World Heritage Traveller

Jordanie 2012

Written by:

  1. Route Jordanië 2012
  2. Madaba
  3. #472: Um Er-Rasas
  4. #473: Quseir Amra
  5. Jerash
  6. Bijbelse route naar de Dode Zee
  7. Rust in Dana
  8. #474: Petra
  9. #475: Wadi Rum
  10. Terugblik Jordanië
    1. Voorbereiding
    2. Vervoer
    3. Overnachtingen
    4. Eten en drinken
    5. Kosten

Route Jordanië 2012

Ik heb vanmiddag voor het eerst de kachel aangestoken. Tijd dus om uit te kijken naar een zonnig reisje in oktober. Bestemming wordt: Jordanië.

Jordanië heeft me eigenlijk nooit zo getrokken: te populair, en misschien ook wel een beetje teveel zandbak. Het is ook maar een klein land en iedereen reist langs dezelfde plekken. Mijn reis naar Libanon eerder dit jaar heeft me echter warm gemaakt voor deze regio. En Petra is toch een top-werelderfgoed dat je gezien moet hebben.

Van 18 tot en met 28 oktober ga ik daarom het land op eigen houtje verkennen met een huurauto. Ik ga langs 4 werelderfgoederen, een reeks aan andere “oude dingen” en natuur opsnuiven in het Dana Nationaal Park en Wadi Rum.

Het voorlopige programma ziet er als volgt uit:

DatumProgrammaVerblijf
18 oktoberVlucht van 10.45 – 19.20 met Air France. Eerst (AF1341) Amsterdam – Parijs, en vandaar door naar Amman met AF3886. Het is in Jordanië een uur later dan in Nederland. Op het vliegveld bij Sixt de huurauto ophalen en dan nog 20 minuten rijden naar mijn hotel in Madaba.Mariam Hotel, Madaba
19 oktoberIn de ochtend Madaba verkennen, een klein christelijk stadje. Het beroemdst zijn de mozaïeken van de St. George kerk.
Na de lunch de auto in voor het 1e werelderfgoed: Um-er-rasas (25km). Ook hier zijn mooie Byzantijnse mozaïeken te zien, en een 14 meter hoge toren uit dezelfde periode. In een kamertje in de top leefde een monnik in afzondering.
Mariam Hotel, Madaba
20 oktoberRit naar het oosten, langs de Woestijnkastelen. Eén daarvan (Quseir Amra) is een werelderfgoed, met mozaïeken en fresco’s. Ook de “kastelen” van Qasr al-Kharanak en Azraq staan op het programma. Het zijn forten en karavanserais (overnachtingsplaatsen) uit de 8e eeuw, die lagen langs de karavaanroute naar Irak en Saoedi Arabië.Mariam Hotel, Madaba
21 oktoberVandaag naar het noorden van Jordanië, maar ook maar 74km rijden. Hier ga ik Jerash bezoeken, één van de belangrijkste Grieks-Romeins-Byzantijnse steden in het Midden-Oosten. En wellicht ook Um Qays, een redelijk bewaard gebleven zwarte baltstenen theater dat plaats bood aan 3000 mensen. Verder is er de achthoekige kerk uit de 6e eeuw die vernield is door aardbevingen. Maar met name zijn de ruines bekend om het mooie uitzicht over de Golan vlakte met een meer.Mariam Hotel, Madaba
22 oktoberLangs wat Bijbelse plaatsen deze ochtend: Mount Nebo (hier zou de 120-jarige Mozes zijn gestorven nadat God hem het Beloofde Land Moab liet zien.) en Bethanië (de plaats waar Jesus gedoopt zou zijn door Johannes de Doper). En ’s middags proberen te blijven drijven in de Dode Zee, 400 meter onder zeeniveau.Jordan Valley Marriott, Dode Zee
23 oktoberMooie rit naar het zuiden over de King’s Highway. Bezoek aan kruisvaarderskasteel Karak onderweg.
Na de lunch door naar het Dana Natuurreservaat (80km).
Feynan Ecolodge, Dana Nationaal Park
24 oktoberHele dag in Dana Nationaal Park. Vanuit de lodge mee met een wandel- of mountainbike tour.Feynan Ecolodge, Dana Nationaal Park
25 oktoberWeg uit het park, en met de auto 45 minuten verder zuidwaarts naar Petra. Grootste deel van de dag nog om dit werelderfgoed en dé bezienswaardigheid van Jordanië te bekijken. Deze oude hoofdstad van de Nabateeërs werd pas in 1812 herontdekt. Veel lopen hier, door de kloof en naar het Klooster (800 treden).Petra Moon Hotel, Petra
26 oktoberNog een dag voor Petra.Petra Moon Hotel, Petra
27 oktoberDagtocht door de Wadi Rum-woestijn, 1,5 uur ten zuiden van Petra. Is ook een werelderfgoed.
Aan het eind van de middag terug rijden naar het noorden, zo’n 3 uur. Het vliegtuig terug naar Parijs vertrekt pas om 00.35 uur.
Vliegtuig
28 oktoberAankomst op Schiphol: 8.40 uur.Thuis

Madaba

Bij het ontbijt in mijn hotel in Madaba kom ik tussen een groep Nederlandse toeristen terecht. Ze zijn hier sinds gisteren, en ze vinden Jordanië tot dusver droog en stoffig. Er zit nog een andere Nederlandse groep in het hotel – geen wonder dat ze gisteravond bij de receptie tegen me zeiden “er komen hier heel veel Nederlanders”.

Het is half 9 als ik naar het centrum wandel. Madaba heeft 150.000 inwoners, maar het is vrij compact en goed te belopen. Het is stil op straat, het is vrijdag – rustdag voor de moslims en begin van het weekend. Een paar stratenvegers zijn bezig het vuil van de weg te halen. De berm en bouwplaatsen liggen echter vol met blikjes, plastic zakjes en nog meer rotzooi. En verder is het zanderig en stoffig.

