World Heritage Traveller

Verenigde Staten 2009

Written by:

  1. Washington – The National Mall
  2. Mount Vernon
  3. Met de trein naar Philadelphia
  4. Fallingwater
  5. Ohio
  6. Nationaal Park Mammoth Cave
  7. Wandeling naar Abrams Falls
  8. Bouwwerken van Thomas Jefferson
  9. Colonial Williamsburg
  10. Terugblik VS 2009

Washington – The National Mall

De Verenigde Staten staan niet bekend om hun goede openbaar vervoer, maar Washington DC en directe omgeving zijn een uitzondering. Zo zit ik dan ook op Eerste Paasdag al vroeg in de metro. Het is een nette trein die overal ter wereld had kunnen rijden. Hij gaat het eerste stuk bovengronds. De streek hier is dichtbebouwd en lijkt erg Europees/Engels.

Tijdens de rit van ruim een half uur wordt gestopt bij bekende namen uit de Amerikaanse historie: Arlington Cemetery, Reagan National Airport en het Pentagon onder andere. Ik stap uit bij Smithsonian, genoemd naar de 19 musea en een dierentuin die onder het bestuur van de Smithsonian-stichting vallen.

Washington

Ik kom bovengronds op de National Mall, een langgerekt park in hartje Washington. Hier liggen belangrijke overheidsgebouwen, monumenten en musea. Zo op de vroege zondagochtend is het er rustig – alleen wat joggers en museumgangers. Bij de inauguratie van de nieuwe president een paar maanden geleden stond het hele gebied van een paar vierkante kilometer vol met mensen. Misschien dat daardoor het gras er nog steeds vertrapt uitziet.

Uit de vele musea hier kies ik voor het Museum van de Amerikaanse Indianen. Het is een heel apart gebouw, ontworpen door een Canadees/Indiaanse architect in een vloeiende, natuurlijke stijl die wel aan Gaudi doet denken. Het museum bestaat pas sinds 2004.

Er staat om 10 uur een korte rij om binnen te mogen (dat is wel anders bij het meer populaire Ruimtevaartmuseum en de National Gallery of Art).

Washington

De entree blijkt gratis te zijn. Ik ga meteen met de lift naar de vierde verdieping om wat uit de drukte te zijn. Daar wordt een film vertoond over het leven van Indianen in Amerika. Het museum richt zich op alle Indiaanse groepen van het hele Amerikaanse continent, dus ook die van Zuid-Amerika.

De tentoonstellingen zijn fragmentarisch, met veel gebruik van foto’s en video. Er is veel aandacht voor de resterende Indianen en hun dagelijks leven nu. Ook zijn er schilderijen te zien van Fritz Scholder, een kunstenaar van Indiaanse afkomst die Indianen heel anders portretteerde dan de romantische clichés.

Na een stevige lunch in het museumrestaurant maak ik de volledige ronde over de Mall af. Vlakbij is het bekendste gebouw: het Congres. Hier is het erg druk met dagjesmensen. Ik kom er opmerkelijk veel Aziaten tegen: Japanners, Chinezen. Wel een schitterend gebouw. Het gebrek aan paleizen van koningen en andere adel hebben de Amerikanen hier op de Mall gecompenseerd door hun eigen grootse gebouwen er neer te zetten.

Washington

De Mall en de omliggende straten zijn prettig te belopen. Waar je elders in Amerika nog geen 100 meter zonder auto gaat (de wegen zijn ook niet op voetgangers ingericht), zijn hier brede trottoirs en lopen mensen lekker te flaneren. Gelukkig straalt de zon ook, hoewel het nog steeds fris is.

Aan de andere kant van het terrein aangekomen vind ik dat ik genoeg gelopen heb voor een eerste vakantiedag. Ik pak de metro terug naar Alexandria.

Mount Vernon

In de bossen ten zuiden van Alexandria ligt Mount Vernon, het landgoed van Amerika’s eerste president George Washington. Ik had al gelezen dat het er erg druk kan zijn, dus ik ga weer vroeg op pad. Half 9 blijkt nog niet eens vroeg genoeg: de eerste ladingen schoolkinderen stromen al uit de aan- en afrijdende bussen.

Na het betalen van 15 dollar entreegeld loop ik snel door naar het hoofdgebouw, in de hoop de scholieren voor te blijven. Maar toch staat er al een flinke rij. Gelukkig schijnt de zon en is er genoeg te zien om ons heen.

