World Heritage Traveller

Armenie 2005

Written by:

  1. Yerevan
  2. Echmiatsin en Zvartnots
  3. Garni en Geghard
  4. Haghpat en Sanahin
  5. In de Lori-vallei
  6. De weg naar Iran
  7. Terugblik Armenië 2005

Yerevan

Het Zvartnots vliegveld bij Yerevan is klein en rommelig. Bij de uitgang staat een chauffeur te wachten met een bordje met mijn naam. Een prima service, om half zes ’s ochtends. Het ritje in een Lada naar het centrum van Yerevan duurt zo’n 20 minuten. Veel moois is er onderweg niet te zien. Opvallend is het grote aantal casino’s.

Yerevan
In de loop van de ochtend loop ik naar het Plein van de Republiek, het hart van Yerevan. Het is een lekkere wandeling. De straten hier in het centrum zijn omzoomd door bomen. Er zijn wat (souvenir)winkels en terrassen, het ziet er dus allemaal wel vriendelijk uit. Het Plein zelf is zo’n grote communistische vlakte met Belangrijke Gebouwen, opgevrolijkt met een fontein.

armenie 102

Het is vandaag Dag van de Republiek en de musea zijn dicht. Heel veel meer dan dat is er ook niet te zien. Ik loop wat rond en drink een dure cappucino op het terras van het Marriott-hotel aan het plein.

Wel bezoek ik nog de Vernissage, een rommelmarkt die elk weekend wordt gehouden. Particulieren spreiden hier hun kleedjes uit en doen hun oude spullen of handwerk in de aanbieding, Vele tientallen mensen maken hier gebruik van. Veel ouderen, met trieste restjes van elektronische apparaten en serviezen. Ook worden er tapijten verkocht.

Aan het eind van mijn reis lukt het me overigens toch om nog het Matenadaran te bezoeken, het meest interessante museum van Yerevan. Het is eigenlijk een ode aan het Armeense schrift, dat stamt uit 405. In het museum zijn oude handschriften in het Armeens en andere talen te zien. Oude, geïllustreerde boeken over geneeskunde en wiskunde bijvoorbeeld.

armenie 173

Echmiatsin en Zvartnots

De volgende ochtend ga ik te voet naar het vertrekpunt van de marshrutka’s (minibusjes) naar Echmiatsin. Het is makkelijk te vinden en er staat er zelfs al eentje klaar. Samen met een stel oude vrouwtjes word ik daarin vliegensvlug naar Echmiatsin gebracht. Bij ieder kerkje dat we voorbijrijden slaan zij snel een kruisje. We passeren zelfs een kleine processie bestaande uit een priester en een paar kinderen. Dat lokt heel wat ooh’s en aaah’s uit bij mijn bejaarde reisgenotes.

Het complex van Echmiatsin is het “Vaticaan” van de Armeens-Orthodoxe kerk. Het ligt er zo vroeg in de ochtend nog stil bij: er zijn meer stratenvegers dan bezoekers. Bezienswaardig hoogtepunt is de kathedraal, die middenin in een parkje ligt. Hij is in de typisch Armeense stijl gebouwd, en vrij sober. Alleen de ingang (van later datum) is rijkelijk versierd. In het parkje staan ook verschillende oude khatchkars (stenen kruizen).

armenie 007

Na een uurtje neem ik een taxi naar Zvartnots, 4 kilometer van Echmiatsin. Dit is een ruïne van een kathedraal uit de 7e eeuw. Vanaf de lange “oprijlaan” bezien, met de witbesneeuwde bergen op de achtergrond, is dit echt een plaatje. Je moet hier wel entree betalen om dichtbij de tempel te kunnen komen. Ook hier is het al zo rustig, zodat ik op mijn gemak tussen de nog overgebleven pilaren kan rondstruinen.

armenie 033

Garni en Geghard

Omdat het Geghard-klooster niet met openbaar vervoer te bereiken is, ga ik vandaag mee met een georganiseerde tour. Deze is georganiseerd vanuit het Sovjet-hotel Erebuni en kost 10 dollar. Er blijkt maar één (Armeense) medepassagiere te zijn.

De tocht gaat oostwaarts vanuit Yerevan. Het duurt een flinke tijd voordat we de stad uit zijn: er wonen 1 miljoen mensen in de Armeense hoofdstad. De buitenwijken staan vol hoge Sovjet-flats, maaar echt triest ziet het er ook allemaal weer niet uit. Er zijn veel markten en winkeltjes, veel bedrijvigheid op straat.

