#485: Vestingstad Carcassonne
Wat is het?
De vestingstad Carcassonne heeft Romeinse wortels en kende haar bloeiperiode in de middeleeuwen. De stad lag op een strategische positie vlakbij de grens met Spanje. In de loop der tijd werd er een kasteel gebouwd met daaromheen dubbele stadsmuren. Deze vesting werd onbedwingbaar geacht.
Vanaf de 17e eeuw daalde het strategisch belang, ontstond ernaast een moderne stad en raakte de vestingstad in verval. Totdat in 1835 archeologen de stad ‘herontdekten’. De beroemde Franse architect Eugène Viollet-le-Duc restaureerde daarna het geheel aan de hand van oude afbeeldingen en tekeningen, en herstelde vestingstad in de staat van de 14e eeuw.
Cijfer: 7 (Het is van de buitenkant helemaal gaaf, prachtig van een afstandje. De variatie aan torens is ook mooi om te zien. Helaas is het een beetje een lege huls, de binnenstad is helemaal uitgeleverd aan souvenirwinkels en restaurants).
Toegang: Te voet kun je zonder kosten de vestingstad in. Parkeren daar net iets buiten voor 5 EUR per dag is ook goed te doen. Alleen de 8,5 EUR voor het kasteel vond ik niet de moeite waard. Er wordt een video vertoond en er zijn wat overblijfselen te zien van de oude kathedraal. Een wandeling rond de stad (3 kilometer) tussen de beide stadsmuren door is meer aan te raden en gratis.
Hoeveel tijd: 2 tot 3 uur, inclusief lunch. ’s Zomers schijnt het superdruk te zijn in de nauwe straatjes (er komen 2 miljoen toeristen per jaar), maar dat viel deze vrijdag in april wel mee. Gelukkig was het weer zonnig genoeg om op een terras een stevige crèpe te nuttigen.
Opvallend: De fortificaties zijn eigenlijk het meest imposant van een paar kilometer afstand. Vanaf de snelweg kun je het prachtig zien liggen, dan zie je ook pas hoe groot het echt is, hoeveel torens er zijn (45!) en in welke goede staat het is. Ik stopte op een parkeerplaats waar je een panorama-uitzicht zou hebben op de stad, maar dat was net te ver weg (en er zat een drukke weg tussen).

#486: De Causses en de Cevennen
Wat is het?
De Causses en de Cevennen zijn twee aan elkaar grenzende natuurgebieden in het bergachtige zuiden van Frankrijk. Ze vormen samen een werelderfgoed als “mediterraans agro-pastoraal cultuurlandschap”. Niet de natuur, maar de eeuwenoude landbouw en veeteelt staat centraal in deze nominatie. Schapen en hun herders lieten hier hun sporen na, en er werden kastanjes en zijde geteelt. De boeren brengen hun schapen hier nog steeds in de zomer naar de hoger gelegen weides.
Cijfer: 7 (Mooie omgeving. Ik reed van Lodève naar Millau – dat is een snelweg, maar via de afslagen kom je in dit gebied terecht. Eerst naar de Cirque de Navacelles. Vanaf een uitzichtpunt kijk je een enorme cirkelvormige vallei in. Het lijkt wel een meteorietkrater, maar het is door erosie uitgesleten. En tegen het eind van de ochtend kwam ik aan bij Chaos de Montpellier-le-Vieux. In de zomer een toeristenfuik, maar nu had ik het rijk bijna alleen. Heerlijke wandeling van anderhalf uur gemaakt (de rode), langs en over de raar gevormde rotsen.).
Toegang: De natuurlijke attracties zijn gratis. Ik betaalde wel voor de Chaos de Montpellier-le-Vieux (6,5 EUR).
Hoeveel tijd: Sommige mensen brengen hier hun hele vakantie door. Ook veel Nederlanders, dat is te zien aan de informatieborden die niet alleen in het Frans, Engels en Duits maar ook in het Nederlands gesteld zijn. Ik was er een volle dag, een beetje gehaast en ik heb een bezoek aan de schapenkaasmakers van Roquefort helaas aan me voorbij moeten laten gaan. De bezienswaardigheden liggen hier allemaal diep het binnenland in, alleen bereikbaar via smalle slingerwegen. En dat kost dus tijd.
Opvallend: Hoewel het nog steeds wel een beetje een afgelegen (en achtergebleven?) gebied is, is er zo aan de oppervlakte maar weinig te zien van de traditionele landbouw. Ik zag alleen enkele waterputten en grotten die vroeger werden bewoond in de Chaos de Montpellier-le-Vieux.
