World Heritage Traveller

Italie 2009

Written by:

Pienza

Vanaf het vliegveld van Bologna rijd ik in mijn zojuist bemachtigde blauwe Fiat Panda op de snelweg A1 naar het zuiden. Het is een tolweg, en ondanks dat hier ook wel aardig wat vakantieverkeer op de weg is rijdt het prima door.
Na 2 uur arriveer ik bij de poort van het middeleeuwse centrum van Pienza, een plaatsje met 2200 inwoners. Mijn hotel ligt aan deze toegangsweg, dus het is allemaal makkelijk te vinden.

Omdat ik zo langzamerhand wel trek heb in lunch, drop ik alleen even mijn spullen in het hotel en ga dan te voet Pienza in. Het is heerlijk zonnig weer, ik heb alleen een trui aan. Pienza is een stadje dat in de 15e eeuw helemaal herbouwd is op last van Paus Pius II, die er geboren was. Het hele centrum is daarom in één stijl gebouwd.

Ik vind al snel het fijnste plekje van de stad: een wandelweg over de stadsmuren, in de zon, uit de wind en met een wijds uitzicht over de Toscaanse heuvels. Snel haal ik twee lekkere broodjes bij een cafeetje in de buurt, en ga zitten genieten van het vakantiegevoel. En dat slechts 4,5 uur nadat ik van Schiphol vertrokken ben.

Pienza 002

Ik ben zeker niet de enige die er zo over denkt: twee oude vrouwtjes zitten ook op een bankje en kijken de voorbijkomende bezoekers al kletsend na. Het zijn meest Italiaanse dagjesmensen. Ook komt er nog een groep Japanners langs.

Het valt niet mee me los te maken van het bankje in de zon, maar ik ben hier ook nog om wat te bekijken. De belangrijkste monumenten liggen aan het centrale plein, dat ook al is vernoemd naar Paus Pius II (net als Pienza zelf). Groot en heel bijzonder is het allemaal niet. Ik ga even de kathedraal binnen, en ook snel weer uit.

Een stuk interessanter is het Palazzo Piccolomini. Dit is een stadspaleis met 3 verdiepingen en een ruime tuin. Het was eigendom van de familie Piccolomini uit Siena. Je kunt er alleen naar binnen met een rondleiding door een gids. Die wordt weliswaar in het Italiaans gegeven, maar is toch een goede manier om het allemaal op je in te laten werken.

De kamers van dit paleis uit de 15e eeuw staan en hangen vol met kunstschatten: schilderijen, tapijten, uniek meubilair. De familie Piccolomini was zeer rijk, en bracht verschillende vooraanstaande personen voort. Paus Pius II (daar is-ie weer) is er daar één van, net als zijn neef Paus Pius III. Je kunt de slaapkamer van Pius II hier bezoeken. Een ander familielid, Alessandro Piccolomini, verdiepte zich in de astronomie. Van hem zijn in het paleis nog verschillende globes en een bibliotheek overgebleven.

Net als veel andere gebouwen in Pienza wordt het paleis wordt gesierd met sgraffito, een techniek waar in het vers aangebrachte pleister op de muren een lijntekening wordt gekrast en ingekleurd. Dit geeft het effect van intense en kleurrijke muurschilderingen.

Pienza 028

Tegen 5 uur wordt het wel erg fris en heb ik het allemaal wel zo’n beetje gezien. Tijd om de warmte en luxe van het hotel weer op te zoeken.

San Gimignano & Siena

Het is erg mistig als ik deze ochtend om 9 uur in de auto stap. Maar ik moet eerst nog een aardig eindje rijden, en ik verwacht dat het wel weer opgeklaard zal zijn als ik mijn eerste bestemming (San Gimignano) bereik.

Geleidelijk aan wint de zon het inderdaad van de mist. Het wordt weer net zo stralend en lenteachtig als gisteren. Dat is maar goed ook, want anders had ik de befaamde torens van San Gimignano niet eens kunnen zien!

Het plaatsje van maar 7000 inwoners is helemaal omringd door een stadsmuur. Ik parkeer buiten de muren en klauter omhoog. San Gimignano blijkt een soort museumstadje te zijn, het enige dagelijkse leven dat er doorkomt is kerk en carnaval (twee praalwagens en een hoop confetti).

