World Heritage Traveller

Portugal 2012

Written by:

  1. Belem
  2. #476: Garnizoensstad Elvas
  3. #477: Klooster van Batalha
  4. Coimbra

Belem

Mijn korte trip naar Portugal wil ik starten met een bezoek aan Belem, een voorstad van Lissabon. De dag begint niet zo best: het lijkt wel of ik nog in Nederland ben. Druilerige regen valt neer. Ik hoef eigenlijk maar 20 minuten te rijden, maar kom op de Ring rond Lissabon in een stapvoets rijdende file terecht. Het duurt maar en duurt maar.

Als we eindelijk weer rijden valt tot overmaat van ramp mijn TomTom uit. Door de vele tunnels is hij de weg kwijt geraakt. En ik weet niet waar ik af moet slaan. Ik ben daarom genoodzaakt een extra rondje van 17 kilometer te maken. Ik neem expres wat andere afslagen, zodat ik bovengronds blijf. Die tactiek heeft succes: zo’n 5 kwartier na vertrek uit mijn hotel ben ik dan eindelijk in Belem. Gelukkig kan ik parkeren pal naast mijn hoofdbestemming: het Hiëronymietenklooster.

Hiëronymietenklooster, Lissabon

Ik ben hier in 1991 ook al eens geweest (21 jaar geleden!), dus het levert me geen nieuw werelderfgoedvinkje op. Maar ik herinner me niks van dat vorige bezoek, en ik heb ook geen goede foto’s van die keer. Dus het is zeker geen straf om het nog een keer te bekijken.

Het Hiëronymietenklooster staat net als de hele wijk Belem symbool voor de Portugese ontdekkingsreizigers. In de kerk baden de zeevaarders (en vissers) voor een behouden terugkeer. Vasco da Gama ligt hier ook in een tombe begraven. Klooster en kerk zijn nogal uitbundig versierd met sculpturen, in de locale Manuelstijl. Wel knap gemaakt, maar echt mooi vind ik het niet. De stenen zijn fris wit van kleur – op de foto’s uit 1991 ziet het hele gebouw er een stuk grauwer uit.

Aan de overkant van straat en spoorlijn ligt de andere helft van dit werelderfgoed: de Toren van Belem. Het is inmiddels flink hard gaan regenen, dus ik maak eerst maar een tussenstop in een restaurant om een broodje te eten en weer op te drogen. Ook andere toeristen zijn hier neergestreken.

Toren van Belem

De Toren is waarschijnlijk de populairste bezienswaardigheid van Lissabon, en ook eind november zijn er nog tientallen bezoekers. Het is een mooi gebouwtje in dezelfde stijl als het klooster. Heel veel te zien is er binnen niet, ik geloof dat ik er in 1991 ook niet in ben geweest. Nu klim ik tot de tweede verdieping. Vanuit één van de schietgaten heb je zicht op een beeldje van een nijlpaard: dit voor die tijd exotische dier is een herinnerig aan het nijlpaardje dat in 1515 door India aan Portugal werd geschonken, en op een schip werd gezet. In Belem werd hij een paar maand door koning Manuel vastgehouden als curiosum. Het verdronk uiteindelijk bij zijn volgende verscheping, als kado voor Paus Leo X in Rome.

Om één uur heb ik het allemaal wel gezien, en zoek ik toevlucht in mijn droge en warme auto. Er staat me nog een rit van 2 uur te wachten: helemaal naar de grens met Spanje, naar het plaatsje Elvas. Gelukkig is het gemakkelijk rijden, één lange tolweg met nauwelijks verkeer. En de zon verdringt ook nog eens de regen, zodat ik positief uitkijk naar de komende dagen in het Portugese binnenland.

#476: Garnizoensstad Elvas

Wat is het?
Elvas is een Portugees stadje op de grens met Spanje. Het is altijd een plaats met een militaire functie geweest. De stad wordt omringd door het grootste verdedigingsbolwerk ter wereld. Dit werd gebouwd in de 17e tot en met de 19e eeuw naar een oorspronkelijk ontwerp van de Nederlandse Jezuïet Cosmander, en is nog helemaal intact. Op de omliggende heuvels liggen nog vijf forten. De stad werd van water voorzien via een 7 kilometer lang aquaduct.