Mount Vernon

Washington kocht dit landgoed in 1754, en breidde het in de loop der jaren flink uit. Hij huwde een rijke weduwe, en was zelf ook een geslaagd plantagehouder.

We worden in groepen van een man of 20 door het nog redelijk bescheiden woonhuis geloodst. Echt smaakvol wil ik het niet noemen; één van de kamers is zelfs helemaal felgroen geschilderd. In iedere kamer staat een dame wat anekdotes te vertellen. Bij de aanblik van een vijftal logeerkamers wordt vermeld dat de Washingtons maar liefst 667 bezoekers te logeren kregen in het eerste jaar dat hij president was.

Het interieur mag dan niet heel luxe zijn, de man had wel een heerlijke veranda met uitzicht over de brede Potomac-rivier.

In bijgebouwen werd de was gedaan, de rijtuigen onderhouden en het eten voorbereid en gekookt. Dit werd allemaal door slaven uitgevoerd, net als het werk op de akkers. Aan het eind van hun leven hadden de Washingtons meer dan 300 slaven aan het werk op hun plantage.

Mount Vernon

Het landgoed is flink uitgestrekt en nodigt uit tot een lekkere wandeling. Washington besteedde veel aandacht aan zijn tuinen met o.a. fruitbomen (kersen, appels en peren). Er loopt ook een pad parallel aan de rivier Potomac. Visserij was ook een belangrijk middel van bestaan voor deze plantage. De vis en andere producten werden vanaf hier per boot naar Alexandria vervoerd, destijds de grootste plaats in de buurt.

Bij zijn dood in 1799 werd Washington ook begraven op het terrein. Hij ligt in een eenvoudig tombe in een bakstenen gebouwtje, met naast hem zijn vrouw Martha. Ook hier staat één van de oudere dames van de stichting, die Mount Vernon beheert, op wacht. Met de massa’s toeristen die hier voorbij trekken lijkt me dat niet echt een pretje.

Mount Vernon

Washington nam zijn rol als boer zeer serieus. Hij richtte zich op het verbeteren van de 18e eeuwse landbouwtechnieken. Hij gebruikte mest, en wisselde zijn gewassen af om de grond niet uit te putten. Hij liet het verbouwen van tabak (een onvoorspelbare markt waarin hij heel wat geld verloor) achter zich ten faveure van tarwe en mais. Aan zijn landbouwmethodes is nu op het landgoed een openluchttentoonstelling gewijd.

Het meest in het oog springend is een 16-hoekige schuur. Hierin liet hij paarden rondjes lopen om het kaf van de tarwe te scheiden. De tarwe werd op de verdieping eronder verzameld door slaven en naar de molen gebracht die ook eigendom was van George Washington.

Ernaast ligt een nagebouwde slavenhut. Als er hier 300 slaven aan het werk waren, moet er haast wel een hele slavenstad geweest zijn en niet een enkel hutje.

In het museum aan het eind van de rondgang over het terrein wordt het leven van de persoon George Washington belicht. Van landmeter tot generaal in de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd tot plantagehouder tot president. Hij is echt een nationaal symbool hier in de Verenigde Staten.

Met de trein naar Philadelphia

Heb ik weken van tevoren gereserveerd, kom ik toch bijna te laat. De metro uit Alexandria doet er met allemaal horten en stoten niet een half uur over naar Union Station, maar bijna een uur. De Amtrak-trein van 9.25 uur staat al klaar. Ik zoek dus maar snel een plekje. Het is vrij druk maar ik vind toch nog twee plaatsen voor mezelf.

Het is een regionale trein, niet de snelste maar dat hoeft ook niet. Hij stopt onderweg in twee buitensteden van Washington, en verder in Baltimore en in Wilmington. Vanuit mijn raampje zie ik heel veel bomen en vervallen huizen voorbijkomen. Niet erg interessant dus ik ga maar wat lezen en naar mijn mp3-speler luisteren. Na een uur en drie kwartier komen we keurig op tijd aan op 30th Street Station in Philadelphia.

Het treinstation ziet er glimmend uit. Ik moet echter nog een stukje verder de stad in met de metro. Het metrostation is aan de overkant van de straat. Het is beveiligd als een fort, met allemaal hekwerken. Je betaalt hier met muntjes, 2 voor 2,90 dollar.

