World Heritage Traveller

Wereldreis 2011: India

Written by:

  1. Van dag-tot-dag
  2. #377: Mahabalipuram
  3. Chidambaram
  4. #378: Grote Levende Chola Tempels
  5. Aan de wandel door Madurai
  6. Onderweg van Tamil Nadu naar Kerala
  7. Kerala Backwaters
  8. #379: Bergspoorlijnen van India
  9. #380: Hampi
  10. #381: Pattadakal
  11. De Woensdagmarkt van Anjuna
  12. #382: Kerken en kloosters van Goa
  13. #383: Ellora Grotten
  14. #384: Ajanta Grotten
  15. Niets zo Indiaas als de trein
  16. Museum van de Mensheid, Bhopal
  17. #385: Boeddhistische monumenten van Sanchi
  18. #386: Rotsschuilplaatsen van Bhimbetka
  19. #387: Qutb Minar
  20. #388: het Rode Fort
  21. #389: Tombe van Humayun
  22. Terugblik India 2011
    1. Vervoer
    2. Verblijf
    3. Eten & drinken
    4. Kosten

Van dag-tot-dag

INDIA
8 januariOm half 4 ’s nachts aangekomen op Chennai airport, tegelijk met vele andere vluchten. Ik pak direct een prepaid taxi door naar Mahabalipuram (een uur zuidwaarts). In het hotel komt gelukkig vroeg een kamer vrij, zodat ik om half 7 weer verder kan slapen.
Om 11 uur een rondje door het dorp gemaakt: het is er heet en relaxed. En er zijn allemaal witte toeristen!! Gebruncht met een reizigersmaal van fruitsalade en bananenpannenkoek met honing.
’s Middags nog wat geslapen. Diner om 19 uur in het vegetarische restaurant horend bij het hotel: heerlijk, vooral de Paneer Podimas (curry van brokjes witte kaas, tomaat, ui en kruiden).
Hotel Mamalla Heritage, Mahabalipuram
9 januariWerelderfgoed #2 van deze reis: de tempels en reliefs van Mahabalipuram. Was al om half 8 bij de eerste, voor de hitte en de drukte. Lekker gewandeld en genoten van de rotssculpturen hier verspreid over het dorp.
Aan het eind van de ochtend nog een uurtje gezwommen en gezond bij het hotel. En geluncht met vers fruitsap en tomaat/komkommersandwiches.
In de middag gelezen en geinternet. ’s Avonds vis (garnalen) gegeten.
Hotel Mamalla Heritage, Mahabalipuram
10 januariOm 7 uur met de lokale bus naar Puducherry (2 uur, 33 RS), en vandaar vanaf het busstation meteen door naar Chidambaram (1,5 uur, 24 RS). Zo was ik er al om half 12: hotel gezocht, geluncht met een lekkere thali en daarna siësta.
Om half 5 helemaal buiten rondom het tempelcomplex gelopen, en zowel van de gedecoreerde poorten als het straatleven genoten. Diner (malai kofta) in het vegetarische restaurant van het hotel. En om 8 uur nogmaals naar het tempel, nu naar binnen voor de vuurceremonie.
Hotel Saradharam, Chidambaram
11 januariOm half 8 in klaarstaande bus naar Thanjavur gestapt. Rit deels over het platteland met hobbelige wegen, maar ook door veel stadjes. Engels zie je hier bijna niet meer op de borden, het is allemaal in het kronkelige Tamil-schrift.
De bus stopt 4 uur later in Thanjavur pal voor mijn beoogde hotel. Wat een service voor een ritprijs van 41 roepies (0,80 EUR).
In deze grotere stad geluncht bij het restaurant Sathars (palak paneer maar weer eens een keer).
Om kwart over 4 naar de Grote Tempel gelopen (werelderfgoed #3 van deze reis).
’s Avonds gegeten in het luxe hotel Gnanam. Maar liefst 4,20 EUR betaald! Als het eten ruim meer is dan 100 rupees (1,75) dan schrik ik tegenwoordig al van de prijs. Wel weer heerlijke Zuid-Indiase koffie gehad.
Hotel Ramnath, Thanjavur
12 januariWeer om half 8 met de bus. Ondanks het duurdere kaartje (51 rs vandaag) toch een kortere rit, 3.5 uur naar Madurai. Daar op het grote busstation meteen een kaartje gekocht voor de luxe langeafstands bus voor overmorgen naar Kochi.
Met de stadsbus verder naar het centrum en daar intrek genomen in het luxe hotel. Ter compensatie een heel goedkope thali als lunch gegeten (65rs), wel erg lekker, zelfs 11 schaaltjes plus een oliebol en een banaantje.
In de middag de websites bijgewerkt, en ’s avonds nog even een curry met kip gegeten om de hoek.
Royal Court Hotel, Madurai
13 januariAl vanaf half 7 aan de wandel door Madurai. Tempel, Paleis en Gandhi-museum bezocht.
Met een motorriksja terug naar het hotel, en daar salade met vers sinaasappelsap als lunch gegeten.
Rest van de middag wat geïnternet en geluierd, en ’s avonds bij een leuk tentje aan de overkant weer Malai Kofta gegeten (een nieuwe favoriet).
Royal Court Hotel, Madurai
14 januariLange maar toch ook mooie busrit van uiteindelijk 10 uur van Madurai naar Kochi.
Vanaf het busstation in Ernakulam de motorriksja genomen naar mijn hotel in Fort Cochin, waar ik om half 8 aankwam.
Gelukkig was er een kamer gereed en kon ik nog een lekkere penne met garnalen en inktvis eten in het bijbehorende restaurant.
Four Seasons Hotel Cochin, Kochi
15 januariOntbijt met muesli en fruit, daarna langs het water gewandeld, langs de houten constructies van de oude Chinese vissersnetten en de verse vis. Verder door het stadje gestruind en het Indo-Portugees museum bezocht.
Geweldig (en duur, 7 EUR!) gegeten bij het Old Courtyard Hotel – Malabar Tiger Prawn Curry.
’s Middags een fiets gehuurd en naar het zuiden van het schiereiland gefietst. Daar onder andere het Mattancherry (Nederlands) Paleis (mogelijk toekomstig werelderfgoed) en de oude Joodse wijk bekeken. Verder heerlijk maar wat rondgefietst op mijn oude fiets in dit wat al te toeristische plaatsje.
’s Avonds eindelijk weer eens simpel Indiaas gegeten, bij Talk of the Town iets buiten het centrum, voor 85 rupees.
Four Seasons Hotel Cochin, Kochi
16 januariDagtour van 8 tot 17 uur per boot en kano door de Kerala Backwaters. Ontspannen dagje, tour wat te toeristisch maar leuk om dit natuurgebied een keer gezien te hebben.
’s Avonds nog een keer vis gegeten bij het Old Courtyard Hotel, en een tijdje geïnternet in een cafeetje.
Four Seasons Hotel Cochin, Kochi
17 januariLaatste busdag in India, met hindernissen. Al vroeg op pad gegaan, 6.45 uur met de ferry naar Ernakulam. Dan de bus van 7.30 uur naar Coimbatore. Rit bleek 5,5 uur te zijn in plaats van 4,5 uur. Niet zo’n bijzondere route. In Coimbatore goed geluncht in restaurant Malabar.
Daarna een tijdje moeten zoeken naar het goede busstation voor Ooty – er blijkt een heel nieuw te zijn buiten het centrum. Daar aangekomen kon ik achteraan sluiten in een hele lange rij voor de bus naar Ooty. Gelukkig is het wel goed georganiseerd: de rij staat tussen dranghekken en een politieman houdt bij de arriverende bussen de wacht of er niemand voordringt. Bij de vijfde bus, na ruim een uur wachten, kan ik naar binnen. Dan is het nog 3,5 uur slingeren door de bergen naar Ooty. Ik ben om 7 uur in het hotel, het is net een half uurtje donker.
Tot slot nog snel even een kaastosti in de stad gegeten.
Hotel Silver Oak, Ooty
18 januariUitgeslapen tot 8 uur, daarna 3x het dorp op en neer gelopen en de Botanische tuin bezocht. Prachtig blauwe lucht, heerlijk koel weer in een mooie omgeving.
’s Middags naar het treinstation om de treinkaart te activeren en het nummer van mijn zitplaats te weten te komen. Had heel wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk gelukt. Vernam ook nog even dat de trein een uur eerder vertrekt! Heb voor de zekerheid terug in het hotel maar alle tijden van de treinen waar ik de komende weken op geboekt sta gecheckt. Die scheelden niet meer dan een paar minuten.
’s Avonds lekker shish kebab (kip) gegeten bij de Kebab Corner, met fijne herinneringen aan Uzbekistan.
Hotel Silver Oak, Ooty
19 januariHele mooie, volle dag vandaag. In de ochtend naar het Doodaburra-uitzichtpunt, heen met taxi en terug lopen (10 km). Lekker vroeg nog, tussen de eucalyptusbomen door die kraken en geuren. Nog een hertje gezien. Vooral op het laatste stuk heb je net het idee dat je in Nepal wandelt.
Daarna cappucino gedronken en geluncht met een broodje.
Om 14 uur met de Nilgiri-spoorlijn (#4): één van de Indiase bergspoorwegen. 3,5 uur genieten van het schouwspel van techniek en landschap.
Daarna per bus door naar Coimbatore, waar ik om kwart over 7 in het hotel aankwam.
Hotel City Towers, Coimbatore
20 januariDagtrein naar Bangalore (8.00-15.05), en vandaar ’s avonds de nachttrein naar Hospet (21.00-06.50). In de 6 uur tussentijd het centrum van Bangalore ingegaan (bagage achtergelaten op station). Bangalore is zeker de modernste stad van India die ik ken, het is al bijna Kuala Lumpur of Bangkok. Rondgekeken in de Garuda Mall en rond MG Road. Heerlijke salade met knoflookbrood gegeten bij Ruby Tuesday’s. Kostte bijna 12 EUR voor de maaltijd, ik moest zelfs nog wat bijpinnen om de riksja terug naar het station te kunnen betalen.trein
21 januariRustige nacht in de trein, vooral na mijn sterke zet om mijn benedenbed te ruilen voor een bovenbed nadat ik een muisje had zien rennen. Half uurtje te laat (7.15 uur) aangekomen op het station van Hospet. Meteen naar het hotel, uitpakken, was laten doen, relaxen.
Geluncht in Hospet bij Sri Ganesh, een superdruk tentje, met mijn eerste masala dosa voor 40 cent.
Om half 3 met de bus naar Hampi, half uurtje rijden. Daar prachtig 2km langs de rivier gewandeld naar de Vittala-tempel.
Ook (eenvoudig) gegeten in Hampi en om 7 uur weer “thuis”.
Malligi Hotel, Hospet
22 januariOm kwart voor 8 met de riksja naar Kamalipuram, omdat de lokale buschauffeurs staakten. Vandaar gelopen naar Hampi (#5): ruïnes van een voormalige Zuid-Indiase hoofdstad uit de 15e-17e eeuw. Vier uur lang mooie dingen gezien, toen geluncht in Hampi.
Na de lunch met de ferry naar de overkant van de rivier, daar fiets gehuurd in in 3 kwartier lekker gefietst naar Anegondi.
Om kwart voor 5 terug in het hotel, en daar ’s avonds ook gegeten (erg lekkere kip kebab met muntsaus).
Malligi Hotel, Hospet
23 januariOm 6.30 met auto/chauffeur naar Pattadakal (#6): Hindoe-tempels uit de 8e eeuw. Rustige rit door een ontwakend Indiaas platteland – je ziet mensen lopen om water te halen, of met een gekleurd plastic bekertje in het veld verdwijnen om hun behoefte te doen.
Een goede gids heeft me rondgeleid langs de tempels van het werelderfgoed, zo heb ik wat meer gevoel gekregen voor de details van al die sculpturen.
Geluncht in Badami in een goed hotel, tegelijk met een grote groep (Maleisische?) Chinezen die ik de afgelopen dagen al eerder had gezien.
Om kwart voor 5 terug in het hotel in Hospet.
Malligi Hotel, Hospet
24 januariTrein naar Goa – zou vertrekken om 6.30 maar had 3,5 uur vertraging opgelopen onderweg vanaf Calcutta. Terug naar het hotel en uitgebreid ontbeten en geïnternet. Om 9 uur terug gegaan naar het station, waar de trein om 9.50 uur aankwam.
Rit verder rustig, warm en wat benauwd (mede dankzij mijn verkoudheid). Nog een tijdje in de deuropening gehangen (de treinen rijden hier met de deuren open).
Aankomst op het station van Madgaon, en vandaar een prepaid-taxi genomen die me tegen zevenen bij het hotel in Panaji afzette. Later mijn eerste Goa Curry met garnalen geproefd bij Venite. Wat een toeristen hier weer (Engelsen die Fish & Chips bestellen, Nederlanders patat, en het bier en de wijn komt weer openlijk op tafel).
Panjim Inn, Goa
25 januariIn de ochtend door de stad gelopen, grote witte katholieke kerk bezocht. Verder veel vervallen Portugees-koloniale huizen. Niet veel te zien.
Als lunch weer iets van de Goa-menukaart gegeten: chicken xacuti (pittige saus van tomaten, uien en rode pepers). Rest van de middag geluierd.
En ook ’s avonds een typisch gerecht van Goa: Kingfish Balchao, een grote platte vis in een donkerrode tomatensaus met veel rode pepers. Heet dus maar nog wel te doen. Ik zat bij Viva Panajim, een populair tentje met tafeltjes buiten.
Panjim Inn, Goa
26 januariFijne ochtend op de Ajuna-vlooienmarkt en in het rustige plaatsje. Aldaar ook supergezond geluncht bij de German Bakery.
Om half 2 terug in het hotel. ’s Avonds gegeten bij de “Afhaal-Sikh”: gevulde tomaten, kip kebab en naan.
Panjim Inn, Goa
27 januariKerken en kloosters van Goa (#7): voormalige hoofdstad van Portugees-India, koloniale overblijfselen. Heen en terug met de bus, kwartiertje, 9 rupees. Lekker dorpje om door rond te wandelen. Ter plekke geluncht (hete Dal Fry en Roti) bij de Tourist Inn, met vanaf het terras op de 1e verdieping een boeiend uitzicht over de belangrijkste kruising van het dorp.Panjim Inn, Goa
28 januari14.35 vlucht uit Goa naar Mumbai (1 uur), daar om 18.25 uur door naar Aurangabad (3 kwartier vliegen). Opgehaald van het vliegveld; weer een heel andere omgeving hier, onderweg zie je allemaal slagers in open stalletjes vlees uitbenen (in deze streek wonen veel meer moslims). Om 8 uur in het hotel. Daar nog even iets gegeten (malai kofta, niet zo’n bijzondere variant dit keer).Hotel Amarpreet, Aurangabad
29 januariOm kwart over 8 in 3 kwartier met de bus naar de Ellora Grotten (#8): tempels in de rotsen uitgehouwen, uit de 5e tot 10e eeuw. Daar ook geluncht. Met bus terug, om kwart over 2 weer in het hotel.
Om 5 uur met riksja naar andere kant van de stad, daar geïnternet, tourtje voor morgen geboekt en gegeten bij hotel Prashanth (leuk buiten zitten, alleen buitenlandse toeristen hier, eten niet bijzonder).
Hotel Amarpreet, Aurangabad
30 januariLeuk dagtochtje in een zeer internationaal gezelschap van 20 man naar de Ajanta Grotten (#9): grotten met in de rots uitgehouwen beelden. Om 8.30 vertrokken, om 17.30 weer terug in Aurangabad. ’s Avonds Chinees gegeten in het hotel (veel knoflook en gember, maar weer eens wat anders).Hotel Amarpreet, Aurangabad
31 januari’s Ochtends de websites bijgewerkt in een cafeetje, en voor de lunch een thali gegeten.
Treinrit van bijna 12 uur. Vertrek en aankomst prima op tijd. Boek uitgelezen en beetje geslapen. Aankomst in Bhopal om 1 uur ’s nachts, alwaar een mannetje van het hotel me op stond te wachten. Binnen 10 minuten veilig afgeleverd in het chique hotel met oprijlaan, en daar meteen het bed weer ingedoken.
Hotel Jehan Numa Palace, Bhopal.
1 februariRustdagje in het luxe hotel. Griekse salade als lunch.
’s Middags naar het Museum van de Mensheid gewandeld, echt de moeite waard en heel groot. Maar de helft gezien, maar ik moest ook nog naar de stad om nieuwe boeken te kopen.
’s Avonds een van de beste maaltijden tot nu toe: Mughal Malai Tikka in het Barbecue-restaurant van het hotel.
Hotel Jehan Numa Palace, Bhopal
2 februariVoor 7.30 uur een auto met chauffeur gehuurd voor een tocht langs de 2 werelderfgoederen hier in de buurt: Boeddhistische monumenten van Sanchi (#10): waaronder de grote stupa uit de 3e eeuw voor Christus. Sanchi is een belangrijke boeddhistische pelgrimsplaats. En de Rotstekeningen van Bhimbetka (#11): grotten met de oudste petroglyphen ter wereld, 30.000 jaar oud.
Om 14 uur terug in het hotel, daar geluncht met een echt bruin stokbroodje en verder gelezen aan het zwembad. Bij de bakker in het hotel lekkere broodjes gehaald voor de treinreis van morgen.
’s Avonds weer gegeten bij het barbecue-restaurant van het hotel.
Hotel Jehan Numa Palace, Bhopal
3 februariWil ik om 7.30 uit het luxe hotel vertrekken, zegt de portier “waar is je auto?”. Ik zeg dat ik wel een riksja neem van de straat. “Dat hoeft niet hoor” en hij drukt op een bel voor een soort intercom, en over het terrein schalt een oproep. En jawel hoor, daar komt een riksja de oprijlaan opgetuft.
In de trein naar Delhi (vertrek 8.20 uur) ’s ochtends de verhaaltjes over de werelderfgoederen van gisteren geschreven. ’s Middags een beetje gelezen maar ik werd misselijk van het geschommel. De trein kwam ook nog eens een uur te laat aan. Met de pre-paid riksja vervoerd naar Haus Khaz, waar ik zelf in de buurt nog even heb lopen zoeken naar mijn Bed & Breakfast.
Eten besteld bij de bezorg-Indiër, was prima.
Urban Ashram, Delhi
4 februariVermoeiende maar bevredigende dag door half Delhi met de Hop on Hop off-bus. Twee nieuwe werelderfgoederen bezocht: Qutb Minar (#12): Moskee met 73m hoge minaret, plus een ijzeren pilaar uit de 4e eeuw die nooit roest. En het Rode Fort (#13): 17e eeuws Moghul-paleiscomplex. Verder nog naar de Jantar Mantar geweest, oude astronomische bouwwerken.Urban Ashram, Delhi
5 februariRustige dag. Om half 12 naar de Select City Walk Mall gegaan, een glanzend modern winkelcentrum met meer personeel dan publiek. Daar geluncht bij de PizzaHut: penne arrabiata. Vandaar door naar de Tombe van Humayun (#14): grafmonument ter ere van de Moghul-heerser Humayun uit 1570. Even rondgekeken, en om 3 uur was ik weer “thuis”. Me lekker met de riksja van plaats tot plaats laten vervoeren, dat is wel het snelst.Urban Ashram, Delhi
6 februariVlucht 9W262 met Jet Airways vanuit Delhi naar Kathmandu. Vertrek 12.55, aankomst 14.40 uur.Hotel Marshyangdi, Kathmandu

