World Heritage Traveller

Wereldreis 2011: Peru

Written by:

  1. Route van dag-tot-dag
  2. #408: Historisch Centrum van Lima
  3. Pachacamac
  4. #409: Chan Chan
  5. Favoriete Indianen: de Moche
  6. #410: Huascaran Nationaal Park
  7. #411: Chavin
  8. #412: Caral-Supé
  9. #413: De Nazcalijnen
  10. #414: Arequipa
  11. Vast in de sneeuw!
  12. #415: Machu Picchu
  13. Ollantaytambo
  14. #416: Cusco
  15. #417: Manu Nationaal Park
  16. Daar! In die groene boom….
  17. Terugblik Peru 2011
    1. Vervoer
    2. Verblijf
    3. Eten & drinken
    4. Kosten

Route van dag-tot-dag

PERU
25 aprilHele lange reisdag, door tijdsverschil duurt 25 april zo’n 36 uur vandaag. Eerst: QF17 (Qantas Airways) Sydney – Buenos Aires. Twaalf en half uur onderweg, 2 stoelen voor mezelf, goed verzorgde vlucht. Aankomst 10.45 uur. Daarna rondgehangen en gegeten op het vliegveld van Buenos Aires. Aan mijn 2e boek begonnen. ’s Avonds (19.00) doorgevlogen naar Lima met Aerolineas Argentinas, aankomst om 22.25. Pick-up vanaf het moderne vliegveld door het hotel.3B Barranco’s Bed & Breakfast, Lima
26 aprilRustig aangedaan ’s ochtends en een beetje uitgeslapen. Om half 10 eerst langs de geldautomaat en de supermarkt. Dan met de mooie en handige Metropolitano-bus naar het Historisch Centrum van Lima (#33). Daar tijdje rondgelopen, kathedraal en klooster bezocht. Geluncht op een terras met tacu tacu a la pobre. Tegen vieren terug in het hotel.3B Barranco’s Bed & Breakfast, Lima
27 aprilVermoeiend dagje vandaag. Wel wat beter geleerd hoe het allemaal werkt in Peru. Om 9 uur met een minibusje naar Pachacamac (mogelijk nieuw erfgoed): opgravingen van een Inca-bedevaartplaats met piramides 40 kilometer ten zuiden van Lima. Daar alles bekeken, en tegen enen terug in het centrum van Lima. Daar weer een eind gelopen, boodschappen gedaan, lekkere fetuccini met gegrilde inktvis gegeten. Daarna op zoek naar busterminal van Cruz del Sur in het centrum, maar die was verplaatst. Terug met de bus naar het hotel. Via internet geprobeerd buskaartje voor morgen te boeken, maar dat bleek alleen tot 2 dagen vantevoren te kunnen. Dus maar de eerste taxi-ervaringen opgedaan, en me naar het grote busstation laten brengen. Nog buskaartjes zat daar, zo leek het.3B Barranco’s Bed & Breakfast, Lima
28 aprilDagbus met Cruz del Sur naar Trujillo om 12.30 uur (rit van 9 uur). Eerst door het noorden van Lima met grote moderne winkelcentra. En dan alleen nog maar zee aan de linkerkant en zand aan de rechterkant van de weg. In Trujillo aangekomen om half 10, etenstijd voor de Peruanen en dus nog druk op straat. In 5 minuten van het busstation naar het hotel gelopen. Bijzonderheid van de dag: helemaal geen geld uitgegeven vandaag!Korianka Hotel, Trujillo
29 aprilDoor het oude centrum van Trujillo gewandeld. Vroeg in de ochtend was er al een grote parade van schoolkinderen in uniform op het grote plein. Verder veel mooie koloniale gebouwen in pastelkleuren en met bijzondere gevels. Opvallend veel banken en casino’s/gokhallen hier! Tour voor morgen gekocht (hele dag) plus busticket naar Huaraz morgenavond. Gegeten bij een Chinees.
’s Middags geïnternet op de kamer. Later nog een rondje door het centrum gelopen en de kerken van binnen bekeken. Pizza gegeten bij het sfeervolle Italiaanse restaurant Dimarco.
Korianka Hotel, Trujillo
30 aprilChaotische dagtour van 10.50 – 18.30 uur. Maar alles gezien en een goede gids. Naar de Moche-tempels van de Zon en de Maan, en de Chimu-sites Huacha Arco Iris en Chan Chan (#34).
Om 21 uur met de nachtbus naar Huaraz.
Nachtbus Trujillo – Huaraz
1 meiBus heeft er lang over gedaan (10,5 uur), wel redelijk kunnen slapen en in het zonlicht aangekomen in Huaraz. Gerelaxed op de hotelkamer. Als lunch voor het eerst ceviche (rauwe vis gemarineerd in citroen en chili) gegeten in een leuk restaurantje. Het is stil in het plaatsje vanwege een feestdag (Dag van de Arbeid). Aan het eind van de middag komt er meer leven in, en weet ik ook een tourtje voor morgen te boeken.Hotel San Sebastian, Huaraz
2 meiIn de vroege ochtend buskaartjes gekocht voor de komende dagen. Dan: tour van 9.30-20.00 naar enkele traditionele dorpjes in de omgeving plus het meer van Llanganuco voor mijn vinkje van het Huascaran Nationaal Park (#35). Aangenaam rustige tour vandaag, ijsje eten in Carahuaz, gebakken forel voor lunch. Aan het eind nog 2 souvenirstops die voor mij niet hadden gehoeven. Helemaal moe weer “thuis”, in slaap gevallen voor de TV!Hotel San Sebastian, Huaraz
3 meiLeuke dag met het openbaar vervoer naar het prachtig gelegen Chavin (#36). Om 7.30 vertrokken, om 18.15 weer terug in Huaraz.Hotel San Sebastian, Huaraz
4 meiMet de collectivo (gedeelde taxi) van Huaraz naar Barranca. Wachten tot-ie vol is, het proces nog wat geholpen door voor 1 persoon extra te betalen. Twee indianenvrouwtjes op de achterbank, ik voorin, en snel de bergen uit. Onderweg nog een keer “tanken” met een emmer en een trechter. Om 12.15 uur in het hotel in Barranca aangekomen.
Snel een broodje gegeten, en om half 2 met een door het hotel opgetrommelde taxichauffeur naar Caral-Supe (#37). Leuke tocht, lekker afgelegen, groot complex. Om half 5 terug in Barranca. ’s Avonds Chinees gegeten.
Hotel Chavin, Barranca
5 meiLange busdag: eerst om half 9 de bus Barranca – Lima (3,5 uur). In Lima keurig afgezet bij een station van de Metropolitana, en het laatste krediet op mijn buskaart opgemaakt om naar het Cruz del Sur-busstation te gaan. Daar om 14.00 de bus naar Nazca. Weer lekker luxe hangen in een 1-persoonsfauteuil. Om half 10 in Nazca aangekomen, 3 kwartier vertraagd.Walk on Inn, Nazca
6 meiOm 9 uur op pad naar het vliegveldje voor een vlucht over de Nazca-lijnen (#38). Om half 12 ben ik aan de beurt, samen met 3 Koreanen. Het hele gebeuren er rondomheen is al een belevenis. Alles gezien, niet misselijk geworden en ook niet neergestort.
Tussen de middag in Nazca centrum geluncht met een heerlijk avocado-hamsalade, en daarna nog naar het interessante archeologisch museum gegaan. Om 10 uur met de nachtbus naar Arequipa
Bus naar Arequipa
7 meiAangekomen om 8 uur. Redelijk geslapen, in blokken van een paar uur. Laatste anderhalf uur bij zonsopgang erg mooie rit door vulkaanlandschap. Na inchecken in hotel de stad ingegaan, ontbijtje gegeten bij Starbucks, boek gekocht en inkopen gedaan o.a. voor de Amazone-tour volgende week. Rest van de dag gerelaxt op de kamer en de websites bijgewerkt. Alleen nog even de deur uit voor een lunch van lekkere gegrilde Alpaca-biefstuk en ’s avonds voor een broodje met cappucino.Los Tambos, Arequipa
8 meiOverheerlijk ontbijt vanochtend, met voor mij voor het eerst quinoa (een graansoort uit de Andes, soort müesli met yoghurt).
Daarna al om 8 uur op pad langs alle kerken en kloosters van het werelderfgoed Arequipa (#39). Het is zondagochtend en moederdag, in bijna alle kerken zijn diensten aan de gang of net afgelopen. Rondleiding door het prachtige, kleurrijke en unieke St. Catalina-klooster gehad.
Geluncht met een goede salade, ’s avonds eenvoudig Mexicaans gegeten.
Los Tambos, Arequipa
9 meiNog een volle dag: voor 8-en eindelijk de kathedraal van binnen bezocht. Om 9 uur met een tour in een open bus door de omgeving van Arequipa, met o.a. uitzichtpunten op de vulkanen, alpaca’s, het erg mooie koloniale buitenverblijf Mansion del Fundador en een oude Spaanse watermolen.
Geluncht in het centrum bij Pura Fruta met een broodje kalkoen/tomaat/avocado en een vers vruchtensap. Daarna nog wat spullen gekocht voor de komende jungletocht. En tot slot naar het museum waar Juanita wordt tentoongesteld, een geofferd Inca-meisje bevroren bewaard gebleven op de top van een vulkaan.
Los Tambos, Arequipa
10 meiHele dag geluierd. Om 20 uur met de nachtbus van Arequipa naar Cuzco.nachtbus
11 meiDe bus heeft er 17,5 uur over gedaan om Cuzco te bereiken! Dat door sneeuw en ongelukken op het eerste stuk. Was om half 2 in Cuzco, daar eerst geluncht en tevergeefs gezocht naar het kantoor waar je vooraf kaartjes voor Macchu Picchu kunt kopen. Dan morgen maar ter plekke. Vervolgens nog 1,5 uur in een minibusje naar Ollantaytambo, een dorp in de bergen met ook mooie ruïnes.Hostal Sauce, Ollantaytambo
12 meiFijne dag vandaag. Om half 6 op pad met een ontbijtpakketje vanuit het hotel de trein in naar Aguas Calients (1,5 uur). Daar entreekaartje gekocht en met de shuttle bus naar Macchu Picchu (#40): hét heiligdom van de Inca’s.
460 foto’s gemaakt! Na 3,5 uur weer naar beneden gegaan en geluncht (forel) in Aguas Calientes. Trein terug om 14.55 uur.
Hostal Sauce, Ollantaytambo
13 meiMisschien wel net zo mooi als gisteren: de ruïnes van Ollantaytambo. Twee uur bezocht in de ochtend, daarna met de minibus terug naar Cuzco.Pension Alemana, Cuzco
14 meiCuzco (#41): belangrijke stad uit zowel de Inca- als koloniale tijd. ’s Ochtends door het koloniale centrum gewandeld, ’s middags naar de Inca-ruïnes van Sacsayhuamán.
Om 18 uur de briefing bij Pantiacolla – heb er helemaal zin in!
Nog snel een alpaca-biefstuk gegeten (dat zal er de komende dagen wel niet meer van komen).
Pension Alemana, Cuzco
15-19 meiTour met Pantiacolla naar het Manu Nationaal Park (#42): natuurreservaat in het Amazone-gebied, met veel vogels en dieren zoals de reuzenotter.
DAG 1: Cusco-Nevelwoud
´s Morgens vroeg om 5 uur vertrekken we uit Cusco. We maken een 8 uur durende reis per bus over de Andes. In het dorpje Paucartambo zullen we stoppen voor een kop koffie. Vervolgens zullen we stoppen op het hoogste punt van Manu, dat op 3.530 meter hoogte ligt. Vanaf dit punt zullen we naar de Cock-of-the-Rock lopen, hier kunt u de voorstelling van de mannetjesvogels met eigen ogen bekijken. De eerste nacht verblijven we in de San Pedro lodge, op 1.600 meter hoogte.