De voornaamste torens staan aan de twee grote pleinen. Het zijn huizen van rijke families uit de 13e eeuw. In die tijd stonden er maar liefst 72; nu nog maar 14. Ze zijn op z’n minst 50 meter hoog.

Ik doe het bijna nooit meer op reis, torens beklimmen (net zoals kerken binnengaan en lichtshows bijwonen). Maar alles draait hier om deze dingen, dus ik betaal 5 EUR en begin aan de klim van de grootste (Torre Grossa). Gelukkig hebben ze er een moderne brede trap van gemaakt, dus het is goed te doen. Boven kun je 360 graden in de rondte kijken over San Gimignano en het omliggende heuvellandschap.

San Gimignano

Onderaan deze toren ligt het Palazzo Communale. Dat is van binnen bewerkt met middeleeuwse fresco’s, het tweede handelsmerk van San Gimignano.

Rond lunchtijd rijd ik een half uurtje terug zuidwaarts naar Siena. Parkeren is daar gratis, maar het is dan ook nog een aardig eindje lopen naar het centrum. Ik begin steeds meer trek te krijgen en krijg visioenen van pizza’s. Maar vind die maar eens. Siena is een erg toeristische stad met alleen maar “echte” restaurants zo lijkt het. De eerste twee die ik probeer zitten vol. De derde, in een straatje achteraf, is nog half leeg. Net als gisteravond eet ik weer uitgebreid en tamelijk duur. De Toscaanse keuken is een echte boerenkeuken, zo gebruiken ze er nogal graag witte bonen en/of oud geworden brood. Toch is het wel lekker, maar niet zo goed als in het zuiden of op Sicilië.

Siena zelf heeft twee duidelijke hoogtepunten. Eerst ga ik naar de wit marmeren kathedraal. Hij lijkt een beetje op die in Florence, maar dat zullen ze als rivaliserende steden wel niet willen horen. Heel karakteristiek wit-zwart en favoriet bij duiven.

Het meest imposant vind ik het Piazza del Campo – een schelpvormig plein omringd door verscheidene monumentale gebouwen. Het plein zelf, niet eens zo erg groot, wordt twee keer per jaar gebruikt om de Palio (historische paardenrace) af te wikkelen.

Siena 088

Goud en verticale lijnen in Orvieto

Orvieto is weer zo’n middeleeuws stadje met een kathedraal, waarvan ik er inmiddels al wel genoeg gezien heb. Tenminste, dat dacht ik. Ik heb er dit keer zelfs anderhalf uur voor moeten rijden, en dan nog vanaf de parkeerplaats een heel eind met de lift omhoog om bovenop de ‘vulkanische plug’ te komen waarop het plaatsje gebouwd is: een enorme brok met gestold lava.

Maar als ik te voet bij het centrale plein arriveer, wordt duidelijk dat dit niet voor niets één van de mooiste kathedralen van Italië genoemd wordt.

Orvieto

De Duomo is een groot ding voor zo’n relatief klein plaatsje. De buitenmuren zijn simpel zwart-wit gestreept, net als die in Siena.

Echt verpletterend is de facade. Deze stamt uit de 14e eeuw. Echt geen centimeter is zonder versiering gebleven: goud, mozaïeken, bas-reliëfs. De meeste lijnen lopen verticaal, waardoor het aanzicht erg hoog en smal lijkt. De reliëfs en mozaïeken beelden bijbelverhalen uit. Het zijn er ontelbare, het is net een groot boek.

De toegang tot het interieur is via twee bronzen deuren. Deze blijven echter voor mij en de andere bezoekers gesloten omdat het lunchtijd is. Ik besluit niet te wachten: het mag dan een bijzondere kathedraal zijn, met de binnenkant van kerken ben ik meestal in 10 minuten wel klaar.

Dus stap ik maar weer in mijn Pandaatje en rijd vlot via de tolweg terug naar mijn standplaats Pienza.

 

Bij de dode Etrusken

De Etruskische begraafplaatsen van Tarquinia en Cerveteri stonden al heel lang op mijn werelderfgoed-verlanglijstje. Helaas liggen ze nogal afgelegen, ten noordwesten van Rome en slecht bereikbaar met openbaar vervoer. Eigenlijk stonden ze ook deze reis weer niet op het programma. Maar nu ik eenmaal in Italië nog eens goed op de kaart keek en ze toch wel binnen het bereik van een dagtocht leken, dacht ik “Nu of Nooit!”.

