- Van dag-tot-dag
- #397: Vat Phou
- Op olifantensafari door de jungle van Zuid-Laos
- Vlakte der Kruiken
- Kayakken over de Nam Ou
- #398: Luang Prabang
- Slowboat naar Thailand
- Terugblik Laos 2011
Van dag-tot-dag
| 5 maart | Twee vluchten in de ochtend, en je zit in hartje Zuid-Laos: Vlucht DaNang – HCMC: 8.00 – 9.10. Om 11.45: Vlucht HCMC – Pakse (Laos). Laatste vlucht maar met een man of 20, visum bij aankomst gekocht op het ook al piepkleine vliegveldje 3 kilometer buiten de stad. Met een taxi naar het hotel, en in de buurt mijn eerste kip gepind: 2x 1 miljoen (90 EUR). Late lunch met een prima cappucino & broodje bij een café. ’s Avonds erg spicy (Thaise) salade met gegrild rundvlees gegeten bij Champady. 3,5 EUR inclusief rijst, cola en water. | Pakse Hotel, Pakse |
| 6 maart | Hele expeditie van en naar Vat Phou (#22): Khmer-ruïnes in het zuiden van Laos. Van kwart voor 7 tot half 4 op pad geweest. Geluncht met heerlijke kokoscurrykippengroentensoep in Champasak. ’s Avonds gegeten (Tom Sam) in het Panorama-restaurant van het hotel, beetje flauw. | Pakse Hotel, Pakse |
| 7 maart | Naar lodge in de natuur, 2 uur ten zuiden van Pakse. Geluncht op hun mooie terras aan een vijver, daarna gelezen op mijn eigen veranda. Aan het eind van de middag nog het nabijgelegen dorpje Kiet Ngong doorgewandeld. ’s Avonds weer eten in de lodge: laap met rundvlees en kleefrijst. | Kingfisher Ecolodge, Kiet Ngong |
| 8 maart | Van half 9 tot half 4 op olifantensafari door de jungle vanuit lodge. Picknick lunch onderweg. | Kingfisher Ecolodge, Kiet Ngong |
| 9 maart | Om half 9 met de publieke songthaew terug naar Pakse. 26 man in het bakkie! Bij het instappen ga ik per ongeluk nog even op een levend varken staan (ik dacht dat het een rieten mat was…). Toch nog behoorlijk snel in Paksé gearriveerd, na een uur of twee. Daar in cafe Sinouk geïnternet en cappucino gedronken. Economische lunch (1,80 EUR) voor Laotiaanse noedelsoep met kip en een blikje 7-Up. Daarna naar het vliegveld gelopen – 3 km. Vlucht vertrok om 16.25 uur naar Vientiane, met een Xian MA 60 (een Chinese turboprop) met ruimte voor een man of 70. Er waren maar zo’n 20 passagiers, plus nog iemand op een brancard die per ambulance werd gebracht. In Vientiane gegeten bij het Spirit House naast mijn hotel, een goede westerse salade. | Hotel Beau Rivage Mekong, Vientiane |
| 10 maart | In de ochtend 2 tempels bezocht in het centrum: Wat Si Saket met 10.136 kleine en middelgrote Buddha’s, en de levendige Wat Si Muang. Geluncht met een zelfgesmeerd broodje + yoghurt op mijn kamer. Verder geklust aan de engelstalige website die was ingestort. Gegeten bij Khao Lao: lekkere viskoekjes vooraf (erg Thais), daarna een wat minder aubergine-gerecht. De kleefrijst is hier paars. Op de terugweg nog een ijscoupe genomen. | Hotel Beau Rivage Mekong, Vientiane |
| 11 maart | Eerst op verkenningstocht naar het noordelijke busstation: al moeite het te vinden, blijkt het verplaatst te zijn naar een paar km buiten de stad. Met de tuktuk verder gegaan, buskaartje kan pas morgen gekocht worden. Maar ik weet nu in ieder geval zeker dat ik op tijd weg moet gaan van het hotel & met een taxi. Verder gesjouwd door Vientiane, het Nationaal Museum bezocht, de Arc de Triomphe en het mogelijk werelderfgoed de boeddhistische stupa That Luang. Geluncht met cappucino & baguette bij de Scandinavian Bakery. ’s Avonds lekkere gegrilde vis gegeten op een terrasje aan de in aanbouw zijnde boulevard. | Hotel Beau Rivage Mekong, Vientiane |
| 12 maart | Met bus naar Phonsavan. Vertrek 6.30 uur, aankomst 19.15 uur! Erg lang over gedaan, ging erg sloom ’s ochtends. En ’s middags toen we net lekker op stoom waren kreeg de bus een klapband. Verder wel goed gezeten, 2 plaatsen voor mezelf en veel beenruimte. Mooi landschap ook, groen, bergen. In Phonsavan bij een cafeetje gegrild rundvlees met patat en salade gegeten. Jack en spijkerbroek aan, want het is koud hier. | Anoulack Khen Lao Hotel, Phonsavan |
| 13 maart | Vroeg in de ochtend al een rondje over de lokale markt gemaakt – ze verkopen hier levende ratten in kooitjes! Daarna met 3 andere toeristen een leuke tour gemaakt van 9-15 uur naar de 3 belangrijkste delen van de Vlakte der Kruiken. ’s Avonds gegeten bij een superpopulair en spotgoedkoop Vietnamees restaurant, toevallig met mijn 3 reisgenoten van de tour. Eten was niet al te bijzonder, de populariteit zal wel door de prijzen komen: 1,80 voor een hoofdgerecht met vlees. | Anoulack Khen Lao Hotel, Phonsavan |