DAG 2: Nevelwoud -Atalaya-Manu Rivier
Vandaag vervolgen we onze tour met de bus op weg naar het lage tropische regenwoud. In het kleine dorpje Atalaya (op 650 meter hoogte) stappen we aan boord van een gemotorizeerde kano. We zullen een 5 uur lange tocht op de Alto Madre de Dios rivier maken naar Boca Manu. We overnachten in de Yine Lodge. Dit is een kleine eco-lodge, dat deel is van een ander project van Pantiacolla, met de Yine indianen van Manu.

DAG 3 & 4: Salvador – Otorongo meer
De derde dag zullen we ´s ochtends 6 uur over de Manu rivier varen, door het hart van de Gereserveerde Zone van Manu. Vanaf de boot hebben we een geweldig zicht op diverse vogels, zonnende kaaimannen, en de enorme cavia, de capybara. We bereiken onze campinghutten in de namiddag. Hier zullen we de komende twee dagen verblijven. Gedurende deze dagen zullen we een hike maken naar een van de mooiste meren van Manu, het Salvador meer. Hier is het mogelijk om een enorme verscheidenheid aan vogels te zien, verschillende soorten apen en met geluk een grote familie otters. Er is nog een hike in dit gedeelte van het regenwoud die eindigt bij het Otorongo meer. Hier vindt u een 20-meter hoge observatie toren, waar u over het hele meer uit kunt kijken. ´s Nachts zullen we het regenwoud ontdekken bij fakkellicht of gaan we bij maanlicht kaaimannen spotten in het meer.

DAG 5: Salvador meer – Boca Manu
Na een laatste wandeling door het bos vlakbij het Salvador meer (als dit schikt met de vliegtijden) gaan we terug over de Manu rivier. Wanneer uw tour uit 5 dagen bestaat, vliegt u vanaf Boca Manu ´s middags terug naar Cusco.
Manu Nationaal Park (lodges)
20 meiTerug in Cuzco om 10.15 uur. Dag uitrusten en websites bijwerken! Vrij veel last van het hoogteverschil dit keer, en vooral de droge lucht.Pension Alemana, Cuzco
21 meiVoorbereidingen voor Bolivia.Pension Alemana, Cuzco

#408: Historisch Centrum van Lima

Wat is het?
Het historisch centrum van Lima was in de 17e en 18eeuw het middelpunt van het Spaanse koloniale rijk. Veel van de religieuze en publieke bouwwerken uit die tijd zijn bewaard gebleven, o.a. de Kathedraal en het Klooster van St. Franciscus. De barokke architectuur is representatief voor deze periode.

Lima, Plaza de Armas

Cijfer: 7,5 (Verrassend frisse, goed gerestaureerde stad. Wat je er kunt zien is typisch voor Spaans-koloniale steden in heel Latijns-Amerika, maar na de leegte van Australië werd ik wel weer blij van kerken en kloosters vol kunst. Het hoogtepunt hier vond ik het Klooster van St. Franciscus – een enorm complex waar je met een tour in een half uur doorheen wordt gejaagd. Het heeft catacombes met ontelbare botten en schedels: het is lang de begraafplaats van de stad geweest. Er zijn prachtige houten plafonds waarin je Moorse invloeden kunt zien.)

Toegang: Rondlopen in de stad is gratis. Entree tot de kathedraal was 10 soles (2,5 EUR), en tot het klooster 7 soles (1,75 EUR)

Hoeveel tijd: Halve dag, of een hele als je overal naar binnen gaat.

Opvallend: Er is ongelooflijk veel bewaking op straat, vooral op en om het centrale plein (de Plaza de Armas). Zelfs de terrassen hebben een eigen beveiligingsdienst. De president woont ook aan het plein, dus die zal wel een eigen legertje voor de deur hebben. Lima heeft lang de naam gehad erg onveilig te zijn, maar het is de afgelopen 10 jaar sterk verbeterd. In het centrum en in de betere wijken kun je nu zonder zorgen rondlopen.

Pachacamac

Voor het eerst sinds mijn vertrek uit Laos eind maart begint het echte reisgevoel weer te komen. En sta ik weer eens met halve aanwijzingen op zak langs de kant van de weg. Dit keer bij een bushalte waar de minibus naar mijn bestemming voor vandaag, de ruïnes van Pachacamac, zou moeten stoppen. Tientallen, misschien wel honderden busjes rijden af en aan over de Avenida Grau in het centrum van Lima. De bestemming staat voorop de bus, en de hoofdpunten van de route op de zijkant. En als dat nog niet genoeg is, is er altijd nog de conducteur die luid roepend uit de deuropening hangt.

Al na een paar minuten stopt er een minibus met opschrift “Pachacamac”. Snel klaar, denk ik. Maar de conductrice schudt het hoofd bij mijn vraag of ze naar “Las Ruinas” gaat. “Nee, nee, je moet een bruin busje hebben”. Oh. Zou ze misschien wit met bruine strepen bedoelen? Maar dat blijkt ook niet de goede bus te zijn. Na een minuut of 10 heb ik bussen in allerlei kleuren hebben zien voorbijkomen, zoals sushi op een lopende band. Misschien was het toch slimmer geweest om een taxi te nemen, dan weet je tenminste zeker dat je er komt. Mijn geduld wordt echter beloond als er een inderdaad geheel bruin busje stopt met “Pachacamac” erop en een conducteur die me binnen laat.

Minibussen in Lima

De rit van ruim 30 kilometer kost 30 Sol (0,75 EUR). Daarvoor krijg je ook nog eens volledige stadstour door de zuidelijke helft van Lima. Het is een uitgestrekte stad, erg dichtbevolkt en vol verkeer. Het busje stopt bij alle haltes (minstens een stuk of 30) en voor iedereen die zijn hand opsteekt langs de kant van de weg. Maar erg vol wordt het toch niet binnen, er zijn zoveel busjes onderweg met dezelfde bestemming dat je nooit echt hoeft te wachten.

Aan de zuidoostkant van de stad komen we ook de eerste sloppenwijken tegen. Ze liggen tegen de berghellingen geplakt, op de steilste stukken. Zo te zien zijn het nog wel allemaal stenen huizen, dicht op elkaar. Er is een grote markt op straat, en er rijden tuktuks de steile straten omhoog. Even buiten de stad zien de wijken er nog breekbaarder uit. Ze zijn gebouwd op zanderige hellingen, een soort grote duinen. Het lijkt alsof een flinke regenbui of een aardbeving de huisjes zo van de kaart zouden vagen.

Het busje zet me af voor de ingang van het ruïnecomplex. Omdat de ruïnes een uitgestrekt gebied bestrijken en grotendeels onder het zand liggen, is rondlopen met een gids hier aan te raden. Bij de ticketkiosk dient zich echter een probleem aan: ze hebben geen wisselgeld voor mijn 100 Sol (25 EUR). Dan moet het maar zonder gids, ik heb nog net genoeg kleingeld om de entree te betalen en voor de bus terug.

Tegen het einde van de rit is het steeds mistiger en kouder geworden. De befaamde grauwe deken over Lima – gisteren was het hier nog prachtig weer, maar de stad gaat 9 maanden van het jaar schuil onder vieze smog. Je ziet bijna niks meer.

Pachacamac in de smog

Het complex van Pachacamac herbergt de restanten van een religieus centrum ter ere van de god Pachacamac. Het was een pelgrimsplaats voor een opeenvolging van pre-Columbiaanse beschavingen, tussen de jaren 200 en 1532. Van de Lima, de Wari, de Ichma tot de Inca’s.

Bij de ingang is een klein museum. Ze hebben een paar voorbeelden van bijzonder vreemd gevormd Wari-keramiek. En omdat het hier zo droog is, is er hier zelfs pre-Columbiaans textiel bewaard gebleven. De route over het terrein wijst zich vanzelf. Het is wel goed zelf te lopen. Er staan borden met opschriften in het Spaans en Engels om aan te geven wat het is waar je naar staat te kijken. Die uitleg is wel nodig want het meeste moet hier nog opgegraven en gerestaureerd worden. Je ziet op het terrein veel mensen aan het werk: aan het graven en stenen  sjouwen.

Het meest de aandacht trekt de Tempel van de Zon. Dit is een grote piramide, waar je via een steil pad naar boven kunt lopen. De piramide-vorm is goed bewaard gebleven, maar verder is er niet veel meer te zien dan het uitzicht over de buitenwijken van Lima.