#377: Mahabalipuram

Wat is het? Verschillende groepen tempels en reliëfs, verspreid over het kustplaatsje Mahabalipuram. Ze zijn in de 7de eeuw door de Pallava-dynastie uitgehouwen uit blokken graniet. Het zijn 3 grotere groepen: de kusttempel (pal aan zee, en gebouwd), “Arjuna’s boetedoening” (een heel groot relief uitgehouwen uit een blok graniet in de grond, hét meesterwerk van Mahabalipuram) en de Vijf Ratha’s (tempels ook uitgehouwen uit één blok steen).

Mahabalipuram

Cijfer: 8 (plus: veel te zien, relaxte sfeer; min: het zijn doodse monumenten geen levende tempels)

Toegang: buitenlanders betalen 250 rupee (4,5 EUR) entree, Indiërs 10 rupee. Het kaartje is geldig voor alle tempels. Ze liggen ook niet ver van elkaar zodat je in een halve dag te voet alles kunt zien.

Hoeveel tijd: 3,5 uur voor het gros van de tempels

Opvallend:  ik was er al om half 8, vroeg genoeg om een massa aan rood en geel geklede pelgrims uit zee te zien komen. Ze zijn met bussen gekomen, en ik kom ze ook steeds weer bij de tempels tegen. Ik moet een paar keer optreden als fotomodel….