Bij mijn eerste ronde door de stad blijken de meeste bezienswaardigheden nog gesloten te zijn. Ik kan alleen binnen bij de katholieke Johannes de Doperkerk. Er is een museumpje bij, met oude foto’s van Madaba. De stad is heel lang verlaten geweest, zo tussen 747 en 1883. Pas toen een groep Christenen werd verdreven uit het verderop gelegen Kerak, is men hier weer gaan wonen. Ze bouwden nieuwe kerken bovenop de Byzantijnse overblijfselen. En stuitten zo op de mozaïeken waar Madaba nu beroemd om is.

Vanaf de toren van de katholieke kerk heb je een goed uitzicht over de stad. Echt oud is het dus allemaal niet, en de schoonheidsprijs wint het ook zeker niet:

Madaba

Na de bezichtiging van de kerk en de beklimming van de toren ben ik weer terug in de straten van Madaba. Steeds meer winkels gaan open. Ook het Archeologisch Park is nu geopend. Dit heeft de beste collectie aan mozaïeken in de stad. Sommigen zijn hierheen gebracht van plaatsen uit de buurt, en anderen liggen hier op het terrein waar vroeger een landhuis en een kerk stonden.

De best bewaard gebleven zijn die in het landhuis, Hippolytus Hall. De entree wordt gemarkeerd door een mozaïek dat twee slofjes uitbeeld. Verder ook veel vogels, en afbeeldingen uit de Griekse mythologie. Alle originele bijschriften zijn trouwens ook in het Grieks.

Madaba

De topattractie van Madaba is de kerk van St. George. Hier ligt een mozaïek uit het midden van de 6e eeuw in de vorm van een landkaart. Alle belangrijke plaatsen uit Egypte, Jordanië en Palestina uit die tijd staan er op. De kaart is ook nog eens vrij accuraat wat de onderlinge afstanden betreft.

Het is erg druk op het terrein, veel groepen met luid orerende gidsen. Ik loop er wat tussendoor en sta zo in de kerk. Entree wordt er blijkbaar niet geheven. De meeste bezoekers en ook ik zijn vooral onder de indruk van het bonte Grieks-Orthodoxe interieur van de kerk. Veel iconen, en ook modernere mozaïeken met afbeeldingen van heiligen of priesters aan de muren. De landkaart-mozaïek valt er een beetje bij in het niet. Hij is ook erg beschadigd, het is moeilijk er iets in te onderscheiden behalve dan het bootje op de rivier de Jordaan en de grote stad Jeruzalem in het midden.

Madaba

Aan de rand van het centrum ligt de laatste kerk met mozaïeken: de kerk van de Apostelen. Ik ben er de enige bezoeker, en de oppasser leidt me rond. Deze kerk is eigenlijk één grote hal met mozaïeken op de vloer. Ze zijn heel licht, wat moeilijk te zien. Het mannetje leidt me extra dichtbij om goede foto’s te kunnen maken. Vooral het fruit valt hier op: druiven, meloenen. De omgeving van de Madaba heeft de naam erg vruchtbaar te zijn.

Mijn energie is dan wel op door het sloffen door de warme, stoffige straten. Ik strijk neer voor de lunch in het Ayola Restaurant. Daar bestel ik wat Libanese favorieten (auberginedip!), en neem daarbij het lokale drankje van limoensap met schaafijs en munt. Echt heerlijk bij dit warme weer.

#472: Um Er-Rasas

Wat is het?
Um-er Rasas is een archeologische vindplaats in het midden van Jordanië. Het is niet helemaal duidelijk waarom het een werelderfgoed is geworden. Zijn het de goed bewaard gebleven Byzantijnse mozaïeken, of de overblijfselen van een Romeins legerkamp, of toch die unieke toren waar ascetische monniken hun tijd doorbrachten? In navolging van de heilige Simeon in Syrië zaten ook hier monniken in hun eentje hun hele leven lang bovenin een hoge toren. Ze werden gevoed door pelgrims die kwamen kijken en hen vroegen om voor hen te bidden. De toren van Um-er Rasas is 13 meter hoog, en het enige in originele staat overgebleven exemplaar dat herinnert aan deze middeleeuwse traditie. Um-er Rasas was in die tijd (8e eeuw) een drukbezocht Christelijk pelgrimscenturm, er waren minstens 16 kerken.

Um-er Rasas

Cijfer: 7 (Het is nog echt een stapel stenen waar moeilijk structuur in te onderkennen is. Pas in 1986 is men hier met opgraven begonnen. De mozaïeken zijn beter bewaard gebleven dan die in het nabijgelegen Madaba. Net als daar zijn er afbeeldingen van belangrijke steden uit het Midden-Oosten. De monnikentoren ligt er mooi bij, die is nog niet zo lang geleden gerestaureerd.)

Toegang: Er is hier een paar jaar geleden een groot bezoekerscentrum neergezet, met winkeltjes, parkeerterrein voor bussen, een restaurant. Maar alles was gesloten toen ik er was, en ook andere werelderfgoedliefhebbers die er de afgelopen tijd geweest zijn hebben het bezoekerscentrum nooit open gezien. Het archeologisch park is wel gewoon toegankelijk, er is zelfs een ticket office, maar daar zat niemand en ik kon zo doorlopen.

Hoeveel tijd: 1 uur. Het is een groot terrein, een enorme open vlakte waar iedereen met een rood hoofd van de hitte en de zon vanaf komt. De mozaïeken liggen onder een overkapping helemaal aan de achterkant van het terrein. De toren is vanaf hier ook zichtbaar, maar die is nog zo’n 1,5 kilometer verderop. Helaas is er geen uitleg bij wat je ziet.

Opvallend: Dit was mijn eerste echte rit in mijn huurauto over de Jordaanse wegen. De man van het verhuurbedrijf zei het gisteravond al: het is heel gemakkelijk, het is een klein land, overal staan borden en iedereen wil je wel helpen de weg te wijzen. En inderdaad staat Um-er Rasas goed aangegeven vanaf Madaba. Het is rustig op de weg. Hard rijden kun je hier niet – 60 kilometer per uur is wel zo’n beetje het maximum. Ik kijk een beetje verbijsterd om me heen, naar de kale droge vlaktes met hier en daar een kudde geiten of een kameel. Dat om me heen kijken leer ik snel af als ik met volle vaart over een verkeersdrempel ga: het mini-Chevroletje stuitert eroverheen. Gelukkig hoor ik geen gekraak, maar ik ga beter opletten vanaf nu. Deze verkeersdrempels zijn slecht zichtbaar om dat er gewoon overheen geasfalteerd is. Ze zijn strategisch geplaatst in de bebouwde kom, of op andere stukken van de weg waar men blijkbaar bang is dat er te hard gereden wordt. Echt iets Jordaans zullen we maar denken.