Zo langzamerhand zijn er ook meer toeristen op het complex gearriveerd. Ze zijn met auto, taxi en tourbusjes gekomen. Met het openbaar vervoer komen en te voet de ruïnes verkennen is blijkbaar niet zo gebruikelijk. De inzittenden van één auto wenken me om me een lift te geven, maar ik loop net zo lief. Het is nog steeds grotendeels bewolkt dus niet zo heet.

Verderop op het terrein liggen nog minstens drie plekken die erg de moeite waard lijken te zijn als ze volledig zijn hersteld. De eerste is de Beschilderde Tempel – hier zijn rode en gele afbeeldingen van dieren, planten en andere figuren gevonden op de muren. Helaas mag je hier niet naar binnen. Dan is er de Noord-Zuid Straat. De Wari stonden bekend om hun uitgebreide wegennetwerk, wat ze gebruikten om hun grote rijk onder controle te houden. En tot slot een tweetal grote piramides uit het Ichma-tijdperk (900-1470): ze liggen aan een centraal plein, en hebben steile gemetselde “opritten”.

Pachacamac, tempel met helling

Na zo’n anderhalf uur heb ik mijn ronde door het zand voltooid. Het is geen erg spectaculaire plek, maar doordat er flink aan gewerkt wordt geeft het de indruk dat er veel meer te zien zal zijn over een aantal jaar. Voor nu beschouw ik het maar als het eerste voorproefje van de vele mooie ruïnes die ik hier in Peru hoop te gaan zien.

#409: Chan Chan

Wat is het?
Chan Chan was de hoofdstad van de Chimú, een Indiaanse beschaving die in de 15e eeuw werd onderworpen aan de Inca’s en niet veel later aan de Spanjaarden. Het was de grootste stad van Latijns-Amerika voor de kolonisatie, en is ook het grootste lemen bouwwerk op aarde. De stad bestrijkt 20 vierkante kilometer. Het meeste daarvan is niet gerestaureerd.

Chan Chan

Cijfer: 8 (Het zijn de overblijfselen van een enorme stad, de hele lay-out met muren en pleinen staat nog overeind. Eén deel is volledig gerestaureerd, en dat is ook waar je de mooie reliëfs ziet met de Zee als thema (zeeleeuwen, pelikanen, etc). Toch valt het een beetje in het niet bij wat ik diezelfde ochtend zag: de Huaca de la Luna, gebouwd door de Moche  – daar is meer origineel, veel in kleur en de meest geweldige reliëfs)

Toegang: 11 soles (2,75 EUR). Er komen zo’n 90.000 toeristen per jaar, in 2009 zijn er 760 Nederlanders onder hen geteld. De meeste bezoekers zijn Peruanen, zo ook op de zaterdag dat ik er was (veel groepen).

Hoeveel tijd: 1,5 uur (er is een vaste route over het terrein, en ook een klein museum met maskers en houten beelden die op het terrein gevonden zijn)

Opvallend: Ik had deze bijna gemist! Ik was weer eens met een stom tourtje op pad gegaan, en dat verliep zo chaotisch dat we een paar minuten na sluitingstijd bij Chan Chan aankwamen. De groep voor ons mocht nog net naar binnen. Ik dacht natuurlijk “ik laat me geen vinkje ontnemen”, en sloop gewoon met die andere groep mee naar binnen. Na wat discussie mocht mijn oorspronkelijke groep er uiteindelijk ook nog in en ben ik met die gids verder door het complex gelopen.

Favoriete Indianen: de Moche

Na een kleine week in Peru duizelt het me al van de namen van de lokale Indianenvolken. Vaak werden historische locaties door een opeenvolging van beschavingen gebruikt, en zijn de verschillen subtiel. Toch heb ik al favoriete Indianen gevonden: de Moche. Ze leefden in het noorden van Peru van 100 voor Christus tot 800 erna.

De Moche waren geweldige pottenbakkers. Nee, niet die saaie schalen en vazen waarvan je overal ter wereld in musea de scherven ziet. Geen gebruiksvoorwerpen, maar keramiek voor ceremonieel gebruik. In de vorm van dieren (krabben, cavia’s), fruit en hoofden van mensen. Deels levensecht, deels mythisch. Goede plaatsen om dit te zien zijn het Archeologisch Museum in Trujillo en in het nieuwe museum bij de Tempels van de Zon en van de Maan nabij Trujillo.

Moche keramiek

Met de Huaca de la Luna hebben de Moche een fantastische religieuze tempel nagelaten. Dit is zonder twijfel het mooiste wat ik tot nu toe in Peru heb gezien. De noordelijke facade van de tempel is van beneden naar boven bedekt met 7 rijen kleurrijke reliëfs. Iedere rij heeft zijn thematische afbeeldingen: een Zeegod, een Spinachtige met scherpe messen en afgehakte menselijke schedels in zijn poten en het katachtige Maanwezen met een afgehakt menselijk hoofd tussen zijn klauwen. – –  Ja, mijn favoriete Indianen deden aan mensenoffers.

Huaca de la Luna - relief

#410: Huascaran Nationaal Park

Wat is het?
De Huascaran is met zijn 6786 meter de hoogste berg van Peru. Hij ligt in de Cordillera Blanca, de “Witte Bergketen”, in de Andes. In het nationaal park zijn nog 26 andere bergen hoger dan 6000 meter. De pieken zijn bedekt met eeuwige sneeuw, en er zijn gletschers en meren.

Huascaran Nationaal Park

Cijfer: 7 (Het park is werelderfgoed geworden alleen vanwege zijn “natuurlijke schoonheid”. De witte pieken blijven inderdaad steeds je aandacht trekken. Qua fauna en flora zijn er ook wel wat bijzonderheden, maar er is niets spectaculairs te zien voor een natuur-leek zoals ik.)

Toegang: 5 soles (1,25 EUR).

Hoeveel tijd: van 1 uur (als je alleen de bergen en de meren wilt zien) tot meerdere dagen (als je wilt gaan wandelen)

Opvallend: In 1970 is het gebied getroffen door een zware aardbeving. Het dorpje Yungay aan de voet van de berg werd dubbel geraakt: eerst door de aardbeving, en daarna door een lawine van steen en ijs die loskwam van het gebergte. 25.000 mensen kwamen om. Het hele dorp is nog steeds met een dikke laag stenen bedekt, en niks staat meer waar het origineel stond. Ze hebben er een indrukwekkend monument van weten te maken, met overblijfselen van een geraakte auto, 3 palmbomen van het centrale plein die het overleefd hebben en een reconstructie van de kerk. Verder is er vooral een hele grote begraafplaats vol met mensen die op 31 mei 1970 zijn overleden.

#411: Chavin

Wat is het?
Chavin de Huantar was een religieus centrum en pelgrimsplaats tussen 1500 en 300 voor Christus. Het ligt op 3177 meter hoogte in de Andes.

Chavin

Cijfer: 8 (Het complex bleek veel groter dan ik had gedacht, en het ligt prachtig tegen een berghelling aan. Veel is verschoven of begraven door een lawine en een aardbeving. De echt mooie dingen hebben ze nu in een museum ondergebracht. In één van de vele ondergrondse galerijen kun je nog een goed bewaard gebleven sculptuur zien. De muren waren vroeger versierd met een rand van bewerkte stenen, in de vorm van hoofden en koppen van mens- en dierachtigen. Eéntje zit er nog op zijn plek, de rest staat in het museum).

Chavin

Toegang: 11 soles (2,75 EUR), plus 25 soles voor een gids.

Hoeveel tijd: ik ben er een hele dag mee zoet geweest, als dagtocht uit Huaraz, waarvan 2 uur op het archeologisch complex, 20 minuten in het museum en 7 uur en een kwartier in de bus heen en terug

Opvallend: Chavin ligt diep  in de bergen. Ik koos ervoor om er met de lokale bus naar toe te gaan vanuit Huaraz. Dit werd meteen mijn eerste echte openbaar vervoer-ervaring in Peru. Ik had al heel wat tijd in bussen versleten, maar dan wel de hele luxe: dagen vooraf gereserveerde plaatsen, comfort zoals in de business class op een internationale vlucht, vergaande beveiligingsmaatregelen zoals het filmen van alle passagiers. Op de busrit naar Chavin (kosten: 3 EUR) probeerden ze de schijn nog wel een beetje op te houden, met 2 chauffeurs die elkaar afwisselden achter het stuur en echte geprinte tickets.

De bus terug (even duur) was een soort eenmanszaak: de bus kwam al van verder uit de bergen, stopte op een kruising in Chavin, chauffeur stapt luid roepend “Huaraz, Huaraz” uit, wacht een tijdje tot er genoeg mensen zijn ingestapt en begint dan aan de rit over de bergpas. Ik zat op de al niet echt schone stoelen naast een jonge Indiaanse vrouw met kwijlend kindje op haar rug gebonden. Halverwege, bij een prachtig meer, zet de chauffeur de bus langs de kant van de weg stil en komt bij iedereen langs om de ritprijs op te halen. We zijn veilig in Huaraz terug gekomen, slechts een kwartiertje langer duurde de rit dan vanochtend.

#412: Caral-Supé

Wat is het?
Caral-Supé is de opgraving van een stad uit ca. 3000-1800 voor Christus. Het wordt beschouwd als de wieg van de Amerikaanse beschaving: het is de oudst opgegraven stad op het Amerikaanse continent, en heeft al veel kenmerken die later door anderen (de Chavin, de Inca’s) werden geperfectioneerd. Bijzonder is bijvoorbeeld de vondst van een quipu, een koord met knopen dat werd gebruikt om allerlei informatie weer te geven en op te slaan. Een soort voorloper van het schrift dus.

Caral-Supe

Cijfer: 8,5 (Ongelooflijk imposant. Heel groot, echt de omvang van een stad. De 6 piramides trekken de meeste aandacht, maar de natuurlijke ligging in het desolate woestijnlandschap langs de Peruaanse kust maakt het extra speciaal.)

Toegang: 11 soles (2,75 EUR), plus 20 soles voor een gids.

