- Route Libanon 2012
- Te voet door Beiroet
- #446: Baalbek
- #447: Anjar
- #448: Byblos
- #449: Tyrus
- De Souk van Sidon
- #450: Qadisha-vallei en de Ceders
- Ottomaans Libanon
- Tripoli
- Terugblik Libanon
Route Libanon 2012
Het is nogal een kunst om het juiste moment voor een reis naar Libanon te kiezen. De lange burgeroorlog mag dan al in 1990 zijn afgelopen, ook daarna is het nog regelmatig onrustig geweest. De Syriërs (2005) en Israëlis (2006) zijn inmiddels het land uit gemept c.q. gepraat. De huidige Syrische opstand lijkt niet veel effect op Libanon te hebben, op wat vluchtelingen en demonstraties in het noorden na. Kortom, de tijd is rijp om de 5 Libanese werelderfgoederen af te gaan, te genieten van de Libanese keuken en zomaar wat rond te kijken in dit complexe landje.
Het is de bedoeling om vanuit standplaats Beiroet via dagtochten het land te verkennen. Libanon is net zo groot als Wales, dat wil zeggen nog een stuk kleiner dan België. Met het openbaar vervoer kun je binnen 1,5 uur het meeste wel bereiken. Voor de meer afgelegen plekken probeer ik een georganiseerde tour te boeken.
Het voorlopige programma ziet er als volgt uit:
| Datum | Programma | Verblijf |
| 31 maart | Om 6.45 de vlucht met Air France (AF8223) Amsterdam – Parijs, en vandaar door naar Beiroet met AF0566. Aankomst om 14.05 uur lokale tijd. Het is in Libanon een uur later dan in Nederland. | Hotel 35 Rooms, Beiroet |
| 1 april | Bezoek aan het Nationaal Museum van Libanon. ’s Middags een georganiseerde stadswandeling van 3,5 uur met Walk Beirut. | Hotel 35 Rooms, Beiroet |
| 2 april | Dagtour naar Baalbek (WE1) en Anjar (WE2), beiden in de Beka-vallei. Baalbek heeft de meest imposante Romeinse ruïnes in deze regio. In Anjar liggen de overblijfselen van de 8e eeuwse stad van de Arabische dynastie der Omajjaden. Inclusief lunch en bezoek aan wijnproeverij in Ksara. | Hotel 35 Rooms, Beiroet |
| 3 april | Met de bus naar Byblos (WE3), 35 kilometer ten noorden van Beiroet. Het is een historische havenstad uit de tijd van de Phoeniciërs. | Hotel 35 Rooms, Beiroet |
| 4 april | Rustdag in Beiroet. | Hotel 35 Rooms, Beiroet |
| 5 april | Naar Sidon en Tyre (WE4), in het zuiden van Libanon. Tyre heeft o.a. een antiek Romeins hippodroom, een paardenrenbaan met ruimte voor tienduizenden bezoekers. | Hotel 35 Rooms, Beiroet |
| 6 april | Dagtour naar de Ceders en kloosters in de Qadisha-vallei (WE5). | Hotel 35 Rooms, Beiroet |
| 7 april | Beiteddine Paleis, een 19e eeuws buitenverblijf met mozaïeken, een uurtje buiten Beirut. Daar in de buurt ligt het Moussa-kasteel, een kasteel uit 2005 gebouwd door één man. En het plaatsje Deir al-Qamar met traditionele huizen en uitzicht over de bergen. | Hotel 35 Rooms, Beiroet |
| 8 april | Naar Tripoli, in het noorden van Libanon. Ze hebben daar meerdere originele souks, waaronder eentje helemaal gewijd aan zeep. | Hotel 35 Rooms, Beiroet |
| 9 april | Terugvlucht naar Nederland. Vertrek 7.55 uur. Vlucht AF0569 & AF1740 via Parijs. Aankomst op Schiphol: 14.05 uur. | Thuis |
Te voet door Beiroet
Beiroet is een opmerkelijke verschijning als je aan komt vliegen vanaf de Middellandse Zee. Het is een erg grote stad die alle ruimte bedekt tussen zee en bergen. En het staat vol hoogbouw: de ene torenflat na de andere. Sommige glimmend nieuw, andere triest beton. Zo vol met flats heb ik het zelden gezien. In Brazilië misschien. Er wonen ook maar liefst 2 miljoen mensen.
Op mijn eerste verkenningsronde loop ik naar de promenade, de Corniche. Deze ligt laag aan de waterkant, en je moet dus heel wat hoogteverschil overbruggen. De inwoners van Beiroet vermaken zich hier met rolschaatsen, badmintonnen, fietsen en joggen. Een ontspannen eerste kennismaking met de Libanese hoofdstad.
De volgende ochtend ga ik serieus aan de wandel. Het eerste doel van de dag is het Nationaal Museum. Dat ligt helemaal aan de andere kant van het centrum. Ik doe er bijna een uur over, maar dat geeft niet want je wandelt hier rustig en gemakkelijk. De straten zijn schoon, er zijn trottoirs en er is geen straathandel. Je moet alleen af en toe omlopen voor een barricade – om allerlei redenen zijn straten en delen daarvan afgesloten. Voor de grote banken mag je niet parkeren, op elke straathoek staat particuliere beveiliging en dan heb je nog posten van het leger zoals voor de Franse ambassade. Ze nemen geen enkel risico meer, zo lijkt het.