#473: Quseir Amra

Wat is het?
Quseir Amra omvat de restanten van een kasteel en een luxeverblijf uit de tijd van de Omajjaden (8e eeuw). Van het kasteel is nauwelijks iets meer over, maar het ogenschijnlijk onbeduidende gebouwtje ernaast met badhuis en ontvangstruimte is aan de binnenkant geheel bedekt met muurschilderingen. Behalve jachtscenes en geometrische motieven zijn hier ook mensen afgebeeld, iets wat eigenlijk in strijd is met de islam. Zo zijn er bijvoorbeeld naakte, badende vrouwen geschilderd.

Quseir Amra

Cijfer: 7,5 (Onverwachte schoonheid in een uithoek van Jordanië. De muurschilderingen zijn redelijk goed bewaard gebleven, en worden ook op dit moment nog verder gerestaureerd. Het doet erg Romeins/Byzantijns aan.)

Toegang: Voor 1 Jordaanse Dinar (1,10 EUR) koop je een kaartje dat toegang geeft tot dit en twee andere bekende woestijnkastelen langs deze route. Weer was ik er bepaald niet alleen: de geparkeerde bussen gaven telkens aan waar ik van de weg afmoest om een kasteeltje te bekijken.

Hoeveel tijd: Een half uur. Het is maar een klein gebouw, met een handvol kleine ruimtes. Bij de ingang is een bezoekerscentrum met uitleg over wat er te zien is.

Opvallend: Ik reed vandaag de route langs de woestijnkastelen in het noordoosten van Jordanië. Echt woestijn inderdaad, eindeloze kale vlaktes met een snelweg er door. En veel bases van het Jordaanse leger. Een deel van de weg leek zelfs geschikt om vliegtuigen op te laten landen. Er was nogal wat vrachtverkeer, op weg van en naar Irak en Saoedi-Arabië. Opvallend veel vrachtwagens met grote rotsblokken als lading.

Het eerste woestijnkasteel dat je tegenkomt langs de kant van deze weg is Qasr Al-Kharanna. Het is een fraai gerestaureerd gebouw, het ziet er uit als een stevig fort met ronde hoektorens. Waarschijnlijk diende het echter als karavanserai (herberg). Van binnen is er niet veel meer over. Er zijn twee verdiepingen rondom een binnenplaats, en je kunt nog helemaal rondlopen.

Qasr al-Kharanna

Het tweede woestijnkasteel is Quseir Amra zelf, en dan is het nog een kilometer of 20 verder rijden naar de laatste stad voor de oostgrens van Jordanië. Azraq is een stoffige plaats waar veel truckers stoppen. Even ten noorden van het centrum ligt het derde woestijnkasteel dat ik vandaag bezocht: Qasr al-Azraq. Ook hier parkeerde ik mijn autootje weer tussen de bussen.

Het kasteel van Azraq is gebouwd met stenen van zwart basalt. Het stamt uit de 13e eeuw, veel later dus dan de andere twee. Dit had wel echt de functie van een fort, om het schaarse water van de oase van Azraq en de handelsroutes met de buurlanden te bewaken.

Kasteel van Azraq

Jerash

Vandaag ga ik naar het noorden van Jordanië, naar de Romeinse stad Jerash. Het ligt maar zo’n 75 kilometer boven mijn standplaats Madaba, maar toch kost het flink wat tijd om er te komen. Je moet over de buitenste ringweg om Amman – langs de eindeloze rijen grauwwitte flats. Erg vrolijk word je er niet van.

Het is ook nog eens druk op de weg. De rijbanen zijn hier in Jordanië niet zo goed afgebakend, meestal rijd je gewoon met 3 of 4 auto’s naast elkaar. Ik kom zelfs in een heuse file terecht. Aan het langzaam optrekken en weer even verder rijden merk ik dat we voor een stoplicht staan. Per keer gaat er maar een handvol auto’s door, ik sta zeker 20 minuten in de rij. Waarschijnlijk staat het hier de hele dag stil, smerige bedelende kinderen van een langs de weg gelegen tentenkamp (aan lager wal geraakte Bedoeïenen?) maken er handig gebruik van om alle auto’s langs te gaan.

Na een uur en drie kwartier kom ik dan toch eindelijk in Jerash. De stad dankte zijn rijkdom in de Oudheid aan de vruchtbare grond, goed voor fruit, groenten en graan. Het ziet er vergeleken met wat ik verder van Jordanië tot nu toe gezien heb inderdaad vrij groen uit. Er staan zelfs bomen! Langs de weg worden planten verkocht, en fruit.

Het hedendaagse Jerash is een stad met zo’n 130.000 inwoners. Je hoeft niet te zoeken naar de oude Romeinse stad: al bij het binnenrijden zie je de grote Triomfboog van Hadrianus. Ervoor is een groot gratis parkeerterrein, waar mijn auto een van de eersten is.

Na Petra is Jerash de grootste toeristische attractie van Jordanië. Ze hebben dan ook flink uitgepakt met winkeltjes bij de ingang. De entreeprijs is 8 JD (8,80 EUR), ook een stuk meer dan ik de afgelopen dagen gewend ben geraakt. Je betaalt de entree bij de zuidelijkste toegangspoort, en dan kun je beginnen aan de 3 kilometer lange wandeling over het terrein.

Jerash

Jerash, dat in de Romeinse tijd Gerasa heette, was tussen de 1e en 3e eeuw één van de belangrijkste Romeinse steden in het Midden-Oosten. Toen woonden er 20.000 mensen. Het deel van de stad waar de openbare gebouwen lagen is erg goed bewaard gebleven. Bijna alles wat een Romeinse stad kenmerkte, is hier nog te zien: een paardenrenbaan, amfitheater, kaarsrechte wegen, tempels.