Chidambaram

De afgelopen dagen hier in India is me opgevallen dat het zoveel schoner, rustiger en beter georganiseerd is dan voorheen. Is India eindelijk ook aan het veranderen in een modern land? Of is het omdat ik voor het eerst in Zuid-India ben, wat de naam heeft veel gemoedelijker te zijn dan het noorden.

Met de lokale bus, een aftands ding weliswaar, reis ik vandaag vanuit Mahabalipuram via Pondicherry naar Chidambaram. De rit van in totaal 3,5 uur gaat grotendeels over een prima tweebaans asfaltweg. De bus rijdt lekker door – er staat dan ook op de voorruit dat het een Express-bus is. Niets stoppen op iedere straathoek, zoals gewoonlijk.

Halverwege is er nog wel een echt India-moment: we stoppen bij een wegrestaurant voor een pauze. Ik blijf voor in de bus zitten, en heb volop uitzicht op de vuilnisbelt vol plastic en ander afval. Plassende mannen maken het nog wat smeriger. Er midden tussen in zit zwerver te eten…. hij heeft tussen al het afval blijkbaar nog wat eetbaars gevonden. En geen klein beetje ook, hij gaat er uitgebreid voor zitten.

Als we in Chidambaram zijn aangekomen ontdek ik al snel dat het “oude” India hier nog volop leeft: ik zie ossenkarren in de straten, oude mannen en vrouwen meer dood dan levend in de goot, afval op straat, koeien en magere honden die daar wat tussen snuffelen. En vooral: het lawaai! Je moet hier haast oordopjes indoen als je op straat loopt. De vele bussen willen midden op de weg rijden en toeteren iedereen aan de kant. Als compensatie hebben de brommers en de riksja’s ook claxons gekregen, die ze net zo vaak gebruiken.

Chidambaram

Aan het eind van de middag als de hitte wat verminderd is, ga ik lopend het centrum in. Chidambaram is een echte tempelstad – in het hart staat de grote Shiva-tempel die dagelijks veel gelovigen en pelgrims trekt. Binnen mag je niet fotograferen, dus ik begin maar eens om er helemaal omheen te lopen. Dan krijg je wel een goed gevoel voor de enorme omvang van het complex: ik ben in totaal anderhalf uur zoet! Alleen een keertje gestopt voor een lekker sterk bekertje Zuid-Indiase koffie.

De Zuid-Indiase tempels kenmerken zich door de enorm, bijna overdadig, bewerkte gopurams (poorten). De tempel hier heeft er vier, aan de Noord-, Oost-, Zuid- en Westkant. De poorten zijn tientallen meters en 7 verdiepingen hoog. De hindoegod Shiva is hier uitzonderlijk afgebeeld als Nataraja, hij staat in een danspose (soort karatetrap met één been omhoog).

Ik had al veel foto’s gezien van dit soort tempels, maar het is toch prachtig als je er zelf voor staat. Er staan zoveel details op die poorten, ongelooflijk.

’s Avonds tegen acht uur ga ik nogmaals naar de tempel. Iedere avond wordt er op dit tijdstip een vuurceremonie gehouden. Een vrouwtje bij de ingang wil dolgraag op mijn slippers passen, dat sta ik maar toe. Ik krijg zelfs een kartonnetje met een nummer als bij een echte garderobe. Op blote voeten stap ik het tempelcomplex binnen. Gelukkig maken ze hier wel schoon (smetvrees moet je sowieso niet hebben in India).

Eén van de Brahmaanse tempelbewaarders spreekt me aan, en nodigt me vooral uit om verder naar binnen te lopen en naar de vuurceremonie te kijken. Hij vraagt waar ik vandaan kom, “Amsterdam, Utrecht?”. “Doei!” zegt hij terwijl hij verder loopt. De tempel van binnen bestaat uit grijze stenen en heel veel pilaren. Niet zo mooi, de pracht zit hem hier in de toegangspoorten. Het is wel een bijzondere wereld waar je binnenstapt: overal hangen en zitten groepjes pelgrims en gelovigen, sommigen uitgedost in zwarte doeken, andere in witte of groene. Voorzichtig loop ik verder naar binnen. Er zijn inmiddels zo’n 100 mensen klaar gaan staan voor een zilveren deur – vast de plek waar de ceremonie plaats gaat vinden. Ik zoek een goed plekje op een muurtje, en kan het schouwspel zo mooi bekijken.

De ceremonie start ook weer met heel veel lawaai: 2 grote klokken worden minutenlang geluid, en tientallen kleinere. Ondertussen wordt het vuur aangemaakt in het binnenste van de tempel. Last minute offerstukken worden nog toegevoegd (zag ik daar een pak koekjes gaan?). Het vuur wordt dan op schalen naar buiten gedragen, zodat een ieder die dat wil wat as kan komen halen.

Na een half uur is het spektakel en het gewoel voorbij, en loop ik terug naar de mevrouw met mijn slippers.

#378: Grote Levende Chola Tempels

Wat is het? De Grote Levende Chola Tempels zijn 3 tempels in de deelstaat Tamil Nadu. Ze zijn gebouwd door de Chola-dynastie, de opvolgers van de Pallavan van Mahabalipuram (zie werelderfgoed #377). Ik bezocht alleen de Brihideshwara-tempel in Thanjavur – de oudste van het stel (1010), en het prototype voor de anderen. Ze staan vooral bekend om hun enorme Vimana, het heiligste deel in de hoogste toren van het tempelcomplex, van buiten helemaal bewerkt met uit steen gesneden decoraties.

Cijfer: 8 (plus: prachtige details van de sculpturen, je kunt goed zien dat ze als voorbeeld hebben gediend voor de tempels van Angkor in Cambodja; min: het “levende” aspect viel me wat tegen, maar ik was al verwend in Chidambaram)

Thanjavur

Toegang: Gratis (het is een tempel in dagelijks gebruik)

Hoeveel tijd: 1,5 uur

Opvallend:  de tempel wordt volop gebruikt door lokale/regionale bezoekers.  Ze komen meestal in groepen en zijn dan hetzelfde gekleed. Voor hen is het ook een dagje uit, en ze kunnen zich vermaken met een tempelolifant die kunstjes kan,  luieren op het gras, zich de toekomst laten voorspellen. En natuurlijk met elkaar (en met mij) op de foto!

Thanjavur

Aan de wandel door Madurai

Madurai heeft ruim een miljoen inwoners. Toch voelt het kleiner, menselijker: het centrum rond het treinstation omvat maar een paar straten. Misschien voelt het ook zo menselijk door al die Indiërs die altijd maar te voet onderweg zijn. Een continue mensenmassa beweegt zich voort langs de rand van de wegen waar de bussen en de motorriksja’s zich toeterend een weg banen. Daar kan ik best tussenlopen, dus vandaag wandel ik door Madurai.

Madurai Meenakshi tempel

Net als de andere Zuidindiase steden wordt Madurai gedomineerd door een grote tempel. De Sri Meenakshi dateert van circa 1600 en is daarmee veel recenter dan de anderen die ik de afgelopen dagen zag. Om half 7 ‘s ochtends ben ik er al. Het is er behoorlijk druk, veel drukker dan bij de andere tempels. Overdag schijnen er zelfs vaak rijen te staan om naar binnen te gaan. Er is ook strenge bewaking – eerst door een politieman, dan via een poortje door naar een vrouwelijke bewaakster. Die vindt het niet goed dat ik mijn slippers in mijn rugzak verstopt heb, en ik moet terug om die in de garderobe achter te laten.

Alleen nog gewapend met de fotocamera stap ik op blote voeten naar binnen. De entree voor buitenlanders hier is 100 rupees, waarvan 50 om foto’s te maken. Hiervoor neem ik maar de gelegenheid te baat om ook binnen te fotograferen, iets wat in de andere tempels niet mocht. Dit is een heel groot complex met hallen, honderden pilaren, gangen, binnenplaatsen en een leegstaande vijver. Het terrein wordt omzoomd door twee rijen van muren, voorzien van in totaal 12 hoge, bonte gopuram. Net zoals die in Chidambaram, alleen zijn deze pas geverfd. Het staat er natuurlijk ook vol met beelden, deze hier zijn behoorlijk kitsch!

Madurai

Ik dwaal wat door de tempels, volg de pelgrims die snel lopende hun ronde doen langs de vele heiligenbeelden. Er zit een groep in een hoekje muziek te maken. Ik krijg weer 4 verzoeken om foto’s te maken van bezoekers, ik kan hier wel een bestaan beginnen als tempelfotograaf.

Na anderhalf uur ga ik even terug naar het hotel om te ontbijten (ik was zo vroeg opgestaan in de hoop het licht van de zonsopgang te vangen, maar het is bewolkt). Daarna ga ik verder naar het Paleis van Madurai. Dit is een half uurtje lopen door de stad. Opmerkelijk genoeg gaat dat uitstekend over de stoep. Vaak is dat wel de favoriete plek om een handeltje uit te stallen of slaapplaats voor zwervers, maar zo in de ochtend is het pas geveegd en loop je er prima. Het paleis is ook zo gevonden.

Het Tirumalai Nayak-paleis stamt uit 1636. Volgens de Lonely Planet is het erg vervallen, maar als ik door de toegangspoort de binnenplaats op ga word ik blij verrast: je kijkt uit op een prachtige geel met rood-witte facade. Er zijn vreemde, grappige wezens uitgesneden zoals de makara, een kruising tussen een olifant en een krokodil.

’s Avonds worden hier lichtshows gehouden en de stoelen staan er nog, dus ik ga maar eens op de eerste rij zitten om dit te bekijken. Dit was het vroegere woonverblijf. Er is nog maar een kwart over van wat het vroeger was; het paleis had toen onder andere een lotusvijver en een bloementuin. Hoewel het nu prima in de verf zit, is het wel de favoriete verblijfplaats van duiven. Je moet echt uitkijken waar je gaat staan, delen van het terrein zijn bezaaid met duivenpoep en er kan natuurlijk zomaar weer iets van boven vallen.

Madurai Paleis

Naast de entreeruimte ligt het “museum”. Deze heeft soortgelijke versieringen als de eerste ruimte, maar dan wit op een donkerrode achtergrond. Het lijkt op een theater of muziekzaal, niet gek dat hij als danszaal werd gebruikt door de lokale heersers. Er zijn fresco’s te zien en oude beelden.