| 14 maart | Succesvol ritje met openbaar vervoer naar Muang Khoun. Heen met de minibus, terug in de achterbak van een truck! Weer eens wat anders, ik zat half op een bierkratje met lege flessen en half op een zak met stoffen of bladeren. Om 11 uur al weer terug in Phonsavan. Gepind, geluncht bij Craters (kipsaté). Rest van de middag op de kamer gelezen en wat praktische dingen gedaan. Goed gegeten bij Sanga (Chinees-achtig). Daarna naar de film bij de MAG: Bomb Harvest, over het ontdoen van Laos van de vele vliegtuigbommen. | Anoulack Khen Lao Hotel, Phonsavan |
| 15 maart | Om half 9 met de minibus naar Luang Prabang. Klein busje met maar 2 andere toeristes erin. Onderweg pikten we nog 2 Laotianen op. Ging supersnel allemaal, tot aan 18 kilometer voor Luang Prabang. Daar was een vrachtwagen vast komen te zitten in de modder, en auto’s konden er niet meer langs. Ik ben er langsgelopen met mijn rugzak op, en heb even verderop een scooter aangehouden. Dat mannetje bracht me netjes tot bij het hotel, en hij wou geen geld aannemen. ’s Avonds duur maar goed gegeten bij Blue Lagoon in het centrum. | Satri House, Luang Prabang |
| 16 maart | Luang Prabang (#23): stad met honderden tempels waarin traditionele Laotiaanse architectuur vermengd is met Frans-koloniale. Hele sfeervolle stad in het noorden van Laos. Het regent weer vandaag, niet zo hard. De stad wat verkend in de ochtend, gepind, boek gekocht. En naar het eerste tempelcomplex gegaan: Wat Xieng Thong. Heel mooi met veel mozaïeken. Voor lunch een baguette met La Vache Qui Rit bij een straatstalletje. Daarna terug naar mijn dure hotel om te relaxen. ’s Avonds vis gegeten bij een restaurantje aan de rivier. Het giet weer! | Satri House, Luang Prabang |
| 17 maart | Nog steeds regen, de laatste dag naar het schijnt. In de ochtend vast het een en ander geboekt voor Australië (auto, vlucht). Het blijft de hele dag gieten – er maar 2x uit geweest, 1x voor lunch (een organische salade bij Saffron Café) en 1x voor het avondeten (bagel met zalm en cream cheese bij het Joma Café). Na zessen lijkt het eindelijk droog te gaan worden! | Satri House, Luang Prabang |
| 18 maart | Bewolkt maar droog. Niet veel spannends gedaan, gelezen, geïnternet. Wel 2x lekker gegeten, 1x Laotiaans en 1x Europees. | Lotus Villa, Luang Prabang |
| 19 maart | Vanaf 8 uur alle tempels afgesjouwd in de stad. Heerlijk weer vandaag. Geluncht met een baguette met feta/olijven/bacon bij Le Patio café. Nieuw boek en tourtje voor morgen gekocht. Goed gegeten bij Tamnak Lao (o.a. vis gestoomd in bananenbladeren). | Lotus Villa, Luang Prabang |
| 20 maart | Lekkere dag op het water, de Nam Ou-rivier. Kayak-tour van een hele dag in een groepje van 5. Met spierpijn in de bovenarmen en verbrande voeten weer terug in het hotel. ’s Avonds nog goed gegeten bij Roots&Leaves;, o.a. gegrild buffelvlees. | Lotus Villa, Luang Prabang |
| 21 maart | Rustig aan gedaan vandaag. Nog een keer naar de mooiste tempel hier, Wat Xien Thong, om foto’s te maken. Ook helemaal naar Wat That Luang gelopen, ook mooi. Daarna over de bamboebrug, bewaakt door bier drinkende oudere mannen, naar een restaurant aan de overkant van de rivier. ’s Avonds weer een boek geruild (2 oude boeken voor 1 nieuwe), en lekker gegeten bij Coconut Garden. | Lotus Villa, Luang Prabang |
| 22 maart | Tripje van 11.30 tot 16.30 uur naar de Kuang Si-watervallen, 30 kilometer ten zuiden van Luang Prabang. Lekker in het water gedobberd, en de berenopvang bezocht. | Lotus Villa, Luang Prabang |
| 23 maart | Eerste dag van de cruise over de Mekong vanaf Luang Prabang, 2 dagen met bezoek aan o.a. de Grot van de 1000 Buddha’s in Pak Ou en een dorpje. Om half 6 aangekomen in Pakbeng. Daar ’s avonds diner in de luxe lodge. | Luang Say Lodge, Pakbeng |
| 24 maart | Tweede dag van de Mekong-cruise. Ontbijt om 6.20, vertrek om 7 uur. Het eerste uur is mistig, daarna wordt het weer mooi. Alleen een stop in een arm Hmong-dorp vandaag, met rieten huizen. Om kwart over 4 in Huang Say, vandaar overgestoken naar de Thaise grens (Chiang Kong) waar de taximevrouw al stond te wachten. Tegen half 7 aangekomen op het vliegveld van Chiang Rai. Daar de honger gestild met 2 hotdogs. Daarna de avondvlucht (20.20 uur) naar Bangkok. | Orchid Resort, Bangkok |
#397: Vat Phou
Wat is het?
Vat Phou en het Cultureel Landschap van Champasak is een door de Khmer gebouwd tempelcomplex, in harmonie met de natuurlijke omgeving – met name de berg Phou Kao en de rivier de Mekong. Het dateert uit de 10e-14e eeuw. Het is gebouwd als Hindoe-heiligdom, maar tegenwoordig is het door lokale Boeddhisten in gebruik.
Cijfer: 7 (Het lijkt op een verre dependance van Angkor in Cambodja. Je ziet dezelfde elementen, maar het is veel kleiner, meer vervallen en minder verfijnd. Het landschap is wel schitterend, en het geheel is ook door de Khmer als zodanig aangelegd.)
