Dagtrips vanuit Noto
Zo’n anderhalf jaar geleden had ik een heerlijke kerstvakantie in het zuiden van Italië: monumenten van wereldklasse, een goede toeristische infrastructuur en dagelijks genieten van de Italiaanse keuken. Dat was voor herhaling vatbaar, vandaar dat Sicilië met stip steeg op mijn reisverlanglijstje.
In april 2006 is het dan zover. De aankomst op het vliegveld van Catania belooft veel: de lucht is helderblauw, en met de Etna als prominente blikvanger op de achtergrond ziet het er allemaal prachtig uit. Catania heeft maar een klein vliegveld, en de huurauto waar ik de komende week mee rond ga trekken is zo opgehaald.
Noto
Een uurtje rijden ten zuiden van Catania ligt Noto. Hier breng ik de eerste dagen op Sicilië door. De hoofdstraat, de Corso Vittorio Emanuele, is omringd met schitterende barokke paleizen en openbare gebouwen. De straat is de ideale plaats voor een Italiaanse avondwandeling, heen en weer, zien en gezien worden.
De San Nicolá Cathedral staat helaas in de steigers, maar er zijn volop andere monumenten te bewonderen. Het Palazzo Nicolaci di Villadorata is voor mij het hoogtepunt: de balkons hier zijn versierd met engeltjes, leeuwen, paarden en andere afbeeldingen. Een goede plek om de zoomfunctie van mijn nieuwe camera uit te proberen!
Met de beschikking over een huurauto is het erg gemakkelijk een aantal andere plaatsen in de Noto vallei te bezoeken. Deze hebben allemaal gemeen dat ze in 1693 door een aardbeving zijn verwoest, en daarna weer heel snel in de architecturele mode van die tijd (Barok) zijn opgebouwd. Op paasmaandag rijd ik naar drie van dergelijke steden: Modica, Ragusa en Scicli. Modica is een elegante stad met waarschijnlijk wel de mooiste barokke kerk van de hele vallei. Ook zijn er hier hele fraaie uitzichten.
Ragusa is heel anders: allemaal heuvels en trappen. De belangrijkste kerk hier (Duomo di San Giorgio) wordt momenteel ook gerenoveerd, net als die in Noto.
Scicli tenslotte is ver van de rest van de bewoonde wereld: een blok met huizen in de woesternij dat volledig uitgestorven leek.
De steden in deze Vallei van Noto zijn wel te vergelijken met Mdina en Valetta op Malta. Ze zijn aangetast door dezelfde aardbeving (wel minder op Malta), en je ziet er dezelfde Arabische invloeden en ingewikkeld uitgewerkte balkons.
Siracusa
Siracusa is een andere fascinerende stad in het zuidoosten. In Ortygia heeft Siracusa een oud Mediterraan hart, een haven die Venetiaans of Kretenzisch aandoet. Half vervallen gebouwen, een levendige straatmarkt, bloemrijke balkons, drogende was die uit de ramen hangt: een waar genot. Het is alleen al lekker om door de rustige straten te dwalen en je te verbazen over de schoonheid van de vele kerken en paleizen. Het attractieve Piazza Duomo (groot maar goed verscholen) heeft de meest prominente gebouwen. Net als in veel van de andere plaatsen die ik op Sicilie heb bezocht wordt er ook hier veel gerenoveerd. Ortygia’s Duomo is een van die monumenten die in de steigers staan. Dat doet echter niets af aan de schoonheid van deze stad. Er komen hier ook heel wat toergroepen – ik zie zelfs een cruise schip in de haven liggen.
Agrigento
Sicilië staat ook bekend om zijn rijke klassieke geschiedenis. Zowel de oude Grieken als Romeinen lieten hier nadrukkelijk hun sporen na. Agrigento is een oude Griekse kolonie aan de zuidwestkust van Sicilië. Wat een tocht om er te komen! Rijden op een normale werkdag in Sicilië is wel wat anders dan ik de dagen ervoor heb meegemaakt: de heuvels zijn een zware beproeving voor het vele vrachtverkeer, en vaak moet je dwars door het centrum van de steden. Gela (een nog oudere Griekse vestiging dan Agrigento) is helemaal rampzalig. Door al deze vertraging arriveer ik pas om half 12 in Agrigento, niet het beste moment vanwege de brandende zon en de hordes toeristen.
Ik begin mijn bezoek bovenaan, bij het archeologisch museum. Het museum is aardig, maar met een beetje teveel vazen naar mijn smaak. Het metershoge Atlas beeld daarentegen is dan wel weer een blik waard. De ruïnes liggen aan het voet van de heuvel, en worden in twee delen gesplitst door een drukke weg. De best bewaarde tempel is de Concordiatempel, die deels in de steigers staat. De rest van het grote terrein is bedekt met stenen, waarvan sommige offer altaren vormen die groot genoeg zijn om 100 ossen tegelijk te slachten. Over het algemeen ben ik wat teleurgesteld in Agrigento. Ik heb natuurlijk ook al heel wat Griekse overblijfselen gezien, en daarvan vond ik bijvoorbeeld Paestum (ook een voormalige Griekse kolonie op Italiaans grondgebied) een stuk indrukwekkender.