Net als gisteren is het half bewolkt, en dat maakt het wandelen hier aangenaam. Je moet alleen zo af en toe even wachten tot de zon de monumenten belicht om foto’s te kunnen maken. Het ovaalvormige Forum omringd door tientallen zuilen was het centrum van de stad. Vanaf hier kijk je recht de Cardo Maximus in: een complete, 800 meter lange hoofdweg. Zowel de straatstenen als façades van aanliggende winkels en andere gebouwen zijn bewaard gebleven. Of misschien beter gezegd: erg goed gerestaureerd.

Jerash

Ik loop helemaal door naar de achterkant van het terrein, naar de Noord poort. Dit is ook al een fijn bewerkt, bijna marmerachtig wit bouwwerk. Hier komen de meeste toeristen niet: ik hoorde een gids tegen een Amerikaanse groep zeggen dat ze een andere route zouden nemen omdat ze anders teveel trappen zouden moeten lopen.

In hetzelfde gedeelte ligt ook een ander hoogtepunt: het noordelijke theater. Het is klein, intiem en heel steil. Toch was er plaats om te zitten voor 2000 mensen. Waarschijnlijk werd het gebruikt voor regeringsbijeenkomsten in plaats van theatervoorstellingen.

Tegen de stroom mensen in (zo later op de ochtend is het echt druk geworden hier) loop ik het hele stuk weer terug. Je komt hier langs de Tempels van Artemis en van Zeus. Beide zijn voorzien van dikke zuilen, maar van binnen is er niet veel meer van over. Het hele terrein staat overigens vol met zuilen, het lijkt wel een bos. Ze hebben hier erg hun best gedaan om ze weer recht overeind te zetten.

Vlakbij de uitgang ligt dan nog het grote amfitheater, goed voor 5000 zitplaatsen. Ik klim helemaal naar boven en ga dan nog een tijdje van het uitzicht zitten genieten. Je hebt behalve goed zicht op het podium ook een mooi overzicht over de hele stad. Een Jordaans trio van 2 doedelzakspelers en een trommelaar verlevendigt de boel door de bezoekers de akoestiek te laten horen.

Tegen half één verlaat ik de oude stad. Er stromen nog steeds groepen toeristen binnen. Lijkt me geen pretje zo midden op de dag. Ik ga lunchen bij het chique Lebanon House, een Libanees restaurant. Een heuse zandstorm verdrijft me daar van het terras, maar ook binnen is het goed vertoeven. De terugrit naar Madaba verloopt tenslotte een stuk vlotter dan de rit van vanochtend.

Bijbelse route naar de Dode Zee

Voor ik helemaal naar het zuiden van Jordanië afzak voor het tweede deel van mijn rondreis, maak ik nog een kleine omweg naar het westen. Hier, in de Jordaanvallei, liggen enkele belangrijke plaatsen uit de Bijbel.  Ik heb geen idee wat er nu nog van te zien is, maar ze liggen mooi op de route naar mijn eindbestemming van vandaag: de Dode Zee.

Ik begin bij de Neboberg: hier keek Mozes uit over het Beloofde Land. De berg ligt op zo’n 10 minuten rijden van Madaba. Ik ben er al vóór 9 uur, maar kom toch in de drukte terecht: de ene na de andere touringcar zet zijn passagiers hier af. Het is hier bijna net zo druk als in Jerash gisteren.

De Neboberg is heden ten dage vooral een uitzichtpunt over de laag gelegen Jordaanvallei. Op een heldere dag schijn je tot aan Jeruzalem te kunnen kijken, en kun je de gouden Rotskoepel in de verte te zien schitteren. Veel verder dan de Dode Zee en Jericho (op de Westelijke Jordaanoever in Palestina) reikt het zicht vandaag niet.

Uitzicht vanaf de Neboberg

De grote Herdenkingskerk van Mozes is dicht voor restauratie, dus na een kwartiertje sta ik weer bij mijn auto. Ik ben wat eerder weg dan de bussen, dus ik rijd op mijn gemak de slingerweg de berg weer af. Om iedere hoek wordt het uitzicht op de Dode Zee mooier,  het landschap kaler en de rotsen kleuriger. Je moet bijna continu je voet op de rem houden, want je daalt in een paar kilometer van 817 meter hoogte (Nebo) naar  423 meter onder zeeniveau (Dode Zee).

Het leidt geen twijfel dat de bussen net als ik op weg gaan naar Betanië. In  dit ‘Betanië over de Jordaan’ zou Jezus gedoopt zijn door Johannes de Doper. Al rijdend langs de Bijbelse plaatsen moet ik denken aan een documentaire die ik een tijdje geleden zag over een groep Amerikaanse Christenen die geloven dat het einde der tijden nabij is. Als één van hun laatste daden gaan ze op een reis naar het Midden-Oosten (Israël geloof ik). Een aantal van hen is nog nooit buiten Amerika geweest. Per bus worden ze van de ene Bijbelse plek naar de andere gebracht. Ze raken helemaal in vervoering.

Betanië ligt in het groen van de Jordaanvallei, een paar kilometer ten noorden van de Dode Zee.  De rivier de Jordaan vormt tegenwoordig de grens tussen Jordanië en Israël/Palestina. Het is dus strategisch gebied, en je mag er niet met je eigen auto rondrijden. Met een busje word je naar de belangrijkste plaatsen gebracht. Vlakbij de Jordaan mogen we uitstappen en gaan we te voet verder. Er gaat ook een bewaker mee.

Betanië

We sjouwen een kwartiertje in de hitte door het dorre struikgewas, en krijgen dan ons eerste zicht op de rivier de Jordaan. “Rivier” is tegenwoordig eigenlijk bijna teveel gezegd. Door het dalen van de waterspiegel is het een smalle kreek geworden.  Veel stroming zit er ook niet in. Even verderop is de plaats waar Jezus gedoopt zou zijn. Hier staat al heel lang geen water meer.