Toegang: 30.000 kip (2,75 EUR)
Hoeveel tijd: 1,5 uur (het was echt te heet om langer te blijven, er is nauwelijks schaduw en je loopt je suf op smalle stenen trappen)
Opvallend: Dit is misschien wel de enige echte bezienswaardigheid van Zuid-Laos. En het ligt maar 48 kilometer ten zuiden van de provinciehoofdstad Paksé. Maar om er met openbaar vervoer te komen vereist wel een hoop doorzettingsvermogen. Van de Lonely Planet en internet was ik niet veel wijzer geworden over transportmogelijkheden – dus ik dacht al dat het moeilijk ging worden. Zo vroeg mogelijk dus maar op pad, al om kwart voor 7. Eerst naar de markt van Paksé, vanwaar songthaews naar Champasak (de meest dichtstbijzijnde plaats bij het werelderfgoed) zouden vertrekken. Ze waren er inderdaad, maar “Vertrekken” zat er de eerste uren niet in. De inwoners van Champasak moesten eerst de markt van Paksé leegkopen, en hun zelfgevlochten rieten mandjes verkopen. Een Italiaan was inmiddels als tweede passagier bij mij in de truck komen zitten, en we besloten samen een songthaew (een hele grote tuk-tuk waar ook veel bagage op het dak kan) te charteren. Voor 11 EUR elk bracht-ie ons naar Champasak, over de “nieuwe” weg die nog steeds deels een zandweg is en waar je onder het stof komt te zitten.
In Champasak zocht de Italiaan een guesthouse op om te overnachten, en ik huurde een fiets. Ik moest immers nog 8 kilometer verder, naar Vat Phou. Gelukkig was het een vlakke weg, alleen maar rechtdoor. Na een minuut of 40 was ik bij de tempel. Anderhalf uur later terugfietsen viel me een stuk zwaarder: echt bloedheet hier.
Na een goede lunch in Champasak werd het tijd om transport terug naar Paksé te zoeken. Er kwam meteen een bus voorbij, maar die bleek ergens anders heen te gaan. In het eerste guesthouse waar ik informeerde, spraken ze geen Engels. In het tweede guesthouse wisten ze te vertellen dat er alleen vroeg in de ochtend songthaews naar Paksé rijden: morgenochtend pas weer. Ahum: ik wou vandaag nog graag terug. Ik liep maar vast een eindje de goede richting op, vast van plan elk mogelijk vervoermiddel aan te houden. Het is hier niet zo druk op de weg als in Vietnam, en de mensen zijn ook niet van die kleine ondernemers zoals de Vietnamezen (ze zijn nogal moeilijk de hangmat uit te krijgen). Ik zou het moeten hebben van een pick-up truck of een toeristenvoertuig. In een restaurantje aan de Mekong trof ik een chauffeur & gids van een minibus aan de lunch. Ze waren met 2 gasten die ze nog even bij de boot moesten afzetten, maar daarna wilden ze me voor 9 EUR wel mee terugnemen naar Paksé. Een mooie bijverdienste voor hun – en een comfortabel ritje terug voor mij in een busje met airco, inclusief afgezet worden voor de deur van mijn hotel.
Op olifantensafari door de jungle van Zuid-Laos
Diang is een vrouwtjesolifant van 19 jaar. Vandaag ga ik op haar rug een tocht door de jungle van Zuid-Laos maken. Gelukkig heeft ze een rieten bankje met kussens op haar rug zodat je goed kunt zitten. Ook voor het opklimmen is wat bedacht: in het dorpje Kiet Ngong staat een houten toren, waar je vanaf het platform precies op gelijke hoogte bent met de rug van de olifant.
De olifant wordt “gestuurd” door haar mahout, die wijdbeens in haar nek zit. Er gaat ook een gids mee vanuit de lodge, maar die verkiest het om eerst een tijdje achter de olifant aan te lopen. Dat kan gemakkelijk want Diang loopt in een slakkentempo. Ze mag dan wel grote stappen zetten, bij iedere pas moet ze worden aangespoord. Als ze een struik met frisse groene blaadjes langs de kant van de weg ziet, is ze meteen afgeleid en gaat met haar slurf eraan staan trekken.
Zo sukkelen we voort. Ik schommel heen en weer op haar rug, het is te beweeglijk om goede foto’s te kunnen maken. Na een half uurtje komen we in de echte jungle – het bos van het Xe Pian natuurpark. Er is nog steeds wel een zandpad. We komen drie mannen uit het dorp tegen die in een stroompje in het woud gaan vissen. Een stel honden loopt met ze mee. Een daarvan zien we een half uurtje later jankend terug – die is de rest kwijt geraakt.
Het is een dicht, gemengd bos. Sommige bomen dragen vruchten die door de dorpelingen worden geplukt en verkocht. Omdat we al in het begin van het droge seizoen zitten, is het allemaal niet meer zo groen en zijn er veel verdorde takken en vallende bladeren.
Wilde dieren zien we niet, hoewel er in het beschermde natuurgebied veel zeldzame dieren zitten (apen, zelfs tijgers). Er is in deze streek veel gejaagd in het verleden, en de dieren hebben zich ver teruggetrokken diep de jungle in. Ook vogels zie je nauwelijks, je hoort er alleen zo af en toe een paar. Het meest wat je ziet zijn kleurige vlinders. Ook wilde olifanten zijn hier niet meer. Onderweg komen we langs een grote vierkante kuil, een voormalige olifantenval. Die werd gebruikt om olifanten te vangen en ze eerst een beetje uit te laten hongeren om ze minder agressief te maken. Daarna werden ze mee het dorp in genomen en 5 jaar getraind om als werkolifant aan de slag te gaan.
Bij drie modderige poeltjes stoppen we voor de lunch. Er is nauwelijks meer vers water in het bos voor de olifanten. Ze krijgen het meest te drinken uit de pomp in het dorp. De lodge heeft ons een lunch meegegeven van gebakken rijst met varkensvlees en ei. Helaas zijn ze in de keuken het bestek vergeten in te pakken. De gids vind het heel erg en verontschuldigt zich keer op keer. We moeten het nu maar met de vingers opeten. Als het kleefrijst geweest zou zijn was dat makkelijk geweest, maar het is gestoomde gewone rijst. Maar het smaakt wel goed. En er is fruit na, onder andere mijn favoriete drakenvrucht. De gids probeert een banaantje te voeren aan de olifant, maar die haalt haar neus er voor op. Ze lust maar één van de vele soorten bananen.
