World Heritage Traveller

Spanje 2011

Written by:

Route Valencia en het achterland

Medio november vlieg ik naar Valencia om daar in de omgeving weer een weekje werelderfgoederen te gaan spotten. Zes staan er op het programma. Aangezien ik vandaag voor het eerst dit jaar de kachel heb aangedaan, hoop ik verder dat het er een graad of 10 tot 15 warmer is dan in Nederland.

DagWatPlaats
12-novHeenvlucht met Transavia HV6331 om 7.25 uur.
Aankomst in Valencia om 9.50 uur.
Auto ophalen bij Budget Rent-a-car.
Rit naar Teruel (1.40 uur).
Bezoek 4 kerken en torens in Mudejar-stijl (WE1).
Bezoek Renaissance-aquaduct, fontein met
gouden stierenbeeld en het praalgraf van 2
legendarische middeleeuwse geliefden.
Diner en overnachting in Teruel.
El Mudayyan,
Teruel
13-novRit naar Albarracin (0,5 uur).
Bezoek prehistorische rotskunst (WE2).
Wandeling langs de rotsschilderingen in de openlucht.
Terugrit naar Teruel.
Diner en overnachting in Teruel.
El Mudayyan,
Teruel
14-novRit naar Aranjuez (4 uur).
Bezoek paleis en tuinen van Aranjuez (WE3).
Voormalige zomerresidentie Spaanse koningen.
Diner en overnachting in Aranjuez.
Principe de
La Paz
, Aranjuez
15-novRit naar Alcala de Henares (1 uur).
Bezoek universiteitsstad (WE4), inclusief
oude universiteitsgebouwen en het marmeren
praalgraf van Kardinaal Cisneros.
Terugrit naar Aranjuez.
Diner en overnachting in Aranjuez.
Principe de
La Paz
, Aranjuez
16-novRit naar Cuenca (2 uur).
Bezoek historisch centrum van Cuenca,
ommuurde middeleeuwse stad inclusief ‘hangende
huizen’ die gebouwd zijn op een uitstekende
rotspunt boven een ravijn (WE5).
Diner en overnachting in Cuenca.
Convento del
Giraldo
,
Cuenca
17-novOchtend nog in Cuenca.
Rit naar Valencia (2,5 uur).
Auto inleveren op vliegveld (18.00u).
Diner en overnachting in Valencia.
Sorolla Centro,
Valencia
18-novHopelijk genieten van het milde klimaat en
vele licht hier aan de Middellandse Zee.
Bezoek 15e eeuwse, gothische Zijdebeurs (WE6).
Art Nouveau in de wijk Eixample.
Gothisch Paleis de la Generalitat.
Barok Paleis del Marques de Dos Aguas.
“Stad van Kunst en Wetenschap”,
meerdere eigentijdse musea in 1 complex.
Diner en overnachting in Valencia.
Sorolla Centro,
Valencia
19-novTerugvlucht naar Nederland.
Transavia vlucht HV6332.
Vertrek uit Valencia om 10.25 uur,
aankomst in Amsterdam 12.55 uur.
Thuis

 

#433: Mudéjar-architectuur uit Aragon

Wat is het?
De Mudéjar is een Spaanse kunst- en architectuurstijl. Ze ontstond in de 12e eeuw, toen de christenen delen van het land terugveroverden op de islamitische Moren. De moslimbevolking bleef in harmonie leven in de veroverde steden. De bouwkunst die toen ontstond was een mengeling van traditioneel islamitische en nieuwe gotische idealen. De Mudéjar-architectuur kenmerkt zich door het gebruik van bakstenen, hoefijzervormige bogen, geglazuurde tegels en houten plafonds. Dit werelderfgoed omvat 10 monumenten in de provincie Aragon: 4 in Teruel, 3 in Zaragoza, 1 in Calatayud, 1 in Tobed en 1 in Cervera de la Cañada.

