World Heritage Traveller

Roemenie 2010

Written by:

  1. Niet de enige Nederlander in Sinaia…
  2. Het Klooster van Horezu
  3. Oude hoofdstad van de Daciërs
  4. Duitse kolonisten in Transylvanië
  5. Kerkzang in de stromende regen
  6. Beschilderde kerken van Bucovina
  7. Door de Donau Delta
  8. Rondsjouwen door Boekarest
  9. Terugblik Roemenië 2010

Niet de enige Nederlander in Sinaia…

Sinaia is vernoemd naar de Bijbelse berg Sinaï. Het plaatsje is gesticht als de zomerresidentie van de Roemeense koning Karel I. Het ligt aan de voet van het Bucegi-gebergte, waar ’s winters geskied en ’s zomers gewandeld wordt.

Rijdend vanaf Boekarest zijn dit inderdaad de eerste bergen die je tegenkomt. De omgeving van de Roemeense hoofdstad is erg vlak, met uitgestrekte velden, industrie en grote bouwmarkten en supermarkten. De weg naar het noorden is een goed geasfalteerde 4-baansweg. Het is net iets minder comfortabel rijden dan op een echte snelweg, want hier lopen voetgangers aan de kant van de weg. Ook zijn er zijweggetjes waar zo af en toe een voorganger afslaat.

Er wordt veel verkocht langs de weg. Op het eerste stuk staan er auto’s geparkeerd met in hun opengeklapte achterbak grote watermeloenen. Later zie je telkens stalletjes met zwarte, rode en oranje bessen. En even verderop ook potten met honing.

Na zo’n anderhalf uur kom ik aan in Sinaia. Het is een druk, toeristisch plaatsje. Het is ook nog eens zaterdag dus er zullen ook veel dagjesmensen uit de regio zijn.

Hoofdstraat van Sinaia

Mijn hotel is snel gevonden, en nadat ik me geïnstalleerd heb maak ik te voet een rondje door het centrum. Karakteristieke huizen uit het eind van de 19e eeuw worden afgewisseld met grote, moderne complexen die supermarkten en souvenirwinkels bevatten. Er zijn veel toeristen op straat = zo’n 80% Roemenen denk ik, en verder hoor ik Frans en Spaans.

Na de hoofdweg op en neer gelopen te hebben is het tijd om wat te eten op een terras. Voor een paar euro ben je hier klaar.

De volgende ochtend wil ik al vroeg naar het Peles-paleis. Dit ligt een minuut of 20 bergopwaarts lopen vanaf het centrum van Sinaia. Maar de hele nacht heeft het gegoten. Ik wacht op mijn kamer tot het droger wordt, en om 10 uur is het zover. Voor de zekerheid ga ik maar met de auto, het ziet er nog steeds dreigend uit.

Het Peles-paleis dateert van het eind van de 19e eeuw en was eigendom van de al eerder genoemde koning Karel I. Het ligt erg mooi tussen de naaldbomen. Somber weer of niet, het is er al hartstikke druk met bezoekers. Vooral veel groepen.

Ik koop eerst een kaartje voor 20 Lei (4,5 EUR), dat is inclusief een ‘normale’ tour door het paleis. Het binnenplein waar je moet wachten is ook al de moeite waard, met muurschilderingen van jachttaferelen.

Peles Paleis, Sinaia

Er zijn niet genoeg mensen om met de Engelstalige tour mee te gaan, dus ik krijg een folder met uitleg in de handen gedrukt en mag zelf gaan rondlopen. De buitenkant met torentjes en muurschilderingen deed al vermoeden dat het een bont schouwspel is van binnen. En dat blijkt het ook te zijn: kristallen kroonluchters, spiegels, heel veel houtsnijwerk, tapijten, schilderijen. Er is een Moorse kamer, een Turkse kamer, een Italiaanse kamer: alle kamers hebben een eigen thema.

Het is flink druk binnen. Ik stuit op een gegeven moment op een Nederlandse groep van OAD-Reizen. Ze hebben een Nederlands sprekende Roemeense gids bij zich. Dus ik slenter maar wat achter hun aan, zo hoor ik nog wat over wat ik zie. Het is toch wel typisch een paleis uit de Beiers/Oostenrijkse traditie.

Na een uurtje is de tour voorbij en kondigt de OAD-gids aan dat het nu tijd is om koffie te drinken en naar de WC te gaan. Ik loop terug naar de auto en ga op weg naar mijn volgende bestemming.

Het Klooster van Horezu

Het Horezu-klooster, een werelderfgoed, ligt ongeveer 2 uur rijden ten zuiden van Sibiu. Het is niet zo moeilijk te vinden, maar toch rijd ik nog twee keer een beetje verkeerd (de eerste keer zelfs al in Sibiu). Als je eenmaal op de goede weg zit is het makkelijk, maar in de steden is de bewegwijzering soms nogal verwarrend. De route gaat grotendeels door een vallei. Je komt steeds door allerlei dorpjes, dus opschieten doet het niet erg.