Als je met de metro naar het centrum van een stad gaat, is het altijd weer een verrassing wat je ziet als je weer bovengronds komt. Hier is het heel anders dan ik had verwacht. Ik kijk rond over het plein, en vooral het moderne bezoekerscentrum en blinkende wolkenkrabbers springen in het oog. Maar waar is de 18e eeuwse Independence Hall? Ah, het is vast dat bakstenen gebouwtje met de klokkentoren!

Alle koloniale gebouwen aan dit plein worden volkomen in de schaduw gesteld door latere constructies. Er staat ook een enorm ding wat wel op een luchthaventerminal lijkt. Het bevat niets meer of minder dan de Liberty Bell, de antieke bel van de klokkentoren van Independence Hall. Een ding van maar ongeveer een meter hoog – en dan zo’n groot gebouw eromheen met veel bewaking en wat simpele borden met uitleg.

Independence Hall is een gebouw uit de 18e eeuw waar de Verklaring van Onafhankelijkheid en de Grondwet van de Verenigde Staten werden ondertekend. Daarmee is het een sterk anti-koloniaal symbool (en een werelderfgoed). In deze Verklaring uit 1776 verklaarden de Verenigde koloniën in Noord-Amerika zich onafhankelijk van het Britse Koninkrijk.

Philadelphia

Bij het bezoekerscentrum kun je een gratis ticket ophalen voor een bezoek aan Independence Hall. Hierop staat het tijdstip vermeld wanneer je naar binnen mag. Mijn kaartje is voor 1 uur.

Ik zit in een groep met ongeveer 80 anderen. We moeten eerst een toespraak door een parkwachter uitzitten. De parkwachters hier zijn van de National Park Service (die ook de grote natuurparken in het zuidwesten beheren), en ze doen me altijd denken aan een soort oude padvinders.

In Independence Hall zelf bezoeken we twee kamers op de begane grond. Ze zijn ingericht met 18e eeuws meubilair. De ruimte aan de rechterkant is het gerechtshof, de ander de zaal waar het parlement bijeen kwam. Dit is waar het allemaal gebeurde, de besprekingen tussen de Amerikaanse staten en de ondertekening van de documenten.

Philadelphia

Tien minuten later staan we weer buiten. Het gebied dat nu Independence National Historical Park heet, herbergt nog meer overblijfselen uit dezelfde periode. Daar maak ik ook een rondje langs. De gebouwen zoals Library Hall (één van de eerste openbare bibliotheken) zijn gebouwd in de Georgiaanse stijl van het 18e eeuwse Engeland.

En dan is er natuurlijk ook nog Liberty Bell. Deze zou op alle belangrijke momenten in de jonge geschiedenis van de Verenigde Staten geluid hebben.

Philadelphia

In vergelijking met de National Mall in Washington die ik zondag bezocht, mist dat oude centrum van Philadelphia toch echt wel de grootse sfeer van een (voormalige) hoofdstad. Het is er desondanks flink druk met vooral binnenlandse toeristen.

Het weer is te druilerig om hier nog lang rond te hangen. Ik kijk nog een film in het bezoekerscentrum over de eerste maanden van het onafhankelijke Amerika. Dan stap ik weer in de metro naar het chique treinstation. Hier neus ik nog wat tussen de boeken en ga alvast eten. Om 16.55 uur brengt de trein me veilig terug naar Washington.

Fallingwater

Gelukkig schijnt de zon vandaag weer. Het wordt een reisdag, met een lang vooraf geplande tussenstop bij een meesterwerk van de moderne architectuur, Fallingwater. Het eerste half uur is het erg druk op de wegen rond Washington. Er zijn ook heel veel wegen, die allemaal met elkaar verbonden lijken te zijn. Net een spinnenweb.
Geleidelijk aan wordt het steeds rustiger en kan ik lekker op de cruise control rijden en genieten van het mooie weer en de landelijke omgeving.

Fallingwater ligt een half uur van de snelweg af. Er gaat een slingerweg naar toe, door de bossen en over groene heuvels. Het lijkt wel een beetje op Duitsland of Slowakije. Veel mooie, klassieke houten huizen hier ook. Het is zo afgelegen dat ik begin te denken dat ik misschien wel de enige bezoeker ben bij de rondleiding.

Maar als ik het terrein oprijd staan daar zeker al 40 auto’s! Het is dus niet voor niets dat je hier weken van tevoren moet reserveren.

