Nog steeds is het een flinke wandeling om de vaste route zoals aangegeven op de kaart van het bezoekerscentrum af te leggen. Als je eenmaal aan één kant van de rivier bent begonnen, loop je echt voor je plezier niet meer terug. Ik kies ervoor een deel “bovenlangs” te lopen, door het bos. Hier zijn geen andere wandelaars, en de eekhoorntjes en vogels schrikken op van mijn plotselinge verschijnen. Voor mij is dit een leuke route om mijn nieuwe wandelschoenen in te lopen. Ze bevallen tot nu toe prima.
Vanaf St. Mary’s Kerk loop ik nog een stuk verder. Ik pak vanaf daar de “oude bomenwandeling” op, waarvan ik een printje van internet had gehaald. Dit is een tocht van nog eens 4 kilometer. Hij loopt eerst over de lange, rechte weg met linden aan weerszijden naar de Oostelijke poort van het park. Door deze weg zijn de kathedraal van het nabijgelegen plaatsje Ripon en St. Mary’s kerk optisch verbonden. Vervolgens ga je dan met een boog door het Hertenpark.
De herten blijken interessanter dan de oude bomen. Het is broedseizoen, en er staan waarschuwingsborden dat je de pasgeboren hertjes met rust moet laten. Je mag wel over de speciaal aangegeven paden lopen: die zijn in het gras gemaaid, een stuk duidelijker en beter dan in het Knarbos in Flevoland afgelopen weekend. De herten trekken zich echter niets van de paden aan, en staan rustig te kijken als er een wandelaar aankomt. De herten hier zijn “wild”, ze worden niet gevoerd maar kunnen ook het park niet uit. Wat opvalt is dat ze in grote roedels bijeen lopen. Dat is best wel intimiderend.
Er leven 3 soorten herten in het park, die zijn daar in een ver verleden een keer uitgezet. De kleine Sikaherten gaan nog wel aan de kant als ik aan kom lopen, hoewel ze ook minder schichtig zijn dan herten normaal in het wild. Even verderop blokkeert een andere groep ook het pad. Dit is een grotere soort (damherten volgens mij), en ik besluit maar een omtrekkende beweging te maken in plaats van er dwars tussendoor te lopen. De mannetjes hebben namelijk grote geweien.
Op het laatst kom ik dan toch nog een familie tegen met een kleintje. Ik laat ze op grote afstand passeren. Als ze me in de gaten krijgen, rennen ze hard weg, het kleintje in hun midden. Ik word uitgeleide gedaan uit het Hertenpark door een eenzaam mannetje, dat in plaats van weg te lopen mij volgt. Het is of hij zeker wil zijn dat ik geen ongewenste dingen doe en weer gewoon terugloop naar de verharde weg – daar waar de mensen horen te lopen.
#499: Saltaire
Wat is het?
Saltaire is een fabrieksstadje. Het werd gesticht in het midden van de 19e eeuw door Titus Salt, eigenaar van een textielfabriek in Bradford die op zoek ging naar een nieuwe bedrijfslocatie omdat de werk- en leefomstandigheden in de grote stad te slecht werden. Hij was een idealist, en plande “zijn” stad (die ook naar hem is vernoemd) zo dat de arbeiders in een gezonde en veilige omgeving konden leven. Elk huis had een water- en gasaansluiting, en een buiten-WC. Er was ruimte geschapen voor volkstuintjes en een groot park. Handig voor de business van Salt was natuurlijk ook dat de arbeiders pal naast hun werk woonden.
Cijfer: 5 (Het gebied rond de fabrieken is erg mooi bewaard gebleven, en ook in één stijl gebouwd. Het mooiste gebouw is de kerk, met een koepeldak. Verder is er weinig te beleven, er is geen enkele moeite gedaan om de bloeitijd van Saltaire op de een of andere manier zichtbaar te maken.).
Toegang: Gratis. Dat is dan wel weer positief. Je kunt ook eigenlijk nergens naar binnen, behalve in de oude fabriek die nu wordt bezet door winkels. Ik heb dus ook bijna mijn doel bereikt door het lange weekend in Leeds door te komen met de “gevonden” 80 pond. Ware het niet dat ik als afsluiting in Leeds nog voor 20 pond aan sushi heb gegeten….
Hoeveel tijd: Anderhalf uur is wel genoeg. Het is een kwartiertje met de trein vanaf Leeds, de dichtstbijzijnde grote stad.
Opvallend: Een groot deel van de waarde van dit werelderfgoed ligt in de goed bewaard gebleven arbeiderswijken. Bij de Tourist Information vroeg ik daarom om een wandelroute door deze wijken, en ik kreeg een simpel A4-tje mee met een route die ik ook zelf nog wel had kunnen bedenken – gewoon een rondje. Van enigerlei uitleg was ook al geen sprake, dus ik keek gewoon maar wat rond.
Salt voorzag in een beperkt aantal soorten huizen: standaard voor gezinnen, grotere voor de managers van de fabriek, en appartementen voor vrijgezellen. Deze worden anno 2013 ook nog particulier bewoond. Wat hij niet heeft kunnen bevroeden is dat iedere “arbeider” nu de beschikking heeft over een auto. Parkeerplaatsen zijn er niet, dus de straatkanten staan vol met de auto’s van de bewoners.






Leave a comment