World Heritage Traveller

Slowakije 2008

Written by:

  1. Komárno
  2. Banska Stiavnica
  3. Naar Kosice via Gombasecka
  4. Kosice
  5. Oerbos in de Karpaten
  6. Bardejov
  7. Houten kerkjes in de Poolse grensregio
  8. Spis
  9. Hoge Tatra
  10. Traditionele dorpjes Cicmany en Vlkolinec
  11. Bratislava
  12. Terugblik Slowakije 2008

Komárno

In mijn zojuist gehuurde felblauwe Fiat Punto rijd ik richting Komárno, over een goede maar niet al te snelle weg die al vanaf het vliegveld van Bratislava staat aangegeven. Veel is hetzelfde als in Nederland: de rotondes, de Lidl, het vele vrachtverkeer en Amy Winehouse op de radio. Maar na een half uur rijden zie ik de eerste oude Skodaatjes. En dan meteen drie: in vaalrood, turquoise en felgroen. En nog een verschilletje: de Slowaakse medeweggebruikers hebben de gewoonte om zo ver mogelijk naar rechts te rijden, zodat je makkelijk met z’n drieën naast elkaar kunt rijden bij een inhaalactie. Echt hard rijden doen ze trouwens niet, de verkeerscontroles schijnen erg streng te zijn in Slowakije.

Het is zo vlak en groen als in Nederland, hier aan de oever van de Donau. Velden vol gele bloemetjes (echte natuurkenner hé?) vrolijken het landschap wat op. Net als de torenspitsen van de kleurrijke barokke kerken die je in ieder dorp ziet.

Komarno 051

De zon straalt gelukkig nog steeds en ik ga meteen weer op pad. Eerst naar het Europaplein met gebouwen die alle landen van Europa symboliseren. In of naast wat ik denk dat het “Nederlandse” gebouw is, zit nu een Vietnamees restaurant. Dit Europaplein is verder van een kneuterige gezelligheid. Er speelt een blaaskapelletje en mensen zitten met een ijsje in de zon. Morgen is het hier een feestdag (Dag van de Arbeid, 1 mei). Zo te zien is men al begonnen.

Het centrum van het stadje heb je in een half uur gezien. Dus weer verder aan de wandel. Komarno ligt aan de Donau, en daar krijg je toch beelden bij van romantische terrassen. De Donau is hier echter verstopt achter een spoorlijn en grote hijskranen en schepen. Dit is transport, geen romantiek. Ik loop over de brug naar de andere kant van de brede rivier, waar de Hongaarse helft van het stadje begint. Sinds 1920 loopt hier de grens en is de stad in tweeën verdeeld. Mensen lopen, fietsen en rijden dagelijks over en weer tussen de twee stadsdelen.

Komarno 074

Na een rustige avond en stille nacht ben ik de volgende ochtend weer vroeg uit de veren. Ik weet mijn auto nog net op tijd het centrum uit te navigeren: vanwege de feestdag zijn ze de kraampjes al aan het opbouwen. Voor ik Komárno verlaat wil ik eerst nog een kijkje nemen bij het immense, van oorsprong 16e eeuwse fort. Het ligt heel strategisch op de punt waar de rivieren Donau en Véh samenstromen. Het is gebouwd om de Turken uit het Hongaarse Rijk te houden. En het had succes, ondanks belegeringen gedurende 300 jaar. Je kunt er een stuk omheen rijden (lopend schijnt dat anderhalf uur te duren), maar van de buitenkant is er niet veel te zien. Het lijkt erg op de forten en andere elementen van de Stelling van Amsterdam (Pampus, Muiden etc).

Komarno 062

Banska Stiavnica

Het eerste deel van de rit van 150 kilometer naar Banská Stiavnica is vlak en saai, net als gisteren. In de buurt van Nitra, na een uurtje rijden, begint het opeens veel heuvelachtiger te worden. Veel groener ook. Het is prettig om hier te rijden, het vrachtverkeer heeft vrij vandaag en er is zowaar een stuk echte snelweg!

Vanaf de afslag Zarnicova/Banská Stiavnica gaat het de laatste 18 kilometer verder over een heerlijke slingerweg waar je niet harder kan of mag dan 40. Schattige dorpjes met bloeiende kersenbloesems wisselen af met restanten van oude mijnen en bijbehorende pastelkleurige Sovjet-flats. Bij iedere bocht vraag je je weer af waar je uit gaat komen. De spanning voor Banská Stiavnica, rijk geworden door het delven van goud in de 16e-18e eeuw en nu werelderfgoed, wordt zo goed opgebouwd.

Banska 048

En inderdaad: de eerste blik op Banska Stiavnica wekt indruk. Ik zie eerst, bovenop een heuveltop, twee kerken of kapellen behorend bij de Calvarie. De weg slingert zich dan verder over kinderkopjes naar het centrum van het stadje. Overal staan kleurrijke gebouwen. Sommige afgebladderd, andere fel in de gele, groene of oranje verf. Hier is ook mijn hotel, aan de hoofdstraat.