Ik ben er om 12 uur, ruim op tijd voor de geplande rondleiding van 1 uur. Ik ga dus eerst maar even lunchen in het café (met een stevige Bison Chili Soup). Ook kijk ik wat rond in de dure maar mooie museumwinkel. Het hele terrein ziet er overigens zeer verzorgd uit. Het is eigendom van een regionale stichting, en niet van de grote National Park Service waarvan ik altijd het idee heb dat ze sinds de jaren ’70 niets meer aan onderhoud of nieuwe ontwikkelingen hebben gedaan.

Om half 1 mag ik al naar het huis, als onderdeel van een groepje van 15 man. Het is een eindje lopen door de bossen. In de regen zou dit toch een stuk minder fijn zijn. Nu is alles even prachtig.

Fallingwater

Je kunt het huis pas zien als je vlakbij bent. Via een bruggetje over de rivier kom je er. Op de brug kun je al heel mooi de karakteristiek uitstekende terrassen bewonderen; net als duikplanken in een zwembad, aan één kant ondersteund door balken en voor de rest zwevend.

Fallingwater werd ontworpen door de beroemde Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. Gebouwd werd het tussen 1936 en 1938, als buitenhuis voor de warenhuisfamilie Kaufmann (voor een prijs van 155.000 dollar). Het ziet er wat Japans uit aan de buitenkant. De naam Fallingwater komt van de waterval in de Bear Run-rivier waar het overheen is gebouwd.

Fallingwater

Een gids geeft ons een rondleiding door het interieur. Als materialen zijn walnotenhout, gewapend beton, natuurstenen platen en staal gebruikt. Ook zijn natuurlijke elementen hergebruikt, zoals een grote rots. Vrijwel alle kamers hebben een open haard, de centrale plek van het huis. Ook zijn er openslaande glazen deuren naar terrassen op verschillende niveaus. Het ziet er allemaal erg comfortabel leefbaar uit.

Naast het woonhuis van de familie Kaufmann is er ook nog een gastenverblijf. De gasten zaten er al net zo warmpjes bij als de eigenaren. De familie had ook vijf man personeel om zich te laten bedienen en voor het onderhoud van gebouw en terrein.

Het huis heeft geen garage of berging, want “dan verzamel je alleen maar rotzooi”. Wel is er een carport om de auto’s tegen weer en wind af te schermen.

Fallingwater

Zeer tevreden met dit bezoek aan een mogelijk nieuw werelderfgoed stap ik weer in de auto voor de laatste etappe van vandaag. Ik heb deze dag maar liefst vijf staten doorkruist: Virginia, Maryland, Pennsylvania, West-Virginia en Ohio.

Ohio

Vandaag reis ik van het noordoosten naar het uiterste zuidwesten van de staat Ohio. Ik laat mijn navigatiesysteem de weg bepalen, er is toch geen rechtstreekse snelweg die me bij mijn bestemming brengt. Wat volgt is een heerlijke toeristische route dwars over het platteland van Ohio.

Bijna 30% van de inwoners van Ohio is van Duitse komaf. Dat had ik al wel geraden door de vele keurig verzorgde houten huizen, en dorpjes zo uit een Amerikaans plaatjesboek. Ook wonen hier de Amish, de van oorsprong Zwitserse geloofsgemeenschap die nog geheel in de stijl van de 19e eeuw leeft. Ze hebben er zelfs speciale verkeersborden voor gemaakt zodat de 21e eeuwse automobilist waakzaam is voor plotseling opduikende paard en wagens (buggies).

Het bezoek aan Serpent Mound is de reden dat ik zo diep Ohio in moet. Serpent Mound (“Slangenheuvel”) is een geoglief – een tekening in of op de aarde. Het bekendste voorbeeld hiervan zijn wel de Nazcalijnen in Peru. Hier in Ohio hebben de Fort Ancient Indianen in de 11e eeuw een heuvel in de vorm van een slang uitgewerkt.

Ik stop nog netjes bij het hokje aan de ingang om te betalen, maar er is niemand. Het hek is wel open dus ik kan zo doorrijden. Helemaal de enige bezoeker ben ik ook weer niet, er staan nog drie andere auto’s. Personeel is er niet te vinden en het museumpje is ook gesloten. Dan maar op eigen houtje rondlopen, er staan borden met uitleg.