Het eindpunt van de wandeling is een bizarre confrontatie met “de overzijde”. Wij aan de Jordaanse kant staan op een houten vlonder aan de rivier, terwijl zo’n 3 meter van ons vandaan aan de Israëlische kant van het water toeristen precies hetzelfde aan het doen zijn. Een deel van hen doopt zichzelf onder in het water, zodat wij in ieder geval wat te fotograferen hebben. Het water is erg ondiep, en je stapt zo naar de overkant. Maar dat doet niemand, en er wordt ook niet over en weer gecommuniceerd. Dat terwijl je zo dichtbij elkaar staat dat je makkelijk een praatje kunt maken met de overburen.

Doop in de Jordaan

Op de weg terug kijken we nog even binnen bij de nieuwe Grieks-Orthodoxe kerk die hier vlakbij de rivier is neergezet. Zo ongeveer elke christelijke stroming heeft hier een kerk of klooster neergezet, een beetje zoals de vele boeddhistische kloosters uit alle windstreken in Boeddha’s geboorteplaats Lumbini.

Ik rijd daarna terug naar de Dode Zee. Vanaf het ‘Dode Zee Panorama’ hoog in de bergen kun je het hele meer overzien. Er is ook een museum bij, waar je kunt zien hoe erg ook de Dode Zee geslonken is in de afgelopen tijd. Bij het panorama-restaurant geniet ik mijn lunch, en dan is het tijd om me bij mijn hotel te melden.

Dode Zee Panorama

De hotels aan de Dode Zee zijn zonder uitzondering duur en luxe. Ik heb mezelf verwend met één nacht in het Jordan Valley Marriott. Het ligt op een afgesloten terrein. De bewaking gaat eerst onder de auto en in de achterbak kijken of je geen bom bij je hebt. Daarna word ik toegelaten tot het fraaie en verdacht groene hotelcomplex (waar komt dat water toch vandaan?).

Laat in de middag laat ik de 5 zwembaden even voor wat ze zijn, en daal af door de modder naar de echte Dode Zee. Het luxe hotel heeft plastic schoentjes voor iedereen klaarliggen zodat je je niet bezeerd aan de scherpe stenen in het water. Er dobberen een tiental andere hotelgasten rond, ze zien er erg ontspannen uit. Ik laat me ook voorzichtig in het water zakken. Het voelt eerst niet heel anders dan een zwembad, maar al snel blijkt dat je zelf niet veel zeggenschap hebt over de houding die je aan moet nemen. Gestrekt op je rug is ideaal, je benen en armen blijven vanzelf drijven.

Na een tijdje krijg ik de slag te pakken om wat te peddelen met mijn armen om verder in het water te komen. Er ligt een olieachtig laagje op het water. Water dat trouwens aangenaam lauwwarm is. En verder stinkt het, wat zwavelachtig of misschien is het al dat zout. Gelukkig krijg ik er niks van binnen. Veel meer dan een tijdje op je rug liggen is er niet bij. Sommigen smeren zich helemaal in met modder, dat schijnt gezond te zijn. Ik vind mezelf inmiddels smerig genoeg, en stap het water uit en onder de douche.

Kust Dode Zee

Rust in Dana

Het begint een goede traditie te worden om op elke reis een paar dagen de natuur in te trekken. In Jordanië heb ik in dat kader gekozen voor het Dana Natuurreservaat. Daar ligt een mooie ecolodge.  Hij draait helemaal op zonne-energie, wat dus betekent dat er ’s avonds maar beperkt elektriciteit is. De lodge zorgt verder voor werkgelegenheid in de buurt door jeepchauffeurs en gidsen lokaal te huren, en ook kaarsen en brood worden ter plekke gemaakt. 75 families profiteren ervan mee.

In de ochtend na mijn aankomst ga ik mee op een door de lodge georganiseerde wandeling van een halve dag. Samen met een Belgisch stel loop ik naar en door de Wadi Ghwayr. Onze gids Ali komt hier uit het dorp (Feynan). Hij laat ons eerst de bijzonderheden daarvan zien: de zomer- en winterkampen van de Bedoeïenen, de moskee en de school. Hijzelf woont tegenwoordig in een huis, maar zijn moeder die we ook tegenkomen leeft nog op de traditionele manier.

In het centrum zijn twee grote open ruimtes: één daarvan is een groot voetbalveld, van zand en een beetje hellend. Het andere terrein wordt gebruikt voor bruiloften. Deze duren drie dagen. Ali is zelf vorig  jaar hier getrouwd, en vertelt dat er 1500 mensen kwamen. Hij kreeg 25 geiten en 3000 dinar als geschenk, dus daarmee was hij wel een beetje uit de kosten.

Bedoeïenen winterkamp (Fenan)

Na “het centrum” slaan we linksaf en lopen we bergopwaarts. In de oudheid waren hier kopermijnen, daar zijn de resten nog van te zien. Zowel de mijnen zelf als de afvalhopen die daarbij zijn veroorzaakt. De mijnbouw is er ook de reden van dat er in de omgeving nauwelijks nog bomen te vinden zijn: het hout werd opgestookt om het koper te smelten.

Aan de andere kant van de heuvel komen we in de Wadi Ghwayr terecht. Dit is een  rivierbedding waar alleen in de winter echt water in staat. Het eerste deel is heel breed, en dat staat nu helemaal droog. We volgen de rivier verder tot hij smaller wordt en als een kloof tussen de bergen doorloopt. Hier staat een klein beetje water, maar je kunt er nog prima lopen.

Wadi Ghwayr

Het loopt lekker vlak zo langs de rivier. En onze gids stopt regelmatig om iets te vertellen over de planten die we zien. Er zijn nep-meloenen, die alleen door ezels gegeten worden. Andere planten hebben medicinale krachten, of worden gebruikt als zeep. De enige kleur die je ziet is het roze van de bloeiende oleanders. Dieren zie je hier nauwelijks, alhoewel er hier meer vogels zijn dan ik tot nu toe in heel Jordanië bij elkaar heb gezien. En we vinden een spoor van een grote katachtige, waarschijnlijk een hyena. Die jagen hier ’s nachts op de schapen en geiten van de Bedoeïenen.

