World Heritage Traveller

Sikkim en Bhutan 1998

Written by:

Zaterdag 1 augustus: Op weg naar Calcutta
Het vertrek vanaf Schiphol met de KLM verliep moeizaam. Uiteindelijk toch slechts een uur vertraging. De vlucht ging rechtstreeks door naar Delhi, waar 75% van de passagiers uitstapte. Voor de doorreis naar Calcutta bleek een motor niet goed te werken, maar dit mechanische probleempje werd snel opgelost.

Om 22.30 nederlandse tijd landden we op het kleine vliegveldje van Calcutta. Snel geld wisselen en vlug de bus in naar het hotel. In Hotel Heera International kreeg ik een mooie eenpersoonskamer met TV. Helaas zonder sleutel, maar omdat-ie van binnen wel dichtging kon ik om 5.00 eindelijk in slaap vallen.

Zondag 2 augustus: Calcutta
Opgestaan om 11.00. Ontbijtje met toast, vergezeld van een korte briefing door reisbegeleider Willem. De geplande treinreis is verschoven naar 22.00 i.p.v. 15.30 uur.

Door het hart van Calcutta ben ik naar de beroemde Howrah Bridge gelopen. Daar een nabijgelegen ghat bekeken en over de brug naar het station gegaan. Vanaf een zeer smoezelig terrasje kun je daar lekker mensen kijken: er waren vooral veel oranje geklede pelgrims te zien.

’s Avonds eerst vegetarisch gegeten in het Gulnar-restaurant (met band). Om 19.45 was het verzamelen voor de treinreis naar Siliguri. De trein vertrok klokslag 22.00 uur, en ik deelde een coupee met een gezellig Indiaas gezinnetje. Mijn slaapplek was een harde bank, de middelste van drie.

Maandag 3 augustus: Van Siliguri naar Mirik
Om kwart over zeven stond de trein collectief op. Ik at wat sultana’s als ontbijt en verdreef de tijd met naar buiten kijken (zeer saai) en slapen.

Exact volgens schema om 13.00 uur aangekomen op het snikhete station van Siliguri. De bus stond echter al klaar, dus snel verder naar Mirik (3 uur rijden).

Het hotel in Mirik lag bovenop een berg en bestaat uit allemaal huisjes. Zo heb ik in m’n eentje een eigen huisje (inclusief tuintje). Het was er erg nevelig en het lag allemaal erg afgelegen. Bij gebrek aan vertier om kwart voor 10 naar bed gegaan in het klamme spookhuisje, verstopt in de lakenzak.

Dinsdag 4 augustus: Op weg naar Darjeeling
Wakker gebeld om 6.45 uur. Als ontbijt werd er thee met een koekje geserveerd aan de keukentafel van mijn huisje. Nog wat foto’s gemaakt van de nevel.

Via een prachtige slingerweg door de mist reden we naar Darjeeling. Daar kwamen we om 12.00 (in de regen) aan. Ondanks de regen ’s middags het stadje en de tempel bekeken. Zeiknat terug in het hotel, om ’s avonds weer buiten de deur te gaan eten en me opnieuw nat te laten regenen.

Woensdag 5 augustus: Darjeeling
Om negen uur met de hele groep in vier jeeps op pad gegaan voor een dagexcursie door de omgeving. De eerste stop was bij het vrij omvangrijke Tibetaanse vluchtelingencentrum. Om in hun levensonderhoud te voorzien maken de Tibetanen tapijten.

Vervolgens naar het interessante bergbeklimmersmuseum, gesticht door Sherpa Tensing. In de nabijgelegen dierentuin zijn twee sneeuwluipaarden te zien met opvallend mooie vachten.

Tot slot van de excursie liepen we door de theevelden naar een theefabriek (hoe kan het ook anders in Darjeeling …).

’s Avonds met wat mensen gegeten in een piepklein Tibetaans restaurantje. Voor zes gulden (inclusief fooi) heb ik me te goed gedaan aan Momo’s, soep, frisdrank, koffie en custardpudding, plus een fles water.