Vooraf heb ik op internet noch in reisgidsen veel bezoekersinformatie over het klooster kunnen vinden. Dus ik hoop maar dat het geopend is op een maandagmorgen eind augustus. Bij het oprijden van de parkeerplaats voor de toegangspoort, zie ik gelukkig al een paar andere auto’s staan. Ook is er één enkel souvenirstalletje uit een hele rij open. Het is niet bepaald een plek die lijkt te worden bezocht door hordes toeristen, zeker niet door buitenlanders. De mevrouw van het stalletje heft ook het parkeergeld, 1 Lei (0,25 EUR).

Je moet omhoog lopen naar het klooster zelf. De ingang is via een poort in de dikke omringende muren. Je kunt zo binnen lopen, er wordt geen entreegeld gevraagd. De deuren lijken iedere dag open te staan want het is nog een actief nonnenklooster. Vanaf de poort wordt mijn aandacht onmiddellijk getrokken door de kerk in het centrum van het binnenterrein: deze is erg wit en een beetje vreemd gevormd (ik had dat al gezien op foto’s). Het portaal aan de voorkant is volledig bedekt met muurschilderingen. Gelukkig komt de zon nu op het juiste moment even achter de wolken vandaan om mijn foto’s van deze zeer bijzondere kerk op te fleuren.

Klooster Horezu

Voor de kerk staan drie priesters te praten, gekleed in het zwart van de Roemeens-orthodoxe kerk. Ook verschillende in het zwart geklede nonnen wandelen over het terrein en zijn bezig met hun dagelijkse werkzaamheden. Tuinieren lijkt daarbij een belangrijke rol te spelen: het binnenterrein is netjes onderhouden en versierd met kleurige bloemen en planten.

Ik loop langzaam rond binnen de ommuring, het is niet erg groot. Onder de klokkentoren ligt een kleine eetzaal, het lijkt wel een grot. Er staan een tafel en zo’n 40 stoelen, en de muren zijn volledig bedekt met schilderijen. Wat een plek om elke dag te eten! Ook Het Laatste Avondmaal is hier afgebeeld.

Klooster Horezu

Ik eindig mijn bezoek bij de kerk, waar ik eerst vanaf een bank ga zitten staren naar de fresco’s bij de ingang. Op de overvolle muren worden voornamelijk mythologische scènes afgebeeld. Het binnenste van de kerk vervolgens bestaat uit twee delen: het eerste heeft muurschilderingen van de beschermheilige van het klooster, Prins Brancovan, en zijn familie. De tweede ruimte is het heiligdom dat eindigt in een massief houten altaar.

In totaal ben ik ongeveer een uur zoet bij het klooster. Het ligt vrij ver van andere bezienswaardigheden. Dus voordat ik aan de terugrit begin, ga ik maar lunchen in het plaatsje Horezu. Ik vind er een populair restaurant en neem een stevige soep. Het plaatsje is beroemd om zijn aardewerk, dat wordt verkocht vanaf stalletjes langs de weg. Het zijn vooral borden, heel bont.

Oude hoofdstad van de Daciërs

Van de zeven werelderfgoederen die ik deze reis hoop te bezoeken zijn de Forten van de Daciërs ongetwijfeld het meest obscuur. De Daciërs waren de oorspronkelijke bewoners van Roemenië tot ze in 106 na Christus door de Romeinen onder de voet werden gelopen.

Vandaag rijd ik westwaarts vanaf Sibiu. Dit is een goede weg waar je ook flink door kunt rijden – er zijn nauwelijks dorpjes waar je doorheen moet. Helaas werkt het weer wederom niet mee. Het metertje in de auto geeft slechts 8 graden aan. Onderweg komt de zon wel zo af en toe tevoorschijn, maar er zijn minstens evenveel dikke grijze wolken.

Bij de stad Orieste verlaat ik de grote weg en rijd via enkele dorpjes zuidwaarts richten de forten. Het staat helemaal goed aangegeven, ik heb mijn gisteren aangeschafte wegenatlas niet eens nodig.

De overblijfselen van de forten in dit gebied zijn er drie: twee bij het plaatsje Costesti en één helemaal aan het eind van de weg. Dat is Sarmizegetusa Regia, de oude hoofdstad van de Daciërs en de best bewaard gebleven ruïnes. Daar wil ik in ieder geval heen.

De laatste 18 kilometer van de toegangsweg zijn onverhard. Ondanks de vele gaten in de weg is het nog wel goed te doen. De weg wordt echter wel slechter en slechter hoe verder je komt. Zo’n twee kilometer voor het einde moet ik er toch de brui aangeven: het lukt niet om mijn auto over een brug met losse stenen heen te krijgen. En vast komen te zitten wil je hier al helemaal niet – meer dan een enkele bezoeker per dag zal er vast niet komen. Onderweg ben ik alleen wat houthakkers, loslopende koeien en twee wandelaars met grote rugzakken tegengekomen.

