Ilulissat
Het stadje Ilulissat is veel groter dan ik dacht. Er zijn veel slingerende weggetjes en alle huizen staan kriskras tegen de hellingen geplakt. De huizen zijn allemaal van hout en in vrolijke kleuren geschilderd. De meeste mensen die je op straat ziet zijn inheemse Groenlanders, op weg naar hun werk of om boodschappen te doen. Echt heel veel toeristen zie je nu ook weer niet, ik had er veel meer verwacht. In de tuin van ieder huis liggen wel enkele sledehonden aan de ketting te wachten tot het weer winter wordt.
De eerste middag in de stad breng ik voornamelijk door op het terras van Café Ilulilaq. Het ligt centraal en zo kun je het kalme leven in Ilulissat wat aan je voorbij zien trekken. Grappig is dat er toch nog aardig wat auto’s rondrijden terwijl er op Groenland geen wegen zijn die plaatsen met elkaar verbinden. Je koopt dus een auto alleen om in je eigen woonplaats mee rond te rijden.
Bij het café hebben ze twee loslopende jonge sledehondjes, heel schattig. Aan hun gebedel te zien krijgen ze regelmatig wat mee van de gasten. De zon schijnt deze middag fel, het voelt aan als zo’n 20 graden.
Beetje cultuur
Aan het eind van mijn reis heb ik nog een volle dag in Ilulissat. Ik besluit nu op mijn gemak wat cultuur op te zoeken.
De Zion kerk is een donkerbruin houten kerk die scherp afsteekt tegen de blauwe lucht en het blauwe water. Naar binnen kun je er alleen op zondag, dus ga ik er een tijdje buiten op een bankje zitten. Ik zie een oudere man en vrouw die met een groot vat aan komen lopen. Ze lopen naar de waterkant, en halen daar brokken ijs uit het water. Deze gaan in het vat: een prima vrieskist.
Ik kijk verder wat rond in de souvenirwinkels, maar veel bijzonders hebben ze niet. Alles is in elk geval duur. Je kunt een zeehondenvelletje kopen voor 50 EUR.
Ook bezoek ik het Knud Rasmussen-museum, gewijd aan de expedities van deze geboren inwoner van Ilulissat (1879). Hij heeft veel voor de studie van de mensen en de taal op Groenland betekent. Behalve foto’s en wat gebruiksvoorwerpen hebben ze in het museum ook heel grote en bijzondere zeehondenvellen.
Sermermiut Vallei
Met busjes worden we om kwart voor negen naar het vertrekpunt voor de wandeling door de Sermermiut Vallei gebracht. Dit bespaart ons een half uur lopen door de minder interessante buitenwijken van Ilulissat. Hier zie je nog meer aangelijnde sledehonden dan in het centrum.
Tijdens de wandeling
We doen de Blauwe route van slechts 10 kilometer. Het eerste deel van de wandeling, de stad uit, gaat door een kloof bedekt met mos, stenen en bloemetjes. Het is flink klauteren, een echt pad is er niet. Soms zak ik weg in het wel heel drassige mos.
Voor het eerst gebruik ik ook het muskietennet. Dit draag je om je hoofd, en je hebt het echt nodig in Groenland (net als sterke muggenolie). Het ziet er niet uit, maar je ziet ook zelf niets meer zoals blijkt. Het is een beetje zoals wandelen met een zonnebril op: de echte scherpte en diepte ontgaat je, en dat is niet zo handig op oneffen terrein. Om goed over de stenen en langs de plassen water te navigeren kun je maar beter goed zicht hebben. Alleen op de plekken waar we even stoppen om uit te rusten is zo’n netje voor je gezicht wel handig, anders zoemen tientallen grote steekmuggen maar om je heen.
De gletsjer
Bovengekomen hangt er hier ook veel mist, net als vanochtend bij het hotel. Dat is erg jammer van de uitzichten die hier nog wel zo mooi moeten zijn. We lopen langs de rand van het ijsfjord maar zien niets. Wel staan we even stil bij oude Inuit begraafplaatsen en hun zomerverblijf. Er is niet veel meer over van de oude Inuit-cultuur.
