- Route & Programma
- #439: Oud Havana en zijn forten
- #440: Vallei van Viñales
- #441: Cienfuegos
- #442: Trinidad
- #443: Camagüey
- Socialisme en sigaren in Santa Clara
- Tussen de Cubanen in Matanzas
- Cuba Terugblik
Route & Programma
Ik zit er al helemaal klaar voor, voor mijn reisje naar Cuba vanaf volgende week zaterdag. De wandelschoenen zijn onder de douche geweest, de zomerkleren liggen klaar, reistips van internet zijn doorgeakkerd en omgevormd tot een globale reisroute. De reis begint en eindigt in Havana (G), en gaat tussendoor naar B (Vinales), C (Cienfuegos), D (Trinidad), E (Camaguey) en F (Santa Clara). Omdat de internetverbindingen er zeer matig schijnen te zijn, laat ik dit keer de laptop thuis. Foto’s en verslag volgen dus pas na terugkeer.
Ik heb alleen de vlucht en het eerste casa particular in Havana geboekt. Vandaar trek ik verder per openbaar vervoer door het westen en midden van het eiland. Ik hoop 5 nieuwe werelderfgoederen te zien, te genieten van de zon en het buiten zijn, en het typische én het onverwachte van Cuba te leren kennen. Het “programma” zou er ongeveer zo uit kunnen zien:
| Datum | Programma | Verblijf |
| 7 januari | Vlucht KL0723 Amsterdam – Havana, vertrek om 13.25 uur. Het is ongeveer 10 uur vliegen.Aankomst op het vliegveld van Havana om 18.10 uur (locale tijd).Geld wisselen, en dan met de taxi naar mijn geboekte casa. | Casa Tamara, Havana |
| 8 januari | Bezoek aan de oude binnenstad van Havana, Habana Vieja en de oude forten (werelderfgoed #1). | Casa Tamara, Havana |
| 9 januari | Nog een dag in Havana. Bijvoorbeeld naar de kunstacademie Cubanacán, voorbeeld van hedendaagse Cubaanse architectuur (mogelijk nieuw werelderfgoed). | Casa Tamara, Havana |
| 10 januari | Viazul bus Havana – Vinales, 9.00 – 12.50 uur.’s Middags in het dorpje (7000 inwoners) rondkijken, of wat “attracties” in de buurt. | Vinales |
| 11 januari | Fietstocht door de Vinales Vallei (werelderfgoed #2). Een karstlandschap met vreemd gevormde heuvels en tabaksplantages. | Vinales |
| 12 januari | Transtur bus Vinales – Cienfuegos, 8.00 – 15.00 uur. | Cienfuegos |
| 13 januari | Bezoek aan de oude binnenstad van Cienfuegos (werelderfgoed #3). Het is een 19e eeuwse havenstad, gebouwd door Franse kolonisten. | Cienfuegos |
| 14 januari | Tour naar het Zapata-moeras. Een mogelijk nieuw werelderfgoed, en het meest ongerepte natuurgebied van Cuba. | Cienfuegos |
| 15 januari | Viazul bus Cienfuegos – Trinidad, 12.35 – 14.10 uur.Bezoek aan het historische centrum van Trinidad (werelderfgoed #4), de best bewaard gebleven koloniale stad van Cuba. | Trinidad |
| 16 januari | Naar de ‘Vallei van de Suikermolens’, 12 kilometer buiten Trinidad. Overblijfselen van 19e eeuwse suikerplantages. Met stoomtreintje heen (als-ie rijdt), anders met taxi. | Trinidad |
| 17 januari | Naar het park ‘Topes de Collantes’. | Trinidad |
| 18 januari | Viazul bus Trinidad – Camagüey, 8.00 – 13.15 uur. | Camagüey |
| 19 januari | Bezoek aan historische centrum van Camagüey (werelderfgoed #5). De ‘stad der kerken’, met nauwe, bochtige straatjes en grote aardewerken waterkruiken. | Camagüey |
| 20 januari | Viazul bus Camagüey – Santa Clara, 12.30 – 17.45 uur. | Santa Clara |
| 21 januari | In de ochtend naar het mausoleum van Che Guevara, en andere communistische monumenten.Met taxi van Santa Clara naar het vliegveld van Havana (3 uur).Vlucht om 20.10 uur terug naar Nederland, met KL0724. | Vliegtuig |
| 22 januari | Aankomst op Schiphol om 11.10 uur. | Thuis |
#439: Oud Havana en zijn forten
Wat is het?
Havana was een historisch belangrijke Spaans-koloniale stad. Het was één van de eerste steden in de Nieuwe Wereld, gesticht in 1519 aan de baai van Havana. Hier legde de Spaanse handelsvloot aan, onderweg van Spanje naar Spaans-Amerika. Ze bouwden er door de eeuwen heen niet minder dan 18 forten – die zijn de kern van dit werelderfgoed, tezamen met de oude binnenstad Habana Vieja.
Cijfer: 7,5 (De paar straten in het oude centrum zijn naar mijn smaak een beetje té gerestaureerd, het is er heel toeristisch en al het normale leven is er daar wel uit. Het gemiddelde wordt omhoog getrokken door de twee formidabele forten aan de overkant van het water, Morro en Cabana. Daar kun je heerlijk rondlopen, je hebt er mooie vergezichten over de stad en er zijn kleine historische tentoonstellingen.)
Toegang: Voor de forten betaalde ik 6 CUC elk (dat is 4,90 EUR)
Hoeveel tijd: Twee dagen om het hele stadscentrum af te sjouwen. Ondanks dat er ruim 2 miljoen mensen wonen, is het toch allemaal wel te voet te doen.