Over het bospad lopen we in twee uur de jungle uit. Weer vlakbij het dorp aangekomen zien we een paar groene rijstvelden tussen de dorre vlaktes. Hier verbouwen ze kleefrijst, voor het eerst met behulp van irrigatie uit het naastgelegen moeras. Vorig jaar was het hier zo droog dat de mensen niet genoeg rijst hadden om te eten. Tijdens het seizoen wonen de boeren hier op hun rijstvelden, in armzalige hutjes die niet meer zijn dan een stel planken met een dak erboven als bescherming tegen regen of zon.
Na 7 uur is er een eind gekomen aan mijn olifantensafari. Mijn benen doen zeer, de bloedsomloop is een beetje afgekneld door het lang in één houding zitten. Het leukste van de tocht vond ik om de wereld eens vanaf een andere hoogte te zien, oog in oog met boomtakken, vruchten binnen handbereik. En natuurlijk om Diang te leren kennen, haar waggelende pas, en haar gewoonte om zo af en toe haar berijders met haar slurf een natte douche te bezorgen.
Vlakte der Kruiken
Dit is zo’n bijzondere plek dat ik er een 13 uur durende busrit vanuit Vientiane voor over had. En het kost ook nog eens 8 tot 10 uur om hier weer weg te komen, uit Phonsavan in het noordoosten van Laos. De Vlakte der Kruiken (Plain of Jars) is een uitgestrekt gebied dat bezaaid is met stenen vazen of kruiken. Ze zijn gemaakt in de periode tussen ca. 500 voor en 200 na Christus. Het is een mogelijk toekomstig werelderfgoed. En het is een plaats die al jaren hoog op mijn reisverlanglijst staat omdat het zo’n unieke, raadselachtige plek is in een afgelegen gebied.
Door wat rond te vragen vroeg in de ochtend in Phonsavan weet ik me te verzekeren van een plaats in een minibus voor een toertje langs de kruiken diezelfde dag. Er zijn tientallen locaties gevonden, maar voor toeristen zijn site 1, 2 en 3 opengesteld. Dat openstellen heeft in deze regio heel wat voeten in de aarde: het gebied is zwaar gebombardeerd door de Amerikanen, en pas in 2004 zijn de archeologische locaties vrijgemaakt van bommen. Je moet nu nog steeds binnen de met rood-wit geverfde stenen gemarkeerde paden lopen.
Wij beginnen bij locatie 3, een kleine 30 kilometer ten zuiden van Phonsavan. De chauffeur zet ons af bij een bruggetje, en dan moet je verder lopen door de (uitgedroogde) rijstvelden. Het veld met kruiken ligt tussen de bomen op een heuvel. Deze ligging (alle velden liggen op heuvels met een goed uitzicht) is één van de redenen waarom wordt aangenomen dat het om een begraafplaats gaat. Opgravingen hebben naast de kruiken ook menselijke botten gevonden. Het hele verhaal is nog steeds niet helemaal duidelijk, buitenlandse archeologen zijn ingeschakeld om meer onderzoek te doen. Pas daarna zal Laos het verzoek indienen bij Unesco om dit tot volwaardig werelderfgoed te verheffen.
Een vrij recente vondst is de groeve – de plek waar in ieder geval een deel van de stenen is uitgehouwen. Er zijn daar ook half afgemaakte kruiken gevonden. Dit verhaal en trouwens het hele gebied doet me erg aan Paaseiland denken: aan de beelden verspreid over het eiland die ook een mysterieuze herkomst hebben. Onze gids kent nog twee legendarische verklaringen: de Laotiaanse, waarbij de kruiken dienden als opslagplaats voor van alles inclusief het gevangen houden mensen, en de lokale Hmong traditie waarin de kruiken door reuzen zijn achtergelaten.
Het is een heerlijk idyllische plek om rond te struinen. De kruiken zijn kleiner dan ik gedacht had – de meesten zijn 1 tot 1,5 meter hoog. Je denkt op een gegeven moment wel – hoeveel foto’s van ruwe stenen kruiken kun je maken? Toch blijven ze apart.
Locatie 2 ligt er een paar kilometer vandaan. Hier zijn de kruiken verspreid over twee heuvels. Het is de eerste plek waar we een deksel kunnen zien liggen, die ooit op één van de kruiken heeft gepast.
Locatie 1 tenslotte heeft de meeste kruiken (334) en is het meest uitgestrekt. Omdat het het dichtst bij de stad Phonsavan ligt, trekt het ook de meeste toeristen. Vandaag is het zondag, en er zijn veel Laotiaanse bezoekers. Je kunt hier de grootste kruik zien (2,5 meter, half in de grond), de enige kruik met een uitgesneden decoratie erop (van een mannetje) èn de enige kruik waar het deksel nog op ligt.
Kayakken over de Nam Ou
In de buurt van Luang Prabang zijn de rivieren erg geschikt om te kayakken en je kunt uiteraard allerlei tours doen. Ik kies voor een dagtour over de Nam Ou rivier.
Eén van de leukste aspecten van een lange reis als deze is dat je de tijd hebt om nieuwe dingen uit te proberen. In Ha Long Bay (Vietnam) had ik voor het eerst in mijn leven een half uurtje gekayakt – en dat beviel erg goed. Je zit heel laag op het water, je kijkt als het ware van de onderkant tegen de omliggende heuvels aan. Het is ook heel stil, en het peddelen gaat vrij gemakkelijk. In de buurt van Luang Prabang (Laos) zijn de rivieren ook erg geschikt om te kayakken en je kunt uiteraard allerlei tours doen. Ik kies voor een dagtour over de Nam Ou rivier.
We zijn met een groepje van 5 – een Engels stel, een Schotse jongen, een Cambodjaanse jongen en ik – plus 2 begeleiders. In een truck worden wij, plus de kayaks en alle bijbehorende spullen, eerst 1,5 uur noordwaarts vervoerd. Het landschap hier in Noord-Laos is adembenemend: bergachtig, groen, doorkruist door vele rivieren. Strakblauwe lucht erbij, prachtig.