Serpent Mound

De slang is ongeveer 420 meter lang, van de opgekrulde staart tot en met opengesperde mond. Je moet wel goed kijken om de vorm goed te kunnen zien. Gelukkig is er een uitkijktoren bij gebouwd zodat je vanaf bovenaf meer overzicht hebt. Het is onmogelijk het ding goed op de foto te krijgen want hij ligt in een draai gekruld. Er is ook een wandelpad omheen gemaakt, om een beetje gevoel te krijgen bij de omvang en de kop en de staart. Heerlijk om hier zo in de zon te wandelen.

Serpent Mound

Verder gaat het daarna naar de zuidwesthoek van de staat. Dit is meer het land van de arme blanken in hun trailers dan Duitse welvaart. Veel Amerikaanse vlaggen en vijfpuntige sterren (barnstar) op en bij de huizen. En overal kerken en nog meer kerken. Ze zijn van verschillende protestantse gemeenschappen zoals de Christian Union Church en de First Baptist Church. Allemaal met uitnodigende teksten om toch vooral eens langs te komen: “Worship with us this Sunday”.

Nationaal Park Mammoth Cave

Mammoth Cave is het langste grottenstelsel ter wereld. Het heeft maar liefst 580 kilometer aan gangen. Vanaf mijn Bed & Breakfast in Brownsville is het maar een kilometer of 10 tot de ingang van dit park. Dat is maar goed ook, want het is zaterdag en het wordt al snel druk. Ik ben er al om 9 uur, en kan nog vrijuit kiezen welke tour ik ga doen.

Ik kies voor de New Entrance Tour. Dat is een ondergrondse wandeling van ongeveer twee uur. De entree kost 12 dollar. Er gaan heel wat mensen mee, zeker een stuk of 60. We worden eerst met bussen naar de ingang van de grotten vervoerd.

De “New Entrance” werd in de jaren twintig gemaakt door een lokale ondernemer, die een graantje mee wilde pikken van het ook toen al populaire toerisme naar Mammoth Cave. Deze man, George Morrison, plaatste borden langs de weg om bezoekers naar de ingang te lokken die hij had gemaakt (en niet de officiële). Ook had hij er een hotel naast gebouwd en verzorgde hij ondergrondse tours.

De tocht anno 2009 begint met een lange, steile ijzeren trap (in Morrison’s tijd waren dat touwen en later houten trappen). Het is allemaal vrij krap, als je heel lang of heel dik bent wordt het wel heel lastig.

De grot bestaat vooral uit lange gangen, 100 miljoen jaar geleden uitgesleten door de Green River. We lopen een eindje en krijgen dan een verhaaltje te horen van Park Ranger Michael. Er zijn veel kinderen op deze tour en die willen van alles weten.

De meeste delen van het grottenstelsel zijn droog, hier en daar drupt er nog wat water. In vergelijking met andere beroemde grotten in de wereld moet Mammoth Cave het niet van de druipsteen hebben. Er is op de tocht die ik doe maar één gedeelte waar je wat ziet. Het heet “Frozen Niagara” omdat het op een bevroren waterval lijkt.

Eenmaal weer bovengronds besluit ik nog wat van de rest van het park te gaan genieten. Het is heel mooi weer vandaag, een beetje zonde om die dag dan onder de grond door te brengen. Ik ga eerst even lunchen met een tosti in het café bij het bezoekerscentrum.

Daarna ga ik de “Turnhole Bend Trail” doen. Dat is een korte wandeling naar een uitkijkpunt over de Green River. Ik rijd er met de auto naar toe (we zijn tenslotte in Amerika), en parkeer aan het begin van de route.

Het is inderdaad maar een minuut of 20 lopen en dan heb je een mooi uitzicht over de plaats waar de rivier een U-bocht maakt. De Green River, die verantwoordelijk is geweest voor het uitslijten van de grotten hier, blijkt inderdaad groen te zijn zoals zijn naam aangeeft!

Mammoth Cave, Green River

Het is wel een lekker plekje om even te zitten. Er zijn nog wat andere mensen aan het picknicken, genietend van de zon. Dat doe ik ook een half uurtje, voordat ik terugrijd naar mijn Bed & Breakfast waar nog meer relaxen op het programma staat.

Wandeling naar Abrams Falls

De Abram Falls Trail is de meest populaire wandeling in de Great Smoky Mountains. De tocht is in totaal 5 mijl (8 kilometer) lang. Het pad gaat op en af, maar is nergens echt zwaar te belopen. Wel een lastige hindernis zijn de smalle bruggetjes: er liggen er 4 op deze route.