Ik vertrek dus deze dinsdagochtend op tijd, half negen. Een dun laagje ijs zit nog op de voorruit van de auto. Het is twee graden buiten. Deels via binnenwegen, deels via de A1 tolweg rijd ik in ruim twee uur naar Tarquinia. Een deel van deze weg heb ik gisteren ook al gereden, het is geen al te mooie route. Gelukkig wordt het geleidelijk aan wel steeds zonniger en warmer.

Tarquinia was de belangrijkste stad van de Etrusken. Dit pre-Romeinse volk leefde in Midden-Italië (Toscane, Umbrië, Lazio). Meer dan 6000 graftombes zijn er in de afgelopen eeuw ontdekt. Daarvan zijn er 20 open voor publiek. Deze liggen in een veldje iets buiten de stad. Ze dateren uit de 6e en 5e eeuw voor Christus. De meeste tombes zijn uitgehouwen in de rotsgrond, en waren verborgen onder grafheuvels. Nu hebben ze er stenen gebouwtjes overheen gezet.

Etrusken 002

Je kunt de tombes één voor één naar binnen. Steeds is er eerst een trap die je een paar meter schuin naar beneden voert. Dan sta je op ooghoogte met de grafkamer zelf. Voor het gemak hebben ze elektrische belichting opgehangen, die je via een knop start. Het licht geeft je zicht op de beschilderde muren van het graf: rood en blauw zijn de meest voorkomende kleuren. De afbeeldingen zijn talrijk, variërend van banketten tot jachtscènes. Ook zie je regelmatig valse deuren, als toegang tot het hiernamaals. Alleen de tombes van de rijken waren beschilderd, slechts zo’n 3%.

Etrusken 010

Bij de entreeprijs tot de grafmonumenten (8 EUR) is ook de toegang tot het Etruskisch-Archeologisch museum inbegrepen. Dit museum ligt in het centrum van Tarquinia, zo’n 4 kilometer van de graftombes verwijderd. Ik stap dus weer in de auto, en parkeer die even verderop net buiten de stadsmuren.

Het museum is gehuisvest in een oud paleis. Er zijn maar liefst drie verdiepingen met tentoonstellingsruimtes, allemaal voor de Etrusken. Hier zie je alles wat én de graftombes heeft gestaan & gelegen. De doden zelf werden in sarcofagen gelegd, met daarop een afbeelding van henzelf. Verder alle inhoud van de graven: standbeelden, vazen, potten, sieraden, urnen. Zelfs struisvogeleieren uit de Nijldelta (een begeerd luxeproduct voor de rijken). Ook kun je hier 4 gerestaureerde tombes zien, uit de tijd dat de enige manier om de schilderingen te bewaren leek om ze te verwijderen.

Vijfenveertig minuten verderop ligt Cerveteri. Hier ligt de Etruskische necropolis aan de rand van het plaatsje, tussen de volkstuinen. Liggen de graftombes in Tarquinia onder een veldje, dit is een heel park. Hier zijn maar liefst 1000 graftombes, sommigen al daterend uit de 9e eeuw voor Christus. De graven liggen hier nog bedekt onder heuvels (tumuli). En die zijn weer overgroeid met gras en struiken.

Op één stel na zijn er geen andere bezoekers op het uitgestrekte terrein. Er is een route uitgezet tussen de tombes door, het is allemaal een beetje spookachtig. Net als in Tarquinia kun je hier ook naar binnen in de graven. Maar de grafkamers zijn hier niet (meer) beschilderd. Sommige zijn wel mooi in steen bewerkt. De Tomba dei Relievi heeft bijvoorbeeld reliëfs van dieren, karren en gereedschap.

Cerveteri is een echte Necropolis – met recht een dodenstad. Het lijkt wel een soort Recoleta (de fameuze begraafplaats der rijken in Buenos Aires), maar dan met tumuli. Er is een hoofdweg, en er zijn zijstraten met kleinere, rechthoekige graven voor het gewone volk.

Etrusken 035

Het geheel heeft zeker aan mijn verwachtingen voldaan: Tarquinia en Cerveteri vullen elkaar ook goed aan, ze zijn heel anders maar toch gerelateerd. Voldaan begin ik dus aan de lange terugweg via de tolweg naar Pienza.