Opvallend: Ik overnachtte in een casa particular een half uur buiten het centrum, in de woonwijk Vedado. Dat was eigenlijk wel een zegen, want al lopende naar het wat al te toeristische centrum kom je meteen in aanraking met het gewone Cubaanse leven. Pizza-punten zijn het helemaal als Cubaanse snack, het ene na het andere “loket” verkoopt ze en je ziet mensen er ook veel mee in de hand op straat lopen. Hamburgertenten zijn er ook volop, net als ijscostalletjes. De Cubanen snacken wat af. Het is een stuk moeilijker om iets gezonders te eten te vinden, het is een raadsel waar mensen vlees en groenten vandaan halen. Nou ja, groenten eten ze gewoon niet, alleen rijst/aardappelen/bonen/gebakken banaan. Voor het dagelijkse brood staan ze in de rij – dat is met het bonnenboekje te krijgen. Verder is de sfeer op straat loom, zijn veel gebouwen vervallen maar lijkt het allemaal toch wel aardig te functioneren.
#440: Vallei van Viñales
Wat is het?
De Vallei van Viñales is een cultuurlandschap waar traditionele landbouw wordt bedreven. Het gaat dan vooral om tabak, wat ze hier sinds 1860 verbouwen. Het is dan ook een zeer vruchtbare vlakte met een microklimaat, waar tot 900 meter hoge heuvels (de mogotes) het gezicht bepalen. In deze karstbergen zijn grotten die door weggelopen slaven en Indianen werden bewoond.
Cijfer: 8 (Een heel sfeervol gebied, achteraf gezien ook het mooiste van Cuba. Het is ook zeker interessant om bij een tabakboer te gaan kijken, je ziet hoe arbeidsintensief het allemaal is en hoe weinig goede tabaksblaadjes er uiteindelijk over blijven. Het karstlandschap is zeker niet het grootste of indrukwekkendste ter wereld (daarvoor komen Guilin/Yangshuo in China en Halong Bay in Vietnam meer in aanmerking), maar het toch is het telkens weer een prachtig uitzicht op de “molshopen”.)
Toegang: Viñales ligt helemaal in het westen van Cuba, een eind van de route langs de andere bezienswaardigheden van het land. Op loopafstand van het dorpje kun je de grote tabaksschuren en de mogotes al (gratis) zien. Met allerlei wandel- en fietsexcursies kun je verder de vallei in, de magere attracties daar vragen elk een paar CUC aan entree.
Hoeveel tijd: Twee dagen minstens.
Opvallend: Het plaatsje Viñales, zo’n 7000 inwoners sterk, heeft helemaal voor het toerisme gekozen. Wat dat betreft is het wel een mooie parallel met Yangshuo en Halong Bay, waar het al niet anders is. 80% van de huizen zijn in gebruik als casas particulares, waar één of twee kamers aan buitenlandse toeristen wordt verhuurd. Ouderen zitten op hun veranda drankjes aan passanten te verkopen. De hoofdstraat en het centrale plein zijn een aaneenschakeling van restaurants, bars en souvenirwinkels. Toeristenbussen rijden af en aan, ook voor dagtrips uit Havana en wellicht zelfs de badplaats Varadero. Deze hoofdstraat deed me erg denken aan een plaatsje waar ik lang geleden eens ben geweest, maar ik weet niet meer waar (Mexico? Guatemala? misschien zelfs Santa Fe in New Mexico?). De lange rij van bont gekleurde bungalowtjes, met elke een veranda met daarop ook altijd twee schommelstoelen, is in elk geval een vrolijk en ontspannen gezicht.
#441: Cienfuegos
Wat is het?
Cienfuegos is een goed geconserveerde, homogene stad uit de 19e eeuw. Het heeft Franse roots: kolonisten uit Franstalige gebieden van Amerika en Canada en uit Frankrijk zelf werden hiernaartoe gelokt door de Spaanse heersers uit vrees voor “Haïtiaanse toestanden”. Op het centrale plein José Marti staan een muziekpaviljoen, een triomfboog en standbeelden. Daaromheen liggen monumentale neoklassieke gebouwen zoals de kathedraal, het stadhuis en het theater.
Cijfer: 7 (De meest welvarende stad van Cuba, zo lijkt het althans. Hét niet te missen monument hier is het Teatro Tomas Terry: dit theater werd geopend in 1885, en trok de grote operasterren uit de hele wereld aan. Het interieur is nog helemaal in originele staat, met houten klapstoelen en Art Nouveau-achtige lampen, ramen en deuren)
Toegang: De bezienswaardigheden rond het plein vragen elk 3 CUC (2,50 EUR) entree. Dat is inclusief 1 of 2 CUC om binnen foto’s te mogen maken.
Hoeveel tijd: Halve dag.
Opvallend: Ik overnachtte in Cienfuegos op Punta Gorda, een schiereiland dat als een scherpe punt de baai van Cienfuegos in steekt. Dit is meer Miami dan Cuba: brede wegen, ruime huizen, zeezicht aan beide kanten, privé-strandjes. Ook is er een jachthaven waar plezierjachten van wereldreizigers aanmeren, met daarbij zelfs een heuse Club waar slippers, korte broeken en te blote bovenkleding verboden zijn. Toen ik er een avond zat te eten kwam er overigens een landgenoot met ontbloot bovenlichaam enthousiast de eetzaal binnen op zoek naar de kok. Hij had een heel grote vis gevangen en wilde de kok van het restaurant vragen die voor hem te bereiden. De Cubanen keken er een beetje raar van op, maar de wil van de buitenlandse toerist wordt hier niet snel tegengesproken.