Hoeveel tijd: 2 uur om rond te wandelen

Opvallend: Dit is een zeer weinig bezocht werelderfgoed. Van de lange lijst “kenners” op mijn werelderfgoedwebsite heeft slechts één ander Caral-Supé ooit bezocht. Dat komt deels doordat het laat ontdekt is: pas in 1994 kwam men er achter dat die heuvels middenin de vallei geen natuurlijke heuvels waren, maar overgroeide piramides. En het ligt afgelegen: in een vallei niet ver van de kust, goed strategisch in de rug gedekt door bergen. Er doorheen stroomt een rivier, waardoor de bewoners van Caral aan landbouw konden doen. Die rivier is anno 2011 nog steeds een hindernis: de weg ernaartoe was vroeger ook onverhard, maar die is sinds een jaar geasfalteerd en je doet er maar een halfuurtje over vanuit het nabijgelegen Barranca. We zijn even bij de rivier gaan kijken, maar het water stond volgens mijn taxichauffeur te hoog om er met de auto doorheen te rijden (ik vond het nog wel meevallen, maar was dan ook veel erger gewend in Australië waar je geen kant op kunt). Gelukkig is er hier nog een alternatieve toegangsroute. De chauffeur zet me af bij een voetgangersbrug, en dan is het nog 2 kilometer lopen door zand, in de hitte bergopwaarts naar het archeologisch complex. Je komt dan precies aan de verkeerde kant aan, je entreekaartje moet je aan de andere kant kopen dus dat betekent nog een extra wandelingetje.

Beeldjes gevonden in Caral-Supe

#413: De Nazcalijnen

Wat is het?
De Nazcalijnen zijn geogliefen, tekeningen in het zand. Het zijn er honderden. Ze zijn gemaakt tussen 200 voor en 600 na Christus. Deels zijn het geometrische figuren, en voor een deel afbeeldingen van bomen, vogels, andere dieren en mens(achtig)en. Waarschijnlijk zijn ze aangelegd als ceremoniële voetpaden. Je kunt ze het best zien vanuit de lucht of vanaf de omliggende bergen.

Nazca - De Astronaut

Cijfer: 8,5 (Het is wel iets zo bijzonders dat je het gezien moet hebben. Het is onvergelijkbaar met iets anders op aarde. De mooiste tekeningen vond ik De Walvis (daar vlieg je als eerste langs, ik heb geen foto kunnen maken omdat ik eerst nog wat moest oefenen met snel kijken en camera richten door het raam) en De Kolibrie. De Astronaut is ook goed te zien, omdat-ie tegen een donkergrijze berghelling aanligt in plaats van in het zand op de grond zoals de anderen.)

Toegang: Voor de vlucht, georganiseerd door mijn hostel, betaalde ik 95 US dollar. Als je zelf naar het vliegveld gaat om wat te regelen is het goedkoper, maar moet je ook langer wachten. Je moet ter plekke ook nog 25 sol (6,25 EUR) airport tax betalen.

Hoeveel tijd: De vluchten duren 30 minuten, je vliegt dan over 13 figuren.

Opvallend: Het is meer een belevenis dan een bezienswaardigheid. Het begint allemaal op het vliegveldje van Nasca. Daar zijn een stuk of 10 maatschappijen die niets anders doen de hele dag dan rondjes vliegen over de Lijnen. Voor mij was een vlucht geregeld bij Aeroparacas, tegelijk met 7 anderen uit het hostel. De vliegtuigjes kunnen 4 tot 6 passagiers meenemen, en de juiste balans is erg belangrijk. Daarom wordt iedereen eerst gewogen – 4 maand reizen blijkt mij een kilo of 2 extra gewicht te hebben opgeleverd. Slik.

Daarna kun je gaan wachten in de vertrekhal. Er hangen TV’s waar je video’s over de Nazcalijnen kunt bekijken. De hal zit goed vol, zeker zo’n 100-150 mensen gaan er deze ochtend doorheen, allemaal buitenlandse toeristen, veel Japanse en Amerikaanse groepen. De sfeer in de hal is gespannen. Er vallen hier nogal eens vliegtuigjes uit de lucht, vorig jaar oktober kostte zo’n crash nog 4 Britten het leven. Ook maken de vliegtuigen veel bewegingen om de figuren goed te kunnen laten zien aan de mensen die aan beide kanten van het vliegtuig zitten – niet fijn voor mensen die snel last hebben van wagenziekte. Iedereen zit een beetje stil en gespannen voor zich uit te kijken, het lijkt wel de wachtkamer van een dokter.

Om half 12 is het eindelijk mijn beurt. Ik ben ingedeeld met 3 (heel lichte) Koreanen. De co-piloot komt ons ophalen en we proppen ons in het vliegtuigje. Er is één piloot die het vlieg- en het stuurwerk doet, en één (co-)piloot die de uitleg geeft bij wat we zien. We krijgen een plattegrond waar de route opstaat die we gaan vliegen, en welke figuren we waar kunnen zien. Ook krijgen we een koptelefoon op, zodat we de aanwijzingen van de co-piloot kunnen horen. Dan is het opstijgen en een paar minuten vliegen naar het onherbergzame landschap buiten de stad Nazca. Ik zit direct achter de co-piloot, en druk schreeuwend wijst hij me op de eerste figuur: De Walvis. Gezien? OK – dan draaien we een rondje zodat de 2 Koreanen aan de andere kant van het vliegtuig het ook kunnen zien. Eén Koreaanse heeft nu al niet veel zin meer om iets te zien, ze is wit en misselijk.

Nazca - de route

Ik heb de smaak echter goed te pakken. Je moet eerst even gevoel krijgen waar je precies moet kijken en hoe groot de figuren zijn. Er lopen heel veel lijnen door elkaar in het landschap. Ook fotograferen valt niet mee: het vliegtuigje heeft ook maar kleine ramen, dus je ziet de figuren maar in een flits en dan met een half raam of vleugel er doorheen. Het is een leuke en spannende vlucht, en tegen het einde spot ik de figuren soms zelfs iets eerder dan de co-piloot. Helaas is het na een half uurtje al voorbij. Ik had nog wel een rondje gewild om sommige figuren wat beter te bekijken.

#414: Arequipa

Wat is het?
Arequipa is de tweede stad van Peru, en vooral bekend om zijn specifieke architectuur: gemaakt van lokaal wit-roze vulkanisch gesteente, op zo’n manier dat het aardbevingen kan weerstaan. De stad is zo vaak door een aardbeving geraakt (o.a. nog een 8.4 in 2001) en weer opgebouwd dat ze er wel experts in zijn geworden. Naast deze extra stevige bouwstijl worden met name de kerken in het centrum gekenmerkt door barokke facades, vol sculpturen van bloemen en religieuze figuren.

Arequipa - Santa Catalina klooster

Cijfer: 8 (Sfeervolle, zeer Europees aandoende stad. Het zou ook zo maar ergens in het binnenland van Spanje kunnen liggen. Hoogtepunten: het unieke Santa Catalina Klooster, gebouwd voor rijke nonnen en een stad in de stad, de facades van de kerken en het grote houten altaar van de Santo Domingo-kerk)

Toegang: Het meeste is gratis, het Santa Catalina Klooster vraagt een entree van 35 soles + 5 soles voor een rondleiding in het Engels (totaal 10 EUR).

Hoeveel tijd: Een dag. Arequipa is verder ook een prettige plek om wat uit te rusten, praktische zaken te regelen en lekker te eten. Ik bleef er daarom 3 nachten.

Opvallend: Het is net alsof je ergens in Spanje bent. Dat geldt niet alleen voor het centrum maar ook voor de nabije omgeving, bijvoorbeeld de Mansion del Fundador in een dorpje 8 kilometer buiten de stad is een prachtig overgebleven Spaans-koloniaal landhuis. Bijzonder is dan ook dat misschien wel de bekendste “attractie” van Arequipa een Inca-overblijfsel is. Het is een 13- of 14-jarig meisje (Juanita) dat zo’n 500 jaar geleden door de Inca’s werd geofferd op de Ampato vulkaan. Ze werd in 1995 bij toeval gevonden.

Ze wordt nu het grootste deel van het jaar tentoongesteld in een museum in Arequipa, in een glazen kist 20 graden onder nul en met een luchtvochtigheid van 99%. Zo is ze gevonden, en zo kan ze het best bewaard blijven. Met uitzondering van haar gezicht, dat 2 weken aan de zon heeft blootgestaan, is haar lichaam nog helemaal intact. In het museum krijg je een video te zien over hoe en waar ze gevonden is, en zijn haar kleren te zien en voorwerpen die met haar (en met 6 andere kinderen) zijn begraven. Prachtige gouden beeldjes van lama’s bijvoorbeeld. Juanita zelf is een klein opgevouwen schepsel in een vrieskist, een beetje eng.

Vast in de sneeuw!

Mijn laatste lange busrit in Peru is van Arequipa naar Cuzco. Met Cruz del Sur, van 20 uur ’s avonds tot de volgende ochtend 5 uur. Ik was van plan een lofzang te gaan schrijven op de langeafstandsbussen in Peru. Dat je er net zo comfortabel zit als in een business class-stoel in het vliegtuig. Dat ze aan de rechterkant van de bus ook een rij zetels hebben voor alleenreizenden. Dat er (soms, een beetje) draadloos internet is in de bus. Dat de bus voor niets of niemand stopt, en je in één ruk naar de eindbestemming rijdt (met 2 chauffeurs). Dat er lekkere warme dekentjes zijn voor de koude nachten. Dat ze wel drie keer je paspoort controleren en je gezicht filmen om vast te leggen dat je echt bent wie je zegt.

Nachtbus Cruz del Sur op busstation Nazca

Het instappen op het busstation van Arequipa is helemaal fijn: er is een lounge voor de Cruz del Sur-passagiers, met modieuze banken om in te hangen. In de bus heb ik dit keer stoel 13, dat is de stoel vooraan het raam op de bovenverdieping van de dubbeldeksbus. Dan kun je je voeten nog fijn op het raamkozijn leggen, weer een stapje dichterbij de ideale slaaphouding in de bus. Mijn medepassagiers zijn bijna allemaal toeristen, onder wie een groep Russen. Ik installeer me lekker met mijn mp3-speler en wat te eten en drinken, vast van plan om nog even 2 uur wat rond te kijken en daarna te gaan slapen.