Teruel, San Martin toren

Cijfer: 6 (Ik bezocht alleen Teruel. De 4 monumenten in deze stad werden al in 1986 een werelderfgoed, de andere 6 zijn er later aan toegevoegd. Als je het centrum van Teruel nadert vanaf de snelweg is het een verbluffend gezicht: een compacte, middeleeuwse stad op een heuvel waar elegante hoge torens bovenuit steken. De typische Mudéjar-architectuur zie je trouwens ook al volop langs de snelweg hierheen: die heet niet voor niets Autovia de Mudejar. De torens zijn imposant, exotisch (zelfs een vleugje Bukhara kwam weer bij me terug), maar je bent er natuurlijk wel vrij snel op uitgekeken. Aan 2 van de 4 torens is een kerk gekoppeld die ook binnen de grenzen van het werelderfgoed hoort. Het veelgeprezen houten plafond van de kathedraal viel me tegen, maar in het interieur van de kerk van San Pedro waan je je helemaal in een moskee in Marokko).

Toegang: Teruel is een stad op zo’n 1,5 uur rijden van Valencia. Entree tot de kathedraal kost 3 EUR, en ik betaalde 6 EUR voor de kerk van San Pedro (en het daaraan gekoppelde praalgraf, zie onder).

Hoeveel tijd: In een uur of 2 heb je de 4 torens, de kathedraal plus al het andere bezienswaardige in Teruel wel gezien. Het is maar een plaatsje met 30.000 inwoners.

Opvallend: Teruel is nu niet echt een bekende trekpleister voor buitenlandse toeristen, maar op de zaterdag in november dat ik het bezocht waren er toch heel wat dagjesmensen op de been. Veel Spanjaarden, in grote groepen onder leiding van een gids, en zelfs een clubje druk fotograferende Chinezen. Het is maar de vraag of ze voor de Mudéjar-architectuur naar Teruel gekomen zijn: dé attractie hier is het praalgraf van twee geliefden, die daags na elkaar stierven omdat ze elkaar niet konden krijgen. Hun tombes staan opgebaard in een complex naast de San Pedro-kerk. Voor de Spanjaarden is dit blijkbaar een zeer bekend en romantisch verhaal. Je moet eerst een video bekijken en vele verhaaltjes lezen en luisteren voordat je eindelijk voor het graf staat. Ook na hun dood houdt het tweetal trouwens nog elkaars hand vast, op die manier zijn de tombes met elkaar verbonden.

 

#434: Mediterrane rotskunst

Wat is het?
De “Rotskunst van het Middellandse-Zeebekken op het Iberisch Schiereiland” is een verzameling van niet minder dan 727 groepen prehistorische rotstekeningen. Ze liggen verspreid over zes regio’s in het oosten van Spanje. Het is de grootste groep rotsschilderingen in Europa. Waarschijnlijk dateren de afbeeldingen uit de periode tussen 8000 en 3500 voor Christus. De meest afgebeelde figuren zijn mensen of mensachtigen, gevolgd door dieren (veel runderen en herten).

Mediterrane rotskunst (Abrigo de los Toros)

Cijfer: 5 (Ik bezocht 5 panelen met rotsschilderingen in de Sierra de Albarracin. Het is een prachtige omgeving, heerlijk om door de bossen te struinen en naar de rotsen te klauteren. De rotsschilderingen echter zijn niet om over naar huis te schrijven, vandaar het lage cijfer. De eerste (Abrigo de la fuente del Cabrerizo) bereikte ik na 20 minuten steil dalen, en ik heb echt minuten moeten kijken om er iets in te ontdekken. Gelukkig staan er bordjes bij met uitleg. Van de andere 4 panelen kon ik er eentje zelfs na lang turen niet onderscheiden. De beste waren die met witte schilderingen van o.a. stieren (zie foto hierboven), en de Abrigo del Tio Campano met  rode afbeeldingen van jagende mannen.

Toegang: Gratis. Het gebied is met de auto gemakkelijk te bereiken: het is 40 minuten rijden vanaf Teruel. Om bij de rotsschilderingen te komen moet je dan nog wel een eindje lopen. Ze liggen allemaal onder overhangende rotsen.

Hoeveel tijd: Ik ben zo’n 3 uur in dit gebied geweest. Zoals gezegd heb je de meeste tijd nodig om naar de rotsen toe te lopen. Na een paar minuten ben je bij de afbeeldingen zelf wel uitgekeken.

Opvallend: Er staat heel veel rotskunst op de Werelderfgoedlijst, zeker 22 afzonderlijke erfgoederen. Ik heb er al heel wat van gezien, en vind het een fascinerend onderwerp. In de voorbereiding op dit bezoek las ik een artikel waarin de term “rotskunst” ter discussie werd gesteld. Het was namelijk waarschijnlijk helemaal geen “kunst” die de prehistorische schilders, tekenaars en krassers maakten. Bij afbeeldingen zoals deze in de omgeving van Albarracín krijg je inderdaad meer het idee van antieke graffiti, van de hand van herders of jagers die zich zaten te vervelen.