Bij de eerste stop weten we zeker dat Yerevan achter ons ligt: hier is de lucht schoon en fris, de omgeving groen. We zijn gestopt bij een monument voor de een of andere dichter. Zijn favoriete plekje voor inspiratie was dit uitzicht op de berg Ararat. Deze is, besneeuwd en wel, goed te zien vandaag.

Garni
Een uurtje rijden over rustige, door groene heuvellandschappen slingerende, wegen volgt. Opvallend hoe weinig bomen hier staan: het is bijna allemaal gras en steen. Medeweggebruikers zijn vaak prachtige oude Russische modellen bussen en vrachtwagens. Dorpjes bestaan uit houten huizen, fruitbomen en wat schroothopen. Hier en daar staat een kudde schapen of koeien langs de weg. Vredig en kalm is het leven hier.

Garni is de eerste hoofdbestemming voor vandaag. Hier treffen we zelfs een beperkte vorm van toerisme aan. Een bus met Duitsers staat er al, plus een oude bus met Armeense kinderen op schoolreisje. Op de parkeerplaats staan ook vrouwen hun in glazen potten gewekte vruchten en ronde broden te verkopen. Wij lopen echter meteen het terrein op. De zeer fraaie Hellenistische tempel ligt er als een plaatje bij. Deze heidense tempel dateert eigenlijk uit de eerste eeuw, maar is pas in de twintigste eeuw weer helemaal opgebouwd. De staat van perfectie is dus nogal misleidend.

armenie 052

De tempel staat op een rotspunt boven de Azat-rivier. Het uitzicht hier biedt typische rotsformaties die op pijpen van een orgel lijken. Behalve de tempel zelf zijn er nog diverse andere gebouwen op het terrein. Het meest interessante daarvan is het badhuis, waar een mozaïek in Griekse sferen bewaard is gebleven.

Geghard
Naar Geghard is het nog zo’n twintig minuten bergopwaarts via de zonnige berghellingen. Na de zoveelste bocht ligt het klooster daar opeens, helemaal in een hoek van een vallei tegen de bergwand gedrukt. In de voorbereiding op deze reis had ik al heel wat afbeeldingen van Armeense kerken gezien, en zeker bij Echmiatsin had ik wel even een gevoel van teleurstelling, maar Geghard maakt alles weer goed. Kerken en kloosters midden in de bergen, daar kan ik geen genoeg van krijgen.

armenie 091

Donkergrijs is de dominante kleur van het complex. Ook hier moet je eerst wel goed rondkijken om de fraaie uit steen gehouwen details te zien. Een van de deuren is voorzien van Arabische invloeden, maar dan in de typische Armeense steen-archtitectuur.

De gids vertelt meer over de symboliek. Zo zijn aan weerszijden van de deur twee uitsnedes: deze zouden extra stabiliteit geven in het geval van aardbevingen. Ook is er een zonnewijzer boven de deur. Van binnen is de kerk donker en kil. Het gedeelte dat uit de rots is gehouwen herbergt o.a. een twee meter breed wapen van de prinselijke familie met leeuwen en adelaars.

In de rotsen boven de hoofdkerk zijn grotten waar monniken zich terugtrokken voor het gebed. Ook staan hier natuurlijk weer khatchkars.

armenie 093

Met de Armeense muziek luid aan en een meeklappende chauffeur (veel verkeer is er gelukkig niet), rijden we in de middag terug naar Yerevan.

Haghpat en Sanahin

Deze twee van de vele kloosters/kerken in de Debed Vallei heb ik ook vanuit Vanadzor bezocht. Ik had een taxi gehuurd, en werd vervoerd als een koningin (op de achterbank van een authentieke Volga). Na een uur of zo, was onze eerste bestemming Sanahin. Dit klooster ligt op de top van een heuvel aan de rand van Alaverdi. Te midden van de flatgebouwen was het niet gemakkelijk te vinden, ook de chauffeur moest het op iedere straathoek vragen. Eindelijk aangekomen blijkt het toch een fijne locatie in een rustige omgeving te zijn.