Donderdag 6 augustus: Darjeeling
Regen …
Toch om negen uur met een klein groepje vertrokken naar een Japans Zen-klooster. Na een half uur wandelen mochten we er meteen geknield plaatsnemen en meetrommelen. Leuk hoor. Vervolgens nog even de bij het klooster behorende stupa bekeken die plotseling uit de mist tevoorschijn was gekomen.

Vanwege de regen verder weinig gedaan. De winkels waren gesloten vanwege een staking. Gegeten bij een ander Tibetaans tentje, dit keer voor slechts vier gulden.

Vrijdag 7 augustus: Naar Pemayangtse
Vertrek om 8 uur voor een lange rit van ca. 7 uur. Na een halfuurtje stopten we bij het klooster van Goem. Dit kleine klooster is zowel van binnen als van buiten prachtig. De aanwezige monniken waren erg vriendelijk en hielden voor ons zelfs een “midwinterhoornsessie”. Ook verkochten ze zelf bedrukte gebedsvlaggetjes.

Verder de berg af kwamen we in steeds beter weer terecht, totdat het zelfs heet werd. Het landschap was daardoor echter volop te bewonderen: hoge toppen, een brede rivier, rijstvelden, soms moeilijk begaanbare wegen en kleine dorpjes met zwaaiende mensen.

Om 18.15 kwamen we aan in het hotel. Daar iets gegeten en vroeg naar bed.

Zaterdag 8 augustus: Pemayangtse
’s Ochtends met de bus in tien minuten naar het Pemayangtse klooster. Daar een ceremonie bijgewoond (veel “lawaai”: trommel, hoorn, gezang). Bovenin het klooster was een prachtige houten voorstelling, gebouwd door een oude abt (ca 2,5 meter hoog en 8 meter in omtrek). De huidige abt trakteerde ons op thee en beantwoordde alle vragen. Ook mochten we een kijkje nemen in zijn mooie houten huis. De abt was vroeger de adjudant van de koning van Sikkim en nog steeds erg koningsgezind.

’s Middags lekker op het balkon zitten lezen, terwijl het grootste deel van een groep nog een wandeling naar een klein klooster ging maken. Om vier uur kwamen ze met veel kabaal terug: zeiknat, geen tempel gezien en onder de bloedzuigers. Het bloed stroomde er uit, de hal en de gangen van het hotel zaten onder de bloedvlekken.

Zondag 9 augustus: Naar Gangtok
Opnieuw een lange tocht voor de boeg. We stopten onderweg bij een klein en kleurrijk Bon-klooster (pre-Boeddhistisch).

De rit verliep verder voorspoedig en met prachtig weer. Om half 6 stonden we voor Gangtok. Om onduidelijke redenen mocht de bus de stad niet in voor 7 uur, dus moesten we een stukje lopen. Het hotel was OK en lag midden in de (enige) hoofdstraat.

Maandag 10 augustus: Gangtok
Om kwart voor negen met de bus naar het Rumtek-klooster (1 uur). Het is een klooster van de Kagyupa-orde en het grootste in Sikkim. Het is redelijk nieuw en volop in bedrijf met pelgrims en monniken.

In Gangtok zelf is de Lall-markt de belangrijkste attractie. Steil langs de heuvel naar beneden waren er allerlei kraampjes met vooral voedsel en kleding.

Dinsdag 11 augustus: Naar Kalimpong
Met de bus op pad naar Kalimpong. Onderweg hebben we twee keer stil gestaan voor een aardverschuiving. Een al wat oudere waar het verkeer door de politie behoedzaam over heen werd geloodst, en een van vannacht waar een bulldozer nog mee bezig was. Na ongeveer een uur konden we daar overheen.

Rond twee uur kwamen we aan in Kalimpong. Na de lunch bezochten we een klein kloostertje in de omgeving.

Woensdag 12 augustus: Kalimpong
Tegen tienen Kalimpong in gewandeld. Marktje bekeken. Bij Glenary’s koffie en cake genuttigd. Verder nog wat souvenirs en proviand ingeslagen. Verder viel er weinig te beleven.

