World Heritage Traveller

Oost-Zwitserland 2012

Written by:

  1. #466: Klooster van St. Johann in Müstair
  2. #467: Rhätische Bahn Albula en Bernina
  3. #468: Tektonische arena van Sardona

#466: Klooster van St. Johann in Müstair

Wat is het?
Het klooster van St. Johann dateert uit ca. 780. De legende wil dat het gesticht werd door Karel de Grote, uit dankbaarheid dat hij een sneeuwstorm hier in de buurt overleefde. Het ligt op een strategische positie aan een Alpenpas naar Italië. Het klooster is beroemd vanwege zijn muurschilderingen: een deel dateert van ca. 800 (uit de Karolingische tijd dus), maar er zijn ook romaanse schilderingen uit de 12e eeuw bewaard gebleven.

Klooster St. Johann, Müstair

Cijfer: 7 (Het ligt echt geweldig, een stralend wit / beige complex tegen de grijze bergen, strakblauwe lucht en groene bossen. Het klooster bestaat uit een aantal gebouwen. Het is een beetje verwarrend wat waar te zien is. Bij de kiosk/winkel lijken ze vooral tours door het museum & het huidige nonnenklooster te willen verkopen. Ik ben eerst al gebiologeerd door de glimpen die ik opvang van het kapelletje, en sluit me aan bij een rondleiding. Hier moet nog veel gerestaureerd worden, alleen flarden van muurschilderingen uit alle tijdperken zijn te zien. Het mooiste is dan toch wel de kerk: helemaal beschilderd, met een sfeervolle lichtval)

Toegang: De entree tot de kerk, waar de mooiste muurschilderingen zijn, is gratis. Voor een rondleiding betaal je 12 Frank (10 EUR).

Hoeveel tijd: Zeker een uur als je een van de rondleidingen doet. Verder is Müstair een leuk plaatsje in een prachtige omgeving, waar je makkelijk veel langer kunt blijven.

Opvallend: De weg ernaartoe is al zo mooi dat het een hele dagtocht waard is. Vanaf de richting Chur rijd je eerst over de Fluelapas. Het is best druk onderweg, veel motorrijders ook en wielrenners. Gelukkig is de weg hier vrij breed en zijn er geen echte haarspeldbochten. Het landschap bovenop de pas is ruig, rotsachtig. Daarna kom je door het oudste nationale park van Zwitserland, het ‘Zwitsers Nationaal Park’. Veel bos hier, nog meer wielrenners en wandelaars.

Klooster St. Johann, Müstair

#467: Rhätische Bahn Albula en Bernina

Wat is het?
Het werelderfgoed van de Rhaetische Bahn omvat twee historische bergspoorlijnen: de Albula-lijn en de Bernina-lijn. Ze werden geopend in respectievelijk 1904 en 1910, en waren voor hun tijd vooruitstrevende technische hoogstandjes. De twee lijnen vormen een aaneengesloten route van 130 kilometer lang door de Zwitserse en Italiaanse Alpen. Verspreid over het hele traject liggen 55 tunnels en 196 bruggen en viaducten.

Albula spoorlijn, Landwasser viaduct

Cijfer: 6 (Het is natuurlijk wel knap aangelegd allemaal, maar als je in de trein zit beleef je het toch niet echt. Er zijn heel veel tunnels, dus een groot deel van de rit zit je in het donker. Verder is het een gewone Zwitserse regionale trein, met forensen. De ramen kunnen wel open, zodat je foto’s kunt maken als je het goede moment weet te kiezen. Het meest bezienswaardige onderweg is het Landwasser viaduct – ze roepen het om als het eraan komt. Ik miste toch wel de sfeer van de Bergspoorlijnen van India, waar elke bocht een avontuur is.)

Toegang: Een retourtje Thusis – St. Moritz (het traject van de Albula-lijn) kost 56 Frank (46 EUR).