Het Nationaal Museum zit in een klassiek gerestaureerd gebouw uit de jaren 30. Aangrijpend is de korte film die er te zien is over hoe het museum de oorlog door is gekomen. Het gebouw was grotendeels kapotgeschoten, maar de grote objecten hadden ze in beton gegoten. Na de oorlog hakten ze het beton er weer af, en de standbeelden en sarcofagen kwamen weer tevoorschijn. Wat minder goed waren de kleine objecten eraan toe: die hadden in een vochtige kelder gelegen.
Het nieuwe museum is open sinds 1999. Het bestaat uit twee verdiepingen. Beneden staan de pareltjes uit Byblos, Baalbek en Tyre: de oude Phoenicische en Romeinse steden. De oudste standbeelden en sarcofagen zijn door Egyptische voorbeelden beïnvloed. Boven staan vitrines vol kleine beeldjes, van brons, steen, glas. Ook sieraden, en geïmporteerd Grieks keramiek. Net als beneden lijken de conservatoren zich te hebben beperkt tot de echte kwaliteitsstukken.
En natuurlijk moet ik daarna weer het hele eind teruglopen. Met een break in een restaurant voor lunch valt het allemaal wel mee.
Dan heb ik om half 4 nog een wandeltour gepland staan. Wekelijks geeft Ronny van Walk Beirut een rondleiding door zijn stad. Op het afgesproken tijdstip verzamelen zich niet minder dan 40 mensen bij het vertrekpunt. Ze komen uit alle windstreken, het zijn studenten, toeristen, Libanese Amerikanen.
Mijn twijfels over een tour doen met zo’n grote groep verdwijnen snel. Ronny blijkt een zeer geoefend spreker, en hij laat ons op trappen en hekjes zitten om ontspannen naar zijn verhalen te kunnen luisteren. De tour start bij de Nationale Bank van Libanon, een stop om het monetaire systeem uit te leggen (de Libanese pond is gekoppeld aan de dollar, 1 dollar is 1500 pond). En meteen ook maar het ingewikkelde politieke en sociale systeem dat de balans probeert te bewaren tussen de 18 religies die het land rijk is.
We lopen eerst door een stukje Beiroet waar nog traditionele huizen staan uit de Ottomaanse periode, aan het begin van de 20e eeuw. Goed voor een verhaal over huur en huisbezit. Verder oostwaarts komen we bij één van de meest pregnante overblijfselen uit de Libanese burgeroorlog: de Holiday Inn. Dit luxe hotel heeft maar een jaar als hotel dienst gedaan, daarna ging het vanaf 1975 als speelbal heen en weer tussen alle vechtende partijen. De kogelgaten zitten overal. Nu wordt het gebruikt als opslagplaats voor het Libanese leger, en streng bewaakt. Foto’s maken kan alleen van een afstandje.
In de straat voor het Holiday Inn is het erg druk met verkeer, wat leidt tot hilarische situaties als Ronny gewoon voor de hele groep zijn verhaal staat te doen. Sommige autobestuurders toeteren vrolijk, andere hangen uit het raam om de buitenlandse bezoekers te begroeten of gaan gewoon even stilstaan om mee te luisteren. In de eerste auto die stopt blijkt Ronny’s vader te zitten. En in een volgende een heel enthousiaste tante – in een peperdure cremekleurige terreinwagen overigens.
We lopen verder het centrum in, destijds bekend als de Green Zone. Veel heeft de oorlog niet overleefd. Hier wordt al 22 jaar flink gebouwd, en nog steeds zie je veel bouwplaatsen en hijskranen. Grote winkelcentra en luxe appartementencomplexen zijn al af. Het geld straalt er hier van af in de straten.
In deze buurt ligt ook de oude joodse wijk. Er wonen overigens geen joden meer in Beiroet, en alle huizen staan leeg. Alleen de synagoge wordt met wat buitenlands geld langzaamaan opgeknapt. Hier mag je ook niet fotograferen, en er is stricte bewaking.
Levendiger is het rond het autoloze plein Place de L’Etoile. Hier spelen kleine kinderen op straat en staat het vol met terrassen. We hebben een korte stop hier, en ik koop een ijsje.
De route eindigt in de buurt van het Martelaarsplein. Ronny heeft foto’s bij zich hoe bruisend het hier vroeger was. Nu is het een kale vlakte, waar eigenlijk alleen het nog half kapotgeschoten standbeeld van de martelaren uit de Ottomaanse en Franse periode overeind staat. Het is dé plek voor demonstraties, de laatste echt grote in 2006 pro en contra de Syrische invloed op Libanon. Gek genoeg is het nu in Libanon erg rustig terwijl de rest van de Arabische wereld het afgelopen jaar in opstand is gekomen. Maar Ronny verwacht dat het over een tijdje wel weer andersom zal zijn.
Na 3,5 uur eindigt deze enerverende wandeltour. Mijn hoofd zit vol feitjes en verhalen: over Romeinse opgravingen, de evangelisch Armeens-protestantse kerk (een Armeense religie die ze in Armenië zelf niet eens kennen) en al het andere waardoor Beiroet veel meer is dan wat je aan de oppervlakte ziet.
#446: Baalbek
Wat is het?
De ruïnes van Baalbek zijn de best bewaarde Romeinse overblijfselen in het Midden-Oosten. Van de 1e tot de 3e eeuw bouwden de Romeinen hier een groot tempelcomplex, gewijd aan de goden Venus, Jupiter en Bacchus. Ze plaatsten de tempels op dezelfde plek waar heiligdommen voor 3 Phoenicische vruchtbaarheidsgoden stonden. Zo wisten ze de lokale bevolking aan zich te binden.