Als je door de steile en geplaveide straten loopt, krijg je een Ouro Preto-déjà vu. Banska Stiavnica is kleiner en minder uitbundig barok, maar heeft wel de charme van de Oude Wereld. En een aantal opmerkelijke bezienswaardigheden: de glimmende pestzuil natuurlijk, maar ook het mooie Nieuwe Kasteel en de Kloptoren die elke ochtend de mijnwerkers wakker maakte.

Banska 079

In de late namiddag besluit ik de Calvarieberg te gaan bekijken, die zo aantrekkelijk op een heuvel net buiten de stad staat. Ik ga met de auto, wat een goede keuze blijkt te zijn als ik de rode gezichten zie van de wandelaars die ik passeer. Je kunt beter je adem sparen voor de Calvariebergwandeling zelf.

Er is geen bord, maar als je de Calvarieberg op zijn best vanaf de hoofdweg ziet, is er een afslag naar links in een kleine geplaveide weg. Bij de ingang van de Cavalerie is er parkeergelegenheid voor een paar auto’s. De klim langs de verschillende kapellen naar de kerk bovenaan duurt ongeveer een half uur. Er zijn geweldige (Sound of Music-achtige) uitzichten op de omliggende weilanden.

Naar Kosice via Gombasecka

Verder oostwaarts gaat het vandaag, naar Kosice, zo’n 250 kilometer verderop. De lieflijk groene heuvels maken plaats voor steeds hogere bergen. Van een afstandje zie ik er zelfs één met sneeuw. Er zijn weer een paar stukjes snelweg, maar het meeste is toch een gewone tweebaansweg.

Aan het eind van de ochtend heb ik een tussenstop gepland in het Slowaakse Karstgebergte. Daarin liggen een aantal (druipsteen)grotten, die op de werelderfgoedlijst staan. Ze staan allemaal goed aangegeven. Ik kies voor de Gombasecka grotten, een paar kilometer vanaf de doorgaande weg. Er staan een paar auto’s, maar verder is het stil. Aan het loket verkopen ze me een kaartje voor de eerstvolgende rondleiding om 13 uur. Dat is nog een uur wachten. Helaas is er verder niets open om lunch of zoiets te kopen. Ik moet me voorlopig maar tevreden stellen met het zakje nootjes dat ik nog bij me heb.

slovakkarst 022

Tegen één uur begint het onverwachts echt druk te worden bij de ingang van de grot. Tientallen mensen zijn gearriveerd, meest Slowaken, Polen en Tsjechen. Het zijn er zelfs zoveel dat we in twee groepen van een man of 30 verdeeld worden voor de rondleiding. Beide gidsen blijken de rondleiding in het Slowaaks te doen (of iets wat daar op lijkt), maar dat maakt me niet veel uit. Het gaat om wat je ziet. De entreekaartjes controleren ze helemaal niet meer, dat zal wel door de drukte komen.

Ik ben niet zo dol op druipsteengrotten en heb er al een aantal gezien. Maar ja, het is een werelderfgoed en dan moet je wel. Dit is niet zo’n grote grot. De meeste wanden hebben een roodbruine kleur. Het drupt er nog steeds goed, dus komt mijn regenjack eindelijk goed van pas. De grotten staan vooral bekend om hun dunne stalactieten – een soort rietjes. Via smalle gangen komen we uit in een ronde zaal, waar vanaf de roodbruine en witte muren hele fijne, dunne draden naar beneden druppen.

slovakkarst 060

De rondwandeling door de grotten heeft zo’n 40 minuten geduurd – lang genoeg voor mij. Het wordt tijd om de laatste 70 kilometer af te leggen naar Kosice.

Kosice is de tweede stad van Slowakije en heeft ca. 235.000 inwoners. Van ver ziet het er als een echte industriestad uit met veel smerige pijpen. In een buitenwijk staat een echt enorme staalfabriek van US Steel. Slowakije is een goedkoop land om in te produceren.

Het mag dan een grote stad zijn, mijn hotel in het centrum heb ik dit keer zo gevonden. De rest van de middag besteed ik aan uitrusten en internetten.

Kosice

Na een gezond ontbijt (ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst 2 stuks fruit bij het ontbijt heb gegeten) wandel ik het centrum van Kosice in. Het is zaterdag, gezellig druk in de stad en heerlijk weer. Ook hier is het centrum weer op z’n minst autoluw te noemen. Wel rijden er trammetjes. Middelpunt is de Hlavna-straat, een brede boulevard met aan het begin en aan het eind een monumentaal gebouw en aan weerszijden veelkleurige burgerhuizen.

Kosice 029

Ik loop eerst richting de kathedraal. Het schijnt na die van Praag de grootste van Centraal Europa te zijn. Het dak is met goud belegd. Helaas is het nu niet open, van binnen schijnt het ook erg rijk versierd te zijn. Aan een zijstraat staat het gothisch puntige Jakab’s paleis, ook al zo’n pareltje dat in Praag niet zou misstaan.

Op de weg terug naar het noordeinde van de hoofdstraat stuit ik op een verzameling antieke auto’s, door de trotse eigenaars die er naast staan hier ter bezichtiging neergezet. Ze hebben echt oude exemplaren van o.a. Citroen en Chevrolet. Mijn aandacht wordt echter vooral getrokken door de oude Oost-Europese auto’s. Er is een Russische jeep waarvan de bestuurder/eigenaar zich met dikke snor en uniform heeft uitgedost. Marsmuziek schalt uit een al even oude radio. Naast Skoda’s en Trabantjes zijn er ook deze twee voormalige Lada-politieauto’s.

Kosice 008

Helemaal aan het einde van deze straat staat het Oostslowaaks museum. Eigenlijk twee musea: één met een natuurhistorische tentoonstelling met kasten vol mineralen, de ander met de menselijke geschiedenis. Prijsstuk van de laatste is een gouden schat die in 1935 bij werkzaamheden in de hoofdstraat is gevonden. Hij bestaat uit 2920 gouden munten. Ze liggen nu achter hele stevige kluisdeuren in de kelder van dit museum. Er zijn ook veel Nederlandse munten bij, onder andere uit Kampen en Zwolle. Ze dateren allemaal uit de 15e-17e eeuw.

Aan het eind van de middag ga ik op zoek naar het stadspark. Daar spelen ze deze zaterdag een veldslag na, zo las ik eerder deze week in een engelstalige Slowaakse krant. Als ik in het park loop hoor ik al een enorme knal, en vliegen de duiven me tegemoet. Rond een grasveldje staan honderden mensen. Op het terrein probeert een leger met kanonnen en geweren een dorpje met slechtbewapende mannen en vrouwen te veroveren.

Kosice 054

De strijd gaat gelijk op. Het kanon is het leukst, maar ook met de geweren wordt flink geschoten. De honden die door hun baasjes zijn meegenomen vinden het maar niets. Na een kwartiertje hangen overal kruitdampen op het terrein. Maar er blijft genoeg te zien, de ca. 60 spelers maken er een heel spektakel van. Uiteindelijk winnen de aanvallers toch nog en gaan er met de vrouwen van het dorpje vandoor.

Oerbos in de Karpaten

Vannacht heeft het geregend, en ook als ik op weg wil gaan ziet het er somber uit. Maar dat is niet zo erg, ik had toch al een autotochtje gepland. Ik ga nu naar het uiterste oosten van Slowakije. Daar, in de Karpaten, ligt een groot oerbos van beuken. En dat is een werelderfgoed en daarom moet ik erheen.

Ik had vooraf verwacht dat het armer zou worden naarmate ik verder naar het oosten zou gaan. Maar zo ziet het er aan de oppervlakte toch niet uit, de weg is nog steeds goed en alle dorpen en steden lijken nogal op elkaar. Beetje Duits/Oostenrijks, beetje traditioneel communistisch. Wel zie ik in een buitenwijk voor het eerst tussen de vervallen flats een huttenkamp van zigeuners.

Voorbij de stad Michalovce begint het bosrijk te worden. Wat heet: alle bergen in de omgeving zijn bedekt met dichte bossen. Ook de weg slingert zich af en toe tussen de groen bomen door. Ik ga er maar vanuit dat dit de beroemde beuken zijn (zonder beukennootjes kan ik ze wat moeilijk herkennen).

Beech 012

Het mooiste deel van de rit is in de buurt van het plaatsje Ubl’a. Vanaf hier is het nog maar 11 kilometer naar de Oekraïense grens. De puntige katholieke kerkjes maken hier in dorpjes als Rusky Hrabovec plaats voor kerken met koepels. Orthodox denk ik eerst, maar later lijkt Oekraïens-katholiek of Roetheens-katholiek meer waarschijnlijk. Deze groepen erkennen wel de paus, maar gaan verder hun eigen weg.

Beech 008

Bardejov

Het is maar een korte rit naar de volgende pleisterplaats, Bardejov. Slechts 67 kilometer, waarvan de eerste 25 tot aan Presov ook nog eens over een echt stukje snelweg. In die grote industriestad is het even opletten om de goede afslag te vinden, maar al snel rijd ik weer midden tussen de groene weilanden en de heuvels. Om 11 uur sta ik op de stoep van mijn hotel in Bardejov.

Bardejov 003

Na even uitgepakt te hebben ga ik meteen weer verder. Zes kilometer ten noorden van Bardejov ligt het dorpje Bardejov Spa. Dit is een echt kuuroord midden tussen de bomen en de vogeltjes. De auto moet je aan het begin van het dorp achterlaten. Ik slenter langs de grote, oude hotels en kom veel mensen in witte jassen tegen. Ook staan er overal bankjes langs de weg, waar vele gasten neerstrijken en (heel gezond) een sigaretje opsteken.

Mijn doel is niet het kuuroord maar de Skansen, het openluchtmuseum. Het gaat net open. Timmerlieden zijn nog druk bezig om de gebouwen weer klaar te krijgen voor de ‘drukte’ van de zomer. Het openluchtmuseum stamt al uit 1965 en bestaat uit kerkjes en boerderijen uit de regio. Voor de weer schamele som van 50 kronen (1,50 EUR), plus hetzelfde bedrag voor een fotocamera, mag ik naar binnen.

Bardejov 025

Soortgelijke gebouwen die ik hier nu bijeengebracht zie hoop ik morgen ook ‘in het echt’ te kunnen zien tijdens een rondrit door de grensregio met Polen op zoek naar oude houten kerkjes. Hier staan er ook twee. Het pronkstuk is ongetwijfeld de kerk van Mikulasova, die nog steeds in gebruik is. Het is een Grieks-katholieke kerk uit 1730. Ook van binnen erg origineel met donker hout en grote iconen.

Na een uurtje houd ik Bardejov Spa voor gezien en rijd terug naar het ‘grote’ Bardejov. Ik parkeer bij een supermarkt vlakbij het centrum. Hier zie je al meteen de dikke stadsmuren en torens die het middeleeuwse Bardejov moesten beschermen. In die tijd was het een belangrijke handelsstad op de route tussen de Baltische en de Zwarte Zee, als station tussen Polen en Hongarije.

Bardejov 046

Het stadje is groot gemaakt door Duitse handelaren uit Silezië – en die Pools-Duitse invloed is goed terug te zien op het fabelachtige centrale plein. De hele structuur van het plein en de omringende burgerhuizen is door de eeuwen heen hetzelfde gebleven. De huizen zijn wel regelmatig herbouwd omdat ze veel onder branden te lijden hebben gehad. Nu steken ze allemaal lekker in de (heel veel verschillende kleuren) verf.

Houten kerkjes in de Poolse grensregio

De zon schijnt al vroeg deze ochtend. Ik ga dan ook op tijd weg voor mijn tocht langs een aantal houten kerkjes in de grensregio met Polen. Waarschijnlijk worden deze later dit jaar toegevoegd aan het al bestaande Poolse werelderfgoed met soortgelijke kerken. Welke van de circa 50 bewaard gebleven exemplaren uitverkoren zullen worden weet ik echter niet. Voor de zekerheid zet ik er daarom een stuk of vijf op het programma.

De eerste ligt iets ten zuiden van Bardejov: de kerk van Hervartov. Het is een Rooms-katholieke kerk uit de tweede helft van de 15 eeuw. De buitenkant is van donker hout, een beetje zoals de Scandinavische houten stafkerken zoals Urnes.

Ik loop er een rondje omheen en bewonder ook de lichtblauwe graanhuisjes van hout en leem, die ik gisteren ook in het openluchtmuseum zag. Dan stopt er een bus voor de deur van de kerk waaruit een meisjesschoolklas stroomt. De vrouwelijke sleutelbewaarder komt ook aangesneld en zo kan ik ook mooi binnenkijken. Wat heet, ze heft zelfs 30 kronen entree en heeft ook souvenirs in de aanbieding. Het interieur met muurschilderingen, een Rococo altaarstuk en houten beelden is dat ook wel waard. Voor vrouwen is een speciaal deel van de kerk achterin (de babinec).

Houtenkerkjes 022

Daarna gaat het verder naar het noorden. Terwijl ik binnen in de kerk zat is het weer verslechterd: het is helemaal bewolkt en het regent zelfs een beetje. Een kilometer of 20 verderop sla ik van de doorgaande weg af het dorpje Jedlinka in. Hier lijkt het helemaal uitgestorven. De oude kerk van lichtgekleurd hout staat tegenover een glimmend zilverkleurig nieuwer exemplaar. Beide zijn Grieks-katholieke Roetheense kerken, zoals de meerderheid van de houten kerkjes in deze streek. Het hek is open en ik maak wat foto’s. Op de deur hangt een plakkaat met tekening en tekst (in Slowaaks en Duits) dat de sleutel te verkrijgen is bij nummer 9 in de straat.

Ik rijd echter weer door. De volgende kerk is die van Nizny Komarnik. Hier zijn we vlakbij Polen, ik passeer net een bordje dat de grens 10 kilometer verderop is. De kerk hier is relatief nieuw (1938), maar wel helemaal van hout en op een toplocatie boven het dorp. Ook hier is weer niemand te zien.

Bij het kerkje in Bodruzal is het een ander verhaal. Er is blijkbaar net een dienst afgelopen en er zijn nog twee vrouwen binnen. Enthousiast wordt ik binnengehaald en krijg een uitgebreide uitleg in het Slowaaks. En ook hier zijn weer entreekaartjes en souvenirs. Deze kerk staat bekend om zijn mooie iconostasis, een houten wand vol met iconen die het spreekgestoelte van de priester scheidt van daar waar de kerkgangers zitten.

Op de terugweg naar Bardejov stop ik nog één keer. In Hunkovce, bij een kerk pal aan de weg die ik op de heenrit al zag liggen maar waar ik zo snel geen parkeerplaats zag. Eén plekje is er wel degelijk. Langs de paarden en tussen de graven door maak ik mijn laatste ronde. Ook hier is aan de overkant van de straat al weer een moderne kerk verrezen (maar wel in dezelfde koepeltjesstijl).

Houtenkerkjes 056

Tot zover mijn kerkepad. Hopelijk zaten de ‘goede’ kerken erbij, maar dat zal pas in juli blijken!

Spis

Deze woensdag is het dan toch echt mooi weer. De hele lucht is blauw, geen wolkje te zien. Vandaag verruil ik Bardejov voor de Hoge Tatra. Het is niet zo’n lange rit, ongeveer 150 kilometer. Onderweg heb ik twee stops gepland: bij het Kasteel van Spis en in het plaatsje Levoca.
De rit gaat nu westwaarts. Na een kilometer of 100, met net een paar kilometer snelweg achter de rug, volgt er een slingerweg over een bergkam. En vanaf daar heb ik het uitzicht waar ik al de hele tijd op heb gewacht: een grote vallei, een rots met daarop het enorme kasteel van Spis en het Hoge Tatra-gebergte op de achtergrond. Echt een plaatje, maar stoppen voor een foto zit er op deze weg niet in. Pas als ik weer beneden tussen de weilanden ben sla ik een zijweggetje in voor een overzichtsfoto.

Bij het kasteel is een grote (gratis) parkeerplaats. Er staan maar vier andere auto’s en twee bussen. En dit is nog wel de grootste attractie van Slowakije! Je ziet hier echt weinig andere toeristen. Misschien dat het in het hoogseizoen anders is, maar nu zijn het vooral regionale dagjesmensen en schoolkinderen die ik tegenkom. Eergisteren in Bardejov heb ik voor het eerst deze reis een auto met Nederlands kenteken gezien.

Spis 015

De entree is hier voor Slowaakse begrippen heftig: 135 kronen (4 EUR). En voor dat geld moet je zelf nog heel wat klauteren. Het kasteel is in feite één grote ruïne met allemaal rotsen en stenen. De omvang en de ligging zijn imponerend, maar aan de ‘binnenkant’ is niet veel meer te zien. In een paar ruimtes is een museumpje gemaakt en er is natuurlijk ook weer een kapelletje in dit zo katholieke Slowakije. Verder is er steen, heel veel steen en dikke muren. De ridders hadden vanaf hier wel een mooi uitzicht over de plaatsjes in de omgeving.

Na de rondwandeling door het kasteel zit ik nog een tijdje in de zon op de binnenplaats en neem een ijsje. Ik hoor Frans en Duits om me heen: een paar ‘echte’ andere toeristen. Het lijkt wel vakantie.

Levoca ligt 15 kilometer verderop. Het heeft een Italiaans aandoend centrum in Renaissance-stijl waar vooral de kathedraal en het stadhuis opvallen. Allebei bijna te groot voor een klein plaatsje als dit. Er is nog een bijzonderheid, en dat is eigenlijk de reden dat ik hier even stop: voor het stadhuis staat een ijzeren kooi uit de 16e eeuw waar ze vroeger vrouwen in opsloten die zich niet wilden gedragen!

Spis 053

En dan is het tijd voor de laatste kilometers naar Novy Smokovec, het plaatsje in de Hoge Tatra waar ik de komende drie nachten verblijf. Je verwacht veel in hoogte te moeten stijgen, maar zo hoog ligt het helemaal niet. De wit besneeuwde bergtoppen lijken dichtbij, maar kunnen alleen via kabelbanen en skiliften (of hele lange wandelingen) worden bereikt. Morgen maar eens kijken of ik bij die sneeuw kan komen.

Hoge Tatra

Vanaf Stary Smokovec, niet al te ver van mijn hotel, vertrekt een kabelspoorlijntje omhoog naar Hrebienok op 1284 meter. In het treintje zitten serieuze wandelaars met stokken en zware rugzakken, maar ook veel kleine kinderen. Een enkele ouder heeft zelfs een wandelwagen mee. Ik kan me er geen voorstelling van maken hoe zwaar de tochten zijn die je boven kunt maken. De wandeling die ik vooraf heb uitgezocht is een rode route (voor geoefende wandelaars) van twee uur.

Tatra 026

De eerste tien minuten zijn ook met een wandelwagen nog goed te doen. Het is een breed bospad, egaal, goed bewegwijzerd en er zijn volop andere wandelaars. Aan weerszijden zie je veel omgevallen en omgehakte bomen. In het dal zie je dat ook heel erg, daar staat bijna geen boom meer overeind. Het lijkt wel of er een grote brand of lawine is geweest.

Het begon zo leuk, de wandeling, maar na een minuut of 20 komt er een zeer glibberig stuk. Leuk gezicht die sneeuw, maar het pad is ijzig. Ik heb niet de meest stevige schoenen aan en glijd al meteen onderuit. Als dat zo twee uur moet duren kan ik beter omkeren (hoewel naar beneden lopen ook niet fijn is op dit pad). Gelukkig ontdek ik dat het makkelijker loopt naast het pad, door het met naalden bedekte bos.

Tatra 030

De kilometers die volgen stijgen langzaam. In totaal zo’n 500 meter in hoogte op deze tocht. Het ijs maakt gelukkig al snel weer plaats voor bospad en grote stenen. Die laatste vragen ook nog heel wat concentratie waar je je voeten neerzet.

Toen ik vanmorgen vertrok was het erg bewolkt. Onderweg wisselen zon en wolken elkaar eerst af. Geleidelijk aan wordt de lucht echter steeds somberder.

Het laatste stuk van de wandeling is het pad alleen nog maar een randje in de sneeuw. Niet echt iets voor mensen met hoogtevrees: het is net alsof je op een skihelling loopt. Je kunt net je twee voeten kwijt op het pad. Als er een tegenligger komt moet je een goede plek uitkiezen om elkaar te passeren. Het begint ook nog eens zachtjes te sneeuwen.

Tatra 041

Na 2,5 uur geconcentreerd stappen komt gelukkig het eindstation in zicht: Skalnate Pleso, op 1751 meter hoogte. Het bestaat uit een kabelbaanstation en een berghut. In de verte zie ik ook de eerste skiërs.

Ik strijk neer in de berghut voor een warme kop koffie. Het oude mannetje dat hier (op z’n gemakje) bedient, heeft heel wat records op zijn naam staan. Posters en krantenartikelen aan de muren verhalen over de zware lasten die deze man op zijn rug de berg op heeft gedragen. De records gaan van 139 tot 196 kilo. Aan de foto’s te zien runt hij deze berghut al een groot deel van zijn leven.

Tatra 046

Met de kabelbaan ga ik dan terug naar beneden. Je kunt ook nog verder omhoog, naar een skigebied, maar ik vrees dat het weer daar alleen nog maar natter en somberder is. Het is nog een hele tocht met de kabelbaan naar Tatranska Lomnica, zeker zo’n twintig minuten. Hij stopt onderweg zelfs nog een keer bij een andere halte.

In Tatranksa Lomnica ga ik op zoek naar het stationnetje voor de trein die alle dorpjes aan de voet van het gebergte met elkaar verbindt. Het is allemaal goed aangegeven, maar helaas blijkt dat ik nog een uur op de trein terug naar Stary Smokovec moet wachten. Dan maar eerst lunchen. Er is een gezellig en goed restaurant achter het station. Daar besluit ik mijn berguitstapje met een vullend Slowaaks maal van met aardappel en kaas gevulde deegflapjes, gegarneerd met gebakken spekjes en zure room.

Traditionele dorpjes Cicmany en Vlkolinec

Vandaag hoop ik de donkere wolken te ontvluchten die iedere ochtend weer boven het Tatra-gebergte verschijnen. Ik ga naar twee traditionele dorpjes die een eind verder naar het zuiden liggen.

Cicmany is het eerste doel. Om hier te komen moet je de grote weg volgen die parallel aan het Tatra-gebergte loopt, tussen Proprad en Zilina. Het is een drukke weg met veel vrachtverkeer. Er zijn een paar stukjes snelweg, maar meestal moet je dwars door alle dorpjes en steden heen. Langs de kant van de weg staan mensen schapenkaas en honing te verkopen.

Terwijl het de hele rit stralend weer is geweest, is de zon weer achter de wolken verdwenen als ik Cicmany aankom. Dit dorpje in een afgelegen vallei is ooit gesticht door voor de Turken vluchtende Bulgaren. Zij hebben de traditie meegenomen om hun huizen met allerlei motieven te beschilderen.

Het is een langgerekt dorp, en ik zet mijn auto maar gewoon ergens langs de kant van de weg. Er zijn nog wat meer toeristen, onder andere op de fiets en op de motor. De motieven verschillen per huis: sommige hebben simpele rondjes en kruisjes, bij andere zijn het hele tekeningen. Het doet erg exotisch aan, mooi!

CicmanyVlkolinec 005

Midden in het dorp zijn twee huizen opengesteld als een museumpje. De houten huizen bestaan uit twee grote open ruimtes. Boven is er dan nog plaats voor twee kleine slaapkamers. Alle begeleidende teksten zijn helaas in het Slowaaks.

Ik lunch ook in Cicmany. Weer iets traditioneel Slowaaks van de kaart: Bryndzové Halusky. Dat zijn noedels in een saus van schapenkaas. Het blijkt net zo machtig als het klinkt, maar ik kan er wel weer een paar uur tegenaan.

Via grotendeels dezelfde weg als vanochtend rijd ik terug. Mijn tweede doel van de dag is het plaatsje Vlkolinec, net onder Ruzomberok. Dit is een werelderfgoed vanwege zijn traditionele lokale houten bouwwerken. Het is nog steeds druk onderweg, en bij de industriestad Martin kom ik zelfs in een file terecht! Dat wordt een half uur stilstaan in de inmiddels weer hete zon. Als de file weer is opgelost blijkt dat een busje en een vrachtwagen een kop-staart botsing hebben gehad, met veel blikschade.

Daarna is Vlkolinec gelukkig snel gevonden. Net als Cicmany ligt het in een afgelegen vallei. Via een smal slingerpad van vier kilometer kom je bovenop de heuvel waar het dorpje ligt. De omgeving is hier prachtig, alle omringende heuvels zijn met groene weides bedekt.

CicmanyVlkolinec 042

Vlkolinec blijkt een stuk toeristischer dan Cicmany. Je moet al entree betalen voor je het dorp in mag, en ook extra om foto’s te mogen maken. Gelukkig liggen de prijzen hier nog steeds laag (ca. 2 EUR).

Ik had al veel foto’s van het dorp gezien, en eerlijk gezegd valt het me nogal tegen. Het is ontzettend klein, je moet echt nog moeite doen om er een half uur rond te lopen. Het doet ook veel minder bewoond aan dan Cicmany.

Het dorp bestaat uit één weg die erg steil de heuvel oploopt. De mooiste huizen staan in ‘het centrum’, waar ook een kanaaltje doorheen stroomt en een oude houten klokkentoren te bewonderen valt. De huizen hier hebben een stenen fundering, met daarboven lagen van boomstammen die de muren vormen. Tegen de kou (neem ik aan) wordt er daarna nog leem overheen gesmeerd en ook nog een laagje verf.

Bratislava

Om half 9 in de ochtend vertrek ik voor mijn laatste lange rit door Slowakije: 340 kilometer naar de hoofdstad Bratislava. Voor het eerste deel neem ik dezelfde weg als gistermiddag. Al binnen een uur heb ik twee grote herten en een spookrijder voor de neus van mijn Fiatje! Gelukkig zien ze alle drie hun dwalingen snel in.

De rit verloopt vlotter dan gisteren. Er is vandaag veel minder vrachtverkeer. Tot er in een bocht toch weer een opstoppinkje aan het ontstaan is. Er is zojuist een vrachtwagen gekanteld. Dat had ik nog nooit van dichtbij gezien, echt een raar gezicht. Net een omgevallen schildpad. Het bewijst overigens maar weer eens dat de doorgaande wegen van Slowakije niet echt berekend zijn op het zware vrachtverkeer dat door het land dendert op weg naar het Oosten.

De laatste 170 kilometer is er dan eindelijk een echte snelweg. Volgens mij is dit de enige in het land. Er rijdt bijna niemand. Ik raas dan ook vrolijk door. Na alleen een keertje tanken kom ik om kwart over twaalf in Bratislava aan. Daar rijd ik op mijn gevoel zo naar het gereserveerde hotel.

Later op de middag loop ik de stad in. Het is hier heerlijk zonnig weer en de mensen zitten buiten op de terrassen. Er zijn hier meer toeristen dan ik in de rest van Slowakije bij elkaar gezien heb. Veel groepen, die wel met boten en bussen aangevoerd zullen zijn.

Bratislava 007

Ik ga eerst naar het Slowaaks Nationaal Museum. Daar hebben ze een interessante tentoonstelling over Slowakije in de 20e eeuw. Nogal een turbulente tijd, van het fascisme (Slowakije was een vazalstaat aan de zijde van Duitsland) naar het communisme. Maar ook over het relatief gelukkige huwelijk met Tsjechië en de scheiding. Films, TV-fragmenten maar ook spandoeken maken de historische gebeurtenissen aanschouwelijk.

Daarna is het even zoeken in de straten van het centrum naar de ‘Blauwe Kerk’. Je zou toch denken dat een blauwe torenspits vanaf overal te zien zou zijn, maar nee. Met behulp van mijn plattegrond kom ik er wel uit. Gelukkig maar, want dit is dé bezienswaardigheid in Bratislava. Het is een katholieke kerk (St. Elisabeth) gebouwd in 1907/1908 in Art Nouveau stijl. En hij is helemaal lichtblauw, zowel van binnen als van buiten! Het lijkt wel alsof Gaudí er met zijn vingers aan heeft gezeten.

Bratislava 018

Voor ik ook op een terras neerstrijk voor mijn laatste Slowaakse maaltijd, ga ik nog even naar waar mijn reis 11 dagen geleden begon: de Donau. De Donau is hier een heel andere rivier dan in Komarno – hier varen toeristenschepen af en aan naar onder andere Wenen en Budapest.

Terugblik Slowakije 2008

Van 30 april tot en met 11 mei 2008 reisde ik per huurauto langs alle uithoeken van Slowakije. Er stonden bezoeken aan 6 huidige en 2 mogelijke nieuwe werelderfgoederen op het programma. En natuurlijk nog wat andere leuke plekken.

Het werd een lekker ontspannen reis door een lieflijk, wat ouderwets land. Het (Noord)oosten van het land vond ik het mooiste: het bruisende Kosice, de schoonheid van Bardejov en omgeving en de vergezichten op de immer groene heuvels.

Komárno
Komarno betekent mug in het Slowaaks. Gelukkig heb ik die niet gezien. Het is een rustig plaatsje, aardig voor een tussenstop of een halve dag.

Hotel
Penzion Duna: vier kamers boven een groot (en prima) restaurant. Ligt middenin het centrum (goed zoeken als je met de auto bent). Behulpzame eigenaresse spreekt gebarentaal en een paar woorden Duits. Eenvoudige, maar ruime en schone kamer. Eigen badkamer. Kamer is voorzien van satelliet TV en draadloos internet. Parkeren kan op de afgesloten binnenplaats.

Prijs: 700 kronen (22 EUR)
Weblink: http://www.penzionduna.sk

Eten
Ook bij Duna. Regionaal (Oostenrijks/Hongaars), veel en goedkoop (5 EUR inclusief bier).

Banska Stiavnica
Hotel
Hotel Grand Matej: groot hotel met populair restaurant. Ligt centraal. Netjes en vriendelijk. Op sommige gebieden heeft het het net niet: gratis internettoegang is beperkt tot een half uur per dag en alleen in de lobby, de douchekop had geen haakje meer om aan te hangen en vooral een gebrek aan stopcontacten (’s avonds kiezen tussen óf TV kijken óf laptop opladen óf de schemerlamp aan). En geen bedlampje, wat een ramp is voor lezers.

Prijs: 850 kronen (25 EUR)
Weblink: http://www.grandmatej.sk/

Eten
Een keer gegeten bij het vriendelijke hotel Salamander: daar de traditioneel Slowaakse deegflapjes uitgeprobeerd. Lekker hoor. Ook een keer in het restaurant van Grand Matej gegeten. Beide keren voor een paar Euro.

Kosice
Kosice is een redelijk moderne grote stad in het oosten van Slowakije.

Hotel
City Residence: een aantal appartementen rondom een binnenplaats. Het gebouw lijkt niet veel aan de buitenkant, maar de kamers zijn heel modern ingericht en voorzien van hoge plafonds. In grote tegenstelling tot het hotel in Banska Stiavnica heeft men hier veel oog voor de details. Een lekkere luie stoel op de kamer, gratis water/koffie/thee/wijn, stadsplattegrond en folders, draadloos internet en satelliet TV. En om het helemaal af te maken een heerlijk ontbijt dat op de kamer wordt gebracht.

Prijs: 2200 kronen (70 EUR)
Weblink: http://www.cityresidence.sk

Bardejov
Bardejov is een klein stadje in een zeer mooie omgeving in het noordoosten van Slowakije.

Hotel
Bellevue Hotel: geweldig hotel bovenop een berg, ca. 3 kilometer buiten de stad. Rustig, mooie vergezichten, tennisbaan, zwembad en volop ruimte. Kamers zijn nieuw maar een beetje ouderwets ingericht. Wel een lekker balkon en natuurlijk ook weer draadloos internet.

Prijs: 1700 kronen (51 EUR)
Weblink: http://www.bellevuehotel.sk

Eten
Ik heb geen moeite gedaan om van de berg af te komen voor het diner. Het hotel heeft een uitstekend restaurant dat ook populair is bij mensen uit de buurt.

Novy Smokovec
Novy Smokovec is één van de toeristenplaatsjes onderaan het Tatra-gebergte. Het ligt op loopafstand (10 minuten) van Stary Smokovec, waar wat meer voorzieningen zijn.

Hotel
Villa Siesta: een soort pension, redelijk druk en gezellig. Paar dingen die niet helemaal klopten (balkon waar je niet op kon zitten, draadloos internet met beperkt bereik), maar verder wel goed.
Prijs: 1700 kronen (51 EUR)
Weblink: http://www.villasiesta.sk

Eten
In Stary Smokovec zijn verschillende restaurants, ook met grote terrassen. Ook heb ik een keer in het hotel zelf gegeten, was ook goed.

Bratislava
Hier, in de Slowaakse hoofdstad, ben ik maar één nachtje geweest. Is een niet al te bijzondere maar wel gezellige stad.

Hotel
Apollo Dukla Hotel: lijkt van buiten een communistische reus, maar is in werkelijkheid een chique en sfeervol modern hotel. Kamer is voorzien van alle luxe. Zeer uitgebreid ontbijtbuffet is in de eetzaal van het hotel, waar de wanden volhangen met koppen van opgezette dieren.
Prijs: 109 EUR voor een luxe kamer (er zijn ook goedkopere)
Weblink: http://www.apollohotel.sk/

Eten
In het centrum zijn volop restaurants met terrassen. Veel pizzeria’s ook.

Leave a comment