Het is pas half 11 als ik weer naar buiten stap. Ik kijk nog eens op mijn uit de Lonely Planet gescheurde plattegrondje, en besluit ook maar door te lopen naar het Gandhi museum. Dat ligt aan de andere kant van de stad, maar als ik het goed inschat is het niet meer dan 2 kilometer weg. Het wandelen gaat ook nu weer prima. Ik zie af en toe nieuw gebouwde openbare toiletten, gratis en schoon volgens het opschrift. Toch lijken vooral de mannen er hier in India niet van weerhouden te zijn hun behoefte te doen op straat.

Ik moet een grote brug oversteken, waaronder tientallen mensen hun was aan het doen zijn. Er staat nauwelijks nog water in de rivier, maar nog genoeg om flink te boenen. De gewassen lakens en kleding worden dan op eilandjes van gras in de rivier te drogen gelegd. Of ze houden ze gewoon een tijdje met z’n tweeën vast.

Na de brug wordt het wat onduidelijker met de route naar het museum. Naar bordjes zoek je hier tevergeefs, je mag al blij zijn als je een straatnaam ziet in het Engels. Ik loop ongeveer de richting op waar het moet zijn, en zie al snel het grote park waar het in de buurt ligt. Ik loop naar de straat erachter, voel dat ik in de buurt ben maar zie nog steeds niks. Ik vraag het daarom maar een passerende politieman met krullende grijze snor in een uniform met veel strepen. Het is verderop in de straat, bevestigt hij.

Gandhi Memorial Museum

Het Gandhi Memorial Museum is een kleine oase van groen in deze drukke buurt. Het is meer een heilige plek dan een museum. Stilte wordt gevraagd van de bezoekers. Madurai is één van de steden verbonden met het leven van Gandhi – het is hier dat hij zijn westerse kleren afdeed, en alleen nog maar een witte longhi ging dragen. De tentoonstelling binnen in het museum lijkt wel een boek. In een dertigtal panelen wordt het verhaal verteld van de komst van de Britten en het inlandse verzet daartegen. Het zijn steeds lange teksten met een paar historische foto’s erbij.

Het tweede deel van het museum is gewijd aan de persoon Gandhi. Het verhaalt van zijn leven van geboorte tot dood. De rondgang eindigt bij een donkere ruimte met daarin tentoongesteld de originele longhi die Gandhi droeg toen hij in 1948 werd vermoord. Met enige moeite zijn de bloedvlekken er nog op te zien.

Onderweg van Tamil Nadu naar Kerala

Op het busstation van Madurai in de deelstaat Tamil Nadu heb ik twee dagen geleden een kaartje gekocht naar Kochi in Kerala. Het kost 3,60 EUR voor een rit van 8 uur. Je moet eerst op z’n bureaucratisch-Indiaas een reserveringsformuliertje kopen voor 1 rupee, dat invullen en dan typt de man achter het loket de gegevens over in de computer. De man zag mij schrijven met een onvervalste glimmend rode Sogeti-pen, en wilde die graag ruilen met zijn oude Bic-pen. Nou vooruit dan maar.

Onderweg (busstation Madurai)

Er gaan maar 2 bussen per dag, dus ik dacht dat een gereserveerde plaats wel nuttig zou zijn. Vandaag blijkt echter dat er maar een stuk of 10 medepassagiers zijn. Onderweg stappen er wel meer in en uit, maar ik heb vrijwel de hele tocht twee plaatsen voor mezelf. De bus is trouwens net zo’n aftands geval als de gewone bussen, hoewel hij gemerkt stond als “Super-Deluxe”. De rit in de ochtend verloopt verder vrij rustig, het uitzicht is hetzelfde als bij de andere busritten van de afgelopen dagen: veel dorpjes en steden, drukke busstations en daar tussendoor een heel vlak en frisgroen landschap. Zo tegen de lunch verschijnt de eerste berg aan de horizon.

Onderweg (Tamil Nadu)

Dit gebergte heet de Western Ghats, een bergrug dwars over Zuid-India. Het wordt opeens slingeren en klimmen voor de bus. En heel wat meer te kijken voor de passagiers – er zitten groepjes apen langs de kant van de weg, de vergezichten zijn fraai en het blijft spannend te zien hoe bussen elkaar hier op de helling gewoon inhalen

Onderweg (Tamil Nadu)

Na wel anderhalf uur slingeren bereiken we de top. Hier ligt ook de grens tussen de deelstaten Tamil Nadu en Kerala. Van de rijst in Tamil Nadu gaat het hier over naar de thee en kruiden.

Onderweg (Kerala)

De bevolking van Kerala is grotendeels christelijk, en je ziet hier dan ook steeds bont gekleurde christelijke kerken in de plaatsjes langs de route. Het is ook een veel rijkere staat dan Tamil Nadu, het lijkt wel een ander land. Moderne gebouwen, “echte” winkels in plaats van stalletjes, reclameborden langs de weg voor luxe nieuwe te bouwen vrijstaande huizen. En de grootste en mooiste winkels zijn van de juweliers!

Onderweg (Kerala)

Er mag dan veel te zien zijn onderweg, opschieten doet het niet echt deze tweede helft. We moeten ons een weg banen door dikke rijen tegemoetkomend verkeer. Het zijn bussen en jeeps vol pelgrims, op weg naar Madurai voor een feestdag morgen. Ze zijn alvast in een uitgelaten stemming en picknicken langs de kant van de weg. Na maar liefst 10 uur komen we dan eindelijk aan bij het busstation van Ernakulam, waar ik snel een motorriksja neem naar mijn hotel in Fort Cochin.

Kerala Backwaters

Ik ben nu bijna twee weken onderweg, en steeds alleen geweest. Andere toeristen heb ik maar heel af en toe gezien (vooral in Mahabalipuram). Dat is allemaal anders in Fort Cochin. Wanneer ik op mijn eerste ochtend hier een ontbijtrestaurantje zoek, zie ik overal andere westerlingen zitten. Ik durf bijna niet naar binnen te stappen. Helemaal niet leuk hier.

Om de befaamde “Kerala Backwaters” te zien moet ik er helemaal aan geloven: ik ga een dag met een groepstour op pad. Met Ambassador-taxi’s worden we om 8 uur ‘s ochtends 40 kilometer landinwaarts gebracht. Er gaan een stuk of 20 mensen mee, de nationaliteiten variërend van Duits tot Maleisisch.

Het eerste deel van de tour zitten we met zijn allen in een rieten houseboat. Dit soort boten zijn het handelsmerk van deze streek, je kunt er ook op overnachten. Hij wordt door een man met stok voortbewogen, net als een gondel. Deze roeier is ook de enige die zweet vandaag, het lijkt me zwaar werk dit een paar uur achtereen te doen. Wij hangen achterover in onze rieten stoelen en bekijken de omgeving. De “backwaters” (binnenwateren?) zijn ontstaan toen de omgeving van Cochin lang geleden helemaal overstroomd is. Het is nu een groot natuurgebied met meren, lagunes, kanalen en beekjes. Zoet en zout water komen bijeen, wat een bijzonder ecosysteem oplevert.

Houseboat (Kerala Backwaters)

We gaan twee keer aan land tijdens de vier uur durende boottocht: een keer om een kalkfabriekje te bezichtigen, waar ze kalk winnen uit schelpen. Vandaag is er echter niemand aan het werk want het is zondag. Een andere stop is bij een vrouw die touw maakt/spint uit de gedroogde draden van de buitenkant van kokosnoten. Om van een kokosnoot tot touw te komen is een maandenlang proces.

De tour is inclusief een lunch. Deze is voor ons klaargemaakt op een eilandje. We krijgen een vegetarische thali, uitgeserveerd op een bananenblad. Rijstpudding en banaan na. Smaakt prima. Ik raak aan de praat met een van mijn medereizigsters, een Amerikaanse historica, die een boek aan het schrijven blijkt te zijn over een specifiek VOC-schip. We hebben veel interesses en achtergronden gemeen.

Na de lunch worden we door de auto’s opgepikt en een eindje verderop gebracht. Daar stappen we in smalle kano’s. Daarmee kunnen we nog smallere vertakkingen afvaren. Het is eb, en veel water zit er niet in de rivier. Af en toe komen we vast te zitten op een zandbank en dan moet de roeier weer het water in om ons eruit te duwen.

Op dit middaggedeelte van de tocht, dat ongeveer twee uur duurt, bekijken we aan land nog wat specerijen (nootmuskaat, groene peper). Echt heel anders is het varen niet dan in de ochtend, of het moet nog stiller en langzamer zijn. Met het spotten van vogels wil het niet zo lukken: het is midden op de dag en behoorlijk warm. Ook komen er te veel boten voorbij, soms ook met een motor. Het is een mooi gebied, maar ook wel eentonig. Je komt gewoon niet zover in een paar uur met zo’n kano. En zo’n tourtje is eigenlijk ook wel heel suf…

Kerala Backwaters

#379: Bergspoorlijnen van India

Wat is het?

Het werelderfgoed bestaat uit 3 spoorlijnen aangelegd door de Britten, eind 19e, begin 20e eeuw. Ze verbinden het laagland met de koele hill stations in de bergen. Twee ervan liggen in Noord-India, de derde is de Nilgiri Mountain Railway in Tamil Nadu (deze bezocht ik). De Nilgiri Mountain Railway is de meest authentieke nog in gebruik zijnde tandradspoorweg ter wereld. Hij heeft een extra rail in het midden van het spoor voor een tandwiel, zodat hij meer grip heeft op de steile stukken. Het traject is 46 km lang, heeft 31 grote bruggen, 12 stations, 16 tunnels en 208 bochten.

Nilgiri Mountain Railway

Cijfer:  8,5 (de bijzondere techniek is interessant, maar vooral de omgeving waar je doorheen rijdt is verpletterend; na iedere bocht en tunnel stegen er weer oh’s en ah’s op uit de rijtuigen voor het zicht op bergpieken, eucalyptusbossen, theeplantages en Nepalees aandoende dorpjes)

Toegang: ik had ruim 3 maanden vantevoren een eerste klas kaartje gereserveerd. Het eerste klas rijtuig zit helemaal vooraan de trein en je hebt volop de ruimte om te fotograferen. Ik maakte de rit bergafwaarts, van Ooty naar Mettapulayam. Dan duurt het 3,5 uur. Kosten weet ik niet precies, het is onderdeel van mijn Indiarail Pass waarmee ik 3 weken onbeperkt door India kan treinen.

