#478: Semmering spoorlijn
Wat is het?
De Semmeringspoorlijn was de eerste bergspoorlijn ter wereld. Hij loopt zuidwaarts van Glögnitz in Neder-Oostenrijk over de 965 meter hoge Semmeringbergpas naar Mürzzuschlag in Stiermarken. De lijn werd geopend in 1854 en is 41 kilometer lang. De rit gaat door en over 14 tunnels, 16 viaducten en meer dan 100 bruggen. Door de bouw van de spoorlijn werd de regio Semmering ontsloten. Eind 19e eeuw kwam het toerisme op gang en rijke inwoners van Wenen bouwden er hun buitenhuis.
Cijfer: 6 (Naar huidige maatstaven is het niet meer zo’n spectaculaire spoorlijn. Geen diepe afgronden, hoge bruggen of erg lange tunnels. Het enige dat je ervan merkt in de trein is dat-ie wat langzamer gaat rijden: van 135 kilometer per uur terug naar 60.)
Toegang: De reguliere sneltrein tussen Wenen en Graz rijdt over deze spoorlijn. Een enkeltje 2e klas kost 37 EUR, en daarvoor krijg je een lekker warme coupé inclusief wifi.
Hoeveel tijd: Halve dag in de winter. Het museumpje in het station van Semmering is dan gesloten, net als de wandelroute die je helemaal langs het spoor kunt volgen. De rit van en naar Graz duurt 1,5 uur.
Opvallend: Het plaatsje Semmering is een ouderwets toeristen- en skioord. De dag na mijn bezoek wordt er zelfs nog een wereldbeker skiwedstrijd gehouden. Ik had echter een heel ander doel: ik maakte een mooie wandeling door het dorp langs de villa’s uit de laat 19e, begin 20e eeuw. Veel zijn er in Jugendstil gebouwd. Ook staan er een paar megalomane hotels, zoals het Hotel Panhans met 400 kamers en het verlaten Südbahn Hotel. Prachtig is het parochiekerkje, ook in de stijl van de eeuwwisseling. Via de Hochstrasse en de Südbahnstrasse loop je bergaf terug naar het station. Er staan informatievensters langs de weg om je de bijzonderheden van de villa’s en hun oorspronkelijke bewoners te laten zien.
#479: Graz en Slot Eggenberg
Wat is het?
Graz is een historisch gegroeide stad op het kruispunt tussen Centraal Europa, Italië en de Balkan. Sinds de middeleeuwen hebben verschillende architectuurstijlen hun sporen in de stad nagelaten: o.a. barok, renaissance, gotiek, rococo en classicisme. Graz is tegenwoordig de tweede stad van Oostenrijk en een universiteitsstad. Met de uitbreiding tot het Slot Eggenberg, een 17e eeuws kasteel van een lokale hertog, is ook het aristocratische deel van de stadsgeschiedenis vertegenwoordigd binnen de werelderfgoedzone.
Cijfer: 6 (Van veel wat er te zien is denk je dat je het ook elders in Oostenrijk al wel eens bent tegengekomen. Het is niet zo’n chique stad als Wenen – ondanks dat er ook wel een paar erg dure winkels in de binnenstad zijn.)
Toegang: Door de stad lopen is natuurlijk gratis. Verder betaalde ik 2 EUR voor entree tot de tuinen van Slot Eggenberg, 1 EUR voor de lift omhoog naar de Schlossberg en 4 EUR voor het mausoleum van keizer Ferdinand II.
Hoeveel tijd: Ik heb er rondgelopen van ca. 9 – 14 uur. In de zomer is er meer open, dan kun je je wel langer vermaken. Het Slot Eggenberg ligt een kwartiertje met de tram buiten het centrum.
Opvallend: Tegen het eind van de tweede route uit de folder met bezienswaardigheden stuitte ik plotseling op hét hoogtepunt van Graz. Mijn benen waren al moe, en ik wilde terug naar het hotel. Met mijn laatste krachten liep ik nog langs de Dom (gesloten) en het Mausoleum van de Habsburgse keizer Ferdinand II. Aan de buitenkant is dit mausoleum al opvallend: een streng klassiek gebouwtje dat ook zo in Rome had kunnen staan. De ingang is aan de achterkant, als je het niet weet loop je er zo voorbij. Achter de zware houten deuren liggen een kerk en een crypte – beiden overladen met gekleurd marmer, gouden figuren en plafondschilderingen.
#480: Hallstatt-Dachstein
Wat is het?