Als we niet verder kunnen in de kloof, stoppen we voor een theestop. Ali heeft een keteltje en glazen mee, en gaat voor ons traditionele thee brouwen met salie en heel veel suiker. Hij vertelt een paar  sterke verhalen / lokale legendes, en we krijgen nog 2 Nederlanders op de thee die langs komen wandelen.

Wadi Ghwayr

Na de thee lopen we gedeeltelijk dezelfde route terug langs de rivier. Aan het eind staat een jeep op ons te wachten om ons naar de lodge terug te brengen. Dat bespaart een half uur door het dorp lopen.

Ik had best nog wat langer willen wandelen, maar ze hadden geen langere tochten in de aanbieding vandaag. Aan het eind van de middag plak ik er daarom nog een korte  wandeling aan vast: de zonsondergangswandeling. Deze duurt zo’n anderhalf uur, en gaat naar een heuvelrug boven het dorp. Daarvan kun je uiteraard mooi de zonsondergang zien. Alleen is het een beetje bewolkt, dus we zien de zon niet erg mooi ondergaan. Het is wel een flink intensieve klim naar het uitkijkpunt, zodat ik toch nog genoeg lichaamsbeweging krijg om het aansluitende dinerbuffet aan te kunnen.

#474: Petra

Wat is het?
Petra is een uit de rotsen gehouwen historische stad. Het was de hoofdstad van de Nabateeërs, die van de 1e eeuw voor tot en met de 1e eeuw na Christus aan de groei van deze stad werkten. Het lag aan een belangrijke karavaanroute tussen de Dode Zee en de Rode Zee, en de Nabateeërs hadden handelscontacten met alle belangrijke rijken uit hun tijd. De monumenten (vooral heel veel graven, en enkele tempels) zijn gehakt uit rode zandsteen. In 106 werd Petra ingenomen door de Romeinen, en ook in die tijd bloeide de stad en kwamen er nieuwe bouwwerken bij.

Petra - Het Klooster

Cijfer: 8,5 (Vooral de natuurlijke omgeving, die raar gevormde en gemarmerde rotsen, is prachtig. Toch vond ik het ietsje minder imposant dan Machu Picchu of Angkor, twee van de andere absolute topwerelderfgoederen. De bouwstijl is erg op de Romeinse/Griekse geïnspireerd, en daarom heeft het wel wat weg van grote Romeinse steden zoals pakweg Jerash.)

Toegang: De entree voor 2 dagen kost 55 JD (60 EUR). Als je niet in Jordanië overnacht, maar met een dagtocht uit Israël komt bijvoorbeeld, betaal je maar liefst 100 EUR! Met deze prijzen is het één van de duurste werelderfgoederen om te bezoeken. Het is zelfs 2x zo prijzig als Machu Picchu. Duurder zijn alleen de landingsrechten op Aldabra en Galapagos, of een gorillatrekking in Bwindi National Park (Oeganda). Het is wel opmerkelijk dat de Jordaniërs er hier een slaatje uit slaan, terwijl de bezienswaardigheden in de rest van het land weinig (1 JD) tot niets kosten.

Hoeveel tijd: Anderhalve dag. Ik ben er de eerste dag van 12-16 uur geweest, en de dag erna van 7 tot 13.30 uur. Het is het mooist om er op verschillende tijdstippen doorheen te lopen: in de ochtend schijnt de zon op een deel van de stad, en in de middag wordt weer een ander deel uitgelicht. Ik sprak een Engels stel dat de eerste dag maar liefst 11 uur onderweg was geweest. Dat kan ik me toch echt niet voorstellen. Ik heb op de tweede dag alles op mijn gemak bekeken, regelmatig ergens gezeten en toch had ik na een uur of 6 alles wel ongeveer gezien. Alleen als je een wandeling wilt maken door de bergen heb je wel een extra (halve) dag nodig.

Opvallend: Het is wat moeilijk uit te leggen wat een bezoek aan Petra eigenlijk inhoudt. Er zijn veel verschillende dingen die het zo uniek maken. Ten eerste: de entree via de Siq. Vanaf het bezoekerscentrum sjouw je eerst een kilometer of zo over een onbeschut zandpad. En dan kom je bij de echte ingang, via de Siq. De Siq is een lange Slot Canyon – een zeer nauwe kloof, uitgesleten door water. In de hoogtijdagen van Petra stonden er standbeelden in nissen in de rotswanden. Onder langs de rand zijn kanaaltjes aangelegd voor de watervoorziening. Van beide zijn nu alleen nog de resten te zien. Maar het is een heerlijke route om door te wandelen, om elke hoek zie je wel iets nieuws. En het is er lekker koel!

Petra - In de Siq

Een ander absoluut hoogtepunt vond ik Het Klooster. Dit ligt helemaal aan de andere kant van de stad, en je moet er naar toe klimmen via een 800 treden tellende stenen trap. Dat klinkt heel zwaar, maar gelukkig zijn er ook vlakke stukken en plateaus waar je even uit kunt rusten. Hier loop je midden tussen de bergen en de raar gevormde rotsen. Je moet alleen uitkijken voor de ezeltjes die de trappen af komen denderen met een toerist op hun rug.

Deze heerlijke wandeling duurt (op het gemak) 45 minuten. En dan kom je aan bij één van de mooiste bouwwerken van Petra: Het Klooster. Net als vrijwel alle andere gebouwen hier is het eigenlijk alleen een facade. Erachter is één grote, kale ruimte. Ik vind een heerlijk plekje om het gebouw te bewonderen en de bonte stroom voorbijkomende toeristen te bekijken: een grot recht tegenover het gebouw, op een paar meter hoogte en alleen via een klein paadje te bereiken.

#475: Wadi Rum

Wat is het?
Wadi Rum is een woestijnlandschap in het zuiden van Jordanië. Het maakt deel uit van de grote Hisma-woestijn die ook grote delen van Saoedi Arabië bestrijkt. Meest kenmerkend aan dit gebied is de grote verscheidenheid aan rotsformaties die zijn ontstaan door erosie. Natuurlijke bruggen en bogen zijn ontstaan, net als enorm hoge klifwanden, rotsblokken in de vorm van paddenstoelen en nauwe kloven. Het is een gemengd werelderfgoed, naast de natuurlijke aspecten is ook de cultuur gewaardeerd. Dan gaat het vooral om rotstekeningen en inscripties in pre-Arabische schriften.