Assisi en het graf van Franciscus

Ook Assisi is weer gebouwd op een heuvel, de Asio. Helemaal op het topje ligt het Rocca Maggiore-fort. Daaronder het stadje van 25.000 inwoners. Ik parkeer mijn auto weer aan de voet van de berg en ga met de lift en te voet Assisi in. Het valt al snel op dat alle gebouwen hier zijn opgetrokken in één stijl en zijn gemaakt van dezelfde lichte kalksteen.

Dit is echt de drukste plek tot nu toe op mijn reis. Behalve Italiaanse dagjesmensen zijn er ook bussen met scholieren, Polen en Chinezen. Zijn het toeristen of pelgrims? Assisi is een bedevaartplaats vanwege de heilige Franciscus. Deze kleine arme man stichtte een broederschap gericht op armoede, eenvoud en naastenliefde. Je ziet hier dan ook regelmatig nonnen en monniken over straat lopen (in grijze, zwarte en bruine pijen). Daarnaast zijn er volop souvenirwinkels, met heiligenbeeldjes en monniken in allerlei soorten en maten.

Assisi 012

Ik loop eerst naar de Santa Chiara-kerk. Deze is genoemd naar Clara, de metgezellin van Franciscus die aan de wieg stond van de zusterorde de Clarissen. Het plafond van deze kerk is volledig beschilderd met fresco’s. Ook hangen er houten kruizen met Christus-beelden. In de zeer bonte crypte beneden staat haar graftombe. Ook zijn er relikwieën te zien van Clara (kleding en een plukje haar).

In het centrum van Assisi ligt het Piazza del Commune, het centrale plein. Hieraan ligt de nog zeer Romeins uitziende Tempel van Minerva uit de 1e eeuw voor Christus. Dit was een Romeinse tempel, maar is sinds de 13e eeuw ook een kerk geworden. En zo ziet het er van binnen ook uit, met veel schilderingen, lichtblauw en goud. Aan de overkant ligt het stadhuis (Palazzo del Podesta) met plafondschilderingen onder de toegangspoort.

Mijn ronde eindig ik bij de Sint-Franciscusbasiliek uit 1253. Het is een enorm ding gebouwd op een rotspunt aan de rand van de stad. Eigenlijk zijn het twee kerkgebouwen bovenop elkaar. De bovenste kerk is licht en groot, vol met middeleeuwse muurschilderingen over het leven van Franciscus door bekende Italiaanse schilders zoals Giotto. De onderste kerk is donker maar al evenzeer beschilderd.

Assisi 046

In een crypte onder de onderste kerk ligt de simpele stenen tombe van Franciscus. De atmosfeer is heel sereen en donker. Er zitten gelovigen geknield te bidden. De eenvoud van dit graf past bij zijn leven en opvattingen, maar staat in schril contrast met de pracht en praal die er omheen gebouwd is. Franciscus heeft zich dan ook vast al heel wat keren omgedraaid in dit graf.

Land 63: San Marino

San Marino is een enclave in Italië, en al een volledig zelfstandig land sinds 1296. In de middeleeuwen waren er in Italië wel 200 van deze stadstaten, maar San Marino is de enige die overgebleven is. Er wonen zo’n 30.000 mensen in het landje. Ze zijn verdeeld over 9 gemeentes.

Vanuit mijn standplaats Verucchio (een berg verderop) rijd ik in 20 minuten naar San Marino-stad – de hoofdstad. Er staat wel een bordje langs de kant van de weg om aan te duiden dat je San Marino binnenrijdt, maar er zijn geen grenscontroles of zo. Ze gebruiken er ook de Euro hoewel San Marino geen lid is van de Europese Unie. Ze slaan er wel hun eigen euromunten, leuk voor de verzamelaars en ook veel verkocht in de souvenirwinkels. Dit doen ze trouwens ook met hun postzegels.

SanMarino 009

In de zomer komen er hier veel toeristen, jaarlijks 2 tot 3 miljoen. Tegen de berg Titano waar de stad bovenop is gebouwd zijn dan ook een stuk of 12 grote parkeerplaatsen. Verder is er een kabelbaan die vanaf het plaatsje aan de voet van de berg naar het oude centrum boven gaat.