Elvas - munitiedepot

Cijfer: 8 (Het is vooral bijzonder dat dit nog zo ongerept in Europa bestaat. Alles staat nog stevig overeind – van het enorme aquaduct tot de volledige ommuring van de stad in de vorm van een veelhoek met bastions op de hoeken. In de binnenstad hebben de voormalige militaire gebouwen een nieuwe bestemming gekregen. Zo sliep ik in een hotel dat vroeger het legerhospitaal was. De hele plaats doet heel authentiek aan, het helpt vast dat deze streek – de Alentejo – altijd vrij arm is geweest. Er is niets nieuws bijgebouwd.)

Toegang: Gratis. Je kunt ook bijna nergens naar binnen. Zelfs de kerken waren niet open toen ik op zaterdagochtend mijn rondje door de stad liep. Bij het Fort Santa Luiza, dat buiten de stadsmuren op een tegenoverliggende heuvel ligt, was de poort open en kon ik het terrein oplopen. Er waren wel twee beheerders aanwezig, maar niemand vond het nodig mij een kaartje te verkopen.

Hoeveel tijd: Een halve dag. De ommuurde binnenstad is niet zo groot, en ook de omringende forten liggen op wandelafstand.

Opvallend: Voor alle recente werelderfgoederen is een uitgebreid nominatiedocument beschikbaar. Dat van Elvas telt 845 pagina’s, en is een zeer gedetailleerde studie over forten en vestingsteden. Het past precies binnen het onderwerp van de cursus Stedenbouw waar ik op het moment mee bezig ben. Elvas ligt dan wel in Portugal, maar het is gebouwd als een oud-Nederlands verdedigingsstelsel met bastions en rechte flanken. In het dossier wordt de stad vergeleken met Naarden, Bourtange, Heusden, Hulst, Nieuwpoort en Willemstad; geen van die vestingsteden is echter zo compleet als Elvas.

De stad is nog steeds alleen maar toegankelijk via één van de vier oude stadspoorten. Die zijn zo smal dat toen ik met mijn huurauto voor de Olivença-poort stond, ik me afvroeg of ik wel  naar binnen mocht rijden. Maar het kan allemaal net. Eén van de andere poorten is een “toeterpoort”: het is tweerichtingsverkeer, maar de doorgang is te nauw en te bochtig om tegemoetkomend verkeer te kunnen zien. Dus elke auto die aan komt rijden kondigt toeterend zijn komst aan.

Zicht op Elvas

#477: Klooster van Batalha

Wat is het?
Het Klooster van Batalha is een gotisch meesterwerk uit het begin van de 15e eeuw, gesticht om een overwinning op de Castillianen te vieren. Het ontwikkelde zich anderhalve eeuw lang als een soort atelier van Portugese kunst, waaraan door verschillende architecten gewerkt werd. Dat resulteerde in toevoegingen in de typisch Portugese Manuelstijl en die van de Renaissance. Het is ook de begrafeniskerk van de Portugese koninklijke familie uit die tijd. Het huisvest o.a. de graftombe van Hendrik de Zeevaarder.

Klooster van Batalha

Cijfer: 7 (Het is op het eerste gezicht een verpletterend gebouw: een kolos in een gelige kleur, met donkergrijze accenten daar waar het vuil is. Net als bij het Hiëronymietenklooster in Belem zitten er extreem veel frutsels aan. Het mooiste zijn de sculpturen boven en naast de hoofdingang, met tientallen individuele afbeeldingen van koningen, heiligen en engeltjes.)

Toegang: De entree tot de kerk is gratis. Voor het klooster (en de tombes van de Portugese koningen) betaal je 6 EUR. Eigenlijk is dat niet echt de moeite: de buitenkant is het meest indrukwekkend.

Hoeveel tijd: Anderhalf uur. De kerk is erg groot, het kost wel even om er omheen te lopen. Het ligt aan een plein met souvenirwinkeltjes en cafés.

Opvallend: Batalha ligt in een regio met veel werelderfgoed. In het laatste half uur van mijn rit ernaar toe passeerde ik borden voor Tomar en Alcobaça – ook twee kloosters. Het is dan verleidelijk om de afslag te nemen en er even te gaan kijken. Maar deze beide vinkjes had ik in 2002 al gehaald.