Onderweg naar Sarmizegetusa Regia

Ik laat me echter niet uit het veld slaan, want ik wil toch het werelderfgoed zien. Dus laat ik de auto achter aan de kant van de weg en ga lopend verder. De weg loopt behoorlijk omhoog, het is nog een hele klim. Helaas is het ook weer aardig gaan regenen. Ik loop dus stevig door en bedenk dat ik in ieder geval aan mijn lichaamsbeweging voor vandaag kom. De weg naar de ruïnes staat gelukkig steeds goed aangegeven. Na vele bochten arriveer ik dan eindelijk bij het bord “Sarmizegetusa Regia”.

Ook dan ben je er nog niet helemaal, je moet dan nog over een bospad verder. Onderweg zie je al wel sporen van de Daciërs, zoals een mooie egale oude weg en verdedigingsmuren. Door de bomen zie ik dan eindelijk het open terrein met de ruïnes liggen.

Sarmizegetusa Regia

Ik had er al wel foto’s van gezien, maar het is toch een imposant gezicht hoe groot en relatief goed bewaard gebleven dit terrein is. Het ligt op de top van een berg en het is door middel van terrassen bruikbaar gemaakt. De stad was opgezet als een fort, maar binnen zijn er diverse heiligdommen. Ook is er nog een zonnewijzer in de vorm van een grote platte ronde steen te zien.

Sarmizegetusa Regia

Helaas weerhoudt het weer me om hier al te lang rond te kijken. Ik moet terug voordat ik zelf zeiknat ben, en ook voordat de weg onbegaanbaar wordt door de vele plassen.

Sarmizegetusa Regia


Ongeschonden kom ik weer bij de verharde weg aan. Ik kijk nog of ik ook de forten van Costesti kan bezoeken. Die blijken echter alleen te voet bereikbaar, 40 minuten lopen. Ik besluit dat ik al genoeg in de regen gelopen heb vandaag, en rijd terug naar Sibiu.

Duitse kolonisten in Transylvanië

In de 13e eeuw werden Saksische boeren (uit het Duitse Rijnland) uitgenodigd door de toenmalige Hongaarse heersers van Transylvanië om zich als kolonist in dit gebied te vestigen. Dat deden velen met succes, ze leefden er generaties lang in hun eigen cultuur. Pas na de val van het regime in 1989 zijn de meesten van hen naar Duitsland teruggekeerd, hun erfgoed hier achterlatend.

Eén van de kenmerkende dingen die uit die tijd zijn overgebleven zijn de dorpen met gefortificeerde kerken. Er zijn er zo’n 200-250, waarvan er 7 werelderfgoed zijn. Ze liggen verspreid langs de grote wegen tussen Sibiu en Sighisoara, en Sighisoara en Brasov. Elk dorp bestaat uit een rij kleine gekleurde huizen en een sterk verstevigde kerk. Het was de bedoeling dat de dorpsbewoners zich in de kerk zouden verschansen als er aanvallers kwamen.

De plaatsnamen zijn hier ook in het Duits aangegeven, naast het Roemeens en soms Hongaars. Het is een leuke regio om in rond te rijden, met ook een hoog paard-en-wagen gehalte.

Valea Viilor

Eerst bezoek ik Valea Viilor (Wurmloch). Het ligt zo’n 4 kilometer van de grote weg af, en de enige straat eindigt bij de kerk. Bouwvakkers zijn bezig met de toren als ik er aan kom. De kerk is dus ook open om van binnen te bekijken, en ik word in het Duits begroet. Het fort met 6-7 meter hoge muren omringd een ovalen terrein, waarop de kerk staat. Binnen de muren is veel ruimte voor opslag, zodat de inwoners het hier lang konden volhouden. Het interieur van de kerk is vrij eenvoudig. Alle Bijbelse teksten aan de muren zijn in het Duits.

Valea Viilor

Op het vervolg van de rit zit ik net te denken dat ik in Roemenië tot nu toe zo weinig zigeuners heb gezien, als mijn aandacht bij het binnenrijden van het plaatsje Brateiu wordt getrokken door grote glimmende dingen in de berm. Het blijken enorme koperen pannen en potten te zijn, te koop aangeboden door een grote groep zigeuners zoals ik ze nog nooit gezien heb. In Oost-Europa zie je ze meestal helemaal verarmd in troosteloze flats in vervallen buitenwijken, gekleed in redelijk normale westerse kleding. De mannen hier echter hebben ferme snorren, lange grijze baarden en hoeden. Hun families, vele kleurig geklede vrouwen en kinderen, liggen in de zon in een weilandje er achter alsof ze zojuist met paard en wagen zijn gearriveerd en voorlopig niet meer weggaan.