Hoeveel tijd: 3,5 uur

Opvallend: je hoeft niet zo vroeg te boeken als ik deed, je kunt altijd nog wel mee in een van de lagere klassen (de kans bestaat dan wel dat je tussen een groep schoolkinderen terecht komt, die in elke tunnel beginnen te gillen).

Nilgiri Mountain Railway

#380: Hampi

Wat is het?

De overblijfselen van de 16de eeuwse stad Vijiayanagar liggen verspreid in en om het dorpje Hampi. Het is een kilometers groot landelijk gebied dat wordt gedomineerd door grote, afgesleten rotsblokken en een rivier. Sommige van de monumenten zijn echt ruïnes, terwijl andere behoorlijk bewaard zijn gebleven of opgeknapt. De grote Virupaksha-tempel is nog in gebruik. Te zien zijn: baden, waterreservoirs en een aquaduct, de koninklijke residentie, paviljoenen, een ondergrondse tempel, wachttorens, wegen, bazaars en de wel heel mooie stallen voor de olifanten.

Hampi - Vithala Tempel

Cijfer: 9 (uniek gebied, heel groot, doet een beetje denken aan Angkor in Cambodja (wat een absolute 10 is) maar heeft  minder individuele hoogtepunten; ook relatief rustig qua verkeer in verhouding met de rest van India, je ziet vooral veel ossenkarren)

Toegang: het meeste is gratis, voor enkele bijzondere plaatsen is de entree 250 rupee (4 EUR) (1 kaart die voor 1 dag geldig is voor alle monumenten); Hampi ligt ongeveer in het midden van India, ver weg van andere interessante plaatsen – ik reisde per trein naar een grotere stad in de buurt, Hospet; vanuit Coimbatore ben ik bijna 24 uur onderweg geweest.

Hoeveel tijd: 1,5 dag (je kunt je er ook makkelijk 3 dagen vermaken)

Opvallend: het huidige Hampi is een wat armoedig dorpje, dat zich heeft toegelegd op dienstverlening aan backpackers (internet, fiets- en motorverhuur, bananenpannenkoeken en muesli met yoghurt); aan de overkant van de rivier ligt Virupapur Gaddi, waar dit alles nog een graadje erger is doorgevoerd (waterpijpen en heel veel Israëlis dus supergoedkoop)

#381: Pattadakal

Wat is het?
Pattadakal was één van de hoofdsteden van het Chalukya-koninkrijk, dat over een deel van Zuid-India heerste. In de 7de en 8ste eeuw ontwikkelde zich hier het hoogtepunt van hun architectuur: een mix van Zuid-Indiaas (Dravidisch) en Noord-Indiaas (Arisch). Het is een gebied met tempels, en vele pogingen daartoe. Zo staat er één pure Dravidische tempel, één pure Arische en één volledige mengvorm. De plek wordt gezien als een oefenterrein voor architecten: veel gebouwen zijn niet afgerond of alleen maar een vingeroefening in een bepaalde stijl.

Pattadakal

Cijfer: 8 (verrassend mooi, ik had wat afgelegen ruïnes verwacht maar dit is een keurig aangelegd park met een groot aantal monumenten vlak bij elkaar; had ook een gids gehuurd die net wat fijne details kon laten zien)

Toegang: entree voor buitenlanders is 250 rs (4 EUR), net als voor alle andere werelderfgoederen in India. Verder is het een behoorlijke expeditie om er te komen, ik huurde een auto met chauffeur om me er in 3,5 uur vanaf Hospet heen te rijden (en terug op dezelfde dag).

Hoeveel tijd: 2 uur

Opvallend: de weg er naar toe gaat door een eindeloos eentonig landbouwgebied (maïs, pinda’s, suikerriet) zonder steden van betekenis; als je hier zo vroeg in de ochtend rijdt, zie je het platteland van India ontwaken: overal lopen mensen met een gekleurde plastic beker met water in de hand het veld in om hun behoefte te doen. Sommigen gaan zo ver mogelijk weg zitten, anderen willen er uitzicht direct op de weg bij.

Pattadakal - Nandi van graniet

De Woensdagmarkt van Anjuna

Al sinds de jaren zeventig is er in het strandplaatsje Anjuna in het noorden van Goa iedere woensdag een vlooienmarkt. Gesticht door de hippies die hun zelfgemaakte spulletjes gingen verkopen. Ik ben benieuwd naar het hippiegehalte van nu – de markt schijnt grotendeels overgenomen te zijn door handelaren vanuit heel India.

Vroeg in de ochtend trek ik er heen vanuit Panaji via Mapusa: twee keer twintig minuten met de bus, twee keer 10 rupees. Zoals meestal als ik hier in India met de bus reis zijn er geen andere toeristen aan boord. Wel stappen er aan het eind een stel (pseudo-)heilige mannen in, helemaal gekleed in het oranje en met grijs rastahaar. Bij hen is wat er uitziet als een bedelaarsfamilie: de drie smoezelige dochtertjes worden straks vast op de markt aan het werk gezet. De wekelijkse woensdagmarkt levert de regio zoveel inkomsten op dat vissers het op woensdag verkiezen om toeristen te vervoeren in plaats van te gaan vissen.

De bus dropt me aan de noordkant van het dorp, bij het strand. De markt is twee kilometer naar het zuiden dus ik begin de dag met een lekkere strandwandeling. Het is overal zo rustig dat ik me afvraag of er wel markt is vandaag. Maar helemaal aan het eind, onder de palmbomen zie ik dan toch de eerste stalletjes.

Anjuna markt

Het is inmiddels negen uur geweest en de meeste verkopers zitten er klaar voor. Veel bezoekers zijn er nog niet en ik kan op mijn gemakje rondwandelen en foto’s maken. Helemaal rustig is het natuurlijk niet, want bij iedere kraam willen ze me iets verkopen. “Iets” is hier meestal een tas / kashmir sjaal / sieraden / kruiden.

Het is een heel grote markt, met honderden stalletjes. Een deel staat onder de palmbomen, een ander deel in het open veld. Als ik een tijdje rondgelopen heb valt me op dat de verschillende groepen hier hun eigen “wijk” hebben: de Tibetanen zitten allemaal bij elkaar hun sieraden te verkopen, de Duitsers hebben hun stands in het veld. Eén van hen heeft een organisch koffietentje, en daar ga ik een tijdje zitten. Een mooie plek om mensen te kijken. Ik zie vooral veel witte, dikke, oude Engelsen en Duitsers voorbijtrekken.

Ik ben naarstig op zoek naar een “echte” hippie die hier nog is blijven hangen. De meeste westerlingen die hier nu spullen verkopen zijn echter jongeren. Of het moet die Duitse mevrouw zijn die schuin tegenover me zit, met een soort plant op haar hoofd en een ingewikkelde badpakachtige outfit.

Op mijn gemak maak ik daarna nogmaals een ronde over de markt. Het is opvallend hoe weinig verschillende producten er worden aangeboden, terwijl er zoveel stalletjes zijn. Je kunt er wel een complete kleurige outfit bij elkaar scharrelen. Ik heb vandaag speciaal mijn paarse shirt aangetrokken, en krijg er onderweg de complimenten voor.

Anjuna markt

Via door palmbomen beschutte laantjes loop ik tenslotte een paar kilometer terug naar een bushalte. Lopen doet hier bijna geen toerist, net zoals het openbaar vervoer gebruiken. Je ziet ze op scooters of motoren voorbijscheuren, of in tourbusjes. Weg van de drukte van de markt is het juist zo heerlijk om hier te wandelen en te genieten van de subtropische omgeving van Anjuna.

#382: Kerken en kloosters van Goa

Wat is het?
Wat nu “Oud Goa” heet was de hoofdstad van Portugees-Indië van 1565-1760 . Uit die tijd zijn vooral kerken en kloosters overgebleven. De stad is van grote invloed geweest op de verspreiding van het katholicisme en Europese bouwstijlen over Azië.

Cijfer: 7 (als je de kerken van Portugal, Spanje en Italië kent, dan is dit niet zo bijzonder – van binnen zijn ze ook behoorlijk kaal, geen match voor de kunst in Europa)

Oud Goa - Franciscaner kerk

Toegang: gratis

Hoeveel tijd: 3,5 uur

Opvallend: aan het begin van de 17e eeuw woonden hier 200.000 mensen, dat kun je je nu niet meer voorstellen. Het is een soort openluchtmuseum waar wel wat eetstalletjes en souvenirverkopers zijn, en er wonen ook wat mensen in tenten en hutten. Verder is het het domein van de straathonden: je ziet ze overal in India, een beetje liggen te slapen in de zon. Ze blaffen of bijten niet naar mensen. Echt gezond zien ze er niet uit, maar verhongeren doen ze ook niet. Hier in Oud Goa zag ik een lokale man ze ook stuk voor stuk een handvol eten geven.

#383: Ellora Grotten

Wat is het?
34 door de mens gemaakte grotten, met daarin uit rots gehouwen Boeddhistische, Hindoeïstische en Jain-tempels. Ze zijn gebouwd tussen de jaren 600 en 1000. De grootste is de Kailasha-tempel die van boven naar beneden uit één rotsblok is gehakt. Het is een enorm gebouw geworden met meerdere verdiepingen.

Ellora Grotten

Cijfer: 7 (bij veel van mijn collega-werelderfgoedspotters staat dit in de Top 10, maar mij viel het nogal tegen; veel van de grotten zijn leeg of nauwelijks bewerkt, en de kwaliteit in het algemeen van de rotssculpturen is nogal ruw)

Toegang: entree was weer de gebruikelijke 250rs. Ik reisde per lokale bus van Aurangabad naar Ellora: 45 minuten, 22 rupees. Op het eerste stuk moest ik staan, totdat de conducteur een jongen gebood om voor mij (“de gast”) op te staan.

Hoeveel tijd: 4 uur

Opvallend: ik was er op zaterdagochtend, samen met honderden Indiase dagjesmensen. Picknicken op het gras, overal op gaan staan en aan gaan zitten – het leek wel of een colonne mieren de site in bezit had genomen. Dit dan alles wel alleen bij de grote Kailasha-tempel die recht tegenover de ingang ligt. Bij de andere 33 aan weerszijden ervan was het heerlijk rustig.