Cijfer: 8 (De grote tempel van Bacchus is erg goed bewaard gebleven, de buitenkant lijkt wel helemaal intact. De andere twee tempels en de bijgebouwen zijn echt ruïnes. Met de besneeuwde toppen van Mount Lebanon op de achtergrond is het een fotogenieke plek. Als je je beseft waar je bent, hoe ver van Rome en hoe diep in het achterland van Libanon, is de schaal van het complex nog indrukwekkender. )
Toegang: Ik was er met een dagtour vanuit Beiroet, waarbij gids, entree en lunch waren inbegrepen. Geen idee van de entreeprijs dus. We waren met een groepje van 6, en verder zwierf er nog een Libanees gezin en een enkele buitenlandse bezoeker rond op het terrein. Geen bewaking, geen afzettingen. Alleen een kaartjesloket en twee souvenirkraampjes voor de deur.
Hoeveel tijd: We zijn er ongeveer 1,5 uur geweest. Als ik alleen was geweest, was ik misschien nog wat langer gebleven. Het complex is niet zo heel groot, de drie tempels zijn dicht tegen elkaar aan gebouwd.
Opvallend: Baalbek ligt diep in de Bekavallei – al weer zo’n besmette naam uit de Libanese oorlogsgeschiedenis. De Bekavallei is een vlakte tussen het Libanon-gebergte en de Anti-Libanon bergketen op de grens met Syrië. Je komt er door stevig bergopwaarts te rijden vanuit Beiroet. Er ligt nog een flinke hoeveelheid sneeuw langs de kant van de weg, vorige week is er nog wat gevallen.
De vallei zelf is hét landbouwgebied van Libanon: met volop fruit, groenten, wijngaarden en ook vee. Ze schijnen er ook hash en opium te verbouwen, maar daar heb ik al net zo weinig van gezien als van de sjiitische groepering Hezbollah die hier veel aanhangers heeft. Af en toe zie je een hoofd van een sjiitisch leider op een billboard langs de weg, maar je ziet veel meer reclameborden met allerlei westerse producten. Wel zag ik de schamele onderkomens van twee andere opmerkelijke groepen: kampen van Syrische bedoeïenen en een Palestijns vluchtelingenkamp in de stad Baalbek zelf. Ondanks de vruchtbare grond is de luxe van Beiroet hier erg ver weg.
#447: Anjar
Wat is het?
Anjar herbergt de ruïnes van de zomerresidentie van Kalief Walid I, van de Arabische dynastie der Omajjaden uit het begin van de 8e eeuw. De architectuur was sterk beïnvloed door Romeinse en Byzantijnse voorbeelden – de enige voorkennis die de lokale bouwers hadden. Er waren twee paleizen, een moskee, een hammam en honderden winkels in deze strategisch gelegen handelssstad met ca. 1000 inwoners. De stad werd rond 750 verlaten, en pas in 1949 weer opgegraven.
Cijfer: 7 (Na Baalbek lijkt Anjar op een minder goed geslaagd Romeins gebouwencomplex. Het dateert echter uit een veel latere tijd: die van de Omajjaden, de eerste islamitische heersers over deze regio. De Omajjaden kwamen vanuit Syrië, en waren daar onder andere verantwoordelijk voor de Grote Moskee van Damascus.)
Toegang: Ook hier zelf geen entree betaald. Het is een kleinschalig complex, er was nog een handvol andere toeristen. Net als in Baalbek kun je alles aanraken en overal opklimmen, er is geen bewaking. Aan de vele keutels op de grond te zien wordt het terrein ook gebruikt door lokale schaapherders om hun kudde uit te laten.
Hoeveel tijd: Drie kwartier is voldoende om een ronde over het terrein te maken. Er staat niet zo heel veel meer van overeind.
Opvallend: Anjar ligt net als Baalbek in de Bekavallei. Het huidige plaatsje wordt bewoond door zo’n 2500 Armeniërs, hiernaartoe gevlucht na de Turkse genocide in 1915. Voor mij niet zo gek dat ze hier neer zijn gestreken: de omgeving lijkt precies op Armenië – de rust, de eenvoudige landbouwgronden, de witbesneeuwde bergen op de achtergrond.
Anjar ligt op maar een paar kilometer afstand van de Syrische grens, en is de afgelopen decennia telkens weer binnen de kortste keren onder de voet gelopen door het Syrische leger. Onder mijn werelderfgoedcollega’s is het dus ook een weinig bezocht erfgoed. Zelfs anno 2012 waarschuwt het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken nog tegen het bezoek aan Anjar, hoewel ze niet goed lijken te kunnen kiezen tussen “onveilig gebied” en “extra voorzichtigheid geboden”. In de praktijk ligt Anjar gewoon op de toeristische route, en rijden er dagelijks tourbussen en taxi’s naar toe vanuit Beiroet.
#448: Byblos
Wat is het?
Byblos is één van de oudste continu bewoonde steden ter wereld – alleen Damascus en Jericho zijn ouder. De eerste mensen vestigden er zich in ca. 5000 voor Christus, en sindsdien heeft het onderdeel uitgemaakt van een reeks aan historische wereldrijken. Byblos was een belangrijke havenstad voor de Phoeniciërs, vanwaar ze handel dreven met Egypte. Daarna volgden de Assyriërs, de Perzen, de Grieken, de Romeinen, de moslims en de Kruisvaarders. Laag na laag is hier opgegraven. Van hieruit verspreidde zich ook het Phoenicische schrift, één van de eerste alfabetten ter wereld. Dit ontstond ca. 1200 voor Christus en legde de basis voor het Griekse schrift.