Ik parkeer op parkeerplaats P3, ongeveer halverwege de berg. Op een plattegrond die daar hangt zie ik dat vanaf dit punt een voetpad begint langs de drie middeleeuwse torens die San Marino ‘beschermen’. Dat lijkt me een stuk leuker lopen dan over de grote weg omhoog.

Het blijkt een steil bospad te zijn. Er ligt hier zelfs een beetje sneeuw! Op de pieken van de omringende bergen in de Apennijnen ligt nog heel wat, een mooi gezicht. Sowieso is dit een wandeling die het van de uitzichten moet hebben.

SanMarino 022

De middelste toren is die van het kasteel della Cesta. Hier koop ik voor 3 EUR een kaartje om binnen te kijken. Ze hebben er maar liefst twee verdiepingen met oude wapens, iets wat in ieder kasteel ter wereld tentoongesteld schijnt te moeten worden. Mij boeit het niet zo, en ook de dames die de wacht houden zitten er verveeld bij of zitten met elkaar te kletsen. Wel leuk hier zijn weer de uitzichten.

Na ruim een uur lopen sta ik voor de één van de stadspoorten die toegang geven tot het oude centrum. Ik had er van tevoren al over gelezen dat het niet veel zou voorstellen. En inderdaad, meer dan een paar middeleeuws aandoende (maar volledig in de 20e eeuw gerestaureerde) straatjes is er niet. Alleen het stadhuis, Palazzo Publico, is nog een kijkje waard.

Ik sluit mijn uurtjes in San Marino af bij de lokale Chinees – het enige alternatief voor al die dure en toeristische restaurants die in het centrum zitten. Mijn bezoek aan San Marino was kort en niet memorabel, maar het heeft me toch nog wat opgeleverd: hiermee kan ik officieel bezocht land nummer 63 en werelderfgoed nummer 307 afstrepen!

De mozaïeken van Ravenna

Vandaag ga ik op pad voor een snelle tocht langs de twee laatste werelderfgoederen. De een (Urbino) ligt ongeveer 100km ten zuiden van mijn standplaats Verucchio, en de ander (Ravenna) 100km naar het noorden. De dag begint met een valse start als ik onderaan de berg tot de ontdekking kom dat ik mijn camera ben vergeten. Dus maar weer terug.

Na anderhalf uur rijden, deels over de snelweg en deels over binnenwegen, arriveer ik in Ravenna. Ravenna is een vrij grote stad, en de monumenten met de beroemde mozaïeken liggen verspreid over diverse locaties. Een daarvan is zelfs in een andere stad, in Classe.

Nadat ik een parkeerplekje heb gevonden loop ik eerst wat oriënteringsloos door de stad. Maar er zijn wegwijzers naar de kerken. Je moet hier wel uitkijken waar je loopt, want Ravenna blijkt een stad van fietsers te zijn, ze passeren je aan alle kanten.

Als eerste kom ik bij de 6e eeuwse Basiliek van San Vitale. Hier betaal ik eerst de toegangsprijs van 8,5 euro die geldig is voor 5 van de belangrijkste monumenten.

Wat te zeggen over de basiliek? Het is een achthoekig gebouw, ergens tussen de Romeinse en Byzantijnse stijl. Het interieur moet worden gezien om te geloven: er zijn mozaïeken overal, op de vloer, op de muren aan het plafond. Veel goud, en heldere, christelijke symboliek en portretten.

Ravenna 002

Aan de achterkant van de basiliek ligt het Mausoleum van Galla Placidia. Galla Placidia is de mevrouw aan wie Ravenna al deze monumenten te danken heeft. Ze was de vrouw van de Romeinse keizer Constantijn III, en zelf ook een tijdje regent over het West-Romeinse Rijk. Ze was één van de eerste fervente Christenen, en gaf veel geld uit aan het laten bouwen en opknappen van kerken.

Het mausoleum is een klein gebouw. Toegang is beperkt tot 5 minuten, dus ik moet wachten met een paar anderen. Zeker het wachten waard – de mozaïeken hier lijken een beetje ouder en minder verfijnd. Maar wat een briljante blauwe mozaïek boven de entree!