Struinen door de Sierra de Albarracín

De dag begint niet zo goed. De eigenaresse van mijn pension vindt dat ik bij het ontbijt echt een stuk van haar zelfgebakken yoghurttaart moet proeven. “Een klein stukje maar”, zegt ze, terwijl ze een forse taartpunt op een schaaltje schuift en bij me op tafel neerzet. Protesteren heeft geen zin. En ik wilde nog wel weer beginnen met afvallen deze vakantie. Ze stopt er nog wat complimentjes bij: “Wat spreek je goed Spaans! Dat leer je vast snel omdat je alleen reist.”

De tweede actie van de dag gaat ook al niet zoals ik gepland had. In de grote parkeergarage van Teruel waar ik mijn auto voor de nacht gestald heb, blijkt er maar op één verdieping een automaat te zijn om te betalen. Natuurlijk niet op de verdieping waar ik de auto heb staan, dus dat wordt eerst flink zoeken. Bij de automaat aangekomen blijkt dat hij niks anders lust dan biljetten van 5 of 10 EUR. Zucht, die heb ik natuurlijk niet. Dus maar weer teruglopen naar het pension om te wisselen.

Om 10 uur zit ik dan eindelijk in de auto voor de rit van een half uur naar de Sierra de Albarracín, een rotsachtig natuurgebied.

De valse start is snel vergeten wanneer ik de kale vlaktes rond Teruel achter me laat, en de bergen in rijd. Een deel van de bomen laat zich in zijn beste herfstkleuren zien. Na elke bocht komt er weer een ander panorama tevoorschijn. Ik besluit te stoppen bij de eerste parkeerplaats. Hier leidt een pad naar de overblijfselen van een Romeins aquaduct. Niet veel meer dan een soort tunnel door de rotsen. Maar oh wat een prachtomgeving! Ik begin spontaan allerlei plantjes te fotograferen.

Sierra de Albarracín

Een paar kilometer verderop kom ik bij het plaatsje Albarracín. Zelfs in de ochtend is het er al flink druk met toeristen. Mijn plan is om er later op de dag te gaan lunchen. Eerst wil ik het werelderfgoed hier in het park bekijken, en de zeedennen zien waarmee de berghellingen bedekt zijn.

Mijn eerste stop voor het werelderfgoed is bij de Abrigo de la fuente del Cabrerizo. Er staat gelukkig een bordje langs de kant van de weg, en er is een klein parkeerterrein waar al een stuk of 10 auto’s staan. Dit park is erg populair bij Spaanse toeristen, zelfs in november.

Het is heerlijk weer en ik heb wel zin in een wandeling. Dat komt goed uit want zodra ik mijn uitgeprinte beschrijving van deze plek nog eens doorlees, blijkt dat ik helemaal naar het dal moet lopen om mijn eerste paneel met Mediterrane rotskunst te zien. Ik loop eerst langs het uitzichtpunt vanwaar je een mooi zicht hebt op de karakteristieke rode rotsen en groene dennen.

Sierra de Albarracín

Na een minuut of 10 steil dalen kom ik onderaan in het dal. Daar wijzen pijlen me verder de wildernis in. De grond is drassig, af en toe moet ik over een stroompje springen. Er is een duidelijk maar smal pad, half overgroeid door struiken of bedekt met takken. Ik vraag me af hoeveel mensen helemaal naar deze rotstekeningen lopen – de mensen die horen bij de auto’s boven kom ik in ieder geval onderweg niet tegen.

Door mijn ruime ervaring met het bezoeken van “rotskunst” binnen het werelderfgoed heb ik al wel geleerd me er niet teveel van voor te stellen. De tekeningen of schilderingen zijn meestal heel primitief, en soms ook moeilijk te onderscheiden. Hier staat er een rood ijzeren hek omheen, zodat je op een paar meter afstand blijft. Er staat een bord bij waar je naar moet zoeken en wat het betekent. Veel meer dan een reliëf zie ik er niet in.