Cijfer: 7,5 (Uit de begintijd van Byblos is niet zoveel meer op locatie te zien: de grote schatten die hier zijn gevonden, zoals de sarcofaag van Ahiram met het eerste Phoenicische opschrift, staan tegenwoordig tentoongesteld in het Nationaal Museum in Beiroet. Toch is het nog steeds een verrassend sfeervolle plek. Dat komt zeker door de prachtige ligging pal aan de Middellandse Zee. Maar ook door het imposante kruisvaarderskasteel uit de 12e eeuw en het kleine Romeinse theater. Het huidige Byblos is een welvarend plaatsje met een toeristische souk en vele restaurants. Ze hebben er zelfs valet parking! )
Toegang: De entree tot het archeologisch complex van Byblos kost 8000 LBP (4 EUR) voor buitenlandse bezoekers. En die toeristen weten het zeker te vinden: er waren er deze dinsdag een stuk of 30. Daarbij ook enkele tourgroepjes. In één daarvan ontdekte ik twee van mijn medereizigers van gisteren: een Jordaanse en een Duitse die een paar dagen met hun echtgenoten mee naar Libanon zijn gekomen voor een landbouwcongres.
Hoeveel tijd: Ik heb er op mijn gemak anderhalf uur rondgewandeld. In alle uithoeken van het terrein is wel iets te zien, en er staan informatieborden met uitleg in het Engels.
Opvallend: Byblos ligt aan de kust, 35 kilometer ten noorden van Beiroet. De trip werd mijn eerste openbaar vervoer-ervaring in Libanon. De roodwitte stadsbus nummer 6 rijdt helemaal door naar Byblos, dat tegenwoordig trouwens Jbeil heet. Het is een gammele minibus die vertrekt van het Cola-“station” (eigenlijk gewoon langs de weg bij een viaduct). De ritprijs is 1 EUR, en daarvoor zit je zo’n anderhalf uur in de bus. Vooral Beiroet is bijna niet uit te komen, het is een rijen dikke permanente file. Daarna kom je door Jounieh, de casinostad van Libanon. En tenslotte rijd je langs de kust door kleine plaatsjes die ook maar zo in Kroatië of Zuid-Frankrijk hadden kunnen liggen.
#449: Tyrus
Wat is het?
Tyrus is net als Byblos een zeer oude en van oorsprong Phoenicische handelsplaats aan de kust. Het werd gesticht in 2750 voor Christus. Het best bewaard zijn ook hier de monumenten uit de Romeinse tijd, zoals een necropolis, een triomfboog en het grootste hippodroom (paardenrenbaan) ooit door de Romeinen gemaakt.
Cijfer: 7,5 (Ik vraag me soms wel af hoeveel Romeinse opgravingen ik nog langs moet in mijn missie om alle werelderfgoederen te zien. Ook landen als Tunesië, Libië en Algerije staan er vol mee. Dit is het 3e en laatste voornamelijk Romeinse werelderfgoed in Libanon. De belangrijkste monumenten hier zijn goed gerestaureerd en zeker een bezoek waard. Net als in Baalbek vallen vooral de grote afmetingen op: een enorme triomfboog en het langgerekte hippodroom. Een rondje over dat laatste bleek nog een hele wandeling in de brandende zon. Eén dappere lokale man jogde er zijn rondjes.)
Toegang: De archeologische opgravingen in Tyrus zijn verdeeld over twee locaties: Al-Mina en Al-Bass. Bij beiden moet je 6000 LBP (3 EUR) entree betalen. Al-Mina ligt in het centrum van het stadje en is het minder interessante deel van de twee. Ik was er de enige bezoeker. Heel anders dan bij Al-Bass, aan de rand van Tyrus maar nog steeds tussen de huizen en pal naast een Palestijns vluchtelingenkamp. Toen ik aan kwam lopen werden er net twee bussen vol met schoolkinderen uitgeladen. Ook liepen er nog wat andere verdwaalde toeristen op het uitgestrekte terrein.
Hoeveel tijd: Kwartiertje voor Al-Mina en zeker een uur voor Al-Bass. Ik reisde er naar toe met het openbaar vervoer vanuit Beiroet. Het is maar 80 kilometer, maar dat kost hier in Libanon met gemak 2 uur.
Opvallend: Na Anjar is dit het tweede Libanese werelderfgoed dat in “onveilig gebied” ligt. Tyrus ligt helemaal in het zuiden van Libanon, niet ver van de Israëlische grens. Zowel in de Libanese Oorlog in de jaren ’70 en ’80 als in de korte zomeroorlog met Israël in 2006 heeft de stad zwaar onder vuur gelegen. Nog steeds is hier het hoofdkwartier van UNIFIL gevestigd, en bewaakt deze internationale troepenmacht de streek. Toch is de sfeer er al net zo kalm als in de rest van het land. Op de heenweg had ik zelfs even de zwaarbewaakte grensposten over de Litani-rivier gemist. Hier staat het Libanese leger aan één kant opgesteld, en de witte tanks van UNIFIL aan de andere kant. Het gewone verkeer, zoals de regionale bus waar ik in zat, kan gewoon doorrijden. De meeste inwoners van Tyrus zijn sji’itisch, en er is ook een groot aantal Palestijnse vluchtelingen. Net als in de Bekavallei eerder in de week viel het vlagvertoon mij wel mee. Wel voor het eerst een meer dan levensgroot portret van Ayatollah Khomeini langs de kant van de weg gezien, en ook een medische kliniek die naar hem is vernoemd.