Bij de Kaellingeklöften (Zelfmoord klif) kun je de massa aan ronddrijvende ijsschotsen, groot en klein, goed van dichtbij bekijken. Er lijkt niets te bewegen, maar zo af en toe hoor je wat kraken (een soort donderslag in de verte). Dan breekt er weer een stukje af. Ondanks dat de mist het uitzicht beperkt vind ik dit toch al erg indrukwekkend. Ik neem me voor hier aan het eind van de reis (hopelijk bij beter weer) nog eens langs te gaan, dit punt is eenvoudig te bereiken vanuit Ilulissat.
Terwijl we weglopen van de klif kijkt iemand achterom en zegt opeens “Het klaart op!”. En inderdaad, opeens zie je de toppen van de echt grote ijsbergen boven de mist uit verschijnen. Snel gaan we terug en nemen onze kijkposities weer in. Het is net of binnen een paar minuten tijd een sluier wordt weggetrokken. Pas dan zien we de enorme omvang van deze gletsjer, met hoge ijsbergen, kathedraalachtige pieken en kleine ijsschotsen in vele verschillende vormen. Het is echt adembenemend.
Het laatste stuk van de wandeling (we zijn zo’n 7 uur onderweg geweest) is het weer drassig en komen de muggen weer in actie. Je loopt ze maar een beetje moedeloos weg te slaan, net als vliegen onder de Afrikaanse zon. De muggen hier zijn een stuk groter en aggressiever dan in Nederland, en ze zijn met heel veel tegelijk. Een plaag, maar gelukkig zitten ze niet overal. In de stad Ilulissat zie je ze veel minder. Ook bij wind heb je geen last van ze. ’s Avonds als ik in bed lig zie ik ze nog voor mijn ogen dansen!
Ilimanaq
’s Ochtends om 10 uur vertrekken we met een houten motorboot naar Ilimanaq, een dorpje aan de andere kant van het ijsfjord. Het is bewolkt vandaag, en op het dek dus flink koud ondanks de dubbele laag kleding en een extra fleece-deken.
We varen rustig tussen de ijsbergen door. Af en toe zie je er eentje waarop alle meeuwen uit de omgeving zich verzameld hebben. Verder is het erg stil. We passeren slechts één vissersboot.
De ijsbergen hebben veel verschillende vormen en formaten. Sommige lijken wel ijssculpturen, andere zijn net afgesneden hompen. Je ziet ze ook met blauwe “aders”, waar water zich een weg heeft gevonden.
Rond het middaguur komen we aan in Ilimanaq. In dit dorp wonen een kleine 100 mensen. Er is een aardig gevulde supermarkt, een kerk, een begraafplaats en verder zo’n 30 gekleurde houten huisjes. En honden natuurlijk. We kijken even binnen in de supermarkt annex postkantoor om weer een beetje op temperatuur te komen. Daarna lopen we naar een hoger punt, vlakbij de begraafplaats, voor een picknick. Het is nog steeds flink koud, hoewel het op zee tussen de ijsbergen toch nog kouder aanvoelde.
We blijven niet lang, en varen dezelfde route terug. Helaas zien we geen walvissen, die hier in de baai toch regelmatig schijnen voor te komen. Gisteren is er nog eentje gezien. Ik schuil nu in de stuurhut, buiten is het echt te koud. De schipper is voorzien van allerlei moderne apparatuur die de koers en de tijd tot de aankomst weergeeft. Ook kun je zien hoe diep het water is: ruim 230 meter. Hij belt met zijn mobieltje naar de haven, zodat er op tijd een busje staat om ons op te pikken. Da’s handig.
’s Avonds ga ik met twee medereizigers eten in Hotel Hvide Falk – alle andere restaurants in Ilulissat zijn volgeboekt deze avond. Het is een wat groter en ouder hotel, helemaal nog in de jaren 70 stijl. Er is een grote eetzaal die om 7 uur al flink vol zit met toeristen. Er is ook een Nederlandse groep, wandelaars zo te zien.