De hele wandeling, 3 uur lang, loop ik net achter of net voor deze drie houthakkers die dode takken of omgevallen bomen van het pad afhalen / afzagen. Ze vinden wel dat ik steeds beter wordt in het oversteken van de enge bruggetjes.

Cades Cove, Great Smoky Mountains

De Abrams Falls is het eindpunt van de wandeling, een bruisende waterval. Er zijn nog twee andere stellen aan het fotograferen. Er schijnen ook otters te leven in deze rivier. Ik zoek tevergeefs bij de boomstammen (als ik geen beer kan vinden dan maar een otter).

De Great Smoky Mountains staan bekend om de 1500 zwarte beren die hier leven. Ze eten besjes. Mensen vallen ze zelden aan: in de hele geschiedenis van dit nationaal park zijn er twee doden gevallen door een aanval van een beer. Terwijl er maar liefst vier mensen verdronken zijn hier bij de waterval!

Op de terugweg zie ik aan de andere kant van de bomen veel paddenstoelen groeien – net herfst inderdaad.

Er komen me nog wat groepjes wandelaars tegemoet, die me vragen hoe ver het nog is. En of de hele wandeling echt in 3 uur te doen is. Zelf ben ik na een kleine 3 uur terug bij de auto, net als het weer hard begint te regenen.

De tweede ochtend in dit gebied neem ik de Newfound Gap Road die dwars door het National Park loopt, van Gatlinburg (Tennessee) naar Cherokee (North Carolina). Langs de weg liggen een aantal uitkijkpunten die een mooi uitzicht bieden over de bossen en de bergen. De laatste inderdaad met de lagen “rook” waaraan het zijn naam ontleent.

Great Smoky Mountains

‘s Avonds onderneem ik de laatste poging om een ​​beer (of ander wild) te spotten. Ik ga terug naar Cades Cove, waar ik om 19.15 uur aankom. De ondergaande zon geeft de open velden een prachtige gouden glans. Er zijn meer auto’s dan overdag, veel van fotografen . Maar wederom geen beren! Alleen herten.

Bouwwerken van Thomas Jefferson

De derde president van de Verenigde Staten, Thomas Jefferson, was ook een invloedrijk architect. Hij las veel boeken over klassieke architectuur (o.a. van Palladio) en liet zich inspireren tijdens reizen door Europa. Zijn ideeën bracht hij in praktijk tijdens het ontwerp en de bouw van Monticello, het huis waar hij na zijn presidentschap ging wonen. Monticello (eigenlijk een landgoed / plantage) is nu een belangrijke toeristische trekpleister. Er is net een heel nieuw bezoekerscentrum bijgebouwd, met een enorme museumwinkel.

Monticello

Na het betalen van 20 US dollar entree mag je mee met een tour. Eerst brengt een shuttlebus je naar de ingang van het huis. Ik had er al veel foto’s van gezien, wat opvalt is dat het niet zo groot is. Je komt binnen in de hal waar ook de gasten van Jefferson moesten wachten. Deze is behangen met souvenirs uit alle werelddelen. Daarna volgen de andere kamers op de begane grond. Geen van allen zijn ze erg groot, maar wel mooi licht (door dakramen en hoge buitenramen). Het interieur is niet origineel: toen Jefferson stierf had hij hoge schulden, en veel van zijn bezit (ook zijn slaven) werd toen verkocht.

Na de korte rondleiding door de kamers van het huis mogen we vrij rondlopen op het terrein en ook de kelders bezoeken waar het personeel werkte. Een deel van het terrein, Mulberry Row, was waar de arbeiders en slaven van Jefferson leefden. Behalve de tuinen is er nu niet veel meer van over.

Monticello

Na Monticello rijd ik door naar het centrum van Charlottesville om daar de tweede helft van dit werelderfgoed te zien: de campus van de Universiteit van Virginia. Ik ben er zo, maar ondanks wat rondjes rijden en wat zijstraten proberen lukt het me niet een parkeerplaats te vinden. Al die Amerikaanse studenten ook die met de auto naar college gaan!

Dus ga ik meteen verder naar een ander beroemd werk van de architect Jefferson: Poplar Forest. Dit buitenhuis ligt in Bedford County, anderhalf uur rijden ten zuiden van Charlottesville. Het ligt goed verstopt op het platteland maar mijn navigatiesysteem leidt me er zo naar toe.