Ik heb de tour geboekt bij Green Discovery, een organisatie die als beste avontuurlijke touroperator in Laos te boek staat. De uitrusting is dan ook goed verzorgd: we krijgen een helm op en een reddingsvest om. In de kayak liggen flessen water klaar, en je kunt je spullen opbergen in een waterdichte zak. Dat waterdicht zijn is wel een heel belangrijk aspect: je wordt namelijk zeker nat bij het kayakken. Hoe nat is afwachten: tijdens het inleidende praatje vertelt de gids dat je 50% kans hebt om hier om te slaan in de rivier. Gelukkig vertelt-ie er ook bij wat je dan moet doen: proberen weer in de kayak te klimmen (lijkt me vrij lastig), je laten drijven op je reddingsvest, of naar de kant zwemmen. Mmh…. ik weet niet of ik dat wil uitproberen. Mijn kansen op in de boot blijven stijgen gelukkig doordat ik met één van de gidsen in een 2-persoons kayak word ingedeeld. Ik neem aan dat hij wel weet hoe je overeind moet blijven.
Het is de droge tijd in Laos op het moment, van maart tot en met mei. Dat maakt dat het water in de rivieren niet erg hoog staat. Ook de stroming is minder. Op het eerste gezicht vanuit de kayak ligt de Nam Ou er dan ook strak bij. Je kunt hier rustig midden op de rivier peddelen, er komen nauwelijks andere vaartuigen voorbij. We zien alleen twee keer een slow boat (primitieve passagiersboot, met motor).
Na een half uurtje of zo komen de eerste stroomversnellingen. Je hoort ze ruizen. Hoe beweeglijk ze ook zijn, de instructie is om gewoon door te peddelen. Je vaart dwars door de golven heen, de boot beweegt op en neer. Echt veel grip heb je dan niet meer. Ik zit voorin en wordt goed nat. De zon schijnt gelukkig zo hard dat je ook zo weer droog bent.
In dit gedeelte van de rivier zitten een vijftal stroomversnellingen achter elkaar. Het is elke keer weer spannend hoe je er door komt. Tegelijkertijd is het ook wel het leukste deel van de tocht. Het lukt ons om in de boot te blijven. Alleen het Engelse stel in mijn groepje slaat een keer om. Ze klauteren zelf weer in de kayak, maar zijn de peddels kwijt geraakt. Die komen onze kant op drijven, dus we brengen ze maar naar hen terug.
Na twee uur varen zoeken we een strandje op en gaan aan land. De gidsen hebben een lunch meegebracht, onderweg zijn we met de truck nog even gestopt om twee verse gegrilde vissen in te slaan. Een kayak op zijn kop doet dienst als tafel, verse bladeren erop als tafelkleed en daarbovenop Laotiaanse lekkernijen. En veel, heel veel kleefrijst natuurlijk.
We zitten niet ver van een dorpje, en de restanten van ons eten gaan mee met twee vrouwen die een kijkje komen nemen. Het is zondag vandaag, en de dorpelingen en hun kinderen zijn naast de rivier druk aan het graven. Ze zijn op zoek naar goud, en spoelen het zand en gesteente uit in de rivier. Twee heel kleine puntjes goud zien we bij een van de vrouwen in de zeef. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat ze hier erg veel vinden, maar het gebied is erg arm en alle vondsten zijn meegenomen.
Na de lunch kayakken we nog twee uur verder naar het eindpunt van de tocht. Dit is een rustig deel van de rivier. Er staat veel (tegen)wind vandaag, dus het is flink zwaar soms. Ik ben blij dat ik niet alleen in de boot zit, nu kan ik zo af en toe even uitrusten en de gids het zware werk laten doen. De stroming is hier wat sneller, dus een heel deel kunnen we ons langzaam vooruit laten dobberen. We vermaken ons nog een beetje met het nat spetteren van onze Cambodjaanse reisgenoot die in een 1-persoonskayak zit.
Aan wal staat de truck ons dan weer op te wachten om terug te gaan naar Luang Prabang. Het was een heerlijk ontspannen dag, lekker in de stille natuur. Als souvenirs constateer ik ’s avonds twee bovenarmen met zeurende spierpijn & twee verbrande wreven.
#398: Luang Prabang
Wat is het?
Luang Prabang is de tweede stad van Laos, maar heeft desondanks maar een kleine 100.000 inwoners. Het is een werelderfgoed geworden vanwege zijn unieke en goed bewaard gebleven stadsplan, ontstaan vanuit de koninklijke residentie met tempels en kloosters daaromheen. Het heeft een combinatie van Laotiaanse traditionele houten architectuur & koloniale invloeden. De meeste gebouwen dateren uit de 19e en 20e eeuw. Luang Prabang bleef de zetel van de koning tot 1975, toen de communisten het roer overnamen en de koninklijke familie naar een werkkamp stuurde dat ze niet overleefden.
Cijfer: 7,5 (het staat te boek als een van de mooiste steden van Azië, maar dat vind ik toch niet, daarvoor is er te weinig te zien; het moet het vooral hebben van zijn charme, de groene straten, de grote koloniaal aandoende houten huizen, de ligging op een schiereiland ingeklemd tussen 2 rivieren; hoogtepunt is de Wat Xieng Thong, waar de tempelgebouwen aan de buitenkant vol zitten met mozaïeken)
Toegang: Rondlopen in de stad is gratis. De tempels vragen een entree tussen de 10.000 (0,90 EUR) en 30.000 (2,70 EUR) kip elk.