Wadi Rum

Cijfer: 8 (Veel mooier dan ik had verwacht, mede bepaald door de leuke actieve dag die ik er had. Woestijn is hier niet alleen maar zand: er is veel variatie in het landschap door de vele grotere en kleinere rotsen en bergen in alle vormen en kleuren. Je kunt er stukken wandelen door de kloven, klauteren tegen de zandduinen of rotsen op, of gewoon maar ergens van het uitzicht gaan genieten.)

Toegang: Entree tot het beschermde gebied kost 5 JD (5,50 EUR), te betalen bij het bezoekerscentrum. Ik ging verder de woestijn in met een geheel verzorgde dagtour (60 JD). De tours rijden verschillende routes, maar toch kom je bij elke stop wel andere jeeps met toeristen tegen.

Hoeveel tijd: Zeker een hele dag, mijn tour duurde van 9.30 – 18 uur. Je kunt er ook in Bedoeïenententen overnachten, en er worden zelfs 5- tot 10-daagse trektochten georganiseerd (deels per kameel, deels te voet).

Opvallend: Ik “deed” Wadi Rum met een dagtour georganiseerd door Rum Stars, een lokaal reisburootje. Al het toerisme binnen dit gebied is in handen van de Bedoeïenen die ook de traditionele eigenaren van de grond zijn. Bij mijn aankomst bij het bezoekerscentrum hebben ze aan een half woord genoeg – er is net een vrouw voor mij aangekomen die ook de tour met Rum Stars gaat doen. Ik moet haar maar volgen. Het is Tina, een Zuidafrikaanse. We stappen elk in onze huurauto, en rijden door naar het dorpje Rum. Daar stallen we de auto voor vandaag, en komt Ahmed de eigenaar ons ophalen.

Naar goed Bedoeïens gebruik moeten we eerst aan de zoete thee, terwijl hij ons de route van vandaag uitlegt. Er komt een jongen binnen in een smetteloos witte dishdasha en zwart met witte hoofddoek. Het is Salem, en hij wordt onze chauffeur en gids vandaag. We mogen plaatsnemen in de laadbak van zijn jeep. Daar zijn twee banken tegenover elkaar geplaatst, en er is een doek als zonnedak geplaatst. Zo zit je lekker buiten maar verbrand je niet door de zon.

Wadi Rum

De woestijn begint al aan het eind van het dorp Rum. Aan de vele bandensporen zie je hoeveel hier dagelijks wordt gereden. Er zijn een soort hoofdwegen ontstaan die de belangrijkste bezienswaardigheden met elkaar verbinden. In een dag kun je het grootste deel daarvan wel zien. We hebben in totaal zo’n 12 stops.

Vrij aan het begin gaan we naar de Khaz’ali Canyon. Dit is een nauwe kloof waar je eerst een eindje in moet klauteren om de rotstekeningen op de wanden te kunnen zien. De afbeeldingen zijn van menselijke figuren en voeten, en van de oryx, een antilope die hier na uitgestorven te zijn pas weer geïntroduceerd is. Ze zijn goed zichtbaar, natuurlijk erg goed beschermd tegen weer en wind in deze kloof. Later zien we nog meer rotstekeningen op een open rotswand – die staat helemaal vol met kamelen. Ook staan er teksten bij in een oud Arabisch dialect.

Wadi Rum - Rotstekeningen

Na dit stukje antieke cultuur komen we de rest van de dag goed aan onze lichaamsbeweging. We beklimmen de hoge rode zandduinen, waar je bij elke stap diep wegzakt en zowel schoenen als sokken vol lopen met fijn rood zand. We maken een leuke wandeling door een kloof, waarbij Salem ons aan de ingang afzet en ons toezegt ons aan de andere kant weer op te komen halen. “Het is een half uurtje lopen. En o ja, er liggen wat rotsen in maar daar moet je gewoon overheen klimmen”. Zo halverwege de kloof aangekomen blijken grote rotsblokken het hele pad verspert te hebben. Gelukkig ligt het wel stabiel en kun je de stenen als traptreden gebruiken. Alleen de laatste stap wordt een dilemma: klimmen we over dat enorme blok (en hoe dan?) of kruipen we er onderdoor? Mijn tourgenote Tina is stabiel genoeg ter been om zich tegen de rotswand af te zetten en zo over het grote blok te komen. Mijn redding blijkt de opening onder het rotsblok – zonder rugzak pas ik er precies doorheen.

Het klauterhoogtepunt komt dan nog: de Um Fruth brug.  Dit is een door de natuur gevormde “brug” tussen twee rotspunten in. Hier staan al heel wat jeeps geparkeerd, en scheiden de toeristen zich in toekijkers/fotografen en klimmers. Ik sluit me aan bij de eerste groep. Het is een erg steile wand waar je tegenop moet, zonder veel houvast. Ik vermaak me ook prima met kijken naar hoe de mensen naar boven en weer naar beneden (nog enger) komen. Gids Salem is helemaal in zijn element, en huppelt op één been van de rots af, terwijl hij zich eerst via de alternatieve route aan zijn armen van de brug heeft laten zakken. Hij zal het wel elke dag doen, en komt ongeschonden beneden zodat we nog een chauffeur hebben voor de rest van de dag.

Terugblik Jordanië

Ik had een wat moeizame start met Jordanië. Nadat ik eerder dit jaar al in Libanon was geweest, was ik de buurlanden steeds aan het vergelijken. En die vergelijking valt helaas nogal eens in het nadeel van Jordanië uit: het eten is minder verfijnd, er zijn geen goede musea, de culturele ontwikkeling van Jordanië lijkt na de Nabateeërs (1e eeuw) wel tot stilstand gekomen. Het is me er ook te toeristisch, en te tam.

