Jeruzalem
Eerste indrukken
De zon wekte me al vroeg, en zorgde er zo voor dat ik om een uur of 8 door de straatjes van het oude centrum liep te dwalen. Op goed geluk liep ik van de Jaffa-poort naar de Damascus-poort. Eén ding werd gelijk duidelijk: vroege vogels zijn het hier niet. De straatjes uitgestorven, alle winkeltjes nog stevig op slot. Zo af en toe kwam ik een geestelijke tegen van een van de tientallen religies die in Jeruzalem zetelen. Het leverde schilderachtige tafereeltjes op tegen de blanke stenen muren en straatjes. Een dezer dagen moet ik maar eens met het fototoestel in de aanslag ’s ochtend vroeg een plekje zoeken.
De Damascus-poort is de mooiste van de 7 Jeruzalemse stadspoorten. Aan de buitenkant is een soort halve arena aangelegd, vanwaar je lekker mensen kunt zitten kijken.

Het werd ondertussen tijd om eens echt iets te gaan bekijken. De Citadel, met daarin het Museum van de Geschiedenis van Jeruzalem, is een mooi beginpunt. Tussen de overblijfselen van dit kasteel zijn kleine tentoonstellingen ingericht. Onder de grond is een kelder met een maquette van Jeruzalem. Daar tref je ook mooie poppen, die de verschillende bevolkingsgroepen binnen de stad weergeven. Omdat zo’n citadel eigenlijk niet meer is dan een verzameling opeengestapelde witte steenblokken, hebben ze er maar wat grote kunstwerken van gekleurd glas tussengezet. Eerlijk gezegd: het knapt er wel van op. Als je door Jeruzalem loopt zie je de hele dag eigenlijk niets anders dan diezelfde stenen blokken.
’s Middags liep ik naar de Ethiopische kerk. Op het terrein heerst een serene rust, zo af en toe verbroken door het gezang van de dienst die aan de gang was. De buitenkant van de kerk is prachtig: perfect van vorm, mooi afstekend tegen de strakke blauwe lucht. Een aantal gelovigen (meest vrouwen) volgde de dienst buiten. Ieder van hen had een witte doek omgeslagen. Na er een tijdje te hebben gezeten en wat foto’s gemaakt te hebben, ging ik maar weer verder: het zag er niet naar uit dat de dienst snel afgelopen zou zijn, zodat ik binnen zou kunnen kijken.
Van Ethiopië naar Rusland: in Jeruzalem is zoiets een kwestie van 5 minuten lopen. Een indrukwekkende Russische kathedraal, met de zo karakteristieke torentjes, staat in een gebied dat eind 19e eeuw werd ingericht om Russische pelgrims te herbergen. Nu zit de Jeruzalemse politie en justitie er.
Olijfberg en Klaagmuur
De wandeltocht naar de Olijfberg, die ik had geboekt bij Zion Walkingtours, vertrok om 9 uur, vlak bij mijn hotel. Een groepje van 10 wandelaars verzamelde zich, bestaande uit Engelsen, Amerikanen en een Zuidafrikaans stel. Gelukkig werden we eerst met taxi’s naar de top van de Olijfberg vervoerd, het zou anders nogal een steile klim geworden zijn.
De eerste stop was de bij de Hemelvaart-moskee. Dat is een klein rond gebouwtje, waar binnen een voetafdruk van Jezus te zien is. Even verderop, vanaf de weg naar Jeruzalem, heb je een mooi uitzicht over de stad. Dichtbebouwd, met hier en daar een plukje groen. De aanblik wordt gedomineerd door de enorme blauw met gouden Rotskoepel.
De tocht naar beneden verloopt verder langs allerlei kerkjes van verschillende denominaties. Eigenlijk is dit al de Via Dolorosa, de weg die Jezus op zijn sterfdag liep. De huidige, toeristische Via Dolorosa begint bij de Leeuwenpoort, en eindigt – 14 heilige plekken of staties verder – in de Heilig Graf Kerk.