#384: Ajanta Grotten

Wat is het?
Net als in het 100km verderop gelegen Ellora zijn dit door de mens uitgehouwen grotten. Deze 30 in Ajanta zijn echter ouder (vanaf de 2de eeuw voor Christus), en alleen Boeddhistisch. Verder zijn ze vooral bekend om de redelijk bewaard gebleven schilderingen in de grotten, die als hoogtepunten van Indiase kunst worden beschouwd en van invloed zijn geweest op o.a. Java.

Ajanta grotten

Cijfer: 8 (de ligging: lekker afgelegen in de bergen, in een klif boven een rivierbocht gevormd als een hoefijzer; de rotsschilderingen zijn behoorlijk aangetast door de eeuwen heen, maar in sommige grotten bedekken ze nog alle wanden en het plafond – ze hebben veel kleur (o.a. blauw, geïmporteerd uit Centraal-Azië) en beelden in detail hele verhalen uit inclusief afbeeldingen van mensen met verschillende kleding- en haarstijlen)

Toegang: 250rs voor het entreekaartje, plus 30rs voor de verplichte “groene” bus die je vanaf het parkeerterrein 2km omhoog de bergen in rijdt. Ook bij de grotten zelf moet je nog heel wat klimmen, er zijn mannetjes die je in een draagstoel naar boven kunnen brengen.

Hoeveel tijd: 3 uur

Opvallend: ik ben met een tourtje naar Ajanta gegaan, deze tourbussen vertrekken elke dag (behalve maandag als de grotten dicht zijn) om half 9 uit Aurangabad. Ik dacht dat dat wat makkelijker en sneller zou gaan dan het openbaar vervoer, maar deze bus deed toch ook nog 2,5 uur over 100 kilometer. 40 kilometer per uur is wel zo’n beetje de gemiddelde maximale snelheid die welk vervoermiddel dan ook hier kan halen. Iedereen moet over dezelfde weg en veel tijd gaat verloren aan het inhalen van trucks en riksja’s en het uitwijken voor voetgangers of gaten in de weg. Het aantal verkeersdoden in India schijnt trouwens enorm te zijn, elke dag lees je weer hele tragische verhalen in de lokale kranten (die je hier in elk hotel ’s ochtends onder je deur door geschoven krijgt).

Niets zo Indiaas als de trein

Ik heb net mijn op één na laatste treinrit door Noord-India achter de rug: van Aurangabad naar Bhopal, bijna 12 uur lang. Grote treinreizen horen bij India, ook voor de Indiërs zelf. Deze trein, de Sachkand Express, rijdt dagelijks de ruim 2000 kilometer van Nanded naar Amritsar. Een rit van 34 uur… Aan boord zijn veel Sikhs, op weg naar de Gouden Tempel.

Hoewel ik het gemak van het reizen met de bus prefereer (je gaat naar het station wanneer je maar wilt / stapt in een altijd gereedstaande bus / koopt onderweg van de conducteur voor bijna niks een kaartje), ontkom je voor de lange afstanden niet aan de trein. De Indiase Spoorwegen hebben een vrij ingewikkeld maar werkend systeem. Ik had al mijn ritten vooraf gereserveerd: de enige manier om echt verzekerd te zijn van een goede zit/slaapplaats. Er zijn verschillende klassen, ik had gekozen voor AC1 (de beste).

Op de stations zelf is alles ook behoorlijk goed georganiseerd. Er komen meestal maar een paar treinen per dag langs, en op een groot bord in de hal kun je zien of je trein op tijd is en vanaf welk perron hij vertrekt. Op de perrons geven elektronische borden met letters aan waar welk rijtuig stopt. Dat is handig want de treinen zijn een paar honderd meter lang en dan wordt het rennen als je verkeerd staat!

Als je moet wachten, hebben ze speciale wachtruimtes voor de 1e klas passagiers. Op sommige stations zie je ook Ladies Waiting Rooms – daar kun je ook goed en rustig zitten (omdat er geen mannen worden toegelaten?). ’s Avonds laat zie je ook wel mensen op de perrons slapen, soms hele families, het is me niet duidelijk of ze wachten op een volgende trein of dat het daklozen zijn die een wat rustigere slaapplek gevonden hebben dan langs de kant van de weg.

Om aan alle eventuele onzekerheid een einde te maken of je wel in het goede treinstel zit, is er aan de buitenkant naast de deur een geprinte lijst geplakt waar alle namen van de passagiers opstaan plus het stoelnummer. Maar als je het systeem eenmaal kent, is het allemaal heel gemakkelijk en stap je zo in het goede gedeelte van de trein.

Dan loop je naar je plek, en probeer je nog wat bagage onder de banken kwijt te raken. Dat valt niet mee want de Indiërs hebben hun hele hebben en houden bij zich. Sommigen gebruiken kabelsloten om hun koffers aan de bedden te verankeren, maar dat heb ik nooit gedaan: het voelt heel veilig aan.

In het eerste klas rijtuig is het rustig. Ook al rijdt de trein overdag, de meeste mensen liggen te slapen. Er zijn 2 bedden boven elkaar in coupés van 4, en dan is er aan de andere kant van het gangpad nog een stapelbed. Het publiek in deze klasse bestaat vooral uit bejaarden (door hun kinderen uitgezwaaid en veilig op de trein gezet) en rijke jongeren. Veel toeristen ben ik niet tegengekomen.

Ik had meestal een bovenbed, daar heb je wat meer privacy dan beneden waar mensen overdag ook bij je op bed komen zitten. De hele dag door komen er mannetjes langs waar je water, frisdrank, koffie, thee, chips, koekjes, snacks en hele maaltijden van kunt kopen. De conducteur komt meteen nadat je bent ingestapt, en geeft een krabbel op de lijst met reserveringen. Voor de nacht krijg je een deken, een kussen en 2 lakens. Bij het bed is ook een bedlampje en zelfs een oplaadpunt voor mobiele telefoon / laptop. 

Op deze manier is een lange treinrit best door te komen met boek & laptop erbij. De ritten zijn verder wel saai, er is alleen een raam bij het benedenbed, en dat is vaak te smerig om echt wat van de buitenwereld te zien. Om wat frisse lucht te happen en wat van de omgeving mee te krijgen, ging ik af en toe in de deuropening staan – de treinen rijden met de deuren open, dat kan ook prima want echt hard gaat het allemaal niet.

Kortom: eerste klas reizen met de trein in India is een beetje saai maar best comfortabel. Langer dan 12 uur wordt het wel echt vervelend, maar gelukkig hebben ze hier tegenwoordig ook veel binnenlandse vluchten. Nog één treinrit te gaan in India, nog 5 werelderfgoederen … en dan wordt het hoog tijd om de natuur op te zoeken in Nepal!

Museum van de Mensheid, Bhopal

Ik mag mijn reizen dan rondom werelderfgoederen plannen, ik heb ook een zwak voor een aantal heel specifieke andere bezienswaardigheden. Zo sla ik zelden een openluchtmuseum over. Héél lang geleden dacht ik er over Culturele Antropologie te gaan studeren  (ik geloof dat dat nog was voordat ik Ontdekkingsreiziger wilde worden). En dan kun je je hart ophalen in een museum over de leefwijze van traditionele stammen.

Het Indira Gandhi Nationaal Museum van de Mensheid ligt in de heuvels boven Bhopal. Het terrein is 2 hectare groot, je mag er ook met de auto/motor in en je kunt er fietsen huren. Ik ben komen lopen en dat gaat ook prima. Het is er heel rustig, er zijn misschien 10 andere bezoekers, een aantal van hen verliefde lokale stelletjes die in dit afgelegen gebied wat privacy vinden.

Het complex bestaat uit een buiten- en een binnenmuseum. In het buitengedeelte vind je huizen van verschillende stammen, gegroepeerd naar leefgebied (woestijn, water, landbouw). Als je in India rondreist lijkt het een monocultuur, met hoogstens het verschil tussen Noord en Zuid. Maar in deelstaten als Orissa, Assam en Nagaland wordt nog traditioneel geleefd en gevierd. Over deze groepen gaat dit museum.

Museum van de Mensheid, Bhopal

Het is lekker om buiten rond te wandelen, maar de verschillende huizen worden al snel tot een eenvormige verzameling lemen hutjes. Die er trouwens erg goed onderhouden uitzien, beter dan het gemiddelde huis hier in India.

In het grote binnenmuseum krijgen de culturen pas echt kleur. Twaalf zalen vol foto’s, video’s, gebruiksvoorwerpen, kleding en handwerk. Veel van de groepen beschilderen de voorkant van hun huizen – voor hun is het geen kunst maar een beeldtaal. Het zijn bonte, naïeve bijna kinderlijke tekeningen. Geweldig om te zien.

Een gemeenschap die er echt uitspringt zijn de Rajwar uit Chhattisgarh in Centraal-India. Hun vrouwen maken poppetjes van klei. Die worden binnen en buiten op de muren van het huis geplakt, maar ook op het toegangshek. In het museum is van hun hand een fascinerend metershoog wit scherm te zien versierd met bloem- en vogelmotieven.

Museum van de Mensheid, Bhopal

Dé ontdekking van dit museum: de kleien poppetjes van de Rajwar uit Chhattisgarh. Let op het “scherm” met de groene vogeltjes!

#385: Boeddhistische monumenten van Sanchi

Wat is het?
Een groep boeddhistische monumenten  uit de 3e en 2e eeuw voor Christus (heel vroeg dus). De meesten zijn ruïnes, behalve 3 stupa’s. Stupa nummer 1, de Grote Stupa, heeft vier rijk gedecoreerde torana’s (toegangspoorten). Deze worden specifiek genoemd als reden voor het werelderfgoed: een meesterwerk van vroege Boeddhistische kunst.

Sanchi

Cijfer: 7 (de Grote Stupa op de top van de heuvel is een plaatje, waarvoor  je eigenlijk in de namiddag moet komen om hem goed te kunnen fotograferen; verder is er niet zoveel te zien)

Toegang: 250rs. Ik ben er met de auto (met chauffeur) heengereden vanuit Bhopal – een rit van zo’n 80 minuten. Het ligt behoorlijk afgelegen en het lijkt niet of er veel bezoekers komen. Ik was de enige om 8.50 uur. Wie er wel was – een mevrouw van de bewaking die mijn tas ging controleren. Misschien bang voor religieus terrorisme? 3 van de 4 Boeddha-beelden bij de Grote Stupa hebben al een ingeslagen hoofd door een Beeldenstorm in vroeger tijden.