Ik wil iets echt Groenlands eten, en zo kom ik uit bij de walvis biefstuk. Het ziet eruit als een ‘gewoon’ groot, gegrild stuk vlees. Er zitten uien bij en een saus. De smaak is, tja, leverachtig en bloederig. Het smaakt naar vlees, niet echt verkeerd maar toch ook niet iets om vaker te eten. De nasmaak is echt bitter, en ik neem een groot ijsje na om die een beetje weg te spoelen.
Ice Camp Eqi
De drie uur durende tocht naar Eqi vindt gelukkig met een overdekte boot plaats. Het is ook minder bewolkt dan tijdens de vaart naar Ilimanaq, en de zon komt er op plaatsen door. We varen naar het noorden, waar we twee nachten zullen verblijven in Ice Camp Eqi.
Onderweg zien we meer rotsen dan ijsbergen, o.a. die van Disko-eiland. Op één daarvan is aan de hoeveelheid vogelpoep te zien dat er veel vogels huizen. Ze zijn echter te ver weg om echt te kunnen zien. Ook speuren we weer naar walvissen, maar helaas tevergeefs. Bij een ander kamp pikken we nog wat Duitsers op, en dan varen we door naar Eqi.
Eqi gletsjer
De Eqi gletsjer is heel anders dan die bij Ilulissat, maar misschien wel net zo indrukwekkend. Hier zijn het geen losgeraakte ijsschotsen, maar een massieve wand van ijs. Je hoort het stevig donderen als er weer iets breekt.
Kamp Eqi ligt op een heuvel tegenover de gletsjer, en bestaat uit houten hutten. Vanaf hier heb je een bijzonder fraai en wijds uitzicht over de fjord. Het weer zit erg mee vandaag, dus de lucht is blauw en de zee is blauw, en er is zon om alles te verlichten. Het stikt er trouwens ook van de muggen, je kunt hier niet even onbeschermd buiten staan of zitten.
Een stevige wandeling
Voor de goede wandelaars staat er vandaag een wandeling naar de morene, de rand van de gletsjer, op het programma. We lopen over vlak land langs de baai. Hier is er nog iets van een betreden pad. Even verderop is er alleen nog maar mos en stenen. De wandeling gaat voorspoedig, al na twee uur staan we onder aan de voet van de oude morene. Daarna volgt een stevige klauterpartij tot aan de richel bovenop de morene. Hier zitten we een tijd naar de gletsjer te kijken. Je ziet er hele stukken afvallen, gevolgd door een knal als het ijs in het water plonst.
Omdat we nog zo vroeg zijn besluiten we via een andere route terug te lopen. Er zijn geen paden, maar echt verdwalen kun je ook niet omdat je altijd de gletsjer blijft zien en je daaraan gerelateerd je positie kunt bepalen.
Het lijkt zo dichtbij, maar het blijkt nog een hele klus om weer bij het kamp te komen. We beklimmen zeker 8 heuvelruggen. En na iedere heuvel denk je “Dit is de laatste”. Maar dan komt er weer een onoverbrugbare rivier of een kloof die te steil is om in af te dalen. Dus moeten we steeds verder omlopen. De klimmetjes zijn voor mij allang geen plezier meer. Het enige voordeel van door de heuvels lopen is de wind die de muggen verjaagd.
Pas tegen zessen, na 8,5 uur onderweg te zijn geweest, bereiken we geheel uitgeput en met pijn in de spieren weer het kamp. Ik ben blij dat ik hier geen wandelvakantie heb geboekt! Het terrein, zonder wandelpaden, is erg oneffen en zwaar. Je ziet onderweg ook niet veel, behalve stenen, mos en een enkel bloemetje.
’s Avonds tijdens het eten krijgen we nog een onverwachte bezoeker: de jongen vanuit de keuken roept opeens iets onduidelijks en iedereen (onze groep en een groep Duitsers) rent naar het raam. Is het ijsfjord ingestort of is er een verdwaalde walvis? Het blijkt een poolvos te zijn, een bruin/grijs beestje dat rond het café rondscharrelt op zoek naar eten.