De Souk van Sidon
Libanon mag dan in het Midden-Oosten liggen, erg Arabisch ziet het er over het algemeen niet uit. Beiroet is modern en Europees, al in de Franse tijd (1920-1943) is het traditionele ervan afgegaan. Na de oorlog hebben ze het ook in Franse stijl herbouwd. De Souk, eens het kloppend hart van de stad, vervingen de Fransen door een Parijserig pleintje met klokkentoren.
De andere Libanese plaatsen waar ik geweest ben zijn nog het best te typeren als Grieks/Turks en rommelig. Alleen Tripoli en Sidon hebben nog een authentiek Arabisch stadscentrum. Mijn bezoek aan het werelderfgoed in Tyre combineer ik daarom met een tussenstop in Sidon. Het is de op twee na grootste stad van Libanon, en heeft zoals vele plaatsen langs de Libanese Middellandsezeekust een haventje, een kruisvaarderskasteel en restaurants met terrassen. Daarachter ligt het labyrinth van de Souk van Sidon.
Een echte Souk bestaat uit steegjes, waar je zo maar wat ronddwaalt zonder je druk te maken over wat je precies wilt zien of kopen. Het doolhof hier in Sidon is maar klein: voor je het weet sta je weer buiten op straat. Toch zijn er honderden winkels en wordt er goed zaken gedaan. Lokale bewoners doen hier echt nog hun inkopen. Er is veel kleding, hoofddoekjes in alle kleuren van de regenboog en vooral met veel glitter erop. En juweliers, ook vaste prik in Arabische winkelparadijzen.
Je kunt er ook terecht bij ambachtslieden. Het getimmer verraadt de straat waar de meubelmakers zitten. Er zijn schoenmakers, lassers, naaiers. Er is vers sinaasappelsap om de dorst te lessen, en kunstig gevlochten warme broodjes liggen af te koelen. Groente, fruit en vlees zie ik hier niet veel, of het moet in een deel zitten waar ik niet langs ben gelopen. Verse kruiden en zeepproducten des te meer. Erg spectaculair is het allemaal niet, maar leuk genoeg om een uurtje eens wat anders te zien dan te dure winkels of Romeinse opgravingen.
#450: Qadisha-vallei en de Ceders
Wat is het?
De ‘Qadisha-vallei en het Bos van de ceders van God’ is een cultuurlandschap in het noorden van het Libanongebergte. Al sinds de begintijd van het Christendom vestigden zich hier kloostergemeenschappen. De grotten in de vallei werden gebruikt voor meditatie en als schuilplaats. De belangrijkste kloosters hier zijn van de Maronieten, een vroege Syrische afsplitsing van de katholieke kerk. Op de bergrand boven de vallei ligt één van de laatst overgebleven Cederbossen van Libanon.
Cijfer: 7,5 (Dit is zo’n ander landschap dan ik tot nu toe gezien heb in Libanon. Groener, steile afgronden, imposante landbouwterrassen en ook heel veel sneeuw. En net als de hele week ook weer begeleid door stralend weer. Het mooiste van het gebied zijn de vergezichten en de rotsformaties, waarin je nog de holen kunt zien waar vroeger de monniken in afzondering in leefden.)
Toegang: Net als maandag naar Baalbek/Anjar was ik mee met een tour van Nakhal. De vallei ligt te afgelegen om er op één dag met openbaar vervoer naar toe te gaan en dan ook nog wat te kunnen zien. We waren met maar liefst 40 man in de bus!
Hoeveel tijd: De tour kostte weer een volle dag, van kwart voor 8 tot kwart over 6. Met een half uurtje ben je bij de ceders wel uitgekeken, en voor het klooster is een uur genoeg. Je bent veel tijd kwijt om er te komen, via smalle slingerwegen moet je tot op de bodem van de vallei.
Opvallend: Het ‘Cederbos’ is een zielig plukje met zo’n 375 overgebleven ceders. In het Choufgebergte, verder naar het zuiden, staan er nog wat meer, maar dan heb je het ook wel gehad met de bomen waaraan Libanon zijn nationale identiteit ophangt. In de oudheid was deze streek grotendeels bedekt met cederbossen. De bomen werden destijds door de Phoeniciërs gebruikt om hun schepen van te bouwen, en als exportproducten naar o.a. Egypte en Palestina.
Anno 2012 ligt het bos er vredig bij in de sneeuw, aan de rand van een wintersportplaats op ruim 2000 meter hoogte. Langs de kant van de weg staan souvenirstalletjes waar ze producten van hout verkopen (hopelijk niet van cederhout). Er staan toch wel zo’n 100 bezoekers naar de bomen te kijken, en kinderen spelen tussen de bomen in de diepe sneeuw.
Ottomaans Libanon
De tocht vandaag gaat naar het zuidwesten van Libanon, naar het Choufgebergte. De bergen zijn hier niet zo hoog als die waar ik gisteren was. Geen sneeuw dus ook. De tour staat in het teken van de Ottomaanse geschiedenis van Libanon. Van 1516 tot 1920 maakte wat nu Libanon is deel uit van dit grote rijk dat vanuit Turkije het grootste deel van Zuidoost Europa en het Midden-Oosten bestreek.