Jefferson startte de bouw van Poplar Forest in 1806 op grond die hij van zijn schoonvader had geërfd. Het was bedoeld als een buitenhuis voor hemzelf en zijn familie. Hij maakte er een achthoekig huis van.

Poplar Forest

Veel van de kenmerken van Monticello zie je ook hier: de dakramen en daardoor lichte kamers, de ondergrondse keuken, en de plantage waar tabak en later graan werd verbouwd door slaven. Er is één belangrijk verschil: Poplar Forest wordt op het moment nog gerestaureerd. Het was tot 1984 privé-bezit, en nu wordt het heel geleidelijk teruggebracht naar de staat die het had toen Jefferson er leefde. De muren zijn nog helemaal kaal en er is staat nauwelijks meubilair.

Er komen hier ook veel minder toeristen. Met een paar anderen krijg ik van een oude baas een rondleiding door het huis. Hij neemt er wat meer de tijd voor dan zijn collega van vanochtend. Grappig zijn de toiletgebouwtjes, die aan weerszijden van het huis zijn gebouwd en uit het zicht liggen door kunstmatige heuvels.

Na het diner, om een uur of 7, probeer ik het nog eens bij de Universiteit. Inderdaad lukt het me nu wel een parkeerplek langs de weg te vinden. Deze oude universiteitsgebouwen liggen midden in Charlottesville, een echte studentenstad.

Jefferson’s Academical Village werd in 1817 gebouwd vanuit de gedachte dat studenten en hun docenten (wetenschappers) dichtbij elkaar moeten wonen en werken om veel te kunnen leren. Het meest karakteristieke gebouw op het terrein is de Rotunda, van oorsprong een bibliotheek gebouwd naar voorbeeld van het klassieke Pantheon in Rome. De voorkant staat op het moment in de steigers.

University of Virgina

De Rotunda ligt aan de noordkant van een groot grasveld. Aan weerszijden daarvan zijn studentenhuizen en faculteitsgebouwen. Ze zijn allemaal aan elkaar gebouwd en verbonden via een passage. Het lijkt een prachtige plek om te wonen, ieder gebouw is in de neoklassieke stijl gebouwd. Omdat het zo warm is deze avond, hebben veel van de studenten de deur van hun kamers open staan. Zo kan ik fijn naar binnen kijken. Het zijn heel kleine hokjes, net cellen. Er passen net twee bedden en wat persoonlijke spullen in.

Colonial Williamsburg

Even na 10 uur, na 2 uur rijden, ben ik aangekomen in Colonial Williamsburg. Bij het bezoekerscentrum koop ik voor 34 US dollar een dagkaart waarmee je in alle gebouwen en musea mag. Het is heerlijk weer vandaag, dus ik zit regelmatig op een bankje en lunch in de buitenlucht.

Williamsburg

Colonial Williamsburg is een groot openluchtmuseum dat het plaatsje Williamsburg in de 18e eeuw moet voorstellen. Ik loop er tot 4 uur rond, bezoek het Folk Art museum en heb een rondleiding gekregen door het Capitool (de plek vanwaar het koloniale bestuur werd gevoerd).

Terugblik VS 2009

In april 2009 reisde ik 2 weken door het oosten van de Verenigde Staten. Ik bezocht niet minder dan 9 staten: Virginia, Maryland, Delaware, Pennsylvania, West Virginia, Ohio, Kentucky, Tennessee & North Carolina. Plus Washington DC, dat een status aparte heeft.

Dit deel van de VS lijkt erg op Europa: niet alleen de (koloniale) architectuur, maar ook het landschap deed me vaak denken aan Centraal-Europa (Duitsland, Slowakije). Twee weken bleek lang genoeg hier. Het zuidwesten van het land, waar ik in 2006 was, vind ik toch interessanter: het is veel exotischer en qua landschap extremer.

Algemeen
Dit deel van de Verenigde Staten kenmerkt zich door de vele patriottische monumenten en de link met Europa. Presidenten worden er vereerd als koningen. Echt origineel is er niet veel meer, veel is nagebouwd hoewel voor Europese begrippen toch niet zo oud. Leuk om een keer gezien te hebben, maar voor de culturele hoogtepunten moet je hier toch niet zijn.
Beter gesteld is het met de natuur: ik had een heerlijke week in Ohio, Kentucky en Tennessee, waar ik veel buiten kon zijn.