Ik klim weer 20 minuten de berg op, terug naar mijn auto en op weg naar meer en hopelijke betere rotstekeningen. Bij de volgende parkeerplaats is het zo druk dat ik besluit die maar over te slaan en verder te rijden. De wegen hier zijn goed geasfalteerd, maar smal en bochtig. Opeens verschijnt er een ander klein autootje in mijn achteruitkijkspiegel. Hij probeert me in te halen maar dat lukt hier niet. Plots komen we allebei tot stilstand: er is een ongeluk gebeurd op de weg voor ons. Uit de auto achter mij springt een man met een koffertje – aha, dat is vast de dokter! Zonder zwaailicht kan ik dat natuurlijk niet zien. Er is al politie bij het ongeluk, het lijkt dat een motorrijder een schuiver heeft gemaakt. De weg is helemaal versperd. Er zit niks anders op dan een stukje achteruit terug te rijden.

Ik kom weer bij de volle parkeerplaats, maar ik weet achteraan gelukkig nog een plekje te bemachtigen. Het ligt bij het grootste bezoekerscentrum van het park. Dit is het gebied van de zeeden, een conifeer die alleen in het Middellandse Zeegebied voorkomt. De boom produceert hars dat in verf en lijm en zo verwerkt wordt. Het zijn mooie bomen met een piramidevormige groene kroon. Ze dragen ook grote denneappels.

Dit deel van het park zit vol met rotstekeningen. Ik bezoek twee groepjes van twee panelen. Ze zijn gelukkig gemakkelijker  te bereiken dan de eerste van vanochtend. Maar nog steeds moet je een stukje over en tussen rotsen klauteren. Dat hoort er overal ter wereld wel bij als je deze dingen wilt zien – omdat ze zo afgelegen en beschut liggen, zijn ze ook goed bewaard gebleven. De beste tekening hier blijkt een groep van witgeschilderde stieren te zijn (hoe Spaans).

Toen ik van de ene groep rotsschilderingen naar de andere reed kwam ik een groep jongeren tegen die midden op de weg liepen. Het was een bont, alternatief gezelschap, met een stel honden erbij. Wat echter het meest opviel was de grote last die de jongens op hun rug droegen. Het leken wel matrassen. Ze zouden toch niet gaan wildkamperen en dan hun eigen matras meenemen?

Pas als ik ze van dichterbij zie op de parkeerplaats begint er een lichtje bij me te branden: het zijn rotsklimmers die hun eigen matten meenemen om de val te breken. De rotsen hier zijn niet alleen populair bij kijkers naar de rotstekeningen, maar ook bij klimmers. Op het parkeerterrein staan tot camper omgetoverde busjes, met de vaat op het dak om te drogen. Het ziet er naar uit dat ze hier het hele weekend blijven staan. Genoeg rotsen om te beklimmen in ieder geval. Het zou me niet verbazen als de klimmers op nieuwe rotstekeningen stuiten: de meest recente die ik zag was ook pas in 1981 “ontdekt”.

Klimmers onderweg in de Sierra de Albarracín

Om twee uur besluit ik dat ik genoeg rotsschilderingen en bossen heb gezien voor vandaag. Via Gea de Albaraccín rijd ik in een half uurtje terug naar het dorp Albarracín. Daar kan ik mijn auto kwijt op een grote gratis parkeerplaats even buiten het oude centrum. Het blijkt al snel waarom: de smalle straatjes zijn vooral gemaakt voor voetgangers, ezels en andere lastdieren. Het lijkt Fez in Marokko wel!

Een bijzonder sfeervol stadje inderdaad. Ik strijk bij het eerste restaurant in het centrum neer voor een Dagmenu. Mijn lichaam heeft zich al helemaal gewend aan het Spaanse eetritme, zodat eten om half 3 ’s middags helemaal normaal voelt.  Spaanse dagmenu’s zijn goede en goedkope opties voor een warme maaltijd: hier kun je kiezen tussen een 3 gangen menu voor 13 of 20 EUR. Helaas bestaat de Spaanse keuken wel vooral uit vlees, vlees en worst. De salade die ik me vanochtend in het vooruitzicht had gesteld wordt dus ook vervangen door bruschetta met tomaat en ambachtelijke ham uit Teruel. En dan volgen er nog twee gangen. Ik hoop dat ik genoeg energie verbruikt heb bij het klimmen en wandelen vandaag om dat te kunnen verantwoorden.