Hallstatt-Dachstein is een cultuurlandschap met diepe meren en hoge Alpenpieken, in cultuur gebracht door zoutwinning sinds de Bronstijd. Het werelderfgoed omvat het dorpje Halstatt en het achterliggende Dachsteinmassief met gletsjers en grotten. Het zout heeft Halstatt als mijnwerkersplaats grote welvaart gebracht. Ook is het een belangrijke plaats voor archeologen, omdat hier een kerkhof is ontdekt met voorwerpen uit de IJzertijd. Die periode uit de centraaleuropese geschiedenis is er zelfs naar vernoemd: de Halstatt-cultuur.
Cijfer: 7,5 (Hoewel het helaas een erg bewolkte dag was, is het pittoreske van Halstatt onmiskenbaar. Een klein dorp ingeklemd tussen Alpenreuzen en een groot meer, ideaal legpuzzel-materiaal.)
Toegang: Ze profiteren hier goed van het toerisme. Een retourtje met de veerpont van het station, dat aan de andere kant van het meer ligt, kost 4,80 EUR. Entree tot het lokale museum is 7,50 EUR. En zelfs voor een cappucino moest ik 3,30 EUR neertellen.
Hoeveel tijd: Het ligt nogal afgelegen, dus je bent al snel een hele dag zoet. Vanuit Salzburg ging ik eerst met de bus naar Bad Ischl (1,5 uur), vandaar met de trein naar Halstatt (20 minuten) en dan nog een stukje met de boot. In het dorp zelf heb ik van 11 tot 15 uur rondgekeken, en daar ook gegeten. Je kunt er in de zomer ook wandelen en een zoutmijn bezoeken.
Opvallend: Het plaatsje Halstatt is erg populair bij Aziatische bezoekers, door de lokalen allemaal “Japanners” genoemd maar de meesten die ik tegenkwam waren toch echt Chinezen. De bus terug naar Salzburg werd zelfs onderweg even gestopt door 2 “Japanners” vergezeld van 2 politieagenten: ze hadden hun tas onder in het ruim laten liggen. Groot was de blijdschap en dank toen-ie er nog in bleek te liggen nadat de bus al een ronde had gereden.
De ruimte in het dorp is te krap voor een grote begraafplaats, dus de botten van de lokale families liggen opgestapeld in een kapel achter de katholieke kerk.
#481: Salzburg
Wat is het?
Het historisch centrum van Salzburg heeft zich ontwikkeld vanuit een kerkelijke stadstaat: vanaf de 14de eeuw tot 1805 was het een onafhankelijke staat. Gebouwen uit de middeleeuwen en de barok domineren het stadsgezicht, in een mix van Duitse en Italiaanse invloeden. En verder is de stad natuurlijk bekend om zijn lange traditie van muziekfestivals, gelinkt aan zijn bekendste zoon: Wolfgang Amadeus Mozart.
Cijfer: 6,5 (Het is een gezellige, erg toeristische stad. Het oude stadsdeel is heel compact, overal is wel wat te zien. Het staat vol met kerken, en op gezette tijdstippen zoals 7 uur in de ochtend luiden ze allemaal tegelijk hun klokken tegen elkaar in. Het mooist vond ik de St. Peter Abdij, met zijn bijzondere kerkhof en binnenplaatsen.)
Toegang: De grotere bezienswaardigheden, afgezien van de kerken, vragen allemaal wel een forse entreeprijs. Voor het Salzburg Museum betaalde ik 7 EUR, en voor het fort Hohensalzburg 11 EUR (inclusief rit omhoog met de kabelspoorweg).
Hoeveel tijd: Een dag. Zelf was ik er twee korte halve dagen, en heb niet alles gezien. Hoewel je je maar af moet vragen hoe interessant iets als het geboortehuis van Mozart is.
Opvallend: Dit was het laatste werelderfgoed dat ik in 2012 bezocht – op 31 december. In totaal heb ik er dit jaar maar liefst 43 nieuwe bijgekregen. Echt veel in een “gewoon” jaar (zonder wereldreis). Ik maakte reizen buiten Europa naar Cuba, Libanon, Japan en Jordanië. En ging bijna elke maand wel een lang weekend op pad in Europa. Die tussentijdse tripjes zijn ook de reden van de hoge jaarscore: in Europa zijn immerste de meeste werelderfgoederen, en ook nog eens op een relatief kleine en goed bereisbare oppervlakte.








Leave a comment