In deze streek wonen van oudsher ook veel Druzen. Nog wel bekend vanuit de Libanese oorlog, toen ze ondanks hun geringe aantal een sterk eigen leger op de been wisten te brengen onder leiding van de Jumblatt-familie. Het meest religieuze deel van hen (ze zijn een vroege afsplitsing van de sji’itische Islam maar horen nu nergens meer bij) draagt hier nog traditionele kleding. Dat wil zeggen: een zwarte wijde broek, zwart overhemd en witte kap voor de mannen, en een zwart gewaad en witte hoofddoek voor de vrouwen. In de dorpen onderweg zien we er een aantal, gewoon aan het werk als slager of automonteur. Wanneer we aankomen in Beiteddine stopt er net een hele bus met Druzische mannen, vrouwen en kinderen die net als wij het paleis gaan bezoeken.
Het Paleis van Beitedinne dateert uit de periode 1788-1812. Het werd gebouwd in opdracht van een lokale Emir in een mix van Arabische en Italiaanse stijlen. Nadat ze hem hadden verdreven, gebruikten de Ottomanen het als regeringsgebouw. Het is nog steeds in gebruik als zomerresidentie van de Libanese president.
En het is een echt paleis. Kamer na kamer. Het begint aan de rand met de ontvangstkamers voor gasten, en meer naar binnen toe zijn de ruimtes voor hoge gasten en privé-vertrekken. De plafonds en deuropeningen zijn met Arabische motieven versierd. Ik vond vooral de hammam, het privé-badhuis, erg mooi. De gasten zweetten hier in een luxe omgeving, met mozaïeken en marmer op de vloer. Doordat het plafond bestaat uit een koepel met ronde gaatjes, worden de badkamers verlicht door de zon.
De voormalige stallen van het Paleis zijn ingericht als museum voor Byzantijnse mozaïeken uit de 5e en 6e eeuw. Deze zijn over de hele kustregio van Libanon gevonden, vooral in het zuidelijke plaatsje Jiyyeh. De kunstwerken zijn op initiatief van Walid Jumblatt tijdens de Libanese oorlog naar hier verplaatst om ze te beschermen tegen schade of diefstal. Het zijn er tientallen en allemaal zo op het oog in perfecte staat.
We worden door de gids helaas wat snel door het paleis gejaagd. Het is heel groot en ik had hier nog wel wat langer willen rondkijken. Het is er ook behoorlijk druk, zowel met buitenlandse toeristen als lokale bezoekers. Dat komt waarschijnlijk doordat het maar 35 kilometer van Beiroet ligt. En het is zaterdag natuurlijk.
Voor ons groepje van 13 is het tijd geworden voor de gebruikelijke Libanese lunch. Die genieten we op een terras aan het centrale plein van het nabijgelegen plaatsje Deir el-Qamar. Het is zoals steeds een heel feestmaal, met schalen vol mezze (gerechtjes). De groep van vandaag is een heel bont gezelschap. De meeste mensen die in Libanon rondreizen hebben wel een verhaal. Veel komen uit de regio, werken in Dubai, Oman, Egypte of (zoals een Frans stel van Comoorse/Madagaskische komaf) Afghanistan.
In Deir el-Qamar woonden van de 16e tot de 18e eeuw de emirs die over Libanon heersten namens de Ottomanen. Het was destijds de hoofdstad van het land. Nog steeds is het een sfeervol en goed bewaard gebleven stadje. Je ziet er veel traditionele Ottomaanse stenen huizen met rode dakpannen.
Het centrale plein wordt gedomineerd door een moskee uit 1493 van eenvoudige schoonheid. Ook de omliggende gebouwen zijn het aankijken waard – het waren herbergen, regeringsgebouwen, een synagoge en een kerk. Wij gaan echter naar binnen in het ernaast gelegen paleis.
Het paleis blijkt in gebruik als wassenbeeldenmuseum! In verschillende kamers zijn de beelden van bekende individuen in groepen bij elkaar geplaatst. Er is een kamer met historische heersers over Libanon, een kamer met Libanese politici, een kamer met belangrijke religieuze leiders (met Paus Johannes Paulus II pontificaal in het midden), een kamer met Arabische vrienden (Mubarak staat hier nog fier overeind).
En de leukste zien we op het laatst: een kamer met beelden van 20e eeuwse politici. George Bush (de oude) staat hier zij aan zij met Hezbollah-leider Nasrallah.
Tripoli
Mijn laatste dagtocht van mijn tiendaags verblijf in Libanon gaat naar Tripoli, de tweede stad van het land. Er rijden de hele dag door frequent bussen naar toe vanuit Beiroet. Ze vertrekken van het enige echte busstation dat de hoofdstad rijk is: Charles Helou. Ik kan daar zelfs nog met een gereedstaande bus mee naar Damascus in Syrië, maar dat laat ik maar aan me voorbijgaan. Bij een loket koop ik voor 1,75 EUR een kaartje voor de rit van 80 kilometer naar Tripoli.
Het is een expresbus – hij rijdt vlot door over de snelweg en in ruim een uur sta ik al in het centrum. Ik loop dan verder naar de Citadel van Raymond van St. Gilles.