Donderdag 13 augustus: Naar Bhutan
’s Nachts om 5 uur vertrokken we. Al na anderhalf uur kwamen we de eerste hindernis tegen: een aantal stenen op de weg. Nadat die verwijderd waren reden we weer verder. Er kwamen ons echter al snel jeeps tegemoet met de mededeling dat de weg verderop versperd was door een aardverschuiving. Dus keerden we en gingen terug richting Kalimpong. Na ongeveer een kilometer kwamen we echter weer bij de plek waar die stenen lagen, alleen was nu de hele weg versperd door een nieuwe aardverschuiving. Het wegruimen van de stenen was nu onbegonnen werk. Na een halfuurtje wachten stopte er aan de andere kant een vrachtwagen vol met vrouwen die (onder toeziend oog van politie/leger) een soort bruggetje begonnen te bouwen waar het verkeer overheen zou kunnen. Dat lukte gelukkig.

Om negen uur waren we weer in Kalimpong, vanwaar we via een andere route (drie uur om) richting Phuntsholing aan de Bhutanese grens reden. Daar arriveerden we om 16.30 uur, nog precies op tijd voor het sluiten van de grens.

Aan de Bhutanese kant van de grens kregen we een luxe diner in het Druk-hotel. Aansluitend gingen we met twee nieuwe busjes op weg naar Thimphu. Het werd een slopende tocht in het donker, maar om drie uur ’s nachts bereikten we het hotel in de Bhutanese hoofdstad. In de ruime kamer met een lekker zacht bed viel ik al snel in slaap.

Vrijdag 14 augustus: Thimphu
Om 10 uur opgestaan en Thimphu doorgebanjerd. Het zag er schattig uit (tot het weer eens begon te regenen). Met de busjes bezochten we de Memorial Chorten, met een aantal (oude) pelgrims. De volgende stop was bij een soort kunstacademie, waar kinderen worden opgeleid tot schilder of houtbewerker. We bezochten ook een wat triest nonnenklooster: duidelijk een stuk armer dan de mannenkloosters.

Een bezoekje aan het postkantoor mag niet overgeslagen worden. Je hoeft geen filatelist te zijn om verlekkerd te kijken naar de Bhutanese postzegels die daar te koop zijn. Gemaakt van goud of met strips, groot of driehoekig: je kunt het je niet voorstellen.

Tot slot van de middag bezochten we de Thimphu-dzong (we mochten er alleen aan de buitenkant omheen lopen).

Zaterdag 15 augustus: Van Thimphu naar Punaka
De volgende dag, zaterdag, was het tijd voor de wekelijkse markt. Veel groente, (yak)kaas en andere dingen om te eten. Na een uurtje ben ik gevlucht naar de nabij gelegen Swiss Bakery voor chocoladetaart (meer mijn smaak). Op de weg terug naar het hotel kwam ik langs het stadion, het boogschietterrein en het relatief beroemde benzinestation. Het is gebouwd in de traditionele bouwstijl, net zoals de meeste huizen.

’s Middags vertrokken we in de regen naar Punaka. Punaka is een klein stadje, vooral bekend door de imposante dzong. We verbleven in een Chalet-achtig hotel iets buiten de stad, op een heuvel.

Zondag 16 augustus: Reis naar Jakar
Vertrek om half 8 naar de Punaka-dzong. Het was een zeer indrukwekkend soort fort in goede staat. Je kunt er naar binnen en doordat men bezig was met renovatie konden we de traditionele bouwstijl aandachtig bekijken. Er komt veel houtsnijwerk en schilderen bij kijken.

Vervolgens met de bus op weg naar Jakar over twee passen boven de 3000 meter. We picknickten bij een pittoreske Nepalese stupa.

Jakar (ook wel gespeld als Dyakar) is een aangenaam dorpje in de Bumthang-vallei. We arriveerden er om 19.45 uur.

Maandag 17 augustus: Jakar
In de buurt van Jakar bezochten we het Kurjey Lhakhang-tempelcomplex. De kloosterlingen begonnen net met een dienst. Binnen wordt een gigantisch groot standbeeld van Guru Rinpoche verborgen achter zware houten deuren.

Ook interessant waren vier gebedsmolens in de buurt van ons hotel, die door waterkracht aan worden gedreven. Je komt ze ook wel eens tegen langs de kant van de weg.