#442: Trinidad
Wat is het?
Trinidad en de Vallei der Suikermolens representeren de Cubaanse suikerhandel die bloeide in de 18e en 19e eeuw. In Trinidad zijn de lage gekleurde huizen van steen en straten met kinderkopjes in goede staat bewaard gebleven. In de nabijgelegen 12 kilometer lange vallei lagen de suikerplantages, waar grote hoeveelheden slaven te werk werden gesteld.
Cijfer: 7 (Samen met Havana en Vinales is dit de meest bezochte toeristische trekpleister van Cuba. De gekleurde huisjes en de gele klokkentoren zijn inderdaad schilderachtig. Net als met het meeste in Cuba ben je er echter wel snel uitgekeken, echt grote bezienswaardigheden zijn er niet. Het was voor mij ook een teleurstelling dat er van de suikerplantages eigenlijk al helemaal niets meer over is.)
Toegang: Het meeste zie je al door alleen maar door de straten te lopen. De tour naar de Vallei der Suikermolens kostte 10 CUC (8,5 EUR).
Hoeveel tijd: Eén à twee dagen. Bij Trinidad ligt ook nog Playa Ancon, een lekker zandstrand waar je je ook nog wel een halve dag kunt vermaken.
Opvallend: Op zondagochtend meldde ik me bij het stationnetje van Trinidad voor een rit met de stoomtrein door de Vallei der Suikermolens. Een trein vol toeristen natuurlijk weer, maar de flink stoom blazende oude locomotief maakte veel goed. We reden met een slakkengangetje de velden in. Ik verwachtte allemaal lichtgroen suikerriet, maar zag vooral bananen, palmbomen en mij onbekende struiken met gedroogde bruine besjes. Van de plantagegebouwen is ook niet veel meer te zien, op één hoge uitzondering na: de toren van Iznaga. Vanaf de top werden de slaven in de gaten gehouden. Voor 1 CUC mag je nu helemaal naar boven klimmen om met eigen ogen te zien dat je daar inderdaad een ver uitzicht hebt over 360 graden. De huidige bewoners van het dorp hadden zich inmiddels ook in stelling gebracht, en boden zelfgeborduurde (tafel)kleden aan.
Na Iznaga reden we nog verder naar een restaurant verderop in de vallei. Er was ondertussen een groep Cubanen (in Amerika wonende?) ingestapt. Eén man had een leren jack aan met heel groot daarop de Amerikaanse vlag en het woord “USA”. “Vast de locale CIA-agent,” aldus mijn Canadese buurman in de trein. De rest van dat gezelschap zag er al niet veel beter uit, zoals een jongen van een jaar of 18 geheel in het zwart gekleed, met cowboyhoed en een gouden tand. Zij kwamen duidelijk voor de geneugten van het restaurant en de daar aanwezige drank. Op de aangekondigde vertrektijd waren ze dus ook niet meer naar de trein te lokken door het personeel, dat het desondanks bleef proberen. De braaf in de trein zittende toeristen hadden al lang het voorstel gedaan zonder hen weg te rijden. Al met al liepen we een uur vertraging op. De stemming onder de reizigers werd er even later niet beter op toen bleek dat het stel er bij de eerste halte al weer uit ging: dat eindje hadden ze met hun dronken kop ook wel kunnen lopen.
#443: Camagüey
Wat is het?
Het historisch centrum van Camagüey dateert voornamelijk uit de 18e eeuw, toen de stad zijn bloeiperiode beleefde dankzij de suikerindustrie. Het is nu de op twee na grootste stad van Cuba. In plaats van het gebruikelijke Spaanse schaakbordpatroon bestaat Camagüey’s stadsplattegrond uit cirkels rond twee assen. De straten zijn nauw en bochtig. Er zijn 7 grote en 13 kleinere pleinen.
Cijfer: 6 (Het is eigenlijk best een leuke plaats. Ze hebben er terrasjes en een heuse winkelstraat. Het Plaza San Juan de Dios is een pleintje dat het bezoeken waard is, en daar in de buurt staan ook heel bonte neoklassieke gebouwen, fel roze en oranje en zo. Maar een werelderfgoed?)
Toegang: Er is weinig waar je naar binnen kunt. Camagüey is Cuba’s Stad der Kerken, maar die bleken op één na allemaal gesloten.
Hoeveel tijd: Halve dag. Camagüey ligt iets ten oosten van het centrum van Cuba, en dus iets van het gebruikelijke circuit Havana-Vinales-Trinidad af. Dat betekent dus een paar uur in de bus heen en terug, en minstens één overnachting in deze stad. Het busstation is alleen een tussenstop voor bussen tussen Santiago de Cuba en Havana, dus ze weten vooraf niet of er plaats is.
Opvallend: Camagüey heeft als een van de weinige Cubaanse steden een grote markt. In de andere steden zie je vaak dat groenten vanaf een kar op straat worden verkocht. Soms gaan er ook verkopers langs de deuren met brood of kaas. De markt van Camagüey ligt een eindje buiten het centrum, aan de andere kant van de overigens behoorlijk met afval vervuilde rivier. Het aanbod begint al voordat je er echt bent: daar staan mensen plastic zakjes te verkopen, enkele schuursponsjes, doosjes lucifers. Op het terrein zelf staan houten kiosken, waar ze tassen verkopen maar waar ook een reparateur van elektrische apparaten zit. Vlees is er ook, grote stukken, ongekoeld. Er is een deel van de markt waar ze plantjes verkopen om bij jezelf thuis kruiden en groenten te kunnen kweken (veel Cubaanse huizen hebben een soort binnentuin). Midden op het terrein, in een ijzeren kooi, is zelfs een openluchtkapper. En natuurlijk heel veel groente en fruit – ladingen tomaten, uien en knoflook. Maar wat je zelden in restaurants tegenkomt zie je hier toch ook wel liggen: wortels, radijs, kool.