Om een uur of 10 staan we opeens stil ergens in het donker, in the middle of nowhere. Door het raam kan ik opmaken dat we ergens op een bergpas staan, met aan weerszijden sneeuw en ook een dun laagje op de weg. Een lange rij vrachtwagens en bussen staat voor ons. We zien een personenauto die in de berm is beland. Er lopen, beter gezegd: glibberen, wat mensen over de weg. Het zijn chauffeurs en bijrijders die de situatie aan het inschatten zijn. De vrachtwagenchauffeurs hebben het al snel bekeken: ze zetten hun trucks aan de kant van de weg stil – morgen is er weer een dag en dan smelt de sneeuw wel weer. De bussen willen wel graag doorrijden, zo ook onze buschauffeur die wat zinloos staat te toeteren. We staan echter in een enorme file waar geen beweging in zit.

Twee uur lang blijft deze impasse bestaan. Tot opeens een bus voor ons aan de linkerkant van de weg de rij stilstaande vrachtwagens gaat passeren. Onze bus gaat er snel achteraan. Het is een spannende actie – de andere bus komt telkens vast te zitten, waarna het personeel met een houten staaf en een schepje de banden weer bevrijdt. Onder veel kritiek van de toekijkende chauffeur van onze bus, de luxe bus, met de chauffeurs in een net kostuum (die gaan hun handen niet vuil maken). Er blijkt ook wat politie aanwezig te zijn, die heeft het tegemoetkomende verkeer stilgelegd om onze kilometerslange inhaal- en glibberactie te doen slagen. En slagen doet het: onze bus heeft geen enkel probleem met het wegdek, en duwt op het eind de oudere en goedkopere bus gewoon aan de kant. Wij eerst!

Opgelucht rijden we verder. We komen al snel bij een tolweg aan, en daar ligt geen sneeuw meer op de weg alleen maar aan de kanten. Ik maak me klaar om te gaan slapen. Het duurt echter nog geen uur of we staan weer stil. Hoe kan dat nou? Het ziet er op het eerste gezicht als een zelfde situatie uit: een file van bussen en vrachtwagens. We wachten en wachten. Drie uur hier maar liefst.

In de verte zie je wel wat lampen, en er komt na een tijdje ook tegemoetkomend verkeer langs – passeren kun je dus wel. Ook hier arriveert politie. We mogen er langs, maar dan moeten wel alle passagiers eerst uitstappen. Het kan maar net. Als ik buiten sta zie ik pas echt wat er hier aan de hand is: een vrachtwagen met kratten bier is in een bus gereden. Beide voorkanten zitten helemaal in elkaar, de bierflesjes liggen in de berm. Slachtoffers of passagiers van de bus zie ik niet meer staan, hoewel ik in het voorbijgaan hoor spreken over uno muerto (1 dode).

We zijn er gelukkig langs. Van slapen komt niet veel meer – de zon komt al weer bijna op, het is kwart over 5. Eindelijk rijden we ook de bergen rondom Arequipa uit. We zijn al de hele nacht onderweg, maar hebben nog maar een derde van de hele rit afgelegd. Gelukkig is het een mooi landschap, wat je anders grotendeels mist als je ’s nachts reist. Alle goede bussen zijn echter nachtbussen.

Hoewel Cuzco op flinke hoogte ligt (3400 meter), klim je niet noemenswaardig. Dit hele gebied ligt al op een hoogvlakte. We rijden urenlang diep een vallei in. Veel dorpjes hier ook. Het lijkt wel een beetje op de Alpen. Helemaal aan het eind ligt Cuzco, de oude Inca-hoofdstad. Een stoffige stad. Zeventien-en-een-half uur na vertrek komen we er eindelijk aan…

#415: Machu Picchu

Wat is het?
Machu Picchu is de best bewaard gebleven stad/heilige plaats van de Inca’s. Ze is nooit door de Spanjaarden ontdekt, en dus ook niet geplunderd of vernietigd. Pas in 1911 is de locatie bekend geworden aan de buitenwereld. De Inca’s hebben het complex in de 15e eeuw gebouwd, en ook al weer vrij snel verlaten (1532). Het is zowel een cultureel als natuurlijk werelderfgoed, dat laatste omdat het landschappelijk als het meest attractieve gebergte van de Peruaanse Andes wordt beschouwd.

Machu Picchu

Cijfer: 9 (Veel mooier kan een ruïnestad niet zijn. De ligging is ook fantastisch, tussen hoge groene bergpieken in en met zicht op een diepe vallei. Toch geen 10: het blijft een archeologische opgraving en geen levende stad, en er zijn ook weinig echt memorabele gebouwen of objecten – de Inca’s waren meer strakke bouwers dan dat ze hielden van veel decoratie; of misschien hadden ze daar geen energie meer voor nadat ze hier al die terrassen met de hand hadden aangelegd)

Toegang: Eén van de meest prijzige werelderfgoederen: de Peruanen weten wel dat er goed aan Machu Picchu te verdienen valt. De entreeprijs voor buitenlanders is 126 sol (32 EUR). Daarnaast moet je een retourtje kopen voor de shuttlebus van het dorpje Aguas Calientes aan de voet van de berg naar de top (45 sol, 11 EUR). En om in Aguas Calientes te komen kun je alleen de trein nemen (retour 80 US dollar vanuit Ollantaytambo) of een aantal dagen gaan lopen (Inca Trail). Er komen zo’n 2000 bezoekers per dag,

Hoeveel tijd: De hele expeditie kost je een dag. Op het terrein zelf kun je de lange route lopen, dat duurt ongeveer 3 uur.

Opvallend:  Ik had op een gegeven moment een mooi plekje in de zon gevonden om te zitten en het hele spektakel in me op te nemen.  Mensen kijken is hier ook leuk: de meeste bezoekers, zowel jong als oud, komen in groepen. Vaak hebben ze dan allemaal dezelfde T-shirts aan met opdruk van de “expeditie” die ze aan het ondernemen zijn. Grappig genoeg zijn deze T-shirts dan nog helemaal nieuw en schoon, lijkt de wandelkleding rechtstreeks van de buitensportwinkel te zijn gekomen en loopt iedereen rond met van die uitklapbare wandelstokken. Als ik dan ook nog eens het gemiddelde gewicht van de groepsleden in ogenschouw neem, maken ze mij niet wijs dat ze hier te voet zijn gekomen over de 4-daagse Inca Trail.

Machu Picchu

Ollantaytambo

Het dorpje met de moeilijke naam (ze korten het af in het dagelijks spraakgebruik tot Ojanta) ligt in de Heilige Vallei, tussen Cuzco en Machu Picchu. Het kerngebied van de Inca’s. In tegenstelling tot Machu Picchu zijn de Spanjaarden hier wel geweest. In één beroemde veldslag hebben de Inca’s onder leiding van Manco Inca de indringers zelfs weten te verslaan.

Tegen een berghelling aan de rand van het dorp liggen de ruïnes van een religieus complex, gebouwd door de Inca’s in de 15e eeuw. Ik weet niet zo goed wat ik moet verwachten (niet goed voorbereid vandaag he?). Ik loop langzaam de trap op langs de landbouwterrassen, die ook hier heel steil en strak zijn aangelegd. Wat meteen opvalt hier zijn de reuzenblokken van steen, de monolithen. Dit zie je niet in Macchu Picchu. Ik associeerde ze altijd met Tiwanaku, een werelderfgoed in Bolivia dat ik binnenkort hoop te bezoeken en dat veel invloed heeft gehad op de bouwstijl van de Inca’s.

Ollantaytambo

Op de top liggen ook nog een hoop losse, half afgewerkte stenen. En de ruïnes van een tempel. Het complex schijnt verlaten te zijn nog voordat het helemaal afgebouwd was. Of geraakt door een aardbeving, dat kan ook. Een fascinerende plek, met ook prachtige vergezichten over de vallei. Op een berghelling aan de andere kant kun je nog de resten zien van opslagplaatsen die de Inca’s gebruikten om hun landbouwproducten op te slaan.

Met blauwe pijlen is een route over het terrein aangegeven. Ze voeren je aan de zijkant naar een pad dat helemaal boven de terrassen langs loopt. Het blijkt een heerlijke wandelweg te zijn, langs in bloei staande cactussen en andere planten. En er is steeds meer: zag ik van onderaf “maar” één terras, om de hoek liggen er nog twee.

Ollantaytambo - pad bovenlangs

Uiteindelijk moet je weer naar beneden, en daar is nog meer te zien. Ollantaytambo heeft veel kenmerken die typisch zijn voor de Inca-architectuur. Ik vind ze hier eerlijk gezegd beter naar voren komen dan in Machu Picchu. Zo is er een goed functionerend systeem te zien van fonteinen (eentje mooi bewerkt), geholpen door de snelstromende rivier die hier door het dorp stroomt. Ik kon het razen van het water op mijn hotelkamer horen, het was net alsof het de hele tijd regende. Ook is er net als in Machu Picchu een “heilige rots” – een steen die de Inca’s in de vorm van de berg waarop je uitkijkt hebben gehakt.

Ik breng in totaal 2 uur door hier, zo groot en interessant is het. Beneden staan bankjes vanwaar je net zulke mooie vergezichten hebt als vanaf de top. En omdat het weer heerlijk weer is vandaag is het echt genieten.

Ollantaytambo

#416: Cusco

Wat is het?
De stad Cusco is een mix van Inca- en Spaans-koloniale architectuur. In de tweede helft van de 15de eeuw is deze Inca-hoofdstad uitgegroeid tot de rijkste stad van de Amerika. Toen de Spanjaarden kwamen in 1533 hebben ze de gebouwen vernield, maar de fundamenten, muren en stratenpatroon laten bestaan. Daar bovenop hebben ze hun katholieke kerken en andere monumenten gebouwd.

Cuzco - Plaza de Armas

Cijfer: 5 (Echt heel weinig te beleven. Van de Inca’s is niet veel zichtbaars meer over, en als je zoals ik eerst Machu Picchu hebt bezocht stelt het helemaal niks voor. Enige speciale vermelding is voor de Kathedraal, en dan eigenlijk nog een heel trieste: deze is gebouwd op de fundamenten van het belangrijkste Inca-paleis. De donkergrijze stenen zijn er nog, verder is de Kathedraal helemaal volgepropt met goud, zilver en spiegeltjes om zo de Indianen naar de katholieke kerk te lokken.)