Verblijf
Washington Suites in Alexandria (Virginia) is een heel groot hotel met alleen maar suites. Dat betekent dus een o.a. eigen keuken met koelkast, gasfornuis en magnetron. En een fijn bureau om aan te werken (euh, internetten).

Er zit ook een restaurantje in het hotel. Daar de eerste avond lekker gegeten. Voor de gezelligheid hoef je er niet naar toe, het is een kruising tussen een café en een kantine. Het ontbijt is ’s ochtends ook daar. Na de eerste dag ben ik maar gaan doen wat de meeste andere gasten ook deden: koffie en broodjes ophalen en meenemen naar de kamer.

Prijs: 95 US dollar
Link: Washington Suites

Holiday Inn Express in St. Clairesville (Ohio) is een standaard motel aan de snelweg. Het ligt ook vlakbij de Ohio Valley Mall en een groot terrein met allerlei restaurants en een WalMart. Een leuke plek om ’s avonds nog even heen te gaan.

Kamer was netjes. Ontbijt ook zeker niet slecht, met bagels, cornflakes en yoghurt. En natuurlijk weer het wegwerpservies.

Prijs: 91 US dollar
Link: Holiday Inn Express


Serenity Hill in Brownsville (Kentucky) is een luxe en rustige Bed & Breakfast. Het ligt aan de weg naar Mammoth Cave National Park, zo’n 10 minuten rijden van de ingang.
Het huis met ruime tuin en veranda heeft 3 gastenkamers. Ik was echter de enige gast. Heerlijk bed en onwaarschijnlijk grote badkamer.
’s Ochtends is er een 3-gangen ontbijt met vers geperst vruchtensap (cranberry/druiven). Lief echtpaar uit Texas runt deze B&B.

Prijs: 71 US dollar
Link: Serenity Hill

Laurel Springs Lodge in Gatlinburg (Tennessee) is een Bed & Breakfast aan de uitvalsweg naar de Great Smoky Mountains. Karakteristiek houten huis, doet wat Zwitsers aan. Hier heb ik een knusse kamer.
Je kunt iedere dag uit een menu kiezen wat je voor ontbijt wilt (2 gangen) en hoe laat. Erg lekker en je zit in een lichte en mooi aangeklede ontbijtruimte. Ook zeer vriendelijke eigenaren (en geen andere gasten).

Prijs: 115 US dollar
Link: Laurel Springs Lodge

Hotel4
De English Inn in Charlottesville (Virginia) is een groot hotel met inderdaad een wat Engelse atmosfeer. Kamers zijn OK, maar al wel wat oud. Ontbijt is er helaas net zo triest als in de motels: plastic servies en wat bagels / cornflakes / koffie.

Prijs: 99 US dollar
Link: English Inn


Embassy Suites in Williamsburg (Virginia) is een typisch exemplaar van deze hotelketen. De kamers zijn allemaal suites, met aparte woon- en slaapkamer (allebei met een grote TV). Op mijn vorige reis door de VS heb ik hier ook al eens overnacht. Ik moet hier voor het eerst betalen voor het draadloos internet: 5,95 US dollar per 24 uur.

Prijs: 137 US dollar
Link: Embassy Suites

Eten en drinken
Echt lekker eten in een gezellig restaurant is niet iets vanzelfsprekends als je door de VS reist. Al snel kom je bij de beroemde ketens terecht, je hebt er heel veel die in elke plaats wel één of meer vestigingen hebben. Applebees en Tony Roma’s vind ik dan nog bij de besten horen.
Bij al deze restaurants geldt: kwantiteit i.p.v. kwaliteit, en snelheid i.p.v. gezelligheid. Je bent nog halverwege het hoofdgerecht en dan komen ze vragen of je nog een dessert wilt. Nee? Dan brengen we vast de rekening.
De prijzen liggen laag: 8 – 10 dollar voor een hoofdgerecht, in de wat luxere restaurants ca. 15 dollar.


Vervoer
De VS zijn gemaakt om met een auto door te rijden, dus rondreizen met een huurauto gaat prima. Alleen in de buurt van Washington was het druk. Verder heb ik veel op de cruise control kunnen rijden.
De benzine is hier nog steeds erg goedkoop: 2 US dollar per gallon (3,785 liter). Dus een volle tank voor 20 US dollar. Hieronder een foto van mijn gehuurde Toyota Yaris.

Leave a comment