Socialisme en sigaren in Santa Clara
Ik kom ’s avonds tegen zessen met de bus aan in Santa Clara. Vanuit Camagüey was er al weer een nieuwe Casa-eigenaar op mijn spoor gezet. Dus stond er ook nu een taxichauffeur met mijn naam op een bordje bij de uitgang te wachten. Ik wordt afgezet bij een statig oud huis in het centrum. Het blijkt van Nelson Ramos te zijn, een oudere man. Het is de broer van de Casa-eigenaar waar ik het adres van had, maar die zat blijkbaar vol. Ik kan meteen bij een jong Engels stel aan de salontafel aanschuiven voor de formaliteiten. De Casa’s houden zich altijd strak aan de administratie, er is een groot blauw boek waar de paspoortgegevens ingevuld moeten worden en waar je je handtekening in moet zetten.
Nelson kletst aardig in het Engels. Omdat het al laat op de dag is, maak ik het me makkelijk en blijf net als de Engelsen ook bij hem eten. We kunnen kiezen uit de standaarddingen kip/vis/garnalen/kreeft. We gaan allemaal voor de kip. Twee uur later staan 3 halve kippen op tafel, plus bijgerechten als gebakken zoete aardappel en avocado uit eigen tuin. Het wordt een gezellige maaltijd samen met de Engelsen. Ze trekken ook op de bonnefooi door Cuba, maar zijn heel slecht in plannen. Het is ze dus ook nog geen enkele keer gelukt een bus te nemen – die moet je meestal wel 2 dagen vantevoren reserveren.
De volgende ochtend haalt broer Luis me op, en brengt me naar zijn huis voor de tweede nacht. Dat ligt in de hoofdstraat Calle Colón, handig om meteen wat praktische dingen te regelen. Bij het reisburo Cubanacan word ik heel vriendelijk ontvangen. Het meisje achter de balie is helemaal blij dat iemand uit Nederland zo goed Spaans kan. Ze helpt me snel aan een buskaartje van Viazul voor morgen, én aan een entreebewijs voor de tabaksfabriek van Santa Clara die ik later vandaag wil bezoeken.
Met alles geregeld ga ik op zoek naar de revolutionaire monumenten waar Santa Clara bekend om staat. Ik vind het een prettige, levendige stad. Het is ook een studentenstad: hier staat de op 1 na grootste universiteit van het land. Net als elders is er ook hier weer een groot centraal plein met belangrijke gebouwen eromheen, en veel bankjes om op uit te rusten. In de straten rijden koetsjes als openbaar vervoer voor de korte afstanden.
Maar ik ga weer lopen. Eerst maar eens naar de muurschilderingen. Het is een lange muur waarop cartoonisten anti-Amerikaanse prenten hebben geschilderd. Tot nu toe de enige plek in Cuba waar ik het anti-Amerikanisme heel sterk gezien heb, alhoewel je in Havana ook zoiets schijnt te hebben (er zijn ook wat cartoons over G.W. Bush in het Nationaal Museum). Deze hier in Santa Clara gaan vooral over Amerika als agressor in de wereld, niet specifiek over de relatie met Cuba. Boeiend om dat zo maar ergens midden in een straat te zien.
Niet ver daarvandaan ligt het mausoleum van Che Guevara. Zijn resten zijn nog niet zo heel lang geleden van Bolivia naar hier overgebracht, in 1997. Er is nu iets buiten het centrum van Santa Clara een enorm mausoleum voor gebouwd. Op het dak staat een metershoog standbeeld van de man, en er zijn reliefs over de socialistische strijd. Er voor ligt een mooi immens kaal communistisch plein.
Onder het dak liggen de overblijfselen van Che en 16 andere omgekomen strijders begraven. Je mag er gratis naar binnen, maar dan wel zonder camera. Die kun je in bewaring geven bij een garderobe. En dan is het een kwestie van in de rij staan voordat je aan de beurt bent om naar binnen te gaan. Net als bij Ho Chi Minh in Vietnam, waar ik een jaartje geleden was. Het duurt nog best lang want het is het eind van de ochtend en er zijn veel mensen die naar binnen willen. In tegenstelling tot bij Ho zijn het hier alleen toeristen, ik zie er geen Cubaan tussen staan.
Bovenaan de trap wordt ieders nationaliteit gevraagd. Ik blijk al de zevende Nederlander van de dag te zijn. De mevrouw heeft een voorgedrukte lijst met alle landen van de wereld waarop ze streepjes zet. Ze wordt helemaal blij als er na mij zich twee Oostenrijkers bekend maken. Die had ze nog niet.
We schuifelen in een groepje van 15 het mausoleum binnen. De 17 kisten zijn in de muren gemetseld, je ziet dus alleen de smalle kant. De kist van Che is niet anders dan die van de anderen. Alleen staat er een spotje op dat de vorm van een vijfvormige ster (zoals in de vlag van Cuba) uitlicht. De andere helft van het ondergrondse deel is een museumpje over leven en werk van Che Guevara. Veel oude foto’s, kleren, spullen van de man, van kind af aan.
Hierna loop ik verder naar de andere kant van het centrum. Hier staat een historisch Che-monument: in 1959 saboteerde hij samen met andere rebellen een trein van het Cubaanse leger. Ze gebruikten zelfgemaakte molotov-cocktails en een bulldozer. Het staat er nog allemaal (niet origineel geloof ik): een ontspoorde trein en een bulldozer, waarbij de treinstellen van binnen omgetoverd zijn in een revolutionair museumpje.