Een vriendelijke dame met de sleutel leidt ons rond, terwijl ze elk detail aan de chauffeur uitlegt (ikzelf begrijp geen woord vanwege de reusachtige Armeens-Nederlandse taalbarrière, waar beide kanten een verschillende lingua-franca gebruiken (Russisch versus Engels)). Als zoveel andere Armeense kerken is deze van binnen ook zwart geblakerd.

armenie 133

Het klooster van Haghpat is aan de andere kant van Alaverdi. Het is meer een oriëntatiepunt dan Sanahin, maar ik zou niet tussen hen willen kiezen. De kerk hier herbergt een langzaam verdwenen fresko van Christus boven het altaar.

Zowel Haghpat als Sanahin zijn grote complexen, die faciliteiten zoals een bibliotheek, een dinerzaal e.a. omvatten. Khatchkars zijn er natuurlijk ook, niet allen in zeer goede staat. Het complex van Haghpat is gedeeltelijk overwoekerd door gras en bloemen, een lust voor het oog in de lentetijd.

Op onze terugweg nodigt chauffeur Valera me in zijn huis in Alaverdi uit om zijn familie te ontmoeten. Deze is natuurlijk een beetje verrast, bij het vinden van een turista op de stoep. Ik word gevoed met koekjes en ijs, en fotografeer in ruil daarvoor de gehele stralende familie. Om te zien hoe deze familie leeft, in een afbrokkelend flatgebouw dichtbij de reusachtige mijn van Alaverdi, is werkelijk een openbaring. Hun levensomstandigheden lijken voor een buitenstaander bedroevend, maar binnen de vier muren van de familieflat lijkt het prettig genoeg.

armenie 163

In de Lori-vallei

De minibusjes naar Vanadzor en andere plaatsen in het noorden van Armenië vertrekken van een busstationnetje aan de zuidkant van het Plein van de Republiek. Er staat er al weer een klaar naar Vanadzor, ik kan zo instappen. Om half 9 rijden we met een sneltreinvaart weg. Opvallend is dat de wegen behoorlijk goed zijn. Er is ook maar weinig verkeer. Wel steken er af en toe wat koeien over.

Net als gisteren moet ik ook tijdens deze rit door het Armeense binnenland af en toe aan Mongolië denken: al die heuvels met niets anders bedekt dan groen gras. Alleen wonen de Armeniërs niet in tenten, maar in vervallen houten huizen of flats. Dit noordwestelijke deel van Armenië is in 1988 trouwens door een zware aardbeving getroffen, waarbij 25.000 doden zijn gevallen. Veel zie je er niet meer van.

Vanadzor
Al om kwart over 10 komen we aan in Vanadzor. Ik wist het al uit de reisgidsen, maar het is toch bizar om te zien dat de stad wordt gedomineerd door een enorm (chemisch) fabriekscomplex. Het is al jaren niet meer in gebruik, zodat de kilometerslange pijpen liggen weg te roesten. Net of je midden in het Ruhrgebied bent. Gelukkig is het centrum (en mijn hotel) een eindje verderop.

’s Middags staat een tochtje naar Lori Berd (een oud fort) op het programma. Om er te komen (er is geen openbaar vervoer die kant op) spreek ik een taxichauffeur aan. Deze blijkt redelijk Duits te spreken: hij heeft 7 jaar in de DDR gewerkt. Dat maakt de communicatie al een stuk makkelijker. We spreken een prijs af, en gaan op weg in zijn Lada. Ook deze B-weg verder naar het noordwesten is goed geasfalteerd. Bij iedere afdaling zet de chauffeur de motor uit, om benzine te sparen. De weg voert door de bergen en via een lange tunnel. De wereld die aan het eind van die tunnel tevoorschijn komt is veel bosrijker dan wat ik tot nu toe in Armenië heb gezien.

Lori Berd ligt bij het stadje Stepanavan, de laatste kilometers naar het fort zijn een en al gat. Het ongetwijfeld eens zo machtige fort kijkt uit over een kruising van twee rivieren. Veel meer dan ruïnes is er nu niet meer over – grote delen zijn ook overwoekerd door gras.

armenie 172

Dilijan
De volgende dag staat het stadje Dilijan op het programma. Dit ligt in het ruigste deel van de bergen, een beetje Alpen-achtig. Een taxi brengt me er in een half uur vanuit Vanadzor, rustig rijdend om onderweg de panorama’s te kunnen bewonderen. Bij aankomst blijkt Dilijan in diepe rust. Ik was van plan om hier te overnachten, maar na een rondje door de straten kom ik tot de conclusie dat hier niet veel te zien is. Er is één (museum)straatje met oude houten huizen, maar het is duidelijk nog geen hoogseizoen. Ik besluit daarom maar weer verder te trekken naar Yerevan.