Het volgende Saksische dorp dat ik bezoek is Biertan. Dit is het meest bekende, het blijkt ook enigszins toeristisch: je moet entree betalen, er zijn souvenirstalletjes en een boekwinkel. Het kerkcomplex hier is heel groot, net een citadel. Je gaat naar binnen via een fantastische overdekte houten trap. Bovenaan kom je op een terrein met een aantal torens, elk met zijn eigen stijl en doel. Deze kerk was wel echt stevig beschermd. Van binnen is de kerk hier ook veel mooier dan die in Valea Viilor. Het is een prachtplekje, met ook mooie vergezichten over de landelijke groene omgeving.

Biertan

Tot slot van deze excursiedag (de afstanden zijn maar kort vandaag) bezoek ik Sighisoara. Deze stad heeft ook een Saksisch verleden, maar was vooral een handelsstad voor de wijde regio in de middeleeuwen en daarna. Het oude centrum ligt binnen de muren van de citadel op de top van een heuvel. Het is er erg toeristisch. Ik vond het tegenvallen, ik heb al zoveel soortgelijke stadjes in Europa gezien. Na een uurtje heb ik alle straatjes wel gehad. Ik ga er nog even eten en keer dan weer terug naar mijn pension in (het veel leukere) Sibiu.

Sighisoara

Kerkzang in de stromende regen

De regio Maramures ligt helemaal in het noordwesten van Roemenië. Tot na de Eerste Wereldoorlog hoorde het gebied bij Hongarije. Het ligt in een vallei geheel omringd door bergen, en heeft daarom altijd haar tradities goed kunnen bewaren. Voorbeelden hiervan zijn de acht houten kerken die op de werelderfgoedlijst staan. Ze stammen uit de 18e en 19e eeuw.

Ik bezoek 4 van deze 8 kerken met de auto op een dagtrip vanuit de regionale hoofdstad Baia Mare. De eerste waarnaar ik op weg ga ligt in het plaatsje Rogoz. Herinneringen van een zoektocht naar kleine houten kerken in Slowakije komen weer naar boven – het vinden van deze oude kerkjes in dorpen vol met kerken is nog niet zo eenvoudig. Ook Rogoz, hoewel maar een kleine plaats, heeft meerdere kerken. De “oude houten” blijkt aan de achterkant van het dorp te liggen, terwijl de nieuwere modellen toplocaties hebben langs de grote weg. De kerk is op slot, zodat ik alleen een blik kan werpen op de verschillende uit hout gesneden decoraties aan de buitenkant.

Houten kerk van Rogoz, Maramures

Vervolgens rijd ik door naar Surdesti. De kerk hier ligt op een heuvel aan het einde van een smalle weg, waar auto’s elkaar niet kunnen passeren. De regen komt inmiddels met bakken uit de hemel, maar toch arriveer ik op het juiste moment. Er is een dienst bezig, het is zondagmorgen, en de kerkzang kan vanuit de verte worden gehoord. Tientallen mensen moeten buiten blijven en staan te bidden tegen de houten muren. Ik ga staan schuilen onder de toegangspoort tot het kerkterrein, samen met een bedelend jongetje en enkele laatkomers. Ik wacht het einde van de dienst maar af.

Nadat de kerk leeg is gestroomd (zo’n 200 man/vrouw), mag ik ook binnen kijken. Het interieur verrast me: het is als een warm thuis! Wollen dekens bedekken de houten banken en de vloeren. De binnenmuren zijn volledig bedekt met vage, naïeve schilderingen.

Houten kerk van Surdesti, Maramures

Daarna rijd ik terug naar Baia Mare om te wachten op het stoppen van de regen. Ik pik nog even de jonge bedelaar uit de Surdesti-kerk op, die aan het liften is in de regen langs de kant van de weg. Hij wil er weer uit bij de volgende kerk in het dorp, waar de dienst nog gaande is. Zo kan hij in één ochtend twee keer iets verdienen! Hij wenst me Drum Bun (Goede Reis) en verdwijnt weer in de regen.

Later die middag ga ik op bezoek bij twee kerken ten noordoosten van Baia Mare: Desesti en Budesti. Hiervoor moet je eerst een bergpas met ongeveer 20 kilometer vol haarspeldbochten oversteken. De kerk in Desesti ligt zelf ook weer bergop. Je komt binnen via het kerkhof. Ook hier hebben de buitenmuren uit hout gesneden decoraties, vooral geometrische motieven. Verder wordt de plek vooral bewoond door kippen zo lijkt het, ze scharrelen rustig en in grote getale rond het gebouw.

De weg van Desesti naar Budesti, van kerk nummer drie naar nummer vier, is de mooiste die ik heb gereden in Maramures. Klein en kronkelig, langs velden met de karakteristieke Roemeense peervormige hooibergen.