De Heilig Graf Kerk is eigenlijk niet 1 kerk, maar een opeenstapeling van allerlei kapelletjes van de belangrijkste christelijke sektes. De Ethiopische kerk zit – zeer bescheiden – op het dak. Hier hield de wandeltocht op en ging het groepje uiteen. Tegen achten bracht ik nog maar eens een bezoekje aan de Heilig Graf Kerk. Aan het eind van de wandeling van woensdag was ik er weliswaar ook al binnengeweest, maar toen was het zo druk dat je van bepaalde delen maar weinig kon zien. Nu was het echter wel lekker rustig. Echt veel is er eigenlijk niet te zien: sommige gedeeltes zijn zeer goed onderhouden kapelletjes (zoals de Armeense, met een mooi mozaiek), maar het grootste deel is eigenlijk een zooitje. Dat schijnt te komen doordat meerdere religieuze partijen aanspraak maken op die gedeeltes, en ze daardoor aan niemand echt toebehoren en dus door niemand onderhouden worden.
Na de siësta liep ik door de joodse wijk door de Klaagmuur (eigenlijk: de Westelijke Muur). Voor de muur zelf ligt een imposant zonovergoten plein. De toegang tot het plein is goed beveiligd met poortjes met metaaldetectoren. De Klaagmuur ligt in het verste hoekje. Vroeger was alleen dit stukje zichtbaar, later is er door de Israeliërs een heel plein voor geschapen (door allerlei huisjes met de grond gelijk te maken).
Nieuwe Stad
In het westen van de Nieuwe Stad, in een wat groenere en duurdere buurt, liggen de belangrijkste musea van Jeruzalem. Daar vlakbij, in een vallei tussen allemaal nieuwbouw, staat het Klooster van het Kruis. Dit is een Grieks-Orthodox klooster. Van de buitenkant lijkt het nog het meest op een groot middeleeuws kasteel.
Dit Klooster had ik als eerste bestemming van de dag gekozen, omdat het al om 9 uur open zou gaan (i.t.t. de musea in de buurt). Natuurlijk ging ik er weer lopend naar toe. Na ongeveer 3 kwartier zag ik het liggen in de vallei, maar hoe kom je er? Volgens mijn reisgids is er een pad naar beneden, maar ik zag zoveel paden naar beneden. Uiteindelijk bleek het goede pad gewoon een asfaltweg te zijn.
Van dichtbij zag het klooster er gesloten uit. En dat was het ook: het bleek pas om 10 uur open te gaan. Dank je wel, Lonely Planet! Dus ging ik maar op een rotsblok in de buurt mijn dagboek zitten bijwerken, wachtend tot 10 uur. Even na tienen hingen er inmiddels 3 andere toeristen voor de ingang rond. Nog steeds was er geen teken van leven in het klooster. Totdat een Amerikaans meisje zo dapper was om aan te bellen. Een wat paniekerig klinkende vrouw riep via de intercom: “10 shekel, het kost 10 shekel!” “OK” riepen wij terug, en ze deed de deur open. Waarschijnlijk verstoorden we een of andere logeerpartij of thuiskomst, want op de binnenplaats waren 3 oudere vrouwen met koffers aan het sjouwen.
Een van de vele deuren aan de binnenplaats werd voor ons geopend. Die gaf toegang tot een kerkje met prachtige fresco’s op de pilaren. Nadat ieder van ons enthousiast aan het fotograferen was geslagen, kwam een van de vrouwtjes vertellen dat dat binnen niet mocht. Sorry … Helaas waren de meeste delen van het klooster voor bezoekers afgesloten. Via wat trappetjes hier en daar kreeg je echter wel een mooi overzicht over het hele complex.

Bij het nabijgelegen Israel-museum ging ik eerst naar het monument ter ere van de Dode Zee-rollen. Dit is een indrukwekkend stukje architectuur. Binnen wordt de geschiedenis van deze 2000-jaar oude manuscripten uit de doeken gedaan.
Het Israel-museum bestaat uit een aantal losse delen. Naast het monument voor de Dode Zee-rollen bezocht ik het gebouw waarin allerlei joodse religieuze en gebruiksvoorwerpen worden tentoongesteld. Ook zijn daar 3 originele interieurs van synagoges herbouwd, uit Duitsland, Italië en India. Momenteel wordt er gewerkt aan iets soortgelijks met een Surinaamse synagoge. Een van de 2 synagoges aldaar is niet langer in gebruik, en om verval tegen te gaan heeft het museum toestemming gekregen om al het authentieke materiaal naar Jeruzalem te over te vliegen.
Ook bezocht ik Yad Vashem. Dit nationale monument ter nagedachtenis van de Holocaust-slachtoffers ligt op een heuvel aan de rand van de stad. Het is een ideale plek voor bezinning. Toch wist het geheel me niet te raken. Het is zo weinig van de mensen, en zo veel van de Israëlische staat en enkele – meest Amerikaanse – weldoeners. De laatsten laten grote plakkaten met hun naam plaatsen bij de door hen geschonken voorwerpen. Nogal smakeloos wat mij betreft.
Armeense wijk
De Armeense wijk is de meest geslotene van de 4 traditionele Jeruzalemse stadswijken. Dikke muren omringen de woonwijk, een soort stadsmuren binnen de ook al niet misselijke stadsmuren van Oud-Jeruzalem. Je hebt geen idee wat er achter die muren schuilgaat.
Een van de weinige plaatsen waar je naar binnen mag is het Mardigian Museum. Het is een prachtig karavanserai-achtig gebouw, met zowaar veel groen in de binnentuin. Het museum probeert op eenvoudige wijze de geschiedenis van het Armeense volk weer te geven. In veel gevallen gaat het om niet veel meer dan wat vergeelde foto’s. Ik herkende ook Ani en Akdamar, twee plaatsjes in het Armeense “thuisland”(nu Zuidoost Turkije), waar ik een jaar of 8 geleden ben geweest. Met name door de architectuur hebben de Armeniërs nog een stempel kunnen achterlaten in de gebieden waar zij eens woonden.