Hoeveel tijd: ruim een uur

Opvallend: tijdens de rit van Bhopal naar Sanchi zag ik voor het eerst hier in India langs de kant van de weg “tentenkampen”, schuilplaatsen waar hele families bivakkeren onder stukken plastic, tientallen bij elkaar in een soort dorpjes; misschien dat de armen hier in tenten slapen omdat het buiten op straat te koud is?

#386: Rotsschuilplaatsen van Bhimbetka

Wat is het?
Het zijn door winderosie gevormde grotten en half-open schuilplaatsen onder overhangende rotsen. Het gebied werd door de prehistorische bevolking gebruikt als woonplek. De belangrijkste vondst hier zijn rotstekeningen uit verschillende periodes. Witte tekeningen zijn de oudste, uit de Middelste Steentijd. Daarna ging men over op rood (Kopertijd) en nog veel later op geel & groen. De thema’s veranderden mee: van alleen dieren tot jacht met pijl en boog tot bloemen en de eerste religieuze afbeeldingen.

Cijfer: 7 (prehistorische rotstekeningen zijn altijd leuk voor een uurtje of zo, maar ze lijken heel erg op elkaar – “Goh, weer een hert!”; heel veel bijzondere tekeningen zijn er niet in Bhimbetka, het is vooral een werelderfgoed geworden omdat het een van de oudste vindplaatsen ter wereld is van rotskunst).

Bhimbetka rotstekening

Toegang: 300rs voor de entree en 250rs voor de gids. Beetje veel voor beide, maar ik kreeg wel een kwitantie. Het kan zijn dat er ook de kosten voor het parkeren van de auto bij in zitten. Anders steken bewaker & gids dagelijks toch aardig wat in eigen zak. Tot een paar jaar geleden was entree hier nog gratis, toen kwam er bijna niemand. Nu waren er 3 Taiwanezen voor mij, en ook wat Indiërs toen ik weer terug liep van de grotten naar het parkeerterrein.

Hoeveel tijd: 1 uur

Opvallend: als je alle werelderfgoederen ter wereld afloopt, kom je langs heel veel  rotstekeningen. De grootste die ik tot nu toe heb gezien zijn de Altamira-grotten in Spanje en de rotstekeningen van Tanum in Zweden. Waar ook ter wereld, de motieven vertonen grote gelijkenis: de jagers/verzamelaars beeldden de dieren af die ze in hun omgeving zagen en waar ze op jaagden. Ook worden mensen getekend, als eenvoudige poppetjes. De gids hier in Bhimbetka vertelde dat dit de één na oudste rotstekeningen ter wereld zijn; andere hele oude zijn gevonden in Australië (een echte ranglijst is niet bekend).

Bhimbetka rotstekening

Bison verjaagt man

#387: Qutb Minar

Wat is het?
De Qutb Minar is een ruim 72 meter hoge bakstenen minaret in het zuiden van Delhi.  Hij dateert uit de 13de eeuw en is een van de beste voorbeelden van islamitische architectuur in India. In hetzelfde complex als de minaret liggen nog een aantal andere monumenten, zoals de ijzeren pilaar (een staaltje heel vroeg ijzerwerk uit de 5e eeuw), tombes van islamitische heersers over de stad en een onafgebouwde minaret die 2x zo hoog had moeten worden als de Qutb Minar.

Qutb Minar

Cijfer: 7,5 (de minaret zelf is onvoorstelbaar hoog en dik als je er onder staat; de rest van het complex is ook de moeite waard, het is aangelegd als een soort park met bankjes waarvandaan je alles op je gemak tot je kunt nemen; naast de minaret vond ik de tombe van de 12e eeuwse sultan van Delhi, Illtutmish, met zijn marmeren decoraties het indrukwekkendst )

Toegang: 250 rs. Behoorlijk veel westerse toeristen hier, meer dan ik elders in India heb gezien.

Hoeveel tijd: 1 uur

Opvallend: het meest vreemde monument hier op het terrein is de IJzeren Pilaar. Het lijkt een verdwaald stukje moderne constructie, maar het ding dateert al van rond het jaar 400. En hij is nog steeds niet gaan roesten! Het is een dunne ijzeren paal van 7 meter hoog, met een hekje eromheen ter bescherming.

#388: het Rode Fort

Wat is het? Zoals de naam al aangeeft is het een Fort gemaakt van rode baksteen. In de 17de eeuw gaf Shah Jahan (ook de geestelijk vader van de Taj Mahal) opdracht het te bouwen. Het diende als de hoofdstad voor de Moghul-heersers over India tot 1857. Achter de enorme rode muren ligt een groot terrein met ontvangsthallen, paleizen, een moskee, een tuin, een hammam. Het deed mij qua structuur een beetje denken aan de Verboden Stad in Beijing.

Rode Fort, Delhi

Cijfer: 6,5 (forten zijn toch al niet mijn favoriete werelderfgoederen, en ik was ook niet meer zo fit aan het einde van een lange dag toen ik hier aankwam; het eerste stuk van het fort is in gebruik als overdekte markt, pas daarachter kun je wat oude, vaak marmeren monumenten zien zoals het glimmend witte badhuis)

Toegang: 250rs. Het is dé bezienswaardigheid van Delhi, altijd heel druk en nu op vrijdagmiddag ook.

Hoeveel tijd: 1 uur (je kunt er wel meer tijd besteden, er zijn ook nog allerlei musea op het terrein, maar ik had het na een uurtje wel gezien)

Opvallend: ik bereikte het Fort met de Delhi Hop on – Hop off Bus. Dit ook in andere wereldsteden bekende fenomeen maakt een ronde door de stad langs een 20-tal bezienswaardigheden. Daar onder zijn ook alle 3 werelderfgoederen van Delhi, dus het leek me een leuk idee een dag in die bus te gaan zitten en zo alledrie mijn vinkjes te verzamelen. Delhi is echter een enorme stad, met 12,5 miljoen inwoners een van de grootste ter wereld. De volledige ronde van de Bus door de stad duurt maar liefst 4 uur! Als je dan onderweg nog uit wilt stappen om dingen te bekijken, wordt het wel een heel lange dag. Ik heb dus maar een halve ronde gedaan, langs Qutb Minar, het mogelijk nieuwe werelderfgoed Jantar Mantar (astronomische instrumenten uit de 18e eeuw) en het Rode Fort. Vandaar pakte ik de veel snellere metro (in een coupé speciaal alleen voor vrouwen!) terug naar het zuiden van de stad waar mijn Bed&Breakfast ligt.

#389: Tombe van Humayun

Wat is het?
De Tombe van Humayun is een bouwwerk uit 1570, dat nieuwe elementen in de Moghul-architectuur introduceerde die later hun hoogtepunt vonden in de Taj Mahal.  Het wordt ook geroemd om zijn tuinen, die zijn geïnspireerd op Centraal-Aziatische en Perzische voorbeelden. Het hele terrein om de Tombe is aangelegd met vijvers en kanaaltjes.

Tombe van Humayun

Cijfer: 7 (het gebouw zelf is een plaatje, superfotogeniek en je kunt er van een afstandje minuten naar kijken; van binnen is het echter vrijwel leeg (op marmeren graftombes na), en ook de rest van het “park” is niet al te interessant)

Toegang: 250rs.

Hoeveel tijd: 45 minuten

Opvallend: de (schaarse) decoraties op en in de Tombe zijn vooral wat wij kennen als “Davidssterren” – deze 6-puntige ster was een geometrisch symbool vaak gebruikt door de Moghuls; het ziet er nu wat raar uit (waarom beelden ze de Israëlische vlag uit op een islamitisch monument?), maar net als de vele swastika’s in hindoetempels in India heeft het symbool een veel oudere oorsprong.

Terugblik India 2011

“India is misschien wel het gemakkelijkste land ter wereld om in rond te reizen”, zei een van medereizigsters op een toertje. En dat terwijl het juist zo veel mensen angst in boezemt. Maar ze heeft gelijk: mijn ervaring met 4 weken zelfstandig door half India reizen met het openbaar vervoer is dat het hier allemaal bijna vanzelf gaat. In vergelijking met mijn eerdere bezoeken in 1993 en 1996 is het land toch behoorlijk gemoderniseerd, hoewel het wel zijn eigenaardigheden heeft behouden.

Vervoer

Door het zuiden van India reisde ik per bus. Dat gaat prima voor ritten van 4 tot 8 uur: je gaat gewoon naar het station en op de een of andere manier staat er altijd net een bus klaar om te vertrekken. Een kaartje kopen doe je in de bus zelf bij de conducteur. Die houdt ook in de gaten waar je er uit moet. De bussen zijn zonder uitzondering erg oud, maar hebben voldoende beenruimte. Twee keer heb ik een stukje moeten staan, maar meestal waren de bussen niet echt overbeladen. De bus vind ik het leukste vervoermiddel door India: je ziet het dagelijks leven van dichtbij omdat je dwars door allerlei plaatsjes rijdt. Snel gaat het allemaal niet: 40 kilometer per uur is wel het maximum.

Onderweg (De Bus)

Om de lange afstanden naar en in het midden en noorden te overbruggen, ging ik met de trein. Reizen per trein in India is een heel ritueel, zie mijn reisverslag erover. Vooraf (meer dan 3 maanden voor vertrek) had ik een India Raill Pass gekocht waarmee je 3 weken gratis door India kunt reizen. En alle reserveringen voor de trajecten vastgelegd. Dat werkte prima.

Voor de allerlangste afstandsoverbrugging heb ik een binnenlandse vlucht genomen met Jet Airways. Of eigenlijk 2 vluchten: van Goa naar Mumbai, en van Mumbai naar Aurangabad. Zo ben je in een middagje klaar, terwijl hetzelfde traject in een combinatie van trein en bus 1,5 dag kost.

In de steden zelf ging ik meestal lopen, nam een enkele keer de stadsbus of een riksja als ik geen zin meer had. Fietsriksja’s zie je bijna niet meer (nog een enkele in Madurai en Delhi), ze zijn allemaal gemotoriseerd.

Verblijf

Mahabalipuram: backpackers- en pelgrimsplaatsje aan de kust, omdat het zo klein is een relaxte manier om aan India te beginnen.