Onderweg naar Budesti

De kerk in Budesti ligt ook nogal verborgen in het dorp. Het bord blijkt naar beneden te zijn gevallen en ik moet één van de oude vrouwtjes in de straat die me toch al aan het nakijken was om de weg vragen. Bij deze kerk zijn een paar mannen een graf aan het graven in de voortuin van de kerk. Ik kan rustig het terrein oplopen en weer een rondje om de kerk maken. Deze hier heeft grotere ramen (een late toevoeging?) dan de andere, dus ik kan wat naar binnen gluren en de iconen bekijken.


Terugkijkend vind ik het bezoek aan deze kerken alleen al de moeite waard voor een inkijk in het Roemeense plattelandsleven, meer dan voor de houten architectuur.

Beschilderde kerken van Bucovina

Bucovina is een streek in het noordoosten van Roemenië, tegen de grens met Moldavië. Eind 15e, begin 16e eeuw ontwikkelde zich hier een bijzonder type kerk dat zich onderscheidt door fresco’s aan de buitenkant. Deze kerken liggen in een landelijke, groene regio waar het prettig rondrijden is. Ik bezocht er zes, verspreid over anderhalve dag.

Het eerste dat ik bezoek is het Moldovita Klooster. Wel weer een beetje schrikken: een echt parkeerterrein in plaats van parkeren langs de straat, entreegeld betalen voor mezelf en mijn camera. En voor het klooster zitten groepjes Nederlanders hun meegebrachte lunch op te eten… Maar het is wel duidelijk waarom iedereen hier komt.

Moldovita klooster, Bucovina

Het Sucevita Klooster bereik ik via een mooie bergpas vanaf Moldovita. Het is pas dit jaar aan de andere 7 werelderfgoedkloosters toegevoegd. Het lijkt van buiten wel een fort! Op het grote binnenterrein staat een kerk die zowel van binnen als buiten mooi is.

Sucevita klooster, Bucovina

De volgende dag is de kerk van het voormalige klooster in Voronet als eerste aan de beurt. Ik ben redelijk op tijd (half 10), maar toch is er al een bus met Duitsers en vele anderen. Entree is hier maar liefst 3 + 10 Lei. Dat laatste om foto’s te mogen maken. Op de westelijke muur is hier de mooiste schildering van alle kerken te zien, vol met portretten van individuen en dieren, samen het Laatste Oordeel vormend.

Kerk van Voronet, Bucovina

De kerk in het voormalige klooster Humor is vlakbij. Ook hier verwachten ze kennelijk veel toeristen want het staat er vol met souvenirstalletjes. Ook moet ik 2 Lei betalen om te parkeren. Een imposante toren is nog overgebleven van het verdedigingswerk van deze kerk. De kerk moet het verder vooral hebben van zijn fresco’s in het interieur.

Kerk van Humor, Bucovina

Suceava is de grootste stad in deze regio. Ook hier staat een werelderfgoedkerk. Ik kom er toevallig langs als ik op weg ben naar mijn lunchadres. Toch maar even gaan binnen kijken. Geen entree te betalen hier. Dit is de grootste kerk van de groep, en lijkt nog het meest in gebruik bij het gewone publiek. Er is een priester aanwezig die de gebeden van de bezoekers aanhoort. Sommigen kunnen inderdaad wel wat hulp gebruiken: voor mij loopt een oudere man met een gezwel aan zijn neus dat zeker 5x zo groot is als de neus zelf..

Kerk van Suceava, Bucovina

Het laatste kerkje dat ik aandoe op de terugweg naar mijn pension in Vama is dat van Arbore. Het ziet er vervallen uit. Van binnen zijn ze bezig met restauraties en staat het helemaal in de houten steigers. Arbore zelf is wel een lieflijk dorp.

Huisje in Arbore, Bucovina

Door de Donau Delta

De Delta van de Donau, daar waar de Donau-rivier in de Zwarte Zee stroomt, is het grootste delta-gebied van Europa. Het bestaat uit moeras en riet, en wordt doorkruist door honderden beekjes en kanalen. Voor vogels is dit een belangrijke stop tussen Centraal-Europa en Afrika.

Vanaf de kade in Tulcea gaan er iedere dag schepen dit natuurgebied in. Er liggen er veel, zowel kleine als grote. Ik kies die van Hotel Delta. Deze tocht start om half 11 en duurt 6 uur, inclusief lunch aan boord. Er zijn naast mij een clubje Spanjaarden, 4 Chinezen en een Japanse aan boord. 18 man dus maar, waar de boot ruim genoeg is voor honderd.

Donau Delta

We varen vanuit de stad Tulcea eerst een stuk de grote arm af richting Sulina. Hier is de rivier nog breed en is er niet veel te zien. Het meeste water uit de Donau (60%) stroomt trouwens via een nog grotere arm, iets ten noorden van hier aan de grens met de Ukraine.