Tijdens de tweede helft van mijn rondreis kwam het toch allemaal nog goed. Het zuiden van Jordanië is vooral landschappelijk erg mooi, met ruige bergen, rood en geel gekleurde rotsen,  woestijnen, wadi’s met een klein beetje water erin. Daar liggen ook de 3 hoogtepunten van deze reis: Dana Nationaal Park, Petra en Wadi Rum.

Voorbereiding

Er valt niet veel voor te bereiden voor Jordanië. Je hebt een visum nodig, maar dat koop je op het vliegveld van Amman voor 20 Jordaanse dinar. Aandachtspunt zijn misschien de hotels: die heb ik 2 maanden vantevoren al vastgelegd. Vooral de Feynan Ecolodge in het Dana Nationaal Park is snel uitverkocht, en ik kon ook al niet meer een kamer op mijn voorkeursdata krijgen.

Vervoer

Jordanië is niet zo groot, maar helaas is het openbaar vervoer niet goed genoeg om er gemakkelijk te kunnen rondreizen. Veel van de bezienswaardigheden liggen buiten de grote steden, en dan moet je eigenlijk wel een taxi huren om maar iets te kunnen zien. De meeste toeristen worden rondgereden in bussen (die zie je echt heel veel), of kiezen voor een huurauto. Dat laatste bleek voor mij ook de beste optie.

Huurauto
Ik had vanuit Nederland een huurauto geregeld bij Sixt. Deze werd me gebracht op het vliegveld. Het werd een kleine Chevrolet. Het autorijden gaat erg gemakkelijk: de doorgaande wegen zijn goed geasfalteerd, de benzine is goedkoop (0,80 EUR voor loodvrij 90) en de bewegwijzering is over het algemeen goed. Alleen op de King’s Highway ben ik 2x verkeerd gereden, in de steden Karak en Tafila (waar je helaas dwars doorheen moet). Op veel plaatsen is de snelheid beperkt tot 60 kilometer per uur. Dat wordt afgedwongen door strategische geplaatste verkeersdrempels. Zo heb je geen flitspalen nodig. Alleen in de woestijn of op de Dead Sea highway mag je hard rijden.

Overnachtingen

Tijdens mijn rondreis overnachtte ik op de volgende plaatsen:

Madaba
Het Mariam Hotel is erg populair, en dan vooral bij Nederlanders en Nederlandse groepen. Het heeft 2 sterren, kan wel een opknapbeurt gebruiken maar is verder toch zeer aangenaam. Heel vriendelijk, uitgebreid ontbijtbuffet. Het fijnste aan mijn kamer 217 vond ik het ruime balkon met uitzicht op het zwembad. Het gratis draadloos internet op de kamers is redelijk, maar te beperkt om op grote schaal foto’s te kunnen uploaden.

Website: Mariam Hotel
Prijs: 34 EUR per nacht inclusief ontbijt

Dode Zee
Het Jordan Valley Marriott is een 5 sterren resort aan de Dode Zee. Het is erg groot, heeft meerdere zwembaden en restaurants. En een privé-strandje aan de Dode Zee zelf natuurlijk. Alles is erg goed verzorgd. Ik heb een heerlijke kamer met Kingsize bed. Snel draadloos internet op de kamers, en ’s ochtends een groot ontbijtbuffet met zelfs bruin brood.

Website: Jordan Valley Marriott
Prijs: 150 EUR per nacht inclusief ontbijt

Dana
De Feynan Ecolodge ligt in het Dana natuurgebied, en is alleen per 4WD te bereiken. Een lokale bedoeïen in bezit van oude jeep haalt je daarom op van de receptie 20 minuten verderop. De lodge werkt op zonne-energie, en ook het eten en drinken is helemaal verantwoord. Geen flessen water of cola, maar vers sap of lokale thee. ’s Avonds is alles bij kaarslicht, ook in de leuk aangeklede kamers. Het eten is alleen vegetarisch, maar prima.

Website: Feynan Ecolodge
Prijs: 109 EUR per nacht inclusief ontbijt

Wadi Musa
Het Petra Moon hotel ligt pal naast de ingang tot Petra. Dat is fijn want lopen moet je op het terrein zelf al genoeg. Het is een modern hotel, netjes en nieuw maar niet erg sfeervol. Helaas instabiel internet. Goed ontbijtbuffet in de ochtend. Wadi Musa is een stadje dat leeft van het toerisme. Gek genoeg is het me niet gelukt er een goed restaurant te vinden, de meesten ontstijgen het niveau van de snackbar niet.

Website: Petra Moon Hotel
Prijs: 90 EUR per nacht inclusief ontbijt

Eten en drinken

In Jordanië eten ze ongeveer dezelfde gerechten als in de omliggende landen Libanon en Israël. Gegrild vlees en mezze (kleine voorgerechten) dus. Dit was misschien wel de grootste tegenvaller van deze reis: na het geweldige eten in Libanon eerder dit jaar, vond ik het hier in Jordanië een stuk minder smakelijk. Het is duidelijk minder verfijnd, en er is ook niet zo’n locale eetcultuur als in Libanon.

De restaurants die er zijn, zijn vaak gericht op toeristengroepen. Buffetten zijn dan al snel een makkelijke optie. Niet echt mijn smaak. In Azraq at ik het “ondersteboven” gerecht Maqluba. Dat bestaat uit kip, rijst, tomaat en groenten gekookt in een grote pan, wat dan omgekeerd wordt op de borden. Geen idee wat daarvan het nut is. Ik vond zelfs bloemkool terug in deze maaltijd. Dat had ik al heel lang niet meer gegeten, en het werd me al snel weer duidelijk waarom niet.

Kosten

Het gemiddelde dagbudget is uitgekomen op 140 EUR. Daarmee is het (na Australië en Japan) één van mijn duurdere reizen van de afgelopen jaren. Dat komt vooral doordat ik een paar duurdere hotels heb genomen, voor 10 dagen een auto heb gehuurd en de kosten voor entree/tours in Petra en Wadi Rum hoog zijn. Entreeprijzen in de rest van het land zijn dan weer juist heel goedkoop (1 JD of gratis), en ook kun je voor 10 EUR wel aardig eten.

Leave a comment