Toegang: De entree tot de kathedraal kost 25 soles (6 EUR). Je mag er geen foto’s maken, net als in de meeste andere monumenten van de stad.

Hoeveel tijd: Ik had het in een uur of 2 wel gezien, inclusief een bezoek aan het ook niet al te geweldige Inca museum.

Opvallend: Boven de stad, op een half uur lopen van het centrale plein, liggen de ruïnes van het Inca-fort Sacsayhuamán. Dit is het meest bezienswaardige van heel Cusco, maar hoort voor zover de kenners het hebben uitgezocht niet tot het werelderfgoed. Cusco ligt op 3400 meter hoogte, en het fort op 3700 meter. Het is een hele klim dus om er te komen. Wat er over is gebleven zijn vooral muren, in de typische Inca-bouwstijl. De 22 muren zijn in zigzag-vorm aangelegd.

Sacsayhuamán

#417: Manu Nationaal Park

Wat is het?
Het Manu Nationaal Park kent een biologische diversiteit die ongekend is in de rest van de wereld. Hier leven 10-15% van alle vogelsoorten op aarde,  bedreigde diersoorten zoals de reuzenotter, reuzenmiereneter, jaguar en ocelot en maar liefst 15.000 plantensoorten. Het park omvat een deel van de Madre de Dios-rivier en het hele stroomgebied van de Manu-rivier. Het is ongeveer zo groot als Wales.

Manu NP - Manu rivier

Cijfer: 8,5 (Bijzonder mooi landschap, vooral het Salvadormeer vond ik prachtig. Er leven veel vogels en andere dieren, maar door het dichte regenwoud zijn die moeilijk te zien laat staan te fotograferen.)

Toegang: Bij het registreren in het bezoekerscentrum nabij Boca Manu bleek ik ongeveer bezoeker nummer 300 dit jaar (januari tot en met mei). Jaarlijks komen er zo’n 2500 toeristen. De entree is beperkt tot een select aantal tourorganisaties. In de Beschermde Zone van het park zijn maar 3 lodges en 5 kampeerplaatsen, allen zonder elektriciteit.

Hoeveel tijd: Twee dagen in de Beschermde Zone is zo’n beetje standaard. Het kost ook nogal wat tijd om er te komen, en die route op zich over land en water is ook niet te missen. Ik was uiteindelijk 6 dagen in het gebied.

Opvallend: Zo’n jungletour midden in de natuur is spannend natuurlijk, maar ik genoot evenzeer van de rommelige dorpjes aan de rand van het park.

Daar! In die groene boom….

Ik was “even” zes dagen weg uit de beschaving. Een tour naar en door het zelden bezochte en ongerepte Manu Nationaal Park. Negen medereizigers, vijf verschillende nationaliteiten. Plus een gids, een schipper, een hulpje en een kok.

Dag 1: naar het nevelwoud

Iets voor zessen in de ochtend verlaten we Cuzco per bus. We rijden door de bergen de stad uit, langs de Inca-ruïnes van Sacsayhuamán en Pisac. Het is nog behoorlijk koud zo in de ochtend. In de dorpjes waar we voorbijrijden vallen de reliefs op de huizen op: symbolen, dieren – een soort hedendaagse Nazca-lijnen.

Om negen uur hebben we een ontbijtstop in Paucartambo. Het is een leuk wit Spaans-koloniaal plaatsje. Er zijn hier zelfs meer toeristen aanbeland, vast ook op weg naar Manu. We kijken binnen bij een traditionele bakker met een hele grote houtoven. Ook hebben ze hier de straattegels versierd met reliëfs en symbolen.

Paucartambo

We vervolgen onze weg door de bergen. Het wegdek is onverhard, maar de stevige bus redt zich goed door alle plassen en kleine aardverschuivingen heen. Om half 12 in de ochtend komen we bij het bordje “Manu Nationaal Park”. Dit is het begin van wat de “Culturele Zone” heet – hier wonen nog mensen. We zitten inmiddels helemaal in de nevel, en de weg is een glibberige modderboel.

Een uur voor aankomst bij onze overnachtingsplaats stappen we uit de bus en gaan te voet verder over de weg. Er is hier een favoriete hangplek voor de mannelijke Andean Cock-of-the-rock (“rode rotshaan” in het Nederlands): ze showen hun oranje veren opzichtig om vrouwtjes te lokken. Er zitten er hier een heleboel, en we kunnen vanaf een platform foto’s maken. We zien daarnaast nog meerdere blauwe mogmog, een quetzal en onze eerste kapucijnaapjes. Mijn pas aangeschafte verrekijker bewijst al zijn waarde, zonder zo’n ding zijn met name de vogels nauwelijks te zien.

We brengen de nacht door in de eenvoudige houten San Pedro Lodge, waar we de enige gasten zijn. Voor negenen gaat iedereen naar bed.

Nevelwoud

Dag 2: over de Madre de Dios-rivier

Na het ontbijt om zes uur starten we de dag met een half uurtje wandelen. We zitten op de hoogte van de boomtoppen, en kunnen er veel kleine kleurige vogels zien. Je hebt hier ook geweldige vergezichten over het dichte woud, en er zijn watervallen waar nog heel wat water naar beneden komt ondanks dat het geen regenseizoen meer is.

Nevelwoud, Highland Motmot

We maken een korte stop om wat brood in te slaan in Patria, een armoedig dorp. De huizen zijn van hout maar gelukkig hebben ze wel satelliet TV. Daarna stoppen we wat langer in ander dorp, een soort truckstop. Hier zijn wat winkels en het is een grappige plek om wat rond te struinen.

In de havenplaats Atalaya is het eindelijk tijd om het land achter ons te laten en de rivier op te gaan. We mogen eerst nog laarzen uitzoeken – een must in het regenseizoen, en nu vast ook nog wel een keer handig. Onze boot is een lang, smal houten schip waar je met z’n drieën naast elkaar zit. Er is nog ruimte genoeg over voor al het eten dat we meenemen.

We maken een lange boottocht van vijf uur over de Madre de Dios rivier. Deze is heel breed en op sommige plaatsen met behoorlijk wat golfen. Je ziet dan ook niet veel aan de waterkant. De enige opwinding komt als er drie wezels worden gespot, lopend over het strand.

Onze boot (plus kok) langs de Madre de Dios Rivier

Om vijf uur in de middag komen we aan bij de mooie Yuni-lodge. Na het avondeten doen we onze eerste avondwandeling. We schuifelen in een rij over het bospad in de buurt van de lodge, ieder met een eigen zaklantaarn. De gids probeert insecten te vinden, en peutert een tijdje met een stokje in een hol van een tarantula. Deze laat echter alleen zijn pootjes zien. Het “enge-insecten-gehalte” valt me gelukkig erg mee, ik heb in de Braziliaanse Pantanal en ook in Afrika wel engere beestjes gezien.

Dag 3: de Beschermde Zone in

Het vertrek is weer vroeger vandaag: om zes uur al gaan we met de boot op pad, de Beschermde Zone in. Dit is wel waar we het allemaal voor doen, het echte ongerepte deel van het nationaal park. Daar waar op wat primitieve indianenstammen na geen mensen leven of werken. Al snel verlaten we de Madre de Dios rivier voor de meer modderige maar ook smallere Manu-rivier. Het is hier al snel raak voor de vogelspotters, hoewel het aanwijzen van hele kleine groene vogels in groene bomen vanaf een snelvarende boot wel een zoekplaatje oplevert. “Daar! In die groene boom…”. Je ziet hier veel parkieten en papagaaien, je herkent ze wel aan hun bewegingen.

Manu NP - Manu rivier

Vrij aan het begin van de Manu-rivier ligt het Manu-bezoekerscentrum. Elke groep en ieder individu moet zich hier inschrijven. Op dit moment zijn er naast ons nog twee andere groepen in het park, dat een totale oppervlakte heeft zo groot als Wales. Uit de administratie blijkt dat er dit jaar zo’n 300 bezoekers zijn geweest. In een vol jaar komen er zo’n 2500, dat is even veel als op één dag in Machu Picchu. De landing hier is wel een bijzondere, je moet over een lange boomstam balanceren om boven te komen. Het lukt mij om bij de eerste stap mijn rechteronderbeen in de modder te zetten – ik dacht dat je er wel op kon staan….

Na een minuut of 10 varen we weer door. Op takken in het water liggen schildpadden te zonnen. De stranden zijn het terrein van de kaaimannen, witte en de grotere zwarte – ze lijken net boomstronken en liggen onbewogen aan de rand van het water. We zien er eentje van wel vier meter lang. Hij laat ons ook even zijn tanden zien. Twee tapirs klauteren net de walkant op als we voorbijvaren.

Na een lunch op het water, klaargemaakt door onze eigen kok, komen we om  twee uur aan bij de Sacha Vaca lodge. Deze is nog eenvoudiger dan de vorige twee: er is hier ook geen elektriciteit via een generator meer. We eten bij kaarslicht en we slapen ieder in een eigen houten hut, tussen de bomen.

Manu NP - Salvador Meer

In een half uurtje lopen we aan het eind van de middag naar het Salvadormeer. Hier ligt een houten vlot dat door alle groepen in het park gedeeld moet worden. Gelukkig is het rustig, en kan onze groep zowel vandaag als morgenochtend het water op. De gids en het boothulpje peddelen ons over het ongerepte meer. Het is prachtig helder weer vanmiddag. We zien weer veel vogels, en een enkele zwarte kaaiman. Veel lawaai in de bosjes duidt op de aanwezigheid van de Hoatzin, een grote vogel met een punkachtige kuif die niet goed kan vliegen en dus altijd met een noodlanding ergens terecht komt. Erg mooie vogels wel, en gelukkig beter te zien en te fotograferen dan het gemiddelde vogeltje hier in het park.

Manu NP - Salvador Meer, hoatzin

Het meer is de vaste woonplek van een groep Reuzenotters, een bedreigde diersoort. Ze blijken echter niet thuis vanmiddag. Op de plek waar de gids hun nest weet, is het verlaten. Morgen gaan we het weer proberen. Op de terugwandeling zien we nog een stel brulapen in de bomen.