De weg naar Iran

Om 7 uur ’s ochtends vertrek ik in een auto met chauffeur Vanuit Yerevan richting zuiden. Richting Iran, richting Tatev-klooster.

Vijf uur heen…
Het is nog rustig op de weg, en de chauffeur rijdt lekker door. Het is vijf uur rijden naar Tatev. We komen regelmatig grote vrachtwagens tegen met Iraanse nummerplaten. De kans is groter dat ze iets komen brengen naar Armenië dan te halen, maar Iran is (door negatieve geschiedenis met Azerbaijan en Turkije) een goede buur.
Ook raken we twee keer verzeild in hele grote kuddes schapen, vergezeld van herders en honden.

armenie 188

Na een uur of twee stoppen we bij een wegrestaurantje. Het is eigenlijk meer een keet, maar wel met twee zitjes buiten. Er stroomt een klein riviertje, het restaurantje serveert duidelijk ook vis. En vlees, want vader komt met een half varken en een hakmes naar buiten om daar op een afgezaagde boomstronk lappen vlees voor op de barbecue van te maken. Wij laten het echter bij koffie, en genieten van de omgeving. De chauffeur wil niet dat ik betaal, en de eigenaresse van het restaurant wil ook geen geld van de chauffeur, een en al gastvrijheid.

Tatev
Zoals alle echte kloosters ligt Tatev op een vrijwel onmogelijke plek. We moeten eerst een half uur via een slingerweg helemaal naar beneden in de vallei, en dan via het vervolg van die slingerweg weer een half uur omhoog. Het is hier zo mistig dat ik het klooster pas zie als we op de parkeerplaats staan. En we blijken niet eens de enige bezoekers: er staat ook een bus voor een paar Armeense schoolkinderen.

Het klooster schijnt fantastisch te liggen als een fort op een bergtop, maar daar zie ik dus vandaag niets van. Ik ben al blij dat ik de hoofdgebouwen op de binnenplaats kan onderscheiden. Ook dit is weer een sober klooster. Op het terrein staat wel een heel bijzondere khatchkar op een pilaar.

Zorots Karer
Volgens mijn reisgids is er naast de weg nog een soort “Stonehenge” te bezichtigen. De chauffeur kent het niet, maar er staat een bord bij de afslag. Het blijkt een veldje met bruin-rode rechtopstaande stenen en een graf.

armenie 222

Ik loop er in mijn eentje wat rond. Het is een plekje in de brandende zon (hier wel). Het ontbreekt wel een beetje aan de magie van Stonehenge, maar het is een leuke onderbreking van de rit.

… en weer vijf uur terug
En dan moet je die hele lange weg weer terug. Ik ben blij dat ik zelf niet achter het stuur zit. De weg is weliswaar redelijk goed, maar er zitten op onverwachte momenten ook grote gaten in. Ook de kuddes schapen komen we weer tegen.

Zo rond vier uur stoppen we bij een “wegrestaurant”. Een tamelijk echt restaurant dit keer. Met twee zitjes boven een rivier. De chauffeur bestelt, en dat doet-ie goed. Eerst vers brood met geitenkaas, en daarna gegrild vlees. De kwaliteit van dergelijk vers voedsel maak je in Nederland niet snel meer mee.

Terugblik Armenië 2005

Armenië stond al erg lang op mijn reis-verlanglijstje. Het is een land met een bijzondere geschiedenis, unieke cultuur (eigen schrift, eigen religie) en nog niet door het massatoerisme aangetast.

Eind mei / begin juni 2005 kwam het er dan van, en ik heb volop kunnen genieten. Als je de dikke laag Sovjet-stof wegveegt komen kleine en grotere pareltjes bovendrijven. Daarnaast heb ik de sfeer in het land als erg ontspannen en gastvrij ervaren.

armenie 122

Met wat tijd en / of geld ter beschikking is Armenië een prettig land om in rond te reizen. Met tijd kom je, hobbelend in oude Russische bussen, in de verste uithoeken. Met wat geld kun je een auto met chauffeur huren en het land via dagtochten vanuit de hoofdstad Yerevan verkennen.