Albarracín

 

#435: Alcalá de Henares

Wat is het?
Alcalá de Henares is de oudste geplande universiteitsstad van Europa, gesticht aan het begin van de 16e eeuw. Hier werden de hoge kerkelijke leiders van Spanje opgeleid en uitgezonden naar Amerika. De in Alcalá geschapen humanistische ideale wereld vond in de Nieuwe Wereld veel navolging toen daar steden en universiteiten werden gesticht. Het is ook een historisch belangrijk centrum voor de Spaanse taal: de eerste grammatica van het Spaans werd er gedrukt, en het was in 1547 de geboorteplaats van Miguel de Cervantes (Don Quijote). De stad ligt 35 kilometer ten noordoosten van Madrid.

Alcalá de Henares, aartsbisschoppelijk paleis

Cijfer: 5 (Het is een rommelige provinciestad. Er zijn wel heel veel universiteitsgebouwen maar daar is niet veel aan te zien. In 1836 is de stad zijn universiteit kwijtgeraakt aan Madrid, en daarna is veel in verval geraakt of gesloopt. Pas sinds 1977 heeft het weer een eigen universiteit en worden veel gebouwen gerestaureerd. Het heeft veel minder de sfeer van een universiteitsstad dan ik had gedacht)

Toegang: Entree tot de kathedraal en het geboortehuis van Miguel de Cervantes is gratis.

Hoeveel tijd: Twee uur is wel genoeg.

Opvallend: Leuk voor even is het geboortehuis van de schrijver Miguel de Cervantes. Zijn familie woonde naast het ziekenhuis, waar zijn vader barbier/chirurg was. De combinatie van scheren, haren knippen en kleine chirurgische ingrepen was een heel gebruikelijke in die tijd. Er is ook een lekker middeleeuwse behandelkamer in het huis zelf.

 

#436: Aranjuez

Wat is het?
Het Cultureel Landschap Aranjuez heeft zijn oorsprong in de 16e eeuw als buitenverblijf voor de Spaanse koning Filips II. Het is een groene oase in het droge centrum van Spanje: hier komen twee grote rivieren samen, en Filips’ architecten hebben irrigatiewerken aangelegd om het water ten goede te laten komen aan de koninklijke tuinen. In deze tuinen verzamelde de koning exemplaren van boomsoorten uit Amerika en Azië, als een van de eerste in Europa. In de 18e eeuw breidde koning Ferdinand VI het paleis en de tuinen uit, en legde in dezelfde stijl ook een stad aan.

Aranjuez

Cijfer: 7 (Er staan heel veel Europese paleizen op de Werelderfgoedlijst, en het paleis van Aranjuez met zijn tuinen heeft ook veel gemeen met pakweg Versailles of het nabijgelegen El Escurial. Sommige dingen waren wel heel voorspelbaar, want erg in de mode bij de oude vorsten: een sfinx en een obelisk in de tuin, beelden van klassieke helden, fonteinen en een zaal vol Vlaamse wandtapijten. Toch heb ik er van genoten: de herfstsfeer, de vele beeldhouwwerken en het paleis helemaal voor mij alleen.)

Toegang: Entree tot het paleis is 9 EUR, en voor de goede audiogids betaalde ik nog eens 4 EUR. De toegang tot de parken is gratis.

Hoeveel tijd: Als je alle tuinen, het paleis en ook de stad bezoekt, heb je wel een dag nodig.

Opvallend: Helaas mag je binnen in het paleis geen foto’s maken, daarom heb ik maar een plaatje van het internet geplukt om duidelijk te maken hoe het er uitziet. Nou ja, één kamer dan: de porseleinzaal, waar de muren zijn volgespijkerd met Chinese porseleinen beelden. Ook de gele Gala-eetzaal in roccoco-stijl is een bont plaatje, net als de Arabische zaal.

 

#437: Cuenca

Wat is het?
Cuenca is een middeleeuwse vestingstad. Ze werd in de 12eeuw op de Moren veroverd, en beleefde in de late middeleeuwen en de renaissance haar hoogtepunt. Het meest bijzondere is de ligging: op een scherpe bergrug tussen twee rivieren. De bovenstad is gebouwd in harmonie met deze natuurlijke omgeving. Ze omvat veel religieuze gebouwen én de zogenaamde “hangende huizen” – smalle, hoge woningen die precies op de rotspunt zijn gebouwd.