Doordat er maar weinig mensen aan boord zijn heb ik alle ruimte om te zitten waar ik wil. De beste plek blijkt voorop het dek te zijn: je zit dan op een soort uitzichtpost en kunt als eerste de vogels spotten. De andere passagiers komen ook al snel daar zitten. De Chinezen hebben twee videocamera’s met statief bij zich en filmen de hele tocht.

Donau Delta

Na een uurtje slaan we af richting het noorden, en varen we door een smallere rivier. Langs de kant zien we heel veel vissers zitten. Velen van hen hebben zelfs een tent bij zich en lijken er te kamperen. De meesten hebben ook meerdere lijnen tegelijk uitstaan. Ze zwaaien nog enthousiast naar de voorbijkomende boten – we zijn hier zeker niet de enige. We zien ook grotere schepen vol toeristen, en er komen lawaaiige speedboten voorbij.

Het mag dan wel een beschermd natuurgebied zijn (werelderfgoed, en ook Unesco biosfeerreservaat en Ramsar watergebied), helemaal ongerept ziet het er niet uit. Overal drijven plastic flessen, en in de takken hangen plastic zakken. Dit deel van het gebied ligt blijkbaar nog dicht genoeg bij de grotere steden om dagjesmensen en kampeerders te trekken, met de blijkbaar bijbehorende vervuiling van dien.

In de buurt van wat meertjes zien we de eerste vogels. De eerste bijzondere zijn een stuk of vijf pelikanen. Het weer is erg somber vandaag en veel vogels laten zich niet zien. Ze zijn ook heel moeilijk te spotten, en nog veel moeilijker te fotograferen. Alleen de (witte) zilverreiger steekt overal tegen de achtergrond af. Soms zien we pas bij het voorbijvaren dat er naast de witte vogel ook nog een zwarte zat!

Donau Delta

Andere vogels die we tegenkomen zijn aalscholvers, reigers, ibissen en ijsvogels. En verder heel veel kleine watervogels. Het is lekker om zo schommelend en ontspannen dit allemaal aan je voorbij te zien trekken.

Donau Delta

Om half 2 stoppen we bij een eilandje en mogen we even aan land. Er “wonen” een paar vissers, en die bakken de vissen voor de lunch. We eten alles op aan boord. Binnen op het benedendek zijn de tafels inmiddels netjes gedekt. Er blijkt 2 man personeel van het hotel-restaurant mee te zijn. We krijgen vooraf een koude schotel met verschillende soorten vis, tomaat, komkommer en kaas. Het hoofdgerecht is weer vis uiteraard, gebakken en met aardappels. Als dessert zijn er appels. Ondertussen klets ik wat bij met mijn Japanse reisgenote. Zij doet in haar eentje een tocht van een maand door Bulgarije, Roemenië en Hongarije. Wel knap als je maar een paar woorden Engels kunt! Hoewel ze het beter verstaat dan spreekt.

De terugreis verloopt verder wat saai, en het begint ook te regenen. Ik had dit al wel verwacht en speciaal een leesboek in mijn rugzak gestopt. Al lezend komt er dus een eind aan deze dagtocht.

Rondsjouwen door Boekarest

De laatste dag van mijn reis door Roemenië besteed ik aan Boekarest. Ik ga de “Ceaucescu wandeltour” uit mijn reisgids lopen. De afstanden zijn hier groot, Boekarest is een uitgestrekte stad met 2 miljoen inwoners. Gisteravond had ik dat al gemerkt toen ik “even” naar een Indiaas restaurant in de buurt liep: 3 kwartier.

Ik laat me vandaag eerst maar met de metro naar het startpunt van de wandeling brengen. Een kaartje voor 2 ritten kost 2.5 Lei (0,60 EUR). De metro van Boekarest is een metro die werkt als alle andere ter wereld. Het is alleen onder de grond wel oud en slecht onderhouden.

Ik kom weer boven de grond op het Piata Unirii, een groot plein. Hier moet je in de buurt zijn van het Parlementspaleis, het op één na grootste gebouw ter wereld, maar ik zie nog niets. Wel zijn er hier veel moderne winkels en warenhuizen. Het blijkt nog weer een kwartiertje lopen te zijn. Ik loop er naar toe over de lange boulevard, die met opzet 0,5 m breder is gemaakt dan de Champs Elysees in Parijs.

Het Parlementspaleis was het pronkstuk van Ceaucescu. Het werd gebouwd in 1984 om buitenlandse staatshoofden te ontvangen. Het mag dan bijna het grootste gebouw ter wereld zijn (na het Pentagon, en misschien ook na de Potala in Tibet), toch had ik het groter en imposanter verwacht. Het gebouw is vooral erg breed. Ik loop er aan de voorkant langs, dat duurt zeker minuut of 10.

Boekarest

Deze hele buurt is door Ceaucescu platgegooid om zijn eigen megalomane gebouwen neer te zetten. Hij zou geïnspireerd zijn geraakt door een bezoek aan de Noordkoreaanse hoofdstad Pyongyang. Behalve de grote staatsgebouwen staan er nu alleen nog maar saaie flats, half vervallen.