Mamalla Heritage Hotel – van alle gemakken voorzien hotel aan de hoofdstraat van dit plaatsje. Lekker zwembad, kamer met TV, badkamer, koelkast en airco, zitje voor de deur, elke dag een lokale krant. Het heeft ook 2 uitstekende restaurants: een vegetarisch en een visrestaurant. Het is er de hele dag bedrijvig (er werken tientallen mensen, allemaal bezig met klusjes) en ook vrij gehorig. Draadloos internet is er in een deel van het gebouw, en kost 50 rs per uur.

Chidambaram: heet stadje met fantastische tempel in het hart

Hotel Saradharam – vrij groot hotel naast het busstation. Beetje oud maar verder wel netjes. 1600 rs (28 EUR) voor een kamer met airco en inclusief ontbijt. Er is ontvangst van draadloos internet op de 1e verdieping. Mijn kamer lag op de 2e, en ben even naar beneden gelopen om het signaal op te vangen in de hal (gelukkig stond er ook een stoel).
Bij het hotel hoort een goed en populair vegetarisch restaurant.

Thanjavur: ook een typisch Zuid-Indiase tempelstad

Hotel Ramnath – ook al pal naast het centrale busstation. Modern gebouw waardoor het er wat frisser en schoner uitziet dan in het gemiddelde Indiase hotel. Kamerprijs slechts 700 rs (12,25 EUR). Mooie lichte kamer. Op de badkamer hebben ze wat beknibbeld, maar nog steeds goed te doen. Geen ontbijt of internet.

Madurai: bruisende stad van meer dan een miljoen inwoners, erg typisch Zuid-Indiaas, ik genoot er erg van.

Royal Court – aan de hoofdstraat tegenover het treinstation dit keer. Luxe hotel. Ik kreeg kamer 206, ruim, met een zitje, gratis fles water iedere dag, een bureau, groot maar hard bed, TV met 101 Indiase zenders (en Animal Planet) en badkamer met ligbad. Gratis Wifi in de kamers, met nogal wisselende kwaliteit van de verbinding. Ontbijt inbegrepen – een buffet van Indiaas en westers (cornflakes, zoete broodjes, fruit). Kosten: 3300 rs (55 EUR).

Fort Cochin: schiereiland ooit bewoond door de Portugezen, en dat zie je nog terug in de architectuur. Erg toeristisch, vooral met westerse toeristen.

Four Seasons – kamers onder het gelijknamige (en prima) Italiaanse restaurant, middenin het toeristenghetto van Princess Street. Restaurant en hotel worden gerund door een stel vriendelijke jongens. Kamer 115 heeft een rieten zitje, twee bedden, airco en een kleine badkamer. Geen ontbijt of wifi, maar beide zijn in de buurt eenvoudig te krijgen. Kamer was wel duur voor wat je er voor krijgt (52 EUR), maar de prijzen liggen in Cochin in het geheel een stuk hoger dan in de rest van Zuid-India.

Ooty: stadje van 90.000 inwoners, in de bergen dus fris en groen. Voormalig Engels Hill Station, nu erg Indiaas maar ze doen hun best het schoner te houden dan in andere plaatsen. Plastic zakken zijn bijvoorbeeld verboden.

Hotel Silver Oak – één van de beste hotels tot nu toe, en zeker voor de prijs (1250 rs, 22 EUR). Ligt aan het eind van een steile helling (goed voor de wandeltraining), vlakbij het centrum. Nette kamer, TV met veel en ook Engelstalige zenders, prima badkamer met hete douche. Kamer 102 heeft uitzicht over de bergen en Ooty. Zelfs nog een wifi-verbinding weten op te pikken. Ontbijt is niet inclusief maar kun je in de buurt wel krijgen.

Coimbatore: alleen op doorreis een nachtje gebleven, het staat bekend als het “Manchester van India” (vanwege de textielindustrie), met bijna een miljoen inwoners.

City Tower – en meteen daarna het minste hotel. Kamer is wel groot en redelijk schoon, hotel is verder oud en ruikt naar mottenballen. Ook niet al te vriendelijk achter de receptie. Veel te duur (2300 rs), net als het eten in het bijbehorende restaurant. Het inbegrepen ontbijt de volgende ochtend was wel een meevaller: zeker voor Indiase begrippen een uitgebreid buffet met onder meer vers fruit.

Hospet: grotere stad, verkeersknooppunt richting Hampi en met belangrijk treinstation. Verder niets te zien of te beleven.

Hotel Malligi – behoorlijke luxe weer eens: ik krijg een suite met 2 kamers en 2 badkamers, de grootste heeft ook een ligbad. Alles ziet er fris en modern uit, groot en druk hotel ook. Ontbijt is inclusief (standaard maar OK), internet te betalen (8 EUR voor 3 dagen). Het bijbehorende restaurant is erg goed voor tandoori- en kebabgerechten, grappig is wel het overschot aan bedienend personeel en de peptalk/strenge toespraak die ze allemaal elke dag om half 7 krijgen van de grote strenge baas met een snor. Kamerprijs: 3700 rs (59 EUR).

Panaji: is de bedrijvige hoofdstad van Goa. Door zijn Portugese roots heeft het wel wat weg van allerlei andere plekken op aarde zoals Macao en Brazilië. Echt veel te beleven is er echter niet.

Panjim Inn – goed geconserveerd koloniaal gebouw in het centrum van de hoofdstad van Goa. Sfeervolle kamer met heerlijk bed (een stuk zachter dan de normale Indiase bedden). En weer eens een echt hete douche. Ontbijt viel wat tegen (standaard), met uitzondering van goede broodjes (maar nog steeds alleen die rare rode jam). Draadloos internet is er tegen betaling in het bijbehorende café aan de overkant. Erg vrolijk en vriendelijk personeel. Er lijken uitsluitend westerse toeristen te komen. Kamer 205 ligt aan de doorgaande weg en je hoort het verkeer wel als je de ramen open laat – maar ik heb niet voor niks oordopjes meegebracht, en dan gaat het prima.

Aurangabad: is de uitvalshaven voor de Ellora en Ajanta Grotten. Verder is het een wat achtergebleven stad, met riksjachauffeurs die nauwelijks of geen Engels spreken, traag internet en zelfs nog het aloude Indiase Thums Up als cola in plaats van Pepsi of Coke.

Amarpreet Hotel: vriendelijk en schoon hotel. Ik kreeg eerst een kamer op de 2e verdieping, maar werd na het diner naar kamer 102 gedirigeerd (een iets luxere kamer, met dubbelbed en tegels op de vloer in plaats van vloerbedekking). Ontbijt wordt aan tafel geserveerd en is het standaardverhaal van koffie / toast en/of cornflakes. Het hotel ligt aan de grote doorgaande weg door Aurangabad, niet in de buurt van andere restaurants of winkels. Internet kan er alleen via een gratis PC in de lobby (erg traag). Kosten: 2600 rs.

Bhopal: een stad van zo’n 800.000 inwoners, nog vooral bekend van de giframp uit de jaren ’80. Het is voor Indiase begrippen een vrij rustige stad, heel uitgestrekt langs een meer en tegen de heuvels aan. Je ziet wat tekenen van groeiende welvaart zoals een glimmend nieuw winkelcentrum met een McDonalds (echt schaars hier in India) en billboards langs de kant van de weg met advertenties voor nieuwe huizen en appartementen in gated communities. Het oude station van Bhopal is dan weer een van de meest smerige dat ik in India ben tegengekomen: ik weet inmiddels wel zeker dat al die gezinnetjes die op de perrons bivakkeren daar ook wonen. Het viel niet mee een plekje te vinden om op de trein te wachten waar het niet naar urine stonk of je geen uitzicht had op poep.

Hotel Jehan Numa Palace: het duurste hotel van mijn reis door India, en zeker ook het meest luxueuze. Het ligt op een groot terrein in de heuvels, heeft een oprijlaan, vier restaurants, een groot zwembad en (heel fijn) een bakkerij. Voor het eerst dus bruin brood bij het ontbijt! Er is prima gratis draadloos internet in het hele hotel en je kunt in de tuin of voor je hotelkamer buiten zitten. Helemaal perfect is het toch ook weer niet: de douche in de op zich prachtige badkamer is bijna niet op een goede temperatuur te krijgen en spuit zo af en toe kokend heet water er tussen door. Ook heb ik hier misschien wel het slechtst geslapen van alle hotels, het was warm in de kamer, de airco was ondanks vele male proberen door het personeel niet koud te krijgen. Uiteindelijk ben ik maar met het raam open gaan slapen, wat best goed ging als je het gekrijs van de hier ook wonende kat negeert. Kosten: 80 EUR per nacht.

Delhi is een onvoorstelbaar grote stad. Ik ben er maar 2 dagen geweest en heb er dus maar een klein stukje van gezien. Opvallend is dat er hier veel politie en leger op straat is. En veiligheidscontroles in de metro en bij de bezienswaardigheden (fouilleren, tas open). Je ziet hier ook veel meer bedelaars en mensen die op straat leven dan elders in het land.

Urban Ashram is een Bed&Breakfast; in Haus Khaz, een nette woonwijk vlakbij het metrostation Green Park. Het is er schoon, rustig en er is snel gratis draadloos internet. Ontbijt kun je zelf kiezen. Tijdens mijn verblijf begin februari waren de eigenaars er niet, en ook geen andere gasten. Lieve jongen met moeizaam Engels runde de zaak. 55 EUR.

Eten & drinken

Het Indiase eten is fantastisch en alleen al een reden om hier naar toe te gaan. Een paar hoogtepunten:

  • thali’s in Zuid-India, een schaal vol van alles voor 50-80 rupees
  • reuzengarnalen gekookt in een curry met kokosmelk, in Kochi en Goa
  • oude en nieuwe vegetarische favorieten als Palak Paneer, Kadai Paneer en Malai Kofta
  • Sheek Kebab in grillrestaurants, gewoon alleen met wat brood en uien erbij
Special Thali

Kosten

Het is nog steeds heel goedkoop in India. Op een gemiddelde dag gaf ik zo’n 10-20 EUR uit aan eten, vervoer en entree. Vooral het eten is spotgoedkoop (en dat voor die kwaliteit!): voor een vegetarische maaltijd met een drankje erbij betaal je maximaal 100 rupees (1,60 EUR), voor iets met vlees of vis ongeveer het dubbele. De grootste kostenpost waren zeker de hotels. Ik heb gekozen voor middenklasse hotels, en die kosten zo tussen de 20 en 60 EUR per nacht. Ook heb ik een binnenlandse vlucht genomen van Goa naar Aurangabad voor 160 EUR.

Gemiddeld dagbudget India: 76 EUR

Leave a comment