Ravenna 019

Een ander cluster van deze vroeg-christelijke monumenten bevindt zich ongeveer 15 minuten te voet verderop. Naast de gigantische Duomo ligt hier het Baptisterium van Neon. Al net zo klein als het Mausoleum, maar ook op zijn eigen manier de moeite waard. De vloer en de doopvont (een voormalig Romeinse bad) zijn gemaakt van marmer met veel ornamenten. De mozaïeken hier bedekken een gedeelte van de muren en het plafond, ze maken het zeer fraaie totale interieur helemaal af.

Ravenna 046

Helaas moet ik er na twee uur weer vandoor, op weg naar het tegenvallende Urbino. Achteraf had ik beter extra tijd hier in Ravenna kunnen inplannen om zo ook nog de resterende van de 8 monumenten te kunnen zien.

Terugblik Italië 2009

Het was weer een aangenaam weekje in Italië, een land dat eigenlijk nooit teleurstelt. Dit keer kon ik mijn hart ophalen bij maar liefst 9 nieuwe werelderfgoederen. Daarvan vond ik de Etruskische begraafplaatsen in Tarquinia & Cerveteri en de mozaïeken in Ravenna het indrukwekkendst.

In vergelijk met het zuiden van Italië en Sicilië is het hier duurder en toeristischer. Ook vond ik het eten wat minder. Ze hebben bijna uitsluitend streekgerechten, met veel wild.

Praktische info

Zelfs in februari is het hier al mooi weer, zo bleek. De temperaturen waren niet zo hoog, maar er was veel zon en daardoor kon je gewoon buiten zitten en zonder jas rondwandelen.

Ik vloog vanaf Amsterdam met KLM naar het vliegveld van Bologna. Het is maar een klein vliegveld, alles heel eenvoudig te vinden en pal naast de snelweg.

Ik reed bijna 2000 kilometer in mijn gehuurde Fiat Panda, slecht 182 EUR voor een week. Een klein autootje, maar met een stevige motor. Er zijn heel veel wegen in deze streek, je kunt op allerlei manieren van A naar B komen. De beste wegen zijn de tolwegen. Daarnaast zijn er ook oudere snelwegen, die zitten vol met hobbels en gaten. Vaak mag je er niet harder dan 90 kilometer per uur. En dan heb je er nog ontelbare binnenweggetjes.

Pienza
Pienza is een sfeervol stadje. Een beetje toeristisch, maar niet tè. Er zijn leuke plekken om te zitten en volop restaurants.

Hotel
Arca di Pienza is een familiehotel aan de uitvalsweg vanuit Pienza. Mijn kamer (107) is ruim en luxe. Met balkon maar daar heb je in de winter niet zoveel aan. De kamers zijn wat tuttig ingericht, maar de familie die het hotel runt is erg vriendelijk en zorgzaam. Goed ontbijt met overheerlijke rauwe ham. En natuurlijk draadloos internet. Parkeren kan op een gratis publiek terrein aan de overkant van de straat. Er is een supermarkt 2 huizen verderop.

Weblink: Hotel Arca di Pienza
Prijs: 80 EUR

Eten
Je betaalt hier al snel 25-30 EUR voor voorgerecht, hoofdgerecht en water. Het best at ik bij het buurtrestaurantje Il Rossolino, met maar een paar tafeltjes en bediend door opa en oma. Ik had er picci (dikke spaghetti) & konijn verpakt als een soort worst met ham en zwarte olijven.

Verucchio
Verucchio is een dorpje op een heuvel, in de buurt van San Marino. Veel meer dan een pleintje en een paar straten is het niet.

Hotel
Oste del Castello had ik uitgezocht vanwege zijn hoge waardering op Booking.com (een 9.2). Dat vond ik het bij nader inzien toch niet waard. De kamer was prima en er was een heerlijk balkon in de zon. Voor 4 sterren had ik toch wel een ligbad en een meer internationaal ontbijt verwacht. Verder is het er behoorlijk gehorig, niet in de laatste plaats door het rare beveiligingssysteem. Dit moet je met een kaartje bedienen voor de achterdeur naar het parkeerterrein, de lift en de kamer, maar werkt bij bijna niemand echt goed werkt en gaat dan piepen.

Weblink: Oste del Castello
Prijs: 99 EUR

Eten
Het hotel heeft in de kelder een populair en goed restaurant. Met een kaart met streekgerechten volledig in het Italiaans. Dus woordenlijst meenemen is wel handig (zo at ik er een keer per ongeluk ‘zwijn’ in plaats van ‘konijn’).

 

Leave a comment