Iets verderop, aan de overkant van de rivier de Dambovita, proberen ze de oude wijken weer nieuw leven in the blazen. Het centrum rond de Lipscani-straat is deels opgeknapt en er zijn leuke cafées en winkels. Er is ook nog steeds veel vervallen, panden staan te koop of zijn dichtgetimmerd, er is veel graffiti en het publiek op straat is ook niet het beste. Zeker in het zonnetje van vandaag is het een leuke buurt om doorheen te struinen, de oude huizen hebben vaak prachtige balkons en andere versieringen.

Boekarest

In dezelfde wijk is ook de oudste en best bewaard gebleven kerk van Boekarest. Een klein pareltje in een vervallen straat. Het is er druk met toeristen, die zie je hier toch ook wel (bijna altijd in groepen en met een gids). Van binnen zijn er weer mooie iconen, en ook al het bewerkte hout is origineel.

Boekarest

Via de grote straat Calea Victoriei loop ik dan weer noordwaarts. Je komt onderweg nog langs imposante gebouwen zoals het CEC-bankgebouw uit 1900, een plaatje dat zo in Parijs had kunnen staan. Minder mooi maar historisch interessant is het hoofdkantoor van de communistische partij. Vanaf het balkon daar (het lijkt maar klein) gaf Ceaucescu zijn laatste speech tegenover een niet meer meewerkende massa toehoorders. Op het plein ervoor zijn nu herdenkingsmonumenten geplaatst aan de gebeurtenissen uit 1989.

Tot slot, ik ben weer in het noorden van het centrum beland en mijn benen willen bijna niet meer, ga ik naar het museum met de mooie communistische naam “Museum van de Roemeense boer”. Het is een groot folkloristisch museum dat al veel Europese prijzen gewonnen heeft. Verdeeld over twee etages zijn er vooral veel iconen, van glas en ‘gewone’. Ook verscheidene poppen met traditionele kleding. En al het interieur van de huizen die ik bij Sibiu in het openluchtmuseum gezien heb.

Terugblik Roemenië 2010

Gedurende de eerste twee weken van september 2010 reed ik per huurauto rond door Roemenië. Ik had mijn reis helemaal uitgestippeld zodat ik langs alle 7 werelderfgoederen zou komen, en dat is goed gelukt.

Deze werelderfgoederen waren meteen het hoogtepunt van de reis: vooral de kerken in Bucovina zijn schitterend. Verder vond ik het een makkelijker maar minder interessant land dan ik vooraf gedacht had. Het slechte weer (2/3 van de tijd regen, en steeds trui en spijkerbroek aan) is daaraan vast ook debet geweest.

Algemeen
Zoals al in de Terugblik gememoreerd: rondreizen, ook met huurauto, gaat erg gemakkelijk. Ik had vooraf een duidelijke route voor ogen, en ook via internet de beste (de meest passende) hotels uitgezocht. “Roemenië” heeft nog steeds wel de bijklank van “arm en exotisch” voor Europese begrippen, maar dat is mij anno 2010 erg meegevallen. In alle steden van enige omvang zijn grote winkelcentra in Amerikaanse stijl opgetrokken, met supermarkten 5x zo groot als mijn lokale Albert Heijn en andere moderne winkels waar je alles kunt kopen wat je maar wilt. De andere auto’s op de weg hadden qua leeftijd en comfort net zo goed op de Nederlandse wegen kunnen rijden. Bij vlagen zie je ook veel andere toeristen, meestal wel in grote (bus)groepen. Vooral het noorden is bij hen populair.

Vervoer
Ik had vooraf bij Europcar een auto gehuurd voor 2 weken. Bij aankomst op het vliegveld stond er een goede Ford Focus voor me klaar.


Het rijden zelf ging goed. Alle doorgaande wegen zijn goed geasfalteerd. Het gaat alleen allemaal niet zo snel: op de meeste wegen moet je er rekening mee houden dat je gemiddeld niet meer dan 60 kilometer per uur haalt. Je moet steeds door allerlei dorpjes, waar je maar 50km mag en er veel gecontroleerd wordt door de politie. Of dwars door grotere steden wat je makkelijk een half uur kost aan stoplichten en dergelijke, en waar de bewegwijzering ook niet altijd helder is.

Ik heb in Sibiu een wegenatlas van Roemenië gekocht – dat is wel erg handig voor de tochten langs de kerken in het noorden van het land. En sowieso om je beter te kunnen oriënteren. Dat verhinderde trouwens nog niet mijn route-blunder naar Tulcea: op de grote overzichtskaart lijkt het allemaal heel simpel en loopt er een goede weg naar toe. Maar in de praktijk bleek dat je er vanuit het noorden alleen maar met een pontje kunt komen! Alleen zo’n 100km naar het zuiden is er een (tol)brug over de rivier.