Hoeveel tijd: in 1 dag kun je alles wel zien wat er te zien is, de meeste mensen blijven echter langer hangen (ik ook) omdat het een goede plek is om wat uit te rusten, bij te eten en transport naar een volgende plaats te regelen
Opvallend: het straatbeeld doet heel Europees aan, misschien is dat wel de reden waarom zoveel westerse toeristen van deze stad houden. Er zijn er ook aardig wat die zijn blijven hangen, en hier nu een restaurant, een hotel of een boekwinkeltje runnen. Zeker in het centrum is er van Laos maar weinig te bespeuren. Iedere avond is er een grote markt in de hoofdstraat waar je alleen maar souvenirs kunt kopen, niks geen levende ratten of insecten.
Slowboat naar Thailand
Je kunt natuurlijk gewoon van Luang Prabang naar Bangkok vliegen. Maar ik kies ervoor om Laos te verlaten via de Mekong, per slowboat – een lang en smal gemotoriseerd schip. Een tocht van 310 kilometer over het water, twee dagen lang.
Het vertrek van de Luang Say is om 7 uur in de ochtend. Vroeg opstaan dus, en dat geeft me ook mooi de gelegenheid de dagelijkse ronde van de bedelmonniken in Luang Prabang mee te maken. Bij zonsopgang, rond een uur of 6, lopen circa 200 monniken uit alle kloosters van de stad een vaste ronde. Dit doen ze dagelijks om hun eten voor de hele dag bij elkaar te krijgen. Mijn hotel ligt aan het eind van de route, en de kruiken zijn dan al tot de top toe gevuld.
De Luang Say slowboat vertrekt van de kade in het centrum van Luang Prabang, 2 minuten lopen van mijn hotel. Aan boord van het schip blijken er maar 12 medepassagiers te zijn: 8 Russen en 4 Duitsers. Een slowboat is een normale vorm van openbaar vervoer hier op het water, alleen zitten er dan veel meer mensen in. Deze boot is voorzien van comfortabele stoelen en banken, en biedt plaats aan 40 mensen. Met z’n 13-en hebben we dus ruimte genoeg. Er is ook 5 man personeel aan boord, om lunch klaar te maken, ons rond te leiden bij de excursies en natuurlijk om ons veilig over de Mekong te sturen.
Al na een uur of twee is het tijd voor de eerste stop: de Pak Ou-grotten. Twee grotten, vanaf de aanlegsteiger te bereiken via steile trappen. De onderste is de mooiste: hij staat vol met duizenden Boeddha-beelden, grote en kleine. Het gebruik van deze grotten als tempels dateert uit de 15e eeuw. In het verleden kwam de koning hier jaarlijks met Laotiaans nieuwjaar voor het wassen van de beelden in een ceremonieel vaartuig. Sinds Laos in 1975 communistisch werd is er geen koning meer (die is veilig opgeborgen c.q. vermoord). De grotten worden door de plaatselijke bevolking nog wel gebruikt als tempels.
Deze rivier, de Mekong, is wat drukker dan de Nam Ou waar ik een paar dagen geleden gekayakt heb. We zien veel andere slowboats, maar ook schepen met hele huizen erop (lijken op onze binnenvaartschepen) en speedboten. Deze laatsten doen de tocht van de Thaise grens naar Luang Prabang in de helft van de tijd als de slowboats: in 1 dag. Het zijn kleine bootjes met een mannetje achterin om te sturen, en daarvoor een stuk of 6 zitplaatsen. Ze varen zo snel dat ze voorbij zijn voordat je er erg in hebt. Je ziet alleen een flits van ingespannen zittende passagiers met helmpjes op.
Na een lunch aan boord bezoeken we het dorpje Ban Bo. Het is een gemengd dorp, met Lao Loum bewoners (uit het laagland) en Khamu (uit het middengebergte). De Khamu zijn het dorp pas 3 jaar geleden komen versterken: ze hebben hun oude dorp verlaten, de regering probeert de dorpjes wat groter te maken zodat er een schooltje en wat gezondheidszorg gecreëerd kunnen worden. Het dorp is alleen via het water te bereiken, er is geen weg naar toe.
Dit dorp heeft inderdaad een lagere school – 5 jaar lang kunnen de kinderen naar school. Daarna moeten ze naar een andere plaats, maar vanwege de kosten die dat met zich meebrengt doet bijna niemand dat. Ook voor de dichtsbijzijnde kliniek moeten ze enkele uren varen. De gemiddelde levensverwachting in Laos is ook maar 58 jaar.
Het dorp heeft een eigen tempel. De inwoners brengen iedere ochtend eten naar de monniken – ze hoeven niet langs de deuren zoals in Luang Prabang. “Dan hoeven de monniken niet zo hard te werken,” zegt onze gids. De enige monnik die ik hier zie ligt geheel in Laotiaanse stijl op de grond te slapen op de veranda van de tempel.
De inwoners van Ban Bo verbouwen verbouwen pinda’s en katoen. Van de katoen weven ze stoffen, en die bieden ze dan weer te koop aan. Het hele hart van het zo idyllisch en onontdekt lijkende plaatsje is een souvenir-stoffenmarkt. Gelukkig kopen mijn Russische medepassagiers graag.
Na een half uurtje rondkijken varen we weer verder. Net voor zonsondergang, tegen 6 uur, komen we aan ik Pakbeng. Daar gaan we van boord om de nacht door te brengen in een luxe lodge iets buiten het plaatsje.
De volgende ochtend is het vertrek weer om 7 uur. Het is mistig vandaag vroeg in de morgen. Het uitzicht onderweg is weer hetzelfde als gisteren, en ook vergelijkbaar met de kayak-tocht die ik eerder deze week maakte: een lage rivier van zo’n 50 meter breed, dichte groene gemengde bossen langs de kant. Om de 10 kilometer of zo een dorpje. Daar tussendoor zie je vissers, rondstruinende kinderen, goudzoekende vrouwen. En vee, inclusief de grappige roze waterbuffel waarvan ik eerst dacht dat het een heel groot varken was.
De stop van deze tweede dag is bij een Hmong-dorp. De Hmong zijn de traditionele bewoners van het hoogland van Laos. Ze zijn een beetje “besmet” omdat ze in de jaren zeventig met steun van de Amerikaanse CIA vochten in de Laotiaanse “geheime” oorlog. De meesten zijn na de machtsovername van de communisten in Laos gevlucht naar het buitenland.