Kangerlussuaq
Al bij vertrek ’s ochtends uit Ilulissat wordt gemeld dat de vlucht naar Kopenhagen 6 tot 7 uur vertraging heeft. Oef. Zo aan het eind van een reis wil je toch liefst zo snel mogelijk naar huis. Maar de teleurstelling duurt maar kort: het is ook gewoon een extra dag vakantie en biedt de gelegenheid om nog wat van een andere omgeving te zien, in de buurt van Kangerlussuaq. Kangerlussuaq is een oude Amerikaanse luchtmachtbasis. In containerachtige gebouwen zijn hotels en winkels gevestigd. Het ligt in een kale vallei.
Om de tijd wat te doden ga ik mee met een ‘muskusos safari’, zoals die op het vliegveld wordt aangeboden. Het is een bustocht van anderhalf uur waarin je op zoek gaat naar dit wilde dier dat in het zuiden en oosten van Groenland leeft. Een muskusos is een groot harig beest (een mini-mammoet) die alleen in het arctische gebied voorkomt, en dat meer verwant is met geiten dan runderen.
Het landschap hier rond Kangerlussuaq is heel anders dan dat rond Ilulissat: minder rotsachtig, droger, meer zand maar ook met hogere struiken. Er zijn ook grote meren en rivieren, en in de verte kun je de rand van de binnenlandse ijskap zien.
Er leven nu nog zo’n 8.000-9.000 muskusossen in Groenland. We zien heel in de verte twee groepjes van drie langs de horizon sjokken. Een goede verrekijker (de gids heeft er eentje mee met statief) blijkt nodig om hen enigszins goed te kunnen bekijken. Ze hebben erg lang haar (een beetje zoals yaks) en stevige hoorns.
Zo’n 1500 muskusossen worden per jaar afgeschoten, vooral in de winter. Hun vlees wordt gegeten en van hun vacht wordt wol gemaakt.
Het vliegveld van Kangerlussuaq is een waar verkeersknooppunt. Er is maar één vertrek- en landingsbaan, maar toch is het een komen en gaan van vooral kleinere vliegtuigen. Vanaf hier worden de passagiers uit de grote vliegtuigen uit Denemarken en IJsland verdeeld over verschillende plaatsen aan de oost- en westkust van Groenland.
Dit alles is goed gade te slaan vanaf het brede zonneterras van het vliegveld: zowel op mijn heen- als terugreis heb ik hier heerlijk in de zon gezeten en genoten van de omgeving.
Terugblik Groenland 2006
Midden in de zomer naar een Arctische bestemming: Groenland. Doel van de reis zijn de ijsfjorden aan de westkust, net boven de poolcirkel. Hier stroomt het ijs in zee, weg van de enorme ijskap die 80% van Groenland bedekt.
Het werd een ontspannen reis met mooie vergezichten. De rust en de stilte zijn een verademing. Het weer is beter dan je zou denken: door de vaak felle zon ligt de gevoelstemperatuur tussen de 15 en 20 graden. De grote hoeveelheid (steek)muggen zijn een keerzijde van het klimaat.
Deze reis heb ik als groepsreis gemaakt via de Deense organisatie Topas. Het is zeker wel mogelijk om op eigen gelegenheid naar Groenland te komen en een hotelkamer te huren, maar om de ijsbergen en de overige natuur te beleven moet je toch steeds weer excursies boeken dus dan kun je net zo goed meteen een georganiseerde reis boeken. Wij waren met een groepje van 9. We zijn nog diverse andere groepen tegengekomen, meest Duitsers en Scandinaviërs.
Groenland was weer een mooie reiservaring, vooral omdat het een ‘koude’ bestemming is. Als je niet het expeditie-type bent, is een week voldoende om een goed beeld te krijgen. De uitzichten zijn schitterend, de rust is prettig, het ontbreekt echter wel aan afwisseling (dieren of cultuur zijn alleen met een vergrootglas te vinden). Een sledehonden-tocht in de winter lijkt me ook nog wel eens wat.