Tot slot nog iets over bijzondere Roemeense medeweggebruikers: paard-en-wagens. Dat zie je toch nergens meer in Europa geloof ik, maar hier is het nog steeds heel gewoon. Waarschijnlijk vinden ze het gewoon handig. Je hebt er niet echt last van met het rijden: je bent er zo langs en ze rijden ook half in de berm. Maar ik vond het wel steeds een leuk gezicht. Oude auto’s daarentegen zie je maar heel weinig, het zijn allemaal nieuwe Duitse of Franse modellen.

Kosten
Het is gelukkig nog wel een slagje goedkoper in Roemenië dan in Nederland. Voor een volle tank betaalde ik ongeveer 45 EUR, zo’n 30-50 EUR voor een goede hotelkamer, en 3-10 EUR voor het avondeten in een restaurant.

Accommodatie
Vila Camelia in Sinaia. Huis uit 1884, gebouwd door één van de architecten van het nabijgelegen Peles-paleis. Vooral de centrale hal/zitkamer, helemaal van hout en met glas-in-lood ramen, is prachtig.
De villa ligt in het centrum, één straat noordelijker dan de hoofdstraat. Ik heb er een ruime kamer met badkamer, draadloos internet en balkon. Het ontbijt is uitgebreid, met yoghurt, pannenkoeken, brood met honing / tomaat / ham e.d.

Prijs: 54 EUR inclusief ontbijt
Link: http://www.vilacamelia.ro/


Villa Santa Maria in Sibiu. Moderne, ruime kamer met draadloos internet, satelliet TV en balkon. Ruim ontbijtbuffet met verschillende soorten brood en lekker vers fruit (pruimen, meloen). Het pension ligt gunstig aan de uitvalswegen naar plaatsen in de buurt, maar wel te ver van het centrum om te lopen.

Prijs: 35 EUR inclusief ontbijt
Link: http://www.pensiunesibiu.ro/en_index.htm


Hotel Mara in Baia Mare. Kolossaal gebouw in de meest communistisch aandoende stad tot nu toe op deze reis. Kitscherige, wat ouderwetse kamer. Wel draadloos internet, satelliet TV, powerdouche en balkon (met uitzicht op de omringende flats). Ontbijtbuffet is simpel. Bij het hotel hoort een heel fijn terras waar je tot ’s avonds rustig kunt zitten.
Het is ongeveer 10 minuten lopen naar het centrum van de stad. Daar heb ik prima gegeten op het terras van het Millennium Restaurant.

Prijs: 40 EUR inclusief ontbijt
Link: http://www.hotelmara.ro/en/

Casa Elvira in Vama (Bucovina). Soort pension in de Alpen, van hout en met een groot balkon. ’s Ochtends uitgebreid ontbijt aan mooi gedekte tafels. Snel draadloos internet en ook hier weer satelliet-TV.

Prijs: 30 EUR inclusief ontbijt
Link: http://www.booking.com/hotel/ro/pensiunea-casa-elvira.en.html

Hotel Delta in Tulcea. Enorme communistische kolos, pal aan het water. Saai van binnen, maar kamer is ruim en prima. Uitzicht vanaf het balkon op de boulevard en de rivier. Verder met ligbad dit keer, en ook weer draadloos internet en satelliet-TV. Het ontbijtbuffet is nogal standaard. Ze hebben hun eigen boten voor dagelijkse tochten door de Donau Delta, daar ben ik ook mee geweest.

Prijs: 50 EUR inclusief ontbijt
Link: http://www.hoteldelta.eu/


Hotel Berthelot in Boekarest. Modieus hotel in nette wijk, vlakbij ambassades en dure winkels. Op loopafstand van metro en centrum. Lekker bed en verder alle moderne voorzieningen. Ontbijt is het standaard (uitgebreide) ontbijtbuffet.

Prijs: 55 EUR inclusief ontbijt
Link: http://www.hotelberthelot.ro/


Eten en drinken
Ik heb tijdens deze reis iedere dag goed gegeten, maar er zijn geen Roemeense gerechten die me bij zijn gebleven. De menukaart van een gemiddeld restaurant bestaat vooral uit Duits/Oostenrijkse vleesgerechten (schnitzel en zo), plus pizza en pasta. Echt leuke, gezellige restaurants zijn er ook nauwelijks: voor de Roemenen zelf lijkt het genoeg te zijn als er maar de hele dag bier geschonken wordt. Ook mag je hier nog overal roken, en dat doen ze ook.

Ciorba is stevig gevulde soep, met aardappelen, (rund)vlees en groente. Broodjes erbij. Tezamen voor 5 Lei (1,25 EUR).

Voorgerecht van vis, met de alomtegenwoordige tomaat, witte kaas en komkommer.

Populaire broodjes die op iedere straathoek te koop zijn. 1 Lei (0,25 EUR) per stuk.

Leave a comment