Het is inmiddels half twee, hoogste tijd om naar de tabaksfabriek te gaan die maar van 1 tot 3 open is. Ik krijg er een rondleiding in het Engels samen met twee Zweden. Ook hier mag je binnen geen foto’s maken – de mensen zijn gewoon aan het werk. In deze fabriek blijken 300 man/vrouw te werken. Ze werken de ene week 5 dagen en de andere week 6 dagen, 8 uur per dag.
In de eerste hal waar we komen zitten de tabaksrollers in rijen naast elkaar. Ieder doet hier het hele proces, van het dichtrollen van de verschillende kwaliteit bladeren tot en met het in de houten pers stoppen en afknippen van de sigaar. Ze maken verschillende merken sigaren, allemaal voor de export. Het ziet er wel gezellig en informeel uit, sommigen hebben foto’s op hun werkplek geplakt. Achterin deze ruimte zit de kwaliteitscontrole. Daar meten ze lengte, gewicht en dichtheid van elke individuele sigaar.
In een andere hal worden de sigaren gesorteerd. Dat doen ze op kleur. De smaak is wel hetzelfde, maar in een doosje doen ze alleen sigaren met dezelfde tint bruin. Tot slot zit er een vrouw setje van 10 of 20 te maken van die gesorteerde sigaren, die ze geeft aan haar buurman die ze in een doosje stopt. Romeo & Julieta maken ze vandaag.
Heel leuk om dit allemaal eens te zien. Het ziet er ook wel uit als een gezellige, rommelige boel: er lag ook nog ergens een kind op een sorteertafel te slapen. Aan de overkant van de straat ligt de fabriekswinkel, waar je de officiële sigaren kunt kopen. Ik neem een mooi doosje van 5 mee voor mijn vader. De verkoopster wil ze wel even showen.
Tussen de Cubanen in Matanzas
Het heeft me bijna twee weken gekost, maar op het allerlaatste moment is het me toch nog gelukt de toeristenmassa achter me te laten. En gewoon tussen de Cubanen te verkeren – in dezelfde restaurants te eten, in dezelfde trein te zitten. Matanzas stond niet in mijn vooraf bedachte route. Maar ik deed mijn rondje over het eiland wat sneller dan gepland, en had aan het eind nog twee dagen over.
De havenstad Matanzas ligt aan de noordkust van Cuba, tussen Havana en de toeristenstranden van Varadero. Er zijn niet minder dan 17 bruggen, over de 3 rivieren die de stad doorkruisen. Van dat alles merk ik nog niks als ik op het bus- annex treinstation van Matanzas gedropt word. Ik had geluk dat de buschauffeur aankondigde na Varadero met dezelfde bus door te gaan richting Havana, en onderweg mensen af wilde zetten op het vliegveld of in Matanzas.
Na mijn rugzak naar de Casa te hebben gebracht, ga ik op zoek naar een plek om te lunchen. Al meteen word mijn aandacht getrokken door een groot, open gebouw. Het is bar/restaurant La Vigia. Het zit bijna helemaal vol, binnen en buiten op het terras, met gasten aan grote houten tafels. Het interieur lijkt volgens de Lonely Planet reisgids op een “Weens koffiehuis”. Beetje jammer dan dat ze eigenlijk alleen maar hamburgers en drank verkopen. Ik vraag maar of ze ook de Cubaanse favoriet “sandwich met ham en kaas” hebben. Uiteraard. Ik krijg het tussen getoaste hamburgerbroodjes. Wat maakt het uit, het is een geweldige locatie om te zitten. Er zitten alleen Cubanen, de meesten alleen wat te drinken.
Daarna loop ik een stukje door, mijn eerste brug over. Dan kom je in Versalles – genoemd naar dat in Frankrijk maar een stukje minder chique. Het is een volkswijk met kleinere huizen en eenvoudige winkels. Het heeft een eigen station, en dat is de plek waarvandaan drie keer per dag de elektrische Hershey-trein vertrekt.
Dat “vertrekken” moet je hier in Cuba altijd wel vooraf controleren. Dus ik loop het uitgestorven stationnetje binnen. Op het grote bord in de hal staan met de hand geschreven de aankomst en vertrektijden van de dagelijkse treinen naar de wijk Casa Blanca in Havana. Dat ziet er alvast goed uit. En ook een man die daar lijkt te werken bevestigt dat de treinen gewoon rijden. Dat wordt dan een mooie slome afsluiting van mijn laatste dag in Cuba morgen: in 4 uur de laatste 100 kilometer naar Havana afleggen.
Later op de middag loop ik naar het centrale plein van de stad. Daar ligt dé bezienswaardigheid van Matanzas: het apotheekmuseum. Het is een prachtig onderhouden Franse apotheek uit 1882. Het staat vol met mysterieuze flesjes, potten, vazen, pillen en zo meer. Er is zowaar ook een groep Canadese toeristen neergestreken.
De volgende dag slenter ik om 10 uur op mijn gemak weer naar Versalles. De trein vertrekt om 11.30 uur, en je kunt vanaf 10.30 uur kaartjes kopen. Er zitten al een paar mensen te wachten. De kaartjesverkoopster zit er ook al helemaal klaar voor, maar haalt pas om klokslag half 12 het bordje “Cerrado” (gesloten) weg. Ik ben de eerste die een ticket bemachtigd, voor 2,80 CUC (2,30 EUR). De lokale bewoners betalen hetzelfde bedrag in Moneda Nacional, dat is 1/25e van dat bedrag.