Het lukt me ’s avonds nog net om het diner naar binnen te werken: om acht uur ga ik doodmoe naar bed.

Dag 4: nogmaals het Salvadormeer

De brulapen blijken de hanen van het regenwoud te zijn, want om vijf uur maken ze iedereen wakker met hun gegrom. Maar we moesten toch al vroeg opstaan: om zes uur zijn we terug met het vlot op het Salvadormeer, in de hoop vandaag wel otters te zien. Het blijft voorlopig nog bij vogels, waaronder de prachtige groene ibis. Voor één van de Britse reisgenoten slaat het drama toe als zijn camera in het water valt, na een onverwachte manoeuvre van het houten vlot. De gids en de hulp proberen in het water te duiken om hem nog boven water te krijgen, maar zonder resultaat. Het meer is niet erg diep, maar het water is troebel en de bodem is bezaaid met takken zodat het lastig vissen is.

Leuker wordt het als onze gids roept “Links. Otters!” En inderdaad, vlak aan de waterkant zwemmen er drie. Het zijn drie volwassen dieren. Soms verdwijnen ze een tijdje onder water of tussen de bladeren, maar met een verrekijker zijn ze goed te volgen. Eentje heeft een heel grote vis gevangen voor het ontbijt, ongeveer half zo groot als hijzelf. Stevig tussen zijn voorpoten geklemd weet hij het luid smakkend in een minuut of 10 helemaal op te eten.

Reuzenotters (de familie in Lake Salvador, Manu NP, Peru, 2011)

Op de terugwandeling door het bos naar de lodge vermaken we ons nog een tijdje met het kijken naar slingerapen. Ook hier komt de verrekijker weer goed van pas (en krijg je op het laatst een stijve nek van het naar boven staren). Het zijn hele lenige zwarte aapjes, die zich onverschrokken van de ene boomtop naar de andere weten te slingeren. Je kunt haast niet zien wat de armen of benen zijn.

Na het ontbijt gaan we aan de andere kant van de Manu-rivier op zoek naar wolapen. Zij leven alleen aan die kant van het park, en hebben nooit de rivier weten over te steken. De wandeling gaat twee uur duren, maar al na 10 minuten weet één van de scherpe reisgenoten een groep wolapen in de bomen te spotten. Dit is een grotere apensoort, en ze reageren ook anders op onze interesse. Ze slaan wat met takken om zich heen en kijken boos naar beneden.

Gewone wolaap (Manu NP, Peru, 2011)

In de late namiddag pakken we nogmaals de boot. Dit keer gaan we naar het Otorongomeer – net als het Salvadormeer ontstaan nadat een bocht in de rivier door erosie geïsoleerd is geraakt van de hoofdstroom en geen toevloed van water meer krijgt (een zogenaamd Hoefijzermeer). Helaas mag je hier niet het water op, en moet je het meer vanaf een hoge uitzichttoren bekijken. Veel meer dan wat vogels zien we dan ook niet. “Otorongo” betekent “jaguar” – deze katachtigen schijnen hier in relatief grote getalen rond te lopen, maar verder dan een paar pootafdrukken zijn wij ze op onze trip niet tegengekomen.

Dag 5: de lange reis terug

Dag 5 is eigenlijk de laatste dag van mijn tour, de rest van de groep doet de 7- of 9-daagse variant. Maar gisteravond heb ik al te horen gekregen dat er voor mij vandaag geen vlucht terug naar Cuzco is. Als er nauwelijks passagiers zijn, annuleert de vliegmaatschappij de vlucht voor die dag. Ik zal deze extra nacht doorbrengen in de Yuni Lodge vlakbij het vliegveld.

Maar eerst moeten we nog helemaal terugvaren, de Beschermde Zone uit. We zien weer veel vogels en kaaimannen onderweg. Bij het bezoekerscentrum melden we ons af. We maken een stop in het plaatsje Boca Manu, dat zoals de naam al zegt aan de monding van de Manu-rivier ligt. We zijn weer terug in de bewoonde wereld, er is een café (meerdere zelfs) waar ze bier verkopen, een winkel vol frisdrank en chips, telefoon en er schijnt zelfs internet te zijn. De mensen in dit nog steeds erg afgelegen dorp leven van de houtbewerking – ze maken o.a. schepen van de enorme boomstammen die de rivier af komen drijven of die ze anderszins weten te bemachtigen. We zien (horen) een schooltje, en er is een houten kerk.

Boca Manu, de kerk

De lunch is nog gezamenlijk, en dan kan ik om twee uur de boot met de rest van de groep uitwuiven. Ik blijf achter in de op het beheerdersechtpaar na geheel verlaten lodge. Na het eten doen ze om kwart voor zeven de generator uit, en is het donker in het hele complex. Het is hier trouwens opvallend vroeg donker: om ongeveer half 6. De volgende ochtend om half 6 is het dan ook al weer licht.

Dag 6: vlucht naar Cuzco

Ik word verwend met pannenkoeken in mijn eentje aan het ontbijt in de Yuni Lodge. Ik krijg weer hetzelfde gevoel als in Lukla (Nepal) – het wordt een dag van wachten op een vliegtuigje dat wel of niet komt. Het vertrek is aangekondigd voor 9 uur. Ik ga maar een boek zitten lezen in het restaurant van de lodge, en wacht wel tot er iets gebeurt.

Rond een uur of 8 legt er een motorboot aan bij de lodge. Twee Peruanen stappen uit, en lopen richting het vliegveld dat een paar honderd meter verderop ligt. En even later nog een boot, met vier Amerikaanse toeristen en hun gids. Er zit in ieder geval beweging in. De gids gaat het laatste nieuws halen op het vliegveld. Het vliegtuig moet eerst uit Cuzco komen.

Om half 9 komt het bericht dat het vliegtuig uit Cuzco is vertrokken. We lopen nu naar het “vliegveld” – een landingsbaan van gras, en een houten hut op palen die dienst doet als aankomst- en vertrekhal. De twee Peruanen die ik eerder vanochtend zag aankomen blijken het voltallige personeel van het vliegveld te zijn. Ze kletsen wat over de radio, en laden onze bagage in een kruiwagen. Net als in Nazca word ikzelf en mijn bagage weer gewogen. Tegen half 10 landt het vliegtuig, en laadt 6 verse toeristen uit.

Het vliegtuigje is een Twin Otter, en er kunnen 18 man in. We zijn dus maar met zijn vijven vandaag. Er wordt geen tijd verspild: de piloten blijven gewoon zitten, eentje draait zich om naar ons en zegt “daar zijn de nooduitgangen, en als dit lichtje gaat branden moet je de zuurstofmaskers opdoen”. Ze starten de motoren, en houden de schakelaar met zijn tweeën vast. Het vliegtuig heeft geen lange aanloop nodig en komt bijna meteen van de grond.

Het eerste deel van de vlucht gaat over het dichtbeboste Manu-gebied. Ook uit de lucht erg imposant. Daarna gaan we flink stijgen, door de wolken. Cuzco ligt met zijn 3400 meter zo’n 2000 meter hoger dan Boca Manu. Als we de bergen over moeten, gaat het zuurstoflampje aan – ik heb dat nog nooit meegemaakt op een vlucht, maar de Amerikanen hadden me vooraf al verteld dat dat op de heenweg ook al gebeurde. Het zal er hier wel bijhoren. De techneut/boordwerktuigkundige helpt ons de kapjes op te doen, bij
afwezigheid van een stewardess. En inderdaad ademt dat wel een stuk prettiger.

Na veertig minuten landen we veilig op het vliegveld van Cuzco wat midden in de stad ligt. Ook daar wordt geen moeite verspild aan formaliteiten – we worden naar een kantoortje geloodst waar de bagage al klaar ligt en mijn transport staat te wachten. Het einde van een tour die wel weken leek te duren, door de variatie aan landschappen en het echte “ver van de beschaving”-gevoel. Vooral ook een succes door de prima organisatie (Pantiacolla) en de leuke internationale groep.

Vliegveld Boca Manu: de aankomst- en vertrekhal

Het vliegveld bij de Yuni Lodge. Dit is alles: landingsbaan, vertrek- en aankomsthal

Terugblik Peru 2011

Peru was het land waar ik vooraf het meeste naar uit heb gekeken, en het heeft deze hoge verwachtingen meer dan waargemaakt. Er is ongelooflijk veel te zien en te doen, het is ook een heel gevarieerd land. Ik ben er 4 weken geweest maar had me er met gemak nog 2 weken kunnen vermaken. Wellicht een andere keer.

Het land bleek ook veel comfortabeler en meer Europees dan ik had gedacht. Ten noorden van Lima spreekt men eigenlijk alleen maar Spaans, en zijn de mensen wat gereserveerder. Vanaf Nazca en verder naar het zuiden zijn ze heel wat toeristen gewend.

Vervoer

Hét vervoermiddel is de bus. Daar heb ik in een reisverslag al over geschreven. Het combineert zowel het beste (comfort tegen een lage prijs) met het slechtste (ongelukken komen relatief vaak voor). De langeafstandsbussen rijden bijna altijd ’s nachts, en dan zie je pas hoeveel van die bussen op dezelfde trajecten aan het rijden zijn.

Binnen de stad stikt het van de taxi’s. Reisgidsen staan vol met waarschuwingen over welke taxi’s je wel en niet moet gebruiken, maar in de praktijk kun je daar niks mee. Soms hebben officiële taxi’s een klein logo rechts op de voorruit, maar zie dat maar eens te onderscheiden als je in de schemering langs de kant van de weg staat met je hand omhoog. Na wat aarzeling in het begin ben ik gewoon alle soorten taxi’s gaan nemen, nooit problemen gehad, altijd keurig afgeleverd op mijn bestemming voor een paar soles.