Cuenca

Cijfer: 5,5 (Ik wou eerst een 5 geven, maar de kathedraal heeft het nog een beetje gered. Verder is het wat het is: een dorp gebouwd op de top van een rots, met diepe afgronden aan weerszijden. Knap gedaan hoor!)

Toegang: Entree tot de kathedraal kost 3,80 EUR, inclusief audiogids. Het is een heel toeristisch stadje, en ik vond het eten en de boodschappen een stuk duurder dan in de andere Spaanse plaatsen die ik deze week bezocht heb.

Hoeveel tijd: In anderhalf uur heb je het wel gezien.

Opvallend: Je zou zeggen dat ik zo langzamerhand genoeg van kathedralen heb, maar Cuenca heeft toch wel weer een heel bijzonder exemplaar. De buitenkant ziet er raar uit, dat komt omdat er begin 20e eeuw een geheel nieuwe facade in neo-gothische stijl is voorgezet. Maar binnen waan je je in een andere tijd (veel stamt uit de 14e-16e eeuw), en ook een andere plaats (Latijns-Amerika?): het is zo uitbundig gedecoreerd, soms in pastelkleuren dan weer in goud, in marmer of uitgesneden uit steen. De audiotour heeft niet minder dan 37 stops, en dat zijn dan nog niet eens alle kapelletjes. Fotograferen is binnen helaas verboden, waarschijnlijk omdat alle kostbare en kwetsbare kunst hier open en bloot ligt.

 

#438: Zijdebeurs van Valencia

Wat is het?
De Zijdebeurs van Valencia (La Lonja de la Seda) is het belangrijkste monument uit de bloeiperiode van deze havenstad, die begon vanaf het eind van de 15e eeuw. Het gebouw heeft altijd commerciële doelen gediend. Het huisvestte ook het Zeetribunaal, dat recht sprak in geschillen tussen kooplieden. In de toren werden veroordeelden tijdelijk opgesloten. De beurs is gebouwd in de stijl van de Flamboyante of Late Gothiek, met bogen in de vorm van vlammen.

Valencia - Zijdebeurs

Cijfer: 6,5 (Het gebouw is niet zo groot, eigenlijk bestaat het uit één grote hal, twee kamers, een binnentuin en een kelder. De hal is het belangrijkste deel. Deze hoge, open ruimte bevat alleen rijen stenen pilaren die palmbomen symboliseren. Nu is alles van grijs steen, maar vroeger waren de pilaren bruin, de toppen groen en was het plafond hemelsblauw en bedekt met sterren. Wat een heel andere aanblik moet dat geweest zijn! De deuren en ramen zijn subtiel gedecoreerd met beeldjes van mythische figuren.)

Toegang: Entree kost 2 EUR, inclusief privé-rondleiding door een gids. De zijdebeurs ligt in het centrum van Valencia.

Hoeveel tijd: Uurtje. De rondleiding duurt zo’n 20 minuten. Ik ben er twee keer geweest omdat de batterijen van mijn fototoestel ermee ophielden halverwege het eerste bezoek!

Opvallend: Met dit ‘vinkje’, mijn 438e, heb ik de 3e plaats bereikt op de ranglijst van werelderfgoedbezoekers. Ik hoop die positie tot het eind van het jaar vast te houden. Om de nummer 2 in te halen moet ik er nog 104 bijverzamelen…

 

Futuristisch Valencia

Valencia, 12.12 uur: naast gotische juweeltjes heeft Valencia ook een heel andere kant. De “Stad van Kunst en Wetenschap” is een prestigieus project van moderne architectuur. Het ligt ten zuidoosten van het centrum, en ik sjouwde er in een half uur naar toe. Het zijn megalomane bouwwerken, ik ben benieuwd hoe het ze zal vergaan nu de crisis Spanje zo hard raakt. Er is een concerthal, een soort tuin, een IMAX-filmzaal, een wetenschapsmuseum en een aquarium. Dat laatste wou ik bezoeken, het ligt ook nog eens helemaal achteraan. Maar bij het zien van de entreeprijs van 24,50 EUR voor wat opgesloten pinguïns en zeehonden maakte ik maar weer rechtsomkeert.

Valencia - Stad van Kunst en Wetenschap

 

Leave a comment

Previous:
Next: