World Heritage Traveller

Spanje 2008

Written by:

  1. Andalusië
  2. Extremadura
  3. Terugblik Spanje 2008

Andalusië

Vanaf vliegveld Malaga is het ongeveer anderhalf uur rijden in mijn gehuurde Peugeot 207 naar de eerste pleisterplaats, Granada. De zon schijnt fel maar het is nog wel wat frisjes.

Granada
In 1991 was ik hier ook al eens, maar daar kan ik me eigenlijk niets meer van herinneren. De eerste middag ga ik te voet naar het centrum. Granada blijkt een uitgestrekte, drukke stad te zijn. Het is een aardig eind lopen voordat ik eindelijk op het centrale plein terechtkom. Echt mooi is het er niet. Massa’s mensen verdringen zich voor de Burger King. In een van de zijstraatjes stuit ik nog op een kleine Paas-processie.

De volgende ochtend begin ik aan mijn tocht naar het Alhambra. Weer lopend: ik heb net de bus gemist en ach, het is mooi weer. Na een steile klim van 20 minuten kom ik via de parkeerterreinen bij de loketten. Beter gezegd: bij de rijen voor de loketten. Hoewel ik er al om half 9 ben staan er toch al wel zo’n 300 man voor mij. Had ik toch maar vooraf via internet een kaartje besteld!

Via luidsprekers wordt meegedeeld hoeveel kaartjes er nog over zijn: 150 voor de ochtend en 750 voor de middag. De ochtend gaat dus niet meer lukken gezien de massa voor me. Pas na ruim anderhalf uur ben ik eindelijk aan de beurt. Ik ‘mag’ voor 12 EUR een kaartje kopen waarmee ik vanaf 2 uur het complex in mag. Toegang tot de paleizen is nog verder beperkt: daar moet ik me om 4 uur melden om naar binnen te gaan. Ik koop snel een broodje met een kop koffie als verlaat ontbijt, en ga dan terug naar het hotel om de tijd te overbruggen.

Granada 109

’s Middags om 2 uur sta ik weer voor de poorten van het Alhambra. Het is feitelijk een groot park bovenop de berg. Ik loop eerst naar het Generalife, waarvan de tuinen en vijvers het best bewaard zijn gebleven. Je ziet hier bloeiende mediterrane planten die voor een Nederlander wel exotisch overkomen. Het kaartjesgedoe mag dan vervelend zijn, maar het zorgt er wel voor dat het eenmaal ter plekke nog prettig toeven is.

Voor de lunch strijk ik neer op de binnenplaats van een klein hotelletje op het terrein van het Alhambra (América). Geweldig centrale locatie, en helemaal niet duur.

Bij de toegangspoorten voor de Moorse Paleizen is het weer in de rij staan geblazen. Ik kom toevallig achter precies dezelfde Oostenrijkers terecht als vanochtend in de rij voor de kaartjes. Hier bij de paleizen laten ze elke 5 minuten groepjes binnen. Daardoor kun je redelijk op je gemak binnen rondkijken. In ongeveer elke kamer van de paleizen zijn verfijnde versieringen en mozaieken. De beroemde Leeuwenhof, met een marmeren fontein gedragen door leeuwen, is helaas in restauratie.

Na de paleizen loop ik nog wat rond over het terrein, zit een uurtje in de felle zon en bezoek het oude kasteel (Alcazaba). Vanaf daar loop ik terug naar het centrum van Granada, via de oude straatjes van de wijk Albayzin.

Granada 041

Úbeda en Baeza
Vanuit Granada maak ik de volgende dag een tocht naar de stadjes Úbeda en Baeza. Die liggen een uurtje rijden naar het noorden, vlakbij de stad Jaén. Ze staan op de werelderfgoedlijst vanwege hun Renaissance-monumenten.

Borden langs de weg met ‘Patrimonio Mundial’ wijzen naar het historische Baeza, een sfeervol stadje ondanks de fabrieksrookpluimen die opstijgen uit de buitenwijken. De monumenten (voornamelijk openbare gebouwen) liggen verspreid over de stadskern tussen alle moderne gebouwen in. Het doet allemaal wat Italiaans aan. Het is lekker om hier anderhalf uur rond te lopen en ik zit even op een bankje met een ijsje.

De zusterstad Úbeda ligt een paar kilometer verderop. Úbeda en Baeza hebben zo veel monumentale gebouwen omdat ze het in de geschiedenis altijd tegen elkaar op genomen hebben: steeds meer, steeds luxer. Úbeda blijkt een veel drukkere en grotere stad. Parkeren gaat ook hier wel goed: direct onder het centrale plein. Het kost alleen wat meer moeite om het fameuze Vázquez de Molina plein te vinden, aan wegwijzers doen ze hier niet zo. Dit plein is omring door paleizen ontworpen door Andrés de Vandelvira, wiens standbeeld ook een prominente plek inneemt.

Ubeda 002

Úbeda en Baeza zijn aardige plaatsjes, maar het beste deel van de dag is toch de rit van en naar Granada. Langs de kanten van de weg zie je eindeloze olijfboomplantages.

Doñana Nationaal Park
Vanuit Granada vertrek ik vervolgens westwaarts. Aan de Spaanse zuidwestkust ligt het Doñana Nationaal Park, een moerasgebied bekend om zijn vogels en een werelderfgoed.

Donana2 019 - kopie

Toegang to Doñana Nationaal Park is alleen mogelijk met een gids. De individuele bezoeker moet het doen met de bezoekerscentra aan de randen van het park. Ik begin in Acebuche, met een lange wandeling over de met planken belegde paden. Deze voeren je langs de beste plekken om vogels te spotten. Er staan speciale hutten vanwaar je de beestjes kunt bespieden zonder dat zij jou zien en wegvliegen. Hier in het park zitten veel (water)vogels die ook in Nederland te zien zijn. Het park ligt op de overwinteringsvluchtroute naar Afrika voor de Hollandse vogeltjes.

Ik overnacht in El Rocio. Wat een bijzonder dorpje is dat! De sfeer is moeilijk uit te leggen, maar op Spanje lijkt het in ieder geval niet meer. Het heeft eerder iets Mexicaans. El Rocio is een beroemde bedevaartplaats met een heel opvallende kerk. Ook hebben verschillende Broederschappen vanuit heel Spanje hier hun huizen. Alle straten in het plaatsje zijn van zand. Lokale inwoners rijden rond op hun paarden. Het is net een cowboystadje. Er is ook een aantal hotels, restaurants en souvenirwinkels (toeristisch is het dus wel).
El Rocio ligt aan een groot meer, waar ook al veel vogels te zien en te horen zijn.


Na het ontbijt de volgende ochtend ga ik naar het bezoekerscentrum van La Rocina, net buiten El Rocio. Het is op een zelfde manier aangelegd als Acebuche, maar dan nog ongerepter. Zo vroeg ben ik een van de eerste bezoekers. Hoogtepunt van het hier uitgezette wandelparcours is de Arroyo de la Rocina, waar je vanaf een bruggetje de vogels kunt observeren. Maar dan moet je wel doodstil zijn – de meesten vliegen al meteen weg als ik op mijn tenen aan kom sluipen. Alleen de grotere vogels zoals de ibis en de reiger blijven zitten.

Een eindje verderop verandert het landschap in de cotos, het meest karakteristieke ecosysteem van Doñana. Het bestaat uit struiken, met heide en geurige kruiden als roosmarijn en lavendel. In dit gebied zitten alleen maar kleine vogeltjes die je wel hoort maar niet ziet. Het is wel een heerlijk gebied om doorheen te lopen, genietend van alle aroma’s (net als de volop aanwezige bijen).

Donana2 040

Extremadura

Na El Rocio gaat het weer noordwaarts. Langs Sevilla en parallel aan de grens met Portugal rijd ik via een rustige snelweg naar Mérida. Daar verblijf ik de drie laatste nachten van mijn reis.

Nadat ik me in het hotel heb geïnstalleerd, maak ik het eerste rondje te voet door de stad. Ik kom meteen bij de Romeinse theaters. Mérida was in de Romeinse tijd een belangrijke provinciehoofdstad. Voor 10 EUR koop ik een kaartje dat me de komende dagen toegang geeft voor alle (Romeinse) bezienswaardigheden in Mérida. Het eerste complex dat ik binnenga bestaat uit een amfitheater en een ‘gewoon’ theater. Dat laatste heeft nog spectaculaire marmeren zuilen die het podium vormgeven.

Merida 014

Aan het zelfde plein als de theaters ligt een modern museum over de Romeinen. Hiervoor moet je apart entree betalen (2,40 EUR), maar het is zeer de moeite waard. In dit enorme gebouw zijn verschillende tentoonstellingen over de Romeinse tijd, vooral gelinkt aan deze regio. Zo wordt het verhaal verteld van de Via de la Plata, de belangrijkste handelsweg in West-Spanje.

Ik vervolg mijn wandeling door de stad langs wat kleinere monumenten (zoals de tempel van Diana) die verstopt liggen tussen de moderne gebouwen. Een groot deel van het stadscentrum is geheel of gedeeltelijk autovrij. Wel prettig lopen dus. Ik loop helemaal door totaan de oude Romeinse brug over de rivier. Een mooie stad vind ik het eigentijdse Mérida verder niet, er zijn veel gebouwen in verval en echt gezellige terrassen kan ik ook niet vinden.

Guadalupe
De volgende dag is het weer tijd voor een dagtocht naar een werelderfgoed. Het klooster van Guadalupe staat op het programma. Dit was eeuwenlang het belangrijkste klooster van Spanje, en sterk verbonden met de Ontdekking van Amerika. Veel van de Spaanse conquistadores waren afkomstig uit deze streek. Het klooster is nu nog steeds een belangrijke bedevaartsplaats vanwege het zwarte Madonna-beeldje.

De rit ernaar toe kost me anderhalf uur en is vrij saai. Het dorpje Miajadas (‘de tomatenhoofdstad van Europa’) verdient een eervolle vermelding. Dat is vol met verkeersdrempels en verkeersborden die de maximum snelheid afwisselend op 20 en 40 km stellen. En je moet het hele uitgestrekte dorp door, geen pretje.

Nog wat slingerwegen en opeens sta ik dan met mijn autootje midden op het centrale plein van Guadalupe. Het verhoudingsgewijs enorm lijkende klooster ligt ook aan dat plein, wel een onverwachte plek (meestal liggen kloosters ergens eenzaam op een berg in een afgelegen gebied). Parkeren kan (gratis) gelukkig even verderop.

Je kunt alleen naar binnen met een rondleiding met gids. Dit kost 4 EUR en is een massale gebeurtenis. In een groep van een man of 50 word je door allerlei zalen geloodst. Uitleg is alleen in het Spaans. De sacristie is de mooiste ruimte, helemaal bedekt met muurschilderingen. Het hoogtepunt bewaren ze voor het laatst: een Franciscaner monnik draait aan een paneel en daar verschijnt het zwarte Madonna-beeldje, in een geel gewaad gezeten op een gouden troon.

Guadalupe 002

Het is inmiddels zaterdagochtend, en voordat ik naar mijn laatste werelderfgoed Caceres afreis doe ik nog een rondje Romeinse monumenten in Mérida. Ik loop naar de overblijfselen van graftombes en een villa. De villa is nog redelijk compleet en heeft een aantal aardige mozaïekfragmenten. Er zijn nog veel meer Romeinse monumenten in Mérida (zoals een circus en baden) waar ik niet ben geweest. De staat van de individuele stukken hier is niet heel bijzonder (in Italië zelf zie je veel betere exemplaren) maar het totaal maakt het toch wel een bezoek waard.

Columbarios

Caceres
Caceres is in een uurtje makkelijk per snelweg te bereiken vanuit Mérida. Het is een grote, levendige en sfeervolle stad. Je moet eerst de hele stad door voordat je bij het oude centrum komt. De stad staat bekend om zijn stadsmuren en torens, maar die zie je niet van ver.

Voor 1 eurocent per minuut kan ik centraal parkeren in een parkeergarage. Vandaar is de route naar de oude stad bewegwijzerd. De grote torens trekken natuurlijk onmiddelijk de aandacht. Ik klim op de Torre del Bujaco, de meest prominente toren. Zo kun je mooi over de rest van de buurt uitkijken. Je kijkt ook de vele ooievaars in het gezicht die hier op de torens hun nest hebben gemaakt.

Caceres 079

De smalle straatjes zijn rustig. Alle gebouwen zijn in een vergelijkbare stijl, in ieder geval met vergelijkbare stenen gebouwd. Het is mooi, maar ook erg museumachtig omdat hier niet meer wordt geleefd.


De laatste zondag in Spanje rest alleen nog de lange rit terug van Mérida naar Malaga.

Terugblik Spanje 2008

Nadat mijn reis naar Syrië op het allerlaatse moment werd geannuleerd (vanwege uitgevallen vluchten), zocht ik een eenvoudig alternatief. Maar wel met mooi weer en een aantal nieuwe werelderfgoederen natuurlijk. Een vlucht naar Malaga bleek zelfs 2 dagen voor vertrek nog eenvoudig te boeken. Een huurauto en een eerste hotel volgden al snel, en zo richtte ik mijn vizier op Andalusië en Extremadura.

Met Granada en Mérida als pleisterplaatsen legde ik in totaal 1900 kilometer af en bezocht 5 nieuwe werelderfgoederen. Hoogtepunt van de trip was het Doñana Nationaal Park en het daarbij gelegen plaatsje El Rocio.

De provincies Andalucië en Extremadura liggen in het zuidwesten van Spanje. Ik was er eind maart, en zelfs toen was het er al warm (22 graden) met volop zon. In Granada kan het ’s ochtends vroeg en ’s avonds nog wel koud zijn, dat ligt wat hoger.

Vervoer
Met Transavia reisde ik vanuit Rotterdam naar Malaga. De vlucht zat goed vol, met veel gezinnen met kinderen en ook opvallend veel Belgen.
Vanaf het vliegveld van Malaga ben ik met een huurauto verder gereisd. Tussen alle grote steden in het zuiden zijn snelwegen. Het is er over het algemeen niet druk, behalve op de ringwegen van steden zoals Sevilla en Granada.

Accommodatie
Ondanks dat Zuid-Spanje toch wel een erg toeristisch gebied is, liggen de prijzen relatief gezien laag. Ik heb in de volgende drie hotels overnacht:

Hotel Macia Real de Alhambra in Granada: modern (vier sterren) hotel aan de weg naar het Alhambra. Parkeren kan in de eigen parkeergarage. Bus 13 brengt je naar boven, naar het Alhambra. Naar het centrum (de andere kant op) rijden de bussen 13 en 33. Grote kamer. Draadloos internet.
Prijs: 70 EUR exclusief ontbijt

Hotel Toruno in El Rocio: karakteristiek (twee sterren) hotel in het fraaie El Rocio. Vanuit mijn kamer had ik uitzicht op het meer en kon de hele dag vogels horen fluiten. Eenvoudig ontbijt.
Prijs: 55 EUR inclusief ontbijt

Hotel Velada Mérida in Mérida: groot hotel (vier sterren) in een woonwijk, maar 10 minuten lopen van de Romeinse theaters. Het heeft een zeer goed eigen restaurant en een cafetaria waar de gerechten uit dezelfde keuken komen. In die cafetaria kun je ook al voor een paar Euro ontbijten of alleen een koffie of drankje nemen. Gezellige sfeer ondanks de omvang van het hotel. Er is draadloos internet. Parkeren kan aan de straat of tegen betaling op de parkeerplaats van het hotel.
Prijs: 70 EUR exclusief ontbijt

Eten
De keuken is hier vrijwel uitsluitend regionaal of traditioneel Spaans. In een buitenwijk kom je nog wel eens een McDonalds tegen en een Italiaanse restaurants zijn er ook, maar daarmee houdt het exotische wel op.
De etenstijden zijn ook zeer Spaans: de lunch tussen 2 en 4, het diner vanaf een uur of 9.

Migas, gemaakt van broodkruimels, knoflook en olijfolie.

Leave a comment