Dat was ruim een eeuw geleden nog heel anders. In het vliegtuig naar Toulouse las ik Travels with a Donkey in the Cévennes van Robert Louis Stevenson. De Schotse auteur schreef dit in 1879. Het is tegenwoordig gratis als e-book te downloaden via Project Gutenberg. Stevenson beschrijft het simpele leven van de kastanjeboeren in de Cevennen. Hij sjouwt zelf met zijn ezel de bergpaden af. Af en toe komt hij een ossenkar tegen beladen met brandhout. Overnachten doet hij in het open veld of in een eenvoudige herberg.
#487: Canal du Midi
Wat is het?
Het Canal du Midi is een kanaal dat eind 17e eeuw werd aangelegd om de Middellandse Zee met de Atlantische Oceaan te verbinden, zodat de schepen niet meer helemaal om Spanje hoefden te varen. Het was een ongekende technologische innovatie in de tijd van Lodewijk de 14de. Het kanaal is ruim 240 kilometer lang, en voorzien van 328 objecten zoals aquaducten, sluizen en tunnels. Karakteristiek is ook de aandacht voor het landschap: rijen platanen (42.000 stuks) zijn aan weerszijden van het kanaal geplant. Tegenwoordig is het Canal du Midi alleen nog in gebruik voor de pleziervaart.
Cijfer: 6 (Het is net als met de spoorlijnen op de Werelderfgoedlijst: in hun tijd was het een knap staaltje werk, maar nu is het gewoon geworden. Het ziet er dus uit als een normaal kanaal, maar dan zonder grote schepen. Het mooiste vond ik nog de eindeloze rijen platanen langs de kant.).
Toegang: Gratis. Over de hele lengte kun je er langs wandelen of fietsen, over een soort jaagpad.
Hoeveel tijd: Mijn beide bezoekjes duurden elk ongeveer een uur. Je kunt ook (langere) boottochten over het kanaal maken.
Opvallend: Ik kon natuurlijk niet het hele kanaal bekijken, dus beperkte ik me tot 2 delen die ik vooraf had uitgezocht. Op de terugweg vanuit Carcassonne stopt ik in Castelnaudary. In dit plaatsje ligt het Grand Bassin, het grootste open water op de route van het kanaal. Hier is in 1681 het kanaal ook officieel geopend. Het is nu een haventje voor plezierjachten.
In Toulouse liep ik een rondje langs het Canal de Brienne (een zijkanaal) en het Canal du Midi. Ook hier is niet veel te zien. Op zondagochtend is het vooral het favoriete terrein van joggers en hondenuitlaters.
#488: Albi
Wat is het?
De bisschopsstad Albi heeft een historisch centrum dat dateert uit de late middeleeuwen. Het is een harmonieus geheel, vooral door het gebruik van lokale oranjerode baksteen. Albi is een werelderfgoed sinds 2010, en het wordt door de kenners als één van de zwaksten toevoegingen van de laatste jaren gezien.
Cijfer: 6,5 (Op een stralende zondag met een temperatuur van 27 graden en een blauwe lucht ziet alles er wel mooi uit natuurlijk. Het bijzondere aan Albi zijn de rode baksteen en ronde vormen van de kathedraal en het ernaast gelegen bisschoppelijk paleis. Verder zijn er een paar middeleeuws aandoende straatjes die je wel meer ziet in Frankrijk of Duitsland.).
Toegang: Helemaal geen entree betaald hier. En zelfs niet voor het parkeren: ik kon de auto kwijt onderaan het grote parkeerterrein bij de kathedraal. Na een uurtje door de stad gelopen te hebben, bedacht ik me dat ik helemaal geen parkeerkaartje had gehaald. Voor de zekerheid maar even terug gelopen, maar ook de andere auto’s hadden geen kaartje achter de voorruit. Phew.
Hoeveel tijd: Ik ben er 3 uur geweest, daarna moest ik weer mijn huurauto in op weg naar het vliegveld. De tijd was wat te krap, de kathedraal bleek tussen de middag van 12 tot 14 uur gesloten. Dat werd dus een bliksembezoekje van 20 minuten. Verder heb ik nog 3x het hele centrum doorgewandeld op zoek naar (1) een ijsje, en (2) het beste terras voor de lunch.
Opvallend: De kathedraal ziet er van buiten uit als een ondoordringbaar fort. Toen ik eindelijk naar binnen mocht, werd ik prettig verrast door de blauw-bonte muurschilderingen die het interieur bedekken. Dit dominante blauw is een heel eigen kleur, bleu de roi, gemaakt van gemalen lapis lazuli en koperoxide dat de tand des tijds goed heeft doorstaan.






Leave a comment