Dit Hmong-dorp, Houei Lam Pan, heeft 50 huizen en 300 inwoners. Het heeft als bijnaam “het rieten dorp” vanwege de rieten daken die de huizen bedekken. De vrouwen en kinderen van het dorp staan ons al op te wachten met zelfgeborduurde armbandjes en tasjes – ze zijn blijkbaar een vaste stop voor de tourboten op de rivier.
Geen enkel dorp in Laos ziet er erg welvarend uit, maar hier is het toch nog wel een graadje erger. De kinderen hebben verwilderde haren, en zijn net als de vrouwen hardnekkiger in het proberen te verkopen van spulletjes dan de gemiddelde Laotiaan. Op een enkele oude vrouw na draagt er niemand meer de traditionele blauw-zwarte klederdracht.
De rest van deze dag breng ik lezend door, net als gisteren. Ik heb 2 thrillers uitgelezen – er is niet veel variatie in het schouwspel op de rivier en langs de waterkant. Toch is het niet saai, daarvoor is het landschap gewoon te mooi.
Al aan het begin van de middag varen we met Thailand op de linkeroever van de Mekong. We zien Thaise vlaggen, wegen met auto’s en glimmende gouden tempels. De bergen maken plaats voor vlak land. Het duurt dan nog tot kwart over 4 tot we in het Laotiaanse grensplaatsje Huay Xai zijn. Daar gaan we van boord. De douane ben je dan zo door, maar je moet de douanier nog wel even 1 dollar geven voor zijn “overwerk”. Als je na 4 uur ’s middags aankomt (en dat doen zo ongeveer alle boten) is dit een verplichte actie, ook helemaal geformaliseerd via een bord met de tarieven en tijden.
Voor 10.000 kip (0.90 EUR) brengt een bootje je dan naar de andere kant van de rivier, naar de Thaise grensplaats Chiang Kong. Er staat al iemand met een bordje met mijn naam aan de kade te wachten: de chauffeuse die mij naar het vliegveld van de provinciehoofdstad Chiang Rai gaat brengen. Vandaar is het dan nog maar een uurtje vliegen naar Bangkok. Indochina zit erop, op naar de volgende etappe van mijn reis: Singapore.
Terugblik Laos 2011
Laos is één van de armste landen ter wereld: het staat o.a. onder Congo, Irak en Jemen voor wat betreft BNP per inwoner. Een derde van de bevolking leeft onder de armoedegrens, de overgrote meerderheid leeft van zelfvoorzienende landbouw. Het Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken geeft ook nog steeds een onheilspellend reisadvies over Laos: “Waakzaamheid betrachten: Reizigers worden ontraden om na zonsondergang over de weg te reizen. Ook wordt het ontraden om per speedboot over de Mekong te reizen. De plaatselijke medische infrastructuur is zeer gebrekkig. Ingeval van een zwaar ongeval of een medische complicatie wordt evacuatie naar Thailand geadviseerd”.
Ik vond het een lieflijk land, dat in schril contrast staat met zijn meer voortvarende buren Thailand en Vietnam. Soms is het net Afrika, een beetje loom, heel rustig. Slapende winkeliers, slapende monniken en heel veel slapende honden.
Laotianen met beroepen in het toerisme spreken over het algemeen moeilijk verstaanbaar Engels. De rest van de bevolking spreekt het helemaal niet. Het land staat nog niet lang open voor toeristen, en het onderwijs is slecht. Dit alles maakt dat Laos een wat avontuurlijker en meer ongerepte bestemming is, waar het prettig verblijven is. Echt grote bezienswaardigheden zijn er niet.
Vervoer
Laos heeft lang een heel dramatische infrastructuur gehad. Het is nu wel wat beter, de doorgaande wegen zijn goed geasfalteerd. Maar er zijn nog steeds maar weinig wegen, en met een flinke regenbui kun je zomaar ergens vast komen te zitten. Veel lokaal vervoer gaat ook over het water. Rondreizen door Laos is niet te gemakkelijk en vraagt vooral veel tijd en geduld.
Verblijf
Paksé: uitgestrekte stad langs de Mekong, 70.000 inwoners. Helemaal niets te beleven, heel stil, je kunt makkelijk midden op straat gaan lopen (mooi contrast met Vietnam). Er zijn wel een paar goede restaurants en koffietenten. Het is het transportknooppunt voor Zuid-Laos, ik kwam er met het vliegtuig uit Vietnam (Ho Chi Minh City).
Hotel Paksé – Groot hotel in het centrum. Er komen ook veel groepen. Kamer voor 27 EUR(superior room met raam). Lekker hard bed, gratis internet, nette badkamer met ligbad, ontbijtbuffet met van alles (o.a. mijn favorieten: yoghurt & french toast/wentelteefjes). Op het dak ligt het restaurant Panorama, waar je leuk kunt zitten, uitzicht hebt over heel Paksé (daar is niks aan te zien), maar waar het eten heel Europees en flauw is.
Kiet Ngong is een verzameling dorpjes met in totaal 1000 inwoners. Mensen heb ik het dan over, er wonen ook ontelbare honden, kippen, varkens, koeien, buffels. En olifanten – dat is waar het dorp bekend om is. Het ligt ongeveer 60 kilometer ten zuidoosten van Paksé, langs een onverharde weg.
Kingfisher Ecolodge – Afrikaans aandoende lodge zo’n 700 meter buiten het dorp. Alle 6 huisjes zijn vrijstaand en hebben uitzicht op weilanden. Je verwacht zo giraffen voorbij te zien komen, maar veel dieren zijn er niet, ook geen vogels. Wel komen er (tamme) olifanten grazen. De huisjes (54 EUR) staan op palen en zijn voorzien van eigen douche en wc, groot bed met goed muskietennet. En een heerlijke eigen veranda met zitje en zowaar een fijne hangmat. Het bijbehorende restaurant is ook prima (lekkere belegde baguettes voor de lunch) en je zit er leuk.