Om 3 uur was ik present bij de Armeense St. Jacobus-kerk. Alleen tijdens de mis kun je hier binnen kijken. Ik was er bepaald niet de enige toerist: op zeker moment waren er zeker 100 binnen, wat ook wel iets zegt over de grote aantallen toeristen die in Jeruzalem rondlopen.
Nadat de priesters, monniken en koorjongens waren gearriveerd, kon de “show” beginnen (zo voelde het). De priesters en monniken van de Armeens-orthodoxe kerk dragen zwarte puntmutsen en overwegend zwarte kleding, waardoor ze er een beetje uitzien als de negatieven van leden van de Ku Klux Klan. De dienst bestaat uit donker gezang (alleen mannen) en veel wierook. De kerk zelf hangt vol schilderijen, kroonluchters en andere versieringen. Met name de schilderijen zijn wel aan restauratie toe (komt misschien door alle wierook). Na een uur was de kerkdienst weer afgelopen.
Haram Al-Sharif
Om 8 uur gaan de poorten naar de Haram-Al-Sharif open, waar o.a. de gouden Rotskoepel en de Al Aqsa-moskee staan te schitteren. Er zijn meerdere ingangen tot het terrein, maar er is er tegenwoordig maar eentje open als ingang voor toeristen (die bij de Klaagmuur).

Er stond een kleine file voor de poort voor de veiligheidscontrole. Eenmaal binnen kom je echter in een oase van rust: een vele voetbalvelden groot plein, met als centrum de Rotskoepel. Deze is in de 7e eeuw gebouwd door de Mamelukken, Centraal-Aziatische moslims. Het dak was ooit van goud, nu ligt er goudkleurig aluminium op. De buitenmuren zijn helder azuurblauw, vol met versieringen en teksten. Binnen ligt, in het midden, de rots van waaraf de profeet Mohammed naar de hemel op zou zijn gestegen. De binnenkant van het dak is ook goudkleurig.
Langs de randen van het centrale plein staan nog een aantal andere gebouwen uit de tijd van de Mamelukken (maar dan wat minder bont).
Tel Aviv, Jaffa en Haifa
Te voet ging ik naar de sherut-halte voor Tel Aviv, in de Nieuwe Stad. Het duurde even tot er genoeg passagiers aan waren komen lopen om het ritje rendabel te maken. De weg naar Tel Aviv was grotendeels dezelfde als die naar het vliegveld. Het verkeer was druk, met diverse aanrijdingen. Hoewel het landschap in de buurt van Tel Aviv wat groener wordt, verdient het nog niet echt een schoonheidsprijs.
In Tel Aviv stopten we bij de Centrale Bus Terminal. Daar in de buurt zou ook een bus naar Jaffa moeten vertrekken, maar die kon ik niet vinden. Dus liep ik maar richting het centrum van de stad. Uiteindelijk kwam ik na drie kwartier door de benauwende hitte gesjouwd te hebben bij het strand en de boulevard van Tel Aviv. Op een terrasje aldaar ben ik mijn plannen voor de dag maar gaan herzien. Wat ik tot nu toe gezien had van Tel Aviv was niet al te aantrekkelijk, dus besloot ik er maar niet langer te blijven en toch maar zo snel mogelijk in Jaffa te zien komen.
Gelukkig vond ik nu wel snel een bus die me in 20 minuten naar Jaffa bracht. Jaffa is een oud Arabisch stadje waar alle Arabieren uit zijn verdreven. De oude huizen en moskeeën staan er nog wel, en zijn vaak mooi gerestaureerd. Het is tegenwoordig een wat gecultiveerd kunstenaarsdorpje.

Tenslotte terug naar Jeruzalem per sherut. Weer over die lange, saaie weg tussen Tel Aviv en Jeruzalem. Net als vanochtend zag ik weer een aantal aanrijdingen, en zeker 10 auto’s met pech: wat is er toch met deze weg?
Haifa
Haifa ligt in het noorden van Israel. Vanuit Jeruzalem is het ongeveer 2 uur reizen met de bus.
Het was warm en stoffig in Haifa. De stad is gebouwd tegen een heel steile helling, dus ging ik maar met de bus naar de Baha’i-tempel. Het heiligdom van deze toch wat obscure sekte vormt het stralend middelpunt van het verder tamelijk saaie Haifa. Je kunt er ook binnen kijken, maar daar is niet veel te zien.

Weer met de bus ging ik naar het Carmel-klooster. Dit was gesloten, of ik kon de juiste ingang niet vinden.
Hoe het ook zij: verder is er in Haifa niet veel te doen, dus reisde ik maar weer terug naar het midden van het land.
Leave a comment