Ik deed een combinatie van beide: in 8 dagen en met een budget van zo’n 800 US dollar doorkruiste ik grote delen van Armenië en bezocht de belangrijkste (culturele) hoogtepunten. Overnachten in goede hotels, maar ook lekker twee uur opgevouwen op de achterbank van een marshrutka naast twee volwassenen en twee kleine kinderen (waarvan er eentje al snel misselijk wordt). Aandachtspunt is wel dat er buiten Yerevan een fikse taalbarrière te overwinnen is: met Russisch kom je er verder dan met Engels.

Vervoer
Vanuit Nederland vloog ik met Austrian Airlines (via Wenen) naar Yerevan. Netto vliegtijd is ruim vijf uur. In Wenen heb je maar een half uur de tijd om over te stappen, maar dat was in mijn geval ruim voldoende.

In Armenië zelf is de handigste vorm van openbaar vervoer de marshrutka. Deze minibusjes pendelen tussen de steden, en rijden volgens een dienstrooster. Ze zijn goedkoop en rijden flink hard. Wel moet er zo af en toe gestopt worden om te roken, te tanken, water of olie bij te vullen, of een extra passagier in niemandsland op te pikken.

armenie 168

Voor plekken waar de minibusjes niet komen (zoals de beroemde kloosters) is het huren van een taxi met chauffeur het beste alternatief. De prijs is dan ongeveer 100 dram (20 cent) per kilometer.

Accommodatie
De hotels waar ik heb overnacht zijn:

Ani Plaza Hotel (Yerevan):
Een groot modern hotel in het centrum van de stad. Er komen veel groepen, zoals Armeens-Amerikaanse scholieren (beetje luidruchtig). Het ontbijt is zeer uitgebreid, vooral de zoete broodjes met walnoten zijn erg aan te raden. Lunch of diner is bij de prijs inbegrepen, maar dat vond ik wat minder (buffet). Aan de receptie spreken ze goed Engels en er is binnen de muren van het hotel alles te regelen (geld wisselen, taxi reserveren, dagtochten boeken). 84 US dollar voor een eenpersoons kamer met TV, eigen badkamer & half pension.

Hotel Arghisti (Vanadzor):
Dit hotel rook zelfs nog nieuw, zo modern is het. De kamers zijn een soort appartementen, inclusief twee brede leren fauteuils. Ook hier weer een heerlijk ontbijt, met o.a. verse yoghurt. Sommige personeelsleden spreken een beetje Engels. 50 US dollar voor een eenpersoons kamer met eigen badkamer & ontbijt.

Geldzaken
Ja ook in Armenië kun je pinnen (in de grote steden). Dollars of Euro’s wisselen kan ook op iedere straathoek, en zeker met dollars kun je ook grotere uitgaven betalen.

Aangezien Armenië nog altijd een van de armste landen ter wereld is (volgens een onderzoek van de Wereldbank in 2004 leeft 50% van de bevolking onder de armoedegrens), is het er voor een Nederlander erg goedkoop. Ook worden er weinig of geen entreegelden geheven.

Enige indicaties (mei/juni 2005, 1 euro was 550 dram waard):
IJsje: €0,25
Marshrutka Yerevan – Vanadzor (1,5 uur): €2
Postzegel op kaart naar Nederland: €0,60
Hoofdgerecht in restaurant: €2
Entree Zvartnots: €2

Eten
Gegrild vlees en pizza zijn de meest gangbare gerechten, maar alle “echte” restaurants hebben een uitgebreide menukaart met salades, vlees en vis. Zeker Yerevan is overladen met terrassen. Armeniërs zie je hier meestal alleen wat drinken of een ijsje eten, maar voor eten kun je er ook terecht. Slecht gegeten heb ik nooit in Armenië, de kwaliteit van het vlees en de salades is erg goed. Alleen al het echte verse brood met geitenkaas kan mij gelukkig maken. De keuken lijkt wel het enige terrein waar geen Russische invloed bespeurbaar is.

Mijn favoriete restaurant(je) in Yerevan was Marco Polo, eigenlijk meer een café met terras, maar je kunt er ook prima eten. Ik heb ook een keer Chinees gegeten (bij Lotus), het meest opmerkelijk was daar de menukaart. Als een soort 21e eeuwse Steen van Rosetta waren alle gerechten behalve de bekende nummertjes ook voorzien van een omschrijving in het Chinees, Armeens, Russisch en Engels. In Vanadzor heb ik een paar keer gegeten bij Oasis, het beste en eigenlijk ook het enige restaurant van de stad.

Leave a comment