Verblijf

Lima is Peru’s hoofdstad. Er zijn niet heel veel bezienswaardigheden, de twee dagen dat ik er was is net mooi genoeg. De stad heeft in de afgelopen jaren wel een goede opknapbeurt gehad. De straten zijn schoon, de gebouwen in het historische centrum staan goed in de verf. Sinds eind 2010 is er ook een uitstekend bussysteem (de Metropolitano) – deze bussen hebben een eigen busbaan en het werkt een beetje zoals een metro. Ik heb ook 2x een taxi genomen (naar het Cruz del Sur busstation) – er zijn hele verhandelingen over welke taxi’s wel en niet veilig zijn, maar op een gegeven moment moet je er gewoon maar eentje aanhouden. Beide keren had ik zeer hoffelijke chauffeurs die me voor 2-3 EUR keurig afleverden.

3B Barranco’s Bed&Breakfast; had ik ik gevonden via Tripadvisor, en het is inderdaad een aanrader. Het is een pension met 12 kamers, nieuw, heel modern ingericht. Bijzonder vriendelijke mensen, spreken ook Engels. Kamer met badkamer, ontbijt, satelliet TV en draadloos internet voor 35 EUR. Ze hebben een enorm stalen hek voor het huis, om naar binnen te mogen moet je aanbellen en dan spieden ze door het gordijn om te zien wie er voor de deur staat. Barranco is desondanks een van de betere wijken van Lima, in de buurt van het pension zijn restaurants, een grote supermarkt, banken en een halte van de Metropolitano.

Trujillo is de grootste stad in het noorden van Peru. Ook al heel oud, in de omgeving liggen veel ruïnes van de Chimu en de Moche. De Spanjaarden kwamen in 1534 en hebben een groot centraal plein achtergelaten met daaromheen kleurige gebouwen met karakteristieke ijzeren rasters voor de ramen. Het centrum is niet zo groot, er zijn een paar aardige restaurants en een autovrije winkelstraat. Verder valt op dat er heel veel casino’s en gokhallen zijn, zelfs een grote bingohal!

Hotel Korianka is degelijk hotel in het centrum van de stad. Pluspunten: paar minuten lopen vanaf Cruz del Sur busterminal, snel en gratis internet, hete douche, satelliet-TV met 101 kanalen zodat ik ook mooi Criminal Minds en CSI kon kijken, en een groot glas vers vruchtensap bij het ontbijt. Verder is het een wat sfeerloos hotel, personeel spreekt alleen Spaans en de kamer was een beetje benauwd. 30 EUR.

Huaraz ligt in de bergen, op 3052 meter hoogte. Het is een populair vertrekpunt voor trekkings, dus ze zijn wel op toeristen ingesteld. Veel goede en gezellige restaurants hier. Het plaatsje zelf stelt niet veel voor.

San Sebastian is een prima hotel. Het doet wat Zwitsers aan allemaal. Ik had een kamer met balkon en uitzicht op de bergen, iedere dag bij zonsopgang een imposant gezicht. Ook een lekker bed, ligbad en prima ontbijt. Enige nadeel van het hotel is dat het op een heuvel ligt zo’n 10 minuten lopen buiten het centrum (op de terugweg na een lange dag nam ik maar steeds een taxi). Kosten overnachting: 35 EUR.

Barranca is een kustplaats zo’n 200 kilometer ten noorden van Lima. Normaal rijd je er alleen langs, maar ik verbleef hier een nacht om het nabijgelegen werelderfgoed Caral-Supe te bezoeken. Barranca is de minst moderne stad die ik tot nu toe in Peru heb gezien. Er zijn wel veel restaurantjes, maar veel meer dan hamburgers, gegrilde kip of Chinees hebben ze niet.

Hotel Chavin is hét hotel van de stad. Ligt aan een drukke winkelstraat in het centrum van de stad, vlakbij het Plaza de Armas. Voor slechts 20 EUR had ik hier een ruime kamer met de gebruikelijke gemakken. Exclusief ontbijt dit keer.

Nazca moet het hebben van al die toeristen die een dagje langskomen om over de Nazcalijnen te vliegen. Het centrum is dus behoorlijk toeristisch. Ook weer prima gegeten hier.

De WalkOn Inn is een typisch hostel. Niet echt het type accommodatie wat ik elke dag op reis zou willen hebben, maar het beviel best goed. Ik had een nette eenpersoonskamer met eigen badkamer, aan de binnenplaats. Het enige waaraan je echt merkt dat het een goedkope optie is, is aan het bed: een dunne matras en een soort planken eronder. Ze regelen dagelijks vluchten voor hun gasten over de Lijnen, en dat was ook de reden dat ik ervoor heb gekozen hier een nachtje te slapen. Ik kwam er om half 10 ’s avonds aan en kon gelijk boeken voor een vlucht de volgende ochtend. Kamerprijs: 25 soles (6,25 EUR), zonder ontbijt.

Arequipa is de tweede stad van Peru, een fijne stad om een beetje bij te komen. Genoeg winkels, restaurants en cafés. Ook volop dingen te bekijken.

Hotel Los Tambos ligt op 1 minuut lopen van het centrale plein, de Plaza de Armas. Heerlijk bed, goed internet. Het beste hier is nog het ontbijt: verse lokale driehoekige broodjes, echt vers sap en een hoofdgerecht te kiezen van de kaart. De quinoa-muesli met fruitsalade en yoghurt zou ik thuis ook wel elke dag willen eten. Verder erg servicegericht in het hotel (een beetje “over the top” zelfs), men spreekt er ook Engels. 55 EUR.

Ollantaytambo is een lieflijk dorp in de Heilige Vallei tussen Cuzco en Machu Picchu. Vanaf hier vertrekken de meeste treinen naar het Inca-heiligdom. Het dorp heeft zelf ook niet te missen Inca-ruïnes. Rond het centrale plein zijn enkele restaurants.

In het nette Hostal La Sauce had ik een kamer met uitzicht op de ruïnes, erg mooi. Lichte kamer ook, met meerdere ramen. Hete douche en goed bed. Wisselvallige internetverbinding. Het fijnste was wel het ontbijtpakket dat ik meekreeg om half 6 ’s ochtends in de trein naar Machu Picchu: met 2 bruine boterhammen, een banaan, pakje sap, mueslireep, chocola en cakeje. Daar kon ik de hele ochtend op teren. Enige rare aan het hotel is het personeel: de bazin weet overal van af, de rest weet niks. Bij het uitchecken rekende de bijna autistische man (haar echtgenoot? vast niet) een verkeerd bedrag. Een telefoontje naar haar bracht snel uitkomst en verder geen problemen. 56 EUR voor een 1-persoonskamer.

Cuzco is het toeristische centrum van Peru, vooral vanwege het nabijgelegen Machu Picchu. Het is een wat stoffige stad, niet erg mooi maar met genoeg faciliteiten om er aangenaam te verblijven. Ik had verwacht dat het hier meer “Indiaans” zou zijn, maar de enige mensen in klederdracht zijn de vrouwtjes met lama die zich voor een klein bedrag op de foto willen laten zetten.

Pensione Alemana was een van de fijnste overnachtingsplaatsen van mijn hele reis. Het is een echt pension, intiem. Ze kennen je snel bij naam zonder dat het geforceerd overkomt (zoals in Arequipa). Het lijkt helemaal door vrouwen te worden gerund, allemaal even aardig en met goed Engels. 35 EUR voor een ruime kamer met warme douche (schijnt een uitzondering te zijn in Cuzco), uitgebreid ontbijt en snel draadloos internet op iedere kamer. Leuke zitjes ook, binnen en buiten, en met gratis thee & koffie overdag.

In het Manu Nationaal Park was ik met een 5-daagse tocht van Pantiacolla Tours, een van de weinige organisaties die in de Beschermde Zone mag. Het wordt door Nederlanders gerund, heel strak, en dat merk je wel. De tour kostte 800 EUR, volledig verzorgd vanaf het ophalen vanaf het hotel in de vroege ochtend tot het weer afleveren na aankomst op het vliegveld van Cuzco. Ik heb in die 5 (het werden er 6) dagen slechts 4,5 sol zelf uitgegeven (1 EUR, voor 2 flesjes cola en een zakje chips).

De drie lodges waar ik heb overnacht (San Pedro, Yuni en Sacha Vaca) zijn alle drie eigendom van Pantiacolla. Andere groepen zie je er dus niet, behalve ons groepje van 10 was er telkens niemand. De lodges bestaan alle drie uit een tiental houten hutten in het bos, plus een restaurant en een toiletcomplex. Ze zijn erg eenvoudig, niet te vergelijken met de natuurlodges die ik in Afrika heb gehad of zelfs in Laos. Er is niet een echt restaurant, onze kok maakte alles zelf klaar op basis van uit Cuzco meegebrachte of onderweg opgesnorde spullen. Dat deed hij trouwens fantastisch – iedere avond een 3-gangen menu met telkens weer andere soep en een ander toetje. Alle basisingrediënten van de lodges zijn prima: goede matras, klamboe zonder gaten, zoveel mogelijk dichte hutten zodat er heel moeilijk beestjes binnen kunnen dringen, nette WC’s en douches.

Eten & drinken

Echt een verrassing, de Peruaanse keuken. Vooraf dacht ik dat het een van de mindere aspecten van het land zou zijn, maar ze combineren de typisch Zuidamerikaanse voorliefde voor veel (gegrild) vlees met allerlei eigen specialiteiten. Ceviche (in limoen gemarineerde rauwe vis) vind je langs de hele kuststrook en is heerlijk, net als de zachte alpaca-biefstuk. Als je het Peruaanse eten even zat bent, zijn er ook nog genoeg Italiaanse en Chinese restaurants. Lekkere belegde broodjes zijn er ook goed verkrijgbaar.

Kosten

De prijs/kwaliteitsverhouding is hier prima in orde. Je eet, met uitzondering van de heel toeristische plekken, meestal voor 5 EUR goed en heel uitgebreid. Voor goede hotels betaal je tussen de 30 en 55 EUR. Het enige waar je qua geld op moet letten is of je wel genoeg klein geld op zak houdt – je krijgt vaak alleen maar briefjes van 100 sol (25 EUR) uit de geldautomaat, en dat is een klein kapitaal dat je eigenlijk alleen in restaurants en hotels klein krijgt.

Gemiddeld dagbudget Peru: 91 EUR (dit is inclusief de Manu-tour, zonder dat zou het ca. 75 EUR zijn geworden)

Leave a comment