Vientiane: hoofdstad van Laos, wel echt een grote stad met 700.000 inwoners. Te groot om alles te lopen. Ook behoorlijk veel verkeer (auto’s). Niet veel te zien, behalve wat nieuwere Boeddhistische tempels. Als je het overslaat heb je ook niks gemist. Veel muggen ’s avonds.
Beau Rivage Mekong – Modern ingericht, relatief klein hotel aan de Mekong. Althans, aan de in aanbouw zijnde boulevard langs de Mekong (nu nog een zandpad). ’s Avonds vrij donker om terug te lopen, uitkijken voor gaten & afstapjes. Ontbijt is in het westerse restaurant ernaast van dezelfde (Australische) eigenaren. Je mag 2 dingen kiezen van de kaart, plus koffie & echt vers sinaasappelsap. Kamer heeft een ligbad, én een heel fijn bed met leeslampjes en tafeltjes op precies de juiste plaats. Prijs: 45 EUR.
Phonsavan: meer een verzameling kruispunten dan een echte stad. De plaats is ook pas gesticht in de jaren ’70, nadat de oude provinciehoofdstad was platgebombardeerd. De hotels, guesthouses, reisbureautjes en toeristenrestaurants liggen wel allemaal vlakbij elkaar. Erachter ligt de markt, waar ze o.a. levende ratten in kooien verkopen.
Anoulack Khen Lao Hotel – 3 sterren hotel in het centrum, met een nette standaardkamer. Ontbijt is inclusief en OK met baguette, ei, jam & koffie. Personeel spreekt niet of nauwelijks Engels. Koopje voor 18 EUR. Geen internet op de kamer, wel wifi in het restaurant en in de lobby. Beetje saai hotel verder, groot maar weinig gasten.
Luang Prabang: sfeervolle stad in het noorden van Laos. Ik ben er wat langer gebleven dan gepland, omdat de eerste 2 dagen verloren waren gegaan door onophoudelijke regen. Het is een comfortabele plek met veel restaurants en café’s, maar echt veel is er niet te zien.
Satri House – Duur hotel (120 EUR!), uitgekozen voor zijn zwembad & vanwege mijn verjaardag. Het beste hier is de nachtrust: heerlijk bed waar je helemaal in wegzakt, plus luiken voor de ramen waardoor het helemaal donker blijft. Mooi terrein ook, met overal zitjes, vijvers, een bibliotheek. Ontbijt is ook erg goed. Het ligt 10 minuten lopen van het oude centrum, maar dat is geen punt (en daardoor is het ook ruimer en rustiger).
Minpunten: geen ligbad (had ik hier toch wel verwacht), instabiel internet, te duur (alles in Luang Prabang is trouwens te duur).
Na 3 nachten ben ik verkast naar de Lotus Villa – Dit ligt in het “oude” centrum van Luang Prabang, met de houten huizen en tempels. Het houdt het midden tussen een pension en een hotel. Het is vrij klein, met een leuke binnenplaats/tuin en veranda’s met zitjes voor de kamers. Ontbijt is ook in de tuin, en kun je kiezen van een kaart. Voor 2 personen is de kamer wat aan de kleine kant, en er is een half-open douche in de kamer. Met 44 EUR is ook dit wel wat aan de prijs voor wat je ervoor krijgt.
Pakbeng is een plaatsje in het noordwesten van Laos, aan de Mekong halverwege tussen Luang Prabang en de Thaise grens. Het is de gebruikelijke overnachtingsplaats voor alle boten hier. Ik ben er maar 1 nacht geweest, alleen in het hotel
De Luang Say Lodge ligt iets verder stroomopwaarts langs de Mekong. Het heeft een eigen aanlegsteiger (nou ja, een strandje en een grote steen om de boot aan vast te binden). De lodge wordt vooral gebruikt voor passagiers van de Luang Say Cruise. Het is een complex van huisjes van donker hout, plus een restaurant. Je bent er eigenlijk te kort om er van te genieten: we arriveerden om 6 uur ’s avonds, en gingen de volgende ochtend om 7 uur weer verder met de boottocht. Ik had huisje nummer 10: redelijk comfortabel, met een goede warme douche en een bed met muskietennet. Er zitten hier ’s avonds veel insecten dus dat is geen overbodige luxe. Het eten in de lodge is goed, misschien wel te uitgebreid (een 3 gangen menu, inclusief 5 of 6 hoofdgerechten). Het ontbijt is ook OK, maar helaas zonder baguettes….
Eten & drinken
Sticky rice (kleefrijst) en Lao Beer, daarmee heb je de belangrijkste ingrediënten voor een Laotiaanse maaltijd wel gehad. Het eten lijkt op dat in Thailand – scherp tot zeer scherp. Er zijn wel wat lokale specialiteiten, maar gezien de armoede eten de Laotianen alles wat maar voorhanden is – van vis tot insecten. En vooral heel veel kleefrijst, geserveerd in rieten mandjes. Of je nu eet in goedkope of dure restaurants maakt niet zoveel uit, de kwaliteit is erg wisselend. Ik heb er best goed gegeten maar de Laotiaanse keuken is zeker geen hoogvlieger.
Kosten
Voor 10.000 kip (0,90 EUR) krijg je een tuktuk-ritje binnen de stad, een belegde baguette, een noedelsoep met kip of een grote fles BeerLao. Grappig is dat overal de prijzen hetzelfde zijn, altijd 5.000 kip voor een blikje cola, altijd een noedelsoep voor 10.000 kip. Nooit zijn de standaarddingen bij de buren duurder of goedkoper.
De hotels in de wat meer toeristische plaatsen zijn flink aan de prijs, en tegen minder comfort dan in Vietnam. Ook heb ik een paar dure tours gedaan, zodat de gemiddelde kosten per dag vrij hoog zijn uitgevallen.
Gemiddeld dagbudget Laos: 99 EUR













Leave a comment