Vervoer
Vliegen naar Groenland kan via Denemarken of IJsland. Ik vertrok vanaf Kopenhagen (met Air Greenland), en dan is het maar 4 uur vliegen in een moderne Airbus. Air Greenland is de maatschappij waar de meeste drank wordt uitgedeeld van alle luchtvaartmaatschappijen waar ik ooit mee gevlogen heb. Ook het eten is ruim voldoende. Vanaf Kangerlussuaq ging het met een Dash-7 (propellervliegtuig voor 50 man) nog een uurtje verder naar Ilulissat.
Op de terugweg hadden we 6 uur vertraging in Kangerlussuaq vanwege het onstuimige weer elders in Groenland. Dat is iets wat regelmatig voor schijnt te komen (dat weer én die vertraging). Het is echter geen vervelend vliegveld om te stranden, het is er allemaal erg ontspannen en je bent vrij om wat van de omgeving te gaan zien – op eigen gelegenheid of via een van de aangeboden tours.
Accommodatie
Tijdens mijn trip heb ik op twee verschillende plaatsen overnacht:
Hotel Icefiord: een modern, eenvoudig hotel aan de rand van Ilulissat. Ze zijn erg aan het uitbreiden. Kamers zijn met CV, eigen douche en toilet, en met uitzicht op de voorbijdrijvende ijsbergen. Door het ontbreken van echte gordijnen bleef het de hele nacht licht in de kamer, maar desondanks heb ik er prima geslapen. Via de receptie kun je tours boeken, je kunt er internetten of zomaar naar buiten zitten staren onder het genot van een capuccino.
Daarnaast Ice Camp Eqi. Dit ‘kamp’ met houten huisjes is eigendom van Ilulissat Travel en wordt gerund door (Deense) vakantiekrachten. De huisjes zijn ruim en ingericht met typisch Groenlandse zeehondenvelletjes en muskusosvachten. Er is geen stromend water (in het bijbehorende café kun je een jerrycan halen) en alleen een chemisch toilet. Heel fraai uitzicht over de baai en de Eqi-gletsjer. Het eten, van ontbijt tot 3-gangen-diner, is ook prima verzorgd.
Geldzaken
Op Groenland betaal je met Deense Kronen. Het is er vrij prijzig, reken op 3 EUR voor een cola en 5 EUR voor een biertje. Een maaltijd in een restaurant kost circa 25 EUR (broodjes en vissoep zijn goedkopere alternatieven). Voor een zeehondenvelletje betaal je 50 EUR. In het centrum van Ilulissat is een geldautomaat.
Eten
De lokale vissers in Ilulissat leven van de vangst van garnalen en heilbot. Deze en andere vissoorten bepalen dan ook grotendeels het menu. Er zijn maar een paar restaurants in Ilulissat, vooraf reserveren is in de zomer dan ook aan te raden. Naast het dure en wat afgelegen Hotel Arctic gaat het om:
Café Iluliaq: gezellig café met terras in het hartje van de stad. Vaak druk. Erg goede vissoep. Grote porties en niet duur.
Hotel Hvide Falk: beetje triest hotel (het oudste in Ilulissat, uit 1971) met een grote eetzaal. Hier at ik de walvisbiefstuk die volgens de kenners niet helemaal vers meer was (verse walvis smaakt beter). De kwaliteit van het eten en de entourage is niet echt om over naar huis te schrijven. De eigenaar (morsige man met een grote bierbuik) hielp mee in de bediening, onderwijl trekjes nemend van zijn sigaret.
Restaurant Mamarmut: het enige échte restaurant in de stad, waar met liefde gekookt wordt en ook nog wat aan de presentatie wordt gedaan. Reserveren is hier echt een must. Ik at hier muskusos in 3 variaties, met een bessensaus. Heerlijk.
Hotel Icefiord: moderne, strakke inrichting. Hebben iedere avond een buffet. Kok is Thaise, dus er is ook wekelijks een Thais buffet. Veel keuze, redelijk goed maar niet bijzonder.











Leave a comment