Batalha - Tombe Hendrik de Zeevaarder

Coimbra

Coimbra is dé universiteitsstad van Portugal. De universiteitsgebouwen staan op de nominatie om volgend jaar werelderfgoed te worden, vandaar dat ik er maar vast langs ga. Ik ben er al om 9 uur in de ochtend. De straten zijn nog stil, lege bierblikjes en ander afval zijn de stille getuigen na een zaterdagavond onder studenten.

De nacht bracht ik door in een Bed&Breakfast in een voorstadje van Coimbra. Ik had het huis voor me alleen: de twee eigenaressen wonen zelf aan de overkant van de straat. Het was koud in het pand, alleen op mijn kamer stond de verwarming aan. Bij het serveren van het ontbijt de volgende ochtend hielden beide zussen dan ook hun jassen aan. Ik kreeg nog een flesje likeur mee voor onderweg. Een al even aparte ervaring als het diner van de avond ervoor, in het door de dames aanbevolen restaurant langs de snelweg waar ze als specialiteit varken-aan-het-spit hebben. Portugal heeft toch altijd iets simpels, weinig opsmuk in tegenstelling tot de Spaanse buren.

Coimbra is dé universiteitsstad van Portugal. De universiteitsgebouwen staan op de nominatie om volgend jaar werelderfgoed te worden, vandaar dat ik er maar vast langs ga. Ik ben er al om 9 uur in de ochtend. De straten zijn nog stil, lege bierblikjes en ander afval zijn de stille getuigen na een zaterdagavond onder studenten. Het is ook koud: de zon staat nog te laag om de gebouwen te verwarmen.

Zicht op Coimbra

De belangrijkste bezienswaardigheden liggen in de bovenstad, flink klimmen. Ik loop eerst naar de oude kathedraal. Deze vierkante kolos lijkt op een Moors kasteel. Helaas zijn de deuren zo vroeg in de ochtend nog gesloten. Ik loop dus nog maar verder omhoog, naar de universiteitswijk. Hier staan grote, moderne faculteitsgebouwen in een bijna-communistische stijl, afgewisseld met reuzenstandbeelden.

Om 10 uur gaat dan eindelijk het hek open tot het oude universiteitsterrein, dat waar het allemaal om te doen is. Dit baadt al in het zonlicht, wat goed reflecteert tegen alle witte gebouwen. Prachtig. Het is dan ook een voormalig paleis, dat in 1537 door de universiteit (de eerste in Portugal) betrokken werd.

Coimbra - Universiteit

Het terrein zelf is gratis toegankelijk, maar om binnen te mogen kijken in enkele ruimtes moet je voor 7 EUR een kaartje kopen. Toegang is dusdanig beperkt dat je ook een tijd meekrijgt waarop je naar binnen mag: ik zit in de eerste “lichting” van 10.40 uur. Ondertussen maak ik wat foto’s van de buitenkant. Er zijn maar een paar andere bezoekers, totdat er een groep van zo’n 40 Japanners arriveert. Deze maken een snelle ronde over de binnenplaats, en vertrekken dan weer zonder binnen te zijn geweest.

De verwachtingen voor het interieur zijn zo langzamerhand bij mij wel hooggespannen. Als eerste mag ik naar binnen in de 18e eeuwse Biblioteca Joanina, de meest geprezen ruimte van de universiteit. In drie kamers bedekken boeken de muren tot aan de plafonds. Het is in barokke stijl afgewerkt, met speciaal zeer hard hout en veel goud. Mooi? Meer apart.

Je mag er binnen geen foto’s maken, en dat geldt ook voor de andere historische ruimtes: de Sao Miguel-kapel (nog extremer barok, met een enorm orgel) en de zalen waarin de officiële examens worden afgenomen. De gangen van deze gebouwen zijn trouwens weer goed bedekt met de voor Portugal typische tegeltjes, de azulejos.

Coimbra - Azulejo in het universiteitsgebouw

Tegen het eind van de ochtend heb ik het allemaal wel gezien. Ik neem nog een koffie met koek in één van de typische koffiehuizen van de binnenstad van Coimbra, en begin dan aan de terugrit naar het vliegveld van Lissabon.

Leave a comment