Het is maar goed dat de kaartjesverkoper op de uitkijk staat en me naar boven roept. Deze grote citadel uit de tijd van de kruisvaarders ziet eruit alsof hij door het Libanese leger in bezit is genomen. Tripoli ligt niet ver van de Syrische grens, in de regio van de opstandelingenhoofdstad Homs. De Libanezen vinden dit oude kasteel dat boven de stad uittorent blijkbaar nog steeds strategisch handig: er staat een rij tanks voor de deur, en ook binnen hebben militairen hun intrek genomen in verschillende ruimtes.
Maar het is ook nog gewoon open voor toeristen. Ik betaal 4 EUR entree en loop als enige bezoeker wat door en over de resten van dit stevige complex. De uitzichten over de stad zijn het beste hier: het centrum is erg dichtbebouwd, en van boven zie je dingen die op de grond maar moeilijk te vinden zijn. Af en toe kom ik om een hoek een Libanese militair tegen, die mijn ‘Bonjour’ vriendelijk beantwoordt.
Op weg naar de uitgang ontmoet ik zowaar nog een paar Italiaanse toeristen met een gids. Ze staan voor een met merkwaardige koppen versierde graftombe. Ik was hier net zomaar voorbij gelopen. Als ik de Italiaanse gids goed versta is het een tombe uit de Romeinse tijd.
Wat Tripoli anders maakt dan andere steden in Libanon is dat het grotendeels islamitisch is. Het beleefde zijn glorietijd in de 14e eeuw, als belangrijke stad van het rijk dat de Mamelukken vanuit Caïro opbouwden. Verspreid over het centrum liggen moskeeën, medrassa’s en hammams die hun oorsprong kennen in die periode.
Het valt echter niet mee om de Mamelukse monumenten te vinden die ik op mijn kaartje heb aangekruist. De straten zijn smal en vol met stalletjes en winkelende mensen. Er is hier veel verse groente en vis te koop, anders dan in de souk van Sidon waar ik eerder deze week was.
Bij toeval sta ik opeens voor de deur van de Hammam al-Jadid. Te herkennen aan de voor de Mamelukse architectuur kenmerkende afwisselend zwarte en witte rijen stenen rond de ingang – alhoewel in mijn reisgids staat dat het uit de (iets latere) Ottomaanse periode stamt. Nou ja, die hebben dat motiefje (ablaq) gewoon overgenomen. Een man die voor de deur rondhangt vraagt of ik binnen wil kijken. Het blijkt erg ruim van binnen, met zoals gebruikelijk verschillende ruimtes voor verschillende soorten baden. De vloeren zijn van marmer, en bedekt met geometrische motieven. Tot de jaren ’70 was dit nog in algemeen gebruik als badhuis.
Ik loop nog wat verder door de straatjes, vang af en toe in een zijstraat een glimp op van een of andere moskee, maar ik kan me niet goed oriënteren. Na 2,5 uur geef ik mijn zoektocht naar de Grote Moskee en de Zeep Souk dus maar op, en pak de bus terug naar Beiroet.
Terugblik Libanon
Ik wilde al heel lang naar Libanon, en terugkijkend kan ik zeggen dat het me vanaf het eerste begin uitstekend is bevallen. Het is een erg ontspannen land waar je op je gemak dingen kunt gaan bekijken en deel kunt nemen aan het dagelijks leven. Hoogtepunten waren voor mij: het Nationaal Museum, het Beiteddine Paleis, de Qadisha-vallei en Baalbek. En niet te vergeten het fantastische Libanese eten!
April bleek ook een uitstekend jaargetijde: het was er elke dag zo’n 22 tot 25 graden. En altijd zon. Doordat mijn bezoek rond Pasen viel waren er denk ik wat meer buitenlandse toeristen op de been dan normaal. Toch heb je de belangrijkste bezienswaardigheden nagenoeg voor jezelf. Zelfs bij een internationaal bekende plek als de Romeinse tempels van Baalbek waren er met mij maar een handvol anderen op het terrein.
Voorbereiding
Voor Libanon is geen visum nodig, en ook geld pinnen kan op iedere hoek van de straat. Ze accepteren overal zowel US Dollars als Libanese ponden. De koers van het Libanese pond is gekoppeld aan die van de dollar, op basis van 1500 pond voor 1 dollar. Er zijn volop moderne westerse winkels, dus als je wat vergeten mocht zijn kun je dat vooral in Beiroet makkelijk aanschaffen.
Het enige echte aandachtspunt voor Libanon is de actuele veiligheidssituatie. De VS adviseren hun burgers expliciet tegen het reizen naar Libanon. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken is net als het Engelse wat gematigder in haar advies, maar had tot begin april 2012 nog steeds Baalbek op haar lijst met “onveilige gebieden” staan. Om maar niet te spreken over Anjar en Tyrus (“alles ten zuiden van de Litani-rivier”).
Naar mijn mening zijn deze adviezen veel te negatief, alhoewel ik me wel goed kan voorstellen dat de sfeer in Libanon snel kan omslaan. Ik ben een paar weken voor vertrek het nieuws in de Daily Star gaan volgen, de Engelstalige krant van Libanon. Je ziet dan al snel dat de Libanezen zich bezig houden met hele dagelijkse dingen: met sport, met verkeersongelukken, met buitenlands nieuws. Niets anders dan wat je in Nederlandse kranten leest.