Villa Romana de Casale
Beter bevalt het Villa Romana de Casale, een Romeins buitenhuis in de buurt van Piazza Armerina, in Centraal Sicilië. Dit is een geschikte omgeving voor een buitenhuis, rustig en mooi in het groen. De villa is behoorlijk groot, en de bekende mozaieken liggen op de vloer van iedere kamer. De ‘Bikini Girls’ – vrouwelijke atleten – zijn een set van tien mozaieken in twee rijen die in prima conditie zijn. De meisjes zijn afgebeeld terwijl ze allerlei oefeningen doen zoals gewichtheffen en een balspel. Andere hoogtepunten zijn het Corridor van de Grote Jacht, een lange gang bedekt met een ingewikkeld jacht tafereel, en het Triclinium waar mytische scenes zijn uitgebeeld zoals een bloedig gevecht tussen reuzen.
Dagtrips vanuit Cefalú
Mijn tweede pleisterplaats in Sicilië ligt aan de noordkust, niet ver van Palermo. Cefalú wordt gedomineerd door een enorme rots, waartegen een historisch stadje is aangeplakt. Er zijn nauwe straatjes en er is een forse kathedraal. Daarnaast heeft Cefalu een lang zandstrand en een boulevard met vele restaurants. De vis is hier natuurlijk wel heel erg vers.
Palermo zelf waag ik me niet in, maar even ten zuiden van die stad ligt Monreale. Hier ligt een wereldberoemde kathedraal, met Arabische, Byzantijnse en Normandische invloeden. Het is er erg druk, naast Agrigento is dit de plek waar ik de meeste andere toeristen ben tegengekomen. De binnenkant van de kathedraal is bezaaid met gouden iconen. Erg fraai.
Naast de kathedraal ligt de kloostertuin met 228 met mozaieken ingelegde pilaren. Iedere pilaar is weer anders, een Arabisch aandoend pronkstukje.
De laatste volledige dag in Sicilië ga ik naar de Eolische Eilanden, en dan met name Vulcano. Na ongeveer anderhalf uur rijden over een rustige tolweg langs de noordkust (en door tientallen tunnels) kom ik aan in Milazzo. Dit is een typische mediterrane havenstad: rommelig, smerig, chaotisch. Parkeren is hopeloos, veilig parkeren is helemaal te hoog gegrepen. Ik kom uiteindelijk bij een garage terecht waar ze je auto voor 10 EUR per dag opbergen – je moet dan wel je sleutels achterlaten. Volgens mij stapelen ze de auto’s op of zo. Beetje vreemd, maar verder maak ik me over dit soort dingen allang geen zorgen meer.
De veerboot van Ustica Lines brengt me vervolgens in ruim een uur naar Vulcano. Aan de penetrante zwavellucht ruik je dat je er bent: Vulcano = vulkanisch. De slapende vulkaan is , en er zijn zwavelbaden. Omdat het al niet zo vroeg meer is en het de zon fel schijnt, begin ik meteen maar aan de beklimming van de vulkaan. Bij het pad naar boven staat een groot bord dat het verboden is voor voetgangers, maar daar trekt niemand zich iets van aan. Het is een stevige klim naar boven, door mul zand. Na een half uur zie ik wat mensen afhaken, het is lastig in te schatten hoe ver het nog is en hoe zwaar. Gelukkig valt dat erg mee: de totale klim is ongeveer een uur, waarbij de tweede helft door de verharde ondergrond veel makkelijker te doen is dan de eerste.
Bovenaan de krater ervaar je het spreekwoordelijke maanlandschap: grijze steen. Hier groeit niets meer. In de krater zelf is niets bijzonders te zien, maar aan de rand zijn zogenaamde fumaroles – scheuren in de grond die stoom en gassen uitstoten. Fascinerend. Sommige bezoekers zijn zelfs getooid met een gasmasker om dicht in de buurt van dit natuurfenomeen te komen.
Later loop ik nog wat rond door het haventje van Vulcano, genietend van de zon en een Italiaans ijsje. Hier vlakbij zijn ook de zwavelbaden, die ongelooflijk stinken maar toch nog door een fors aantal bezoekers worden aangedaan voor een heilzaam bad. Mij niet gezien. De boot terug komt veel later dan aangekondigd en ik verbrand goed door de nog altijd felle zon.
Algemene tips Sicilië
In Noto heb ik overnacht in het Hotel della Ferla. Het is feitelijk een groot familiehuis in een woonwijk, op loopafstand van het centrum. Er zijn maar een paar kamers, en opa zorgt voor de gasten. In mijn geval betekende dat het iedere ochtend brouwen van een cappucinootje en het uit de wat krappe garage rijden van mijn auto. Zeer vriendelijke en rustige accommodatie, voor 45 EUR per nacht.
In Cefalú verbleef ik in het Villa Gaia Hotel. Dit is een middelgroot hotel aan het eind van de boulevard. Wat onpersoonlijker, maar met ruime kamers met balkon en een overheerlijk ontbijt. 58 EUR per nacht.
Over het eten in Sicilië kan ik alleen al pagina’s volschrijven. Het is gewoon fantastisch, waar je ook zit. Van buitenaf is het vaak moeilijk te zien in wat voor zaak je terecht komt. Maar het maakt allemaal niet uit, chique of volks, de heerlijkste pasta’s en visgerechten worden je voorgeschoteld. De meeste restaurants gaan ’s avonds pas om 8 uur open en de prijzen liggen er op Nederlands niveau.








Leave a comment