Hoeveel tijd: 3 uur in totaal (heen en terug) voor de Albula-lijn. De Bernina-lijn komt nog daarna en rijdt door Italië in. Als je die er bij wilt nemen, ben je de hele dag zoet.

Opvallend: Ik bezocht dit werelderfgoed op dezelfde dag als het klooster van Müstair. Om vandaar naar het startpunt van de spoorlijn in Thusis te komen moet je weer een Alpenpas over: de Albulapas. Een echte pas dit keer, niet geschikt voor bussen en voorzichtig aan de kant gaan als er een tegenligger aankomt. De weg loopt voor een gedeelte parallel aan het spoor, maar ook vanaf hier zijn er geen spectaculaire vergezichten.

Albula spoorlijn, station Thusis

#468: Tektonische arena van Sardona

Wat is het?
De Alpenregio Sardona is uniek omdat het proces van het ontstaan en de ontwikkeling van bergen er goed zichtbaar is. Vooral het ‘overschuiven’, waarbij oudere rotsen bovenop jonger gebergte komt te liggen. Dit soort processen hebben de Alpen gecreëerd. Door bewegingen in de aarde is het oudere gebergte 35 kilometer noordwaarts geschoven. De verschillende lagen zijn met het blote oog goed te zien. Sinds de 19de eeuw is dit gebied ook een belangrijke plek voor geologisch wetenschappelijk onderzoek.

Glarner-overschuiving

Cijfer: 8 (Het is misschien niet het allermooiste deel van de Alpen, maar als je op 2634 meter hoogte staat en om je heen kijkt is het toch verbluffend. De bergen zijn hier heel apart van vorm en kleur, en je kunt inderdaad heel goed de ‘naden’ zien waar de verschillende lagen gesteente over elkaar heen geschoven zijn. Extra bonuspunten voor de prachtige dagtocht, met stoeltjeslift/kabelbaan er naar toe en deels te voet terug.)

Toegang: Naar de bergen kijken is gratis. Een retourtje naar boven kost normaal 37 Frank, maar ik betaalde slechts 12 Frank (10 EUR) voor een dagkaart via mijn hotel.

Hoeveel tijd: Hele dag als je er ook gaat wandelen.

Opvallend: Vanaf mijn standplaats Flims ging ik met 2 stoeltjesliften en een kabelbaan helemaal omhoog naar Cassons, wat binnen de kernzone van het werelderfgoed ligt. Cassons is een bergrug met uitzicht op niet minder dan 555 bergtoppen, 360 graden rond. Het is ook een populair wandelgebied. Ik was er al om kwart voor 10 in de ochtend, en had zo tijd genoeg voor twee wandelingen.

Stoeltjeslift Flims - Foppa

Ik startte met het natuurkennispad. Dit is een vrij vlakke ronde over de hele rug van Cassons. Er staan borden langs het pad met uitleg over welke bergen je ziet, welke bloemetjes (niet heel veel meer in bloei) en ook welke dieren hier voorkomen. Het is een ruig en kaal gebied, boven de boomgrens. Een lekkere wandeling van 1,5 uur om mee te beginnen.

Aansluitend liep ik het pad naar beneden, naar Naraus waar het onderste kabelbaanstation is. Je loopt ook parallel aan de kabelbaan. Verder vlogen er een aantal paragliders rond. Ik moest mijn aandacht echter vooral houden bij het pad: smal en steil naar beneden. Er zaten zelfs haarspeldbochten in het wandelpad, om de daling nog een beetje af te remmen. Volgens het bordje boven zou het een wandeling van 1,5 uur zijn, maar ik heb er toch een uur langer over gedaan. Wel gepicknickt en gerust onderweg ook, maar het was toch een vermoeiende tocht omdat je de hele tijd op moet letten waar je je voeten neerzet. Op sommige stukken lagen de stenen wat los, en op andere stukken was het nat en glibberig. Gelukkig kon ik in het dal bijkomen op een zonneterras.

Stijl naar beneden

Leave a comment