Tegen de vertrektijd is de trein vrijwel vol. Naast mij zijn er nog 5 andere westerse toeristen komen opdagen. We zitten op lage, houten banken. Van buiten ziet de trein er wel aardig uit, van binnen is-ie vrij aftands. De ramen staan gelukkig open zodat je veel van de omgeving ziet (ze zijn te smerig om doorheen te kunnen kijken). Het landschap is ongeveer hetzelfde als tijdens de stoomtreinrit nabij Trinidad: veel bananenbomen, en de typisch Cubaanse hoge koningspalmen met hun kale stam.
De trein stopt onderweg bij elke halte. Er zijn niet eens dorpjes, het zijn een soort bushaltes midden tussen de velden. Dat gebeurt zeker een keer of 30. En twee keer krijgen we een ongeplande stop. Dan moet het personeel met hamer het dak van de trein op om de stroomafnemer bovenop weer zo in model te timmeren dat het contact blijft maken met de bovenleiding.
De trein sukkelt voort. Wat leven in de tent komt er als er een groep jongens instapt met zelfgemaakte vogelkooien. Ze zijn heel kunstig gemaakt van riet en hout, sommige bestaan zelfs uit twee verdiepingen. En ook 1 of 2 vast lokaal gevangen vogeltjes. Geen idee wat ze er mee gaan doen. Bij de volgende haltes stappen nog meer met vogelkooien bepakte jongens in. Ze worden door de conducteur naar het achterste treinstel gebonjourd, waar ik ook zit. Zij moeten maar gaan staan of op de grond zitten. Op het station van Matanzas stond een bordje dat je geen levende dieren mee de trein in mag nemen. Maar achter mij liggen ook nog twee aan hun poten vastgebonden schapen. En ook de grote witte zak onder de bank schuin naast me beweegt uit zichzelf.
Na een uurtje verdwijnen de jongens en hun kooien weer uit de trein. Ze stappen ergens in de wildernis uit, op verschillende stationnetjes.
Na 4,5 uur komen we aan op het eindstation, dat van Casa Blanca. Geen idee waar we precies zijn, maar er is een veerpont naast het station. Daarmee steek je over naar het centrum van Havana, dat je met zijn hoge gebouwen zoals het Capitool vanaf hier al kunt zien liggen. Aan boord van de pont bewonder ik samen met de andere passagiers nog een grote bolle vis met stekels die iemand heeft gevangen. Dan is het tijd voor een laatste sandwich en een taxi naar het vliegveld.
Cuba Terugblik
Het geklop van paardevoetjes door de straten ’s avonds laat en ’s ochtends vroeg. De stroom enthousiaste socialistische leuzen langs de kant van de weg: “Werk hard!”, “Vertrouwen is goed, controle is beter!”. Hondensnuiten nieuwsgierig naar buiten stekend door de ijzeren rasters voor de voorkamers van de huizen. Of oma op dezelfde plek op de uitkijk. “Holanda! Beisbol good, futbol good!” De alomtegenwoordige gieren, Cuba’s de facto nationale vogel.
Cuba is een land met unieke eigenaardigheden. Ik vond het meer een vakantieland dan een avontuurlijke reisbestemming. Er komen jaarlijks meer dan 2 miljoen buitenlandse toeristen, en de Cubaanse samenleving heeft zich daar helemaal op ingesteld sinds het toerisme in 2002 de belangrijkste bron van inkomsten is geworden. Ik reisde er twee weken rond met het openbaar vervoer en verbleef “bij de mensen thuis”, in Casas Particulares.
Buiten de gebaande paden? Het is mij niet of nauwelijks gelukt. Het is een aangenaam en gemakkelijk land om door rond te trekken, maar zonder niet te missen hoogtepunten. Aan het eind van de twee weken had ik het wel gezien, alles is er overal een beetje hetzelfde – het landschap, het eten, de musea, de huizen. Leuk voor een keertje, zeker midden in een druilerige Hollandse winter. Maar volgende keer toch liever weer iets avontuurlijkers.
Voorbereiding
Er valt niet zo heel veel voor te bereiden voor Cuba. Ik kocht een ticket bij de KLM, voor de rechtstreekse vlucht naar Havana. Via internet boekte ik ook een casa particular voor de eerste 3 nachten. Ik schafte de nieuwste Lonely Planet Cuba aan, en struinde het internet af naar reisverslagen en tips om een globale route te bepalen. Het is wel opvallend hoe weinig oorspronkelijks er eigenlijk te vinden is, de meeste Cuba-gangers kiezen toch voor het strand of een georganiseerde rondreis.
De enige formaliteit is het bemachtigen van een “toeristenkaart”. Dit kan bij het consulaat in Rotterdam, of zoals ik deed, via een Visumburo. Dan heb je het dunne gele papiertje binnen 2 dagen in huis.
Verder pinde ik een paar dagen voor vertrek een flinke stapel Euro’s, maakte een mapje met wat prints zoals van het verplichte reisverzekeringsbewijs en stopte mijn rugzakje vol met zonnige kleding, slippers, camera (plus reservebatterijen en reservegeheugenkaart) en Kindle.
Vervoer
Cuba is niet zo’n heel groot land, even groot als Engeland. Alleen als je helemaal naar het uiterste oosten gaat, naar Santiago de Cuba, heb je een lange verplaatsing. Dat zou eventueel ook per vliegtuig kunnen. Ik heb me beperkt tot het westen en midden van het eiland, en vrijwel alles met de bus gedaan. Ik had nog wat geld achter de hand gehouden om eventueel een keer een taxi te pakken om sneller een afstand te overbruggen, maar het kwam toch niet zo uit om dat te hoeven gebruiken.