Zoals uit het reisverslag blijkt ben ik zonder kleerscheuren in alle hoeken van het land geweest, soms met openbaar vervoer en soms met een georganiseerde tour. De veiligheidssituatie was bij elke tourlunch weer onderwerp van gesprek, en je merkt ook dat iedereen weer een ander verhaal heeft van wat “onveilig” is. De één mijdt de Bekaavallei, de ander zou echt niet naar het zuiden gaan en weer een ander zegt dat Tripoli momenteel het onveiligst is. Ik heb me op alle plaatsen volledig op mijn gemak gevoeld, de sfeer is erg ontspannen, mensen laten je met rust maar zijn vriendelijk als je hen wat vraagt. In Beiroet en op de snelwegen zijn nog heel veel checkpoints van het Libanese leger, maar ik ben nooit door hen gecontroleerd.
Vervoer
Libanon is maar een klein land, even groot als Wales en kleiner dan België. Vervoer is makkelijk te regelen en de afstanden zijn nooit lang. Helaas zijn er vooral in en om Beiroet veel files, het is een erg dichtbevolkt gebied. Ook zijn de wegen door de bergen niet in erg goede staat, vooral de pas naar de Bekaavallei niet. Daarom ben je voor 80 kilometer toch al snel 1,5 tot 2 uur onderweg.
Openbaar Vervoer
Naar steden zoals Byblos, Sidon en Tripoli rijden de hele dag door bussen vanuit Beiroet. Ze vertrekken van één van de busstations, Charles Helou of Cola. Het Cola-station is een grote kruising onder een viaduct, waar taxi’s, minibusjes en bussen hun klanten oppikken. Charles Helou is wat meer een echt busstation, met loketten die buskaartjes verkopen. Dienstregelingen zijn er volgens mij bij beide niet, maar ik heb nooit lang hoeven te wachten. De ritprijzen zijn ook erg laag: 1500 LBP (0,75 EUR) naar Byblos, 3500 LBP (1,75 EUR) naar Tripoli.
Tours
Ik ben normaliter geen fan van georganiseerde tours, maar Nakhal uit Beiroet maakt het je wel erg gemakkelijk. Het is de bekendste organisator van dagelijkse tours naar verschillende delen van Libanon. Er is dagelijks gegarandeerd vertrek, en ze runnen een efficïent bedrijf met goed samengestelde tours inclusief prima lunches. Ze halen en brengen je van en naar je hotel. De groepen waar ik mee mee was varieerden in grootte van 6 tot 40 man.
Overnachtingen
Ik koos ervoor om Libanon te bereizen vanuit één standplaats: de hoofdstad Beiroet. Die ligt centraal in het land, alles is in anderhalf uur te bereiken. Ik verbleef dus ook maar in één hotel: 35 rooms.
Hotel 35 Rooms is een modern en fris hotel in Hamra. Het ligt om de hoek van Hamra Street, de grote winkelstraat van West-Beiroet. Daar zijn ook volop restaurants en café’s waar je ’s avonds makkelijk nog even heen loopt.
Er is gratis draadloos internet op de kamers, satelliet TV (met vooral Franstalige zenders), een ruime badkamer met douche, een minibar met dagelijks gratis een flesje water, twee lekkere bedden, een ruime kast.
’s Ochtends van 7 tot half 11 is er beneden een ontbijtbuffet. Het lijkt op het eerste gezicht niet heel uitgebreid, maar er is volop variatie in brood, yoghurt, fruit, salade, beleg. Je kunt ook je eigen pannenkoek bakken.
Prijs: 75 EUR per nacht inclusief ontbijt
Eten
Het Libanese eten is één van de hoogtepunten van het land. Er zijn ook veel restaurants, de terrassen zitten vol met Libanese families die zich te goed doen aan uitgebreide feestmalen. In Beiroet vind je ook een heel scala aan internationale restaurants, vooral Japans is populair.
Ontbijt
In het hotel stond er dagelijks een internationaal ontbijtbuffet voor de gasten klaar. Enige Libanese elementen waren de schapenkaas en de gekruide broodjes.
Lunch
De meest uitgebreide maaltijd van de dag, een reeks aan mezze trekt voorbij. Vooral als je met een groep luncht: dan kun je van alles wat proeven. Er zijn koude en warme mezze, en je krijgt er ook nog een variatie aan gegrild vlees bij. Als ik alleen at, bestelde ik meestal 3 gerechten. Favorieten: de auberginedip (baba ganoush), de fattoush-salade (maak ik thuis zelf ook wel eens) en de spinazieflapjes. Opmerkelijk ook hier: je krijgt het (dunne) brood dat je bij de maaltijd eet altijd verpakt in plastic zakjes.
Diner
Na het uitgebreide middageten hield ik het ’s avonds maar bij een cappuccino en een broodje. Binnen een straal van 100 meter van mijn hotel lagen 4 koffietenten: Starbucks, Costa Coffee, Gloria Jean’s en The Coffee Bean. Ik heb ze alle vier geprobeerd, maar het beste zat ik bij The Coffee Bean: het meest ruime café, de beste cappuccino en veel soorten verse broodjes.
Kosten
Het gemiddelde dagbudget is uitgekomen op 117 EUR. Dat is vrij duur: vooral het hotel (75 EUR) en de 4 georganiseerde tours zijn daar debet aan. Voor een maaltijd betaalde ik zo’n 10 tot 12 EUR per keer, en een cappuccino kost ook al snel 3 EUR. Beiden dan wel in de betere restaurants, en in Beiroet is het duurder dan elders. Echt goedkoop is alleen het openbaar vervoer.
























Leave a comment