De Bumthang vallei is bekend om zijn kaas (gemaakt in kleine fabriekjes) en appel-wijn/sap, en je kunt er volop van deze geneugten genieten.

Dinsdag 18 augustus: Wangdi
Terug naar het westen van Bhutan, via dezelfde weg (er is slechts 1 weg van oost naar west in Bhutan, en nauwelijks verkeer). Het eerste deel reden we in de zon. Onderweg zagen we veel mooie huizen. Het landschap leek wel een beetje op de Ardennen.

Wangdi of Wangduephrodang is een soort Wild West-stadje met saloons, kleine winkeltjes en veel rondhangende mensen die hopen op een lift of de laatste roddels willen horen. We overnachtten in een nog niet geheel afgebouwd hotel. De kamers waren OK, maar het restaurant en andere gemeenschappelijke faciliteiten zoals de lobby waren nog in aanbouw. In de kale eetzaal stond slechts 1 tafel met 20 stoelen. Over 3 maanden zou het hotel helemaal klaar zijn.

Woensdag 19 augustus: Paro
Onderweg naar Paro kwam de bus nog even vast te zitten in de modder, maar 10 duwende passagiers kregen hem er wel weer uit. Mooi op tijd voor de lunch arriveerden in het karakteristieke hotel in Paro.

Paro huisvest het Nationale Museum van Bhutan, een bezoek waard voor zowel de collectie als het gebouw zelf. Postzegels, thanka’s, aardewerk, textiel en veel meer wordt er tentoongesteld. Ook is er een mooie oude tempel met veel pelgrims.
Door de brand van dit voorjaar konden we het bekende Tijgernest-klooster niet bezoeken. Wel was het vanuit Paro te zien, de buitenkant is nog intact en ziet er imposant tegen de steile rotswand.
Het stadje is ook nuttig om wat laatste souvenirs in te slaan.

Donderdag 20 augustus: Terug in India
Het vliegtuig zou om 7.20 vertrekken, maar het was zo bewolkt dat wel duidelijk was dat dit niet zou lukken. Daarom maar wat rondgehangen op het vliegveldje van Paro. Daar gepraat met wat vertegenwoordigers van een bont gezelschap Grieken, die naar Kashmir, Ladakh en Bhutan waren geweest. Ook geen misselijke reis …

’s Middags werden we naar een hotel vervoerd waar een buffet-lunch klaarstond. Om drie uur begonnen er geruchten te gaan dat het andere Druk Air-vliegtuig (naar Kathmandu) opgestegen zou zijn. Een half uurtje later werden ook wij de bus weer in gedreven. Het vliegtuig vertrok uiteindelijk om 16.00 uur, en zonder problemen landde het een uur en tien minuten later op het vliegveld van Calcutta. Vanaf daar was het nog een uur door de hectische avondspits naar ons hotel.

Vrijdag 21 augustus: Calcutta
Naar het Indian Museum gegaan. Het museum is een mooi koloniaal gebouw met een antiek interieur. De collectie leek samengesteld te zijn door iemand met een enorme verzamelwoede: duizenden soorten steen, honderden soorten kevers enz. Vervolgens pannenkoeken eten bij het Blue Sky Cafe.

Om 13.00 uur met de hele groep in de bus voor een City-tour. Eerst gingen we naar een wijkje waar alle inwoners kleibeelden (of versieringen daarvoor) maakten. Deze beelden worden bij allerlei Hindoe-festivals gebruikt. Vervolgens gingen we naar de Jain-tempel, gelegen in een arme buitenwijk. Deze tempel schitterde door alle spiegels die er aan bevestigd waren. Ook een mooi aangelegde tuin met beelden hoorde bij het tempelcomplex.

Aan het eind van de middag bezochten we nog het Victoria Memorial en het graf van Moeder Theresa.

Zaterdag 22 augustus: Laatste dag in Calcutta
Uitgeslapen en een beetje gewinkeld in Park Street en de New Market. Het was bloedheet. Geluncht in het Blue Sky Cafe: bananen-lassi en pannenkoek met honing deze keer.

Leave a comment