Bus
De bussen voor buitenlanders zijn die van Viazul. Deze nette touringcars rijden enkele keren per dag tussen de belangrijkste plaatsen van het land. Ze hebben altijd twee chauffeurs en stoppen onderweg om te lunchen, plus nog wat kortere stops om mensen in en uit te laden.
Het verschilt een beetje per plaats of je vantevoren kunt of zelfs moet reserveren. Dat reserveren betekent dan meestal dat jezelf op het busstation je naam op een lijst kunt schrijven, zolang er plaats is. Begin januari toen ik er was, kon je op de drukkere stukken zoals naar Vinales niet de volgende dag weer vertrekken. Pas 2 dagen later was er weer plaats in de bus. Er rijden trouwens ook Transtur-bussen van de reisorganisaties tussen de populairdere plaatsen, dat is altijd het proberen waard als alternatief.
Het duurste buskaartje was voor de 7 uur durende tocht tussen Vinales en Cienfuegos: 32 CUC (27 EUR). Ritten van een paar uur kosten zo’n 12 CUC (10 EUR). De buskaartjes zijn trouwens flinterdunne bonnetjes uit een oude kassa.
Trein
Er rijden nauwelijks nog treinen op Cuba. De enige route die echt te vertrouwen is, is die tussen Matanzas en Havana. Dit is de zogenaamde “Hershey-trein”, genoemd naar de Amerikaanse chocoladefabrikant die het spoor in 1917 heeft laten aanleggen. Dit is een leuke rit waarbij je eens een keer echt tussen de Cubanen zit. Het comfort is niet al te hoog. Zie ook mijn reisverslag erover. Voor buitenlanders kost het kaartje 2,80 CUC (2,40 EUR), voor een afstand van 100 kilometer in ruim 4 uur.
Overnachtingen
Dé unieke Cubaanse manier van overnachten is natuurlijk in de Casas Particulares. Dat wil zeggen: bij mensen thuis, in een soort bed&breakfasts. De Casas zijn voor de Cubanen een belangrijke bron om aan extra inkomsten te komen in harde valuta. Ik had de eerste casa vanuit Nederland via internet geboekt. Daarna heb ik me telkens door de casa-eigenaar door laten verwijzen naar een casa in de volgende plaats. Ze belden dan op en gaven de aankomsttijd van de bus door. En dus stond er telkens op het busstation iemand me op te wachten met een bordje “Elsa, Holanda”. De prijzen per overnachting varieerden tussen de 18 en 30 CUC, d.w.z. 15 tot 25 EUR. Voor het ontbijt komt er dan nog zo’n 4 CUC bij (3,5 EUR).
Havana
Casa Tamara is een keurig huis in een buitenwijk van Havana. Oudere eigenaar. De vraag is: Waar is Tamara? Dood of even weg? Nu wordt Gilberto geholpen door Ileana die ’s ochtend het ontbijt komt klaarmaken en door het meisje dat de kamers schoonmaakt. Verder woont er een klein, stuurloos hondje met een verlamd pootje. Net zo slecht ter been als het baasje.
Er zijn maar liefst vier kamers in deze casa. Eentje is beneden – die doet vooral dienst als extra opvang, als hij niet verhuurd is slaapt er een familielid. Boven zijn de kamers vrij ruim, schoon, met eigen badkamer, TV en koelkast. Nadelig is dat het vrij ver lopen is naar restaurants, en dat het gehorig is als het vol zit. En dat doet het denk ik altijd, de man doet goede zaken.
Casa Tamara, 18 CUC
Vinales
Vrij nieuwe bungalow aan de rand van het dorpje Vinales. Het is ongeveer 5 minuten lopen naar de hoofdstraat. Het is een typisch Cubaans huis met een veranda en twee schommelstoelen. Ze verhuren twee kamers. Het is er heel stil overdag en ’s nachts.
Het gezin bestaat uit een echtpaar met een oudere zoon en dochter. De kamer is groot, met twee bedden en weer een nette eigen badkamer. Ik heb er ook een keer ’s avonds gegeten. Dat was een prima 3 gangen-diner met vis.
Casa Carlos Valido, 20 CUC
Cienfuegos
Dit is een bovenhuis in Punta Gorda. Ze hebben twee kamers. Boven is een dakterras met zicht op zee aan beide kanten. Zeezicht heb ik ook vanuit mijn kamer. Die is verder voorzien van een gevulde koelkast, een dubbel bed en ruime badkamer. Met voor het eerst ook zeep!
De eerste avond heb ik er ook gegeten, lekkere garnalen met een puddinkje toe. Het huis is van een ouder stel. Wel aardig maar ook een beetje chique.
Hostal Perla, 30 CUC
Trinidad
Lang, smal huis in het oude centrum van Trinidad. Er woont een hele familie, met een heel vriendelijke eigenaresse, twee kinderen, opa en oma, en nog een moeder of tante of zo. Ze verhuren twee kamers. De achterste is vast heel groot want daar sliepen 4 Scandinavische meisjes. Mijn kamer is nogal kitscherig ingericht, met een enkel en dubbel bed. Zowaar een TV hier op de kamer. De badkamer is ook weer netjes
Ik heb er ook twee keer ’s avonds gegeten. Het eten is vrij eenvoudig maar wel goed. De tweede avond at ik hier de fantastische kreeft (dan heb je geen voor- of nagerecht meer nodig). Oma wordt naderhand aan de afwas gezet.
Casa van Nairobi (Colon 368), 25 CUC
Camagüey
Erg groot huis dit, het zijn eigenlijk twee huizen aan elkaar. Het ligt achteraan een zijstraat van een van de pleinen, behoorlijk centraal. Ze verhuren twee kamers.
Als ik arriveer blijkt eigenaresse Maria Elena in Havana te zitten, en haar man Leonardo ligt met zijn been omhoog in het gips. Ik word verwelkomd door de buurvrouw, ze heeft instructies op een briefje meegekregen. De kamer is erg mooi, met een kitsch badkamer (inclusief zeep!). Personeel maakt schoon en bereid het eten.
Casa Maria Elena y Leonardo, 20 CUC
Santa Clara
De eerste nacht slaap ik in het huis van broer Nelson. Een minder glimmend huis dan ik tot dan toe gewend ben. Wel een grote kamer, met een hele grote nieuwe koelkast. Het bed is prima, de badkamer kan wel een opknapbeurt gebruiken. Het water krijg ik niet warmer dan lauw.
De volgende ochtend word ik opgehaald door zijn broer Luis (Nelson was al volgeboekt). Diens huis ligt nog centraler, aan de drukke Calle Colón. Dit is ook een kast van een huis, maar beter en mooier dan dat van de dag ervoor. Mijn kamer is ook enorm, met 2 dubbele bedden, een bank, dressoir, koelkast en nog heel veel ruimte om te lopen. Hoog plafond, twee ramen, twee deuren en dus mooi licht in de kamer.
Casas van Nelson en Luis Ramos, 20 CUC
Matanzas
Een nacht geslapen in een casa op de eerste verdieping van een pand aan de hoofdstraat van Matanzas. Het ligt vlakbij het centrale plein en maar 10 minuten lopen van het treinstation voor de Hershey-trein. Van buiten is het een grauw pand, maar binnen is het fris en modern. Bij de kamer hoorde (op de gang) een badkamer met weer eens echt heet water en zeep.
Eigenaren zijn het echtpaar Luis en Anita. Anderen wonen er niet in het appartement. Ze verhuren twee kamers. ’s Avonds heeft Anita ook voor me gekookt: ze had er erg veel werk van gemaakt, met kunstig gesneden rauwkost, pompoensoep, rijst met garnalen in saus en zelfs een stukje taart toe.
Casa Luis Alberto, 25 CUC
Eten
Vooraf was ik al gewaarschuwd dat je voor het eten niet naar Cuba hoeft te gaan. Toch heb ik er geen enkele keer slecht gegeten. Je moet wel je best doen om de goede adresjes eruit te pikken. Eten in je Casa is altijd een veilige keuze. Daar doen ze erg hun best en wordt alles vers klaargemaakt. Ook heb ik goede ervaringen met de restaurants verbonden aan populaire toeristische attracties. Het grootste probleem is eigenlijk dat er weinig variatie is, en groente is zeldzaam. Een volledige maaltijd inclusief drankje kost tussen de 10 en 15 CUC (8,50 – 13 EUR).
Ontbijt
Het lijkt erop dat er in het handboek voor de Casa-eigenaar een gedetailleerde beschrijving is opgenomen waaruit het ontbijt voor de buitenlandse gasten moet bestaan. Koffie, fruitsalade, vers vruchtensap (9 van de 10 keer guave-sap), brood, gebakken ei (of omelet). Heel soms komt er dan nog honing of kaas op tafel. Het smaakte allemaal prima, hoewel de kwaliteit van het brood per casa nogal verschilde.
Lunch
Als je niet uitkijkt zit je voor de lunch vast aan een volledige maaltijd van vlees, vis, bonen, rijst. Maar altijd is er wel een plek in de buurt te vinden om een “sandwich” te eten. Zo’n sandwich – 2 geroosterde boterhammen – is dan altijd met ham en kaas. Soms nog wat pittiger gemaakt met mosterd. Bij de betere café’s staat ook wel eens een sandwich met wat anders op het menu (tonijn of zo), maar bij navraag hebben ze dat nooit.
Op de foto ook een blikje Ciego Montero – Naranja. Dat is de Cubaanse sinas. Hetzelfde merk heeft ook een variant in lemon. Beide zijn niet van westerse originelen te onderscheiden. En er is Tu Kola, de Cubaanse cola. Cola blijkt minder makkelijk na te maken te zijn, ik vond het niet zo lekker. Opvallend genoeg kun je ondanks de Amerikaanse boycot toch soms ook wel Coca Cola of Sprite kopen.
Diner
Het avondeten bestaat altijd vooral uit vis of vlees. Daarbij rijst / bonen / zoete aardappelen / gebakken banaan, en een rauwkostsalade van tomaat en komkommer. Je kunt er fantastisch kreeft eten – ik had nog nooit een hele kreeft gehad, en wat een groot beest is dat! Verder heb ik geloof ik wel 5 avonden garnalen gegeten, soms gegrild en soms in een Creoolse saus met tomaten/ui.
Bij het avondeten dronk ik meestal een Cristal. Dit is één van de twee Cubaanse biermerken, de lichtere van de twee. Heerlijk bij warm weer.
Kosten
Ik heb op deze reis van 15 dagen gemiddeld 58 EUR per dag uitgegeven. Vergeleken met de landen op mijn wereldreis is dit een erg laag budget: nog 15 EUR lager dan Bolivia bijvoorbeeld. Het komt vooral doordat de overnachtingen zo goedkoop zijn. En verder is er gewoon niet zoveel te koop waar je je geld aan uit zou kunnen geven. De vliegreis van en naar Cuba doet echter wel een aanslag op het budget: ik betaalde 980 EUR voor een retourticket met KLM.








Leave a comment